Protocol vervoer gastkinderen



Dovnload 61.32 Kb.
Datum23.08.2016
Grootte61.32 Kb.




Protocol vervoer gastkinderen
(informatie is terug te vinden op www.veiligheid.nl)
Inhoudsopgave:
1 Veilig vervoer van kinderen: waar moet je op letten? 2

2 Vervoer van kinderen op de fiets 2

3 Vervoer van kinderen te voet 7

4 Wandelwagen / buggy 7

5 Vervoer van kinderen in de auto 11

Verklaring vervoer 14



1 Veilig vervoer van kinderen: waar moet je op letten?

Om kinderen veilig te vervoeren, is er tegenwoordig heel veel te koop. Alleen al aan autostoeltjes is er een scala aan modellen verkrijgbaar. Maar waar moet je nu precies op letten? Zijn die hippe bakfietsen bijvoorbeeld veilig? En hoe ligt een baby het beste in een draagdoek? Veiligheid.nl heeft op de pagina Verkeer en vervoer de belangrijkste tips op een rijtje gezet. Zo vind je op deze pagina tips over:


2 Vervoer van kinderen op de fiets (fietskar, bakfiets, aanhangfiets, kinderfiets, etc.)
Op de fiets

Het vervoeren op de fiets van jonge baby’s, die nog niet zelfstandig kunnen zitten, kan op een paar manieren zo veilig mogelijk (naast de gevaren die het verkeer voor iedereen met zich meebrengt, is er zo min mogelijk kans op ongevallen): In een baby autostoeltje of babyschelp die stevig bevestigd is in een fietskar of bakfiets. Plaats het autostoeltje het liefst tegen de rijrichting in. Het kindje wordt door de kooiconstructie van de bak/kar en het stoeltje beschermd. In een baby autostoeltje dat met een speciale drager op de fiets bevestigd is. Bij een val met de fiets, wordt het kindje zo goed mogelijk tegen direct contact met de ondergrond beschermd.


Voor beide manieren geldt:

  • Maak de baby in het stoeltje altijd vast met gordels.

  • Zorg dat het kindje zich prettig voelt, probeer trillingen en schokken te voorkomen.

  • Hou uw kind goed in de gaten; als het kindje zich niet meer comfortabel voelt, als het kindje huilt of op een andere manier zijn ongenoegen uit is het tijd om pauze te houden of te stoppen.

  • Maak zeker in het begin nog geen lange tochten.


Onveilig

Een draagzak waarin het kindje op de buik/borst van de berijder hangt, is geen veilige manier om een baby op de fiets te vervoeren. Het biedt bij een val geen bescherming aan het kindje, het kindje kan uit de draagzak vallen of de bestuurder kan op het kindje terecht komen.


Minimumleeftijd

Met de huidige gegevens kan geen eenduidige uitspraak gedaan worden over de minimumleeftijd vanaf wanneer baby’s op de fiets meegenomen kunnen worden. Tot het moment dat uw kind het hoofdje zelfstandig rechtop kan houden, is het waarschijnlijk beter om uw kindje niet op de fiets te vervoeren. Vooral in het begin is het belangrijk dat alleen korte tochtjes gemaakt worden en de route zo gekozen wordt dat er geen of weinig hobbels, drempels en trillingen zijn. Oudere baby’s Vanaf het moment dat een kindje zelfstandig vanuit kruiphouding kan gaan zitten, kan hij/zij in een fietsstoeltje aan het stuur vervoerd worden, zie daarvoor de tips voor fietszitjes. Voor eerste fietsritjes geldt:



  • Vooral in het begin is het belangrijk dat alleen korte tochtjes gemaakt worden en de route zo gekozen wordt dat er zo min mogelijk kuilen, hobbels en drempels zijn.

  • Een fietstocht is voor een klein kind zeer vermoeiend. Als uw kindje huilt of op een andere manier zijn ongenoegen uit, dan is het tijd om pauze te houden of te stoppen.


Extra koop- en gebruikstips

  • Fiets bij voorkeur op een moederfiets/stadsfiets/bakfiets waarvan het zadel niet te hoog staat zodat u met uw voeten bij de grond kunt. Zorg voor goede remmen en fiets niet te snel.

  • Zorg dat het autostoeltje of de babyschelp goed bevestigd is:

  • Er zijn specifieke bevestigingssets te koop voor in de fietskar/bakfiets.

  • er zijn beugels/frames te koop om het autostoeltje op de fiets te maken.

  • Zorg dat het zitje op twee manieren bevestigd is, de één als back-up van

de ander (de meeste zitjes hebben deze mogelijkheid).

  • Zorg dat uw kindje goed in de gordel zit.

  • Zorg bij een fietskar/bakfiets dat deze een goede vering heeft voor het gewicht van uw kindje. Heftig trillen kan vaak verholpen worden door extra gewicht in de kar/bak (nog een kind, boodschappen, een zak zand).

  • Bouw het fietsvervoer van hele kleine kinderen rustig op. Begin bijvoorbeeld met korte ritjes over een goed en gelijkmatig wegdek.

Fietskar

Een fietskar is een kleine aanhanger op twee wielen achter de fiets waar één of twee kinderen (tot ongeveer 7 jaar) in kunnen zitten. Een fietskar is een zeer veilig alternatief voor een fiets. De kooiconstructie zorgt ervoor dat bij botsingen met een auto de fietskar wegschuift in plaats van omvalt. Kooptips



  • Zorg ervoor dat uw eigen fiets, waarmee u de kar trekt, veilig is.

  • Koop een kar met een brede wielbasis en een laag zwaartepunt.

  • Kies een fietskar met een stevige kooiconstructie (is het frame stevig genoeg bij botsingen of kantelen?).

  • Kies bij voorkeur een hardplastic schaal als bodem in plaats van een nylon onderkant. Let bij een nylon onderkant op of hij niet versleten is (gaten, scheuren, dunne plekken).

  • Let bij de aanschaf goed op de spaakafscherming; kunnen kinderen niet met hun handen of voeten bij de spaken komen? Als een fietskar omgebouwd kan worden tot wandelwagen, let er dan op of er goede remmen op zitten.

  • Kies een fietskar met goede vering.


Gebruiktips

  • Zorg voor een goede en stevige koppeling met de fiets; de kar mag niet mee kantelen als de fiets omvalt, zorg voor een koppeling met een extra borging.

  • Zorg dat de fietskar goed zichtbaar is, bijvoorbeeld door een felle kleur, goede verlichting, reflectoren aan de zij- en achterkant en een vlaggetje.

  • Raak vertrouwd met eigenschappen van de fiets met fietskar, maak een proefrit op een rustige plek.

  • Remmen: de fiets kan extra neiging hebben bij remmen te gaan slippen. Maak een aantal noodstoppen met gewicht in de kar, als test.

  • Sturen: door de extra lengte is het nodig om ruimere bochten te nemen.

  • Extra gewicht: de fiets reageert langzamer bij remmen en optrekken.

  • Breedte: de fietskar is breder dan de fiets, let goed op bij smalle doorgangen.

  • Lengte: een fiets met fietskar is lang, let op bij vluchtheuvels en oversteken.

  • Pas op met hobbels en stoepranden, de fietskar kan dan kantelen.

  • Zet uw kinderen altijd goed vast in de kar.

  • Hou er rekening mee dat uw kind laag zit, ga bijvoorbeeld niet naast een (vracht-) auto met uitlaatgassen staan bij het stoplicht.

  • Zet bagage goed vast in de bak.


Bakfiets

Een bakfiets is geschikt om één tot vier kinderen tot ongeveer 7 jaar mee te vervoeren, in de bak zit een bankje waar de kinderen op kunnen zitten. Een driewiel bakfiets valt niet snel om en heeft een grotere bak dan een tweewiel bakfiets. Een tweewiel bakfiets fietst wel een stuk lichter en rijdt in de bochten als een gewone fiets.


Kooptips

  • Zorg dat de bakfiets goed zichtbaar is; door een felle kleur, goede verlichting en reflectoren aan de zij- en achterkant.

  • Zorg dat alle kinderen een goede zitplaats hebben (zitting 20 cm diep en 25-30 cm boven de bodem).

  • Voor kleine kinderen bieden de houten bankjes onvoldoende ondersteuning, monteer daarom een baby autostoeltje of fietszitje in de bak.

  • Een driewiel bakfiets heeft een parkeerrem; gebruik deze, zeker bij het in- en uitstappen.

  • Let op of de wielen goed afgeschermd zijn; check of uw kinderen vanuit de bak met hun handen niet bij de spaken kunnen komen.

  • Let bij een tweewiel bakfiets op of deze een goede standaard heeft, breed en stevig, en kijk of deze niet per ongeluk in kan klappen.

  • Hoe lager het zwaartepunt van een tweewiel bakfiets, hoe makkelijker de fiets in evenwicht is te houden.

  • Zorg voor goede remmen. Een bakfiets is een stuk zwaarder dan een gewone fiets en er is meer kracht nodig om te remmen.


Gebruiktips

  • Raak vertrouwd met eigenschappen van de bakfiets, maak een proefrit op een rustige plek.

  • Remmen: de fiets is extra zwaar, maak een aantal noodstoppen met gewicht in de bak, als test.

  • Sturen: kijk wat voor gedrag de fiets heeft in de bochten, neem de bocht ruim.

  • Extra gewicht: de fiets reageert langzamer bij remmen en optrekken.

  • Hellingen: de fiets is een stuk zwaarder, bij het omhoog rijden kost dat meer trapkracht, en bij het omlaag rijden nog meer remkracht.

  • Breedte: een bakfiets is breder dan een gewone fiets, u heeft echter wel overzicht over de breedte, hou daar rekening mee bij smalle doorgangen.

  • U zit verder naar achteren dan op een normale fiets, hou daar rekening mee in het verkeer.

  • Zet uw kinderen altijd vast in een bakfiets.

  • Laat uw kinderen niet staan in de bakfiets.

  • Zorg dat er geen lichaamsdelen van passagiers buiten de bak steken, in verband met bijv. botsingen of vallen.

  • Zet bagage goed vast in de bak.

  • Hou er rekening mee dat uw kind laag zit, ga bijvoorbeeld niet naast een (vracht-) auto met uitlaatgassen staan bij het stoplicht.

  • Onderhoudt uw bakfiets goed; de remmen, stuurinrichting, banden en trapmechanisme slijten door het extra gewicht harder dan bij een gewone fiets.


Aanhangfiets

Een aanhangfiets hangt als een soort tandem achter uw normale fiets. Een veilige oplossing voor het geval uw kind al wel de motoriek heeft om mee te trappen, maar nog niet aan (langere stukken) zelfstandig fietsen toe is. Er zijn twee soorten aanhangfietsen: een halve fiets met in plaats van een voorwiel een stang naar de trekfiets of een systeem waaraan een gewone kinderfiets bevestigd kan worden, het voorwiel wordt daarbij opgetild. Afhankelijk van het model is een aanhangfiets geschikt voor kinderen vanaf 4 à 5 jaar tot ongeveer 8 jaar.


Kooptips

  • Zorg ervoor dat uw eigen fiets, waarmee u de aanhangfiets trekt, veilig is.

  • Zorg voor een goede verbinding tussen de fiets en de aanhangfiets, let daarbij op trillingen en stevigheid.

  • Zorg ervoor dat uw kind in hetzelfde tempo als u kan meetrappen, door bijvoorbeeld versnellingen. Als het kind heel snel mee trapt, gaat de fiets teveel schudden en trillen.

  • Zorg dat het kind goed past op de aanhangfiets (zadelhoogte, stuur en trappers).

  • Zorg dat de aanhangfiets goed zichtbaar is; dat kan door een felle kleur, goede verlichting, reflectoren en een vlaggetje.


Gebruiktips

  • Raak vertrouwd met eigenschappen van de fiets met aanhangfiets, maak een proefrit op een rustige plek.

  • Remmen: de fiets kan extra neiging hebben bij remmen te gaan slippen.

  • Sturen: door de extra lengte is het nodig om ruimere bochten te nemen.

  • Extra gewicht: de fiets reageert langzamer bij remmen en optrekken.

  • Lengte: een fiets met aanhangfiets is lang, let op bij vluchtheuvels en oversteken.

  • Maak goede afspraken met uw kind zodat hij niet spontaan afstapt (bijvoorbeeld om iets te pakken bij een stoplicht).

  • Communiceer tijdens het fietsen goed met uw kind, over wegrijden, remmen, bochten en hobbels. Als uw kind het stuur loslaat of rustig om zich heen kijkt voorkomt dat onverwachte bewegingen.

  • Zet eventueel een spiegeltje op uw stuur om uw kind te kunnen zien.

3 Vervoer van kinderen te voet (buikdrager, bolderkar, kinderwagens, etc.)
Te Voet

Wanneer de verklaring vervoer te voet wordt ondertekend, moet u de volgende punten in acht nemen:

- Let er op dat het kind nooit aan de weg kant loopt.

- Let er op dat de wandelwagen in goede staat verkeerd.

- Let op de veiligheid van het kind.

Kinderwagens

Er zijn veel soorten kinderwagens en wandelwagens te koop. De meeste modellen (combiwagens) zijn eerst te gebruiken als kinderwagen en later als wandelwagen.



Kinderwagen (geschikt van 0 tot ongeveer 6-9 maanden) Een kinderwagen is een wagen met platte bak voor baby’s van 0 tot ongeveer 6-9 maanden. De bak van de kinderwagen kan vaak gebruikt worden als reiswieg, maar is meestal niet geschikt voor vervoer in de auto. Een kinderwagen met een grote bak is het meest comfortabel voor uw kind. Stap pas over op een wandelwagen als uw kindje goed kan zitten. Het is vaak mogelijk om op het onderstel een autozitje te plaatsen. Goed om te weten: een autozitje is niet bedoeld voor langdurig gebruik. Voor de veiligheid in de auto zijn deze zitjes zo gemaakt dat een baby met een kromme rug ligt en weinig bewegingsvrijheid heeft. Voor de motorische ontwikkeling van de baby’s is het beter als ze platliggen, zodat ze kunnen bewegen.

4 Wandelwagen / buggy (geschikt vanaf ongeveer 6 à 9 maanden tot ongeveer 4 jaar

Een wandelwagen is een wagen met een zitje. Deze is bedoeld voor kinderen die al kunnen zitten. Grote wandelwagens zijn door de goede vering en ruime zit comfortabel. Ze kunnen lang gebruikt worden. De rugleuning van de wandelwagen is in meerdere standen verstelbaar en heeft meestal een ligstand. Vaak zit er ook een boodschappenrek onder de zitting. Buggy’s zijn licht en kunnen, klein opgevouwen worden. Ze hebben vaak kleine wielen en een korte en smalle zit, waardoor ze niet echt comfortabel zijn voor uw kindje.



Kooptips

  • Koop een kinder- of wandelwagen die voldoet aan Europese norm: NEN-EN 1888.

  • Koop alleen een wagen met een goede en duidelijke gebruiksaanwijzing.

  • Vraag de verkoper om te laten zien hoe de wagen werkt.

  • Probeer de wagen in de winkel zelf uit; inklappen, rijden, bochten, drempels, hoogte duwstang.

  • Koop een kinderwagen met een grote bak, dan kan het kindje lang liggend vervoerd worden.

Tweedehands kinder- of wandelwagen

  • Kijk of de kinder- of wandelwagen voldoet aan Europese norm: NEN-EN 1888.

  • Let op slijtage van de wagen, de wielen, het inklapmechanisme en de remmen.

  • Let op slijtage van de bak of het zitje en de bevestiging daarvan.

  • Kijk of het frame niet verbogen is, dat geeft zwakke plekken in de constructie.

  • Kijk of het tuigje in het zitje, met gordels over de schouders, nog goed functioneert.


Gebruiktips

  • Maak de wagen rijklaar, doe de rem erop en zet dan pas uw kind erin.

  • Zet uw kindje in de wandelwagen direct vast, ook als u de voetenzak gebruikt.

  • Laat een kind niet alleen in de wagen.

  • Zet de wagen, als hij stilstaat, altijd op de rem.

  • Hang geen zware tas aan de duwbeugel. Gebruik liever een mandje onder de wagen.

  • Voorkom beknelde vingers; klap de wagen niet in of uit als uw kind er vlak naast staat.

  • Hou uw kind altijd in de gaten. Let ook op de handjes, als deze ‘buitenboord’ hangen.

  • Controleer de wagen regelmatig op mankementen en onderhoud hem goed.

Speciaal voor kinderwagens geldt:



  • Doe de kap van de kinderwagen pas omhoog als uw baby erin ligt.

  • Doe bij windstil weer of binnenshuis de kap omlaag voor voldoende ventilatie.

  • Zorg dat uw baby het in de kinderwagen niet te warm heeft: zet uw baby niet lang in de volle zon maar gebruik een parasol en zet de wagen ook niet te dicht bij een verwarming.

  • Stap pas over op het zitje als uw kindje zelf kan zitten. Vervoer uw kind daarvoor zo plat mogelijk in een kinderwagenbak.

  • Als uw kind niet meer in de kinderwagenbak past maar nog niet kan zitten, gebruik dan een wandelwagenzitje waarvan de rugleuning geheel plat kan.

  • Als uw kindje zichzelf optrekt en gaat zitten, is de kinderwagenbak niet diep genoeg en daardoor niet veilig meer. Stap dan over op het wandelwagenzitje.

Accessoires

Een kinder- en wandelwagen kunnen vele accessoires hebben, bijvoorbeeld:


  • Regenscherm: Om het kind tijdens nat weer te beschermen wordt de wagen vaak goed ingepakt, controleer dan of er genoeg ventilatie is

  • Klamboe: voorgevormd muggengaas om uw kind te beschermen tegen insecten. Bevestig de klamboe zo, dat uw baby er niet bij kan

  • Wagenspanner: speelgoed dat boven een wandelwagen kan worden gespannen door middel van elastische koorden of gewone linten. Zorg dat de linten niet langer zijn dan 22 cm, zodat ze niet om de nek kunnen

  • Voetenzak: een gevoerde zak die aan de wandelwagen bevestigd wordt waarin de benen van het kind tijdens koud weer warm zitten. gebruik ook de gordeltjes als u een voetenzak gebruikt

  • Voetenplank / kinderplank: een plank met wielen die aan de kinderwagen bevestigd kan worden en waarop een iets ouder kind (vanaf ongeveer 2 jaar) kan staan en dan niet hoeft te lopen. Let hierbij vooral op of de achterkant van de wandelwagen ook veilig is voor het oudere kind, het inklapmechanisme kan bijvoorbeeld voor beknellingen zorgen.


Bolderkar

Een bolderkar is een open kar waarmee u uw kinderen (en allerlei spulletjes) lopend kunt vervoeren. Leuk voor op het strand! Maar ook handig als u lekker met het hele gezin gaat picknicken bijvoorbeeld. Vaak worden bij de kinderopvang ook grote bolderkarren gebruikt. Er zijn een paar dingen waar u op moet letten:


Kooptips

  • Zorg dat er geen scherpe en beknellende onderdelen of openingen zijn, waarin vingers e.d. in verstrikt kunnen raken.

  • Zijwanden moeten, gemeten vanaf de zitplaats, minimaal 25 cm hoog zijn zodat kinderen er niet uit kunnen vallen als ze zitten.

  • Kijk of er een goede ondersteuning van de rug in de kar zit.

  • Kijk of de wielen recht staan, of de kar soepel loopt en of hij niet te snel schaart of kantelt en probeer de kar eens uit met een lading.

  • Zorg voor dichte wieldoppen, zodat er geen vingers tussen de spaken kunnen komen.

  • Zorg dat er een mogelijkheid is om uw kind vast te zetten (tuigje/gordel).

  • Als er zitjes/bankjes in de bolderkar zijn, zorg dan voor schoudergordeltjes voor de kinderen zodat zij er niet uitvallen.

  • Kies bij een grote bolderkar het liefst een model met een rem op de trekstang.


Gebruiktips

  • Laat kinderen in een bolderkar nooit alleen.

  • Laat kinderen niet staan in de bolderkar.

  • Gebruik voor kleine kinderen extra ondersteuning, monteer bijvoorbeeld een baby autostoeltje of fietszitje in de bak.


Buikdragers

Een buikdrager is de verzamelnaam voor alle dragers waarbij het kindje aan de voorkant gedragen wordt, er zijn verschillende types:



  • Een draagzak waarin uw baby rechtop gedragen wordt: Uw baby kan ofwel naar de dragende persoon kijken of naar voren.

  • Een voorgevormde draagdoek of draagzak waarin de baby horizontaal gedragen wordt: Uw baby ligt in deze draagdoek/zak in een foetale

houding. Gebruik dit product liever niet omdat kinderen meer moeite hebben met ademhalen.

  • Een losse draagdoek die door de gebruiker zelf geknoopt wordt: Uw baby kan op veel verschillende manieren worden gedragen.


Kooptips

  • Als u een draagzak koopt, waarin uw baby rechtop gedragen wordt, zorg dan dat deze voldoet aan de Europese norm voor buikdragers: NEN-EN 13209-2. (Voor de andere twee typen dragers bestaat nog geen norm).

  • De draagzak/draagdoek moet voldoende steun in de rug en aan het hoofd geven, een jonge baby kan zijn hoofd namelijk nog niet goed zelf rechtop houden of ondersteunen.

  • Een baby moet door de draagzak goed ondersteund worden, als de baby heel klein is, maar ook als de baby groter is. Kies een model met goede verstelmogelijkheden.

  • Koop liever geen draagdoek/draagzak waarin uw baby horizontaal gedragen wordt. Door de vorm van de doek wordt het gezichtje deels bedekt en ligt het kindje met een gebogen rug, hierdoor hebben kinderen meer moeite met ademhalen.

  • Pas in de winkel verschillende modellen, het liefst met uw kindje erin.

  • Probeer in de winkel of de draagzak met één hand op en af te doen is, met de andere hand kunt u dan uw kindje ondersteunen.

Bij het kopen van een tweedehands buikdrager:



  • Kijk of de stof en vooral de stiksels niet stuk of versleten zijn.

  • Kijk of de schouderbanden nog goed vastzitten.

  • Kijk en probeer of het verstelmechanisme nog goed werkt.


Gebruiktips

Voor alle buikdragers geldt:



  • Let erop dat uw kindje altijd vrij kan ademen.

  • Draag uw kind nooit onder een dichte jas. Als een kindje onder een jas wordt gedragen, moet het gezichtje altijd boven de jas uitkomen.

  • Wees extra voorzichtig met het gebruik van een buikdrager bij te vroeg geboren kindjes, zij hebben meer moeite om genoeg zuurstof op te nemen.

  • Let erop dat de eerste weken het hoofdje en de wervelkolom van uw baby goed worden ondersteund.

  • Hou de temperatuur in de gaten. De zon is gauw te warm op het hoofdje van een kind en als het koud is, zit uw kindje stil en kan het snel koud krijgen. Controleer regelmatig hoe uw kindje zich voelt.

  • Oefen eerst met omdoen, afdoen, openen, sluiten en eventueel knopen zonder kind.

  • Let er bij elk gebruik op of de sluiting goed dicht klikt.

  • Gebruik de buikdrager niet als de banden kapot of versleten zijn.

  • Uw kindje zit niet vast in de buikdrager, wees daarom extra voorzichtig met vooroverbuigen of bukken.

  • Let erop dat uw evenwichtspunt verandert bij het dragen van een buikdrager.

  • Met een buikdrager ziet u niet waar u uw voeten neerzet, let extra op om niet te struikelen.

  • Maak in het begin geen lange wandelingen met uw kindje.

  • Draag uw kind niet in een buikdrager tijdens het koken, op de fiets, in de auto, op de motor of tijdens het sporten (bijvoorbeeld skaten).

Speciaal voor de draagdoek die je zelf knoopt geldt:



  • Zorg dat u de draagdoek op correcte wijze knoopt, volg de gebruiksaanwijzing.

  • Houd altijd zicht op je baby, bedek het gezicht nooit volledig met de doek.

  • Controleer de knoop regelmatig



5 Vervoer van kinderen in de auto
Vanaf 1 maart 2006 geldt het volgende:

Kinderen kleiner dan 1.35m moeten een autostoeltje of zitting verhoger gebruiken.

Kinderen groter dan 1.35m en volwassenen( 18 jaar en ouder) moeten de autogordel gebruiken en mogen zo nodig ook een zitting verhoger gebruiken.

De autostoeltjes en zitting verhogers moeten goedgekeurd zijn volgens ECE-reglement 44/03 (of hoger:44/04). Dit is te zien aan het keuringslabel of – sticker. Voor een goede werking moet het autostoeltje of de zitting verhoger op de juiste manier zijn vastgezet. Gebruik daarom altijd de gebruiksaanwijzing die meegeleverd wordt met het stoeltje.


Airbag:

Op een zitplaats met een airbag ervoor mogen kinderen niet worden vervoerd in een baby autostoeltje dat tegen de rijrichting in is geplaatst. Dit mag alleen als de airbag uitgeschakeld is.




Verkeerd gebruik:

Autogordels, autostoeltjes en zitting verhogers werken alleen goed als ze gebruikt worden op de manier die door de fabrikant is voorgeschreven. Zo zijn ze ook getest. Het is dan ook niet langer toegestaan om deze beveiligingsmiddelen op een onjuiste manier te gebruiken. Bijv. door een deel van de gordel achterlangs te dragen of met een gordelgeleider de loop van de gordel te veranderen. Dit geldt ook voor zwangere vrouwen.

Ook voor hen en hun ongeboren kind is het veel veiliger de gordel op de juiste manier te dragen: het heupgedeelte onder de buik, zo laag mogelijk over de bekken, het diagonale deel over de borst, boven de buik.
Gordel achterlangs:

Het is verboden om het diagonale ( schuin lopende) deel van de gordel onder de arm of achter het lichaam langs te leiden. De gordel is niet ontworpen om zo te worden gebruikt en werkt dan ook niet goed. Als de gordel over de hals loopt ipv over de schouder, gebruik dan een goedgekeurde zitting verhoger.


Gordelgeleiders:

Een gordelgeleider is een hulpmiddel dat ervoor zorgt dat de autogordel goed over de borst en niet over de hals loopt. Deze geleiders maken vaak al deel uit van een zitting verhoger. Zitting verhogers zijn getest voor kinderen tot 36 kg. Als een kind kleiner is dan 1.50m dan mag het bij uitzondering gebruik maken van een aparte gordelgeleider.


Welk kinderzitje voor welk kind:

Is uw kind groter of kleiner dan 1.35m?

Groter: uw kind moet de autogordel gebruiken. Als de gordel over de hals loopt ipv over de borst of als het heupgedeelte over de buik loopt gebruik dan ook een zitting verhoger.

Kleiner: ( Ga naar de volgende vraag)

Hoe zwaar is uw kind?

- Minder dan 13kg kies dan voor een babystoeltje ( groep 0 (tot 9kg) en 0+ ( tot 13kg).

- Tussen 9kg en 18 kg kies dan voor een kinderstoeltje ( groep 1).

- Tussen 15kg en 36kg kies dan voor een zittingverhoger ( groep 2 en 3 ).

- Meer dan 36 kg kies dan voor een autogordel/zitting verhoger ( zie toelichting).
Toelichting autostoeltjes:
Groep 0 en 0+: Babystoeltje:

Het babystoeltje wordt tegen de rijrichting in geplaatst. Met de driepuntsgordel van de auto wordt het stoeltje vastgezet. Het kind wordt met een Y- gordel vastgemaakt. Sommige van deze stoeltjes kunnen ook met een zogeheten ISOFIX systeem worden vastgezet: aan de achterkant van het autostoeltje zitten twee uitsteeksels. Auto’s die voor dit systeem zijn uitgerust, hebben tussen de rugleuning en de zitting twee ankers. De uitsteeksels klikt u heel gemakkelijk in de ankers en het autostoeltje zit vast. Soms is er een derde bevestigingspunt. Kijk voor meer informatie ion de handleiding van het autostoeltje.


Groep 1: Kinderautostoel

Het kinderautostoeltje is bedoeld voor kinderen die al zelfstandig kunnen zitten. Het kind wordt met de vijfpuntsgordel van het autostoeltje vastgemaakt. Vaak hebben deze autostoeltjes meerdere standen en worden ze met de rijrichting mee geplaatst. Een kinderautostoeltje wordt met de autogordel of met SOFIX bevestiging vastgezet.


Groep 2 en 3: Zitting verhoger ( ook wel booster seat genoemd)

Het kind zit op de zitting verhoger en wordt vastgemaakt met de autogordel. De zitting verhoger zorgt ervoor dat het diagonale deel van de autogordel niet langs de hals maar over de borst en het sleutelbeen van het kind loopt. Ook zorgt de zitting verhoger ervoor dat de heupgordel over de heupen en niet over de buik loopt. Dit laatste kan voor ernstige inwendig letsel zorgen. Zitting verhogers zijn er met of zonder rugleuning.

Het beste is er om een te kopen met afneembare rugleuning de rugleuning is meestal in hoogte verstelbaar en zorgt voor een betere zijwaartse steun als het kind onderweg in slaap valt. Bovendien biedt de rugleuning enige bescherming bij aanrijdingen van opzij, ook zorgt de rugleuning ervoor dat het kind iets naar voren komt en daardoor de knieën kan buigen. Dat zit prettiger en voorkomt onderuit zakken, als het kind onderuitgezakt zit dan zit de heupgordel niet goed meer en dat kan weer tot buikletsel leiden bij een botsing.
Kinderen zwaarder dan 36 kg:

Er zijn geen autostoeltjes of zitting verhogers goedgekeurd voor kinderen boven de 36 kg.

Deze kinderen zouden dan alleen de autogordel moeten gebruiken. Als bij deze kinderen de gordel over de hals loopt ipv over de schouder, is het verstandig om ze toch op een zitting verhoger te vervoeren, totdat ze lang genoeg zijn om alleen de autogordel te gebruike
Bron: www.veiligheid.nl


Verklaring Vervoer
Naam kind(eren): -------------------------------------- J/M Geboortedatum:-----------------------
-------------------------------------- J/M Geboortedatum:-----------------------
-------------------------------------- J/M Geboortedatum:-----------------------
Met ondertekening van dit formulier, verklaart de vraagouder dat bovengenoemde kind(eren) door de gastouder mogen worden vervoerd (aankruisen wat van toepassing is):
O per fiets. De gastouder zorgt er voor dat de fiets is voorzien van een goedgekeurd zitje dat passend is voor de leeftijd van het kind.

O per auto. De gastouder zorgt er voor dat er een inzittende verzekering is afgesloten en dat de auto is voorzien van een goedgekeurd autostoeltje. Per 1 maart 2006 dienen alle kinderen tot1.35 cm te worden vervoerd in een goedgekeurd autostoeltje. (voor meer informatie zie www.kinderzitjes.nl)

O per wandelwagen/buggy.

O te voet. Onder de volgende voorwaarden: dat de gastouder voldoende overzicht en controle heeft op de kinderen die zelf met de gastouder meelopen.

O zelfstandig per fiets. De gastouder let erop dat de fiets in goede staat is en zorgt voor begeleiding tijdens het fietsen.

O Kind mag zelfstandig naar en van school fietsen. Zonder begeleiding van gastouder.

…………………………………………………………………………………………...


O Overige bijzonderheden waarmee de gastouder rekening dient te houden bij het vervoer van bovengenoemde kind(eren):
…………………………………………………………………………………………...
…………………………………………………………………………………………...
Wij verzoeken u een kopie van dit formulier toe te sturen aan Gastouderbureau de Regenboog
Voor Akkoord opgemaakt d.d: ……………………………………………
Vraagouder: Gastouder:
…………………………………………. ……………………………………………
Handtekening:

………………………………………… …………………………………………...



Protocol Vervoer November 2015



Gastouderbureau De Regenboog Pastorijakker 25 5275CJ Den Dungen




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina