Programma douane & accijnzen, onderzoek & opsporing



Dovnload 81.29 Kb.
Datum19.08.2016
Grootte81.29 Kb.





8/19/2016







Programma DOUANE & ACCIJNZEN, ONDERZOEK & OPSPORING

luik 2 :

strategie







Aangepast document na stuurgroep 12/11/01

Gevalideerd door het DIRCOM

Geen aanpassingen nodig na opmerkingen Vakbond

Na lectuur administratie












1. Beschrijving van het strategisch kader van het programma Douane & Accijnzen 4

1.1. Leidende principes 4



1.1.1. Overzicht 4

1.1.2. Beschrijving 5

2. Beschrijving van het strategisch kader van het programma Opsporing & Onderzoek 10

2.1. Strategische principes en objectieven 10



2.1.1. Overzicht 10

2.1.2 Beschrijving en verantwoording van strategische principes
11






Programma Douane & Accijnzen

luik 2 :

strategie







Aangepast document na stuurgroep 12 november 2001









1.Beschrijving van het strategisch kader van het programma Douane & Accijnzen

1.1.Leidende principes




1.1.1. Overzicht





Leidende principes

objectieven

1. Permanente dienstverlening via verschillende kanalen

  • Verkorten van de doorlooptijden voor de klanten

  • Permanente bereikbaarheid

  • Centralisatie van niet specifieke vragen

  • Volledige en consistente informatie

  • Compliance gedrag van operatoren



2. Electronische aangifte en geautomatiseerde aangiftebehandeling

  • Verkorten van de doorlooptijden voor de behandeling van de aangifte

  • Sneller vrijgave van de goederen

  • Verkorten van de doorlooptijd van de inning

  • Kwaliteit van de gegevens

  • Verlagen van de operationele kosten

  • Minder taken zonder toegevoegde waarde

  • Better inschatting van de risico’s en bettere plannificatie van controles

  • Vermindering van het aantal aangifteactiviteiten




3. Centrale en locale risicobeheersing stuurt de controles

  • Verbetering van de effectiviteit van de controles

  • Gebruik van pertinente informatie

  • Sturing van controles

  • Systematische aanpak
    (door gebruik van beheersingmodel)

  • Minder hinder voor bedrijven

  • Automatisatie van de selectie
    (op basis van risicoprofielen)

  • Verlaging operationele kosten
    (door splitsing van selectie en uitvoering)




4. Fysieke controle op logistieke rustpunten door mobiele teams

  • Minder hinder voor operatoren

  • Integratie in bedrijfsprocessen

  • Vermijding van dubbele controle

  • Verbetering van de effectiviteit van de controles

  • Bereiken van objectieven en verlangens van regelgevende FOD voor niet fiscale taken

  • Verlaging van de operationele kosten

  • Efficient gebruik van middelen

  • Coordineren van expertise gedurende controles




5. Gesegmenteerde klantbehandeling inzake controle gebaseerd op een goed gedocumeenteerde risicoinschatting en in coordinatie met andere fiscale en niet fiscale entiteiten van FOD financiën

  • Vermindering van de hinder voor de operatoren

  • Minder kost voor bedrijven

  • Kwaliteit van de dienstverlening
    (enig klantendossier / klantcoördinator)

  • Vertrouwensrelatie met de operatoren
    (klantcoördinator)

  • Proactieve hulp aan operatoren

  • Verbeteren van de effectiviteit van de controles

  • Doeltreffendheid van risicoprofielen (klanten / doelgroepen)

  • Doeltreffendheid van de controle aanpak

  • Continue meting en verbetering van risicoprofielen / controleaanpak

  • Stimulatie van het compliance gedrag van de operatoren

  • Verlaging van de operationele kosten voor D&A

6. Electronisch gegevens huishouden dat actuele, beschikbare, coherente en geïntegreerde informatie bevat

  • Verminderen van de hinder voor bedrijven

  • Besparen van kosten en tijd voor operatoren
    (eenmalige verstrekking van gegevens)

  • Verkorten van de doorlooptijden

  • Verlagen van de operationele kosten van D&A

  • Het gemak om gegevens te exploiteren

  • Complementariteit van informatie

  • Geïntereerd beheer van informatie binnen FOD Financiën



7. Kwalitatief hoogwaarding en verantwoordelijke personeel opererend in klantgerichte organisatiestructuren en een leerijke werkomgeving

  • Verkorten van de doorlooptijden

  • Orientatie naar resultaten
    (op basis van voor opgesteld objectieven)

  • Verbeteren van de effectiveteit van de controles

  • Reactietijd

  • Beperking van de afstand

  • Efficiëntie van het personeel

  • Procesverantwoordelijkheid






1.1.2. Beschrijving



LP 1 – Permanente dienstverlening via verschillende kanalen
Klantendiensten omvatten de beantwoording van vragen via telefoon,e-mail,webcontact en aan de balie.
Naast de beantwoording van vragen door personen omvat het proces klantendiensten ook de automatische routering en beantwoording van vragen via de genoemde kanalen met behulp van een voice-respons systeem en een e-mail managementsysteem.
Er wordt een organisatorisch onderscheid gemaakt tussen 1ste en 2de lijn.Voor veel voorkomende vragen is er een call-center 1ste lijn. Beantwoording vindt plaats met behulp van scripts en FAQ’s die voor gans het land dezelfde zijn. In de 2de lijn worden persoonsgebonden vragen beantwoord zoals statusvragen (status van inning,teruggave,…). In de 2de lijn kunnen alle medewerkers de persoonsgebonden gegevens raadplegen. De 2de lijn schakelt de backoffice (3de lijn) in voor zeer gespecialiseerde of complexe persoonsgebonden vragen.
Iedere klantendienst beschikt over één of meer balies voor dienstverlening. Baliemedewerkers beschikken over dezelfde persoonsgebonden en niet persoonsgebonden gegevens als de medewerkers van call-centra in de 2de lijn.
Binnen iedere gewestelijke directie wordt een klantendienst ingericht voor informatiediensten. Gezien de omvang van de werkstroom wordt slechts één gewestelijke directie voorzien van een call-center 1ste lijn. Binnen alle directies vindt 2de lijnsondersteuning plaats. Deze wordt niet vermengd met de back-office.
Op de website van de entiteit Douane & Accijnzen worden informatiediensten, interactiediensten en transactiediensten aangeboden. Onder informatiediensten worden verstaan, informatie waarvan de klant zonder tussenkomst van een medewerker gebruik kan maken. De breedte en diepte van de informatie moet zodanig zijn dat 80% van de bezoekers het antwoord vindt op hun vraag. Interactiediensten zijn bedoeld voor klanten die een vraag willen stellen of een mededeling willen doen. De website zou zoekprogramma’s moeten hebben indien de klant het antwoord op zijn/haar vraag niet vindt. Zo wordt voorkomen dat de bezoeker terugvalt op balie, telefoon of e-mail. De entiteit Douane & Accijnzen biedt via haar website faciliteiten aan gericht op het tot stand komen van transacties met rechtsgevolgen.

Douane- en Accijnsprocedures verlopen elektronisch via één loket en zijn 24 uur per dag en 7 dagen per week mogelijk voor alle transacties, ook deze ten aanzien van andere overheidsdiensten die bevoegdheden hebben inzake het grensoverschrijdend goederenverkeer. Informatie over alle wet- en regelgeving is via internet beschikbaar.



LP 2 – Electronische aangifte en geautomatiseerde aangiftebehandeling

De transacties moeten met een elektronisch formulier via het net gebruiksvriendelijk kunnen ingegeven worden op de douanesystemen of rechtstreeks uit de computer van de operator worden aangeleverd aan de douanecomputer.


Aangiften bij binnenkomen en uitgaan van goederen in alle zee- en luchthavens en zones voor tijdelijke opslag gebeuren elektronisch en pre-arrival voor risicobepaling en versnelde vrijgave van goederen. De ontbrekende gegevens worden achteraf elektronisch ingediend, hetzij voor de vrijgave van de goederen, hetzij achteraf conform een vergunning.
Door doorgedreven automatisering gebeurt de volledige verwerking van alle elektronische aangiften papierloos.
Elektronische aanbrengst en elektronische beschikbaarheid van aangiften maken een snelle en doelgerichte selectie van te controleren aangiften mogelijk. Daartoe moet per soort van geautomatiseerd aangiftesysteem worden voorzien in een (verbeterd) systeem voor geautomatiseerde selectie.
De inning en borgstelling gebeuren gecentraliseerd in één nationaal kantoor. De invordering wordt georganiseerd op het niveau van een gewestelijke directie.
Schriftelijke aangifte blijft mogelijk, maar het aantal vestigingen waar dit kan gebeuren is beperkt evenals de openstellingtijden van die vestigingen. De plaatsen waar nog papieren aangiften kunnen worden gedaan, zijn enkel aangiftepunten waar de manuele aangifte in het elektronisch douanesysteem worden gebracht. Betalingen gebeuren eveneens via het centraal kantoor.

LP 3 – Centrale en locale risicobeheersing stuurt de controles

Er is een centrale regie op informatie. Informatie over goederenstromen, doelgroepen , klanten en over misbruik en oneigenlijk gebruik van wet-en regelgeving wordt centraal gegenereerd, bewerkt en verwerkt volgens een risicobeheersingmodel. Daarnaast is er op elk N-3 niveau een lokale informatiefunctie.



Opdrachten voor specifieke en algemene controles van aangiften, fysieke controles, mobiele controles en administratieve controles worden door de nationale en de lokale informatiefunctie opgesteld op grond van risicoprofielen en zijn voor de uitvoering bindend van karakter. Controles hebben een hoge scoringskans en worden lokaal uitgevoerd met een gering oponthoud in de logistiek. Algemene controles worden verricht op basis van centraal vastgestelde normen waarbij risico’s over goederen en klanten vooraf worden onderkend.
Nationale risicoprofielen en controleopdrachten worden vooraf gezamenlijk beoordeeld op hun scoringskansen en haalbaarheid qua in te zetten middelen door een team van risicomanagers bestaande uit een risicomanager per gewestelijke directie en een nationale risicomanager.

LP 4 – Fysieke controle op logistieke rustpunten door mobiele teams
Fysieke controles worden verricht op logische rustpunten van de logistieke keten en leiden tot niet meer oponthoud dan met het oog op het verrichten van een adequate controle noodzakelijk is.
Fysieke controle vindt plaats door mobiele teams. Zij krijgen vanuit een regionaal punt opdrachten om fysieke controles te doen die kunnen voortvloeien uit verschillende oorzaken (selectie van een aangifte, selectie van een klant, selectie van een melding, selectie van vervoermiddelen, preventieve aanwezigheid,…). Meldingen in het kader van het stelsel Toegelaten afzender/ Geadresseerde worden per e-mail eveneens toegezonden naar het regionaal punt.
Het zwaartepunt van de fysieke controles wordt verlegd naar de niet fiscale taken Voor fysieke controles rond de uitvoering van niet fiscale taken worden met de regelgevende FOD’s controleniveaus vastgesteld en worden controles waar mogelijk tezamen uitgevoerd.

LP 5 – Gesegmenteerde klantbehandeling inzake controle gebaseerd op een goed gedocumeenteerde risicoinschatting en in coordinatie met andere fiscale en niet fiscale entiteiten van FOD financiën
De interne controlesystemen van vergunninghouders en de controles van Douane & Accijnzen vormen bij afleveren van vergunningen één geheel om zekerheid te verstrekken over de naleving van de reglementering. Dit houdt in dat vergunninghouders met een laag non-compliance risico ook minder hinder zullen ondervinden van controles van Douane & Accijnzen.
De klantbehandeling maakt onderscheid tussen de individuele behandeling van grote klanten en doelgroepaanpak van andere klanten.
Doelgroepaanpak richt zich op het onderzoeken, analyseren en vervolgens detecteren, controleren en afdekken van risico’s die verbonden zijn aan goederen. Deze goederen zijn ingedeeld in een aantal doelgroepen. Elke gewestelijke directie is verantwoordelijk voor één of meerdere doelgroepen. De risico’s worden op één plek beschreven met de bijbehorende controleopdracht. Hierdoor ontstaan per gewestelijke directie kenniscentra. De doelgroepaanpak leidt tot nationale controleopdrachten die worden uitgezet door de centrale informatiefunctie. Daarnaast blijft ruimte voor controles op lokaal niveau. Aan de doelgroepen kunnen ook specifieke risico’s eigen aan klanten worden toegevoegd (vervoerders, koerierdiensten, aangevers,…).
De verantwoordelijkheid van de controleaanpak volgens de doelgroepaanpak ligt bij de proceseigenaar van het proces klantbehandeling die per gewestelijke directie wordt aangewezen die per gewestelijke directie worden aangewezen.
Op basis van bepaalde criteria (bijvoorbeeld complexiteit, bedrag van zekerheid,…) worden de belangrijkste klanten geselecteerd. Daarvoor wordt een individuele controleaanpak uitgewerkt op basis van de stappen van de controlecyclus. De verantwoordelijkheid van de adequate controleaanpak ligt bij de proceseigenaar.
De uitvoering van de controles wordt op een uniforme manier vastgelegd in een enig klantendossier. Over de bevindingen en genomen maatregelen wordt eveneens gerapporteerd aan de centrale informatiefunctie voor het ontwikkelen van leercirkels op aangifteniveau, doelgroepniveau en klantniveau.

Per klant wordt een klantcoördinator aangewezen met als verantwoordelijkheden:

-aanspreekpunt van de klant bij de administratie;

-gezicht van de administratie naar de klant toe;

-bijhouden van het klantendossier.
Administratieve controles worden zoveel mogelijk uitgevoerd in coördinatie met de entiteiten Grote ondernemingen en KMO’s.
Naast doelgroepbeschrijvingen en controleopdrachten hebben de proceseigenaars voor de klantbehandeling, om hun controlewerkzaamheden uit te werken, eveneens de beschikking over:

-wet en regelgeving (schriftelijk en via het intranet);

-toelichtingen in de vorm van handboeken (Douane, Accijnzen, Controle en Klantbehandeling).
Wet en regelgeving en hun commentaar worden departementbreed opgesteld door een zo klein mogelijk specialistenteam in samenwerking met de cel Beleidsvoorbereiding. De opstelling van handboeken en leidraden wordt toevertrouwd aan een centrale dienst met de wetgevende entiteit (N-1) of de entiteit Douane & Accijnzen (N-2) als opdrachtgever.
Op iedere gewestelijke directie is er een technisch team voor de behandeling van technische douane- en accijnszaken. Per product (minerale olie, bier, CDW,…) is er een kennisgroep die bestaat uit een vertegenwoordiger van het technisch team van iedere directie en die werkt onder het voorzitterschap van de centrale dienst bevoegd voor de opstelling van handboeken en leidraden. Deze kennisgroepen beoordelen de toepassing van de bestaande wetgeving, de toepasbaarheid van nieuwe wetgeving, bepalen de risico's inzake misbruik en oneigenlijk gebruik van wet-en regelgeving en werken mee aan de opstelling van handboeken en leidraden. Per gewestelijke directie is er tevens voor ieder product een vakkring met specialisten uit de directie die werkt onder het voorzitterschap van de vertegenwoordiger in de kennisgroep. Zij staan in voor de implementering van nieuwe reglementering, de evaluatie van bestaande reglementering en het uitwerken van risicoprofielen en controleopdrachten voor het afdekken van risico's inzake misbruik en oneigenlijk gebruik van wet- en regelgeving..


LP 6 – Electronisch gegevens huishouden dat actuele, beschikbare, coherente en geïntegreerde informatie bevat

Het elektronisch gegevensbeheer en de communicatie moeten ervoor zorgen dat gegevens slechts één keer verstrekt worden door de operator.

Binnen de Europese Unie zal er naar gestreefd worden om controles met een zelfde

finaliteit slechts één keer uit te voeren. Dit vergt coördinatie en een vlotte, snelle uitwisseling van gegevens. Ook om andere redenen moet een toenemende uitwisseling op douane- en accijnsgebied met de Europese Commissie en andere lidstaten mogelijk zijn.


De informatie over het gedrag van de klant en de doelgroep is actueel en op ieder moment beschikbaar voor zowel relevante gebruikers in de FOD-financiën als voor andere relevante overheidsdiensten binnen de wettelijke kaders van geheimhouding en gegevensverstrekking.
In samenwerking met de andere entiteiten van de FOD-financiën en met andere relevante FOD’s wordt het enig klantendossier ontworpen om zoveel mogelijk hergebruik van informatie mogelijk te maken.
Alle relaties van een klant met de FOD-financiën moeten in beeld kunnen worden gebracht in een geïntegreerd klantbeeld.
Informatie over klanten, doelgroepen en goederen als mede wet- en redegeving, handboeken en leidraden worden elektronisch ter beschikking gesteld van de ambtenaren.

LP 7 – Kwalitatief hoogwaardig en verantwoordelijke personeel opererend in klantgerichte organisatiestructuren en een leerijke werkomgeving

Bij de BPR-aanpak denken we vanuit klantverwachtingen en de vereiste van een kwalitatief hoogwaardige rechtshandhaving. Die benadering “ van buiten naar binnen” is essentieel. Interne aspecten als de organisatiestructuren zijn er ondergeschikt aan.


Een kleiner aantal diensten en een “plattere” organisatie moeten leiden tot kortere en directe bestuurslijnen en vereenvoudigen de onderlinge coördinatie.
De entiteit Douane & Accijnzen zal blijven beschikken over omvangrijke toezichthoudende diensten die zullen blijven opereren vanuit meerdere vestigingen zo dicht mogelijk bij de logistieke keten. Daarnaast heeft de administratie nood aan gespecialiseerde groepen met betrekking tot de kennis- en informatiefunctie en de behandeling van grote individuele klanten. Die groepen zullen worden ingericht op elke gewestelijke directie. Administratieve controles worden uitgevoerd door klantteams die zullen operen vanuit iedere gewestelijke directie.
In iedere gewestelijke directie is er een proceseigenaar die binnen zijn directie verantwoordelijk is voor het gehele traject van het betrokken werkproces. Dit betreft de voorbereiding van het uitvoeringsbeleid, de opdrachtformulering, de uitvoering, de implementatie en de evaluatie.
Belangrijk voor de nieuwe processen is dat de entiteit Douane & Accijnzen aantrekkelijk is voor mensen om er te werken en ruimte wordt gegeven aan professionele, deskundige medewerkers om hun werk gestalte te geven. Continu leren en kennisbeheer worden hoofdthema’s evenals het vermogen om samen te werken in flexibele en resultaatgerichte werkverbanden. Bepalend is ook de keuze om een zo breed mogelijk pakket van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden bij de medewerkers en het plaatselijk management te leggen en hen aan te spreken op het behalen van afgesproken resultaten.






Programma Opsporing & Onderzoek

luik 2 :

strategie







Aangepast document na stuurgroep 12 november 2001









2.Beschrijving van het strategisch kader van het programma Opsporing & Onderzoek




2.1. Strategische principes en objectieven

2.1.1. Overzicht





Strategische principes

Objectieven

  • Professioneel Intelligence Management

  • Verbeteren van de beschikbaarheid van informatie

  • Verbeteren van de kwaliteit van informatie

  • Verbeteren van het gebruik van informatie

  • Organiseren van de captatie van inlichtingen

  • Samenwerking en Communicatie

  • Uitwerken van de samenwerking met Douane & Accijnzen

  • Uitwerken van de samenwerking met andere diensten van de FOD Financiën (onder meer de Eenheid Fraudebestrijding)

  • Verbeteren van de samenwerking met andere nationale instanties

  • Verbeteren van de samenwerking met internationale instanties

  • Optimaliseren van de interne samenwerking binnen en tussen de eigen opsporingsinspecties

  • Optimaliseren van de samenwerking tussen de centrale dienst en de lokale inspecties

  • Verbeteren van de kwaliteit van de uitgestuurde communicatie

  • Meer aandacht besteden aan PR en communicatie voor het brede publiek

  • Kwaliteit van de uitvoering

  • Verhogen van het professionalisme: verminderen van het aantal fouten in dossiers

  • Verhogen van het professionalisme: verbeteren van de doorlooptijd van de dossiers

  • Verhogen van het professionalisme: doelgerichte opbouw van onderzoeks-dossiers (hoeveelheid informatie)

  • Effectiviteit verhogen: meer dossiers die tot vaststelling leiden (hit rate)

  • Personeelsbeheer: behouden van ervaren personeel (minder uitstroom)

  • Personeelsbeheer: beter invullen en opvolgen van personeelsplan (meer en betere instroom)

  • Organisatie en middelen: over voldoende adequate middelen beschikken

  • Organisatie en middelen: een voldoende flexibel kader creëren met het oog op een gecoördineerde implementatie van nieuwe technieken

  • Een beter imago verkrijgen bij andere nationale en internationale instanties

  • Pro-activiteit

  • Verhogen van het aantal zelf geïnitieerde dossiers

  • Invoeren van selectiviteit in dossiers op basis van vooraf bepaalde prioriteiten

  • Invoeren van strategische fraudeanalyse als basis voor selectiviteit

  • Aansturen van de beleidsvoorbereiding inzake D&A door strategische feedback

  • Bijdragen tot de beleidsuitvoering van andere entiteiten door strategische feedback


2.1.2 Beschrijving en verantwoording van strategische principes



Professioneel Intelligence Management

Dit principe houdt in:



  • Verbeteren van de captatie, de opslag, de verwerking, de analyse en de beschikbaarheid van de informatie

  • Uitbouw van een ICT-systeem, een formeel proces en een aangepaste organisatie

Dit principe zal leiden tot:

  • Meer effectiviteit : een professioneel beheer van de informatie optimaliseert de beschikbaarheid ervan en dus ook de exploitatiemogelijkheden

  • Meer efficiëntie : een professioneel beheer van de informatie zal leiden tot vermindering van de inspanning die nodig is om de voor een onderzoek nuttige info samen te brengen

  • Meer transparantie : een professioneel beheer van de informatie biedt zicht op de wijze waarop de informatie wordt verworven (de bronnen) en aangewend (de afgewerkte produkten)

  • Meer consistentie : het professioneel beheer van de informatie laat toe de verbanden te leggen tussen de beschikbare info.

Samenwerking en Communicatie

Wat houdt dit principe in?

Alle diensteenheden die bij de fraudebestrijding betrokken zijn beschikken over een beperkt arsenaal aan middelen om hun bevoegdheden waar te nemen. Communicatie en samenwerking moeten ertoe leiden dat voor iedere actie de gepaste middelen worden ingezet door middel van :


  • Taakafbakening: tot waar reiken de bevoegdheden van de eigen dienst en waar beginnen die van een andere dienst? Wanneer komt men op mekaars terrein? Zie o.a. activiteiten O&O versus 1ste en 2de –lijscontroles.

  • Rolverdeling: welke dienstverlening mag men verwachten van andere diensten? Hoe moeten de verhoudingen zijn binnen de eigen organisatie? Zie o.a. principe van eenheid van commando.

  • Samenwerking: hoe wordt samengewerkt met andere diensten op ‘overlappende’ dossiers? Welke afspraken moeten worden gemaakt en hoe kunnen ze worden geformaliseerd? Hoe wordt principe van subsidiariteit geïmplementeerd?

  • Informatie-uitwisseling: hoe wordt informatie gestructureerd doorgegeven? Wat is het proces en de aangepaste organisatie (enig aanspreekpunt) die een correcte informatiestroom waarborgt?

  • Communicatie: wordt er helder gecommuniceerd? Wordt er voldoende gecommuniceerd?

Waarom werd gekozen voor dit principe?

  • Meer effectiviteit:

gebrek aan communicatie betekent gevaar voor misverstanden waardoor het welslagen van een onderneming, in casu onderzoek naar fraude, in het gedrang wordt gebracht.

  • Meer efficiëntie:

communicatie en samenwerking dragen bij tot het in overeenstemming brengen van ingezette middelen en doelstelling, hetgeen kostenbesparend werkt.

  • Meer transparantie en/of consistentie:

communicatie draagt bij tot openheid waardoor de basis wordt gelegd voor een transparantie met betrekking tot toegepaste methodes en beschikbare capaciteiten. Gebrek aan communicatie leidt tot een “onbekend=onbemind” situatie.

Kwaliteit van de uitvoering

Wat houdt dit principe in?



  • De kwaliteit van het proces in se: in termen van effectiviteit en van efficiëntie

  • De onderliggende factoren:

    • Beschikken over voldoende adequate middelen en personeel

    • Beschikken over een flexibel kader (ICT, personeels- en organisatiebeleid, logistiek, reglementering,...)

    • Autonomie inzake beheer van middelen is vereist om binnen het flexibel kader te zorgen voor beschikbaarheid van voldoende adequate middelen.

Waarom werd gekozen voor dit principe?

  • Meer effectiviteit,

Met het aangepaste gereedschap levert een ambachtsman het kwalitatief meest hoogstaande product af. Gebrek aan voldoende adequate middelen en/of personeel hypothekeren het bereiken van doelstellingen en leidt tot oneigenlijk gebruik van beschikbare middelen hetgeen op zijn beurt tot verlaging van kwaliteit leidt.

  • Meer efficiëntie,

In acht genomen het economisch principe van maximum rendement met minimum inspanning, stelde zich in het verleden dikwijls een probleem van synchronisatie en coördinatie :

    • Bij gebrek aan voldoende gekwalificeerd personeel kan aanwezige uitrusting niet rendabel worden aangewend

    • Bij gebrek aan flexibiliteit kunnen de middelen niet optimaal worden ingezet

    • De onvolledigheid van de implementatie belet een optimaal gebruik van bepaalde werkmiddelen (vb AFIS-netwerk)

  • Meer transparantie en/of consistentie

Het gebrek aan voldoende adequate middelen en personeel dwingt de organisatie tot een te groot aantal aanpassingen met een zgn “voorlopig” karakter die de transparantie ondermijnen en de samenhang van de organisatie sterk nadelig beïnvloeden.

Pro-activiteit

Wat houdt dit principe in?



  • Initiatief nemen in elke fase van het basisproces (analyse – aktie - conclusie)

  • Aansturen van beleidsvoorbereiding van D&A door feedback onder de vorm van fraude analyses

  • Bijdragen tot beleidsvoorbereiding en -uitvoering van andere entiteiten (nationaal en internationaal) door strategische feedback

  • Selectiviteit als sturingsprincipe hanteren: plannen en investeren in functie van vooraf bepaalde prioriteiten

Waarom werd gekozen voor dit principe?

  • Meer effectiviteit:

Afstoting van reaktieve taken die kaderen binnen 1ste en 2de lijnscontroles maakt middelen vrij voor O&O activiteit.

  • Meer efficiëntie:

De werkmiddelen van O&O zijn wat hun aard en kostprijs betreft verschillend van deze van D&A. Door hun specificiteit zijn zij doorgaans duurder. Het op basis van selectiviteit en prioriteiten inzetten van deze middelen zal hun rendement in gunstige zin beïnvloeden.

  • Meer transparantie en/of consistentie:

Het bevorderen van de pro-aktiviteit kadert perfect in het cyclische risico-analyse proces. Aan het bepalen van de prioriteiten zal een risico-analyse op strategisch niveau voorafgaan. De conclusies van deze analyse zullen periodiek op hun actualiteit, kwaliteit en volledigheid moeten worden geëvalueerd.







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina