Raad van de europese unie



Dovnload 138.39 Kb.
Pagina1/3
Datum14.08.2016
Grootte138.39 Kb.
  1   2   3











RAAD VAN
DE EUROPESE UNIE





NL

C/06/106

8402/06 (Presse 106)

(OR. en)





PERSMEDEDELING

2725e zitting van de Raad


Justitie en Binnenlandse Zaken
Luxemburg, 27-28 april 2006




Voorzitter Mevrouw Karin GASTINGER
Minister van Justitie
Mevrouw Liese PROKOP
Minister van Binnenlandse Zaken van Oostenrijk










Voornaamste resultaten van de Raadszitting

De Raad heeft een politiek akkoord bereikt over een verordening betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen ("Rome II"). De verordening strekt ertoe de voorschriften betreffende niet-contractuele verbintenissen te standaardiseren en aldus het internationaal privaatrecht in burgerlijke en handelszaken verder te harmoniseren.

Er is tevens een politiek akkoord bereikt over een beschikking die ertoe strekt de legesrechten voor de behandeling van visumaanvragen te verhogen van 35 euro tot 60 euro, om rekening te houden met de invoering van het Visuminformatiesysteem en met het opnemen van biometrische gegevens van de aanvragers.

Voorts heeft de Raad conclusies aangenomen betreffende de bestrijding van de mensenhandel en betreffende gezamenlijke terugkeeroperaties door de lucht.

De Raad is tot een consensus gekomen over een kaderbesluit ter bestrijding van georganiseerde criminaliteit, en heeft overeenstemming bereikt over een overleveringsprocedure tussen de lidstaten van de Europese Unie en IJsland en Noorwegen.

De Raad heeft tot slot een gemeenschappelijk optreden vastgesteld inzake de militaire operatie van de Europese Unie ter ondersteuning van de missie van de Verenigde Naties in de Democratische Republiek Congo (MONUC) tijdens het verkiezingsproces. Het gemeenschappelijk optreden vormt voor de EU de rechtgrondslag en schetst het kader voor de operatie.



INHOUD1

DEELNEMERS 6

BESPROKEN PUNTEN

GEMENGD COMITÉ 9

– Legesrechten voor visa 9

– Gemeenschappelijke visumaanvraagcentra 9

– Schengeninformatiesysteem II (SIS II) 9

– Politiële samenwerking tussen lidstaten 10

– Bescherming van persoonsgegevens 10

LEGESRECHTEN VOOR VISA 11

MENSENHANDEL 13

– Presentatie door Europol 13

– Uitvoering van het actieplan - stand van zaken 13

– Conclusies van de Raad 13

EXTERNE BETREKKINGEN 18

– Uitvoering van de JBZ-strategie inzake externe betrekkingen 18

– Follow-up van Hampton Court: uitvoering van prioritaire acties op het gebied van migratie 18

– Resultaat van de bijeenkomst van de Permanente Partnerschapsraad (PPR) EU-Rusland 19

LIJST VAN VEILIGE LANDEN VAN HERKOMST 19

VN-DIALOOG OP HOOG NIVEAU OVER INTERNATIONALE MIGRATIE EN ONTWIKKELING Error: Reference source not found

RECHT DAT VAN TOEPASSING IS OP NIET-CONTRACTUELE VERBINTENISSEN (Rome II) 20

VRAAGSTUKKEN IN VERBAND MET JUSTITIËLE SAMENWERKING IN BURGERLIJKE ZAKEN DIE IN HET KADER VAN ANDERE COMMUNAUTAIRE ONTWERP-INSTRUMENTEN WORDEN BESPROKEN 21

OPENING VAN "N-LEX" EN PRESENTATIE VAN "EUR-LEX" 22

EUROPEES BEWIJSVERKRIJGINGSBEVEL (EBB) 23

BESTRIJDING VAN GEORGANISEERDE CRIMINALITEIT 24

PROCEDURELE RECHTEN IN STRAFPROCEDURES IN DE GEHELE EUROPESE UNIE 25

WEDERZIJDSE ERKENNING VAN STRAFRECHTELIJKE BESLISSINGEN 26

OVERLEVERINGSPROCEDURE TUSSEN DE LIDSTATEN VAN DE EU EN IJSLAND EN NOORWEGEN 26

DIVERSEN 27

– Dialoog op hoog niveau over terrorismebestrijding 27



ANDERE GOEDGEKEURDE PUNTEN

JUSTITIE EN BINNENLANDSE ZAKEN

Samenwerking tussen politiële, douane- en andere gespecialiseerde wetshandhavingsinstanties 28

Versterkte praktische samenwerking op het gebied van asiel - Conclusies van de Raad 28

Verbeterde operationele samenwerking bij gezamenlijke terugkeeroperaties door de lucht - Conclusies van de Raad 30

Denemarken - Overeenkomsten inzake burgerlijke en handelszaken 33

Toetreding tot de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht 33

Insolventieprocedures 33

Externe dimensie van de justitiële samenwerking in strafzaken 34

Buitengrenzen - Werkprogramma's van het Agentschap voor 2005 en 2006 34

Europese Politieacademie 34

Georganiseerde misdaad - smokkel van migranten 34

GEMEENSCHAPPELIJK BUITENLANDS- EN VEILIGHEIDSBELEID

Birma/Myanmar – Verlenging van de beperkende maatregelen 35

EUROPEES VEILIGHEIDS- EN DEFENSIEBELEID

Militaire operatie van de EU ter ondersteuning van MONUC tijdens het verkiezingsproces in de DR Congo 36

HANDELSBELEID

Antidumping - China en de Filipijnen - Hulpstukken voor buisleidingen 37

DOUANE-UNIE

EU/TURKIJE - Tenuitvoerlegging van de douane-unie 37

VERVOER

Overeenkomst inzake luchtdiensten met Bosnië en Herzegovina 38



INTERNE MARKT

Octrooien van farmaceutische producten 38

SOCIAAL BELEID

2007: Europees Jaar van gelijke kansen voor iedereen 38

TRANSPARANTIE

Toegang van het publiek tot documenten 39



DEELNEMERS

De regeringen van de lidstaten en de Europese Commissie waren als volgt vertegenwoordigd:



België:

de heer Patrick DEWAEL vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken



Tsjechische Republiek:

de heer František BUBLAN minister van Binnenlandse Zaken

de heer Ivo HARTMANN vice-minister, toegevoegd aan de vice-minister-president en minister van Justitie

Denemarken:

mevrouw Lene ESPERSEN minister van Justitie



Duitsland:

mevrouw Brigitte ZYPRIES minister van Justitie

de heer Peter ALTMAIER parlementair staatssecretaris van Binnenlandse Zaken

Estland:

de heer Kalle LAANET minister van Binnenlandse Zaken

de heer Rein LANG minister van Justitie

Griekenland:

de heer Anastasis PAPALIGOURAS minister van Justitie

de heer Vyron POLYDORAS minister van Openbare Orde

Spanje:

de heer Antonio CAMACHO VIZCAÍNO staatssecretaris van Veiligheid

mevrouw Ana María DE MIGUEL LANGA secretaris-generaal, ministerie van Justitie

Frankrijk:

de heer Pascal CLÉMENT grootzegelbewaarder, minister van Justitie

de heer Christian ESTROSI toegevoegd minister van Ruimtelijke Ordening

Ierland:

de heer Michael McDOWELL minister van Justitie, Rechtsgelijkheid en Hervorming van het Recht



Italië:

de heer Rocco Antonio CANGELOSI permanent vertegenwoordiger



Cyprus:

de heer Doros THEODOROU minister van Justitie en Openbare Orde

de heerr Lazaros SAVVIDES secretaris-generaal, ministerie van Binnenlandse Zaken

Letland:

de heer Dzintars JAUNDŽEIKARS minister van Binnenlandse Zaken

de heer Guntars GRINVALDS minister van Justitie

Litouwen:

de heer Gintaras Jonas FURMANAVIČIUS minister van Binnenlandse Zaken

de heer Gintaras ŠVEDAS vice-minister van Justitie

Luxemburg:

de heer Luc FRIEDEN minister van Justitie, minister van de Schatkist en van Begroting, minister van Defensie

de heer Nicolas SCHMIT gedelegeerd minister van Buitenlandse Zaken en Immigratie

Hongarije:

de heer Miklós HANKÓ FARAGÓ politiek staatssecretaris, ministerie van Justitie

mevrouw Kristina BERTA onderstaatssecretaris voor Internationale Betrekkingen, ministerie van Binnenlandse Zaken

Malta:

de heer Tonio BORG vice-minister-president, minister van Justitie en Binnenlandse Zaken



Nederland:

mevrouw Rita VERDONK minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie

de heer Piet Hein DONNER minister van Justitie

Oostenrijk:

mevrouw Liese PROKOP minister van Binnenlandse Zaken

mevrouw Karin GASTINGER minister van Justitie

Polen:

de heer Ludwik DORN vice-minister-president, minister van Binnenlandse Zaken en Bestuurszaken

de heer Andrzej GRZELAK staatssecretaris, ministerie van Justitie

Portugal:

de heer José MAGALHÃES toegevoegd staatssecretaris van Binnenlandse Zaken

de heer José Manuel CONDE RODRIGUES toegevoegd staatssecretaris van Justitie

Slovenië:

de heer Dragutin MATE minister van Binnenlandse Zaken

de heer Robert MAROLT staatssecretaris, ministerie van Justitie

Slowakije:

mevrouw Lucia ŽITŇANSKÁ minister van Justitie



Finland:

de heer Kari RAJAMÄKI minister van Binnenlandse Zaken

mevrouw Leena LUHTANEN minister van Justitie

Zweden:

de heer Thomas BODSTRÖM minister van Justitie

mevrouw Barbro HOLMBERG minister, ministerie van Buitenlandse Zaken, belast met Migratiebeleid

Verenigd Koninkrijk:

barones ASHTON of UPHOLLAND staatssecretaris, ministerie van Constitutionele Zaken

Lord GOLDSMITH Attorney General

Commissie:

de heer Franco FRATTINI vice-voorzitter

De regeringen van de toetredende staten waren als volgt vertegenwoordigd:

Bulgarije

de heer Rumen YORDANOV PETKOV minister van Binnenlandse Zaken

de heer Georgi PETKOV PETKANOV minister van Justitie

Roemenië:

de heer Vasile BLAGA minister van Bestuurszaken en Binnenlandse Zaken

mevrouw Monica MACOVEI minister van Justitie

BESPROKEN PUNTEN

GEMENGD COMITÉ


  • Legesrechten voor visa

Het voorzitterschap nam er nota van dat er ruime overeenstemming bestond over de tekst van een beschikking waarbij de legesrechten voor de behandeling van visumaanvragen worden verhoogd van 35 euro naar 60 euro, en heeft besloten dit dossier voor te leggen aan de Raad met het oog op het bereiken van een politiek akkoord over de tekst (zie hierna).

  • Gemeenschappelijke visumaanvraagcentra

Vice-voorzitter van de Commissie Franco Frattini gaf een toelichting op een Commissievoorstel betreffende gemeenschappelijke aanvraagcentra, dat in juni 2006 bij de Raad zal worden ingediend.

Overeenkomstig het Haags Programma diende de Commissie een voorstel houdende wijziging van de Gemeenschappelijke Visuminstructies in te dienen teneinde een rechtsgrondslag voor de verzameling van biometrische gegevens bij visumaanvragers in te stellen, en regels vast te stellen voor mogelijke vrijstellingen van deze vereiste. De Commissie werd voorts verzocht een voorstel in te dienen teneinde te voorzien in een wetgevingskader voor de lidstaten voor de instelling van gemeenschappelijke aanvraagcentra. De instelling van die gemeenschappelijke aanvraagcentra strekt ertoe de lidstaten de mogelijkheid te bieden om gebouwen, personeel en uitrusting te delen, en bijgevolg ook de economische lasten van de invoering van deze nieuwe vereiste te spreiden.



  • Schengeninformatiesysteem II (SIS II)

De Raad bestudeerde de stand van zaken van SIS II en besprak de rechtsgrondslag ervan. De Raad bevestigde dat in het SIS II biometrische gegevens voor identificatiedoeleinden zullen worden gebruikt zodra dat technisch mogelijk is. Zes van de nieuwe lidstaten (Tsjechië, Letland, Litouwen, Hongarije, Estland en Slowakije), gesteund door Slovenië, dienden een gezamenlijke verklaring in waarbij de Raad wordt verzocht ervoor te zorgen dat de besprekingen over de wetgevingsvoorstellen niet leiden tot vertraging van de goedkeuring van SIS II.

De Commissie heeft op 31 mei 2005 wetgevingsvoorstellen betreffende de rechtsgrondslag voor SIS II ingediend: twee volgens de medebeslissingsprocedure aan te nemen verordeningen en een besluit van de Raad. De besprekingen van deze voorstellen zijn in een beslissende fase gekomen. Om ervoor te zorgen dat SIS II in 2007 operationeel is en vervolgens de binnengrenscontroles voor de nieuwe lidstaten af te schaffen, dienen de wetgevingsinstrumenten spoedig te worden aangenomen.

Het voorzitterschap verklaarde voornemens te zijn deze onderhandelingen over de rechtsgrondslag uiterlijk in juni 2006 af te ronden, zodat de lidstaten de nodige technische maatregelen en nationale regelgevingen kunnen opstellen.


  • Politiële samenwerking tussen lidstaten

Het voorzitterschap nam nota van een politieke toezegging om praktische politieke samenwerking tussen lidstaten in de zin van het Haags Programma te ontwikkelen, en kondigde aan dat het voorzitterschap en de Commissie samen zullen werken aan een nieuwe tekst met het oog op de instelling van een doeltreffend instrument ter verbetering van de strategische en operationele samenwerking tussen de wetshandhavingsautoriteiten van de lidstaten en ter verhoging van het niveau van veiligheid voor de burgers van de Europese Unie.

  • Bescherming van persoonsgegevens

Het voorzitterschap informeerde de Raad over de stand van de besprekingen over dit ontwerp-kaderbesluit. Het vermeldde daarbij de volgende hoofdpunten die tot nu toe werden besproken:

1. de vraag of zowel de politiële als de justitiële samenwerking door het ontwerp-kaderbesluit moeten worden bestreken;

2. de vraag of het toepassingsgebied moet worden uitgebreid tot andere rechtshandhavingsinstanties dan de politie;

3. de vraag of het kaderbesluit tevens betrekking moet hebben op informatie die aan derde staten wordt toegezonden; en

4. de vraag of het toepassingsgebied van het kaderbesluit moet worden beperkt tot de grensoverschrijdende toezending van informatie en de verwerking van de aldus toegezonden gegevens   zoals voorzien in het Commissievoorstel   of dat het ook gegevens dient te omvatten die in een louter nationale context worden verzameld en gebruikt.

Op 4 oktober 2005 heeft de Commissie de Raad een voorstel doen toekomen voor een kaderbesluit van de Raad over de bescherming van persoonsgegevens die worden verwerkt in het kader van de politiële en justitiële samenwerking in strafzaken. Op 13 december 2005 heeft de Raad het Parlement om advies gevraagd over het voorstel.

De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming heeft op 24 januari 2006 zijn advies over het voorstel uitgebracht. De conferentie van Europese gegevensbeschermingsautoriteiten heeft eveneens een advies over het voorstel uitgebracht.

LEGESRECHTEN VOOR VISA

De Raad heeft een politiek akkoord bereikt over een beschikking die ertoe strekt de legesrechten voor de behandeling van visumaanvragen te verhogen van 35 euro tot 60 euro, om rekening te houden met de invoering van het Visuminformatiesysteem en met het opnemen van biometrische gegevens van de aanvragers. De beschikking moet formeel worden aangenomen.

De Griekse, Hongaarse en Zweedse delegatie kondigden aan dat zij tegen zouden stemmen.

Deze beschikking zal uiterlijk met ingang van 1 januari 2007 van toepassing zijn.

De beschikking voorziet erin dat in individuele gevallen, met inachtneming van de onder­scheiden nationale rechtsbepalingen, gehele of gedeeltelijke ontheffing van legesrechten kan worden verleend indien hiermee culturele, met de buitenlandse of ontwikkelingspolitiek verband houdende of andere doeleinden van wezenlijk openbaar belang worden gediend, dan wel op humanitaire gronden.

Van betaling van legesrechten zijn volledig vrijgesteld visumaanvragers die tot een van de volgende categorieën behoren:



  • kinderen jonger dan 6 jaar;

  • scholieren, studenten, al dan niet op postdoctoraal niveau, en hen begeleidende leraren die zich verplaatsen voor studie of opleiding; en

  • onderzoekers uit derde landen die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen voor het verrichten van wetenschappelijk onderzoek in de zin van Aanbeveling nr. 2005/761/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 september 2005.

Een gehele of gedeeltelijke ontheffing van legesrechten ten behoeve van onderdanen van een derde land kan eveneens voortvloeien uit een overeenkomst die, met inachtneming van het algemene Gemeenschapsbeleid inzake visumfaciliteringsovereenkomsten, tussen de Europese Gemeenschap en het betrokken derde land is gesloten met het oog op een soepeler afgifte van visa.

Tot 1 januari 2008 geldt deze beschikking voorts niet voor de betaling van legesrechten voor visa die worden aangevraagd door onderdanen van derde landen ten aanzien waarvan de Raad de Commissie voor 1 januari 2007 een onderhandelingsmandaat voor een visumfaciliterings­overeenkomst heeft verstrekt.

Er is tevens overeenstemming bereikt over de volgende verklaringen:

Verklaring van de Raad en de Commissie

"De Raad en de Commissie merken op dat facilitering van de visumverlening, dat is het vereen­voudigen van de procedures voor het verstrekken van visa aan de inwoners van derde landen die onder de visumplicht vallen, verdere kansen kan bieden om de contacten tussen de EU en de naburige landen te bevorderen, onder andere door bepaalde categorieën onderdanen van derde landen geheel of gedeeltelijk ontheffing van legesrechten te verlenen.

De Raad en de Commissie wijzen er eveneens op dat de gemeenschappelijke aanpak van de visum­facilitering de mogelijkheid creëert om, aan de hand van een individuele beoordeling van de betrokken landen, met derde landen onderhandelingen over de facilitering van de visumverlening te openen, rekening houdend met het geheel van de betrekkingen tussen de Europese Unie en de kandidaat-lidstaten, de landen met een Europees perspectief, de landen die onder het Europese Nabuurschapsbeleid vallen en de strategische partnerlanden.

De Raad en de Commissie bevestigen hun steun voor de totstandkoming van visumfaciliterings­overeenkomsten met derde landen met inachtneming van de procedures en overwegingen in de gemeenschappelijke aanpak van visumfacilitering, en benadrukken daarbij dat parallel hieraan overnameovereenkomsten tot stand moeten komen, die gelijktijdig met eerstgenoemde overeen­komsten in werking dienen te treden.

De Raad en de Commissie achten het gewenst dat de lidstaten in het kader van de bevordering van privé-contacten met de naburige landen overeenkomstig de algemene doelstellingen van het EU-beleid, gebruik maken van de mogelijkheden die door het Schengenacquis worden geboden, met name wanneer dergelijke privé-contacten kunnen bijdragen tot versterking van de civiele maat­schappij en tot de democratisering in deze landen. De Raad en de Commissie verzoeken ook de uitwerking van de nieuwe maatregelen ten aanzien van deze doelstellingen bestendig te volgen."

Verklaring van de Raad

"De Raad verzoekt de Commissie om, volgens de procedures en overwegingen als vastgesteld in de gemeenschappelijke aanpak van visumfacilitering, aan de hand van een individuele beoordeling van de betrokken landen en rekening houdend met punt II.3 van de Beginselen als vastgesteld in de onderhavige beschikking, aanbevelingen in te dienen voor onderhandelingsmandaten voor visumfaciliterings- en overnameovereenkomsten, en daarbij aan te vangen met de landen met een Europees perspectief als bedoeld in de conclusies van de Europese Raden van juni 2003 en juni 2005."



MENSENHANDEL

  • Presentatie door Europol

De heer Max-Peter Ratel, directeur van Europol, gaf een toelichting op het mandaat, de activiteiten, de bronnen en uitdagingen van Europol op het gebied van mensenhandel. Hij deed de volgende aanbevelingen aan de lidstaten:

  • volg het actieplan van de EU inzake mensenhandel,

  • de onderzoeksteams van de lidstaten moeten weten hoe ze gebruik moeten maken van Europol en van bestaande beste praktijken,

  • de lidstaten moeten Europol op de hoogte houden en Europol om bijstand verzoeken, en

  • de lidstaten moeten de voordelen van een nauwere samenwerking met internationale organisaties en niet-gouvernementele organisaties benutten.

  • Uitvoering van het actieplan - stand van zaken

Het voorzitterschap en vice-voorzitter van de Commissie Franco Frattini informeerden de Raad over de aan de gang zijnde uitvoering van het actieplan inzake mensenhandel. Er is een gezamenlijke conferentie van het voorzitterschap en de Commissie gepland voor juni 2006, overeenkomstig het actieplan inzake mensenhandel.

Voorts gaf de Commissie een toelichting op haar voornemen om aanbevelingen inzake kinderhandel voor te leggen.



  • Conclusies van de Raad

De Raad heeft de volgende conclusies aangenomen:

"1. De bestrijding van mensenhandel is een prioriteit van de EU en van het Oostenrijkse Raads­voorzitterschap. De handel in mensen, met name vrouwen en kinderen, met het oog op seksuele en andere vormen van uitbuiting is een van de ernstigste vormen van mensenrechten­schending, en het voorzitterschap is dan ook vastbesloten een bijdrage te leveren aan de uit­voering van het EU-plan inzake de beste praktijken, normen en procedures bij de voorkoming en bestrijding van mensenhandel (hierna het EU-actieplan inzake mensenhandel genoemd, dat door de Raad is aangenomen op 1 2 december 2005) 1.

2. De stand van de uitvoering van dit actieplan is, zoals voorzien in punt 1.2 van (de bijlage van) het plan, door de Raad en de Commissie besproken tijdens het politieke debat over het EU-beleid ter bestrijding van mensenhandel.

3. Na afloop van het politieke debat concludeerde de Raad dat deze conclusies een bijwerking moeten vormen van het EU-actieplan inzake mensenhandel, in het bijzonder specifieke maat­regelen ter bestrijding van mensenhandel in verband met grote internationale evenementen, waaronder sportevenementen, als bepaald in de punten 9, 10 en 11.

4. Om de mensenhandel zo efficiënt mogelijk te bestrijden, dienen het analytische werk, met inbegrip van de dreigingsevaluatie voor georganiseerde criminaliteit (OCTA), en de onder­steunende functies van Europol te worden geoptimaliseerd. Voorts moeten Europol, Eurojust, het Europees Buitengrenzenagentschap (FRONTEX) en de operationele Task Force van hoofden van politie van de EU zich op gezette tijden over deze problematiek buigen, teneinde te voorzien in de passende samenwerkingsmaatregelen.

5. In deze context is het van het grootste belang dat alle lidstaten



  • de ruimst mogelijke samenwerking bieden, zowel onderling als met de bevoegde bureaus en agentschappen, door inlichtingen en informatie ter beschikking te stellen met het oog op het opstellen van een evaluatie;

  • zich ertoe verbinden Europol systematisch informatie te verschaffen, vooral wanneer zij een bijdrage hebben geleverd aan een analytisch werkbestand over een specifiek vraagstuk.

6. In het licht van de door de Commissie verrichte evaluatie van het Kaderbesluit van 19 juli 2002 inzake bestrijding van mensenhandel1 en van het Kaderbesluit tot versterking van het straf­rechtelijk kader voor de bestrijding van hulpverlening bij illegale binnenkomst, illegale doortocht en illegaal verblijf,2 dat op 28 november 2002 is aangenomen samen met Richtlijn 2002/90/EG van 28 november 2002 tot omschrijving van hulpverlening bij illegale binnenkomst, illegale doortocht en illegaal verblijf3, moet rekening worden gehouden met het volgende:

  • dankzij het Kaderbesluit van de Raad inzake bestrijding van mensenhandel beschikken de lid­staten nu in het algemeen over specifieke strafrechtelijke bepalingen waarbij mensen­handel met het oog op uitbuiting op arbeidsgebied of met het oog op seksuele uitbuiting strafbaar wordt gesteld;

  • de lidstaten lijken   voorzover uit de beschikbare informatie is af te leiden   te beschikken over strafrechtelijke bepalingen waarbij sancties zijn vastgesteld voor hulpverlening bij illegale doortocht en illegaal verblijf;

  • voor de beide kaderbesluiten heeft de Commissie nog steeds niet van alle lidstaten de nodige informatie ontvangen, en een aantal lidstaten heeft gegevens verstrekt die zich niet voor een snelle en efficiënte evaluatie lenen;

  • over kwetsbare slachtoffers, en met name kinderen (d.w.z. elke persoon beneden de leef­tijd van 18 jaar), die in het kader van mensenhandel in het algemeen bijzonder kwetsbaar zijn, heeft de Commissie van de lidstaten onvoldoende informatie ontvangen. Zij heeft de bescherming van en bijstand aan deze groep slachtoffers dan ook niet echt kunnen beoordelen.

Een en ander betekent dat de Commissie

  • de desbetreffende wetgeving van de lidstaten nog nader zal moeten bekijken ten einde na te gaan of de wetgeving, om slachtoffers, uitgaande van het belang van het kind, afdoende bescherming en bijstand te bieden, op EU-niveau moet worden verbeterd;

  • de praktische toepassing en de doeltreffendheid van het wetgevingskader, om uit­buiting, in het bijzonder van vrouwen en kinderen, te voorkomen, zal evalueren;

  • de lidstaten oproept het kaderbesluit van de Raad om te zetten en de Commissie hiervan in kennis te stellen met volledige inachtneming van de door de Raad vastgestelde termijnen.

De Raad roept de lidstaten op, bovengenoemde instrumenten ter bestrijding van mensen­handel en het smokkelen van migranten onverkort uit te voeren. Dit betekent dat deze twee vormen van criminaliteit duidelijk van elkaar onderscheiden moeten worden, hoewel zij in de praktijk kunnen samenvallen. Voorts wordt de lidstaten met klem verzocht zorg te dragen voor een efficiënte praktijk van opsporing en vervolging van gevallen van mensenhandel, en daarbij rekening te houden met de behoeften van het slachtoffer op het gebied van bescherming en bijstand.

7. Om de opleiding van gespecialiseerde onderzoekers te verbeteren en de uitwisseling van beste praktijken te stimuleren heeft het voorzitterschap recentelijk in Wenen een conferentie over de bestrijding van kinderhandel georganiseerd; het voorzitterschap zal tevens zorgen voor de nodige praktische follow-up 1.

8. Teneinde bij te dragen tot de uitvoering van andere in het EU-actieplan inzake mensenhandel voorziene maatregelen, zijn het Raadsvoorzitterschap en de Commissie van zins vóór juni 2006 gezamenlijk een conferentie van deskundigen te organiseren, die de stand van de uitvoering van het actieplan, inclusief specifieke maatregelen ter bestrijding en voorkoming van mensenhandel die verband houdt met grote internationale evenementen, zal evalueren. De deskundigen zouden een nuttige bijdrage kunnen leveren door onderstaande punten te behandelen:


  • nagaan welke de beste praktijken zijn bij het opsporen van slachtoffers, en de opstelling overwegen van een ruime lijst van criteria met betrekking tot beste praktijken op dit gebied, overeenkomstig punt 6.1 van (de bijlage van) het actieplan;

  • bestaande contacten stimuleren en een steviger netwerk van NGO's en internationale steunverlenende organisaties en reïntegratiediensten opbouwen, overeenkomstig punt 6.2.a van (de bijlage van) het actieplan.

Deze twee vraagstukken zijn nauw verbonden met het vraagstuk van de nationale ver­wijzingsmechanismen. Het voorzitterschap van de Raad en de Commissie zullen erop toe­zien dat de EU zich beraadt op de verdere ontwikkeling van het OVSE-handboek over het nationale verwijzingsmechanisme (punt 6.2.c van (de bijlage van) het actieplan). Deze vraag­stukken zijn ook relevant voor de ontwikkeling van een adressenbestand van diensten voor de hele EU, om de beschikbare steunregelingen in kaart te brengen (punt 6.2.b van (de bijlage van) het actieplan), alsook voor de voorstellen die de Commissie met betrekking tot de op EU-niveau benodigde coördinatie- en samenwerkingsmechanismen dient op te stellen (punt 1.3.b van (de bijlage van) het actieplan). Ook deze aanverwante vraagstukken moeten door de conferentie bekeken worden.

9. Onder verwijzing naar de Resolutie van het Europees Parlement van 15 maart 2006 over gedwongen prostitutie in het kader van internationale sportevenementen 1, beklemtoont het voor­zitterschap dat grote internationale evenementen, waaronder sportevenementen, het risico blijken in te houden dat zij gepaard gaan met een tijdelijke toename van de mensenhandel. De lidstaten van de Europese Unie zullen daarom, op basis van eerdere ervaringen, beste praktijken uitwisselen en maatregelen nemen om de onderlinge samenwerking te versterken en een toename van de mensenhandel, in het bijzonder met het oog op seksuele exploitatie, te voorkomen en te bestrijden.

De Raad en de Commissie hebben in deze context ook een bespreking gewijd aan het vraag­stuk van het voorkomen en bestrijden van mensenhandel die verband houdt met grote inter­nationale evenementen, waaronder sportevenementen.

10. De Raad spreekt zijn waardering uit voor de maatregelen die Duitsland heeft genomen met betrekking tot het wereldkampioenschap voetbal in 2006, en verheugt zich over de bereidheid van Duitsland om na afloop van het evenement verslag uit te brengen over de opgedane ervaringen, die kunnen dienen als uitgangspunt voor het opstellen van beste praktijken op dit gebied met het oog op toekomstige evenementen.

11. Lidstaten die een groot internationaal evenement, daaronder begrepen sportevenementen, organiseren, dienen voorafgaand aan het evenement maatregelen te overwegen, die het volgende kunnen omvatten:


  • risico-evaluatie en samenwerking met andere lidstaten en bevoegde EU-instanties;

  • maatregelen om mensenhandel op te sporen en vroegtijdige opsporing van slachtoffers van mensenhandel, onder meer door het inzetten van functionarissen die gespecialiseerd zijn in de bestrijding van deze handel;

  • het opzetten of steunen van gerichte campagnes, ook door de civiele samenleving, waarbij aan relevante doelgroepen nuttige informatie wordt verstrekt teneinde het risico dat mensen het slachtoffer worden van mensenhandelaren te beperken;

  • het uitwerken en toepassen van maatregelen die de vraag naar deze slachtoffers ont­moedigen;

  • maatregelen die erop zijn gericht de slachtoffers van mensenhandel een passend niveau van bij­stand en bescherming te bieden, bijvoorbeeld door te zorgen voor adequate huisvesting of in de vorm van een meertalige hulplijn die 24 uur per dag en 7 dagen per week bereikbaar is;

  • best mogelijke samenwerking met de civiele samenleving en met de organisatoren van het evenement, zoals sportverenigingen;

  • het inzetten van wetshandhavingsfunctionarissen in de lidstaten die een evenement organiseren, teneinde een operationele samenwerking tot stand te brengen en een tijdelijke toename van de mensenhandel tijdens het evenement op te sporen en tegen te gaan."

EXTERNE BETREKKINGEN

  • Uitvoering van de JBZ-strategie inzake externe betrekkingen

Het voorzitterschap bracht de Raad op de hoogte van de stand van zaken bij de uitvoering van de "strategie voor de externe dimensie van JBZ: vrijheid, veiligheid en recht op mondiaal niveau".

Deze strategie vereist de totstandbrenging van een partnerschap met derde landen op het gebied van justitie en binnenlandse zaken, dat de versterking van de rechtsstaat en de bevordering van de eerbiediging van de mensen­rechten en de naleving van internationale verplichtingen omvat.

Bij de uitvoering van de strategie heeft het voorzitterschap zich geconcentreerd op de volgende elementen:


  • aan de EU grenzende landen en landen van de Westelijke Balkan wat veiligheid betreft op het niveau van de EU-normen brengen door middel van een alomvattende aanpak middels netwerken op het gebied van binnenlandse veiligheid en het Europees nabuurschapsbeleid;

  • de ontwikkeling van een "partnerschap voor veiligheid" met deze landen; en

  • werkzaamheden in verband met de actiegerichte documenten, zoals genoemd in de strategie.

Het voorzitterschap verstrekte de Raad tevens informatie over de ministeriële conferentie over de rol van externe betrekkingen bij de toepassing van de interne veiligheid, die is gepland voor 4 en 5 mei 2006 in Wenen. De conferentie zal zich concentreren op drie panels: asiel en migratie, bestrijding van terrorisme en georganiseerde criminaliteit en corruptie.

  • Follow-up van Hampton Court: uitvoering van prioritaire acties op het gebied van migratie

Vice-voorzitter van de Commissie Franco Frattini verstrekte de Raad informatie over de stand van zaken van de uitvoering van de conclusies van de Europese Raad van december 2005 met betrekking tot de "algehele aanpak van migratie: prioritaire acties gericht op Afrika en het Middellandse-Zeegebied".

Sedert de aanneming van de "prioritaire acties" is een begin gemaakt met de uitvoering van een aantal activiteiten die door de Commissie worden gecoördineerd.



  • Resultaat van de bijeenkomst van de Permanente Partnerschapsraad (PPR) EU-Rusland

Het voorzitterschap heeft de Raad informatie verstrekt over de resultaten van de PPR-bijeenkomst EU-Rusland die op 21 en 22 maart in Moskou is gehouden.

De verklaring die door de EU-trojka en de Russische Federatie is aangenomen, staat op de website van het voorzitterschap: http://www.eu2006.at/includes/Download_Dokumente/Background_Information/EU-Russia_PPC_declaration_English.pdf



LIJST VAN VEILIGE LANDEN VAN HERKOMST

Vice-voorzitter van de Commissie Frattini verstrekte de Raad informatie over een aangekondigd Commissievoorstel met een lijst van veilige landen van herkomst in de zin van de richtlijn betreffende minimumnormen voor de procedures in de lidstaten voor de toekenning of intrekking van de vluchtelingenstatus 1.

Volgens artikel 29, lid 1, van de richtlijn stelt de Raad, bij gekwalificeerde meerderheid op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement, een gemeenschappelijke minimumlijst op van derde landen die door de lidstaten als veilig land van herkomst worden beschouwd.

Volgens artikel 30 van die richtlijn kunnen de lidstaten voor de behandeling van asielverzoeken wetgeving handhaven of invoeren met het oog op de nationale aanmerking van andere derde landen dan de landen die op de gemeenschappelijke minimumlijst zijn opgenomen als veilige landen van herkomst.



VN-DIALOOG OP HOOG NIVEAU OVER INTERNATIONALE MIGRATIE EN ONTWIKKELING

De heer Sutherland, speciaal vertegenwoordiger voor migratie van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, informeerde de Raad over de voorbereiding door de VN van de dialoog op hoog niveau over internationale migratie en ontwikkeling, die op 14 en 15 september 2006 in New York zal worden gehouden.

Zijn specifieke doelstellingen voor de periode tot september en voor de dialoog zelf luiden als volgt:


  • een positieve sfeer voor de dialoog scheppen en de toenemende belangstelling voor migratie en ontwikkeling consolideren door de aandacht toe te spitsen op manieren om elkaar te helpen;

  • zorgen voor deelname op ministerieel niveau en een aantal landen aanmoedigen om beste praktijken uit te wisselen en sterke punten van hun beleid onder de aandacht te brengen;

  • streven naar de fundamentele consensus dat het migratiebeleid mogelijke win-winsituaties kan bieden voor de landen van herkomst, de gastlanden en de migranten, en een aanvang maken met het afbakenen van gebieden voor samenwerking (economische migratie, beheer van migratie­stromen, doeltreffende overmaking van geld, het gebruiken van de diaspora als hulpbron voor ontwikkeling, verbeteren van de beleidssamenhang, totstandbrenging van partnerschappen, enz.).

  • bespreken welke voordelen de internationale samenwerking kan bieden op deze gebieden van gemeenschappelijk belang inzake migratiebeleid, en hoe die samenwerking een aanvulling kan vormen op activiteiten op bilateraal en regionaal niveau.

RECHT DAT VAN TOEPASSING IS OP NIET-CONTRACTUELE VERBINTENISSEN (Rome II)

De Raad heeft een politiek akkoord bereikt over een verordening betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen ("Rome II"); Estland en Letland maakten een voorbehoud. De verordening strekt ertoe de voorschriften betreffende niet-contractuele verbintenissen te standaardiseren en aldus het internationaal privaatrecht in burgerlijke en handelszaken verder te harmoniseren.

Aldus kunnen de partijen van tevoren bepalen welk recht op een rechtsbetrekking van toepassing is.

De verordening heeft betrekking op de harmonisatie van het internationaal privaatrecht met betrekking tot burgerlijke en handelszaken op communautair niveau. In verband met die aangelegenheden bevat de Brussel-I-verordening een reeks voorschriften betreffende de rechter die bevoegd is voor de behandeling van een geschil, terwijl het Rome-I-verdrag betrekking heeft op het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst. Aangezien laatstgenoemd verdrag uitsluitend verbintenissen uit overeenkomst bestrijkt, vormt Rome II de vanzelfsprekende verdere uitbreiding van de eenmaking van de voorschriften van het internationaal privaatrecht.


  1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2016
stuur bericht

    Hoofdpagina