Protocol “Grenzen aan de zorg” Inleiding



Dovnload 15.81 Kb.
Datum23.08.2016
Grootte15.81 Kb.

Openbare basisschool Vuurvogel

De Zilverspar 14

2661 AP Bergschenhoek

010-5214161

directie@obsvuurvogel.nl

www.obsvuurvogel.nl



Protocol “Grenzen aan de zorg”

 
1. Inleiding.

In het kader van de plaatsing van zorgleerlingen op de school, is het van belang helder aan te geven waar zich de ‘grenzen aan de zorg’ bevinden. Deze grenzen zijn niet voor alle scholen gelijk; de scholen beschikken immers over ongelijke mogelijkheden. Bovendien stelt de wetgever, dat een individuele school geen ‘algemene’ grenzen mag formuleren. Steeds weer dient voor elke individuele zorgleerling te worden afgewogen of tot plaatsing kan worden besloten.


2. De ontwikkelingsmogelijkheden van de leerling.

Centraal dient steeds te staan, dat alleen tot plaatsing moet worden besloten, indien duidelijk is, dat de school een wezenlijke bijdrage kan leveren aan de verdere ontwikkeling van de betreffende leerling. Een (IQ) onderzoek kan noodzakelijk zijn.


3. Het ontwikkelingsperspectief van de leerling.

Het is van belang om een zo exact en volledig mogelijk ontwikkelingsperspectief van de zorgleerling vast te stellen. Op basis van het geformuleerde ontwikkelingsperspectief wordt een handelingsplan voor de eerste periode opgesteld. Op basis van de evaluatie van dit handelingsplan kan het volgende handelingsplan worden opgesteld. Het ontwikkelingsperspectief kan naar aanleiding van tussentijdse evaluaties naar boven of naar beneden worden bijgesteld.


4. De inspanningsverplichting van de school.

De school is verplicht zich tot het uiterste in te spannen om – binnen de bestaande en te creëren mogelijkheden – zodanige condities te scheppen, dat plaatsing van de betreffende leerling mogelijk is, waarbij aandacht dient te worden besteed aan de hieronder bij 5 beschreven criteria.

 

5. Plaatsingscriteria.

Bij de afweging om een zorgleerling al of niet op de school te plaatsen, dienen de volgende criteria te worden gewogen:


A.    Het ontwikkelingscriterium.

Hierbij staat de vraag centraal in hoeverre er bij plaatsing voor de betreffende zorgleerling voldoende ontwikkelingsmogelijkheden (overeenkomstig het geformuleerde ontwikkelingsperspectief) zijn.


B.    Het sociaal-emotionele criterium.

Hierbij staat de vraag centraal of de betreffende zorgleerling met betrekking tot zijn sociaal-emotionele ontwikkeling voldoende baat heeft bij plaatsing op de school. Ook dient daarbij in ogenschouw te worden genomen, dat bij plaatsing de sociaal-emotionele ontwikkeling van andere leerlingen naar verwachting niet onevenredig veel hinder zal ondervinden.


C.    Het zelfredzaamheidcriterium.

Hierbij staat de vraag centraal of de betreffende zorgleerling over een dusdanige hoeveelheid zelfredzaamheid beschikt, dat bij plaatsing functioneren in een groep voldoende mogelijkheden biedt. Daarbij is het van belang, dat de leerling niet in overwegende mate een beroep hoeft te doen op ondersteuning van het personeel van de school of de medeleerlingen.


D.    Het medicatiecriterium.

Hierbij staat de vraag centraal in hoeverre bij plaatsing van de zorgleerling voor de verzorging van de noodzakelijke medicatie c.q. medische handelingen de inzet van het personeel van de school wordt vereist. Daarbij is essentieel om na te gaan of de gevraagde inzet ook structureel kan worden geleverd, al of niet met inschakeling van derden.


E.    Het deskundigheidscriterium.

Hierbij staat de vraag centraal in hoeverre de school over de noodzakelijke deskundigheid beschikt of binnen redelijke termijn kan beschikken om de betreffende zorgleerling bij plaatsing adequaat op te vangen en te begeleiden.


F.    Het draagvlakcriterium.

Hierbij staat de vraag centraal in hoeverre er binnen de school en bestaande ouders voldoende draagvlak op lange termijn aanwezig c.q. te creëren is om verantwoord tot plaatsing van de betreffende zorgleerling over te gaan.


G.    Het veiligheidscriterium.

Hierbij staat de vraag centraal of bij plaatsing de veiligheid van de betreffende zorgleerling, maar ook van de andere leerlingen en van het personeel op de school in voldoende mate is gegarandeerd, wanneer tot plaatsing wordt overgegaan.


H.    Het huisvestingscriterium.

Hierbij staat de vraag centraal of het gebouw geschikt is of – binnen redelijke grenzen – geschikt gemaakt kan worden. Daarbij staat centraal, dat de leerling niet of slechts beperkt wordt belemmerd in zijn ontwikkeling (overeenkomstig het geformuleerde ontwikkelingsperspectief) wanneer tot plaatsing wordt overgegaan.


I.      Het kwaliteitscriterium.

Hierbij staat de vraag centraal in hoeverre de school in staat is om de betreffende zorgleerling bij plaatsing opvang en begeleiding te bieden overeenkomstig de kwaliteit, die de school verantwoord vindt. Feitelijk ligt dit criterium als een paraplu over de voorgaande 8 criteria heen.


6. De onderbouwing van de besluitvorming.

 


  1. Indien de school, alles afwegende, besluit om over te gaan tot plaatsing van de betreffende zorgleerling,

wordt aangeraden om de eventuele beperkingen ten aanzien van de opvang en begeleiding, die naar aanleiding van de bespreking van de bij 5 genoemde criteria naar voren zijn gekomen, schriftelijk vast te leggen.

  1. Indien de school, alles afwegende, besluit om niet over te gaan tot plaatsing van de betreffende zorgleerling, wordt aangeraden om de eventuele beperkingen ten aanzien van de opvang en begeleiding, die naar aanleiding van de bespreking van de bij 5 genoemde criteria naar voren zijn gekomen en die de basis hebben gevormd om dit besluit te nemen, schriftelijk vast te leggen.

  2. Als de school besluit tot een proefplaatsing zal het doel van dit besluit schriftelijk vastgelegd worden. Hierin zal tenminste staan: de duur van de plaatsing, de vervolggesprekken, de toestemming tot het verkrijgen van informatie van derden (voorgaande school, medische zaken, andere belangrijke informatie)


7. De noodzakelijke zorgvuldigheid.
Hoewel de opsomming van de hiervoor bij 5 geformuleerde criteria misschien wel die indruk wekt, is het zeker niet zo, dat een school verplicht is elke zorgleerling voor wie plaatsing op de school gewenst wordt, ook daadwerkelijk te plaatsen. Er dient echter nadrukkelijk rekening mee te worden gehouden, dat het rijksbeleid is, dat alle zorg- leerlingen, indien maar enigszins mogelijk, huisnabij regulier onderwijs moeten kunnen volgen. Uiterste zorgvuldigheid bij de afweging om al of niet tot plaatsing over te gaan is dan ook noodzakelijk. In het uiterste geval, dat ouders hun ‘plaatsingsrecht’ via de rechter willen verzilveren, zal de kwaliteit van het afwegingsproces een centrale rol spelen.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina