Provinciale Staten Voorstel aan Provinciale Staten



Dovnload 1.31 Mb.
Pagina23/23
Datum18.08.2016
Grootte1.31 Mb.
1   ...   15   16   17   18   19   20   21   22   23
PARTIJEN:


  1. Gedeputeerde Staten van Gelderland, gevestigd te Arnhem, aan de Markt 11 te 6811 CG Arnhem (postadres: Postbus 9090, 6800 GX Arnhem), hierbij vertegenwoordigd door de heer Th.H.C. Peters, gedeputeerde, handelend ter uitvoering van het besluit van Gedeputeerde Staten d.d. …, hierna te noemen “de provincie”;




  1. Het Dagelijks Bestuur van het openbaar lichaam regio …, gevestigd te …, aan …, hierbij vertegenwoordigd door de heer/mevrouw …,


OVERWEGENDE:


  1. dat partijen in partnerschap willen investeren in de fysieke en sociaaleconomische vitalisering van de regio, de aanpak van sociaalmaatschappelijke achterstanden en het optimaal benutten van de mogelijkheden van de regio en daarmee uitvoering wordt gegeven aan het Regionale samenwerkingsprogramma;

  2. dat de regio een geschikte partner is voor het aanpakken van voornoemde fysieke, sociaaleconomische en sociaalmaatschappelijke vraagstukken waar deze het gemeentelijke niveau ontstijgen;

  3. dat de Regiocontracten onderdeel vormen van het zogenaamde Regionaal Samenwerkingsprogramma waarin is opgenomen dat de provincie in partnerschap met steden en regio’s wil focussen op concrete maatschappelijke opgaven waarbij zij het verschil kunnen maken;

  4. dat de regio op verzoek van de provincie bijgedragen heeft aan het meerjarenprogramma op hoofdlijnen zoals dat op 23 april door Provinciale Staten is vastgesteld

  5. dat over de programma’s van de regio en onderhavige contract constructief en intensief tussen partijen is overlegd;

  6. dat de partners actief invulling geven aan de vernieuwing en versterking van hun partnerschap. Zij dragen zorg voor de ontschotting van geldstromen en overige beleidsinstrumenten;

  7. dat de regio bij uitstek zicht heeft op de regionale omstandigheden en in staat is voornoemde fysieke, economische en sociaalmaatschappelijke vraagstukken gelet op de aard en omvang daarvan integraal aan te pakken;

  8. dat partijen met onderhavig partnerschap ruimte willen bieden voor maatwerk alsmede concrete en overtuigende resultaten willen boeken;

  9. dat partijen elkaar waar nodig bestuurlijk en ambtelijk zowel inhoudelijk als procesmatig wensen te ondersteunen ter bespoediging van de realisatie van regionale projecten en zij de bedoeling hebben kennis, inzichten en ervaringen daarbij uit te wisselen door middel van onder meer vaste overlegstructuren;

  10. dat de hiervoor bedoelde uitwisseling van kennis, inzichten en ervaringen waar nodig en mogelijk eveneens betrekking heeft op de partnerschapsrelaties die de provincie met andere Gelderse steden/regio’s heeft en partijen er naar streven de onderlinge samenwerking en wederzijdse afstemming met andere partners te bevorderen;

  11. dat partijen het wenselijk achten thans een uitvoeringsovereenkomst te sluiten in de zin van artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht alsmede dat zij hun intenties ten aanzien van het programma van de regio wensen vast te leggen;


KOMEN OVEREEN:
Artikel 1. Algemeen
1.1 Partijen spannen zich in deze overeenkomst volledig en tijdig uit te voeren, onverminderd hun rechten en verplichtingen op grond van de subsidiebeschikking. Onder die laatste verplichtingen wordt ten minste het bereiken van de resultaten die zijn opgenomen in het RSP programma 2008-2011 (ps nummer). Deze verplichtingen hebben te gelden als resultaatsverplichtingen.
1.2 De provincie en de gemeente zullen verder al het nodige in het werk stellen om tot volledige uitvoering van het in artikel 1.1 bedoelde meerjarenprogramma te komen.
1.3 Partijen zorgen er voor dat de uitvoering van het meerjarenprogramma niet strijdig zal zijn met vigerende regelgeving en beleid op gemeentelijk, provinciaal en rijksniveau, alsmede Europese regelgeving. Zij bevorderen dat bij beleidswijzigingen zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met deze overeenkomst en de in het programma beschreven doelstellingen en ambitieniveau.
1.4 Rechten, verplichtingen en prestaties van partijen uit een vorige programmaperiode waarvoor door de provincie een bijdrage is verleend, gelden onverkort indien en voor zover deze nog niet zijn uitgewerkt of gerealiseerd.
Artikel 2. Financiën en voortgang


    1. De uitvoering van het programma geschiedt met financiële middelen van de regio, provincie en derden conform de verdeling zoals opgenomen in het programma (bijlage).




    1. Het sluiten van deze overeenkomst is voorwaarde voor het verkrijgen van de subsidie ter grootte van totaal € @@@@@, conform het besluit van de provincie ps-nummer @@@@-@@. Dit bedrag is opgebouwd uit de programma’s @,@ en @.




    1. Indien zich wijzigingen voordoen in de beschikbare middelen dan wel de besteding van beschikbaar gestelde middelen vindt hierover overleg plaats. Over de verhouding tussen de inzet van de eigen middelen van de regio en de provinciale middelen wordt verantwoording afgelegd.




    1. Bij subsidieverlening wordt een voorschot verleend van 10% van het totale subsidiebedrag. In aanvulling op dit voorschot wordt jaarlijks een aanvullend voorschot verleend dat wordt gebaseerd op de jaarlijkse voortgangsrapportage. De regio dient hiertoe een begroting in, tegelijk met de voortgangsrapportage zoals beschreven in het volgende lid. Indien het uitvoeringstempo hiertoe aanleiding geeft, kan deze begroting ook eerder worden ingediend.

2.5 Door de regio wordt, in haar hoedanigheid als betaal- en beheerautoriteit, op 1 juni van de jaren 2009, 2010, 2011 en 20212 een voortgangsrapportage opgesteld per 31 december van het voorafgaande programmajaar. De voortgangsrapportages, bedoeld voor zowel de regio als de provincie, worden vormgegeven conform het rapportagemodel van het controleprotocol (bijlage).


2.6 Naast rapportage over de besteding van de financiële middelen, wordt gerapporteerd over de voortgang met betrekking tot de te behalen resultaten en de daartoe verrichte activiteiten. In de eindverantwoording (1 juni 2012) wordt ten minste gerapporteerd over het behalen van de beoogde resultaten en maatschappelijke effecten, ingezette eigen middelen en ingezette subsidie.
2.7 De rapportages die op 1 juni 2010 (ijkmoment) en 2012 (eindverantwoording) worden ingeleverd gaan vergezeld van een accountantsverklaring conform het controleprotocol. Indien de regio haar begroting en jaarrekening conform het controleprotocol inricht en daarmee de provinciale subsidie in het kader van het Regiocontract dus zichtbaar opneemt, neemt de provincie genoegen met de accountantsverklaring die bij de jaarrekening wordt afgegeven.
2.8 De provincie is gerechtigd tot terugvordering van bij de subsidiebeschikking toegekende subsidie over te gaan indien door de regio is gehandeld in strijd met artikel 1 of artikel 4 van deze overeenkomst.
Artikel 3. Aanpassing en versnelling



    1. Naar aanleiding van de voortgangsrapportage zal een bestuurlijk gesprek worden gevoerd door de portefeuillehouder @@@ van de provincie en de regio. Na goedkeuring van de voortgangsrapportage door de provincie kan het in artikel 2.4 bedoelde aanvullend voorschot worden uitbetaald.

3.2 Naar aanleiding van dit bestuurlijke gesprek beslissen partners jaarlijks over de inzet van een versnellinginstrument (programma-garage), bedoeld ter versnelling van de uitvoering van programma’s. Met de regio worden afspraken gemaakt over de verdeling van de kosten voor de externe begeleiding hierbij.


3.3 Via de voortgangsrapportage over het jaar 2009, dus tijdens het ijkmoment, evalueren de provincie en de regio de samenwerking op basis van deze overeenkomst en bepalen zij of het noodzakelijk of wenselijk is de subsidiebeschikking of deze overeenkomst op onderdelen aan te passen.
3.4 Indien tijdens dit ijkmoment blijkt dat de prestaties zoals die tot dat ogenblik zijn overeengekomen in het meerjarenprogramma niet of slechts gedeeltelijk zijn gerealiseerd, kan na onderling overleg met haar partners de provincie besluiten om de subsidie voor die betreffende prestaties in te trekken. De provincie zal daarbij op redelijke wijze rekening houden met eventuele verplichtingen die de gemeente al is aangegaan met betrekking tot die prestaties.
Artikel 4. Handelingsvrijheid binnen het programma en budget
4.1 De regio heeft de vrijheid om provinciale bijdragen, te besteden ter realisatie van alle prestaties die in het programma worden genoemd.
4.2 De in het vorige lid bedoelde vrijheid geldt niet ten aanzien van programma’s waar een specifieke labeling van subsidie aan programmaonderdelen heeft plaatsgevonden. In het onderhavige geval betreft die de programma’s @@@. Wijziging van besteding van de subsidie is in deze gevallen eerst na schriftelijke instemming van de provincie toegestaan.

Artikel 5. Besteding middelen door regio: betaal- en beheerautoriteit


    1. @@@ zal voor de periode 2008-2011 fungeren als betaal en beheerautoriteit.




    1. Over de inzet van de bij de subsidiebeschikking toegekende middelen en uitvoering van het programma kan de betaal- en beheerautoriteit afspraken maken met de gemeenten in de regio.




    1. De in het vorige lid bedoelde afspraken laten de rechten en verplichtingen van de betaal- en beheerautoriteit op grond van de subsidiebeschikking jegens de provincie onverlet. In elk geval blijft de betaal- en beheer autoriteit verantwoordelijk voor het toezicht op de uitvoering van het programma en de voortgang daarvan.



    1. De provincie biedt de regio ondersteuning in de vorm van een (elektronisch) format voor subsidie of projectadministratie, in de vorm van adviesuren Subsidieafdeling provincie Gelderland en financiële compensatie ad. €@@@


Artikel 6. Procesafspraken

6.1 Provincie en regio ondernemen daar waar nodig gezamenlijke lobbyacties om het draagvlak bij o.m. Rijk, Europese Unie en andere organisaties voor ondersteuning van de regionale ontwikkelingsprogramma’s te vergroten.

6.2 De partners kunnen als uitvloeisel van het Regionaal Samenwerking Programma gebruik maken van de ondersteuning van het Gelders-Overijssels steunpunt in Brussel en het provinciale Lobbyhuis in Den Haag.
6.3 Andere procesafspraken conform de individuele aanvragen@@@@@@@@@@
Artikel 7. Geschillen
7.1 Er is sprake van een geschil indien de provincie of de regio daarvan schriftelijk en gemotiveerd melding maakt aan de andere partij. Partijen zullen na een zodanige melding terstond met elkaar in overleg treden om te bezien of in der minne een oplossing voor het geschil kan worden gevonden.
7.2 Indien een der partijen daarom verzoekt, benoemen partijen in onderling overleg een mediator teneinde het geschil te beslechten. Dit verzoek kan niet eerder worden gedaan dan nadat zes weken zijn verstreken sinds de in het vorige lid bedoelde melding is verzonden.
7.3 Partijen dragen ieder voor de helft bij in de kosten van de mediator.
7.4 Dit artikel is van overeenkomstige toepassing indien zich een onvoorziene omstandigheid voordoet waardoor volgens een der partijen een ongewijzigde instandhouding van deze overeenkomst niet kan worden verlangd.
Artikel 8. Slotbepalingen
8.1 Deze overeenkomst treedt in werking nadat deze door alle partijen is ondertekend.
8.2 Deze overeenkomst zal van rechtswege eindigen indien alle daaruit voortvloeiende verplichtingen volledig zijn nagekomen.
8.3 De navolgende bijlagen maken deel uit van deze overeenkomst:
1. @@@
2. @@@
3. Etc.

Aldus overeengekomen en in tweevoud ondertekend,

te ………………….. te ……………………

op …………………. op …………………..

………………………… …………………………..

De provincie De regio






1   ...   15   16   17   18   19   20   21   22   23


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina