Profielkeuzegids vakbeschrijvingen van



Dovnload 102.83 Kb.
Datum27.08.2016
Grootte102.83 Kb.

Profielkeuzegids


vakbeschrijvingen van

de profielvakken

voor HAVO en VWO
januari 2015

Inhoud
Voorwoord decaan 3

Profielkeuzeformulier havo 4

Profielkeuzeformulier vwo 5

Duits 6

Frans 8


Geschiedenis 10

Aardrijkskunde 11

Economie 12

Wiskunde A, B, C en D 13

Natuurkunde 15

Scheikunde 17

Biologie 18

Kunst Algemeen 19

Kunst Drama 20

Kunst Beeldend 21

Kunst Muziek 22

Voorwoord

‘kiezen is een kunst’

Voor je ligt de profielkeuzegids van het Parcival College. Kiezen is moeilijk, want als je het ene kiest dan kan je het andere niet meer kiezen.

Leerlingen en ouders hebben altijd veel vragen; er zijn veel vakken, wat wordt er behandeld en wat kan je er dan later mee?

Om meer inzicht te geven in de vakken van de 2e fase heb ik deze profielkeuzegids samengesteld. Elke leraar van een keuzevak heeft een stukje geschreven over zijn of haar vak. De namen van de auteurs staan onder- of bovenaan deze vakomschrijvingen.

Voorin zit het profielkeuzeformulier van havo en vwo. Het gaat dus om de vakken die je vanaf de 11e (havo) en in de 10e (vwo) gaat volgen. De kunstvakken worden pas gegeven in de 11e klas. Bij de afsluiting van de kunstvakken, aan het eind van het schooljaar, kan je alvast wel een voorproefje wat er bij deze vakken zoal gebeurd. Alle vakdocenten kunnen aanvullende informatie geven over de inhoud van het vak. Tevens kunnen zij een uitspraak doen of het vak bij jou past en dus een goede keuze voor jou zou kunnen zijn.

Mocht je inhoudelijk nog vragen hebben over de vakken dan kan je bij deze leraren terecht. Ook kan je de spreekkamer van het decanaat (B1.27, Merwedestraat 98) binnenlopen en de vraag voorleggen. Mailen voor een afspraak kan ook, rhiemstra@parcivalcollege.nl


Rolf Hiemstra, decaan Havo/Vwo, januari 2015.


Profielkeuzeformulier Parcival College

VWO 4 2015

Naam: Klas:

Gemeenschappelijk deel

■ Nederlands

■ Engels

■ Maatschappijleer

■ Lichamelijke Opvoeding

■ Culturele en Kunstzinnige Vorming (CKV)

■ Algemene Natuur Wetenschappen (ANW)

Kies één taal

□ Frans of

□ Duits Een leerling met dyslexieverklaring mag ipv 2e vreemde taal ook wiskunde D kiezen



Profieldeel
In elk profiel kies je 4 vakken, de zwarte vakken zijn verplicht.



CM

(Cultuur & Maatschappij)
□ Wiskunde A
Geschiedenis
□ Kunst Drama of

□ Kunst Muziek of

□KunstBeeldend
□Aardrijkskunde of

□ Economie

(alleen met Wiskunde A)


EM

(Economie & Maatschappij )
□ Wiskunde A of

□ Wiskunde B


■ Geschiedenis
■ Economie
■ Aardrijkskunde


NT

(Natuur & Techniek)
Wiskunde B
■ Natuurkunde
■ Scheikunde
■ Biologie

NG

(Natuur & Gezondheid)

□ Wiskunde A of

□ Wiskunde B
■ Biologie
■ Scheikunde
□ Aardrijkskunde of

□ Natuurkunde

(kan alleen met Wiskunde B)


Vrije Deel
Kies één vak


□ Economie

□Aardrijkskunde

□ Biologie

(kan niet met Economie)



□ Kunst Drama
Kunst Muziek
□Kunst Beeldend


□ Kunst Drama
□ Kunst Muziek
□ Kunst Beeldend


□ Kunst Drama
□ Kunst Muziek
□ Kunst Beeldend


Opmerkingen:
De kunstvakken worden aangeboden met Kunst Algemeen (KUA)

Handtekening leerling:

Handtekening ouder/ verzorger:

Duits als Keuzevak

Havo

Als havo-leerlingen volg je de lessen Duits samen met de leerlingen uit het vmbo. Het lesprogramma is in de eerste tijd gelijk en als Havo leerling ga je werken voor het vmbo examen Duits. Dit schoolexamen bestaat uit vier onderdelen en die vaardigheden ga je goed oefenen. Naast luisteren/kijken en spreken, oefen je het schrijven en lezen. Het luisterexamen bestaat uit een landelijk Cito-examen, voor het spreken oefen je verschillende presentatievormen en samen met een klasgenoot voer je een kort gesprek in het Duits. Ook de uitspraak komt aan bot. Je leert de verschillende vormen van formele en informele brieven gebruiken en verzamelt de opdrachten in een schrijfdossier. In het leesdossier bewaar je gelezen teksten en maak je samenvattingen en opdrachten bij de gelezen teksten. Je bent zelf verantwoordelijk voor het bijhouden van dit dossier. Dat vormt een goede basis voor de 2e fase, waarin je het dossier tot het examen steeds groter maakt. In de les werk met het boek Neue Kontakte. Na elk hoofdstuk heb je een toets en na een aantal hoofdstukken wordt er veel aan examentraining gedaan, zodat je goed op het examen voorbereid bent. Deze laatste toetsen tellen zwaarder. Ook tijdens de lessen werk je uitgebreid aan alle vaardigheden, door het houden van presentaties in het Duits, het voeren van gesprekken met elkaar, het lezen van verschillende teksten en het schrijven van verschillende brieven, die je helpen, de grammatica en de woordenschat goed toe te passen.


Duits vwo in de 2e fase
In de 2e fase duik je in de typisch Duitse cultuur door je veel met Duitstalige literatuur en de ontwikkeling van de Duitse taal van Dichters en Denkers bezig te houden. Je zult veel herkennen door je kennis van het Nederlands, maar er zijn toch geheel eigen ontwikkelingen te ontdekken. De voertaal is Duits en het lezen van korte verhalen, gedichten, fragmenten van literaire werken en een aantal Duitse boeken zijn onderdeel van de Literatuurlessen. In de 10e klas maak je kennis met de prachtige poëzie van de “Sturm und Drang” en de schrijvers Goethe en Schiller en wat zij naast anderen voor de huidige Literatuur nog steeds betekenen. Wij zullen samen een aantal toneelstukken lezen en ons vooral in het leven van de schrijvers verdiepen. Verschillende opdrachten en eigen gemaakt werk, maar ook aantekeningen die tijdens de lessen worden gemaakt, worden verwerkt in een eigen Literatuurschrift. Elke periode sluiten we af met een toets en verdiepingsopdrachten. In de 11e klas komen de Duitse Klassik en de Romantik aan bot en lezen we naast veel fragmenten ook klassikaal een boek. Vanuit welke idealen hebben zich de schrijvers met Literatuur bezig gehouden en wat bereikten zij ermee? Individueel en in groepswerk worden onderwerpen uitgewerkt en de resultaten in het Duits gepresenteerd. De 12e klas staat wat betreft de Literatuur in het teken van de moderne Literatuur en ook hier lichten we een aantal bijzondere werken uit. Naast de aandacht voor deze “highlights” maak je kennis met alle stromingen van de Duitstalige Literatuurgeschiedenis.Natuurlijk worden alle taalvaardigheden van het Duits ook uitgebreid geoefend. Je houdt een aantal Duitstalige presentaties over zelf gekozen onderwerpen, schrijft brieven en opstellen en bouwt je dossier voor het examen op. Je verteld over actuele ontwikkelingen en we houden ons ook bezig met de Duitse geschiedenis van land en volk.

In de 11e klas staat ook de talen- en cultuurreis naar Berlijn op het programma, die bijna elk jaar gehouden wordt. Door het verblijf in de gastgezinnen en het bezoek van verschillende manifestaties kun je je vaardigheden nog beter ontwikkelen en ben je ook beter in staat in het talendorp je rol van leerlingenbegeleider te vervullen. Het is ook mogelijk om met elkaar Duitse films te kijken, een Duitse avond met Duitse muziek, Duits eten en Duitse activiteiten te organiseren. In de 12e klas komen alle vaardigheden zo aan bod, dat je goed op het examen bent voorbereid. Als je alle onderdelen serieus hebt geoefend en je dossier compleet is, ben je prima in staat om op een hoog niveau in het Duits te communiceren en de ontwikkelingen van je buurland beter te begrijpen. Een uitstekende basis voor het contact met andere mensen en culturen en wellicht voor een vervolgopleiding.

Susanne Hartwig en Daan Smit

Frans als keuzevak


Havo
In klas 11 bouw je voort op de vaardigheden die je in de vorige klassen hebt opgebouwd. Je leert aan de hand van allerlei opdrachten rondom verschillende thema's steeds beter jezelf uit te drukken in de Franse taal, zowel mondeling als schriftelijk en je oefent te luisteren naar Fransen die zo mooi en snel spreken. Er worden klassikaal korte literaire verhalen gelezen en het meesterwerk le petit prince, waarover je ook opdrachten maakt. Daarnaast krijg je les in literatuurgeschiedenis over het Franse toneel en lees je enkele fragmenten.

Je houdt zelfstandig een dossier bij waarin je de opdrachten verzamelt die je buiten de lessen om maakt, je leest een aantal A4 teksten die je zelf uitzoekt uit tijdschriften of op internet. Je schrijf- en spreekopdrachten en een filmverslag komen ook in dit dossier.

Aan het eind van het jaar help je de leerlingen van klas 9 in het Talendorp. Je zult dan merken hoeveel je vooruit bent gegaan in Frans spreken.
In de 12e klas oefen je verder in Frans spreken door het houden van een presentatie en het uitvoeren van kleine opdrachten rondom een thema. Je oefent ook verder in het schrijven van brieven en mails, het luisteren naar Frans sprekende mensen en het lezen van teksten en korte verhalen. In de loop van het jaar doe je schoolexamen in deze vaardigheden en aan het eind van het jaar wordt je leesvaardigheid getoetst. Klassikaal lees je een literair verhaal: Oscar et la dame en rose, waarover je vragen te beantwoorden krijgt. Zelf lees je ook een Frans boek en maak je een leesverslag. Je rondt je dossier af met alle opdrachten die je buiten de lessen om hebt uitgevoerd.

vwo

In de 10e klas ga je nog meer ervaren hoe mooi de Franse taal is door het lezen van korte literaire verhalen en gedichten. Naast het oefenen van Frans lezen, luisteren, schrijven en spreken krijg je een lessenserie van ongeveer tien lessen over de poëzie in de Franse literatuur. Poëzie vanaf de middeleeuwen tot en met de huidige tijd. Je verwerkt de literatuur in een periodeschrift.

Ook lezen we klassikaal het verhaal “le gentil petit diable” en het boek “le petit Prince”, waarover je zelf een leesverslag maakt.

In klas 11 ga je verder met het oefenen van de vaardigheden: lezen, schrijven, spreken en luisteren. En krijg je een lessenserie over het Franse toneel. Deze lessenserie kan afgesloten worden door een klein optreden, op een ouderavond bijvoorbeeld, van een eigen gemaakt toneelstuk. Hier laten we vooral zien hoe de Franse taal zich ontwikkeld heeft door de eeuwen heen. Het absurdistisch toneel staat centraal, waar de communicatie een bijzondere rol speelt. Je maakt een verslag van de literatuurlessen. Om het jaar is er een reis naar Parijs in de 11de klas. Je helpt aan het eind van het jaar de 9e klas leerlingen in het talendorp. Je spreekt dan al heel wat Frans zul je merken.

In de 12e klas wordt er voor het examen geoefend, maar er is ook aandacht voor de literatuur. Over literatuur leren in het Frans! En dat lukt, echt waar! Beroemde romans uit de 19e en 20e eeuw staan dan centraal. We lezen stukken uit deze romans en kijken naar fragmenten uit verfilming ervan. Je maakt hierbij je schrift over de Franse literatuur af. Dus poëzie in de 10de , toneel in de 11de en de roman in de 12de klas.

Yasmine Bernard en Inge Haagsma




Geschiedenis in de Tweede fase
De vaklessen geschiedenis zijn in twee onderdelen opgesplitst. Allereerst staat de moderne geschiedenis van na de Tweede Wereldoorlog centraal. Wat heeft onze maatschappij nu gemaakt tot wat het is? Hoe kunnen we het gedrag van bekende historische personen begrijpen en verklaren? Hoe kunnen we de juiste vragen stellen bij wat er dagelijks via internet en op het nieuws op ons afkomt? Doel is dat je datgene wat je in de krant of op het nieuws tegenkomt, kunt begrijpen en plaatsen en dat je kennis opdoet van de achtergronden. Zo kunnen bijvoorbeeld de volgende onderwerpen aan de orde komen:

-achtergronden van de Arabische lente in het Midden Oosten;

-de verwording van de idealen van het communisme in landen als Rusland (vroeger de Sovjet-Unie), Cuba of China;

-de problematiek van de dekolonisatie in Afrika en Azië (denk daarbij aan Nederlands-Indiё en de Vietnam-oorlog);

-de Europese eenwording en de economische crisis;

-waarom voelt ‘Het Vrije Westen’ zich zo bedreigd door krachten zoals het fundamentalisme?


De actualiteit kan ook vragen om andere onderwerpen. Er wordt geprobeerd om de geschiedenis zo levendig mogelijk te brengen zodat je er beelden bij krijgt en gaat snappen wat mensen in hun handelingen beweegt. Dat gebeurt aan de hand van verhalen, videofragmenten (soms speelfilms) en teksten.

Daarnaast is er een oriëntatie op de geschiedenis aan de hand van 10 tijdvakken die de hele geschiedenis doorlopen. Zo komen o.a. de Romeinen, de Middeleeuwen, de godsdienst oorlogen, de wetenschappelijke vooruitgang en het tijdperk van de kolonisatie, de slavernij, industrialisatie, de wereldoorlogen en het tijdperk van de televisie en computer aan de orde. Daarbij leer je specifieke, historische vaardigheden te ontwikkelen zoals oorzaak en gevolg, tijdsbepaling, inleving, interpretatie van bronnen en het vormen van een eigen mening op grond van aangeleverd materiaal. We gebruiken voor zowel de havo als het vwo het boek “Overzicht van de geschiedenis “van Feniks. Ook hier gaat het niet om een saaie opsomming van gebeurtenissen of jaartallen, maar wordt er per tijdvak telkens aangehaakt aan bijzondere, historische personen, aparte gebeurtenissen en achterliggende ideeën.

Het verhaal of videomateriaal heeft daarbij als doel dat het verleden levend voor je wordt. De geschiedenis van het verleden geeft je de kans om de huidige samenleving beter te begrijpen zodat je voor de toekomst in staat bent antwoorden te vinden op vragen die deze samenleving ons stelt.
Johan van der Werf
Waarom aardrijkskunde in de tweede fase?
Op reis door Indonesië langs sawa’s en over vulkanen zie je hoe elk stukje land in gebruik is genomen. Zelfs op de spoorberm staat maïs. Een van de dichtstbevolkte gebieden op aarde, vol met vulkanen en in een aardbevingszone.

Biobrandstoffen zijn ‘hot’ in Europa, palmolie wordt genoemd als een oplossing voor het aardolietekort, maar de productie in Indonesië zorgt voor aantasting van het milieu. Waar willen we heen? En waar kunnen we heen? Het water in Nederland moet ruimte krijgen voordat het zelf zijn ruimte zoekt. Laten we de Randstad onderstromen, en komen ze dan hier wonen? Wat denk je van Groningen aan zee in 2050?

Bootvluchtelingen op de Middellandse zee, op zoek naar fortuin in fort Europa. Een kleine zeestraat scheidt arm en rijk, laten we ze of moeten we daar investeren? Een muur bouwen zoals de VS wil bij Mexico is wat lastig in de Middellandse zee.


Wat ga je doen in de tweede fase? Er zijn vier hoofdonderwerpen, te weten;

-de wereld: sociale aardrijkskunde; overeenkomsten en verschillen in de wereld en toegepast op het grensgebied tussen Mexico-VS, globalisering en EU

-de aarde: natuurkundige aardrijkskunde (geologie, klimaten en landschappen); overeenkomsten en verschillen in de wereld toegepast op het Middellandse zeegebied en de VS

-Indonesië: gebiedskenmerken, actuele vraagstukken en milieuvervuiling, etnische en culturele verschillen

-leefomgeving: nationale en regionale vraagstukken; overstromingen, verkeer en verstedelijking. Lokale vraagstukken; vrije tijdsbesteding en recreatie, leegloop van het platteland (boer zoekt vrouw).

-aardrijkskundige werkwijzen en onderzoek; het wat, waar, waarom daar en hoe van het vak.

Belangstelling voor de wereld!
Vooral de driehoek aardrijkskunde, geschiedenis en economie geven je de mogelijkheid om veel kennis te integreren en de wereld om je heen beter te begrijpen. Aardrijkskunde is in hoge mate een redeneervak, waarbij je stap voor stap inzicht krijgt in de wereld om je heen. Daarom is het belangrijk dat je belangstelling hebt voor de wereld: in je eigen buurt, wijk, maar ook in andere werelddelen. De actualiteit speelt een grote rol. Je zult regelmatig een mening moeten vormen over bijv. het milieu of de verdeling van arm en rijk, verdeling van voedsel en water en de toekomst van onze planeet.

Voor havo en vwo gelden allebei, dat alle onderwerpen die in de 11e en 12e klas havo, en 10e, 11e en 12e klas vwo behandeld worden, in het centraal examen naar wordt gevraagd.


Fokko Hooijer

Annelies Vermue




Vakomschrijving Economie

 

In de krant, op de radio of op de televisie; economie is altijd in het nieuws. Iedereen heeft te maken met economie. Economie gaat over keuzes die mensen maken bij het aanschaffen van goederen en diensten. Het is daarom van belang om te weten hoe wij aan de middelen komen om deze aan te schaffen. Het doel is om te onderzoeken hoe we onze welvaart en welzijn kunnen vergroten.



 

Onderwerpen.

De belangrijkste onderwerpen die behandeld worden zijn:

• Werkgelegenheid en werkloosheid

• Wat is de rol van de consument en de producent

• Productie en economische groei

• Conjunctuurcyclus (waarom gaat het een paar jaar goed met de economie en dan weer een paar jaar niet)

• De rol van de overheid en andere belangrijke deelnemers in de economie.

• Wat is de functie van de bedrijven

• Hoe komen prijzen tot stand. Vraag en aanbod. Marktmechanisme, budgetmechanisme

• Welke rol speelt geld in de maatschappij en wat is de rol van het bankwezen

• De Europese Unie

• Internationale economische verhoudingen: handel, milieu, derde wereld problematiek handel

• Derde wereld problematiek

• Milieu
De onderwerpen worden bestudeerd aan de hand van voorbeelden uit de praktijk. De actualiteit speelt een belangrijke rol bij het vak economie.

 

Vaardigheden

Om het vak met succes te kunnen volgen heb je de volgende vaardigheden nodig:

• Leesvaardigheden

Je leert om teksten goed begrijpen. Nieuwe en soms moeilijke begrippen zul je met elkaar in verband kunnen brengen. Je begrijpt wat een schrijver bedoelt in een bepaald artikel.

• Schrijfvaardigheden

Bij economie is het belangrijk dat je de vragen op een zodanige manier beantwoordt dat er precies staat wat je bedoelt. Ook bij het maken van de praktische opdracht heb je goede schrijfvaardigheden nodig

• Rekenvaardigheden.

Voor het vak economie zul je over voldoende rekenvaardigheden moeten beschikken. Je hoeft geen bolleboos in wiskunde te zijn, maar als wiskunde redelijk gaat dan kun je economie goed volgen.


Belangrijk is dat je geïnteresseerd, nieuwsgierig en kritisch bent. De actualiteit speelt een belangrijke rol. Daarom is interesse en nieuwsgierigheid in wat er in de wereld gebeurt van groot belang. Je moet kritisch zijn op de dingen die gezegd en gedaan worden. Je

zult ook een eigen mening vormen over economische onderwerpen en gebeurtenissen. Uiteraard zul je goede redenen en argumenten voor je mening hebben.


Sybren Nauta
Wiskunde A
Wiskunde A is de wiskunde voor leerlingen die een sociaal georiënteerde studie gaan doen, een zogeheten alpha- of gammastudie. Het vak bestaat uit toepassingen met grafieken (aflezen en rekenen), rekenen met procenten, opgaven herkennen uit zeer praktische context en de specifieke wiskunde A onderwerpen kansrekening en statistiek. Op het vwo komt daarbij nog een stuk differentiaalrekening.

Het vak is geschikt voor leerlingen die zich willen toeleggen op praktische rekensituaties en daarvoor genoeg inzicht en doorzettingsvermogen hebben. Echte probleemoplossingen die vragen om een groot overzicht over kennis van meerdere jaren komen bij wiskunde A niet aan de orde. Bovendien heb je bij veel opgaven al een gevoel of een idee welke kant de oplossing op moet gaan.

Tevens is het letterrekenen beperkt. In de havo mag voor wiskunde A grotendeels de grafische rekenmachine gebruikt worden voor vergelijkingen op te lossen. Het vak is daardoor minder geschikt voor leerlingen die zeer gestructureerd werken, of leerlingen die de sterke behoefte voelen om goed te willen begrijpen waar ze mee bezig zijn.
Wiskunde B
Wiskunde B is de klassieke wiskunde met het letterrekenen (algebra) en grafiekanalyse. Het vak is voor vwo verruimd met contextuele opgaven die vertaald dienen te worden naar een analyse-opgave. Het vak onderscheidt zich nog het meest van wiskunde A doordat de reken- of analytische opgaven vaak niet op een eenvoudige, intuïtieve wijze kunnen worden opgelost. Hierdoor moet de leerling zeer gestructureerd te werk kunnen gaan. Naast de gevorderde algebraïsche vaardigheden (vergelijking oplossen) en analytische vaardigheden (berekeningen m.b.t. raaklijnen en -krommen, uiterste waarden, oppervlakten uitrekenen), kent het vak zowel op vwo als op havo, een theoretische analyse van moeilijker bewerkingen (goniometrische en logaritmische bewerkingen (op het vwo uitgebreid met ln en e-machtsrekenen).

De leerling die voor wiskunde B kiest, dient interesse te hebben voor het oplossen van problemen op een vaste, gestructureerde manier. Dat die structuur niet altijd concreet in woorden zichtbaar is, maar vaak juist vrij abstract, moet voor de leerling geen hinderlijk bezwaar zijn. Het doorzettingsvermogen gaat verder dan bij wiskunde A. Het kan zijn, dat er lessen zijn waarbij de leerling niet direct in de les zelf de stof meteen volledig begrijpt. De leerling moet de stof kunnen verwerken en moet open staan voor herhaling. Ordelijk werken en goed kunnen samenwerken zijn belangrijke eigenschappen.


Wiskunde C
Alleen op het vwo bestaat de mogelijkheid om in het laatste jaar, het eindexamenjaar, wiskunde A om te ruilen voor wiskunde C. De eenvoudiger wiskundevariant geeft de mogelijkheid om na het wiskunde A programma op het Centraal Examen in mei een eenvoudiger examen te maken. De variant beperkt de studiekeuze aanzienlijk en kan ook niet gekozen worden met economie, scheikunde of natuurkunde in het profiel van de leerling. Daarom wordt deze variant afgeraden als keuzemogelijkheid. In ieder geval kan de leerling pas aan het eind van vwo 6 voor deze variant kiezen na overleg met de betrokken docent.
Wiskunde D
Wiskunde D kan als vak alleen op het vwo worden gekozen. Dit vak is een uitbreiding van het vak wiskunde B en kan ook alleen samen met wiskunde B worden gekozen. Het is wel een apart vak met eigen cijfers en beoordeling. De leerling die wiskunde D kiest, kiest dit vak in plaats van Frans of Duits. Dit kan alleen na toestemming van de betrokken wiskunde B-docent. Er zijn namelijk geen geroosterde lessen in dit vak. De leerling dient zelfstandig de hoofdstukken te bestuderen.

In 9 vwo begint op proef de eerste toetsing en bestudering van het eerste hoofdstuk om te kijken of de leerling zelfstandig genoeg is het tempo vol te houden. Qua inhoud is het vak een combinatie van wiskunde A en een uitbreiding op de meetkunde c.q. de grafiekanalyse van wiskunde B. Alle stof van wiskunde A komt er in aan bod. Daarnaast wordt er in de meetkunde gerekend met parabolische krommen en (universitaire) ruimtemeetkunde-technieken om afstanden te bepalen. Het vak lijkt inhoudelijk moeilijker dan wiskunde B, maar omdat er geen Centraal Examen is, kan de leerling volstaan met het bestuderen van modules i.p.v. het beheersen van de gehele stof als complete leerlijn. Het vak kan alleen gevolgd worden als de leerling dyslexie heeft of een andere duidelijke leerbeperking of -moeilijkheid waardoor Frans of Duits als examenvak grote problemen met zich mee zou brengen.


Evelyn Varkevisser

Ron Holtrigter



Vakbeschrijving Natuurkunde in de Tweede Fase
In de Tweede Fase heb je nog steeds periodes, ook natuurkunde. Deze zijn voor alle leerlingen, dus ook voor wie geen natuurkunde als keuzevak heeft. De thema’s van de periodes zijn: “Bewegingen en Krachten” in klas 10 en “Golven” in klas 11.
In de (keuze-) vaklessen sluiten we aan op de periodes, maar er wordt meer geoefend. Voor het examen moet je alle onderwerpen niet alleen snappen, maar ook in berekeningen beheersen. Ook maken we tekeningen en doen we proeven. Daarvan maak je verslagen.
In de vaklessen natuurkunde zijn de onderwerpen1:

-Elektriciteit en Regelsystemen

Elektriciteit verbruiken we allemaal in ruime mate. Handig hè? Maar wat is het eigenlijk? En waarom zijn er wel zes verschillende maten voor???

Zelfs computers werken puur met elektrische signaaltjes. We gaan veel aan de slag met snoertjes, lampjes en stroommeters. En later met elektronische onderdelen. Op de computer kun je een en ander ook simuleren. Uiteraard leer je flink wat pittige theorie. Nauwkeurig meten, nauwkeurig rekenen. En uiteindelijk ontwerp je een eigen automatisch systeem.

Het praktisch werk kan deel worden van je portfolio, zeker als je er trots op bent!
Je krijgt cijfers voor twee proefwerken, voor je proevenmap en voor je eigen systeem.

Die tellen mee voor je Schoolexamen. Tevens geef ik opmerkingen over de sterke en zwakkere kanten in je werk. Belangrijk is, dat je je bewuster wordt van jouw manier van werken, zodat je krachtiger kunt leren.


-Bewegingen en Krachten

Dit onderwerp ken je vanuit de periode 10e klas. Hier ligt de basis van de hele natuurkunde: in de hemelmechanica. De ruimte en de tijd worden in overzichtelijke stukjes verdeeld, waarin allerlei krachten hun werk doen. Je rekent met snelheden, versnellingen en krachten.


Wist je dat zwaardere dingen vrijwel even snel vallen als lichtere?

En wist je dat bij een constante snelheid alle krachten elkaar precies in evenwicht houden?

Je krijgt een proefwerk over veel stof (meerdere hoofdstukken) en dat telt voor het Schoolexamen.
-Energie

De dreigende schaarste van grondstoffen, schoon drinkwater en energie is een van de grootste problemen van onze tijd. Ons energieverbruik heeft veel te maken met grondstoffen als olie, aardgas, steenkool en ook uranium. Toch zijn er heel wat bronnen van duurzame energie, zoals zonne-energie.

Wat is energie precies? Wat zijn de bronnen van energie? Hoe groot zijn de energiestromen in Nederland? Op aarde? Hoeveel energie heeft een mens nodig? Wat is duurzame energie? Kunnen we wel toe met 100% duurzame energie?
Via de leraar en via allerlei krantenartikelen e.d. krijg je de nodige kennis over energie en krijg je ook meningen te horen. Zo mogelijk hebben we een excursie (energiezuinig gebouw). Daarna moet je je specialiseren in een bepaalde bron van energie. Je weet hier dan meer over dan de anderen en je presenteert je kennis (en mening). We spreken samen af waar we de werkstukken of presentaties vooral op zullen beoordelen.

Door de onderwerpen (energiebronnen) te verdelen en er vervolgens over te praten, leer je een eigen standpunt in te nemen en je oordeel te scherpen aan dat van de anderen.


-Golven, Geluid en Licht

Dit onderwerp ken je uit de periode 11e klas. De begrippen rond Golfverschijnselen worden op een hoger niveau bestudeerd.


Bij Geluid leer je van elkaar onderscheiden: geluidsvermogen, -intensiteit en –niveau.
Bij Licht gaat het ook over lenzen en beeldvorming, lichtbreking en interferentie.

De eerste lessen doe je een hele serie lichtproeven, om een idee te krijgen wat licht eigenlijk is en wat je allemaal kunt doen met licht. Er moet ook het een en ander opgemeten worden: afstanden, hoeken, vergroting. In de formules komen o.a. de log en de sin voor.


-Radioactiviteit

Onzichtbare straling uit de kosmos, uit de aardkorst. De ontdekkingen van Becquerel, Röntgen en de Curies. De medische toepassingen kwamen al snel. Maar ook de risico’s voor de gezondheid werden steeds duidelijker. Hoe zit het precies met die risico’s?

De kerncentrale en kernwapens werden ontwikkeld.
Wat gebeurt er precies in atoomkernen bij en straling? Welke (radioactieve) afvalproducten komen er vrij? De overeenkomst met chemische reacties is opvallend.
-Afronding en examentraining.

Klas 12 staat in het teken van het eindexamen. Het behalen van een goed resultaat is belangrijk, maar ook het vinden van je eigen manier van werken. Je gaat nu steeds meer zelfstandig studeren, samenvatten, oefenen met examenopgaven.


We helpen elkaar om zicht te krijgen op de sterke en zwakke punten: onderwerpen en vaardigheden die je (nog niet) beheerst.
Arnold Tang en Ton Martens

Scheikunde

Bij scheikunde zoeken we naar antwoorden op vragen als:

Waarom zijn de smelt- en kookpunten van stoffen zo uiteenlopend, waarom lossen sommige stoffen goed en andere slecht op in bepaalde oplosmiddelen als water of benzine?

Waarom roest ijzer snel en goud niet? Waarom wordt marmer door zure regen aangetast? Hoe werkt een batterij of een accu? Wanneer noemen we iets zuur of basisch?

Hoe kun je de snelheid van een reactie beïnvloeden en hoe kun je de opbrengst van een reactie zo groot mogelijk maken?

Met welke “kunststoffen” kom je regelmatig in je dagelijks bestaan in aanraking en hoe kun je die bereiden? Waar zijn eiwitten, suikers en vetten voor nodig en wat is de rol van DNA in het voortbestaan van het leven en bij misdaadonderzoek?

Welke apparaten en methoden bestaan er om stoffen te herkennen en welke om te meten hoeveel er van een bepaalde stof aanwezig is?

Hoe zet je een onderzoek op en hoe rapporteer je dat?


Voor scheikunde in de bovenbouw is het gewenst dat je het leuk vindt om de theorie achter dit soort vragen te bestuderen. De theorie wordt soms met demonstratieproeven verduidelijkt. Ook zul je zelf in tweetallen kleine experimenten uitvoeren die de theorie ondersteunen.
Onderwerpen die bestudeerd worden zijn:

-Stoffen en hun bouw

Hier leer je het wetenschappelijke model van hoe stoffen zijn opgebouwd. Je leert de verschillen tussen stoffen kennen en de naamgeving van de verschillende stoffen.

-Chemisch rekenen

Hier leer je rekenen over hoeveel grondstoffen je nodig hebt om een bepaalde hoeveelheid product te krijgen of hoeveel product je maximaal kan krijgen uitgaande van een bepaalde hoeveelheid grondstof

-Reacties en energie

Je leert welke factoren de reactiesnelheid bepalen. Hoe zit het met de energieverandering bij reacties? Sommige reactie zijn omkeerbaar en kunnen onder dezelfde omstandigheden gelijktijdig plaatsvinden.

-Koolstofchemie

Hierbij leer je de systematische naamgeving van koolstofverbindingen. Je leert een aantal reactietypen en een aantal biochemische processen. Je leert methodes om stoffen te analyseren en methodes om kunststoffen te maken

-Chemische industrie

Hierbij leer je de het productieproces van een chemische fabriek in een processchema weer te geven. Hoe kun je de warmte die vrijkomt bij een proces weer ergens anders gebruiken. Wat is het rendement van het proces?
Gevoel voor getallen en rekenen is nodig. Richting het eindexamen komt het accent steeds meer te liggen op complexere opgaven, het analyseren van informatie en daar vervolgens zelf de juiste theorie mee combineren. Het is belangrijk om je werk goed bij te houden, aangezien alle lesstof van het begin tot en met het eindexamen met elkaar verweven is.

De stof wordt steeds per hoofdstuk getoetst. De PTA toetsen gaan altijd over meerdere hoofdstukken. Ook moet je twee practica doen voor je PTA, die beoordeeld worden met een cijfer


Het verschil tussen havo en vwo is, dat we bij vwo wat dieper op de theorie ingaan en we zullen wat meer reactietypes en analysemethodes bestuderen.
Nelly Andela

Jos van Vliet

Biologie als keuzevak


In de vaklessen biologie wordt steeds één bepaald onderwerp behandeld. Bijvoorbeeld het zenuwstel. De uitleg en het beheersingsniveau vraagt wat meer van de eigen inzet dan tijdens de biologieperiodes. In de vaklessen gaan we er wat dieper op in en er wordt wat minder getekend. Het begrip van de biologie komt meer naar voren. Maar net als in de periode zul je tijdens de vaklessen versteld staan. Over wat je hoort en begrijpt. Hoe levende organismen zorgen dat het allemaal blijft stromen en groeien, voeden en bewegen.
De volgende onderwerpen komen o.a. aan bod:

-hoe het lichaam zich wapent tegen ongewenste indringers

-hoe de hersenen werken en hoe je leert

-cellen; kleine eenheden die buitengewoon intelligent georganiseerd zijn, waarbij we zien hoe cellen met behulp van DNA hun gereedschappen kunnen maken

-diergedrag; hoe we dat kunnen begrijpen en sturen

-grotere samenhangen tussen planten en dieren

-evolutie; waar we zullen zien hoe onvoorstelbaar divers en plooibaar organismen blijken in de loop van de tijd

-je leert hoe je eenvoudig wetenschappelijk onderzoek kunt doen in de klas en daarbuiten

-en nog meer.

Verschillen tussen havo en vwo:

Waar je in havo met ‘gezond verstand, goed opletten en regelmatig werken’ het heel ver kunt schoppen, moet je in het vwo in steeds grotere mate zelfstandig de logica kunnen vinden en toepassen. Het vraagt meer denkkracht om vwo-problemen op te lossen. Niet alles kan worden uitgelegd.

In de 12e klas komt er voor het vwo een scheikundig onderwerp bij: biochemie. Dat is voor leerlingen zonder scheikunde wel te doen, maar die moeten wel even op het puntje van hun stoel zitten.


Vervolgopleidingen:

Voor alle opleidingen die samenhangen met geneeskunde, verzorging, landschapsinrichting is biologie vanzelfsprekend. Daarnaast heeft biologie raakvlakken met psychologie/pedagogie en scheikunde.


Algemene ontwikkeling:

Voor sommigen zal biologie niet een noodzakelijk vak voor hun vervolgopleiding zijn, terwijl ze toch voor biologie kiezen. Omdat het heel beleefbaar is, heel dicht bij huis, hoe je lichaam functioneert en welke invloed jij daar zelf in hebt. Het is een interessant vak. Tenminste: als je het interessant vindt.


Jelly de Jong

Willem de Vletter

Kunst Algemeen
Kunst algemeen is een vak waarin de kunstbeschouwing centraal staat van de kunstdisciplines: beeldend, muziek, drama en dans. In de lessen leren de leerlingen kijken naar kunst en het zelfstandig reflecteren met de bij de discipline behorende begrippen. De kunstdisciplines worden vanuit verschillende invalshoeken belicht, zoals religie/levensbeschouwing, esthetica, de rol van de opdrachtgever, vermaak, wetenschap en techniek en intercultureel.

Voor het examen worden iedere twee jaar andere modules vastgesteld. Voor havo-leerlingen zijn dat 3 modules en voor vwo-leerlingen 4 modules. De twee modules over de twintigste eeuw zijn verplicht.




Cultuur van de kerk in de 11e tot en met de 14e eeuw

Hofcultuur in de 16e en 17e eeuw

Burgerlijke cultuur van Nederland in de 17e eeuw

Romantiek en realisme in de 19e eeuw

Cultuur van het moderne in de eerste helft van de 20e eeuw

Massacultuur in de tweede helft van de 20e eeuw

Kunst algemeen wordt gegeven in een vakles per week in havo 4/5 en in vwo 5/6. Aanvullend is er in 11e en 12e klas een periode Kunstgeschiedenis. In deze twee jaar maken de leerlingen toetsen en praktische opdrachten die meetellen voor het schoolexamen. Het eindcijfer wordt samengevoegd met het cijfer van het kunstvak beeldend, muziek of drama. Dan volgt er een centraal schriftelijk examen en het resultaat hiervan samen met het eindcijfer schoolexamen bepaalt het cijfer op het diploma.

Voor de leerlingen die een CM profiel kiezen is het vak kunst algemeen verplicht. Leerlingen met een ander profiel kunnen het vak nemen als keuzevak. Iedereen die een kunstvak kiest doet ook kunst algemeen.
Ans van de Vlekkert
Kunst Drama in de tweede fase
Bij het vak Drama in de 2e fase is het programma afgestemd op wettelijk voorgeschreven eindtermen. Deze eindtermen hebben te maken met: het kijken naar en interpreteren van theater, de geschiedenis van theater en met toneelspelen. In het dramaprogramma in klas 11 en 12 komen deze onderdelen allemaal aan bod.
In de 11e en de 12e klas hebben we een programma waarin theorie en praktijk hand in hand gaan. In de 11e klas staat er steeds een periodes uit de theatergeschiedenis centraal. Daarin gaan we met tekstfragmenten aan het werk en komt ook de theorie aan bod.


  • We verdiepen ons in het oude Griekse theater en de wijze waarop dat in de renaissance tot nieuwe bloei kwam.

  • Er staat een blok in het teken van Shakespeare.

  • En er is een blok improvisatietheater, waarbij we aanknopen bij de traditie van de Commedia dell árte.

We zullen teksten spelen uit de verschillende perioden en die opvoeren voor een publiek met gebruik van kleding, licht en geluid. Leerlingen maken in de 11e klas ook een werkstuk over een bekende theaterpersoonlijkheid of over een belangrijke stroming binnen het theater. Dit werkstuk wordt gepresenteerd in de klas.
In de 12e klas staat het realistische en moderne theater centraal. We studeren een toneelstuk met de klas in dat voor een publiek wordt opgevoerd. Hierbij komt ook aan de orde ook hoe je theater maakt: ”Hoe breng je als theatermaker iets over op een publiek en welke middelen kun je daarvoor gebruiken?”

We bezoeken met de klas een voorstelling waarover je een recensie schrijft.

Als sluitstuk sluiten het programma voor drama af met de opvoering van een door iedereen zelf gekozen monoloog.
Voor wie is het vak drama als examenvak geschikt? Voor iedereen die het leuk vindt om samen met anderen toneel te spelen. Je hoeft niet goed toneel te kunnen spelen, maar je moet wel bereid zijn om jezelf in het toneelspelen te willen verbeteren. Wat leer je? Je leert veel over de geschiedenis van toneel en hoe je naar toneel kan kijken en je leert veel over jezelf. Wat kun je, wat durf je, hoe overwin je je verlegenheid en hoe werk je samen met anderen naar iets moois toe.
Yolanda Eikema en Marianne Bakker

Kunst Beeldend


Bij het vak kunst beeldend krijg je kans om je eigen ‘vormentaal’ te ontwikkelen. Je gaat op zoek met de bagage die je hebt meegekregen van de voorgaande jaren bij de ambachtelijke vakken en bij tekenen/ schilderen.

Bij elke opdracht zit een zekere mate van vrijheid om het op je eigen manier uit te werken. Je kan bijvoorbeeld met verf, klei, ijzerdraad, film en fotografie alle kanten op. Dit zorgt ervoor dat je je eigen proces beheert en ervoor zorgt dat de opdracht binnen de tijd af is. Samenwerken met anderen speelt bij kunst beeldend ook een rol. Het werk wordt gepresenteerd in de school, je richt met anderen de expositie in er zorgt ervoor dat je werk goed tot uitdrukking komt. Het presenteren is een wezenlijk onderdeel van het vak.

Naast praktisch werken is vaktheorie ook belangrijk. Je moet iets weten en begrijpen van kunststromingen van de 19e en 20e eeuw. Ideeën, uitgangspunten en achtergronden van kunstenaars zijn belangrijk om je eigen kunst te kunnen maken.
Aan het einde van de 12e klas is er een gezamenlijke afsluiting van het vak kunst. Met kunst muziek en kunst drama presenteer je een laatste werkstuk. Muziek en drama doen dat op een podium, de leerlingen van beeldend middels een expositie.
Jan Erik Wedholm
Rolf Hiemstra



Kunst Muziek
Naast de wekelijkse muziek- en koorlessen kun je in de 11de klas kiezen voor het schoolexamenvak Kunst Muziek. Aan de hand van de verschillende stijlperiodes van de muziekgeschiedenis, van middeleeuwen tot heden, besteden we aandacht aan samenspel, improviseren en componeren.

Aan de hand van de theorie die je gehad hebt, zul je in de 12e klas je eigen Canon van de Muziekgeschiedenis presenteren. Uiteindelijk werk je toe naar het Schoolexamenconcert, een avondvullend muzikaal programma, waar jij je muzikale kwaliteiten en eigen composities, samen met je klasgenoten presenteert!


Het vak Kunst Muziek in de 11e en 12e klas:

In de 11e klas Kunst Muziek zitten leerlingen uit havo 4 en vwo 5. In de 12e klas Kunst Muziek zitten leerlingen uit havo 5 en vwo 6. Deze leerlingen hebben muziek gekozen als examenvak. Kunst Muziek wordt afgesloten met een schoolexamen en heeft dus geen centraal schriftelijk eindexamen.


Lesinhoud

We gaan chronologisch door de tijd heen. In de 11e klas beginnen we bij de Middeleeuwen en eindigen bij de Romantiek. Daar gaan we in de 12e klas op verder met de klassieke en lichte muziek uit de 20e eeuw. Ook behandelen we een korte module over wereldmuziek.



In de 12e klas wordt het vak afgesloten middels het presenteren van een eigen canon van de muziekgeschiedenis en het schoolexamenconcert.
De stof zal onder andere door de docent worden aangeboden. Daarnaast is het de bedoeling dat de leerlingen in groepjes van 2 of 3 zich verbinden met bepaalde onderwerpen en de rest van de klas door middel van zelfverzonnen opdrachten de stof eigen laten maken. Dit kunnen luister, speel en/of ontwerpopdrachten zijn. De leerlingen schrijven hun verworven kennis op en kopiëren het voor elkaar en voor de docent. De docent controleert de informatie. Uiteindelijk bestaat het tentamen uit alle informatie die door de leerlingen en door de docent verzameld is.
Iedere les zal de vaktheorie gekoppeld worden aan het musiceren; zingen, instrumentaal musiceren (samenspel en improvisatie) of ontwerpen (componeren).
Gijs van Rhijn

Japke Hartog

1 voor havo en vwo zijn de onderwerpen min of meer dezelfde, maar is de zwaarte verschillend






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina