Project Expertmeeting Pabo – docentenopleidingen ahk- mocca Inleiding



Dovnload 122.79 Kb.
Datum28.08.2016
Grootte122.79 Kb.
Project Expertmeeting Pabo - AHK – Mocca
Claartje van Tongeren

Project Expertmeeting Pabo – docentenopleidingen AHK- Mocca


  1. Inleiding

De aanleiding voor het organiseren van een expertmeeting ligt bij een vraag van de masteropleiding van de AHK, Mocca en de Pabo van de EHvA. Er bestaat een studieleiders overleg van de verschillende docenten kunstvakopleidingen van de AHK sinds dit jaar. Er is geen sprake van structurele samenwerking behalve in het Istanbul project waar de BVO, het conservatorium en de opleiding docent dans aan meewerken. Mocca constateert bij basisscholen in Amsterdam een groeiende behoefte aan kennis en kader met betrekking tot cultuureducatie. Ook bij de Mocca medewerkers zelf is er behoefte aan meer inzicht in leerlijnen en inhoud ten aanzien van de verschillende kunstdisciplines om scholen beter van dienst te kunnen zijn.


Er is bij Mocca een duidelijke behoefte aan contact met pabo’s en kunstvakopleidingen. Ook bij de pabo van de EHvA en de bachelor docentopleidingen van de kunstvakopleidingen, Academie voor Beeldende Vorming en het conservatorium van de AHK, is er behoefte aan uitwisseling en samenwerking.

De opleidingen docent Dans en Theater beraden zich nog op samenwerking.


Er heeft inmiddels meerdere malen overleg plaatsgevonden tussen Mocca (Thijs van der Vossen en Ben Hekkema), EHvA/Pabo (docent beeldend Paula Roos en docent drama Robert Hueskens), lectoraat kunsteducatie (Folkert Haanstra, Maria Wust en student Claartje van Tongeren), het conservatorium (Hans van de Veerdonk) en de BVO (Melvin Crone). Er is tussen deze verschillende faculteiten grote belangstelling en bereidwilligheid tot samenwerking. De notulen van deze bijeenkomsten zijn te vinden in de bijlagen en op mijn weblog (bronnen). Het organiseren van een netwerkbijeenkomst is een idee dat is ontstaan tijdens dit overleg.
De pabo van de EHvA heeft direct al een concrete vraag geformuleerd. Op 22 en 23 januari geven studenten van de verschillende opleidingen workshops aan eerste en tweede jaars- studenten van de pabo. Deze uitwisseling is het eerste concrete resultaat te noemen van het bovengenoemd overleg.

De opleidingen docent Dans en Docent theater hebben aan deze bijeenkomsten vooralsnog niet deelgenomen maar er zijn wel studenten van deze opleidingen die aan deze uitwisseling deelnemen. Inmiddels hebben interviews plaatsgevonden met de verschillende opleidingen en met Mocca. Deze zijn in de bijlagen te vinden.




  1. Uitgangssituatie

De opdrachtgever, de masteropleiding van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, wil graag een structurele samenwerking tot stand brengen met de bachelor docent kunstvakopleidingen (conservatorium, BVO), pabo coördinatoren en docenten kunstvakken en Mocca-accountmanagers.

De doelen van deze samenwerking zijn de volgende:


  • Kennismobiliteit door bijvoorbeeld uitwisseling van studenten en of docenten;

  • Netwerkvorming;

  • Het platform gaat werken aan versterking van de kennisbasis;

  • Ontwikkeling van nascholing of bijscholing;

  • Het platform zou een rol kunnen spelen bij deskundigheidsbevordering van ICC-ers PO of cultuurcoördinatoren van VO;

  • Het opleiden van BIKkers behoort tot de mogelijkheden.

Het te vormen ‘platform’ bestaande uit Pabo’s (vooralsnog alleen pabo EHvA) , de masteropleiding KE van de Ahk, de docenten opleidingen van de kunstvakopleidingen van de AHK en Mocca biedt verschillende mogelijkheden. Met name kennismobiliteit ofwel het uitwisselen van studenten door middel van gezamenlijke stages. Maar ook kennis uitwisseling onder docenten en eventueel kleinschalig onderzoek behoort tot de mogelijkheden. Uitwisseling wordt gezien als een hernieuwde bron van kennis en samenwerking. Het platform zou kunnen werken aan versterking van de kennisbasis, het ontwikkelen van nascholing voor leerkrachten en deskundigheidsbevordering voor zowel pabo als kunstvakdocenten. Ook bij de deskundigheidsbevordering van ICC-ers zou het ‘platform’ een rol kunnen spelen. ICC-ers ontbreekt het nog aan inhoudelijke kennis van de verschillende kunstdisciplines en daar zou het platform een ondersteunende rol in kunnen spelen. Maar ook niet ICC-ers hebben baat bij nascholing op het gebied van de kunstvakken. De Beroepskunstenaars in de Klas kunnen ook een doelgroep zijn voor onder andere pabo en de kunstvakopleidingen om inzicht te krijgen in pedagogisch en didactisch handelen.

3 Projectresultaat
3.1 Doelstelling
Het primaire doel van de te organiseren expertmeeting is de verschillende ‘spelers’ met elkaar nader kennis te laten maken. Netwerkvorming en uitbreiding.

Tijdens deze eerste bijeenkomst is het van belang dat de verschillende belanghebbenden inzicht krijgen in wat zij voor elkaar kunnen betekenen en wat o.a studenten mobiliteit en expertise uitwisseling kan opleveren. Uitwisseling van kennis en kennismaken met elkaars opleidingen is het hoofddoel van de eerste expertmeeting. Daarnaast is het een goed moment waarop de opleidingen kennis kunnen maken met een aantal gemeentelijke instellingen. Bijvoorbeeld Mocca, AFK, de Voucherbank, gemeente ambtenaren Cultuur etc.


Om de eerste bijeenkomst een inspirerende bijeenkomst te laten zijn lijkt het mij van belang dat deze wordt geleid door iemand van ‘buiten’. Onverwachte invalshoeken kunnen dienen als eye-opener. Een interessante key-note spreker is belangrijk om mensen naar de eerste bijeenkomst te ‘lokken’. Daarnaast moet het voor de verschillende deelnemers mogelijk zijn om activiteiten waar zij trots op zijn kunnen tonen. Niet terugkomen op in het verleden behaalde ‘resultaten’.
3.2 Project resultaat
Het resultaat van het project is een expertmeeting waar alle betrokken opleidingen aan zullen meewerken. Op deze expertmeeting kunnen de betrokken opleidingen nader kennis maken met elkaar en hun expertise uitwisselen. Zij kunnen ook producten tonen en bespreken. Voorbeelden van good practices van geslaagde interdisciplinaire projecten kunnen inspirerend zijn.
3.3 Opdracht
De opdrachtgever is de masteropleiding van de AHK. De organisatie van een expertmeeting voor docenten (eventueel studenten) van de opleidingen Pabo EHvA, bachelor docentopleidingen conservatorium, de academie voor beeldende vorming, de docent drama opleiding, de docent dans opleiding, de masteropleiding kunsteducatie AHK en het kenniscentrum cultuureducatie Mocca in Amsterdam. Naast docenten is het te overwegen ook studenten te betrekken en of gemeentelijke instellingen die van belang zijn voor het onderwijs. Er valt ook te denken aan schoolbesturen. Dit moet in samenwerking met de opdrachtgever besloten worden
3.4 Risicofactoren
Bij de organisatie van een zogenaamde expertmeeting die ten doel heeft een structurele samenwerking in gang te zetten waarbij meerdere belanghebbenden in de toekomst zich kunnen aansluiten, is het van belang dat het programma voor alle partijen een interessant aanbod heeft. Dit betekent dat er voor alle partijen wat te halen en te brengen moet zijn. Om goed in beeld te krijgen wat de verwachtingen en wensen van alle opleidingen zijn, zal er een grondige inventarisatie plaatsvinden.

De inventarisatie moet helpen de risicofactoren te minimaliseren. Hierdoor zou men in staat moeten zijn een programma samen te stellen waar alle betrokkenen belang bij hebben en in geïnteresseerd zijn.


Een risicofactor dat nu nog niet speelt maar wel van belang is, is dat de betrokken docenten zich gesteund voelen door hun opleiding. Voor een structureel samenwerkingsverband is het belangrijk dat de bijdragen niet afhankelijk worden van een persoon. Betrokkenheid van MT is essentieel voor de voortzetting van het platform. In de toekomst zal daar aandacht aan besteed moeten worden.
Een laatste risicofactor is de omvang in deelnemers van de eerste expertmeeting. Wel gebruik maken van bijvoorbeeld een interessante spreker/voorbeeldproject. Beter kwalitatief goede onderwerpen die spreken voor iedereen dan veel waarin niet iedereen zich herkent.
3.5 Succesfactoren
Er is bij het huidige overleg tussen verschillende betrokken partijen al gebleken dat de behoefte aan samenwerking en expertise-uitwisseling groot is. De verwachting is dan ook dat een eerste expertmeeting succesvol zal zijn. Iedereen moet wat kunnen halen en brengen die dag!


  1. Projectfasering

Oktober 2007 uitwerking project voorstel

November 2007 inventarisatie wensen en behoeften opleidingen

December 2007 inventarisatie en maken van concept programma keuze.

Januari 2008 inventarisatie voorleggen , vragen aan de verschillende opleidingen om een voorstel tot bijdrage te doen.

Februari 2008 Ruimte en catering vastleggen, programma vastleggen, inhoudelijke aanvullende teksten/bijdragen verzorgen.

Maart 2008 Congres map laten drukken

April 2008 Nader te bepalen datum voor de netwerkbijeenkomst.

De dag van de meeting zelf is nog nader te bepalen. Het wordt waarschijnlijk april.

Zie schema projectorganisatie.




  1. Projectkader

5.1 Wie, Wat, Waar?


Wie: deelnemers aan de expertmeeting zijn Pabo EHvA, BVO, Conservatorium opleiding docent muziek, opleiding docent dans, opleiding docent drama, master Kunsteducatie en Mocca. Andere gemeentelijke instellingen en of ambtenaren.

Wat: doel is een expertmeeting te organiseren die een eerste aanzet moet gaan geven tot structurele samenwerking. Deze samenwerking heeft tot doel expertise-uitwisseling op verschillende niveaus, zowel student als docent niveau. Het is goed mogelijk dat de samenwerking zich uitbreidt naar meerdere opleidingen, culturele instellingen, basisscholen. Mocca heeft aangegeven dat zij wellicht presentaties op de expertmeeting willen gebruiken op hun zogenaamde ‘Moccadag’.

Waar: De netwerkdag zal op een geschikte locatie in Amsterdam plaatsvinden.
5.2 Projectorganisatie






wie

wat

wanneer

Waar

locatie

Claartje en Maria

Zoeken en keuze maken

februari

Nader te bepalen

uitnodigen

Studieleiders

Docenten


Studenten ?

Instellingen

sprekers


Per mail en per post

februari

Sprekers mee af spreken en inhoud toelichten

bevestigen

Claartje

Per mail

Feb/maart




congresmap

Claartje

Inhoud verzamelen

Feb/ maart




catering

Claartje

Wat , tijdstip bijeenkomst

Februari





Opdrachtgever:
Lectoraat kunsteducatie: lector Folkert Haanstra

Studieleider master kunsteducatie: Maria Wust

Projectorganisatie: student master Claartje van Tongeren

Profielschetsen van andere medewerkers:

Pabo Educatie Hogeschool van Amsterdam
Robert Hueskens (docent dans/drama, docent minor cultuureducatie ) en Paula Roos (docent Beeldend, docent minor cultuureducatie).
Robert Hueskens: r.hueskens@hva.nl

Paula Roos: p.roos@hsv.nl



Amsterdamse Hogeschool voor de kunsten
Academie voor Beeldende Vorming
Melvin Crone, Studie leider Kunst en Cultuur
Melvin Crone: m.crone@ahk.nl
Conservatorium,

Hans van de Veerdonk, docent opleiding Docent Muziek


Adri Schreuder, studieleider opleiding docent muziek
Hans van de Veerdonk:Veerdonk@xs4all.nl

Adri Schreuder: a.schreuder@ahk.nl


Lectoraat voor kunsteducatie Folkert Haanstra, lector kunsteducatie
Folkert Haanstra: f.haanstra@ahk.nl
Mocca-Amsterdam
Accountmanagers:

Nicolette Talboom



ntalboom@mocca-amsterdam.nl
Thijs van der Vossen

tvandervossen@mocca-amsterdam.nl
Ben Hekkema

bhekkema@mocca-amsterdam.nl

Master kunsteducatie
Maria Wust, studieleider masterkunsteducatie

Claartje van Tongeren, student master kunsteducatie


Maria Wust: m.wust@ahk.nl

Claartje van Tongeren: claartjevantongeren@hotmail.com

5.3 Voorwaarden aan de opdrachtgever
De opdrachtgever dient een ruimte voor de expertmeeting ter beschikking te stellen en de verdere voorwaarden (catering, communicatie)met betrekking tot organisatie van de dag te scheppen.
5.4 Voorwaarden aan derden
Van alle deelnemers van de expertmeeting wordt een pro-actieve houding verwacht. Zij dienen zelf onderwerpen voor presentaties aan te brengen. Op de dag zelf kunnen wellicht ook andere genodigden worden gevraagd. Eventueel key note spreker en vertoning van de film Het Magisch moment. (zie www.onderwijsiskunst.nl)

5.5 Projectcommunicatie


Van belang is dat alle betrokken opleidingen op de hoogte gehouden worden van de vorderingen van de organisatie.

De projectcommunicatie zal in eerste instantie plaatsvinden tussen Maria Wust en Claartje van Tongeren. De deelnemers zullen gevraagd worden een presentatie op de expertmeeting te geven. Dit programma wordt in onderling overleg samengesteld.


5.6 Faciliteiten en hulpmiddelen
Voor de dag van de expertmeeting zelf is een geschikte locatie nodig. Het is nog te onderzoeken wie eventueel genodigden voor de dag kunnen zijn, te denken valt aan studenten, andere docenten van de verschillende opleidingen, leden van de verschillende colleges van bestuur. Sprekers van buiten met name gemeentelijke instellingen die een interessante bijdrage kunnen hebben.
Faciliteiten:

Ruimte geschikt voor een groep van ongeveer 50 mensen. Beamer, AV-middelen, catering.





  1. Projectplanning

6.1 Activiteitenplanning


De maanden november en december zullen gebruikt worden om de verschillende deelnemers te interviewen over hun vragen, wensen, belangen etc voor de expertmeeting. Van belang is dat er niet alleen gesproken zal worden over de organisatie van de expertmeeting zelf maar ook over de lange termijn doelen.
Na inventarisatie zal er een conceptprogramma worden voorgesteld aan de verschillende deelnemers. Zij hebben de verantwoordelijkheid zelf mee te denken aan de invulling van de meeting.

Definitieve programma eind februari 2008


6.2 Capaciteitsplanning
Claartje van Tongeren zal de gesprekken met de verschillende opleidingen voeren en hieruit een eerste concept voorstel doen. In overleg met Maria Wust zal een geschikte locatie voor de meeting gevonden worden.

Er moet gedacht worden aan activiteiten van alle deelnemers.


Belangrijk is dat er ruimte ontstaat voor kennismaken en sociaal ontmoeten. Dit moet de basis leggen voor een structureel contact.
Benodigde materialen is afhankelijk van de verschillende presentaties. Map met presentaties, keynote spreker etc…

6.3 Mijlpalenplanning


November gesprekken deelnemers

Januari rapportage inventarisatie wensen en behoeften deelnemers

eind Februari definitief programma voorstel

Maart concrete afspraken met o.a keynote spreker, Stichting Onderwijs is Kunst, bijdragen opleidingen en Mocca.

April Expertmeeting

6.4 Kosten van het project


Huur ruimte, kosten catering, mappen presentaties voor deelnemers, eventueel pauze act of presentatie, keynote spreker.

Bijlage 1 Verslag Gesprek met Mocca
Verslag gesprek met Mocca. Aanwezig Nicolette Talboom, Thijs van der Vossen en Ben Hekkema van Mocca en Claartje van Tongeren master AHK.
Datum 13 november 2007

Niet alle vragen gesteld aan de deelnemers van de expertmeeting zijn relevant voor Mocca omdat zij geen onderwijsinstelling zijn. De vragen spitsen zich met name toe op wensen en behoeften van Mocca en datgene zij uit het werkveld primair onderwijs


Vraag 2 Vanwaar de behoefte aan een zgn expertmeeting?
De vraag is ontstaan vanuit de behoefte vanuit scholen. Scholen willen meer kennis van het ontwikkelen van doorgaande leerlijnen. Mocca adviseert scholen in het verbeteren van de kwaliteit van CE. Helaas hebben zij zelf niet altijd de juiste expertise in huis. Het contact met de verschillende docent kunstvakopleidingen van de AHK en de pabo geeft hen de mogelijkheid dichter bij de kennisbron te komen.

Er wordt een gebrek aan kennis geconstateerd met betrekking tot CE in de basisscholen. De kunstvakopleidingen zouden komende leerkrachten en zittende leerkrachten van deze kennis kunnen voorzien. In samenwerking zouden doorgaande leerlijnen tot stand gebracht kunnen worden of plannen worden gemaakt voor de ontwikkeling van de Brede School.

Vraag 3 Wat denkt Mocca te kunnen brengen op de meeting?

Allereerst onderkent Mocca dat veel opleidingen slecht zicht hebben op wat Mocca voor een rol heeft in het Amsterdamse kunsteducatieve veld. Mocca zou dit graag willen verduidelijken. Mocca geeft aan dat zij in eerste instantie helpen bij het professionaliseren m.b.t cultuureducatie van scholen PO en VO. Daarnaast hebben zij een bemiddelende rol. Zij koppelen scholen aan aanbieders. Het is een zogenoemde koude match, scholen dienen zelf in contact te treden met aanbieders en met de aanbieder de vraag te formuleren. Mocca speelt geen rol in de vorm of inhoud van het aanbod.

Mocca denkt te kunnen bemiddelen voor zowel scholen als opleidingen als het gaat over stage aanbod en vraag. Zij zouden opleidingen en basisscholen met een specifieke vraag aan elkaar kunnen koppelen. Ook denkt Mocca aan het ondersteunen van onderzoek voor basisscholen, hiervoor zouden zowel masterstudenten als bachelorstudenten voor ingezet kunnen worden. Concrete onderzoeksvragen zijn nog niet duidelijk.
Mocca constateert dat zowel in het primair onderwijs, bij aanbieders en bij kunstvakopleidingen een gebrek aan kennis is over elkaars activiteiten en inhoud van opleidingen en discipline. Volgens Mocca communiceren basisscholen (leerkrachten) en kunstvakdocenten, kunstenaars slecht met elkaar. Het lijkt erop dat zij elkaar vaak niet verstaan. Dit platform/samenwerking kan ervoor gaan zorgen dat men elkaar beter leert begrijpen en elkaar leert verstaan.
Het platform kan kennis m.b.t kunsteducatie genereren en verspreiden en Mocca kan daarin een rol spelen. Pabo en studenten docent kunstvakopleidingen hebben meestal geen idee van de rol van Mocca in Amsterdam. Mocca helpt scholen vaak nadenken over de invulling van CE. Zij helpen scholen met structuur aanbieden en beleid schrijven. Verkenning van de culturele omgeving van de school is daarvoor belangrijk. Het ontsluiten van een netwerk eveneens. Mocca speelt in dit proces een ondersteunende rol.
Vraag 9 Rol van Mocca binnen de ontwikkeling van de Brede School.
Mocca constateert dat de ontwikkeling van de Brede School in Amsterdam ingewikkled is. Alle stadsdeelkantoren hebben zo hun eigen programma, van streng geregisseerd naar weinig gestuurd. Er zijn stadsdelen waar men slechts een aanbieder van kunsteducatief aanbod heeft, een school moet uit dat aanbod de keuze maken. Er zijn ook scholen die slechts een nota hoeven te sturen en geen inhoudelijke verantwoording hoeven af te leggen. Mocca constateerd dat basissholen slecht tot geen inzicht hebben op subsidies en geldstromen en dat er ook op de pabo geen aandacht aan wordt besteed.

Ook de werkwijze van fondsen voor subsidies is bij scholen vaak onbekend.


Algemeen kan gezegd worden dat Mocca van de verschillende disciplines te weinig kennis in huis heeft. Door middel van een samenwerkingsverband hopen zij die kennis te kunnen verbreden.

Bijlage 2 Verslag gesprek met Jopie de Groot, docentopleiding dans AHK

16 november 2007
Het gesprek vindt plaats op de AHK. Jopie de Groot start met een korte uitleg over de vernieuwingen binnen het curriculum van de opleiding docent dans. Op verschillende momenten binnen de opleiding krijgen studenten de gelegenheid om stage ervaringen op te doen in zowel primair als voortgezet onderwijs. Ook zijn er verschillende projecten mogelijk waar studenten aan kunnen deelnemen, deze projecten zijn zowel nationaal (Zwanenmeer-Bijlmermeer) als internationaal.

JdG gaf al vrij snel in het gesprek aan niet de behoefte te hebben aan samenwerking tussen de verschillende opleidingen. Niet omdat zij dit niet interessant zou vinden maar omdat er te weinig tijd voor zou zijn. De opleiding is met name bezig om het curriculum te vernieuwen met o.a nieuwe dansvormen o.a urban. JdG heeft voldoende kennis en expertise in huis van het PO en ook zijn er goede contacten met scholen.


CvT heeft haar uitgenodigd om bij een van onze bijeenkomsten te komen. JdG reageerde daar niet op. Ook op de vraag of PAM op de opleiding langs mocht komen om voorgelicht te worden over het curriculum werd niet direct gereageerd. Het zou worden besproken in het kernteam.

Bijlage 3 Verslag gesprek EHvA afdeling PABO

Verslag interview EHvA Pabo op 28 november 2007

Aanwezig: Paula Roos, Ronald Hueskens , Claartje van Tongeren

Vraag 1


Waar zit CE in het curriculum van de opleiding? Zie module overzicht. De vakmodules KO zitten in jaar 1 en 2. Voor het eerste en tweede jaar is een leerlijn cultuureducatie ontwikkeld. Deze leerlijn is een samenwerking tussen de leergebieden KO en Orientatie op Mens en Wereld OMW. De leerlijn heet KCW en staat voor Kunst, Cultuur en Wereldorientatie. Daarnaast wordt er nog een minor Cultuureducatie aangeboden. Dit studiejaar is dat in pilotfase. Vanaf volgend cursusjaar moet het een plaats innemen binnen het minoren aanbod. Alle studenten van de EHvA kunnen zich hierop inschrijven.

Vraag 2


Vanwaar de behoefte aan een zgn expertmeeting?

Er is vanuit de pabo een behoefte aan een stevig netwerk en een goede samenwerking met kunstvakopleidingen. Volgens PR en RH zou CE in Amsterdam een breekijzer kunnen zijn voor culturele integratie. De communicatie die cultuur in zich heeft zou als bindende factor kunnen dienen. Het bundelen van expertise zorgt voor een krachtige omgeving van waaruit CE kan worden vormgegeven.


De pabo van de EHvA geeft andere docentvakopleidingen inzicht in de wereld van het kind die voor de pabo zo eigen is. Ook VMBO is een aandachtsgebied van de pabo. Studenten kunnen een minor VMBO volgen maar en in dit werkveld gaan werken. CE en VMBO als gezamenlijk aandachtspunt is nog niet ontwikkeld. Ook de ontwikkelingen van de Brede School is interessant voor de pabo. De leerkracht kan als intermediair optreden, hiervoor is een grotere culturele bagage noodzakelijk.
Studenten van de verschillende faculteiten van de AHK kunnen worden ingezet als peergroup teachers, geldt naar beide kanten. Studenten met elkaar in contact te laten komen en elkaars wereld leren kenen, gebruikmaken van elkaars expertise.
Talentontwikkeling kan vanuit alle opleidingen in samenwerking met elkaar beter worden aangeboden. Talenten komen sneller op de juiste plek terecht. Studenten van AHK kunnen studenten pabo helpen bij creatieve processen, noodzakelijk voor pabo studenten om kinderen goed te kunnen begeleiden in hun eigen proces.
Vraag 3

Waar zal deze bijeenkomst toe moeten leiden in de toekomst? Wat zij de verwachtingen?

De momenten van samenwerking moeten resulteren in concrete producten.

Het organiseren van regelmatige netwerkbijeenkomsten, contact verstevigen, ontstaan van kenniskring. Gezamenlijk doel van stages is peergroup teaching. Authentieke leersituaties creëren waarbij studenten van elkaars expertise leren. De te organiseren expertmeeting wordt gezien als startpunt voor een structurele samenwerking.

Vraag 4


Wat denkt de opleiding zelf te kunnen brengen ? Zijn er concrete voorbeelden?

De pabo denkt concrete voorbeelden te kunnen laten zien van cultuureducatie op de pabo. Inzicht geven in de cultuurlijn die ontwikkeld is op de pabo. Kort overzicht van alle verschillende vakgebieden waar pabostudenten mee te maken krijgen. Een presentatie van het werk van studenten van de minor cultuur (dit jaar pilot). De pabo van de EHvA is betrokken bij het landelijk netwerk van Cultuurnetwerk Nederland. Inmiddels bevinden 31 pabo’s (van de 39) zich in een verdiepingstraject. Zij ontwikkelen samen met de pabo van de Fontys Hogeschool in Eindhoven een toepasbare versie van de ICC cursus voor pabo studenten. Hieruit blijkt hoe divers de landelijke pabo’s aan het werk zijn en invulling geven aan de verbreding cultuureducatie binnen de opleiding.

Daarnaast is wellicht de minor VMBO van de pabo interessant voor de andere opleidingen. Studenten die deze minor volgen worden bevoegd om in de onderbouw van het VMBO les te geven, een specifieke doelgroep waarvan de inhoudelijke kennis ook van belang is voor de diverse docent kunstvakopleidingen. Tot op heden kent deze minor VMBO geen verband met de minor cultuur.
Vraag 5

Hoe vindt de aansluiting van studenten cq komende docenten op hun werkterrein nu plaats? Wat zijn de belangrijkste knelpunten?

De huidige lichting studenten lijkt enthousiaster voor het domein Kunstzinnige Orientatie, mede dankzij de interdisciplinaire aanpak die hen geboden wordt. Studenten maken met betrekking tot kunstthema een lespakket. Dit presenteren zij aan een forum van verschillende docenten, hierin zijn alle kunstdisciplines vertegenwoordigt. Het betreffen thematische leskoffers waarin aandacht besteed wordt aan de vorm als wel aan de didactische inhoud.


Vraag 6

Wat wil de opleiding uit de expertmeeting halen? Wensen en behoeften?

De pabo heeft behoefte aan versterking van het artistieke niveau van Kunstzinnige Orientatie. Zij willen dit op een hoger niveau brengen. Er moet onder andere gewerkt worden aan de ontwikkeling van eigen vaardigheden van studenten in alle kunstdisciplines. Hiertoe zou zij graag gebruik maken van peergroup teaching.


Vraag 7

Is het huidige samenwerkingsverband voldoende? Zijn er andere denkbare partners waarmee de opleiding zou willen samenwerken?

De pabo noemt hier samenwerking met Amove en Amuse en diverse andere Amsterdamse culturele instellingen.


Vraag 8

Om tot een structurele samenwerking en uitwisseling van kennis te komen is ook medewerking van de directies noodzakelijk (CvB). Ziet het management het nut van een dergelijk samenwerkingsverband in?

De docenten van de pabo hebben een goed contact met het MT van de opleiding. Zij streven wel een breder gedragen visie van het docententeam met betrekking tot kunsteducatie na. Daar ontbreekt nog het inzicht van het belang van kunst en cultuureducatie.

Ronald Hueskens noemt nog even zijn betrokkenheid bij de ambtswoning gesprekken met de wethouder van Cultuur van Amsterdam, Caroline Gerels. Hij ziet kans om ook op dit overlegniveau aandacht voor het belang van kunsteducatie te vragen.

Bijlage 4 verslag gesprek Academie voor Beeldende Vorming AHK
Verslag gesprek met Melvin Crone, studieleider Kunst en Cultuur Academie voor Beeldende Vorming Amsterdam, 18 dec ‘07

Het gesprek begint met toelichting op het werkveld waar de BVO de opleiding voor verzorgt. Dit is het ‘oude’ eerste en tweede graads werkveld. Van primair onderwijs, voortgezet en HBO. Rond 2000 heeft de BVO een set competenties opgesteld die later door andere opleidingen en door de KVDO als richtinggevend zijn benoemd. Deze competenties dekken het binnen en buitenschoolse werkveld. Kortom de BVO maakt gebruik van een zelf ontwikkelt competentie gestuurd curriculum. De functie van de 1e en 2 graads bevoegdheden lijkt door de wet BIO onbelangrijk te zijn geworden. Echter in het onderwijs speelt het nog steeds een rol, zowel in uitvoering als in betaling.


1 Waar in het curriculum zit CE?
Cultuureducatie kent verschillende verschijningsvormen binnen de opleiding. Er wordt genoemd:


  • kunst en cultuurgeschiedenis, kennis van actuele kunst in het eerste leerjaar

  • kunst en cultuurgeschiedenis leerjaar 2

  • Istanbulproject, Project is gericht op kennis en didactiek van CKV i.s.m. ODM conservatorium, docentopleiding dans daarnaast maken studenten een CDrom voor CKV2 (didactisering)

  • Kunst- en cultuurhistorisch scriptie/artikel.

De eerste twee leerjaren zijn met name gericht op mono-disciplinaire kunsteducatie. In het derde jaar is er meer sprake van interdisciplinaire projecten gekoppeld aan CKV.

De lessen ‘Overdracht’ lopen parallel aan stage. Studenten lopen stage op allerlei scholen voor VO. Primair onderwijs wordt wel aangeboden maar is in de minderheid. Er zijn structurele contacten met instellingen oa. FOAM, SM waar studenten stage lopen, lesmateriaal maken, rondleidingen verzorgen etc.

Praktische stage:


  • Jaar 1 2 EC

  • Jaar 2 4 EC

  • Jaar 3 9 EC

  • Jaar 4 12 EC

2 Vanwaar behoefte aan expertmeeting?


Kennis maken met elkaar, graag anderen laten delen in waar de BVO mee bezig is, expertise in kaart brengen ten behoeve van anderen. De BVO wil graag samenwerken en een platform tot stand brengen. Het initiatief De ambassade is daar een voorbeeld van, er zijn dit jaar 100.000 euro voor gereserveerd.
3 Waar zal deze bijeenkomst toe kunnen leiden in de toekomst?
Uitwisseling kennis. Studenten en docenten mobiliteit tussen verschillende opleidingen.
4 Wat denkt de opleiding zelf te kunnen brengen?
Het Istanbul project kan als inspirerend voorbeeld dienen. Daarnaast wil de opleiding graag inzichtelijk maken voor anderen wat hun eigen expertise is.
7 Is het huidig samenwerkingsverband voldoende?
BVO wil het in eerste instantie graag klein houden. De docentenopleidingen van de AHK zijn zeer autonoom, invulling van curriculum is afhankelijk van studieleider en MT. Er is geen gemeenschappelijk curriculum. Een praktische inzet zou kunnen leiden tot samenwerking of uitwisseling op andere niveaus. Multidisciplinaire projecten zijn van belang voor Brede School, Community Arts projecten, verdieping CKV vakken etc.
8 Rol van de opleiding binnen de ontwikkeling van de Brede School?
Er wordt binnen het vak ‘overdracht’ aandacht besteed aan de ontwikkeling van de Brede School. Het buitenschoolse werkveld heeft niet direct veel aandacht van de BVO. Meer gericht op VO en CKV.

Bijlage 5 Verslag gesprek docentopleiding Theater AHK
Verslag gesprek Bruin Otten, artistiek leider docent Theateropleiding AHK, 18 dec ‘07
De opleiding docent Theater leidt op tot een 1e graads bevoegdheid voor de pedagogische theaterpraktijk die met name buitenschools plaatsvindt. Het werkterrein strekt zich uit van jeugdtheaterscholen, jeugdtheater, amateurkunst, community artsprojecten tot educatieve diensten van theatergezelschappen. Het is historisch bepaald dat theater een minder belangrijke plek binnenschools inneemt, de buitschoolse activiteiten zijn talrijk.
De ervaringen met binnenschoolse theaterprojecten zijn niet altijd goed verlopen in het verleden. Vaak ontbreekt het aan de juiste faciliteiten voor theater op scholen. Dat maakt dat het curriculum voor de aanstaande theaterdocent zich minder richt op het binnenschoolse werkterrein.
De eerste twee jaar van de opleiding worden studenten bewust nog niet met de ‘buitenwereld’ geconfronteerd. Zij zijn in eerste instantie bezig met het ontwikkelen van hun eigen vaardigheden. In het derde jaar zijn er activiteiten die te maken hebben met het didactiseren van het theater maken. Zij starten met het maken van workshops voor scholieren. Zij komen naar de Theaterschool toe. Vervolgens zijn er in de tweede helft van het derde jaar schoolprojecten op o.a Texel en in Huizen. Dit zijn langer lopende contacten waarvan gebleken is dat de faciliteiten om aan het werk te zijn voldoende aanwezig zijn. De opleiding vindt het erg belangrijk dat er verbinding ontstaat tussen het artistieke en pedagogische proces.
Structurele samenwerkingsverbanden zijn er met verschillende instellingen: o. a met het Muziektheater, het project mini-opera’s waar scholieren en studenten (4e-jaars) aan deelnemen (interdisciplinair maar niet allen van de AHK). Er hebben gezamenlijke CKV-projecten plaatsgevonden, nu alleen nog i.s.m de opleiding docent dans in de vorm van het project Kunstguerilla.
De opleiding is bereid tot samenwerking met andere docent kunstvakopleidingen. Wil ook de mogelijkheden onderzoeken. Met betrekking tot de eerste expertmeeting zou de docenttheater opleiding graag willen tonen hoe in de opleiding de kunst zich verhoud tot de pedagogiek. Men is geïnteresseerd in de andere opleidingen met name in betrekking tot de vraag wat of welke inspiratiebronnen zij gebruiken ten dienste van de pedagogiek. Wat betekenen die inspiratiebronnen, (good practices) voor hun pedagogiek en hoe vertalen zij deze naar hun eigen opleiding?
Ontwikkeling van de Brede School: Is dit een werkveld voor aankomende docenten? Hierover is de opleiding wat sceptisch en wil men zijn leerplan daar niet op afstemmen. Ietwat somber gestemd t.a.v vernieuwingen.

Bijlage 6 Wensen en behoeften
De belangrijkste wensen en behoeften van de deelnemers expertmeeting op een rij:
Mocca
Mocca constateert dat het hen ontbreekt aan inhoudelijke kennis met betrekking tot leerlijnen en de verschillende kunstdisciplines. Veel scholen komen bij hen met inhoudelijke vragen waar zij niet altijd antwoord op kunnen geven.

Mocca kan basisscholen en opleidingen aan elkaar koppelen en bemiddelend optreden ook al het gaat over het vaststellen van bijvoorbeeld een onderzoeksvraag van een school of van een student. Mocca wil ook graag ruimte hebben om aan de verschillende opleidingen docent kunstvak en pabo te verduidelijken wat hun rol en betekenis is voor Amsterdamse scholen en instellingen.


Pabo
De pabo heeft een behoefte aan een stevig netwerk en een goede samenwerking met docent kunstvakopleidingen. Zij noemen hier met name de rol en betekenis van peergroup teaching om authentieke leersituaties voor studenten te creëren.
De pabo wil graag aan de docent kunstvakopleidingen laten zien wat zij hun studenten bieden op het gebied van CE. Ook hun betrokkenheid bij het landelijk netwerk Pabo en Cultuur en het verdiepingstraject waarbij de pabo van de EHvA willen zij tonen.
De pabo streeft er ook naar studenten met talenten voor de kunstvakken sneller/makkelijker te laten doorstromen naar docent kunstvakopleidingen. Hoe kunnen zij daar meer aandacht aan besteden?
Conservatorium
De docent muziek opleiding van het conservatorium heeft behoefte aan samenwerking en ondersteuning met betrekking tot curriculumontwikkeling. Zij ervaren gezamenlijke stages met pabo studenten als verrijkend. Zij tonen graag interdisciplinaire projecten. Er dient wel te worden opgemerkt dat de aantallen studenten tussen conservatorium en pabo erg verschillen.
Opleiding Docent Dans
Samenwerking die plaatsvindt met ODM Conservatorium en BVO in vorm van het Istanbul project wordt als voldoende ervaren. Samenwerking met anderen en Pabo wordt als complex ervaren/gezien. Te weinig tijd en geld om dat voor elkaar te krijgen. Uitnodiging om deel te nemen zonder actieve bijdrage wordt overwogen en voorgesteld aan kernteam.


Academie voor Beeldende Vorming
Ziet uitwisseling van kennis als belangrijkste reden tot samenwerking. Het ontdekken van elkaars expertise en daar gebruik van maken wordt genoemd. De BVO zou graag tot uitwisseling van studenten en docenten komen. BVO wil haar studenten beter voorbereiden op de aansluiting Master. Wat zou daarvoor in het curriculum moeten worden opgenomen? Hoe invulling geven aan een goede aansluiting?

Opleiding Docent Theater
De opleiding Docent Theater wil graag met andere opleidingen nadenken over samenwerking en gezamenlijke projecten. Er moet bij worden opgemerkt dat deze samenwerking in het verleden heeft plaatsgevonden maar niet altijd goed uitgepakt is. Met betrekking tot de expertmeeting is de opleiding geïnteresseerd in de verbinding tussen kunst en pedagogiek. De opleiding wil graag aan de andere opleidingen laten zien hoe zij hier invulling aan geven. Wat de andere opleidingen betreft zijn zij geïnteresseerd in hoe zij omgaan met inspiratiebronnen en hoe deze zich verhouden tot de pedagogiek. Hoe worden deze bronnen in de opleiding gebruikt?

Een aantal suggesties naar aanleiding van deze inventarisatie:


  • Expertise uitwisseling. Hoe kunnen de opleidingen en Mocca als bemiddelaar op een goede, efficiënte manier gebruik maken van elkaars expertise? Hoe gebeurt dit op andere vakgebieden? Denk aan exacte vakken.

  • Uitwisseling van studenten en eventueel docenten tussen de verschillende opleidingen. Voorbeelden van wat dat kan opleveren? Inspiratiebronnen en good practices zoeken.

  • Hoe moeten de bachelorstudenten worden voorbereid op de masteropleiding? IS dit voor elke opleiding relevant? Is het voor de master wenselijk dat er een goede aansluiting plaatsvindt? De huidige studenten komen vanuit zowel opleidingen als zeer uiteenlopende werkvelden.

  • De verhouding binnenschools – buitenschools. Zijn de ontwikkelingen op het gebied van de Brede School van belang voor de docent kunstvakopleidingen?


De genodigden
Het zou goed zijn om voor de expertmeeting niet alleen de studieleiders van de diverse opleidingen uit te nodigen maar ook bijvoorbeeld docenten. Sprekers van de opleidingen zelf maar ook van buiten. De opleidingen vragen om een concrete bijdrage.


Bijlage 7
Notulen Overleg Pabo, AHK, Mocca op het conservatorium van Amsterdam

Datum: donderdag 25 oktober 2007

Tijd: 10.00 – 12.00 uur

Locatie: Conservatorium van Amsterdam


1.Aanwezig


Mocca - A’dam: Nicolette Talboom, Ben Hekkema, Thijs van der Vossen

AHK: Maria Wüst, Claartje van Tongeren, Hans van de Veerdonk

Adri Schreuder



Pabo EhvA: Paula Roos, Ronald Hueskens

2.Afwezig Folkert Haanstra (AHK)


Voorzitter: Hans van de Veerdonk

Verslag: Alyda Buik



  1. verslag vorige keer (27-09-07)

Mededeling van H v/d Veerdonk: met grote waarschijnlijkheid verhuist het Conservatorium van Amsterdam per april 2007 naar de nieuwe locatie aan het Oosterdokseiland, naast de Bibliotheek





  1. presentatie curriculum ODM (Hans v/d Veerdonk, docent methodiek (P.O) ODM)

Oorspronkelijk was er sprake van een eerstegraads opleiding schoolmuziek en een tweede graads opleiding Algemene Muzikale Vorming.

Tegenwoordig is de opleiding ongegradeerd en heet Opleiding Docent Muziek

De opleiding is 4jaar voltijd.

Er is ook een tweejarige deeltijdvariant voor gediplomeerde musici. Voor deze variant is redelijk wat belangstelling. Lesgeven behoort vrijwel altijd tot de beroepsactiviteiten van musici.

De theoretische toelatingseisen zijn vrij hoog, het aantal toelatingen is gemiddeld zo’n 12.

Het vroegere AMV was voornamelijk gericht op het primair onderwijs.

Omdat deze opleiding niet meer bestaat is er een groot tekort aan vakleerkrachten in het basisonderwijs. De ODM is meer gericht op het voortgezet onderwijs. Dit lijkt een hogere status voor de studenten te hebben en is financieel aantrekkelijker.


ODM Opleiding Docent Muziek:

Het programma
Het programma van de opleiding Docent Muziek (Bachelor of Music in Education) bestaat uit vier categorieën:

* onderwijskundige vakken als methodiek/didactiek, pedagogiek/psychologie en de stage


* muziektheoretische vakken o.a.
* musiceervakken als zang, piano, melodie-instrument, gitaarpracticum, poppracticum, wereldmuziekensembles, koordirectie, ensembleleiding en bandcoaching
* ICT, Muziek, spel en beweging, educatieve muziekproducties en keuzevakken

Wereldmuziek
Tijdens de studie kom je in alle vakken met een veelheid aan muziekstijlen in contact: pop, jazz, klassieke muziek en wereldmuziek. De opleiding vindt dat de culturele diversiteit in de klas en de grote stad in het algemeen goed moet worden voorbereid in de opleiding. Daarom zit er vrij veel wereldmuziek in de opleiding. Er worden workshops en ensembles aangeboden met muziek uit LatijnsAmerika, Afrika en Azië.

Beroepsperspectieven
In de eerste plaats worden studenten opgeleid om muziekles te geven in primair en voortgezet onderwijs, mbo en hbo. Velen werken daarnaast ook als koordirigent, muziekconsulent, AMV-docent op een muziekschool, leider van instrumentale ensembles, in het sociaal-cultureel werk, in het cultureel management of als muziekjournalist.

2.1De studie

2.2De opleiding tot Docent Muziek (Bachelor of Music in Education) duurt vier jaar en is in te delen in twee fasen:

1. De propedeutische fase (het eerste studiejaar). Het eerste studiejaar is een oriëntatie op de vele facetten van het toekomstige beroep, zoals het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs en allerlei andere werkterreinen waar je muziek in een educatieve situatie kan tegenkomen. Ook met betrekking tot de muziektheoretische en de musiceervakken (met mogelijkheden voor een individuele keuze) krijg je via een basisprogramma zicht op je muzikale ontwikkelingsmogelijkheden.

2. De hoofdfase (het tweede, derde en vierde studiejaar). Naast de verdere ontwikkeling van de muzikale en onderwijskundige vaardigheden vergroot je gedurende deze fase je kennis op onderwijskundig en muziektheoretisch gebied en kun je je op een specifiek terrein van muziekeducatie specialiseren.


Het einddiploma Docent Muziek wordt verkregen als elk studieonderdeel met een voldoende is afgesloten

Zie voor vakken, de opbouw van het studieprogramma, studiepunten en curriculum de bijlage

Het onderdeel ‘stage’ is als volgt opgebouwd:



  • jaar 1 en 2: 150 uur in het primair onderwijs

  • jaar 3 en 4: voorgezet onderwijs

De BA is van 5 naar 4 jaar gegaan. Dit en het ontbreken van de 2e graad ging ten koste van de voorbereiding op het basisonderwijs. De overheid heeft in 2004 gelden ter beschikking gesteld om nieuwe methodieken te ontwikkelen waardoor de studenten ODM beter toegerust raken voor het basisonderwijs. De z.g. ProPoSoprojecten, (www.proposo.nl)

Ook op het CvA is materiaal ontwikkeld m.n. Ritmes Rond de Wereld
Wat het V.O. betreft: er is relatief nog weinig tijd en aandacht voor het VMBO in het huidige curriculum.
Er is ook een samenwerking met Muziekcentrum Aslan, een turks-koerdische muziekschool in de Baarsjes. M.n. om een voortraject richting ODM te ontwikkelen.)

3 - uitwerking netwerkbijeenkomst voorjaar 2008
Doelgroep:

- docentenopleidingen AHK: studenten en docenten met pabo expertise of interesse in PABO onderwijs

docenten kunst en cultuur PABO, studenten minor

- studieleiders docentenopleidingen AHK

- MOCCA

- wellicht anderen


Doel:

  • bevorderen van communicatie, kennismaking

  • op den duur samenwerking (m.n. voor stage studenten)

  • expertise uitwisseling docenten

Cultuurnetwerk is geïnteresseerd in dit samenwerkingsproject.

De netwerkmeeting gaat worden voorbereid door Claartje van Tongeren, student master kunsteducatie, in opdracht van het lectoraat.

Ze zal eerst ieder interviewen op de volgende vragen

- wat verwacht je van een dergelijke bijeenkomst?

- wat kan je eigen inbreng zijn?

- heb je ideeën voor de toekomstige samenwerking?hoe wil je verder na de bijeenkomst

Daarna zal zij een voorstel voor de expertmeeting/netwerkbijeenkomst formuleren.

Het voorstel is deze te houden na de workshops op de Pabo (half feb/mrt’08)


  1. voortgang workshops Pabo

O.D.M. 1 workshop (interdisciplinair)

master KE 4 studenten,

BVO 8 á 10 studenten

Theaterdocent: 2 studenten
Faciliteiten:

Hiervoor zijn Ronald en Paula verantwoordelijk. Er zullen voor 13 groepen (verplichte) workshops georganiseerd worden. Half november zal de inhoud worden gepubliceerd.


H v/d Veerdonk: studenten maken een aankondiging, een instructie en een overzicht van de kosten (begroting) van de workshops.



  1. vervolg ‘Brainstorm’ over stages,

Dit lijkt voorlopig vooral een onderwerp tussen AHK en Pabo, waarbij Mocca later kan insteken. De vragen zijn: wat willen we en wat kan er?


Nicolette heeft op de Pabo in de minor een gastcollege gegeven over

Mocca en hoe te werk gegaan wordt op scholen, een informatief college.





  1. Coördinatie:

Deze neemt Claartje op zich





  1. Rondvraag, nieuwe afspraak


Volgende bijeenkomst:

Datum: woensdag 28 november 2007

Tijd: 15:30– 17.00 uur

Locatie: Academie voor Beeldende Vorming, Hortusplantsoen 2

Ruimte:studieleiders kamer

Rondvraag:
Maria: zal BVO benaderen voor de vergaderruimte
Claartje: gat individuele afspraken maken

Thijs: wil graag langs komen op de Pabo – afspraak maken


Ronald: aan allen: graag snel reageren met een aanbod ivm workshopinschrijvingen

Hans: 1-Maximum van de workshops? Antw: 30 studenten per groep

Evenredig verdelen door bv 1e,2e en 3e keus op te geven


  1. Is er interesse van PABO studenten voor de ODM?

Ronald: dat wil ik onderzoeken

Adri: gemeenschappelijke minor?


Ben: waar leg ik mijn vraag neer als ik die heb?

Bij Ronald en Paula PABO


Ronald: He kom ik aan lectoraatuitgave ‘Componeren in het basisonderwijs’?

Zal per post verzonden worden door Alyda (is inmiddels gebeurd)

(staat bovendien als pdf op de AHK-site, www.ahk.nl

/lectoraten/educatie/artikelen












De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina