Programma en samenvatting lezingen (Syllabus) ankona-ontmoetingsdag 8 februari 2014



Dovnload 115.23 Kb.
Datum22.07.2016
Grootte115.23 Kb.
PROGRAMMA en SAMENVATTING lezingen (Syllabus)
ANKONA-ontmoetingsdag 8 februari 2014
(de powerpoint-presentaties zullen als pdf-bestanden vanaf maart te downloaden zijn van de ANKONA-website: www.ankona.be > rubriek ‘ontmoetingsdagen’> ‘2014’)

PROGRAMMA

Voormiddag
9u30u - 9u40: Verwelkoming (Hilde Van Look, departementshoofd Leefmilieu) (T.103, grote aula)
9u50 - 12u10: Praktische workshop A: Microscopie ‘Kijken naar de anatomie van bladeren’ (Koninklijk Antwerps Genootschap voor Micrografie (KAGM)) (U.003, kelder, bioruimte)
9u50 - 12u10: Parallelle SESSIE 1: ‘(A)biotisch’ en toch actief! (zaal T.148)

9u50: Behaag Natuurlijk 20/30: 20 jaar actie i.s.m. 30 gemeenten/milieuraden (Erik De Keersmaecker, coördinator van behaagactie Natuurpunt)

10u25: Abiotiek en de relatie met beheerdoelen in het natuurgebied Langdonken-Goor (Herselt) (Piet De Becker en Lon Lommaert, INBO)

11u00: Natuurrestauratie op voormalige landbouwgronden via uitmijnen van fosfor: eerste resultaten in natuurgebieden 'Landschap de Liereman' (Oud-Turnhout) en het 'Vrieselhof' (Oelegem) (Jan Mertens en Stephanie Schelfhout, UGent)

11u35: 50 jaar mineralogisch onderzoek in Vlaanderen (Hugo Bender, Mineralogische Kring Antwerpen (MKA))
9u50 - 12u10: Parallelle SESSIE 2: Onder en boven water (zaal T.105)

9u50: Samenwerking rond de monitoring van fauna-akkers in de provincie Antwerpen (Thomas Impens, Regionaal Landschap de Voorkempen en Peter De Batist, Koninklijke Antwerpse Vereniging voor Entomologie (KAVE))

10u25:"Biodiva-scan" in de praktijk bij MVO-bedrijven (Els Driessens, provincie Antwerpen en Jan Van Den Berghe, SPK vzw)

11u00: e-DNA of Environmental-DNA: een krachtig instrument voor het monitoren van (water-)organismen? (Joachim Mergeay, INBO)

11u35: Baseline-project: leven in de Ekerse putten - domein Muisbroek ( Ben van Asselt en Peter Konings, duikersclub ‘Project Baseline Belgium’)
9u50 - 12u10: Parallelle SESSIE 3: Wat vliegt daar? Vogels en vleermuizen (T.103, grote aula)

9u50: 30 jaar roofvogel- en uilenonderzoek in de Zuiderkempen (Herman Berghmans, Ringgroep Demervallei – KBIN en Ludo Smets, Kerkuilwerkgroep Vlaanderen - afdeling van Vogelbescherming Vlaanderen vzw)

10u25: De Kalmthoutse Heide na de brand: onderzoek naar grondbroedende vogels (Annelies Jacobs, UA en Glenn Vermeersch, INBO)

11u00: Weidevogels in de Noorderkempen (A Silent Spring?) (Stijn Leestmans, VLM)

11u35: Vleermuizeninventarisatie (met behulp van batdetectors) binnen het werkingsgebied van Natuurpunt Zuidrand Antwerpen (Daniel Sanders, VLM en Johan De Ridder, Natuurpunt Zuidrand Antwerpen)

Middagpauze

Vanaf 12u00: broodjesmaaltijd en mogelijkheid tot het bezoeken van info- en boekenstands


Vertoning 2 natuurfilms (T.103, grote aula)

13u00 – 13u15: ‘Sporen vol leven’ - paddenstoelennatuurfilm (Ludo Bosmans)

13u15 – 13u40: ‘Natuur in de stad’ – natuurfilm over Boekenbergpark, Deurne (Roald Roos)
Namiddag

13u45 - 15u15 (16u30): Praktische workshop B: ‘Vleermuizen onderzoeken in de fortengordels' (lokaal U.003, kelder, bioruimte)(Sven Verkem, N8 en Ben Van der Wijden, Vleermuizenwerkgroep Natuurpunt)


(plenum-lezingen :grote aula, T.103)
13u45: Korte berichtenrubriek :

  • 13u45-13u50: boek “De water- en oppervlaktewantsen van België” (Eric Stoffelen)

  • 13u50-14u00: de nieuwe AMK-website + publicatie Cortinarius subg. Telamonia in Vlaanderen (Lieve Deceuninck, KVMV-AMK)

  • 14u00-14u10: Versie 2.0 ‘Dieren onder Wielen’ (Diemer Vercayie, Natuurpunt Studie)

14u10: Waardebepaling van hoogveenrelicten in de provincie Antwerpen (Herman Stieperaere, Plantentuin Meise en Dirk De Beer, Vlaamse Werkgroep Bryologie en Lichenologie (VWBL))


14u45: Onderzoek natuurlijke en niet-natuurlijke tuinen (Liesbeth Vogels, Thomas More Hogeschool Kempen, Agro - en Biotechnologie)
15u15: PAUZE
15u45: Opvolging Amerikaanse stierkikker in de provincie Antwerpen (Mieke Hoogewijs, Soortencoördinator provincie Antwerpen)
16u10: Vlaams meldpunt voor invasieve exoten: samen op de uitkijk (Tim Adriaens, INBO)

16u35 (-18u00): RECEPTIE



SAMENVATTING VAN DE LEZINGEN

VOORMIDDAG (9u50 - 12u10)

Praktische workshop 1 A ( in Bioruimte, gebouw U, kelder)

Titel van de workshop: Microscopie ‘Kijken naar de anatomie van bladeren’ (Koninklijk Antwerps Genootschap voor Micrografie (KAGM))

Voornaam en naam van de workshopbegeleiders: Frank van Campen

Korte CV: vrijwilliger en voorzitter van KAGM – Koninklijk Antwerps Genootschap voor Micrografie

Samenvatting van de workshop:

(Zij die zich vooraf hadden ingeschreven voor deze ‘praktische’ workshop kunnen deelnemen. Max aantal deelnemers is 20)


Werkvorm: practicum, waarbij de nadruk vooral ligt op eenvoudig prepareren en vervolgens bekijken.

De volgende items zullen worden toegelicht:

-Microscopische structuur van bladeren, bladweefsels, huidmondjes, bladgroenkorrels enz…

-Welke bladeren zijn geschikt?

-Verse bladeren of geconserveerd?

-Kunnen ze direct onder de microscoop, of dient er eerst geprepareerd te worden?

-Hoe maken we eenvoudig en snel dunne coupes van bladeren?

-Wanneer en hoe moeten we kleuren.

Tijdens het practicum zal elke deelnemer verschillende tijdelijke preparaten kunnen maken en bekijken onder de microscoop.

De nadruk ligt dus op eenvoudig prepareren en vooral bekijken van de bladstructuur van diverse planten.



Contactgegevens: vancampen.frank@gmail.com

Nuttige links info op website: http://www.microscopie.be


Sessie 1: ‘(A)biotisch’ en toch actief! (T.148)


Titel van de voordracht: Behaag Natuurlijk 20/30: 20 jaar actie i.s.m. 30 gemeenten/milieuraden


Voornaam en naam van de spreker: Erik De Keersmaecker, coördinator van behaagactie Natuurpunt

Korte CV: actief binnen Natuurpunt afdeling Rupelstreek

Samenvatting van de lezing: In 1994 werd op initiatief van Natuurpunt Behaag de Rupelstreek opgestart. Streefdoel was de promotie voor het aanplanten van streekeigen hagen en houtkanten in het landschap en in tuinen. En het doorbreken van een trend. Een trend, waarbij het toen bijna vanzelfsprekend was, dat ieder Vlaams tuintje afgeboord werd door 2 rijen coniferen, met ertussen een strak gazonnetje.

Het idee was niet nieuw, ook in enkele andere Vlaamse regio’s liepen dergelijke acties. Die acties waren echter vooral gericht op landelijke gebieden.

Snel kwam er een uitbreiding van het aantal deelnemende gemeenten en de actie werd omgedoopt tot Behaag..Natuurlijk. Die uitbreiding kwam er als een soort vanzelfsprekendheid en zette zich vorig jaar verder door, met voor het eerst ook de promotie van de actie in Duffel, Malle en Zoersel.

Aanhankelijk was het aanbod beperkt tot pakketten bestaande uit gemengde hagen en houtkanten. Ook daar kwam langzaam verandering in. Het aanbod werd uitgebreid met pakketten bestaande uit één plantensoort, knotwilgpoten, klimplanten en telkens ook de boom of bomen van het jaar.

Organisatorisch zorgt Natuurpunt voor de coördinatie van de actie, de contacten met de boomkweker en het plaatsen van de bestellingen. De deelnemende gemeenten zorgen voor de promotie, registratie van de bestellingen en het ter beschikking stellen van een lokaal voor het samenstellen van de plantpakketten.

Die pakketten worden samengesteld door vrijwilligers van Natuurpunt, leden van milieuraden, en soms door groenarbeiders van de gemeente.

Na de opstart van regionale landschappen, werd de klemtoon van de actie deels verlegd naar de verkoop van autochtone planten.

In 2013 liep Behaag..Natuurlijk in 30 gemeenten in het westen van de provincie Antwerpen, van Sint-Amands in het zuiden tot Kalmthout in het noorden van de provincie, met opnieuw een ruim aanbod:

- Pakketten: houtkant, houtkant natte gronden, geschoren haag, doornhaag, bloesem- en bessenhaag, veldesdoornhaag, meidoornhaag, sneukelbosje, vogelbosje, taxushaag, haagbeukenhaag en beukenhaag.

- Klimplanten: bosrank, wilde kamperfoelie en hop.

- En de bomen van het jaar: winterlinde en lijsterbes.

- Ook de knotwilgpoot zat opnieuw in het aanbod.

- Nieuw in 2013 was de verkoop van bijenhotelletjes. Bijenhotelletjes die gefabriceerd werden bij Den Atelier in Niel. Den Atelier is een arbeidszorgcentrum voor mensen, die omwille van een arbeidsbeperking, niet terecht kunnen in de gewone tewerkstelling.

Behaag..Natuurlijk wordt gepromoot in de gemeentelijke info-krantjes van de deelnemende gemeenten. Steeds in de periode september/oktober. Tot eind oktober kunnen de inwoners een bestelling plaatsen. De bedeling van het plantgoed heeft doorgaans plaats op de laatste zaterdag van november.

De 20ste editie van Behaag..Natuurlijk leverde opnieuw een mooi resultaat op, met 86.097 verkochte planten, 428 knotwilgpoten, 473 klimplanten, 105 hoogstambomen en 347 bijenhotelletjes. Een totaal van 87.450 stuks, daarmee werd de 3de beste score van de campagne ooit gehaald. Topgemeente qua verkoop was de gemeente Duffel, met 7.279 verkochte planten.


  • Contactgegevens: Coördinatoren:

  • Luk Smets: luk.smets@telenet.be

  • Erik De Keersmaecker: erik.dk@skynet.be

Nuttige link en info op website: Website ‘Behaag..Natuurlijk’: www.natuurpunt.be/behaag





Titel van de voordracht: Abiotiek en relatie met beheerdoelen in het natuurgebied Langdonken-Goor

Voornaam en naam van de spreker: Piet de Becker en Lon Lommaert (Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek , INBO)

Korte CV: Piet de Becker: onderzoeker dienst Milieu en Klimaat

Lon Lommaert: onderzoeker dienst rapportering en advisering



Samenvatting van de lezing: In de gebieden Langdonken en Goor werd in 2000 tot 2005 een Life-project uitgevoerd met herstel van water- en moerasvegetaties.

Voor dit project voerde INBO een ecohydrologische studie uit waarin de landschappelijke, geohydrologische en milieucontext van de gebieden bekeken werd. De bedoeling was om na te gaan welke natuurtypen op welke locaties het meest kansrijk zijn en waar ze op een zo duurzaam mogelijke manier kunnen worden in stand gehouden.

Piet de Becker stelt de resultaten van deze studie voor en illustreert het belang van meetgegevens om tot een systeembeschrijving en onderbouwde beheerbeslissingen te kunnen komen.

Lon Lommaert geeft aan hoe men plaatselijk, vertrekkend vanuit deze studie, een beheervisie realiseerde.



Contactgegevens: e-mails: piet.debecker@inbo.be; lon.lommaert@inbo.be ; werkadres:

Kliniekstraat 25, 1070 Brussel



Nuttige links info op website:



Titel van de voordracht: Natuurrestauratie op voormalige landbouwgronden via uitmijnen van fosfor: eerste resultaten in natuurgebieden 'Landschap de Liereman' (Oud-Turnhout) en het 'Vrieselhof' (Oelegem)

Voornaam en naam van de spreker: Jan Mertens en Stephanie Schelfhout (UGent)

Korte CV: Jan Mertens is docent landschaps- en groenbeheer aan de vakgroep Toegepaste Biowetenschappen (Universiteit Gent) en Stephanie Schelfhout is doctoraatsstudent bij dezelfde vakgroep en het labo voor Bos en Natuur (ForNaLab) van de Universiteit Gent.

Samenvatting van de lezing: Om aan de Europese verplichting tegemoet te komen en het verlies aan biodiversiteit te stoppen tegen 2020 moet Vlaanderen de komende jaren minstens 18 000 ha aan bijkomende habitat realiseren. De omvorming van voormalige landbouwgronden is vrijwel de enige optie om die uitbreiding te realiseren. Dit levert echter zelden het gewenste resultaat onder andere omwille van de hoge fosfor (P) gehaltes veroorzaakt door de jarenlange bemesting. Uit tal van studies blijkt dat de hoeveelheid fosfor die voor planten beschikbaar is omgekeerd evenredig is met de plantendiversiteit. Traditioneel worden dergelijke gronden verschraald met een maaibeheer waarbij een of enkele keren per jaar nutriënten samen met het hooi afgevoerd worden. Via deze maatregel kan het echter tientallen jaren duren, vaak zelfs meer dan honderd jaar, om voldoende arme omstandigheden te verkrijgen. Een alternatieve methode om de P-arme omstandigheden te herstellen is fosfor-uitmijning. Dit is een gewasteelt waarbij de P-afvoer op peil gehouden wordt door een selectieve bemesting van oa. stikstof. De overgang van landbouw naar natuur verloopt gradueel door deze P-onttrekkende landbouwtechniek. Er zijn echter nog tal van onzekerheden aan deze techniek: P-afvoer daalt met de tijd van uitmijnen door P-limitatie, afnemende voederkwaliteit van de geteelde gewassen, etc. Tijdens de presentatie worden de eerste resultaten besproken van uitmijnexperimenten in de Liereman en Vrieselhof, die al een gedeeltelijk antwoord bieden op voorgaande vragen.

Contactgegevens: e-mail: stephanie.schelfhout@ugent.be

Nuttige links info op website: fornalab.ugent.be



Titel van de voordracht: 50 jaar mineralogisch onderzoek in Vlaanderen

Voornaam en naam van de spreker: Hugo Bender

Korte CV: secretaris Mineralogische Kring Antwerpen

Samenvatting van de lezing: De Mineralogische Kring Antwerpen werd in 1963 opgericht en telt momenteel een 300-tal actieve leden. In de lezing wordt een overzicht gegeven van de activiteiten van de vereniging in haar 50-jarig bestaan ter ondersteuning van de mineralogische kennis van haar leden.

De provincie Antwerpen (en heel Vlaanderen) is bedekt met een dikke laag zanden (tot 600 m) waardoor het aantal vindplaatsen voor mineralen zeer beperkt is. In de voordracht worden een aantal vondsten tijdens de voorbije halve eeuw in Antwerpen en Vlaanderen besproken. Deze situeren zich voornamelijk in kleigroeven en tijdelijke ontsluitingen bij grote infrastructuur werken. Zowel in aantal als kwaliteit zijn die vondsten beperkt zodat de Antwerpse mineralogen aangewezen zijn op specimens uit andere regionen, op korte afstand zijn dat steengroeven in Wallonië en uiteraard vindplaatsen verspreid over de hele wereld. Zelf zoeken en vinden kan o.a. tijdens uitstappen georganiseerd door de vereniging of aanschaf op beurzen (o.a. Minerant).

Momenteel zijn wereldwijd 4684 mineraalsoorten beschreven waarvan slechts een 250-tal op zicht determineerbaar is. Voor hulp bij het determineren van de vondsten beschikt de vereniging over tal van hulpmiddelen waar de leden een beroep kunnen op doen : kennis van leden over specifieke vindplaatsen, uitgebreide bibliotheek, verschillende soorten microscopen (stereo-, donkerveldedelsteen- en polarisatiemicroscoop), optische meettoestellen voor edelstenen (polariscooop, dichroscoop, refractometer), fluorescentiespectrometer. Anderzijds wordt ook de mogelijkheid geboden mineralen tegen remgeldtarieven te laten analyseren bij gespecialiseerde laboratoria in musea en universiteiten. Verdere mogelijkheden om zich te verdiepen in de mineralogie zijn de maandelijkse MKA voordrachten, cursussen over mineralen herkennen, het mineralogisch tijdschrift Geonieuws en de website www.minerant.org


Contactgegevens: e-mail: secretariaat@minerant.org, tel. 03 440 89 87

Nuttige links info op website: www.minerant.org ; www.minerant.org/mineralenbelgie.pdf


Sessie 2: Onder en boven water (zaal T.105)


Titel van de voordracht: Samenwerking rond de monitoring van fauna-akkers in de provincie Antwerpen

Voornaam en naam van de spreker: Thomas Impens, Regionaal Landschap de Voorkempen; Peter de Batist, Koninklijke Antwerpse Vereniging voor Entomologie (KAVE); Jens D’haeseleer, Natuurpunt Studie

Korte CV: Thomas Impens, bioloog, medewerker natuur en landschap Regionaal Landschap de Voorkempen, Peter de Batist, ondervoorzitter KAVE, Jens D’haeseleer, bioloog, projectmedewerker wilde bijen Natuurpunt Studie

Samenvatting van de lezing:

Sinds 2009 werken verschillende wildbeheereenheden (jagersverenigingen) en landbouwers in de provincie Antwerpen samen aan de aanleg van fauna-akkers. Fauna-akkers zijn tijdelijke landschapselementen die ingezaaid worden in akkers en akkerranden op het platteland. Ze bestaan uit mengsels van groenbemesters, grassen, granen en kruiden en vormen zo tijdelijke elementen in het netwerk van kleine landschapselementen. Door het zorgvuldig kiezen van de soorten betekenen ze een meerwaarde voor bijen, hommels en andere insecten.

In 2013 werd in samenwerking met jagers en landbouwers en onder deskundige begeleiding van Natuurpunt Studie en de Koninklijke Antwerpse Vereniging voor Entomologie een eerste monitoring uitgevoerd van verschillende fauna-akkers in de provincie Antwerpen.

We hopen dat de resultaten mee richting kunnen geven aan het project en een verdere stimulans kunnen zijn voor de deelnemers aan het project.



Contactgegevens: e-mails: Thomas.Impens@rldv.provant.be, peter.debatist@kave.be, jens.dhaeseleer@natuurpunt.be

Nuttige links info op website: http://www.rldevoorkempen.be




Titel van de voordracht: ‘Biodiva-scan’ in de praktijk bij MVO-bedrijven

Voornaam en naam van de sprekers: Els Driessens, provincie Antwerpen en Jan Van Den Berghe, SPK vzw

Korte CV: : Els Driessens, projectleider BIODIVA, provincie Antwerpen , dienst Duurzaam Natuur- en Milieubeleid; Jan Van Den Berghe, Strategisch Plan Kempen –SPK vzw, projectmanager.

Samenvatting van de lezing:

Milieu en economie worden vaak als een ‘of-of’-verhaal voorgesteld. Recente ontwikkelingen tonen aan dat er zich een omwenteling voordoet. Men denkt na over hoe economische ontwikkeling kan samengaan met vermindering van milieudruk. Voor veel bedrijven en ondernemers is biodiversiteit echter nog een onbekend thema. Uit de praktijk blijkt dat biodiversiteit in vergelijking tot andere milieuthema’s geen prioriteit vormt. De provincie Antwerpen wil hier iets aan doen en lanceerde in de het BIODIVA-project, met de bedoeling de relatie tussen natuur en bedrijven in de provincie te versterken.

Tijdens deze lezing vertellen we u hoe dit allemaal in zijn werk gaat.


Contactgegevens: e-mail: els.driessens@admin.provant.be; tel. 03 240 57 57

Nuttige links info op website:




Titel van de voordracht: e-DNA of Environmental-DNA: een krachtig instrument voor het monitoren van (water-)organismen

Voornaam en naam van de sprekers: Joachim Mergeay

Korte CV: Dr. Joachim Mergeay is als bioloog verbonden aan het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, onderzoeksgroep genetische diversiteit. Daar bestudeert hij de criteria voor duurzaamheid van populaties in functie van populatiegrootte en van de hoeveelheid ecologische (en genetische) verbondenheid.

Samenvatting van de lezing: eDNA staat voor environmental DNA, oftewel DNA dat niet meer gebonden is aan cellen van organismen. Via het DNA van een organisme kan je in principe nagaan tot welke soort het individu behoort. Het bekomen van een “genetische vingerafdruk” om de soort te identificeren aan de hand van een kort stukje DNA noemt men ook wel DNA barcoding.

Als een organisme sterft of gewoonweg cellen verliest (dode huid, excretie, …) komt ook het DNA in de omgeving terecht. Als je dat eDNA kan isoleren en onderwerpen aan een barcoding procedure kan je in principe nagaan welke soorten er in die omgeving voorkomen.

Dit principe opent ongelooflijke deuren voor biodiversiteitsonderzoek. Men kan nu nagaan aan de hand van eDNA uit waterstalen welke vissen, amfibieën en andere waterbeestjes er in het water hebben gezwommen. Zonder nood aan feitelijke waarnemingen kan je in principe honderden waterlichamen screenen op de aanwezigheid van welbepaalde soorten of zelfs soortenlijsten opstellen.

Dit nieuwe veld in biodiversiteitsonderzoek evolueert enerzijds razend snel, maar blijft technisch zeer veeleisend. Hier overloop ik kort de geschiedenis van eDNA barcoding, en ga ik verder in op de huidige mogelijkheden, de beperkingen, uitdagingen en hoe we dit ook in de praktijk kunnen toepassen.



Contactgegevens: e-mail: joachim.mergeay@inbo.be, Gaverstraat 4, 9500 Geraardsbergen

Nuttige links info op website: http://www.inbo.be




Titel van de voordracht: Baseline-project: Leven in de Ekerse putten - domein Muisbroek?

Voornaam en naam van de spreker: Ben Van Asselt en Peter Konings, Project Baseline Muisbroek

Korte CV: Ben Van Asselt, coordinator Project Baseline Belgium; Peter Konings, vrijwilliger

Samenvatting van de lezing: Project Baseline is een vereniging van duikers met als doel het vaststellen van een ijkpunt (baseline) voor water door middel van het langdurig verzamelen van eenvoudige gegeven. Dit ijkpunt laat ons toe om te beoordelen hoe het gaat met onze wateren waar we zo graag in duiken. We kiezen bewust voor eenvoudige gegevens zodat iedereen die zich interesseert kan meedoen, en we gebruiken foto’s en video om ook niet-duikers te tonen wat er zich afspeelt onder het wateroppervlak.

Project Baseline is gesticht door een groep grotduikers uit Florida maar ondertussen zijn er deelnemers in 19 landen met projecten in zoet en zout water. In de provincie Antwerpen kijken we naar het Muisbroek in Ekeren. We zullen resultaten tonen van de wekelijkse metingen van 2013 en vertellen over onze toekomstplannen. Maar vooral hopen we u een blik te gunnen op een biotoop waar natuurliefhebbers maar moeilijk toegang toe hebben!



Contactgegevens: : http://www.projectbaselinebelgium.be/contact/

Nuttige links info op website:

http://www.projectbaselinebelgium.be/

https://www.facebook.com/ProjectbaselineMuisbroek




Sessie 3: Wat vliegt daar? Vogels en vleermuizen (T.103, grote aula) )


Titel van de voordracht: 30 jaar roofvogel en uilen- onderzoek in de Zuiderkempen.

Voornaam en naam van de spreker: Herman Berghmans en Ludo Smets.

Korte CV: Herman Berghmans: vrijwillige medewerker ringdienst Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN).

Ludo Smets: vrijwillige medewerker ringdienst Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) en voorzitter kerkuilwerkgroep Vlaanderen, afdeling van Vogelbescherming Vlaanderen vzw.



Samenvatting van de lezing: Sinds ongeveer 30 jaar worden er door de ringgroep Demervallei in de grensregio van de provincies Antwerpen, Limburg en Vlaams-Brabant roofvogel- en uilenjongen in het nest geringd. Waar het onderzoek oorspronkelijk beperkt bleef tot het ringen van de jongen om hopelijk vroeg of laat een hervangst van deze vogels te mogen noteren, is het onderzoek verder geëvolueerd naar een hele schare van data die worden onderzocht, opgeslagen en jaarlijks vergeleken. Zo wordt bij de jongen de vleugellengte gemeten om hun leeftijd te bepalen en alzo het legbegin te berekenen. Het gewicht vertelt veel over hun conditie en is ook bepalend voor het geslacht van een aantal soorten. Van de in bomen broedende roofvogels en uilen wordt eveneens de nestboomkeuze genoteerd en tenslotte eventuele prooiresten op het nest benoemd.

In de regio Zuiderkempen werden op deze manier in de loop der jaren broedgevallen onderzocht van Buizerd, Wespendief, Havik, Sperwer, Bruine kiekendief, Slechtvalk, Torenvalk, Boomvalk, Steenuil, Bosuil, Ransuil en Kerkuil. De resultaten van dit onderzoek worden getoond op deze 17de editie van de ANKONA-ontmoetingsdag.



Contactgegevens: e-mail: h.berghmans@skynet.be; ludo.smets6@pandora.be

Nuttige links info op website: www.kerkuilwerkgroep.be




Titel van de voordracht: De Kalmthoutse Heide na de brand: onderzoek naar grondbroedende vogels

Voornaam en naam van de spreker: Annelies Jacobs, UA en Glenn Vermeersch, INBO

Korte CV:

Samenvatting van de lezing: Sinds 2010 werkt het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek aan een onderzoek naar broedvogels op de Kalmthoutse Heide. Men wil er nagaan of het huidige natuurbeheer en dan met name de begrazing met schapen en runderen, al dan niet gunstig uitpakt voor op de grond broedende vogelsoorten als Boomleeuwerik en Roodborsttapuit. Voor een aantal soorten werden immers zogenaamde 'instandhoudingsdoelen' opgesteld. Dit zijn populatiedoelen die de verschillende soorten in de toekomst zouden moeten bereiken of behouden. In 2010-2011 werden in zes studieplots (4 mét schapenbegrazing en 2 zonder) zoveel mogelijk nesten van Boomleeuwerik gezocht en opgevolgd tot het uitvliegen van de jongen of tot het nest werd gepredeerd. Het onderzoek toonde aan dat de aanwezigheid van grazende schapen het nestsucces van de Boomleeuwerik negatief beïnvloedt. Het mechanisme hierachter moet waarschijnlijk gezocht worden in een toenemende predatiedruk, maar die blijkt verschillend in de loop van het broedseizoen. Meer hierover in het eerste deel van deze voordracht.

In 2011 werd de Kalmthoutse Heide midden in het broedseizoen getroffen door wat zou uitgroeien tot de grootste heidebrand ooit in dit gebied. Ruim 400 ha heide ging in vlammen op en een zone van bijna 600ha werd aangetast. Deze uitgangssituatie bood vanaf 2012 kansen om een studie naar de herkolonisatie door grondbroedende vogelsoorten op te starten. In samenwerking met de Universiteit Antwerpen werden sinds 2012 een aantal masterthesissen op dit onderwerp uitgeschreven. Het onderzoek in 2012 toonde aan dat Boomleeuwerik erg positief reageerde en fors toenam in de door de brand getroffen zones. Roodborsttapuiten verdwenen uit het grootste deel van het verbrande terrein, maar vestigden zich in grotere dichtheden in die delen van de heide die gespaard bleven. Netto bleef hun aantal op die manier stabiel. We keken tevens naar de invloed van natuurbeheer dat meteen na de brand werd opgestart. Verheugend daarbij was dat een bedreigde soort als de Veldleeuwerik positief reageerde op het maaibeheer in de afgebrande zone. In 2013-2014 werden nieuwe studenten bereid gevonden dit werk voort te zetten.



Contactgegevens: e-mails: glenn.vermeersch@inbo.be ; jacobs_liesje@hotmail.com

Nuttige links info op website:




Titel van de voordracht: Weidevogels in de Noorderkempen (A Silent Spring?)

Voornaam en naam van de spreker: Stijn Leestmans (VLM)

Korte CV: Stijn Leestmans, dienst beheerovereenkomsten en al jaren bezig met weidevogelbeheer in de Noorderkempen

Samenvatting van de lezing: De Noorderkempen is al jaren een hotspot voor weidevogels voor Vlaanderen. Voornamelijk voor grutto en wulp was de regio het belangrijkste gebied voor Vlaanderen en op deze twee soorten wordt dan ook gefocust.

In de lezing geven we een overzicht van de historiek van aantallen van 1956 tot nu, benoemen we de knelpunten van de achteruitgang, bespreken wat er vandaag aan weidevogelbeheer gebeurd en welke goede voorbeelden zijn van weidevogelbeheer in de Noorderkempen (best practices). Er wordt ook stilgestaan tussen de relatie vogelrichtlijngebied (Natura 2000) en weidevogels dmv de ruilverkaveling Weelde. Tot slot gaan we kijken wat de toekomst brengt voor de grutto en maken we de balans hoe a silent spring voor grutto kan vermeden worden in de Noorderkempen.

De lezing is een voorproefje van een uitgebreid artikel in natuur.oriolus later dit jaar van Marc Smets en Stijn Leestmans.


Contactgegevens: e-mail: stijn.leestmans@vlm.be

Nuttige links info op website: www.vlm.be




Titel van de voordracht: Vleermuizen-inventarisatie (met behulp van batdetectors) binnen het werkingsgebied van Natuurpunt Zuidrand Antwerpen

Voornaam en naam van de spreker: Johan De Ridder en Daniel Sanders

Korte CV: Johan De Ridder, bio-ingenieur in het land- en bosbeheer, vrijwilliger natuurstudie Natuurpunt Zuidrand Antwerpen; Daniel Sanders, ecoloog, projectleider en projectmedewerker Vlaamse Landmaatschappij.

Samenvatting van de lezing: Het is bekend dat de Antwerpse forten een belangrijke rol spelen voor de Vlaamse vleermuispopulaties tijdens de winter. Er is echter weinig informatie beschikbaar over het gebruik van de forten en tussenliggende gebieden als jachtgebied en zomerverblijfplaats. De aanwezigheid van vleermuizen en de aanwezige vleermuizenfuncties werden onderzocht met behulp van batdetectors in twee open-ruimte-gebieden tussen de Forten 6, 7 en 8: Het kasteeldomein Klaverblad en de vallei van de Kleine Struisbeek gelegen op het grondgebied van de stad Antwerpen. Het onderzoek kaderde in het charter voor biodiversiteit dat Natuurpunt en het district Wilrijk in oktober 2010 ondertekenden.

Het veldwerk werd uitgevoerd gespreid over twee jaar in de maanden april tot oktober van 2011 en 2012. In beide gebieden werd maandelijks een route met vaste telpunten gelopen. Op de telpunten werd de aanwezigheid en de vlieg- en jachtactiviteit van vleermuizen met behulp van batdetectors bepaald. In Schans 16 werd twee wintertellingen uitgevoerd om het belang als overwinteringsobject te duiden.

Er werden tijdens de inventarisatie 7 soorten vleermuizen waargenomen: gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus), ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii), laatvlieger (Eptesicus serotinus), rosse vleermuis (Nyctalus noctula), baardvleermuis (Myotis mystacinus), watervleermuis (Myotis daubentonii) en gewone grootoorvleermuis (Plecotus auritus). Dit zijn soorten die met zekerheid in de forten rond Antwerpen overwinteren.

De vliegactiviteit van gewone dwergvleermuis was het hoogst en was verantwoordelijk voor meer dan 85% van de totale activiteit van vleermuizen in het studiegebied. Ruige dwergvleermuis en laatvlieger vertoonden 7% en 3,4% van de vliegactiviteit. Gewone dwergvleermuis vertoonde vliegactiviteit gedurende de ganse inventarisatieperiode. Er werd een duidelijk maximum waargenomen in oktober (Klaverblad) en september (Kleine Struisbeek). Er werden op verschillende locaties baltsvluchten waargenomen, wat wijst op voortplantingsgedrag.

Het gebruik van Schans 16 als overwinteringsplaats voor vleermuizen werd aangetoond.

Het kasteeldomein Klaverblad wordt gekenmerkt door een afwisseling van weilanden, akkers en bossen. De verschillende functies zijn verweven via een netwerk van kleine landschapselementen. Dit maakt het een waardevol leefgebied voor vleermuizen. Er werd gedurende het hele voorjaar, zomer en nazomerseizoen activiteit van vleermuizen waargenomen. Er werden vliegroutes en jachtgebieden van vleermuizen in kaart gebracht.

De omgeving van de Kleine Struisbeek vormt een jachtgebied en verbindingscorridor voor vleermuizen. Het versterken van de functionele verbinding met andere (potentiële) leefgebieden zoals Groen Neerland, bosgebied Mariënborgh, Fort 6 en de Put van de Meyvis is een belangrijk aandachtspunt.

In de studie formuleerden we een reeks beschermings- en beheermaatregelen in functie van vleermuizen en studie-aanbevelingen om de vleermuisfuncties van de gebieden nog verder in kaart te brengen.

In 2013 wordt de studie verder gezet met inventarisaties van het bosgebied Mariënborgh (Edegem), Fort 7 (Wilrijk) en een uitgebreidere studie van de Klaverbladdreef (Wilrijk).


Contactgegevens: e-mails: Johan.deridder3@telenet.be; daniel.sanders@vlm.be

Nuttige links info op website: De Ridder, J. & Sanders D. (2013). Vleermuizenonderzoek in de omgeving van het kasteeldomein Klaverblad en de vallei van de Kleine Struisbeek te Wilrijk. Rapport Natuurpunt Zuidrand Antwerpen werkgroep Studie 2013/1.




Tijdens de MIDDAG (13u00 – 13u45) : 2 NATUURFILMS (lokaal T 103)
13u00 – 13u15: ‘Sporen vol leven’ - paddenstoelennatuurfilm (Ludo Bosmans)

13u15 – 13u40: ‘Natuur in de stad’ – natuurfilm over Boekenbergpark, Deurne (Roald Roos) – zie ook internet http://youtu.be/LVgCpbqZMfU



NAMIDDAG (13u45 – 16u35)


Praktische workshop 1 B (13u45 – 15u10 of naar keuze 16u30) (Bioruimte, gebouw U, kelder)

Titel van de workshop: Vleermuizen onderzoeken in de fortengordels

Voornaam en naam van de spreker: Sven Verkem, N8 en Ben Van der Wijden, Vleermuizenwerkgroep Natuurpunt

Korte CV:

Samenvatting van de workshop: Zie handleiding die wordt uitgedeeld aan de deelnemers van de workshop.

(Zij die zich vooraf hadden ingeschreven voor deze ‘praktische’ workshop kunnen deelnemen. Max aantal toegelaten deelnemers was 30)




Contactgegevens:

Nuttige links info op website: http://vleermuizen.natuurpunt.be


LEZINGEN in plenum: 13u45 – 16u35 (zaal T 103)


Korte berichten rubriek (mededelingen)

  • 13u45-13u50: recent boek “De water- en oppervlaktewantsen van België” (Eric Stoffelen)




  • 13u50-14u00: de nieuwe AMK-website + publicatie Cortinarius subg. Telamonia in Vlaanderen (Lieve Deceuninck, KVMV-AMK)




  • 14u00-14u10: Versie 2.0 van het project ‘Dieren onder Wielen’ (Diemer Vercayie, Natuurpunt Studie) – abstract zie infomap of www.dierenonderdewielen.be






Titel van de voordracht: Waardebepaling van hoogveenrelicten in de provincie Antwerpen


Voornaam en naam van de spreker: Dirk De Beer, Vlaamse Werkgroep Bryologie en Lichenologie en Herman Stieperaere, agentschap Plantentuin Meise

Korte CV: Dirk De Beer, provinciaal medewerker dienst Duurzaam Natuur- en Milieubeleid op rust; Herman Stieperaere, wetenschappelijk medewerker Agentschap Plantentuin Meise op rust.

Samenvatting van de lezing: De auteurs voerden een onderzoek uit met de bedoeling de huidige waarde te bepalen van de hoogveenrelicten in de provincie Antwerpen. Hiervoor werden vegetatie-opnamen gemaakt van alle gebieden met aanduiding “ces” op de Biologische Waarderingskaart. In die opnamen werden zowel vaatplanten als mossen opgetekend.

Uit de studie blijkt dat echt hoogveen sedert lang verdwenen is uit Vlaanderen. In enkele topgebieden kan nog wel gesproken worden van hoogveenrelicten, de overige terreinen zijn onder te brengen onder “venige natte heide” met kensoorten van het hoogveenveenmos-verbond.

Verder leverde dit onderzoek een belangrijke bijdrage tot de kennis van de (veen)mossen en van hun ecologie.

Tenslotte worden enkele tips gegeven voor het beheer en het herstel van deze systemen



Contactgegevens: e-mails: dirk.debeer@telenet.be; herman.stieperaere@br.fgov.be

Nuttige links info op website:




Titel van de voordracht: Onderzoek natuurlijke en niet-natuurlijke tuinen

Voornaam en naam van de spreker: Liesbeth Vogels

Korte CV: Onderzoeker en Praktijklector binnen de opleiding Agro- en Biotechnologie, Thomas More Kempen

Samenvatting van de lezing: : “Ecologisch? Dat is toch logisch!” is een LEADERproject (Regio Midden-Kempen Beweegt) van Thomas More Kempen, in samenwerking met IOK. Het belangrijkste doel van het project is tonen aan particulieren dat tuinieren ook kan, zonder het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen. Op de Geelse campus liggen sinds 2011, twee demonstratietuinen. Beide tuinen zijn identiek qua indeling. De natuurlijke tuin is aangelegd volgens eenvoudige ecologische principes en daar komen geen pesticiden aan te pas. In de niet-natuurlijke tuin kunnen toepassingen met chemische bestrijdingsmiddelen wel. Het voorkomen van natuurlijke vijanden in beide tuinen wordt gedurende de zomermaanden geïnventariseerd. Naast het gebruik van insecticiden in de niet-natuurlijke tuin en het voedselaanbod in de beide tuinen, zijn ook de omliggende habitats van een niet te onderschatten belang. Is ecologisch tuinieren haalbaar, en wat zijn de voordelen voor biodiversiteit van natuurlijke vijanden en bestuivers? Uit deze onderzoeksvragen is een nieuw project ontstaan: Biologische bladluisbestrijding in buitenteelten. Binnen dit project bekijken onderzoekers de aantrek van natuurlijke vijanden op verschillende planten. De onderzoeksresultaten kunnen particulieren en landbouwers in de toekomst gebruiken om tuinen en akkerranden optimaal aan te planten, in functie van natuurlijke vijanden en bijen.

Contactgegevens: e-mail: liesbeth.vogels@thomasmore.be

Nuttige links info op website: www.thomasmore.be; http://www.ecologischlogisch.be/;

https://www.facebook.com/ecologischlogisch






Titel van de voordracht: Opvolging Amerikaanse stierkikker in de provincie Antwerpen

Voornaam en naam van de spreker: Mieke Hoogewijs – Provincie Antwerpen

Korte CV: Mieke Hoogewijs is soortencoördinator bij de provincie Antwerpen – Dienst Duurzaam Milieu- en Natuurbeleid. Een van haar taken bestaat uit het coördineren van acties rond invasieve exoten in de provincie Antwerpen en dit doet ze in nauwe samenwerking met collega’s van het ANB, INBO, Natuurpunt Studie en Hyla.

In het Europees Interreg-project INVEXO stond Mieke bij de casus stierkikker in voor de communicatie.

Post-INVEXO was Mieke actief betrokken bij de begeleidingsgroep bij de onderzoeksopdracht “Opvolging van Amerikaanse stierkikker Lithobates catesbeianus in de provincie Antwerpen - Actieplan stierkikker (2013) door Sander Devisscher, Tim Adriaens, Robert Jooris, Gerald Louette & Jim Casaer


Samenvatting van de lezing: Deze lezing gaat voornamelijk over de onderzoeksopdracht:

‘Opvolging van Amerikaanse stierkikker Lithobates catesbeianus in de provincie Antwerpen’ - Onderzoeksopdracht in het kader van post-Invexo, Actieplan stierkikker (2013), Sander Devisscher, Tim Adriaens, Robert Jooris, Gerald Louette & Jim Casaer


De Noord-Amerikaanse stierkikker Lithobates catesbeianus figureert vanwege haar wereldwijde verspreiding en duidelijk aangetoonde effecten op de inheemse biodiversiteit op de IUCN lijst van 100 meest invasieve exoten in de wereld (Lowe et al. 2000). De belangrijkste negatieve gevolgen voor inheemse biota zijn concurrentie, predatie en de overdracht van pathogenen, maar ook effecten op het ganse aquatisch ecosysteem zijn gedocumenteerd (voor een overzicht verwijzen we naar de risicoanalyse voor België Adriaens et al. 2013). De EU Wildlife Trade Verordening ( 338/97) Appendix B verbiedt invoer van de soort in de EU sinds december 1997. De stierkikker is ook opgenomen in de bijlage bij het Verdrag van Bern - aanbeveling nr. 77 ( 1999) als een soort die een sterke bedreiging vormt voor de biologische diversiteit en waarvoor uitroeiing sterk aanbevolen wordt. Op verschillende plaatsen in Europa en de wereld wordt de soort bestreden. Kennis over de populatiedensiteit en vangbaarheid met gangbaar gebruikt vangstmateriaal is nodig om bestrijdingsprogramma’s te kunnen optimaliseren.

Uit de veldinventarisatie van 2013 (visueel, auditief en via interviews) die door Hyla vzw werden uitgevoerd, blijkt dat de soort zich uitbreidt via de Wamp richting de Kleine Nete. De aanwezigheid van reproducerende populaties in diverse vijvers in dit tussengebied werd bevestigd met behulp van proefvangsten (omgeving Kasterlee). Verder is er voor de Netepopulatie nog steeds verdere westwaartse uitbreiding vast te stellen tot Nijlen. Proefvangsten met dubbele schietfuiken konden de aanwezigheid van stierkikker in het natuurreservaat Vierkensbroek niet bevestigen.

In 2013 werd opnieuw afgevangen in geïsoleerde populatiekernen te Hoogstraten (twee vijvers) en Arendonk (drie vijvers). In Hoogstraten werden er 56 vangsteenheden gerealiseerd en in Arendonk 246. Uit de resultaten blijkt dat de twee vijvers in Hoogstraten nagenoeg stierkikkervrij zijn. De situatie in Arendonk is minder eenduidig. Hier zijn meerdere vijvers nog steeds besmet en zijn er indicaties dat de situatie verslechtert. Opvolgingsacties zijn in alle gevallen aangeraden. Onderzoek naar eventuele voortplanting in de Lokkerse Dammen, Rode Del en het Goorken, die mogelijk als bronpopulaties dienst doen voor dit vijvercomplex, en een gericht beheer hier kan de aanpak in Arendonk efficiënter maken.

Gebruik makend van de meermalige merk-hervangst methode, onderzochten we over twee jaar de densiteit (4,3 adulten/100 m oeverlengte), seksratio (mannelijk/vrouwelijk individuen: 1,64), en mobiliteit (mediane afstand afgelegd door mannelijke individuen: 25 m en vrouwelijke individuen: 83 m) van adulte stierkikkers in een populatie van verschillende kleine en ondiepe watertjes. Vangbaarheid van adulten met één dubbele schietfuik voor 24u rondde af op 0,7 % van de populatiegrootte (tegenover 6 % voor de larven). Op het eerste zicht lijkt deze vangsttechniek geen grootschalige verwijdering van adulte individuen mogelijk te maken. Het onderzoek in het kader van Interreg Invexo toonde aan dat dubbele schietfuiken wel zeer effectief en efficiënt zijn voor het vangen van larven. Het gelijktijdig gebruik van acht dubbele schietfuiken in een vijver op twaalf afzonderlijke vangstmomenten kan de aantallen larven tot onder een kritische drempel konden worden gebracht. Bij eenzelfde vangintensiteit en vangstinspanning zou een bijvangst van 46 % van de adulte populatie verkregen worden (ofwel 4 van de 9 aanwezige adulten op de 200 m oeverlengte van een gegeven vijver. Bijna de helft van het adulte segment zal dan ook geen deel meer kunnen nemen aan de voortplanting. Wanneer naast de herhaalde afvangst ook verdere voortplanting wordt verhinderd over meerdere jaren (bv. weghalen van eiklompen, afschermen van voortplantingsvijvers), kan dit leiden tot de controle van geïsoleerde populaties. Voor een meer realistische inschatting van het effect van de gelijktijdige verwijdering van adulten met dubbele schietfuiken is de toepassing van een dynamisch populatiemodel een mogelijkheid. Dit kan een beter inzicht verschaffen in de manier waarop het huidige beheer de demografie van populaties beïnvloedt en al dan niet succesvol kan zijn voor het bereiken van een bepaalde beheerdoelstelling (uitroeiing, beheersing). .



Contactgegevens: e-mails: mieke.hoogewijs@admin.provant.be; tim.adriaens@inbo.be; sander.devisscher@inbo.be

Nuttige links info op website: http://www.inbo.be/files/bibliotheek/86/253886.pdf




Titel van de voordracht: Vlaams meldpunt voor invasieve exoten: samen op de uitkijk

Voornaam en naam van de spreker: Tim Adriaens, Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO)

Korte CV: Tim is onderzoeker aan het Instituut voor Natuur-en Bosonderzoek (INBO). Werkzaam bij de afdeling Beheer en Duurzaam Gebruik, onderzoekgroep Faunabeheer, is hij het centrale aanspreekpunt en coördineert hij de activiteiten rond invasieve soorten binnen de wetenschappelijke gemeenschap op het instituut. Hij onderhoudt contacten met organisaties en instellingen op het gebied van exotenonderzoek en -beleid en levert expertise met betrekking tot invasieve soorten en biodiversiteit. Huidige onderzoeksonderwerpen omvatten ondermeer duurzame bestrijding van exotische ganzen en invasieve amfibieën, diverse invasieve plantensoorten, het conceptualiseren van een vroeg waarschuwingssyteem en onderzoek naar de impact van invasieve soorten. Tim coördineert ook Europese gefinancierde projecten (INVEXO, RINSE) over invasieve soorten op het instituut. Voorheen werkte hij aan het Instituut voor Natuurbehoud op diverse projecten rond biodiversiteit, ecologische netwerken en landschapsecologie.

Samenvatting van de lezing: Wereldwijd stelt men vast dat biologische invasies door uitheemse organismen meer en meer een bedreiging vormen voor lokale natuurwaarden. Ondertussen staat de problematiek opnieuw hoog op de beleidsagenda, getuige het in september 2013 door de Europese Commissie gelanceerde voorstel van verordening voor preventie en beheer van invasieve exoten. Het beleid van de Vlaamse overheid ten aanzien van invasieve exoten steunt op het Biodiversiteitsverdrag (CBD 1992). De CBD stelt een drietrapsbenadering voor bij de aanpak van exoten: preventie is de meest kosteneffectieve benadering. Daarna dient ingezet op snelle signalering en verwijdering (rapid response) en pas wanneer dit faalt, worden bestrijdingsacties op langere termijn overwogen. Naast een preventief beleid ten aanzien van nieuwe introducties, ondermeer via handelsverboden en quarantaine-maatregelen, vormt snel ingrijpen bij nieuwe invasies dus een belangrijk aandachtspunt bij de aanpak van biologische invasies door potentieel invasieve planten en dieren. Snelle detectie van nieuwe potentieel schadelijke uitheemse soorten met gedocumenteerde impact (economisch, volksgezondheid, biodiversiteitsverlies…) is essentieel om oplopende kosten van zowel schade als beheer van schade te vermijden. Het probleem pas oplossen wanneer het zich stelt is veelal een dure optie. Deze strategie wordt ook gevolgd door de Europese Commissie die het belang onderstreept van een pan-Europees Early Warning System om te rapporteren over nieuwe en opkomende invasieve exoten. Om over het gehele verspreidingsgebied effectief en efficiënt te kunnen werken, is centrale coördinatie en financiering nodig.

Tot voor kort was er binnen de Vlaamse Overheid geen centraal meldpunt voor dergelijke soorten, ondanks de hoge beleidsprioriteit en allerlei lopende (inter)nationale initiatieven. In 2011 werd door het Agentschap van Natuur en Bos (ANB) en het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) het initiatief genomen om een pilootproject op te starten. De ultieme doelstelling van dit initiatief is om voor Vlaanderen te beschikken over een early warning systeem voor invasieve exoten dat aansluiting vindt bij federale initiatieven én Europese vorderingen in het opzetten van een trans-Europees systeem. Voor een aantal notoire invasieve soorten lanceerden Natuurpunt, ANB en INBO daarom, in samenwerking met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en Natagora, een vroeg waarschuwings-systeem via de website waarnemingen.be. Je kan er waarnemingen melden en informatiefiches terugvinden over hoe je probleemsoorten herkent. Ook heb je er als terreinbeheerder de mogelijkheid om een alert in je mailbox te krijgen bij meldingen van invasieve soorten. De pilootfase liep van maart-november 2012 voor zowel gevestigde, opkomende als alarmlijst exoten. De bedoeling was om na te gaan hoe een dergelijk systeem voor melding van weinig aanwezige soorten kan werken, meer aandacht te ressorteren voor exoten in het inventarisatiewerk van vrijwilligers (citizen-science) en het hele proces van observatie en melding tot ingrijpen te stroomlijnen.

Naast het uittesten van de invoersite waarnemingen.be als early warning systeem had deze piloot meerdere spin-offs: op korte termijn de beschikking hebben over een meldpunt voor een selectie van invasieve uitheemse soorten waarrond initiatieven lopende zijn, via de implementatie een grotere aandacht voor invasieve exoten in inventarisatiewerk ressorteren, het mobiliseren van vrijwilligers voor het opvolgen van invasieve soorten en het aanleveren van informatie ten behoeve van betere vorming van veldwerkers en sensibilisering van burgers via de opmaak van herkenning- en informatiefiches over de verschillende soorten. In de presentatie gaan we in op de eisen waaraan een goed functionerend early warning voor exoten in Vlaanderen zou moeten voldoen. We presenteren ook enkele resultaten van het pilootproject, zoals de evolutie van het aantal meldingen, de homogeniteit van het melden voor diverse soorten(groepen), gebiedsdekkendheid van de surveillance, voor welke soorten het systeem goed werkt, de kwaliteit en validatie van de verzamelde gegevens en de mate van gebruik van het waarschuwingssysteem.

Ondertussen werd het pilootproject omgezet in een meer structurele samenwerking met Natuurpunt Studie en waarnemingen.be. Hopelijk kan het systeem ook naar de toekomst toe verdergezet, verbeterd en onderhouden worden. Het early warning systeem wordt nu al gebruikt voor verschillende rapid response projecten in Vlaanderen, ondermeer voor de bestrijding van invasieve waterplanten, rosse stekelstaart, Pallas eekhoorn, stierkikker, reuzenberenklauw en recent ook Chinese muntjak. We roepen iedereen op om blijvend aandacht te hebben voor invasieve exoten en zich te verdiepen soorten die te verwachten zijn en hoe ze te herkennen. Op die manier kan elke natuurvrijwilliger bijdragen aan het vroeg opsporen van voor het natuurbehoud potentieel problematische invasieve exoten.



Contactgegevens: Kliniekstraat 25, 1070 Brussel, tel 02 525 02 04, e-mail: tim.adriaens@inbo.be

Nuttige links info op website: Meldpunt invasieve exoten op waarnemingen.be http://waarnemingen.be/invasive_alert_view.php

Adriaens, T., Devisscher, S., Casaer, J. et al. (2013). Verkennend onderzoek naar het opzetten van een vroeg waarschuwingssysteem voor invasieve uitheemse soorten in Vlaanderen - Prioritering van de informatiebehoefte: doelstelling, vraag- en aanbodzijde analyse en evaluatie van een pilootproject. Rapport van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 2013(36), Brussel.

Reducing the Impact of Non-Native Species in Europe - http://www.rinse-europe.eu/

Invasieve exoten in Vlaanderen en Zuid-Nederland: http://www.invexo.eu/nl-BE/Home.aspx



Science for the new regulation: One day BENELUX conference on Invasive species: http://ias.biodiversity.be/regulation






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina