Profielwerkstuk De moord op John F. Kennedy Naam: Menno Heijboer Begleider: De heer drs. E. V. Burcksen John F. Kennedy, vermoord door ‘vriend’ of vijand?



Dovnload 352.88 Kb.
Pagina4/9
Datum22.07.2016
Grootte352.88 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9

De film, Documentaires en Boeken

Voor vele filmregisseurs, programmamakers en schrijvers is de hele gebeurtenis natuurlijk bijzonder interessant. Het is volgens de Amerikanen één van de drie gebeurtenissen die het land veranderd heeft. Naast de terroristische aanslag op het WTC op 9/11, de Japanse aanval op Pearl Harbour, een Amerikaanse militaire basis op Hawaï waardoor de VS niet meer om de 2e wereldoorlog heen kon, heeft de moord op Kennedy een enorme impact gehad. Burgers begonnen zich af te vragen hoe betrouwbaar de CIA was en begonnen steeds meer te twijfelen aan de Amerikaanse staat.


Een erg beroemde film over de moord en zijn nasleep gemaakt, is de film van Olivier Stone genaamd JFK. Deze film beschrijft het leven van de officier van Justitie van New Orleans, Jim Garrison, in de tijd van de door hem aangespannen rechtszaak tegen Clay Shaw, en over zijn ontwikkelde theorieën. De film zelf werd niet voor niets genomineerd voor acht Oscars, waarvan het er ook nog eens twee won.

In de film JFK wordt betoogd dat de moord op Kennedy nooit door slechts één schutter gepleegd kan zijn (dus tegen de single bullet theorie). Als bewijsmateriaal hiervoor wordt de bekende Zapruder film aangehaald. De theorie die in de film JFK naar voren komt is dat Kennedy vanuit drie verschillende kanten door drie schutters onder vuur is genomen. Over de aanhouding van Lee Harvey Oswald als enige schutter meent de film dat dit een complot is met betrokkenheid van de hoogste politieke kringen. In de film wordt ook een inmenging gevonden door zowel CIA, FBI als de Maffia. De bronnen die gebruikt zijn om het script van deze film te schrijven zijn ‘Crossfire: the plot that killed Kennedy’ van Jim Marrs en ‘On the Trail of the Assassins’ door Jim Garrison.


De hoofdvraag van dit profielwerkstuk is: ‘Vermoord door vriend of vijand?’ En behalve de neutrale beelden die er van de moord zijn, zijn er heel veel documentaires en films die een richting hierin aangeven. De film JFK wijst in meerdere richtingen. In de richting van een vriend omdat zij verwijst naar betrokkenheid in de hoogste politieke kringen. En omdat er

een verwijzing is naar FBI en CIA, organisaties die in het leven geroepen zijn om mensen juist te beschermen, helemaal de president van de Verenigde Staten. De enige verwijzing naar dat de moord door een ‘vijand’ is gepleegd komt voort uit de verwijzing naar de Maffia. Het is in deze film gebaseerd op de Zapruder film, die juist ook gebruikt werd om in de single bullet theorie te betogen dat er maar één schutter was.


Naast enkele films zijn er ook over de hele wereld documentaires verschenen over de meest besproken moord in de geschiedenis. Wereldwijd hebben misdaadverslaggevers geprobeerd om de zaak nieuw leven in te blazen en de zaak op te lossen. Zo ook de Nederlandse misdaadverslaggever Peter R. de Vries. Na lang onderzoek of ze genoeg bewijsmateriaal hadden om een uitzending te maken besloten ze er voor te gaan en hebben ze twee weken lang in Dallas gefilmd. Doel van dit alles was om bewijs te vinden tegen de conclusies van de Commissie Warren en daadwerkelijk te bewijzen dat Lee Harvey Oswald niet alleen handelde. Tijdens de periode in Dallas sprak Peter bijvoorbeeld met Ex-CIA en Ex-FBI- agenten, de Ex-vriendin van Oswald en verschillende ooggetuigen. Het is natuurlijk niet makkelijk om een zaak van 47 jaar geleden te onderzoeken, aangezien vele mensen met informatie over de zaak nu overleden zijn. Meest opzienbarende in de uitzending was het interview met een man, die beweerde dat hij betrokken is geweest bij de aanslag op Kennedy, in samenwerking met de CIA en de Maffia, die beiden hun eigen redenen hadden om van Kennedy af te willen. Helemaal vertrouwen kun je z’n persoon niet, maar het zet je wel aan het denken. Het verhaal dat de anonieme man vertelde, en de details die daarin naar voren kwamen, sloten precies aan bij wat andere betrokkenen vertelden.
Naast al het beeldmateriaal zijn er talloze boeken verschenen over de moord, de dader, de theorieën, de gemaakte fouten in het onderzoek en ga zo maar door. Voor mijn onderzoek heb ikzelf gebruik gemaakt van drie boeken. Op het moment dat ik op zoek ging naar drie geschikte boeken, passeerden binnen enkele minuten al honderden boeken over van alles en nog wat dat betrekking heeft op de moord. Van boeken over Kennedy’s jeugd tot Oswalds reis door Europa, er is bijna niets dat niet op papier gezet is. Het grote aantal boeken bewijst ook maar weer wat voor impact het hele gebeuren op 22 november 1963 op de wereld heeft gehad.



Een filmende

Abraham Zapruder

Deelvraag 6: Wie waren Chauncey Holt en James Files

  • Chauncey Holt en zijn verhaal

  • James Files en zijn verhaal

  • De bevestiging van Files’ aanwezigheid


Chauncey Holt en zijn verhaal

Kort na de beschieting van president Kennedy en gouverneur Connally werden drie mannen aangehouden die zich verscholen in een wagon rond Dealy Plaza. Volgens het officiële verhaal dat naar buiten is gebracht ging het om drie zwervers, die zonder enige vorm van verhoor weer werden vrijgelaten. Door politie werden ook geen foto’s gemaakt, maar omstanders en de pers namen wel enkele foto’s. De identiteit van de drie mannen is tot de jaren 90 nooit bekend geworden, maar begin jaren 90 verklaarde een man dat hij één van de drie zwervers was.


Zijn naam was Chauncey Holt, een crimineel die veel samenwerkte met zowel de Maffia als de CIA. Daarnaast onthulde hij ook de identiteit van de andere twee ’zwervers’. Het waren Charles Harrelson en Richard Montoya, beiden zware criminelen. Diverse gezichtsexperts die de foto’s onder ogen kregen bevestigden inderdaad dat het om deze drie mannen ging. Enkele dagen voor zijn dood vertelde Holt zijn kant van het verhaal.
In het voorjaar van 1963 werd Holt door de CIA benaderd om valse papieren te maken met de namen Lee Harvey Oswald en Alek J. Hidell, de valse naam die gebruikt werd door Oswald. In Augustus 1963 vond een ontmoeting plaats tussen Holt en Oswald, die op dat moment vergezeld werd door CIA-agenten Belcher en Young. Samen werden ze per ongeluk nog door een filmploeg vastgelegd. De periode daarna werd Holt gevraagd zich bezig te houden met het vervalsen van badges en identiteitsbewijzen van zowel de politie als van de geheime dienst. Op 15 November werd Holt door een anoniem persoon verteld dat hij alle vervalsingen op 22 November, de dag van de moord, af moest te leveren op een adres in Fort Worth, op dat moment de woonplaats van Oswald. Ook moesten wapens en munitie worden meegenomen naar Texas.
Op de avond van 20 November begon de hele autoreis naar Texas. Eerst moest Holt Maffiacrimineel Charles Nicoletti ophalen op het terrein van Maffiabaas Peter Licavoli. Onderbaas Leo Mocceri ging ook mee, waarna Holt de twee afzette in een hotel in de buurt van Dealy Plaza. Daarna reed Holt zoals afgesproken door naar Fort Worth om daar alle vervalsingen af te geven. De wapens werden daarna in de pick-up geladen, waarna deze afgezet werd op het rangeerterrein achter Dealy Plaza. Het uitladen van de wapens werd waargenomen door getuige Julia Ann Mercer, anderhalf uur voor de moord. Ze werd nooit serieus genomen door de autoriteiten.
Na alle voorbereidingen moest Holt via een radio-ontvanger de politiezenders volgen en via twee beeldkanalen bekijken of de rijtoer goed verliep. Zodra er iets misging was het aan Holt om alle anderen te waarschuwen. Direct na de moord verstopte Holt zich, samen met Harrelson en Montoya in een lege wagon waar ze na ongeveer anderhalf uur door gewapende agenten uit werden gehaald. Voor Holt werd alles duidelijk toen Oswald in de pers riep dat hij alleen de zondebok was.


Foto van de 3 ’zwervers’ die zojuist

uit een lege wagon gehaald werden,
James Files en zijn verhaal

Het verhaal dat door Chauncey Holt verteld werd, komt op alle punten overeen met het verhaal dat James Files voor de camera vertelde. Files werd vanaf zijn jeugd al onder de hoede van Charles Nicoletti genomen, zoals eerder genoemd een gevreesd Maffiacrimineel.


zes maanden voor de aanslag vertelde Nicoletti aan Files dat ze JFK zouden gaan vermoorden. Files was het hier helemaal mee eens, vanwege zijn enorme haat tegen Kennedy na het drama in de varkensbaai, waaraan hij zelf meedeed door Cubaanse ballingen te trainen. Ook Maffiabaas Roselli wist van het complot. Files ontmoette Roselli al eerder in Miami, vergezeld door CIA-Agent Phillips (Alias Belcher). In eerste instantie was het de bedoeling om de moord te plegen in Chicago, maar later werd Dallas als meer geschikt geacht.
Een week voor aankomst van JFK reed Files al met een Chevrolet vol wapens naar Dallas, waarna hij direct contact zocht met Roselli en CIA-contactpersoon Phillips, die overigens ook de contactpersoon was van Chauncey Holt. Nadat hij zich in een herberg gevestigd had, klopte er al snel een jong persoon aan die Files nog nooit eerder gezien had, het bleek Lee Harvey Oswald te zijn. Hij zei dat ook hij werkte voor Phillips. Hem was gevraagd om Files de stad te laten zijn, om voorbereid te zijn op wat komen gaat. Voor na de schietpartij was het belangrijk dat iedereen zijn vluchtroute en de omgeving goed kende. Volgens Files was het in eerste instantie niet eens de bedoeling dat hij bij de moord betrokken zou worden, hij zou slechts dienen als chauffeur en zou zorgen voor het klaarmaken van de wapens, dit in samenwerking met Oswald.

Op 21 november krijgt Files een telefoontje van Nicoletti, dat hij de volgende ochtend vroeg klaar moet staan om hem te vervoeren naar het centrum van Dallas. Onderweg werd er een stop gemaakt bij een pannenkoekenhuis, waar Roselli een ontmoeting had met een voor Files onbekende man, maar korte tijd daarna zou die man bekend worden als de man die Oswald vermoorde, Jack Ruby. Een andere man, wiens identiteit nooit bekend is geworden, voegde zich later bij de drie en gaf Roselli een envelop met als inhoud valse politiebadges en identiteitspasjes.


Later is bekend geworden dat direct na de moord enkele mensen door nooit eerder geïdentificeerde politieagenten weggehouden werden van de spoorwegen. Na de ontmoeting in het pannenkoekenhuis bracht Files Roselli terug naar zijn hotel, Nicoletti stapte in en samen reden ze richting Dealy Plaza. Ongeveer twee uur voor de moord werd aan Files gevraagd of hij als back-up wilde dienen, indien alle anderen zouden missen. Files was vereerd en koos positie achter het hekje op de grasheuvel van Dealy Plaza, het beroemd geworden heuveltje genaamd Grassy Knoll. Nicoletti nam zelf ook deel aan de missie. Volgens Files bevond hij zich op de eerste verdieping van het Dal-Tex gebouw, tegenover het schoolboekendepot waar Lee Harvey Oswald zich bevond. Uit nader onderzoek bleek dat de fatale kogel, afgeschoten vanaf Grassy Knoll perfect overeenkwam met de hoofdwond, in tegenstelling tot de kogels die afgevuurd werden vanuit het schoolboekendepot. Van achter het hekje zag Files dat de president geraakt was, maar zag ook dat zijn hoofd nog niet geraakt was. Hij wist niet zeker hoe ernstig de verwondingen waren en nam het zekere voor het onzekere. Één schot en direct een voltreffer. Daarna rende Files naar de vluchtauto waar Nicoletti en Roselli al klaarzaten en ze kwamen zonder problemen weg.

De bevestiging van Files’ aanwezigheid

James Files beweerde dat hij achter het hek op Grassy Knol gestaan heeft, een plek waarvan meerdere mensen gemeld hebben dat er minimaal één schot vandaan is gekomen, maar door de Warren Commissie altijd genegeerd is. Dit is echter niet de enige aanwijzing. Getuige Lee Bowers, een medewerker bij de spoorwegen, had tijdens zijn dienst een goed uitzicht over het hele terrein en verklaarde inderdaad een man gezien te hebben achter het hek. Hij zag ook een opmerkelijke lichtflits en direct daaropvolgend een kleine rookwolk. Zo’n drie jaar na de moord overleed Bowers bij een opmerkelijk auto-ongeluk, waar vele onderzoekers nog altijd hun vraagtekens bij zetten.


Een voormalig lid van de Chicago-Maffia, Joe Granata, die veel met Nicoletti omging heeft in een verklaring ook het een en ander laten weten. Hij vertelde dat Nicoletti hem tot tweemaal toe heeft verteld dat hijzelf, samen met Roselli en James Files onderdeel waren van de schutters op Dealy Plaza.
Meest opmerkelijke bevestiging van het James Files verhaal is nog altijd het verhaal over de kogelhuls. In 1987 werd door een onderzoeker met behulp van zijn metaaldetector een kogelhuls gevonden, op de plek waar Files beweerde gestaan te hebben tijdens de aanslag. Onderzoek aan de universiteit van Californië gaf aan, dat de huls die enkele centimeters onder de grond lag, ongeveer ten tijde van de moord in de grond terecht moet zijn gekomen. De kogel bleek daarnaast ook nog eens geschikt te zijn voor het wapen dat Files gebruikte, de ’Fireball’.
Op de huls zelf zat een opmerkelijk deukje, dat door niemand te verklaren of te identificeren was. Toen James Files in een interview met de Nederlandse onderzoeksjournalist Wim Dankbaar gevraagd werd naar de kogelhuls zei hij: ‘’als het mijn huls is die gevonden is kun je hem eenvoudig herkennen, want mijn tandafdruk staat erop’’ 3 . Het is onmogelijk dat hij van tevoren dit detail over de gevonden huls te weten had kunnen komen. Volgens Files was het een merkteken, iets wat gewoonte voor hem was en hij op iedere huls achterliet. Hij genoot van de smaak van buskruitresten en kreeg hier een kick van. Nader onderzoek van experts wees uit dat de afdruk inderdaad van een menselijke tand was. Het kan echter niet meer bewezen worden of het daadwerkelijk Files’ tand was. Hijzelf heeft nu een kunstgebit en de FBI weigert zijn oude tandartsgegevens vrij te geven.
Terwijl Holt en Files elkaar niet kenden, is het toch erg opmerkelijk dat ze beiden een soortgelijk verhaal vertellen, dezelfde namen constant terugkeren en kun verhalen op verschillende manieren bevestigd zijn. Vooral het feit van het deukje in de huls waarvan Files niks had kunnen weten, tenzij hij erbij was, maakt op mij grote indruk.


Chauncey Holt in ‘63 James Files ver na ‘63

Deelvraag 7: Wat voor invloed had de koude oorlog?

  • Fidel Castro en Cuba

  • Varkensbaai en de gevolgen

  • Motieven voor zowel de ballingen als de Cubanen

  • Strijd tegen de Sovjet-Unie


Fidel Castro en Cuba

Altijd terugkerend onderwerp in het leven van Kennedy is Fidel Castro. Hij kwam na een revolutie in 1959 aan de macht en had een geheel andere denkwijze dan de Amerikanen. Castro was lid van de Communistische partij van Cuba en was een aanhanger van het Marxisme. Door een groot deel van de Cubaanse bevolking wordt hij gezien als de grootste held uit de geschiedenis, hij had het maar even voor elkaar gekregen dat de ’verkeerde regering’ afgezet werd en de ’goeie regering’ aan de macht kwam, een regering die tot op de dag van vandaag nog in stand gehouden is. Een ander deel van de Cubaanse bevolking ziet hem als hun ultieme vijand, de man die de mensen hun vrijheid ontnam en Cuba veranderde in een dictatuur.


Cuba was jarenlang een trouwe handelspartner van de Verenigde Staten. Aan het hoofd van het eiland stond de Pro-Amerikaanse leider Fulgencio Batista. In 1958-1959 vond er op Cuba een revolutie plaats die grote gevolgen zou hebben voor zowel de VS als later de complete wereld. De zittende regering werd omvergeworpen door een leger geleid door Fidel Castro.


Sigarenliefhebber

Fidel Castro

Voor Kennedy’s aantreden in 1961 werd er door de Amerikaanse regering al druk gewerkt om plannen te maken voor het omverwerpen van het Castro-régime. Vanaf het moment dat Castro de macht overnam voerde hij een steeds toenemende anti-Amerikaanse politiek. Hij nam al het bezit van de Amerikanen op het eiland in beslag, verdreef de Maffia waardoor de VS weer met ze opgezadeld zat en regeerde naar de regels van het Marxisme. Ongeveer een jaar nadat Castro aan de macht gekomen was verlieten al meer dan 100.000 Cubanen het eiland. Minderheden werden hier onderdrukt, evenals politieke tegenstanders. De druk op de regering werd zo groot dat de op dat moment nog zittende president Eisenhower gedwongen werd het Cuba-probleem op te lossen. De regering kwam al snel tot de conclusie dat het absoluut noodzaak was om Castro en zijn regering omver te werpen en opnieuw te vervangen door een pro-Amerikaanse regering. Omdat de VS zijn geloofwaardigheid zou verliezen als ze Cuba zomaar binnen zouden vallen, wat strijdig is met de belangrijkste principes van democratie, werd opdracht gegeven aan de CIA om een oplossing voor het probleem te bedenken. Uiteindelijk kwamen ze met de volgende twee oplossingen:



  • een invasie door een leger van Anti-Castro ballingen, die gefinancierd, getraind en uitgerust zouden worden door de CIA

  • een moord op Fidel Castro, uitgevoerd door de CIA

De rest van de periode onder Eisenhower werden beide plannen zo goed mogelijk gepland.
Toen Kennedy aan de macht kwam, werd hij gelijk opgezadeld met een groot aantal problemen, met als grootste probleem de tot dan toe geheime oorlog, gevoerd door de CIA tegen Cuba. Twee maanden na Kennedy’s intrede in het Witte Huis werd gekozen voor het 1e plan, waarbij de VS het plan maakte, dat uitgevoerd moest worden door de ballingen.
Al voordat de oorlog begon ontstond er de politieke discussie over de manier van oorlog voeren. Volgens enkele Amerikaanse legerleiders had de invasie alleen zin als de VS zich er ook voor de volle honderd procent mee zouden bemoeien, maar Kennedy weigerde dit. Hij weigerde bijvoorbeeld om de Amerikaanse marine en de Amerikaanse luchtmacht in te schakelen.
Varkensbaai en de gevolgen

In April in het jaar 1961 was het dan tijd om de zo lang geplande inval in Cuba te doen. De Verenigde Staten zou de strijders aan de zuidkant van het eiland, op de varkensbaai, afzetten en van daaruit moesten ze het eiland optrekken en de zittende regering van Castro omverwerpen. De VS zou deze leider dan vervangen door een opnieuw Pro-Amerikaanse leider en zo zouden alle problemen opgelost zijn. Het gebrek aan steun voor de Cubaanse ballingen zorgde ervoor dat het een groot fiasco werd, en in ieder geval de grootste vernedering voor de Amerikanen in de gehele Koude Oorlog. De Cubanen die op het eiland zaten wisten niet wat ze moesten doen en werden in de steek gelaten door hun Amerikaanse helpers. Ze probeerden zich dapper staande te houden maar ze werden overschaduwd door het Castro-leger. De ballingen hebben nooit een schijn van kans gehad.


Op het moment dat het Castro-leger met parades door de straten van Havana trok om de overwinning te vieren, voelden de verslagen Cubanen, hun vrienden en hun familieleden zich ernstig verraden en in de steek gelaten. De Verenigde Staten zou zoals afgesproken als back-up dienen op het moment dat het de verkeerde kant op ging, maar president Kennedy weigerde om dit plan uit te laten voeren. De vernedering die de Cubanen voelde, net zoals de haat die ze voelden tegen president Kennedy, was ongekend. Het werd zelfs zo erg dat Cubanen de enige Latijns-Amerikaanse groepering werden die voor de meer nationalistische Republikeinse partij ging stemmem.
President Kennedy daarentegen geloofde dat niet de Cubanen verraden waren, maar hijzelf. De CIA vertelde hem dat op het moment dat de ballingen op het eiland aankwamen de gewone burger ze zou steunen en dat de bevolking in samenwerking met de ballingen Castro van zijn troon zouden stoten. Steun van de Cubaanse bevolking kwam er echter nooit en het werd zoals eerder genoemd een groot fiasco. Naar buiten toe liet Kennedy weten dat hij de CIA onder zijn hoede zou brengen, zodat er nooit meer zoiets zou kunnen gebeuren als de Varkensbaai-invasie. Hij trok ook publiekelijk zijn twijfels bij het werk van CIA-baas Allen Dulles en onderdirecteur Richard Bissell, die hij niet veel later ook zou ontslaan. De CIA had gefaald om in hun geheime oorlog tegen Cuba het Castro-régime omver te werpen.
Om over alle activiteiten rondom Cuba op de hoogte te blijven, stelde hij zijn broer, Robbert Kennedy, aan als hoofd van de Cubaanse politiek in de Verenigde Staten. In plaats van de CIA compleet onder zijn hoede te brengen en te reorganiseren gaven de Kennedy broers steeds meer enorme bedragen geld aan de CIA om hun Anti-Castro activiteiten voort te zetten. Niet alleen de Cubaanse bevolking was er ziek van dat de invasie op een drama was uitgelopen, ook bij de Kennedy broers zat het diep. De mislukte invasie zorgde voor revanche gevoelens en een nog sterkere overtuiging om de Cubaanse leider omver te werpen. Ze konden het gewoon niet hebben dat Castro als winnaar uit de strijd was gekomen en de broers wisten dat er iets moest gebeuren.




Onderaan het

Eiland, zuid-

Westelijk ligt

het theater voor

de mislukte

staatsgreep

Alle nare gevoelens die opkwamen bij een terugblik op het Varkensbaai fiasco zorgden voor het van start gaan van operatie ‘Mongoose’. Een plan met activiteiten waar zelf James Bond trots op zou zijn geweest. Een onderdeel van het plan heette ‘Executive Action’, waarbij eerst verschillende politieke leiders uit de weg zouden worden geruimd waarna ze pas overgingen op de werkelijke executie van Fidel Castro. Niet geheel onverwacht was de bedenker van dit plan een CIA medewerker genaamd William King Harvey, een alcoholist die als motto had: ‘’de boom van de vrijheid wordt gevoed met het bloed van patriotten’’ 4 . Als je met zulke mensen de geheime dienst van de VS in stand moet houden lijkt het mij in ieder geval een lastige opgave, laat staan het vernieuwde plan voor het omverwerpen van het Castro-régime op te stellen. Robert Kennedy benadrukte constant dat er deze keer niks fout mocht gaan, en dat er geen tijd, geen geld, geen inzet en geen mankracht gespaard zou worden.



Tussen eind 1961 en eind 1963 hadden de bedenkers van operatie ‘Mongoose’ al een beroep gedaan op 4.000 mensen in Florida, Louisiana, Texas and zelfs Illinois. Dit is niet erg handig als de oorlogen tegen Cuba geheime oorlogen moeten worden, waar de bevolking weinig tot niks vanaf mocht weten. De ontwikkeling van het plan zelf kostte tientallen miljoenen, betaald uit de portemonnee van de belastingbetalers. Er werden mensen bij betrokken die later bij de moord op Kennedy ook telkens weer naar voren kwamen zoals: Guy Banister, David Ferrie, Carlos Marcello, Sam Giancana, Johnny Roselli en Jack Ruby. Slechts een kleine greep uit de lijst van mensen die van operatie ‘Mongoose’ afwisten. Omdat Fidel Castro nog steeds leeft en aan de touwtjes trekt op Cuba, kunnen we opnieuw stellen dat na de mislukte Varkensbaai-invasie ook operatie ‘Mongoose’ verspilling van tijd en erg veel geld is geweest.
Naast de gehele operatie was de CIA bezig met andere mogelijkheden om Castro uit te schakelen. Zo kwamen ze bijvoorbeeld op het idee om de laarzen van Castro te voorzien van Chemicaliën, waardoor al zijn haar uit zou vallen. Volgens de Verenigde Staten lag zijn autoriteit voor een groot deel in zijn beroemde baard, en met een kale, gladgeschoren leider zou het volk in opstand komen. Een ander plan was om hem te infecteren met hallucinerende drugs, zoals LSD. Dit zou er voor moeten zorgen dat hij tijdens één van zijn vele lange oppeppende toespraken als een idioot zou overkomen en met opnieuw als achterliggende gedachte dat het volk dan in opstand zou komen.
Er zijn boeken vol met de meest vreemde en onmogelijke plannen voor het uitschakelen van Castro, dat men zich afvraagt hoe het mogelijk is dat de VS in Koude Oorlog stand hield. Er werd onderzoek gedaan naar stoffen, die in de sigaren van Castro gedaan moeten worden. Als hij dan een paar trekjes van zijn sigaar zou nemen, zou hij onmiddellijk sterven. Men was er ook van op de hoogte dat Castro een liefhebber was van diepzeeduiken. Er werden plannen gemaakt om zijn duikerspak te besmetten met tuberculose en zelfs met schelpen die op het strand gelegd moesten worden en die je met één druk op de knop kon laten exploderen.
Uit wanhoop na de vele onbruikbare plannen en de twee mislukte operaties zocht de CIA contact met de Maffia. Roselli, baas van Vegas en zijn baas Sam Giancana, de grote man in Chicago, werden benaderd. Zei zorgden ervoor dat de CIA in contact kwam met Santo Trafficante, Maffiabaas in Florida. De maanden daarna vonden er veel ontmoetingen plaats tussen CIA-medewerkers en Maffiacriminelen, voornamelijk in Miami. De CIA betaalde de Maffia een grote som geld voor het uit de weg ruimen van Castro. Man die het moest gaan doen was Antonio de Verona. Hij werkte in een Cubaans restaurant waar Castro vaak kwam eten en Antonio de Verona werd door de CIA met gif en wapens uitgerust. Alles leek op dat moment goed te gaan voor de CIA, totdat Castro nooit meer in het restaurant gezien werd. De kans is groot dat hij allang op de hoogte was van wat komen ging en de VS opnieuw een stap voor was.


1   2   3   4   5   6   7   8   9


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina