Project I: Musician based



Dovnload 62.75 Kb.
Datum21.08.2016
Grootte62.75 Kb.

Het Project

In het eerste gedeelte van dit boek is de werking en mogelijke toepassingen uitgelegd van de meest voorkomende studio-apparatuur. In dit hoofdstuk komt een aantal uitgangspunten aan de orde om een muzikaal project tot een goed einde te brengen.

Van groot belang hiervoor zijn een gedegen voorbereiding, organisatie én de juiste mentaliteit om de uiteindelijke kwaliteit van een muzikale productie te bepalen.

Dan maakt het voor het project in principe niet uit of een band gaat opnemen in een opname­studio of wanneer de homestudio het decor gaat vormen voor een demo.




Project I: Musician based


De eerste situatie is gebaseerd op het werken met een traditionele opnamestudio (musician based). Een willekeurige (rock-)band met een klassieke bezetting van drums, bas, toetsen, gitaar en zang neemt ongeveer tien nummers op; goed voor een CD-productie. De studio heeft alle apparatuur in huis om hieraan te voldoen. Uiteraard is van te voren uitvoerig over de composities nagedacht en de voorbereiding van de band én de technicus mag degelijk genoemd worden.

Project II: MIDI based


De tweede situatie heeft betrekking op een project- of homestudio waar behalve MIDI-spullen, zoals synthesizers, modules, drumcomputers en samplers ook akoestische instrumenten aanwezig zijn (MIDI based). Uiteraard is een of ander opnamesysteem nodig voor de akoestische opnamen. Stel dat de akoestische opnamen op 8 sporen zijn opgenomen. De mengtafel moet behalve de kanalen voor het méérsporen-systeem nog een aantal kanalen ter beschikking hebben (of met een tussenmixer) voor de aansluiting van synthesizers, samplers, drumcomputers en randapparatuur.

Dit project kan door één of meer mensen zijn uitgevoerd en de akoestische partijen kunnen ook door gastmuzikanten zijn ingespeeld. Deze situatie komt regelmatig voor in een opnamestudio, maar geldt in het bijzonder voor de homestudio. De thuiswerker kan immers dankzij de toenemen­de kwaliteit én betaalbaarheid van de apparatuur zélf een heel acceptabel product maken.


Arrangement


Het muzikale project omvat dus een aantal composities of songs. Een doordacht arrangement zal voor elk genre de sleutel tot een verhoogd luisterplezier bieden. De muziekstijl of de gekozen formule is ondergeschikt aan deze stelling. Bij een standaard rocknummer vormen de drums (of drumcomputer) en de bas het ritmetandem en mogen elkaar niet in de weg zitten maar juist aanvullen. De accoordpatronen van gitaar en toetsen vullen elkaar eveneens aan, maar liggen niet in elkaars toonbereik. De compositie biedt ruimte voor de melodielijnen van de zang en de solo's.

Het Grote Opnameboek

MIDI-productie? - with a little help from my friends...!

Echte instrumenten, zoals bijvoorbeeld zang, saxofoon, hobo, bas, gitaar en dwarsfluit geven een willekeurige productie en zeker een MIDI-productie-letterlijk en figuurlijk meer karakter, inhoud en diepte. Als de muziek of compositie dit toelaat clan wel vereist, overweeg clan om een of meer gastmuzikanten uit te nodigen. Kijk eerst eens rond in de vertrouwdheid van de directe omgeving: kennissen, vrienden en familie zijn vaak bereid om tegen een symbolische vergoeding en een naamsvermelding deel te nemen aan een muzikaal project. Mensen van buitenaf bij het product betrekken is een volgende fase. Informeer ook eens bij een muziekschool of conservatorium en plaats een advertentie of oproep in cafés, bibliotheken en muziekwinkels. Behalve het neerzetten van een goede prestatie, moet het uiteraard ook op het persoonlijke vlak klikken.
Professioneel ingestelde muzikanten willen in ruil voor hun kwaliteiten en ervaring meestal wel geld zien. Reserveer deze uitgaven alvast in het totale budget. Door de grotere afstand (_ zakelijk) hebben deze mensen meestal minder emotionele binding (- motivatie) met het eindproduct en stellen misschien ook hoge eisen aan het geheel. Maak daarom een afweging tussen de vertrouwd­heid van een eigen product of de professionaliteit van een verkoopbaar product.
De gastmuzikant cliënt wel enige bekendheid te hebben met het inspelen in een opnamestudio. Het komt regelmatig voor, dat - met name klassiek geschoolde - muzikanten onvoldoende op de werkwijze in een studio zijn voorbereid. Laat onervaren, maar serieuze gastmuzikanten instuderen (via een cassettedeck) met een hoofdtelefoon op voor een staande lamp of spiegel (= microfoon). De muzikant moet erop letten zo weinig mogelijk te bewegen, bijgeluiden te veroorzaken of per ongeluk de maat met de voet mee te tikken. Vraag de gastmuzikant vooraf om met deze zaken rekening te houden, want studiotijd is duur. Ook in een homestudio kan door een matige voor­bereiding onnodige irritaties ontstaan.

En sterker nog, het welslagen van een nummer kan misschien wel afhangen van die ene geslaagde saxofoonsolo. Het is dus ook de taak van de technicus, opnameleider, producer of bandleider om de inbreng van de gastmuzikant onder de meest optimale condities op de band te krijgen.

Stel nu dat je een saxofoon- of hobosolo van een MIDI-arrangement wilt laten inspelen door een heuse muzikant. Met een beeldscherm, een toetsenbord en een sequencer lijkt alles mogelijk, maar spelen op een echt instrument is toch echt anders. Probeer de partij altijd in samenspraak met de muzikant te componeren (een saxofonist moet bijvoorbeeld ook weleens ademhalen. Houd clan ook rekening met de mogelijkheden en de beperkingen van het instrument. Probeer ook achter de technische vaardigheden van de muzikant te komen. Een sequencerprogramma, dat de in te spelen partij op notenschrift kan uitprinten kan onschatbare diensten bewijzen.

Geheel verzorgd arrangement?

Speel sober, dus vooral de strikt noodzakelijke noten in om een instrument als zodanig herkenbaar op te laten vallen in een mix. Laat de opdeling van lage en hoge frequenties zoveel mogelijk over aan de daarvoor geschikte instrumenten. Simpel gesteld; laag: basgitaar en basdrum; hoog: bekkens, gitaar; midden: de melodielijnen.

• Zolang de muzikale context dit toelaat, is het te ovenvegen om reeds in de fase van het componeren rustpunten in te bouwen. Met name voor melodie- en solopartijen is dit aan te raden. Niet alleen de muziek blijft hierdoor ademen (inclusief de zanger), maar ook het inprikken van slechts een regel of frase blijft mogelijk.

Het risico bestaat namelijk, dat bij een op de voorgrond tredende melodielijn het onvermijdelijke inprikken van een enkel fragment resulteert in hoorbare klankverschillen.

Door het kiezen van tactische rustpunten (bijvoorbeeld overgang couplet/refrein) is het niet nodig om hele delen overnieuw te doen. Voor de begeleiding kan het inbouwen van rustpunten soms wat lastiger zijn, maar inprikken levert doorgaans minder problemen op en is bovendien minder waarneembaar in de mix.

Om couplet en refrein duidelijk van elkaar te scheiden is een aantal trucs mogelijk.

Ga in het couplet uit van een spaarzaam arrangement (bijvoorbeeld zang, bas, strings, enkele piano-accoorden en een zachte achtergrondpartij van drumklanken, zoals een hihat). Probeer de muzikale informatie in dit onderdeel tot de basis te reduceren, zodat alle aandacht naar de zangpartij (en tekst) uitgaat.

Voeg pas extra elementen toe tijdens het refrein (bijv. een gedubbelde zanglijn, achtergrondvocalen; een power­riff, een orgel- of padklank die de stringspartij aandikt; een steviger ritmesectie van drums en basgitaar).
Voer het tempo in lichte mate op bij de overgang van couplet naar refrein. In een band vereist dit een vaardige en strakke drummer. Eventueel kan hij met een door een sequencer voorgeprogrammeerde click track mee­spelen. Bij een MIDI-arrangement zijn deze wijzigingen eenvoudig en reeds tijdens het arrangeren in de tempo­map of mastertrack in te voeren. Een voorbeeld: in een arrangement heeft het couplet een tempo van 124, maar in het refrein wordt dit 126 en dat is onbewust al voldoende om het nummer meer stuwing te geven maar zonder het effect van een echte tempowisseling. Het refrein krijgt ook meer kracht en een dynamisch gevoel. Een andere truc is om in het couplet op elke derde tel (in een vierkwartsmaat) een ritme-accent te geven met bijvoorbeeld een snaredrum of een rimshot. In het refrein komt dit accent (harder) te liggen op de tweede en de vierde tel. Ook dit suggereert een tempoversnelling zonder werkelijke toename van het tempo. Een hihat­partij kan dit nog versterken door het ritme van kwarten naar achtsten over te laten gaan.

Instuderen


Studeer de partijen met een zekere regelmaat in. Dit vergt zowel lichamelijk als geestelijk veel inspanning. Vooral onervaren muzikanten zijn kwetsbaar voor typische muzikantenblessures, zoals een verkeerde houding (zowel lichamelijk als geestelijk!) en overbelasting. Dit laatste kan leiden een syndroom, dat ook wel bekend staat als Repetitive Strain Injury (RSI). Het ontstaat door een voortdurende herhaling van één bepaalde beweging. Verstandig repeteren betekent ook tijdwinst. Serieuze muzikanten gebruiken vaak een of andere portastudio om thuis te oefenen en ideeën uit te werken. Een uitwisselbare standaard van de porta is dan zeker handig.

Ennkele jaren geleden konden professionele muzikanten thuis een aantal partijen op een ADAT­band inspelen en de postbode zorgt bij wijze van spreken voor de juiste verbinding met de studio. Momenteel komt er geen postbode aan te pas, want het is al mogelijk om de digitale opnamen als datatransfer via een ASDL-verbinding te versturen, zodat in theorie niemand nog de opnamestudio in hoeft (behalve de technicus). Gelukkig willen muzikanten nog steeds graag samenspelen.

Neem op tijd rust en ontspanning en zorg net als in de sport voor een goede warming-up. Opnemen in een studio is vergelijkbaar met het leveren van een topprestatie. Met de juiste kleding houd je de spieren op de goede werktemperatuur. Draag beslist handschoenen bij koud weer. Om het inspelen in een opnamestudio te vergemakkelijken is het verstandig om reeds tijdens het componeren al dan niet in groepsverband herkenningspunten aan te brengen. Dat kan een zang­lijn zijn, maar ook een extra ritmische ondersteuning in een lastige passage met veel syncopen. Meestal leidt dit tot een ruwe opname op één spoor: de zogenaamde guide-track. Daardoor kom je niet voor verrassingen te staan. Ergens halverwege het nummer invallen (inprikken of punch in) hoeft dan geen probleem te zijn.
Als de muziek met een sequencer is voorbereid, dan zijn bepaalde lastige passages gemakkelijk van te voren (thuis) te repeteren door het betreffende stuk een aantal malen te laten lopen.

Met een MIDI-sequencer kan dat ook in een lager tempo zonder verlaging van de toonhoogte, die optreedt bij een normale bandrecorder. De herkenningspunten, zoals een accent met koebel zijn ook weer gemakkelijk via de edit-functies van de sequencer te verwijderen.

Zelfs audiofragmenten zijn in beperkte mate (bijv. van 120 naar hooguit 100 BPM) met de moderne MIDI + audio-sequencerprogramma's te vertragen (stretching), maar dit gaat ten wel koste van de geluidskwaliteit. Houd daarom een goede administratie bij van deze audio-file (maak een kopie van het oorspronkelijke fragment en geef het een andere naam: bijv. track-12, stretch).

Elke muzikant wordt geacht om een partij min of meer foutloos in te spelen, maar zelfs ervaren studiomuzikanten lukt dit om voor de hand liggende redenen meestal niet in een poging. Sommige muzikanten zijn in staat om al improviserend de mooiste solopartijen in te spelen, maar dit is slechts weinigen gegeven. Een partij terughoren is helaas vaak een ontnuchterende ervaring. Muzikanten met weinig studio-ervaring missen deze toets der kritiek in de oefenfase en zijn daar­om misschien ook vergevingsgezinder ten opzichte van de in de studio gespeelde partijen. Probeer dit fenomeen reeds in de oefenfase te onderkennen en in te bouwen.

Speel de partij tijdens het instuderen telkens zo nauwkeurig mogelijk in. Verplaats jezelf alvast in de opnamesituatie om op hét belangrijke moment de partij met een zekere mate van ontspannen­heid in te spelen. We zeggen dan, dat de partij volledig in de muziek zit en ook dat het ritme staat, waarbij de nuances en fraseringen overtuigend moeten klinken. Indien de studiotijd het toelaat, kan de partij altijd overnieuw gespeeld worden. Sommige gedeelten kunnen blijven staan en later met knip- en plakfuncties bewerkt worden. Maar ook inprikken (punch in) of opnemen op een ander spoor (overdub) maakt een partij compleet. Wanneer de studio over voldoende opname­sporen beschikt, bewaar dan enkele geslaagde pogingen en maak hieruit later pas een keuze.

Beslissingen


Het maken van artistieke beslissingen is met een band lastig, bijvoorbeeld omdat elke muzikant graag zijn inbreng terug wenst te horen. In het ideale geval vormt de band één geheel en is het groepsgevoel en het groepsgeluid de verdienste van het collectief. Het is in ieder geval belangrijk om van te voren te bepalen wie de artistieke dan wel zakelijke leiding heeft en de uiteindelijke beslissingen gaat nemen in het soms moeizame proces van arrangeren, opnemen en mixen.

In de eigen homestudio ben je meestal zelf de artistiek leider, al dan niet in de hoedanigheid van multi-instrumentalist. Stel prioriteiten aan de elementen, stemmen en lijnen in de composities.

Hier ontbreekt misschien de kennis van bepaalde instrumentpartijen en vooral de sturende mening van anderen. In situaties waarin je beslissingen grotendeels zelf moet nemen, is het verstandig om de productie in fasen te laten verlopen: luisteren, bijstellen, luisteren, even wegleggen, enzovoorts. In het algemeen gesteld moet elke muzikant bepaalde beslissingen kunnen verantwoorden, zowel muzikaal-technisch als productie-technisch. Niet alleen naar zichzelf, de gastmuzikanten, maar ook naar een band en zeker naar een platenmaatschappij of het (denkbeeldige) publiek.

Beperkingen


Voor een goed product is de opnamefilosofie en een verantwoorde strategie belangrijker dan de hoeveelheid sporen/kanalen en de gebruikte apparatuur. Opnemen met een beperkt aantal sporen (4 of 8) roept wel beperkingen op, maar nodigt ook uit tot creatieve en elegante oplossingen. Opnemen met veel sporen (16 of 24 en dit aantal nog afgezien van de zogenaamde virtuele sporen van moderne HD-recorders) biedt weliswaar flexibele controle over het eindgeluid, maar het maakt de muzikant/technicus ook gemakzuchtiger. Het betekent namelijk ook méér werk en de noodzaak om meer onderdelen in de gaten te houden; idem voor effecten en overige randapparaten.

De functie van goede opname-apparatuur is zonder meer van belang voor een kwaliteitsproductie, maar wordt desondanks vaak overschat. Met zorgvuldig geselecteerd audiomateriaal, de juiste mentaliteit en een goed gevoel voor sfeer en balans valt ook met apparaten van mindere kwaliteit en/of met een minder aantal sporen toch een acceptabele mix te maken. Bedenk dat een topgalm de beperkingen van een matige mix nimmer zal compenseren, maar hooguit zal verdoezelen.

Huren

Het bijhuren van professionele randapparatuur kan de kwaliteit van de eindmix verhogen. Een top­galm, een buizencompressor/limiter of een exciter laten het product tijdens het mixen professio­neler klinken. Een aantal bedrijven in de Benelux is gespecialiceerd in het verhuren van apparatuur. Ze bieden uiteenlopende kwaliteit met een overeenkomstige prijs. Reserveer wel bijtijds.



Voor een korte periode kan het aantrekkelijk zijn, maar alleen als het wat, hoe en wanneer bekend is én wanneer de gebruiker voldoende kennis en ervaring in huis heeft. Anders gaat teveel tijd en geld verloren in het begrijpen en uitproberen van de techniek.

In de studio bepaalt de vaardigheid van de technicus of alle apparaten goed zijn aangesloten en op elkaar afgestemd. Voorkom echter eindeloos afstellen en afregelen voor een soundcheck.

De technicus zal ongetwijfeld weten wanneer een geluid goed klinkt, maar dat hoeft misschien niet overeen te komen met de mening van een ervaren muzikant. Vragen als'wanneer is een (basis­)geluid goed?' kunnen het opnameproces behoorlijk ophouden en het hoeft geen garantie te zijn voor een overtuigende productie. Spreek de technicus gerust aan op persoonlijke voorkeur en pleit voor een doelmatige aanpak. Studiotijd is kostbaar: de klant is en blijft koning.

In de homestudio ben je zelf verantwoordelijk voor het deugdelijk functioneren van de apparatuur. Controleer nog vóór de werkelijke opnamen, beginnende bij de mengtafel, alle apparatuur op krakende faders, (on-)deugdelijke contactpunten en aansluitingen met randapparatuur. Doe dit zorgvuldig en zeker wanneer je niet dagelijks gebruik maakt van alle audiospullen.

Maak een realistische tijdsplanning en houd rekening met technische storingen, slechte dagen en de normale sociale afspraken. Werken onder een zekere druk kan prettig zijn, maar zolang het een hobby betreft lijkt mij een geforceerd werkritme niet zo verstandig.

Bovendien komt het meestal niet ten goede aan het gewenste eindproduct.

Begin met het opstellen en aansluiten van alle benodigde apparatuur. Heeft de bandrecorder goed gereinigde koppen? Heb je genoeg (master-)banden? Formatteer de DAT-banden al vooraf.

Heb je voldoende kabels om de randapparatuur faserein als storingsvrij op de mengtafel aan te sluiten? Hoeveel effectprocessoren van goede kwaliteit zijn beschikbaar? Huren is namelijk ook mogelijk. Maak ook een (proef-)opname om te controleren of alles naar behoren functioneert.



Verkenning


Selecteer en beluister een paar favoriete Cd’s en niet alleen omdat ze zo goed klinken. Maak een soundcheck van dit bestaande materiaal om de kwaliteit van de opnamen en de akoestiek en de monitoren van de omgeving redelijk in te schatten en om een bepaalde koers aan te geven.

Dit geldt zeker voor een vreemde opnamestudio. De afluistering zal in de mixfase nog sterker van belang zijn en bekende muziek werkt dan als een baken op weg naar een evenwichtig eindgeluid.


Administratie


Het is raadzaam om tijdens het werken in de studio een logboek met geordende aantekeningen aan te houden, zelfs wanneer je alleen maar over een portastudio beschikt. Probeer hier al vanaf de eerste opnamen consequent in te zijn. Maak een tracksheet van een standaardopstelling zoals in figuur 10.2. Kopiëer dit in veelvoud en schrijf duidelijk. Na verloop van tijd weet je niet precies meer of die ene goede solo op spoor 3 of 4 stond. Het opnieuw afluisteren kost ook weer extra tijd. Blijf ondanks de toenemende vermoeidheid gedisciplineerd werken en houd de administratie bij. Probeer niet teveel te vertrouwen op je geheugen of dat van de technicus. En dan kan het zeker geen kwaad om zelf aantekeningen te maken van de gebruikte randapparatuur en instellingen.

Figuur 10.2. Een tracksheet voor opnamen van drums, bas, gitaar, (toetsen) en zang op een 8-sporen systeem. De synthesizerpartijen uit de sequencer lopen door de synchronisatie gelijktijdig mee met de band. Spoor 1 en/of 8 is gereserveerd voor de synchronisatie (alleen analoog) of dient als gidsspoor (aan te raden voor zowel analoog als digitaal). Houd rekening met de offset-tijd die nodig is voor de synchronisatie en laat daarom de eerste maten in het MIDI-arrangement open.

Alleen daarom al is een beetje kennis en inzicht van de opnamewereld van belang. De technicus zal dit juist waarderen en meestal gebruikt hij zelf ook wel een of ander documentatiesysteem. Moderne digitale opnamesystemen als de Akai DPS-24 beschikken over een computergeheugen om een groot aantal parameters vast te leggen in een scene (en een aantal onderdelen is zelfs met een optioneel computer-keyboard te benamen). Het is ook mogelijk om met een vooraf ingeprogram­meerde instelling een soort basis set up op te roepen, waarbij alle instellingen weer neutraal staan, bijvoorbeeld bij de aanvang van een nieuw te mixen nummer.

MIDI-controle over klankmodules en effectprocessoren via de sequencer scheelt een hoop denk­werk. In de sequencer is een aantal parts overeenkomstig met de mengtafelkanalen te benoemen, bijvoorbeeld strings 15 & 16, zodat je weet dat de strings over de kanalen 15 & 16 binnenkomen. Houd de linker- & rechteringangen van stereo-koppels uit elkaar, niet alleen bij klankmodules, maar juist ook bij effectprocessoren. Het linkerkanaal moet ook in de linkermonitor te horen zijn.

Figuur 10.3. Sfeerbeeld van een studio met een ruime en heldere opnameruimte met veel daglicht, waardoor het opnemen voor veel muzikanten een stuk aangenamer zal zijn. Foto: met dank aan ABMA studio, te Amsterdam.


Afhankelijk van type en ontwerp kan dit voor de aansluitingen aan de achterzijde van het effect­apparaat namelijk precies andersom gelden. Ook het Program nummer, Main Volume en Panorama (in de stereo-uitgang van de sampler, synthesizer of klankmodule) geven aanvullende informatie om het reproduceren van de muziek te vereenvoudigen.

De schrijftafel.

De meeste mengtafels hebben een aparte strip op de voorkant over de gehele lengte van de tafel lopen om relevante teksten op te schrijven. Hierop is aan te geven welke bron of instrument met welke kanaalfader correspondeert. Hiervoor schijnt ook speciale tape verkrijgbaar te zijn.

Zelf heb ik een alternatief bedacht; ik breng eerst een lang stuk doorzichtig plakband aan over de hele lengte en zorg ervoor dat het precies past. Dan plak ik er zelfklevende etiketten op (2x3 cm), die ook met watervaste pen zijn te beschrijven, voorzie de etiketten van de juiste tekst en dek het geheel weer af met een zelfde stuk plakband. Dat is een precies karweitje, maar het houd de tekst vrij van vet en vuil en bovendien is de hele strip weer gemakkelijk te verwijderen.

Voorzie de onderdelen tijdens het mixen in een standaard-opstelling van een vaste naam, zoals de [Kick], [Snare], [Overheads L-R], [Bass-GTR], [GTR] en [Vocals] uitfiguur 10.2. Laat de coderingen wel corresponderen met de uitgangen van de modules. Wanneer een MIDI-klankbron meer dan twee uitgangen heeft, geef dan aan belangrijke geluiden, zoals [Kick] en [Snare] ook een individuele uitgang, bijvoorbeeld [Lmain], [Rmain], [Lsub] en [Rsub] voor hoofd- & subuitgangen.

Sluit deze uitgangen aan op de corresponderende mengtafelkanalen, waardoor ook nog flexibel ingrijpen met EQ en FX mogelijk is. De minder belangrijke signalen zoals strings, pads en orgels hebben vaak een achtergrondfunctie en staan ook vaak zachter in de mix (-20 dB). Daarom hoeven deze signalen vaak minder aangepast te wordenin de eindmix, aangezien ze reeds in de klankbron al zijn geselecteerd. Deze geluiden kunnen eventueel over twee kanalen (via een tussenmixer) als een stereospoor behandeld worden. Tijdelijke wijzigingen zijn dan weer met losse etiketjes op de afgedekte strip te plakken, die door de extra laag plakband met enige voorzichtigheid ook weer makkelijk te verwijderen. Bewaar de strip voor het geval van een remix.

Soms zijn verticale strips langs de fader gemaakt om eventuele wijzigingen in faderinstelling aan te geven. Bij een geautomatiseerde tafel met gemotoriseerde faders is dit natuurlijk niet nodig. Het geheugen onthoudt de faderbewegingen en instellingen. Bij volledig geautomatieerde meng­tafels (SSL, Neve) en de huidige (uitgebreide) digitale portastudio's worden ook de belangrijkste instellingen voor EO en FX in het geheugen opgeslagen (als snapshot of scene op te roepen). Een mengtafel met slechts een MIDI-mute automatisering heeft alleen een gate-functie (on/off), die als een MIDI-event geldt, die in de sequencer wordt opgeslagen en tijdens de mix afgespeeld.


Opnamepsychologie


Op het podium staan en spelen is een momentopname. Kleine fouten maken is geaccepteerd en verhoogt misschien ook nog wel de charme van het live-gevoel. In de opnamestudio gelden deze overwegingen niet of nauwelijks. In sommige gevallen ontbreekt zelfs de interactie met de overige bandleden. Bedenk ook dat veel muzikanten relatief weinig studio-ervaring hebben. Met name het proces van het wennen aan de andere ruimte, de gespannenheid voor de opnamen en het sp„b•r1 via een hoofdtelefoon (met een vaak niet ideale monitormix) kost de nodige tijd. Weliswaar k(,1nt elke misser genadeloos op de band terecht, maar de muzikanten kunnen altijd opnieuw beginnen. Ook de werkomgeving en de juiste sfeer stimuleren de te leveren prestaties (zie figuur 10.3/10.4).
Het inzingen van een vocal guide bij het vastleggen van de basis is voor de band belangrijk om zich te oriënteren en zich volledig te geven waar dat nodig is.

Het kan stimulerend werken als de band reeds een goede partij heeft ingespeeld, zodat daarna de ontspannenheid aanwezig is om zichzelf te overtreffen. De aanwezigheid van een producer kan een positieve bijdrage leveren aan dit proces; soms laten ze foutjes juist staan om een bepaalde sfeer vast te houden en dat is binnen zekere grenzen geaccepteerd, zelfs in de professionele wereld (ook hier dus toch een soort live-gevoel). Deze toevalstreffers geven vaak onbedoelde, maar soms wel verrassende passages in een nummer.



De solist


In sommige situaties moeten de akoestische opnamen in een geïsoleerde opnameruimte of geluids­cabine worden gemaakt. Dat kan soms een ongemakkelijk of zelfs claustrofobisch gevoel geven, maar dat is niet zo erg. Meer mensen (= muzikanten) hebben daar last van. Vraag de technicus dan om de deur van de cabine op een kier te zetten, de lekkage van geluid dan maar voor lief nemend.

Een solo inspelen is geen eenvoudige taak. De solist moet alle nuances overtuigend brengen, aangezien de melodielijn (bijvoorbeeld zang, gitaar, saxofoon) de meeste aandacht opeist van de luisteraar. Voor hem geldt het isolement en de eenzaamheid van het moeten presteren, waarbij de overtuiging en de sfeer misschien nog belangrijker zijn dan een perfect uitgevoerde partij.

Anderzijds kan een moment van euforie, al dan niet langs natuurlijke weg verkregen, misleidend zijn om nog objectief te beoordelen hoe het uiteindelijk op de band zal klinken. Een euforisch ingespeelde solo hoeft niet mooier, emotioneler en spannender te klinken. Integendeel, een goede versie moet strak, muzikaal verantwoord en bijna zakelijk klinken; ook nog na verloop van tijd. Speel de solo daarom liever in één take, dan steeds opnieuw in te prikken. Dat maakt je onzeker. Bij voldoende vrije bandsporen kan de solist enkele goede versies inspelen. Hij kan dan later samen met de technicus/producer uitzoeken welke solo het beste is dan wel het beste past bij de rest van de muziek. Dit kost wel weer tijd, maar in een homestudio zijn dergelijke overwegingen minder belangrijk. Anders dan de solo, dient met name de begeleiding strak op de band te komen. In een solo zijn ritmische vrijheden wel geaccepteerd, zolang de partij in essentie maar in het ritme blijft.

Het collectief


Als je in of met een band speelt, overweeg dan om het groepsgevoel in een opnamesessie vast te leggen. Ook veel bands van naam proberen al jammend dit groepsgevoel op tape te zetten. Overigens wordt dit groepsgevoel om vage redenen en ten onrechte aangeduid als chemistry. De studio moet wel over voldoende microfoons, ruimte en sporen beschikken om de verschillende instrumentalisten - soms akoestisch gescheiden - op te nemen. Wanneer je van plan bent om op deze manier op te nemen, ga dan van te voren na of de studio deze mogelijkheden kan bieden. Om dure studiotijd uit te sparen nemen veel bands eerst een werkband op. Mits zonder al te grote missers ingespeeld, dient de werkband tevens als gidsspoor (guide track).

Meestal spelen de drummer, bassist en overige begeleiders gelijktijdig een basis in. De zanger kan op zijn beurt tegelijkertijd een vocale guide-track inzingen om de overige bandleden meer houvast te bieden bij het inspelen. Het komt opmerkelijk genoeg weleens voor, dat de zanger zich niet meer overtreft tijdens de werkelijke opnamen. Door de spontaniteit van het inzingen kan de vocal guide dan gebruikt worden als de definitieve versie.




Figuur 10.4. Vanwege de ruime opzet zal een solomuzikant zich in deze studioruimte waarschijnlijk voldoende ontspannen voelen om zich volledig op zijn muziek te kunnen concentreren. Met dank aan de Waterman Studio.

Eventueel kan het gidsspoor ook zijn samengesteld aan de hand van een doordacht MIDI-arrange­ment. Let daarbij ook op tempowisselingen, die overigens ook goed zijn te programmeren in het MIDI-arrangement (via de mastertrack).De zanger en overige solisten kleuren aan de hand van de werkband met een aantal overdubs de muziek verder in. In de meeste gevallen is het mogelijk om met in- en uitprikken kleine stukken te repareren. Voor de drumpartij is dit vanwege de overspraak vaak moeilijker en in dat geval zal de drummer (een gedeelte van) een nummer over moeten doen.Bedenk overigens dat bij het overdubben van een individuele bijdrage deze opname anders zal klinken, omdat de natuurlijke overspraak van de basisinstrumenten in de oorspronkelijke opname ontbreekt. Dit kan een storend element zijn in de uiteindelijke opnamen.

Figuur 10.5. Overzicht van een studio met akoestisch gescheiden gedeelten voor de zanger en de drummer, terwijl de gitarist en bassist hun partijen via de akoestisch afgeschermde versterkers laten opnemen.Voor het opnemen van een (rock-)band verkrijgt de technicus ook wel akoestische scheiding door gebruik te maken van speciale schotten. Deze manshoge schotten zijn soms voorzien van een glazen ruit om toch het visuele contact te behouden. Voor de zanger biedt de glazen ruit extra steun bij het inzingen, omdat het eigen stemgeluid door de ruit weerkaatst wordt. De bij deze manier van opnemen optredende overspraak kan hinderlijk zijn, maar juist ook het live­gevoel versterken. Om overspraak van met name lage frequenties te voorkomen kan de bassist eventueel via een DI-box spelen en afluisteren via een hoofdtelefoon. In sommige gevallen zal de drummer in een drumhok (drum booth) aan de slag moeten. Vanwege de openstaande microfoons is de ventilatie in het drumhok vaak tijdelijk uitgeschakeld.In combinatie met de warmte van de spots en een hardwerkende muzikant kan de temperatuur behoorlijk oplopen. Pauzeer daarom regelmatig of laat de deur op een kier. Het opnemen van een elektrische gitaar vergt minder akoestische afzondering. Door de gitaarver­sterker in de opnameruimte te zetten kan de gitarist tijdens het soleren (overdubben) via een lange kabel of zender gewoon spelen in de regiekamer. Ten eerste kan hij gelijk horen, hoe het samen met de overige partijen als geheel kán gaan klinken. Met de monitors op een redelijk speelvolume gaat het inspelen met een natuurlijker gevoel gepaard dan het spelen met een hoofdtelefoon op.



Figuur 10.6. Opnamesituatie met een live-karakter, waarbij de drums zijn afgeschermd met akoestische schotten.

De overige bandleden spelen met de monitormix mee via hoofdtelefoons. De zanger bevindt zich in het zanghok.

Ten tweede is directe communicatie tussen de technicus en overige bandleden (de laatsten zonodig gewenst) mogelijk. De interactie tussen gitarist en versterker is daarentegen minder, maar is des­noods via de luidsprekers van het monitorsysteem in de regiekamer te regelen. De basgitarist kan ook in de regiekamer direct op de opnameband inspelen via de mengtafel (DI-box/pre-amp).

Als de toetsenist,uitsluitend met MIDI-apparatuur speelt, kan hij van te voren thuis alle MIDI-par­tijen voorbereiden. Eventuele wijzigingen zijn pas in het stadium van de eindmix nodig, omdat nu de combinatie van MIDI-partijen en nog toe te voegen akoestische opnamen een nieuw geluids­beeld oproept. Zo is het piano- of stringsgeluid ook in dit stadium snel te wijzigen.

Wel of geen Studio Sport?

Een opnamesessie in een opnamestudio vergt veel voorbereiding en een doordachte aanpak, zo­wel in artistiek als in financiëel opzicht. Na deze periode van voorbereiden en instuderen van de partijen probeert de muzikant natuurlijk optimaal te presteren.

Hoe gaat de muzikant om met de spanning, het lange wachten, de overige aanwezigen en met frustraties op technisch gebied en persoonlijk vlak (... ik heb absoluut mijn dag niet). Het is dan ook terecht om het opnemen van een of meer nummers met topsport te vergelijken: het vereist een professionele benadering, concentratie en een goede conditie om optimaal te presteren.




Het is raadzaam om met name tijdens een studiobezoek sober en regelmatig te leven. Wees matig met genotmiddelen zoals koffie, alcohol, zoete frisdrank, roken, drop en snoepgoed, aangezien ze in zekere zin een toestand van pseudo-alertheid oproepen. Zo doet alcohol het vermogen om hoge frequenties waar te nemen tijdelijk afnemen, hetgeen vooral tijdens de afluistering in de eindmix kan leiden tot een onjuiste beoordeling. Nicotine (en dergelijke) heeft misschien een rustgevende werking, maar een overmaat leidt tot hyperactiviteit en concentratieverlies.

Stel deze onder normale omstandigheden geaccepteerde behoeften uit tot na de opname-sessie. Verveling is de sluipmoordenaar van elke muzikant, die moet wachten op de volgende fase.

Een stapel tijdschriften en videobanden betekent vaak al een plezierige afleiding. Maar het is ook belangrijk om even een andere sfeer te proeven dan de directe omgeving van de studio. Sommige muzikanten gaan tussendoor een flink eind wandelen of hardlopen. Anderen beoefenen yoga of gaan naar een sportcentrum. Een tafeltennistafel hoort meestal bij het verplichte interieur van een grotere opnamestudio.

De verleiding om eens lekker uit de band (!) te springen mag dan erg groot zijn, uiteindelijk gaat het ten koste van de eindprestatie. Het is geen vakantie. In de opnamestudio is een helder beoor­delingsvermogen noodzakelijk om een duur betaald en dus verantwoord eindproduct te realiseren. Een product om met plezier naar te luisteren, na twee weken en ook nog na twee jaar.

Opnemen in de homestudio

Bij het opnemen in de homestudio komen de muzikale bijdragen meestal apart en achter elkaar op de opnameband terecht. In deze omgeving zal de muzikant door het ontbreken van geschikte ruimte en goede faciliteiten sneller een individuele partij moeten inspelen. Het groepsgevoel is in dit soort situaties vaak niet haalbaar, maar de rust en de tijd werken hier in het voordeel om maxi­maal te presteren. Wacht desnoods het moment van inspiratie af. Speel de partij een dag later nog eens in. Toch is de mentale druk groot, misschien wel groter, omdat de technische aspecten nu ook onder de eigen verantwoordelijkheid vallen. Blijf altijd zo kritisch mogelijk.

De bezitter van een homestudio is namelijk tegelijk muzikant, technicus en producer.



Werk je met anderen, neem dan hun advies ter harte. Andere mensen luisteren immers altijd met andere oren naar het ongekleurde verhaal en hebben geen emotionele binding met de muziek. Met maar één ruimte ter beschikking moet je zorgen voor een stille opname, dus zonder al te veel onnodige bijgeluiden. Richt een dode hoek in op ruime afstand van de overige apparatuur en zorg voor voldoende geluidsisolatie. Voor het opnemen van drums of gitaarversterkers op volumestand elf zul je waarschijnlijk moeten uitwijken naar een echte opnamestudio.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina