Psychologische hulpverlening aan overlevenden bij rampen en terroristische aanslagen



Dovnload 39.19 Kb.
Datum22.07.2016
Grootte39.19 Kb.

Psychologische hulpverlening aan overlevenden bij rampen en terroristische aanslagen




Wat doen ? 


 

(Het is vanzelfsprekend dat de hiervolgende algemene adviezen dienen aangepast te worden aan de concrete omstandigheden van de ramp)

 

Wat u moet weten:


 

-         Bij rampen, terroristische aanslagen, gewapende conflicten, zijn intense emotionele reacties normaal.

-         Bij sommige mensen komen de emoties direct, anderen reageren met vertraging.

-         De emoties kunnen weken of maanden duren. Bij de meeste mensen vermindert de intensiteit van de emotionele reacties na verloop van tijd zonder professionele hulp, maar toch een dertig procent van de mensen hebben klachten waarvoor ze uiteindelijk professionele hulp van doen hebben.

-         De gevoelens die mensen ervaren variëren van verdriet, naar woede, van schrik tot hyperwaakzaamheid.

-         Veel mensen hebben een fase waarin ze slaapstoornissen hebben, nachtmerries, concentratieproblemen, opdringerige gedachten, herbeleven van de gebeurtenissen. Vaak gaat dat van zelf weg. Een aantal mensen kunnen hulp nodig hebben.

 

 

Wat is nuttig om te doen:


 

Als u zelf slachtoffer bent:


 

-         Informeer u over de gebeurtenissen zodat u op de hoogte bent van de stand van zaken. Dit kan bijdragen tot uw gevoel van veiligheid. Maar vermijd om constant voor het televisietoestel te zitten en telkens opnieuw heel het traumatische gebeuren voor uw ogen te zien.

-         Accepteer uw gevoelens en uit ze. U hoeft niet beschaamd te zijn om verdriet, schrik, woede of droefenis te hebben.

-         Praat met anderen. Trauma’s worden vaak dieper als we ons isoleren. Deel uw gevoelens en gedachten met een ander.

-         Wees niet bang om hulp te vragen aan anderen. Aanvaard de hulp die vrienden en bekenden u geven. Uw aanvaarden is misschien het enige wat u kunt terug doen en in hun plaats zou u toch ook helpen.

-         Als u angstig of paniekerig bent, probeer in de mate van het mogelijke terug enige dagelijkse routine op te bouwen: regelmatige gezonde maaltijden, regelmatige een pauze inlassen, lichaamsbeweging, wassen, tanden poetsen, scheren… (uiteraard als de situatie dit toelaat…)

-         Zorg voor uzelf. Wees vriendelijk voor uzelf in een periode waarin woede aan de orde van de dag is. Geef uzelf de tijd voor rust en kalmte.

-         Geef uzelf de ruimte om tot uzelf te komen. Vind diep in uzelf die kern terug van waaruit u sterkte kunt putten, die u zegt wat goed en waar is, die u zegt wat u moet doen.

-         Probeer zelf steun en liefde te geven aan wie u dierbaar is.

-         Praat met uw kinderen. Geef de uitleg die ze kunnen begrijpen. Maak dat u bij hen bent als er TV gekeken wordt. Verzeker ze dat ze nu veilig zijn. Steun ze. Stel een voorbeeld door zelf over uw gevoelens te praten. Uit ook uw gevoelens, als het kan met enige beheersing want het is wel zo dat een rustiger houding meer veiligheid biedt voor het kind. Probeer hun gevoelens te benoemen en verklaar dat ze normaal zijn. Wees geduldig als uw kind behoefte heeft om het gebeurde steeds opnieuw te vertellen. Laat kinderen tekenen. Het kan u helpen om te begrijpen hoe zij het gebeurde hebben beleefd. Besteed extra tijd aan uw kinderen, zeker bij bedtijd. Geef een voorbeeld van probleemoplossend gedrag naar dagelijkse gezinstaken toe. Bevestig ze als ze verantwoordelijk gedrag stellen. De gezinsregels kunnen wel wat soepeler, maar de gezinsstructuur en de verantwoordelijkheden dienen bewaard.

-         Besef dat verschillende mensen verschillend reageren op dezelfde toestand, ook uw partner en gezinsleden. Het is nuttig dit te zien, te begrijpen en bespreekbaar te maken.

-         Gebruik uw boosheid als een krachtbron om u in te zetten voor uw medemens. Blijf bezig. Plan van dag tot dag.

-         Heb oog voor de pijn, woede en schrik van uw medemens en laat dit de motor zijn voor solidariteit.

-         Neem geen belangrijke beslissingen in een periode dat u emotioneel overhoop ligt.

 

 
 

Als u hulpverlener bent:


 

Zorg zoveel mogelijk voor een gevoel van veiligheid.

-         Breng de overlevende slachtoffers in veilige en vertrouwde ruimten zoals dienstencentra, scholen, parochiezalen, enz.

-         Zorg ervoor dat ze op de hoogte gehouden worden van alles wat belangrijk is om weten. Zorg voor personeel die deze informatie opvolgt en maak dat de overlevende slachtoffers weten dat de informatie opgevolgd wordt. Voorzie eventueel een lokaal waar ze zelf de gebeurtenissen op TV, internet, radio kunnen volgen als dat bijdraagt tot hun subjectief veiligheidsgevoel en helpt om hun gevoel van machteloosheid te overwinnen. In die zin kunnen ze zelfs deeltaken krijgen. Maar vermijd om in de leefzaal televisietoestellen te plaatsen waar ze 24 uur op een dag telkens opnieuw dezelfde gruwel te zien krijgen.

-         Vergeet niet om aangepaste informatie te geven aan de kinderen.

-         Vermijdt om uitlatingen te doen of acties te ondernemen die onnodig de angst verhogen.

-         Laat er geen onduidelijkheid over bestaan dat ze daar weg mogen als ze dat willen.

 

 

Uw neutrale, maar empatische aanwezigheid is belangrijk.



-         Voor een slachtoffer is het belangrijk dat u er bent en dat u zorg draagt voor hen, dat u open staat voor hen, luistert met uw oren en met uw hart, dat u meevoelt.

-         Niettegenstaande de gebeurtenissen ook bij u als hulpverlener tal van emoties kunnen loswoelen, heeft het slachtoffer vooral nood aan een meevoelende maar toch neutrale rustige figuur die hen, op een moment dat zij helemaal overhoop liggen met hun gevoelens, helpt weer tot zichzelf te komen.

-         Zeg niet dat ze geluk hebben dat ze nog leven, dat het erger had gekund. Getraumatiseerde mensen hebben daar geen boodschap aan.

 

 



Bied gelegenheid tot gesprek.

-         Creëer de gelegenheid om te praten en om eventueel ook met elkaar ervaringen te delen.

-         Vermijd om zelf discussie over de gebeurtenissen op te zetten, bied aan het slachtoffer eerder de gelegenheid om zelf af te komen met zijn verhaal.

-         Toch is verwoorde empathie belangrijk, ook als uw niet-verbale communicatie empatisch en oprecht is.

-         Geef mensen ook de kans om te zwijgen of om alleen te zijn.

-         Wanneer u twijfelt is het een goede gewoonte om te vragen of mensen erover wensen te praten.

-         Probeer de slachtoffers de adviezen bij te brengen die we hierboven voor hen hebben opgesomd.

 

 



Als er slecht nieuws mede te delen is:

Slecht nieuws is nieuws dat tegengesteld is aan en ernstig raakt aan de visie die een persoon heeft over de toekomst. Men kan dus de impact niet inschatten als men zijn verwachtingen voor de toekomst niet kent.

Het SPIKES-protocol is een hulpmiddel voor het voeren van slecht-nieuwsgesprekken:

-         Bereid het gesprek voor: Zorg voor enige privacy. Betrek in het gesprek een of twee personen die nabij zijn aan de persoon aan wie u het vertelt. Leg niet-verbaal contact (oogcontact, een hand..). Zorg ervoor even niet gestoord te worden.

-         Probeer te weten hoe de betrokkene de situatie ziet en verwacht.

-         Verzeker u ervan dat de betrokkene het nieuws wil weten.

-         Zeg dat u slecht nieuws hebt. Gebruik een taal die men begrijpt, maar zeg het niet rauwer dan het nodig is. Zeg het in schuifjes en controleer effenaan of men het begrepen heeft. Zeg niet dat u niets meer kunt doen. U kunt uw gesprekspartner helpen en steunen.

-         Observeer de emotie van uw gesprekspartner en probeer het gevoel te identificeren. Probeer de reden van dat gevoel te achterhalen. Na een pauze verwoordt u hoe u het gevoel in verband hebt gebracht met het gebeurde (vb “ik weet dat je de toekomst anders had gedroomd; ik wou dat ik ander nieuws voor je had”)

-         Maak plannen en afspraken voor verdere acties.

 

 



Mensen met verhoogd risico voor post traumatische stress stoornissen:

-         Vroegere traumatische ervaringen of slachtoffer geweest zijn van misbruik.

-         Zeer nabij of langdurige blootstelling aan het trauma.

-         Voorafbestaande geestesziekte, angsten, depressie, middelenmisbruik.

-         Vroegere gedragsmoeilijkheden en gebrek aan familiale steun.

-         Fysische verwondingen bij het trauma.

-         Onmogelijkheid om het gebeurde te verwoorden.

 

 



Elementen die kunnen wijzen op verhoogd zelfmoordgevaar:

-         Het verklaren van de situatie als hopeloos, afscheidnemend gedrag, bezittingen weggeven.

-         Suïcideplannen, praten of schrijven over suïcide.

-         Depressie, eet- en slaapstoornissen.

-         Vroegere suïcidepogingen of zelf-destructief gedrag.

-         Misbruik van alcohol of andere middelen.

-         Het ter beschikking hebben van wapens.

Bij suïcidegevaar is professionele hulp zeker nodig.

 

 

Psychotherapie is aangewezen als mensen een maand na de feiten nog …



-         Voortdurend terugkerende gedachten hebben of nachtmerries over het gebeurde.

-         Slaapstoornissen hebben of eetluststoornissen.

-         Angst of vrees ervaren bij gebeurtenissen of situaties die herinneren aan het gebeurde.

-         Schrikachtig zijn, of overwaakzaam.

-         Depressief, triestig of lusteloos voelen

-         Geheugenproblemen hebben en zich zaken van het trauma moeilijk herinneren.

-         Verstrooid zijn, zich niet op het werk of het dagelijkse leven kunnen richten, moeilijkheden hebben om beslissingen te nemen.

-         Zich emotioneel verstijfd voelen, teruggetrokken, verschillend en niet meer in contact met de andere.

-         Spontaan beginnen te huilen, zich wanhopig en hopeloos voelen.

-         Extreem beschermend en angstig zijn over de veiligheid van geliefden.

-         Niet in staat zijn om om te gaan met bepaalde aspecten van het trauma en activiteiten, plaatsen en mensen mijden die herinneren aan het trauma.

 

 



Bij kinderen kan professionele hulp reeds zinvol zijn als:

-         Het is normaal dat kinderen in het begin na een ramp prikkelbaarder zijn en hyperactiever, angstiger, hangeriger, huileriger, eet- en slaapstoornissen hebben, nachtmerries hebben, veranderingen vertonen in hun gedrag (bv minder zin hebben om met vriendjes te spelen, of buiten te zijn). Kinderen hebben soms ook buikpijn of hoofdpijn. Soms gedragen ze zich ook wat zoals ze deden toen ze nog wat jonger waren.

-         Als dat gedrag langer aanhoudt dan een paar weken, of als ze sterk teruggetrokken zijn en niets over hun reactie kwijt willen of extreem overhoop liggen, kan professionele hulp wenselijk zijn.

-         Ook als ze gedurende weken werkelijk blijven vastzitten in hun repetitief herhalen van het gebeurde zonder dat het enige leniging lijkt te bieden, kan het nuttig zijn om professionele hulp te zoeken.

 

 

 



We hebben dankbaar gebruik gemaakt van volgende teksten:

 

How to address psychosocial reactions to catastrophe (WHO)

 

Trauma Treatment Manual (Schmookler)

 

World Trade Center Trauma Recovery

 

Disaster Mental Health Handouts

 

Helping your children cope with the aftermath of disaster

 

Documents of the american academy of experts in traumatic stress

 

SPIKES—A Six-Step Protocol for Delivering Bad News



 

Dit is een gedeelte van de webpagina:



http://users.tijd.com/allemeesch/KlinPsy/Ramp.htm








De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina