Raad eens rara raad geven aanraden, adviseren, consiliren raad met B. en W



Dovnload 0.64 Mb.
Pagina1/11
Datum16.08.2016
Grootte0.64 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11

--




R
ra - dwarshout, rondhout

raad   aanbeveling, advies, avis, bericht, bijstand, college, hulp, kollege, mening, opinie, oplossing, raadgeving, steun, tip, voorlichting, vroedschap, wenk

raad eens - rara

raad geven - aanraden, adviseren, consiliren

raad met B. en W.   college, gemeentebestuur

Raad van Arbeid   RvA

raad van beroerten - bloedraad

raad van bestuurders - directorium

Raad van State - R.v.S.

raadgeven iets niet te doen   ontraden

raadgevend - adviserend

raadgever   adviseur, casuist, consulent, leidsman, mentor, moderator, moniteur, monitor, nestor, raadsman, vermaner,

raadgeving - aanbeveling

raadhuis   gemeentehuis, municipaliteit, stadhuis

raadje in een uurwerk   snek

raadje in horloge - onrust

raad inwinnen - beraden, consulteren

raadpensionaris   landsadvocaat

raadplegen - beraadslagen, bestuderen, consulteren, overleggen

raadpleging   bestudering, consult, consultatie, kennisneming, overleg

raadsbesluit - beschikking, consultum, decreet, verordening

raadsel   aritmogrief, charade, cryptogram, enigma, figuurraadsel, geheim, geheimenis, gelogogrief, getallenraadsel, grifos, hersenbreker, mysterie, opgave, probleem, puzzel, rebus

raadselachtig   duister, geheimzinnig, ingewikkeld, mysterieus, mystiek, orakel, vreemd

raadselachtig mens   sfinx

raadselachtig schrift - hiëroglyphe

raadselachtige uitspraak   orakel

raadselachtige uitspraken doen - orakelen

raadselachtige vrouw - profetes

raadselspreuk   rebus

raadseltaal - code, geheimtaal

raadselvol - geheimzinnig

raadsheer   adviseur, advokaat, advocaat, duif, loper, minister, raad, raadsman

raadsheer in schaakspel   loper

raadskelder - tapperij, taveerne

raadslag   advies, beraadslaging, overleg, plan, raadgeving,

raadslid - senator

raadslid in Sparta - geront

raadslieden van een dijkgraaf - heemraad

raadsman   adviseur, advocaat, gids, jurist, leidsman, mentor, patroon, pensionaris, raadgever, raadspensionaris, rader,

raadsman van David - Achitofel

raadsman van keizer Augustus - Maecenas

raadsteken - waardepenning

raadsverslag - raadsnotulen

raadsvrouw - advocate, raadgeefster

raadzaal - gemeenteraadzaal, vergaderzaal

raadszaal in klooster   kapittel

raad vragen - consulteren

raadvrager - consultant

raadzaam   aanbevelenswaard, aanbevelenswaardig, dienstig, gebogen, geraden, gewenst, goed, heilzaam, nuttig, verstandig, welberaden, wenselijk, wijs

raadzaamheid - wenselijkheid

raaf - geestelijke, kraai, meerkol, predikant, roek, sterrenbeeld

raaf (Hebreeuws) - opperrabijn

raafachtige vogel   ekster, gaai, kauw, kraai, meerkol, raaf, roek

raag - spinrag

raagbol - halfmaan

raaghoofd - ragebol, spinnenweb

raai - grashalm, greppel, hennepnetel, richttingslijn, zaaigras

raaien - peilen

raaigras - dolik, gladhaver, lolium,veldhaver, weidegras

raaiing - grenslijn

raailijn - grenslijn

raak - aanraking, doeltreffend, erg, gehemelte, geraakt, getroffen, gevoelig, hark, juist, kras, rakelijzer, scherp, snedig, spits, touche, treffend,

raak antwoorden - riposteren

raak geschoten - getroffen

raak gooien - treffen

raak schot   treffer

raakgooien   treffen

raakheid - getroffenheid

raakkolk - raakkuil

raakkuil - askolk, haardkuil, raakkolk

raaklijn   tangens, tangent

raakpunt - tangentenpunt

raakrooien - harrewarren, ruziën

raakrooierij - geharrewar

raakwoord - lemma, trefwoord

raam - aanloop, broeiraam, frame, kader, lijst, lijstwerk, omlijsting, omspanning, raming, ruit, spanraam, sprong, venster(glas), wip

raam aan een boekdrukpers - timpaan

raam in de top van een dakschild - uilenbord

raam in een venster - vensterraam

raam in een weefstoel - lade

raam met pennen - eg

raam met ruit   venster

raam met spijkers op de hoeken - tenakel

raam of toestel - pers

raam op zolder - zolderraam

raam voor filterdoek - tenakel

raam voor oestervangst - kor, korre

raamafsluiting   blinde, gordijn, harpje, jaloezie, jalouzie, luik, raamkikker, rolluik

raambedekking   vitrage

raambeitel - grendel

raambiljet - affiche

raamhanger - scharnier

raamijzers - traliewerk

raamhor - chassinet

raamluik - blind

raam of omlijsting - kader

raampje - patrijspoort

raampje in deur   loket

raampomp - spanjolet

raamscherm - hor

raamsluiting - harpje, knip

raamstijl - post

raamtrechter - treem

raamversiering - gordijn, vitrage

raamvormig halsjuk - haam

raamwerk   frame; kozijn, lijst, rooster, schema

raamzaag   beugelzaag, spanzaag

raan   kluut

raap   biet, kepen, knol, koolraap, ramenas, valfruit, wortelknol

raapappel - rapeling

raapkalk   pleisterkalk

raap of biet - knol

raapolie - patentolie (gezuiverde), raapzaadolie

raapolielamp   lante

raapstelen - kelen

raapzaad   aveelzaad

raar - aardig, aardigheid, apart, bijzonder, bijzonderheid, dwaas, eigenaardig, exentriek, gek, grappig, grotesk, mal, merkwaardig, ongehoord, ongewoon, onnozel, potsierlijk, schots, vreemd, wonderlijk, zeldzaam, zonderling, zot

raar aanwensel - tic

raar doen - aanstellen

raar persoon - raas, rare, sujet, zonderling

raasbol - druktemaker, lawaaischopper, levenmaker, schreeuwer

raasdonder   erwt, kapucijner

raaskallen - bazelen, beuzelen, delireren, doordraven, extravageren, kletsen, kolderen, leuteren, malen, radoteren, razen, revelen, tieren, ijlen, zwammen, zwetsen

raaskallerij - larie, nonsens, onzin, wartaal

rabarber - rheum

rabas - wildebras

rabat   aftrek, korting, tarra

rabauw   galgenaas, losbol, schelm, schooier, schurk, vagebond, landloper, woesteling

rabat - aftrek, bef, korting, kraag, neerslag, tarra

rabbelen - babbelen, brabbelen, kletsen, raffelen, rammelen

rabbelkous   kletskous

rabbeltaal   nonsens, wartaal

rabbi   rebbe, rabijn, rabbijn

rabdomant - roedeloper, wichelroedeloper

rabelaisiaans - overdadig, uitbundig

rabiaat   dol, doldriftig, woedend

rabies   hondsdolheid

raboorden - lisdodden

rabot   keersluis

raccorderen - verbinden

race - duurloop, hordenloop, kamp, rally, ren, renloop, sterrit, wedloop, wedren, wedstrijd

raceauto - bolide, koersauto

racebaan - circuit, piste

raceciscuit - baan

racefiets - racer

racefietsband - tuub

race met skelters - karting

racen - hardlopen, hollen, rennen, snellen, spoeden, ielrennen

racer - renner

raceronde - baan

races in Assen   T.T.

racer op de fiets - wielrenner

racer op motor - coureur, motorrenner

raceterrein - circuit

racewagen - bolide, wedstrijdauto

racewagentje - skelter

rachel - lat, tengel

rachelen - bespijkeren, betengelen

rachen -foeteren, schelden, schimpen

rachitis - oudeman

racisme - rasleer, rassenhaat, rasverering

racket - kaatsnet, slagnet

racketeer - afperser

racketeering - afperserij

rad   bijdehand, folterwerktuig, rap, snel, vlot, vaardig, vlug, volubel, wagenwiel

rad en vlug - vlot

rad in een molen - molenrad

rad met kammen - kamrad

rad met tanden - tandwiel

rad van drukpers - rondsel

rad van een draaiorgel - lierrad

radarkoepel (onderaan vliegtuig) - uier

radbraken van taal - ecorcheren, verbasteren

raddraaier   aansteker, aanstichter, aanstoker, belhamel, deinvoet, desperado, deugniet, haantjedevoorste, ophitser, oproerling, opruier, perplex, rebel, roervink, schavuit, stokebrand, voorvechter

radeergom   stuf, vlakgom

radeloos - besluiteloos, desperaat, hopeloos, reddeloos, verbijsterd, vertwijfeld, wanhopig

radeloosheid - aporia, aporie, desperatie, paniek, wanhoop

raden - aanraden, divineren, gissen, raadgeven, ramen, schatten

vermoeden



radenrepubliek - Sovjetunie

rader - aanrader, raadgever, raadsman

raderbaar   berrie, draagbaar

raderboot - hekwieler

raderdiertje - rotifera

raderdiertjes - rotatoria, rotiferen

raderen   gommen, uitkrabben, uitwissen, wegkrabben

raderen van een uurwerk vastzetten - planteren

radertje - raadje, radje

radertje in een uurwerk - snek

raderwerk - inrichting, organisatie

radheid   snelheid, vaardigheid, vaart, vlugheid

radiaal - hoekmaat, straalboog, straalhoek, straalsgewijs

radiatie   doorhaling, straling, straalwerping, uitstraling

radijs/wilde   keik

radiator - koelbak, verwarming

radicaal - afdoende, consequent, grondig, konsekwent, totaal,

radicaal deel van een partij - linkerzijde

radicaal geneesmiddel - paardemiddel

radicale politieke partij in Nederland - P.P.R.

radieus - stralend

radikaalteken - wortelteken

radioactief element   polonium, plutonium, radium, thorium, uraan, uranium

radioactief gas   niton, radon

radioactieve stralen die bestaan uit bètadeeltjes - bètastralen

radiobaken - radiozendstation

radiobedrijf   omroep

radiobelasting   luistergeld

radiobericht - nieuws

radiobestel - omroep

radiobuis - radiolamp

radio detectie apparaat - radar

radiodistributie   draadomroep

radiogolf - ether, marconigolf

radio golflengte - FM

radiografisch noodsein - s.o.s.

radiografisch overgebrachte foto - telefoto

radiografische beeldtelegrafie - televisie

radiogram   marconigram, radiotelegram, röntgenfoto

radiohut - marconistenhut

radiokompas - aanlooppeiler

radiolamp - diode, triode

radiolamp met drie elektroden - triode

radiolamp met twee elektroden - diode

radiolamp met vijf elektroden - pent(h)ode

radioiariën - straaldiertjes

radioliefhebber - luistervink

radioluisteraar - luistervink

radioluisterspel   hoorspel

radiomast   antenne

radiomedewerker - discjockey, omroeper

radionieuws - nieuwsbericht

radio omroep   (Ned.) KRO, VARA, AVRO, EO, NCRV, IKON, RVU, Veronica

radio omroep (buitenland)   BBC, ABC, AFN, BRT, CBS, NBC, NDR, RTF, RTl

radio-omroeper - radioreporter

radio-onderdeel - transistor

radio-ontvanger - tuner

radiopeiler - richtingzoeker

radiopionier - Vogt

radiopost   luisterpost

radiopraatje   causerie

radioprogramma in de ochtend - morgenwijding

radios vector - voerstraal

radioscoop - röntgentoestel

radiostation   omroepzender, zender, zendstation

radiostation op zee - Caroline

radiosterrenkunde - radioastronomie

radiotelefoon - mobilofoon

radiotelegrafisch iets vragen - praaien

radiotelegrafist - marconist, vonkenboer

radiotelegram - marconigram, radiogram

radiotoren   zendmast

radio-uitzending   hoorspel, nieuws, omroep, reportage

radioverslaggever - reporter

radiozender die bij relayering dienst doet - relaiszender

radiozendstation op vliegvelden voor piloten - radiobaken

radium   Ra

radiumhoudende erts - uranium

radius   r., straal

radix   wortel

radje in uurwerk - radertje, snek, snekrad

radkast - klokhuis, raderkast

radkrans - flens, velling

radlijn - cycloïde

rad met schoepen - turbine

rad of rap - vlug

Radon - niton, Rn

rad van een kar - wiel

radvenster - roos, roosvenster

radijs (wilde) - keik

radijsboompje - sneeuwbes

rafel - flard, sliert, weefseldraad

rafelaar - dobbelaar

rafelen - dobbelen, pluizen, spelen

rafelige strook - flard

rafeling - pluksel, rafel

rafels voor de sier - franje

raffelen - babbelen, beuzelen, rabbelen, rammelen

raffinaderij - raffineerbedrijf, suikerfabriek

raffinage   zuivering

raffinement   geraffineerdheid, geslepenheid, sluwheid, verfijndheid, verfijning

raffineren - omsmelten, veredelen, verfijnen, zuiveren

rafter - rachel, schroot

rag   spinnenweb, spinrag, web, weefsel

rage - amok, bevlieging, dolheid, drang, manie, mode, razernij, uitbarsting, verzotheid, woede

ragebol - raagbol, raaghoofd

ragen - reinigen, schoonmaken

raggen - ravotten, stoeien

ragout - gerecht (vlees, vis, saus), hutspot

ragout van gebraden gevogelte - salmi

ragoutje - hutspot, mengelmoes

ragoutsaus - rou

ragtime - charleston, foxtrot

rag van een spin - spinsel

raid - invasie, overval, razzia, rooftocht, strooptocht

raider - kaperschip

rail - gordijnroede, reel, richel, spoorlijn, spoorstaaf, spoorweg,

rail road - rr

raildwarsligger - biels

railing - hekwerk, lambrizering, leuning, reling

railleren - gekscheren, schertsen, spotten, strijkmes,

raillerie - scherts, spotternij

rails - spoor

railtransport - treinvervoer

railverbinding - biels

railvoertuig - metro, tram, trein

raison   grond, oorzaak

raisonnabel - redelijk

raisonneren - betogen, praten, redeneren

rajap - termiet

rake - hark

rakel - haardijzer, hark, kachelpook, koteraar, pook(ijzer), rakelijzer

rakelen   harken, (op)poken,porren

rakelijzer - loet, ovenkrabber, pook, raak

rakelings - roerlings, scheerlings, strijkelings

raken - aangaan, aanroeren, aanschieten, betreffen, geraken, ontroeren, tangeren, toucheren, tikken, treffen, vallen

raket - vuurpijl

rakken - reinigen, schoonmaken

rakker   belhamel, bengel, blaag, boefje, brak, deugniet, galgenaas, galgenbrok, guit, kwajongen, ondeugd, rekel, schelm, snaak, vlegel, vlerk

rakkeren - reinigen, schoonmaken

rakkerig - ontdeugend, stout

ral   meerkoet, waterhoen

ralachtigen - kwartelkoning, meerkoet, Ralli, waterhoen, waterral

rallen - snappen

rallentando   rail., langzamer

rally - autorit, sterrit

ralvogel - koet, zeekoet

ram   aries, rammei, rammelaar, schaap, stormpaal, stormram

ramadan - vastenmaand

rambler - zwerver

ramen   beramen, begroten, berekenen, gissen, koersen, mikken, raden, schatten, taxeren, vaststellen

ramen lappen   zemen

ramificatie - vertakking

raming   begroting, berekening, estimatie, gissing, gis, schatting, taks, taxatie, overslag, rooi, supputatie, waardebepaling, waardering

rammei - stormram

rammeien - beuken, bonken,rammen, stoten

rammel   afstraffing, gons, ransel, slaag

rammelaar - babbelaar, haas, kakelaar, kinderbel, klapperzaad, klater, kletsmajoor, konijn, ram, ratel, ratelaar (Zuidnederlands), repelaar, rinkelbel, rinkelbom, snapper

rammelen - babbelen, beuken, denderen, kwekken, raffelen, rammen, ranselen, ratelen, slaan

rammel geven - afrossen

rammelassen   dooreenwerpe

rammeling – afranseling

rammelkar – askar

rammelkast - piano

rammen   aanrijden, aanvaren, beuken, botsen, overvaren, rammelen, stoten

rammen van een auto - botsen

rammenasachtige wortel - jalap(pe)

ram of ooi - schaap

ramp - averij, beproeving, bezoeking, calamiteit, catastrofe, ellende, fataliteit, gesel, katastrofe, ongeluk, onheil, plaag, rampspoed, schade, sinister, slag, tegenslag, tegenspoed, vloek,

rampaard   scheepsaffuit

rampassen (Ind.) - gappen, grissen, roven, snaaien

rampel - stalketting

rampeneren - beschadigen, schaden, vernielen

rampen meebrengend   onzalig, rampzalig

rampspoed   calamiteit, catastrofe, cataclysme, desaster, ellende, kataklisme, katastrofe, ongeluk, onheil, tegenslag, tegenspoed

rampspoedig - calamiteus, catastrofaal, desastreus, ellendig, fataal, funest, noodlottig, ongelukkig, onheilig, onzalig, rampzalig, sinister

rampzalig - akelig, desastreus, droevig, drukte, ellendig, erbarmelijk, fataal, funest, herrie, jammerlijk, miserabel, noodlottig, ongelukkig, onzalig, rampspoedig, ruïneus, tumult, verdoemd, vernietigend, vreselijk, wanhopig, ijselijk, zielig

rampzalige toestand - ellende

ranch - boerderij, veehoeve

rancho - veeboerderij

rancune - bitterheid, haat(gevoel), hekel, ruzie, tegenzin, vijandschap, wraak, wrok

rancuneus   haatdragend

rand   boord, borstwering, grens, kader, kant, kim, kooromgang, kring, limbus, lumbus, lijst, margo, oever, omlijsting, omtrek, richel, ring, strook, tinne, torenomgang, trans, velg, weergang, zij(de), zijkant, zoom

rande - leg, tijd, vlaag

randenstikster - stolpster

randinkerving - kartel

randje - grens, kant, strookje

rand met insnijding - karteling

rand om bloembed - border

rand, omgeven met een   / encadreren, inlijsten, omranden, omlijsten

rand om schilderij   kader, lijst

rand om spiegel   biseau

rand van boekomslag   flap

rand van een drinkglas - kimme

rand van een vat - kim

randglosse - kanttekening

randinkerving   kartel

randkraag   flens

randschrift van munt   legende

randversiering - meader

rang   aanzien, afdeling, categorie, eer, graad, groep, klasse, kwaliteit, orde, plaats, positie, reeks, rubriek, staat, standing, status, stand, titel, trap, volgorde, waardigheid

rang bij de luchtmacht - commodore, generaal, kapitein, kolonel, korporaal, luitenant, majoor, sergeant, soldaat

rang bij de marine   admiraal, bootsman, commandeur, kapitein, kwartiermeester, I.t.z., luitenant, matroos, opperschipper, schipper

rang bij de padvinders - akela, hopman, vaandrig, verkenner, welp

rang bij de politie - adspirant, brigadier, commissaris, hoofdagent, inspecteur, rechercheur

rang in een stadion - staanplaats

rang in het leger   adjudant, gen.,generaal, huzaar, kanonnier, kapitein, kolonel, kol, kornet, korporaal, kpl, kpt, It, luitenant, maj, majoor, opper, overste, ritmeester, sgt, sergeant, sld, smr, soldaat, vaandrig, wachtmeester

rang in maatschappij   positie

rang in schouwburg – balkon, beignoire, engelenbak, fauteuil, frontloge, gaanderij, loge, parket, parterre, schellinkje, stalles, zaal

rang tussen adjudant en hoofdagent - brigadier

rang tussen jonkheer en graaf - baron

rangcijfer - nummer, rangnummer

rangeerlijn - rangeerspoor

rangeerlocomotief - sik

rangeerterrein - emplacement


  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina