Pyreneeën: De Pyreneeën Algemeen Zoogdieren



Dovnload 24.51 Kb.
Datum25.08.2016
Grootte24.51 Kb.

Pyreneeën: De Pyreneeën Algemeen



Zoogdieren.

  • Er zijn ongeveer zeventig soorten zoogdieren, waaronder de vermaarde bruine beer, de gems, de lynx en de otter.

  • Maar een van de merkwaardig­ste dieren is wel de Pyreneese desman, ongeveer zo groot als een mol en op het eerste gezicht ook daarop lijkend.

  • De desman leeft in kleinere berg­stroompjes, waarin hij ronddobbert en snorkelt, ademend door een slurfje, terwijl hij tussen de rotsblokken kleine waterdiertjes zoekt.

  • De aanpassingen aan het waterleven geven hem een komisch uiterlijk met een dikke pels, zwemvliezen tussen de achtertenen, een slurfachtige snuit met een borstelkrans van snorharen en een lange staart met afge­plat uiteinde.

  • Vanuit het water belandt hij met een ferme sprong op het droge om daar zijn vangst op te peuzelen.

  • Een handjevol bruine beren bewoont de minst toegankelijke wouden.

  • Beren zijn in het gebied veel talrijker geweest, maar zijn sterk vervolgd met vergif en geweren. jonge dieren werden gevangen en vertoond op kermissen en jaarmarkten.

  • Nu is de beer, wellicht te laat, beschermd ver­klaard.

  • De weinige exemplaren die er nog zijn, kunnen elkaar slechts met veel moeite bereiken.

  • De beer is zo schaars en schuw dat wie hem tegenkomt werkelijk van geluk mag spreken. Plantaardige kost vormt zijn hoofdvoedsel, vooral fruit, wortels, bessen en zaden.

  • Maar de beer voedt zich ook met larven van mieren en wespen en bij voedselschaarste wel eens met een schaap.

  • In het najaar eet hij zich vol met beukennootjes om heelhuids de winterslaap door te komen. Onlangs zijn er drie beren uitgezet, afkomstig uit Oost  Europa, in de hoop dat zij het berenbestand weer een beetje op peil kunnen brengen.

  • Het lijkt te lukken, want het eerste wijfje heeft in 1997 een gezonde drieling geworpen.

  • In talloze restaurants in het gebied staren levenloze gemzenkoppen naar bezoekers die hun jas draperen over de vier omgekeerde hertenpootjes aan de kapstok.

  • De gems verdient een beter lot, en gelukkig is de j acht nu ook zover ingeperkt dat het aantal gemzen in de reservaten toeneemt.

  • Gemzen klauteren en rennen over bergweiden, puinhellingen en sneeuwvelden.

  • Om in de lichte sneeuw niet weg te zakken, spreiden ze hun tenen en bij het klauteren hebben ze veel gemak van hun grote zool­oppervlak dat zo elastisch is als rubber.

  • Steenbokken, die nog beter zijn toegerust voor liet klimwerk, zijn er alleen   en dan nog slechts enkele tientallen   in de Ordela tegen de steile wan­den van de canyons.

  • Op de plateaus erboven komen ze niet; die vormen het domein van de talrijke gemzen.

  • Alpenmarmotten zijn in de jaren vijftig vanuit de Alpen naar de centrale Pyreneeën overgebracht en breiden zich steeds verder uit.

  • Deze knagers hebben hier vroeger ook geleefd en voelen zich hier blijkbaar nog steeds goed thuis.

  • Een ander knaagdier, de eekhoorn, wordt door de Spanjaarden met de nodige trots bij de fauna van de Pyreneeën geteld.

  • Elders in het land is de eekhoorn verre van algemeen.

  • Meer tot onze verbeelding spreekt echter de genetkat, een gevlekt en gestreept dier dat ongeveer het midden houdt tussen een vos en een kat, met een prachtige pluimstaart en heel korte poten.

  • De genet legt een voorkeur aan de dag voor terrein met een inge­wikkelde structuur: er moet stromend water zijn, dicht struweel, hoog opgaand bos en enkele steile rotswanden.

  • In zulk gebied is hij moeilijk waar te nemen, maar hij komt op verschillende plaatsen aan de voet van het gebergte in betrekkelijk groten getale voor.


Vogels.

  • Drie soorten gieren komen in de Pyreneeën tot broeden, een bijzonder­heid voor Europese begrippen.

  • Het zijn de vale gier, de aasgier en de lam­mergier.

  • Een vierde soort, de monniksgier, broedde vroeger in bomen aan de Spaanse kant, maar is sinds het begin van deze eeuw verdwenen.

  • Gieren voeden zich van Nature met de kadavers van grotere zoogdieren als gemzen, reeën en wilde zwijnen, maar ook met de omgekomen die­ren uit de kuddes schapen, geiten en koeien, die overal in het gebergte los rondlopen.

  • Besmettelijke ziekten en slecht weer eisen hun tol onder de veelkoppige bevolking van het bergland.

  • Een dood dier wordt meestal het eerst opgemerkt door de talrijke kraaien en raven die in de buurt neerstrijken en met nogal wat misbaar de vondst omringen.

  • Dat trekt al gauw de aandacht van de eeuwig rondcirkelende vale gieren, die honder­den meters naar beneden suizen en een gunstige landingsplaats zoeken.

  • Uit de scherpe snavels druipt het overvloedige speeksel wanneer ze zich aan de maaltijd zetten.

  • De sterkste heeft de eerste rechten, zwakkere broeders en jonge dieren wachten hun beurt af. De vale gieren eten vooral de ingewanden en het zachte spierweefsel.

  • De veel kleinere aasgier heeft een scherp oog voor losse flarden en brokstukken, net als de kraaien en raven die het lugubere gezelschap omringen.

  • Het karkas dat na enkele uren nog rest vormt voor de lammergier de hoofdschotel.

  • De lammergier doorkruist op grote hoogte zijn immense territorium en daalt als laatste neer. Hij neemt de grote pijpbeenderen mee en laat ze op de rotsen in stukken vallen en eet dan het beenmerg en de splinters.

  • In januari of februari beginnen de gieren al te broeden, de vale gier in kolonies, de aasgieren de lammergier zelfstandig, maar allemaal in moeilijk bereikbare nissen in de rotswand.

  • Ze broeden meestal aan de Spaanse kant, niet te dicht bij de hoofdkam van het gebergte, onder meer omdat ze al zo vroeg in het jaar beginnen te broeden en dan wat warmte zeer op prijs stellen.

  • De steenarend is een vaste verschijning, vooral aan de Spaanse kant, en begint later in het jaar te broeden dan de gieren. Jonge, onervaren gem­zen, maar ook vogels en slangen vormen het voedsel voor het opgroei­ende jong, dat tot in het najaar de oudervogels vergezelt om de kunst van het jagen te leren.

  • Andere roofvogels als slangenarend, dwergarend, havikarend, wouwen, slechtvalk en wespendief, elk met hun eigen spe­cialisatie, leven verspreid in het gebergte.

  • Kenmerkende vogels van het gebergte zijn het sneeuwhoen, 's zomers gevlekt en 's winters spierwit, en het veel grotere auerhoen, dat ongeveer de omvang heeft van een kalkoen.

  • Beide zoeken de lage heidestruiken boven de boomgrens af om bessen, zaden en insecten te vinden.

  • Het sneeuwhoen blijft `s winters in de hoge gebieden en graaft tunnels in de sneeuw om zich, beschut tegen de felste kou, te voeden met knop­pen en twijgen.

  • Het auerhoen graaft ook een slaaphol in de sneeuw, maar dan lager op de helling, in de uitgestrekte sparrenbossen.

  • Het leeft in dit seizoen van twijgen, knoppen en sparrennaalden.

  • Wanneer het voorjaar aanbreekt imiteert het met zijn zang vanuit een zitpost hoog in een boom het geluid van smeltwater dat van de rotsen druppelt.

  • Op open plaatsen komen groepjes van deze vogels samen voor een luidruchtig baltstafereel.


Reptielen, amfibieën en vissen.

  • De meest algemene reptielen zijn hagedissen, de muurhagedis in lagere en de levendbarende hagedis in hogere gebieden.

  • Daarnaast zijn er hazelwormen en ook slangen.

  • De adder en de nog giftiger aspisadder komen betrekkelijk veel voor, net als de gladde slang. Ook de hagedis­slang, die een lengte van ongeveer twee meter kan bereiken, leeft in de Pyreneeën.

  • Onder de amfibieën in de hooggelegen gebieden zijn twee bijzondere salamandersoorten.

  • De vuursalamander, met zijn patroon van oranjevlek­ken op een zwarte ondergrond, plant zich in het water voort, maar is voor het overige te beschouwen als een landdier.

  • Bij grauw en vochtig weer zit hij vaak op stenen tussen de lage begroeiing.

  • De Pyreneeën bergsalamander is kleiner, minder fel getekend en heeft een korrelig huidopper­vlak.

  • Deze soort wordt meestal gezien in koud en snelstromend water en nu en dan ook op de oevers.

  • Een rijke visfauna bezitten de `gaves' die een klassieke overgang te zien geven van snelstromend ziedend water in de bovenloop naar traag stro­mend water in het laagland aan de voet van de Pyreneeën.

  • Er zijn vissoor­ten die van de Atlantische Oceaan via de riviermondingen naar de bovenstroomse gebieden pendelen waar ze hun paaigronden hebben; daartoe behoren zalm, fint, elft en zeeprik.

  • Daarnaast zijn er vissen met minder sterke zwerfneigingen, die permanent in de rivieren en bergbelten blij­ven, zoals de gewone forel of beekforel en de barbeel. In gletsjermeren en vooral ook in veel stuwmeren, heeft men vissen uitgezet die bij henge­laars in de smaak vallen, onder andere Amerikaanse baarzen.

  • De vele stuwmeren hebben de oorspronkelijke visbevolking nogal verarmd en ook de otter stuit nu op veel plaatsen op droge beddingen.


Insecten.

  • Nog een paar woorden over deze vormenrijke Biergroep die buitenge­woon belangrijk is in alle leefmilieus van hoog tot laag.

  • De apollovlinder is algemeen boven 800 m.

  • Deze hooggebergtevlinder, wit met rode zwart­omrande oogvlekken op zijn achtervleugels, leeft als rups op vetplanten en heeft voor zijn ontwikkeling tot volwassen vlinder beslist de lagere temperaturen nodig die hoog in het gebergte heersen.

  • Andere dagvlin­ders, soms in overweldigende aantallen, vliegen door het hele gebied, bij elkaar ongeveer 200 soorten.

  • Het Nationale Park van de Aigüestortes en het Vall d tiran staan bekend om hun rijke vlinderfauna.

  • Op de vele bomen die door ouderdom of natuurgeweld sterven, komen vaak de prachtigste kevers af: vliegende herten, heldenboktorren, alpen­boktorren en nog tientallen andere soorten. Meren, bronnen en beken worden bevolkt door larven van haften, kokerjuffers en libellen en deze dieren vormen een overvloedige maaltijd voor de vissen, de water­spreeuw en de desman. Sprinkhanen vluchten met honderden tegelijk voor de bergwandelaar die in de ochtendzon een van de talloze passen oversteekt.

  • Een goed beeld van de geologie, flora en fauna geven de Nationale Par­ken

    • Parc National des Pyrénées Occidentales (Midi Pyrénées);

    • Parque Nacional de Ordesa y Monte Perdido (Aragón);

    • Parque Nacional de Aigüestortes i Estany de Sant Maurici (Catalunya).







Samengesteld door: BusTic.nl






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina