Raam-cao bos en natuur 01 januari 2014 tot en met 31 december 2014 Algemeen deel + 3 ondernemingsdelen



Dovnload 0.96 Mb.
Pagina1/13
Datum20.08.2016
Grootte0.96 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   13
Raam-cao bos en natuur

01 januari 2014 tot en met 31 december 2014

Algemeen deel + 3 ondernemingsdelen

Deze cao is afgesloten tussen:


enerzijds

Nederlandse Vereniging van Boseigenaren

Algemene Vereniging Inlands Hout

Vereniging Landschapsbeheerorganisaties


anderzijds

FNV Bondgenoten

CNV Vakmensen.


Inhoud

Algemeen deel

ARTIKELEN


1. Structuur en begrippen cao 13

1.1 Structuur cao (oud 1.1.1 t/m 1.1.4) 13

1.2 Begrippen (oud 1.2) 13

1.3 Werkingssfeer (oud 2.2 t/m 2.4 + 2.7 + 2.9) 15

1.4 Looptijd en opzegging (oud 2.1 + 2.8) 16

1.5 Dispensatie (oud 2.10 + 2.11) 16

1.6 Algemene verplichtingen werkgever en werknemer (oud 2.12 + 2.13 + 3.8) 17

1.7 Beroep en geschillen (oud 2.15) 17

2. Het dienstverband 18

2.1 De arbeidsovereenkomst (oud 3.1) 18

2.2 Werken in deeltijd (oud 3.2) 19

2.3 Proeftijd (oud 3.3) 19

2.4 Beëindiging arbeidsovereenkomst (oud 3.4) 19

3. Arbeidsduur en arbeidstijden 20

3.1 Arbeidsduur per week (oud 4.1) 20

3.2 Verlengde arbeidsduur; arbeidstijd- / arbeidsduurverkorting (oud 4.4) 20

3.3 Arbeidstijden (oud 4.1) 20

3.4 Werkdagen en zaterdag, zondag, feestdagen (oud 4.2) 20

3.5 Overwerk / overuren; onregelmatige werktijden 21

3.6 Seniorenregeling (oud 4.5) 21

3.7 Bereikbaarheidsdienst (oud 5.4) 22

4. Uitoefening functie 22

4.1 Functie (oud 5.1) 22

4.2 Standplaats (oud 5.3) 22

4.3 Nevenwerkzaamheden en andere belangen (oud 5.2) 23

4.4 Bedrijfskleding (oud 5.5) 23

5. Functiewaardering en functiebeloning 23

5.1 Regeling salaris (oud 6.1 + 6.2) 23

5.2 Regeling salarisbetaling (oud 6.2 en 6.5) 24

5.3 Vakantietoeslag 24

5.4 Vergoeding overwerk / overuren; onregelmatige werktijden 24

5.5 Waarneming in hogere functie (oud 6.2) 24

5.6 Periodieke loonsverhoging (oud 6.2) 24

5.7 Algemene loonaanpassing (oud 6.3) 24

6. Overige toeslagen en vergoedingen 25

6.1 Toeslagen (nieuw + oud 10.7.4) 25

6.2 Vergoedingen (nieuw) 25

7. Vakantie en verlof (bijzonder) 25

7.1 Vakantie (oud 7.1) 25

7.2 Vakantierechten bij ziekte / arbeidsongeschiktheid (oud 7.1) 25

7.3 Bijzonder verlof met behoud van loon (oud 7.2) 25

7.4 Bijzonder verlof zonder behoud van loon (oud 7.3) 27

7.5 Verlof zonder behoud van loon ten behoeve van vakbondsactiviteiten (oud 7.4) 27

7.6 Diverse vormen van verlof in het kader van arbeid en zorg (oud 7.5) 27

8. Arbo, veiligheid, gezondheid, welzijn 27

8.1 Arbo- en veiligheidsvoorschriften (oud 8) 27

8.2 Gezondheid en welzijn (oud 8) 28

9. Ziekte en arbeidsongeschiktheid 28

9.1 Procedure ziek- en herstelmelding (Wet verbetering poortwachter; verzuimbegeleiding) (oud 9.1, 9.2) 28

9.2 Regeling loondoorbetaling bij ziekte en arbeidsongeschiktheid (oud 9.3) 28

9.3 Regeling aanvulling uitkering oudere werknemer (oud 9.4) 28

9.4 Beëindiging dienstverband bij ziekte of arbeidsongeschiktheid (oud 9.5) 28

10. Pensioen- en spaarregelingen 29

10.1 Pensioenregeling (oud 10.1) 29

10.2 Regeling VUT; prepensioen (oud 10.3) 29

11. Faciliteiten ten behoeve van opleiding en ontwikkeling van werknemers 29

11.1 Fonds Colland Arbeidsmarktbeleid (oud 10.6) 29

11.2 Bevordering scholing, vorming en voorlichting werknemers (oud 10.7) 30

11.3 Verlof ten behoeve van opleiding, scholing en ontwikkeling werknemers (oud bijlage IVA.4) 30

12 Diverse sociale regelingen 30

12.1 Fiscale aftrek contributie vakorganisatie (oud 10.10) 30

12.2 Uitkering bij overlijden (nieuw; overgenomen uit OLS / ONM raam-cao 2013) 30

12.3 Regeling onwerkbaar weer (oud 10.9) 31

I Verplichtingen werkgever en werknemer 32

1. Verplichtingen werkgever (oud 2.12) 32

2. Verplichtingen werknemer (oud 2.13) 32

II Reglement Geschillencommissie voor cao-zaken behorend bij
artikel 2.15 van de cao 33

III Regeling inzake bereikbaarheidsdienst 34

1. Definitie bereikbaarheidsdienst 34

2. Verplichting tot het werken in bereikbaarheidsdiensten 34

3. Toepassing van de regeling 34

4. Bereikbaarheidsvergoeding 34

5. vervallen 35

6. Bereikbaarheidsperiode 35

7. Reiskosten 35

8. Ziekte 35

9. Declaratie 35

10. Registratie 35

11. Opname compensatie-uren 35

IV Bepalingen over arbeidsomstandigheden/veiligheid/gezondheid/welzijn 37

1. Verplichtingen werkgever 37

2. Verplichtingen werknemer 37

3. Overleg over aanschaf machines, gereedschappen, pbm’s, enz. 38

4. Bedrijfsgezondheidszorg 38

5. Bedrijfshulpverlening (EHBO) 38

6. Ongewenst gedrag zoals (seksuele) intimidatie, discriminatie, pesten, treiteren 38

7. Schuilgelegenheid 39

V Protocol toepassing branche RI&E bos en natuur 40

1. Protocol toepassing branche RI&E bos en natuur 40

VI Regeling ziekmelding en controlevoorschriften 41

1. Algemeen 41

2. Melding ziekte / arbeidsongeschiktheid 41

3. Melding zwangerschap 41

4. Geneeskundige hulp inroepen 41

5. Verplichting om thuis te blijven 41

6. Controle mogelijk maken 42

7. Verblijf in het buitenland 42

8. Verplichting om op het spreekuur te verschijnen 42

9. Hervatten arbeid bij herstel 42

10. Niet hervatten arbeid ondanks hersteldverklaring 43

11. Second opinion 43

12. Schuld derden 43

VII Regeling tijdelijke aanvulling bij ziekte/arbeidsongeschiktheid 44

oudere werknemers: SUWAS II 44

1. Tijdelijke aanvulling arbeidsongeschiktheid of werkloosheid 44

2. Voorwaarden 44

3. Aanvullende voorwaarden 44

4. Procedure 45

5. Meer informatie? 45

VIII Regeling BPL-pensioen, BPL prepensioen, en SUWAS I (VUT-regeling) 46

1. Pensioen regelingen 46

2. Bedrijfspensioenfonds voor de Landbouw (BPL) 46

3. SUWAS I 47

4. Meer informatie? 47

IX Regeling inzake ontwikkeling, vorming en scholing werknemers 48

1. Bevordering ontwikkeling, vorming en scholing 48

2. Vergoeding kosten ontwikkeling, vorming en scholing 48

3. Terugbetaling vergoeding door werknemer 48

X Andere protocollen 50

1. Protocol deelneming Colland-fondsen 50

2. Protocol werkzekerheid en behoud werkgelegenheid 2014 50

XI Namen, adressen en telefoonnummers 52



1. BEPALINGEN ALGEMEEN DEEL RAAM-CAO 54

2. DIENSTVERBAND 54

2.1 Soorten dienstverbanden 54

2.2 Beëindiging van het dienstverband voor onbepaalde tijd 54

2.3 Beëindiging dienstverband voor bepaalde tijd 56

3 ARBEIDSDUUR EN ARBEIDSTIJDEN 56

3.1 Werkdagen en zaterdagen, zondagen, feest- en gedenkdagen → opgenomen onder artikel 3.4 Algemeen deel 56

3.2 Normale arbeidstijden → opgenomen onder artikel 3.1 Algemeen deel 56

3.3 Seniorenregeling 57

3.4 Overschrijding van de arbeidstijd 57

3.5 Overuren en onregelmatig werk 57

3.6 Roostervrije dagen 58

3.7 Mogelijkheid vaststellen afwijkende werkweek 58

4. FUNCTIEWAARDERING EN FUNCTIEBELONING 59

4.1 Functie-omschrijvingen 59

4.2 Functie-indeling 59

4.3 Functiebeloning 59

4.4 Salariëring 59

4.5 Algemene bepalingen omtrent het loon 59

4.6 Inschaling in nieuwe functie 59

4.7 Tijdloon bijzondere groepen werknemers 60

4.8 Akkoordloon 60

4.9 Loonbetaling en loonspecificatie → opgenomen in Algemeen deel onder 5.2 61

5. FUNCTIEJARENBELONING 61

5.1 Algemene bepalingen 61

5.2 Functiejarenverhoging 62

6. TOESLAGEN EN VERGOEDINGEN 63

6.1 Toeslag werkzaamheden op hoogte 63

6.2 Diplomatoeslag 63

6.3 Surveillancetoeslag 63

6.4 Afstand-, reiskosten- en reistijdenvergoeding 63

6.5 Gereedschapsvergoeding 64

6.6 Kledingvergoeding 64

7. SPAARREGELINGEN 65

7.1 Levensloopregeling → vervallen 65

8. REGELING DIENSTWONING → vervallen 65

9. VERGOEDING OVERWERK 65

9.1 Algemeen 65

9.2 Betaling overuren 65

10. VAKANTIE EN (BUITENGEWOON) VERLOF 66

10.1 Vakantietoeslag 66

10.2 Loon tijdens vakantie werknemers 66

10.3 Vakantiedagen 66

10.4 Vakantierechten werknemers bij einde dienstverband 68

10.5 Vakantierechten werknemers onder bijzondere omstandigheden → Vervallen. 68

10.6 Vakantierechten bij ziekte, arbeidsongeschiktheid→ Vervallen 68

10.7 Opbouw en verval atv-dagen bij ziekte/arbeidsongeschiktheid 68

10.8 Vakantiedagen losse werknemers → vervallen 68

10.9 Voor vakantietoeslag is dit opgenomen onder 10.1.2, voor vakantiedagen is dit 1 januari tot en met 31 december. 68

11. ZIEKTE EN ARBEIDSONGESCHIKTHEID;


SOCIALE VERZEKERINGEN 69

11.1 Algemene bepalingen 69

11.2 Indienstneming en beëindiging van het dienstverband 69

11.3 Betalingsverplichtingen werkgever bij ziekte, arbeidsongeschiktheid en regresrecht 70

11.4 Betalingsverplichtingen werkgever bij ziekte en arbeidsongeschiktheid 70

11.5 Loondoorbetalingverplichtingen 70

12. VERLOF T.B.V. SCHOLING EN ONDERWIJS 72

12.1 Bevordering scholing → opgenomen in Bijlage IX Algemeen deel 72

12.2 Scholingsfonds (onderdeel Fonds Colland Arbeidsmarktbeleid) → opgenomen in Bijlage X Algemeen deel 72

12.3 Verlof in het kader van scholing met of zonder inzet Colland AMB 72

12.4 Verlof in het kader van onderwijs 72

12.5 Voorlichting en vorming (onderdeel Fonds CAMB) 73

12.6 Verlof in het kader van scholing→ Vervallen. 73

12.7 Verlof ter voorbereiding op pensionering 73

13. OVERIGE BEPALINGEN VAN SOCIALE AARD 74

13.1 Bespreking sociaal beleid onderneming 74

13.2 Wederindienstnemingsregeling 75

13.3 Personeelsbeleid 75

13.4 Uitkering bij overlijden → Opgenomen in Algemeen deel onder 12.2 76

13.5 Inschakeling uitzendbureaus 76

BIJLAGEN 77

ONDERNEMINGSDEEL BOSBOUW 102

1 Vrijstelling werkzaamheden ondernemingsraad 106

2 WAO/WIA-excedentverzekering 106

1. ALGEMENE BEPALINGEN 107

1.1 Definities 107

1.2 Werkingssfeer 107

1.3 Algemene bepalingen 108

1.4 Verplichtingen werkgever 108

1.5 Verplichtingen werknemer 108

1.6 Nevenwerkzaamheden en andere belangen 108

1.7 Vrijstelling werkzaamheden ondernemingsraad 108

2. BEPALINGEN BETREFFENDE HET DIENSTVERBAND 109

2.1 Arbeidsovereenkomst 109

2.2 Arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd 109

2.3 Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd 109

2.4 Proeftijd 110

2.5 Opzegtermijn 110

2.6 Teruggave eigendommen aan werkgever → vervallen 110

2.7 Opgenomen in Algemeen deel onder 12.2 110

2.8 Deeltijd-dienstverband 110

2.9 Aanpassing arbeidsduur 111

3. BEPALINGEN BETREFFENDE DE ARBEIDSTIJD 111

3.1 Arbeidsduur 111

3.2 Verlengde arbeidsduur 111

3.3 Werkdagen  opgenomen in Algemeen deel onder 3.4 112

3.4 Feestdagen  opgenomen in Algemeen deel onder 3.4 112

3.5 Overwerk 112

3.6 Compensatie van overwerk 112

4. BEPALINGEN BETREFFENDE DE FUNCTIE 113

4.1 Functie 113

4.2 Standplaats(en) 113

4.3 Uniform- en werkkleding 113

4.4 Dienstwoning → vervallen 114

5. BEPALINGEN BETREFFENDE DE BELONING 114

5.1 Salaris 114

5.2 Vakantietoeslag 114

5.3 Toeslag EHBO en/of BHV 114

6. BEPALINGEN BETREFFENDE VAKANTIE EN VERLOF 115

6.1 Vakantierechten 115

6.2 Bijzonder verlof 115

7. BEPALINGEN BETREFFENDE ZIEKTE EN ARBEIDSONGESCHIKTHEID 115

7.1 Verplichtingen werknemer 115

7.2 Verplichtingen werkgever 116

7.3 Algemene bepalingen 119

8. BEPALINGEN VAN SOCIALE AARD 120

8.1 Pensioenverzekering 120

8.2 WIA-hiaatverzekering met ingang van 1 januari 2006 120

8.3 WIA-excedentverzekering met ingang van 1 januari 2006 120

8.4 VUT-/prepensioenregeling 120

8.5 Zorgverzekering 120

8.6 Ongevallenverzekering 120

8.7 Seniorenregeling 121

8.8 Vervallen 121

8.9 Permanente educatie 121

1. FUNCTIEWAARDERING 122

2. SALARIËRING 122

2.1 Algemeen 122

2.2 Salarisstructuur 122

2.3 Schriftelijke mededeling salarismutaties 123

2.4 Salarisvaststelling bij aanstelling (Aanvangssalaris) 123

2.5 Beoordeling en schalen 123

2.6 Bevordering 124

2.7 Gratificatie dienstjubileum 124

3. VAKANTIE EN VERLOF 125

3.1 Regeling vakantie 125

3.2 Opbouw vakantierechten 125

3.3 Opnemen vakantie 126

3.4 Vakantierechten tijdens ziekte 127

3.5 Vakantierechten sparen of verkopen 127

3.6 Regeling bijzonder verlof → opgenomen in Algemeen deel onder 7.3, 7.4 en 7.5 Algemeen deel 127

3.7 Regeling verlof in het kader van de Wet Arbeid en Zorg → opgenomen in Algemeen deel onder 7.6 127

4. SENIOREN 127

4.1 Algemeen 127

4.2 Scenario 128

4.3 Vervallen 128

4.4 Vergoedingen 128

4.5 Nevenwerkzaamheden 128

5. BEDRIJFSWAGENS 128

6. WOON-WERKVERKEER, VERHUISKOSTEN EN DIENSTREIZEN 129

Algemeen uitgangspunt 129

6.1 Regeling woon-werkverkeer 129

6.2 Regeling verhuizen 130

6.3 Regeling dienstreizen 131

6.4 Gebruik eigen vervoer bij combinatie van woon-werkverkeer en dienstreizen 131

7. TELEFOONKOSTEN 132

7.1 Uitgangspunten 132

7.2 Gebruik privé-telefoon voor zakelijke doeleinden 132

7.3 Zakelijke telefoon op privé-adres 132

7.4 Mobiele telefoon 132

8. OPLEIDINGSKOSTEN EN -VERLOF 133

Inleiding 133

8.1 Indiening en behandeling van een verzoek 133

8.2 Vergoedingsregels 133

8.3 Verlof in verband met het volgen van lessen 134

8.4 Examenverlof 134

8.5 Begrip opleidingskosten 134

8.6 Uitbetaling tegemoetkoming 134

8.7 Terugbetaling → zie regeling in bijlage IX Algemeen deel 134

Bijlage I 135

Uitwerking referentiefuncties naar cluster 135

Aanleiding en doelstelling 135

Gebruik van de uitgewerkte referentiefuncties in de praktijk 136

Functieniveaumatrix Provinciale Landschappen & Landschapsbeheerorganisaties 137

Totaaloverzicht referentiefuncties naar cluster 142

Veelgebruikte begrippen 174

Bijlage II 175

Overgangsregeling salariëring Provinciale Landschappen 175

Bijlage III 177

Salaristabel 177



1. ARBEIDSVOORWAARDENREGLEMENT 178

1.1 Algemene bepalingen 178

1.2 Bepalingen omtrent het dienstverband 178

1.3 Bepalingen omtrent de arbeidstijd 179

1.4 Bepalingen omtrent de functie 180

1.5 Bepalingen omtrent de beloning 180

1.6 Bepalingen omtrent vakantie en verlof 180

1.7 Bepalingen omtrent ziekte en arbeidsongeschiktheid 181

1.8 Bepalingen van sociale aard 183

2. FUNCTIEONDERHOUD EN -WAARDERING 185

2.1 Tijdstip voor het op- of bijstellen van een functieprofiel 185

2.2 Werkwijze bij wijziging bestaand specifiek functieprofiel 185

2.3 Werkwijze bij wijziging bestaand generiek functieprofiel 185

2.4 Bezwaar tegen het gewijzigd functieprofiel 186

2.5 Werkwijze bij opstellen nieuw functieprofiel 186

2.6 Aanbieden functieprofiel 186

2.7 Vaststellen functieprofiel 186

2.8 Indelingsadvies functieprofiel 187

2.9 Vaststellen indeling 187

2.10 Aanpassen FNM 187

2.11 Bezwarenprocedure functiewaardering 187



3. SALARIËRING 187

3.1 Salaristabel 187

3.2 Indeling functies 188

3.3 Indeling in de aanloopschaal 188

3.4 Indeling in de functieschaal 188

3.5 Functioneringscyclus 189

3.6 Beoordeling 189

3.7 Jaarlijkse toekenning van periodieken 190

3.8 Bevorderingen 190

3.9 Bevorderingsperiodiek (samenvallend met jaarlijkse periodiek) 191

3.10 Plaatsing op een lager functieniveau 191

3.11 Toeslagen 192



4. OVERWERK 195

4.1 Verplichting tot overwerk 195

4.2 Compensatie overwerk 195

4.3 Overwerk tijdens ongebruikelijke uren 195

4.4 Registratie 196

4.5 Bijzondere situaties 196



5. INCONVENIËNTEN 196

5.1 Roosterdienst 196

5.2 Bijzondere situaties 196

5.3 Inconveniëntentoeslag 196

5.4 Vaststellen roosters 197

5.5 Arbeidsongeschiktheid 197

5.6 Roosterwijzigingen 197

5.7 Declaratie 197



6. BEREIKBAARHEIDSDIENST 198

7. VERLENGDE ARBEIDSDUUR 199

7.1 Doel 199

7.2 Indienen verzoek 200

7.3 Registratie 200

7.4 Opnemen van vakantie 200

7.5 Arbeidsongeschiktheid 201

7.6 Bijzonder verlof 201

8. VAKANTIE EN VERLOF 201

8.1 Opbouw verlofrechten 201

8.2 Opname verlof 201

8.3 Opbouw verlofrechten bij arbeidsongeschiktheid 202

8.4 Ziek tijdens de vakantie 202

8.5 Opbouw verlofrechten bij zwangerschaps- en bevallingsverlof 203

8.5 Verrekening bij einde dienstverband 203

9. VERLOFRECHTEN VERKOPEN 203

9.1 Werkingssfeer 203

9.2 Aanvraag en uitbetaling 204

10. VERLOFRECHTEN AANKOPEN 204

10.1 Werkingssfeer 204

10.2 Aanvraag en uitbetaling 204

11. BIJZONDER VERLOF (MET BEHOUD VAN SALARIS) 205

11.1 Buitengewoon verlof → bepaling hier vervallen 205

11.2 Zwangerschaps- en bevallingsverlof 205

11.3 Adoptieverlof 205

11.4 Calamiteitenverlof 206

11.5 Kortdurend zorgverlof 206

11.6 Rouwverlof 207

11.7 Studieverlof 207

11.8 Aanvragen bijzonder verlof 207

12. SENIORENREGELING 208

12.1 Algemeen 208

12.2 Huur dienstwoning 208

12.3 Vergoedingen 208

12.4 Uitkeringen 208

12.5 Nevenwerkzaamheden 208







Raam-CAO bos en natuur

Algemeen deel

1. Structuur en begrippen cao

1.1 Structuur cao (oud 1.1.1 t/m 1.1.4)

1.1.1 De cao is een minimum-cao. Dat betekent dat met elke werknemer afspraken gemaakt mogen worden die afwijken van de cao. Deze afspraken moeten voor de werknemer in ieder geval gelijkwaardig zijn aan dat wat in de cao staat.

1.1.2 De raam-cao bos en natuur bestaat uit:

A. Algemeen deel met bijlagen,

B. Ondernemingsdeel Bosbouw met bijlagen,

C. Ondernemingsdeel De Landschappen met bijlagen,

D. Ondernemingsdeel Vereniging Natuurmonumenten.

1.1.3 In het Algemeen deel staan:

- bepalingen die gelden voor alle bedrijven die vallen onder een van de Ondernemingsdelen;

- voorwaarden die algemeen gelden;

- artikelen die aangeven wat in het Ondernemingsdeel geregeld moet worden.

1.1.4 In de Ondernemingsdelen zijn bepalingen opgenomen die gelden voor de bedrijven die vallen onder het genoemde Ondernemingsdeel.

1.2 Begrippen (oud 1.2)

Begrippen in deze cao:
Cao-partijen: De organisaties van werkgevers en werknemers die samen deze cao hebben afgesloten. Dit zijn de werkgevers:


  • Nederlandse Vereniging van Boseigenaren

  • Algemene Vereniging Inlands Hout

  • Vereniging Landschapsbeheerorganisaties

    en van de kant van de werknemers:



  • FNV Bondgenoten

  • CNV Vakmensen.


Werkgever:

  • ieder natuurlijk persoon of rechtspersoon die een onderneming voert. De activiteiten en/of arbeidsuren worden totaal of voor een belangrijk deel aan ‘Bos en Natuur’ besteed;

  • iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die een onderneming voert met daarin een onderdeel waarin de activiteiten en/of arbeidsuren totaal of voor een belangrijk deel aan ‘Bos en Natuur’ worden besteed;

  • delen van ondernemingen die juridisch gezien zelfstandig zijn. De bedrijfsactiviteiten en/of arbeidsuren van dat onderdeel worden totaal of voor een belangrijk deel aan ‘Bos en Natuur’ besteed. Dit is niet het geval als ze hoort of horen tot een concern. Dit is omschreven in artikelen 2:24a en volgende van het Burgerlijk Wetboek;

  • iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die een onderneming uitoefent met een onderdeel waarin 50% of meer van de activiteiten en/of arbeidsuren aan ‘Bos en Natuur’ worden besteed. ‘Bos en Natuur’ zijn echter niet de hoofdactiviteit voor dat deel van de onderneming;

  • iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die een onderneming uitoefent met een onderdeel waarin minder dan 50% van de activiteiten en/of arbeidsuren aan ‘Bos en Natuur’ wordt besteed.


Bos en Natuur:

  • terreinbeheerbedrijf: een onderneming waarin de bosbouw in de ruimste zin van het woord wordt uitgeoefend. Ook werkzaamheden in droge en natte natuurterreinen. Het houden van toezicht in bossen en natuurterreinen. Werkzaamheden die betrekking hebben op het functioneren van het bedrijf of de organisatie die de hiervoor genoemde werkzaamheden uitvoeren;

  • aannemingsbedrijf: een bedrijf dat tegen betaling werkt voor terreinbeheerbedrijven en -organisaties in bossen of andere houtopstanden of in natuurterreinen. Of een onderneming die voor eigen rekening houtoogstwerkzaamheden verricht, en/of werk dat te maken heeft met het functioneren van het bedrijf of de organisatie waardoor eerdergenoemde werkzaamheden worden uitgevoerd.


Werknemer: De persoon (m/v) die met een werkgever als hiervoor genoemd een arbeidsovereenkomst heeft. ‘Werknemer’ zijn ook de vakantiewerker en de werknemer op basis van een (gesubsidieerde) arbeidsplaatsenregeling. Voor deze werknemers kunnen afwijkende afspraken gelden. Deze zijn in de Ondernemingsdelen onder 1.1.2 uitgewerkt.
Stagiair(e)s en vrijwilligers vallen niet onder het begrip ‘werknemer.’
Volwassen werknemer: werknemer van 21 jaar en ouder.
Jeugdige werknemer: werknemer van 17 tot en met 20 jaar.
Leerling: Werknemer met wie een schriftelijke leer-/werkovereenkomst is aangegaan. De leerling volgt een opleiding via de beroepsbegeleidende leerweg of een daarmee gelijk te stellen opleiding.
Medezeggenschapsorgaan: De ondernemingsraad, de personeelsvertegenwoordiging of de personeelsvergadering zoals beschreven in de Wet op de ondernemingsraden. Bij kleinere ondernemingen kan een personeelsvertegenwoordiging als ondernemingsraad dienen. Dat geldt ook voor een (georganiseerde vorm van) personeelsvergadering die beslissingsbevoegdheid heeft.

Voor de toepassing van de cao hebben de personeelsvertegenwoordiging en de personeelsvergadering dezelfde rechten als een ondernemingsraad.


(Levens)partner: De persoon, die niet een verwant(e) in de eerste graad is, met wie de werknemer is getrouwd of met wie hij ongehuwd samenwoont. Als sprake is van samenwonen, moet aan de werkgever een samenlevingsovereenkomst overgelegd kunnen worden.
Kind: wettige kinderen, pleegkinderen, stiefkinderen.
Ouder: wettige ouders, pleegouders, stiefouders.
Gebruikelijke loonbetaling: (periodieke) salaris over gewerkte dagen.

1.3 Werkingssfeer (oud 2.2 t/m 2.4 + 2.7 + 2.9)

1.3.1 Werkingssfeer Algemeen deel cao (oud 2.2)

De bepalingen van het Algemeen deel gelden voor alle werkgevers en werknemers. Als er afwijkingen zijn, staan ze beschreven in het Algemeen deel (werknemer) of het in het Ondernemingsdeel (werkgever).

1.3.2 Werkingssfeer Ondernemingsdeel cao (oud 2.3)

1.3.2.1 Het Ondernemingsdeel Bosbouw met bijlagen geldt voor alle werkgevers en werknemers behalve werkgevers die vallen onder artikel 1.3.2.2 of artikel 1.3.2.3.

1.3.2.2 Het Ondernemingsdeel Vereniging Natuurmonumenten met bijlagen geldt voor Vereniging Natuurmonumenten.

1.3.2.3 Het Ondernemingsdeel De Landschappen met bijlagen geldt voor de Provinciale Landschappen en de Landschapsbeheerorganisaties.

1.3.2.4 Cao-partijen kunnen afwijken van artikel 1.3.2.1. Voor een of meer in artikel 1.3.2.1 bedoelde werkgevers kan het Ondernemingsdeel (of een nader te bepalen onderdeel van het Ondernemingsdeel, zie artikel 1.3.2.2 of 1.3.2.3), van toepassing zijn. Dit komt in de plaats van de desbetreffende bepalingen in het Ondernemingsdeel Bosbouw .

1.3.2.5 Een onderneming zoals genoemd in artikel 1.3.2.4, kan in overleg en met instemming van de vakorganisaties een eigen Ondernemingsdeel hebben gemaakt. Ook is het mogelijk een keuze te maken voor een Ondernemingsdeel dat het meest past bij het bedrijf.

1.3.3 Uitsluiting werkingssfeer cao (oud 2.4)

De cao is niet van toepassing op Staatsbosbeheer of overige werkgevers, als en voor zolang voor deze onderneming of ondernemingen naast deze cao nog een andere cao of arbeidsvoorwaardenregeling van toepassing is. Die cao of arbeidsvoorwaardenregeling moet afgesloten zijn met de (via hun vakcentrale in de SER vertegenwoordigde) vakorganisatie(s).


1.3.4 Bestaande arbeidsvoorwaarden (oud 2.7)

De werkgever verplicht zich tegenover de werknemers die bij de totstandkoming van de cao al bij hem in dienst waren, tot het volgende. De werkgever zal de individuele rechten die de werknemer door afwijkingen in zijn arbeidsovereenkomst ten opzichte van de cao heeft opgebouwd, volledig handhaven. Behalve als in de cao een afspraak over het desbetreffende onderwerp is gemaakt.


1.3.5 Invulling arbeidsvoorwaarden op bedrijfsniveau (oud 2.9)

De vakorganisaties die bij de cao partij zijn, kunnen het volgende aangeven. Op Ondernemingsdeel-niveau kan aangegeven worden welke onderdelen van de arbeidsvoorwaardenregeling bij bepaalde (groepen van) ondernemingen nader via het medezeggenschapsorgaan kunnen worden ingevuld. Afspraken kunnen via de Ondernemingsraad (OR) of via de Personeelsvertegenwoordiging (PVT) worden gemaakt.

1.4 Looptijd en opzegging (oud 2.1 + 2.8)

1.4.1 Looptijd (oud 2.1)

Deze collectieve arbeidsovereenkomst loopt van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2014.

1.4.2 Opzegging en verlenging cao (oud 2.8)

De cao eindigt op grond van de wet zonder dat opzegging is vereist. Zolang partijen nog geen overeenstemming hebben over nieuwe cao-afspraken, blijven de bestaande cao-afspraken van kracht. Dit met een maximum van één jaar.

1.5 Dispensatie (oud 2.10 + 2.11)

1.5.1 Dispensatie gehele cao (oud 2.10)

Een werkgever kan voor deze cao ontheffing aanvragen bij cao-partijen. Cao-partijen zullen de ontheffing verlenen. Er moet sprake zijn van een minimaal gelijkwaardige regeling die in overleg met het medezeggenschapsorgaan tot stand is gekomen. Of als sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor naar het oordeel van partijen van de cao mag worden afgeweken.

1.5.2 Dispensatie onderdelen cao (oud 2.11)

Een werkgever kan voor één of meer artikelen ontheffing aanvragen bij cao-partijen. Cao-partijen zullen de ontheffing verlenen, als sprake is van een minimaal gelijkwaardige regeling. Die moet in overleg met het medezeggenschapsorgaan tot stand zijn gekomen. Of als sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor naar het oordeel van partijen, van de cao mag worden afgeweken.

1.6 Algemene verplichtingen werkgever en werknemer (oud 2.12 + 2.13 + 3.8)

1.6.1 Verplichtingen werkgever (oud 2.12)

De verplichtingen van werkgever zijn opgenomen in bijlage I van het Algemeen deel.

1.6.2 Verplichtingen werknemer (oud 2.13)

De verplichtingen van werknemer zijn opgenomen in bijlage I van het Algemeen deel.
1.6.3 Uitzendwerk en inlenen personeel (oud 3.8)

1.6.3.1 De werkgever heeft de volgende verplichtingen. Voor medewerkers die aan zijn onderneming ter beschikking zijn gesteld, gelden tijdens de periode van beschikbaarstelling de bepalingen van de cao die van toepassing is. Tijdens de eerste 26 weken de ABU-cao en daarna de bij inlener gebruikelijke cao.

1.6.3.2 Als de werkgever gebruik maakt van bedrijven die tijdens de periode van beschikbaarstelling in het bezit zijn van een geldig NEN 4400-1 certificaat (zie www.normeringarbeid.nl). moet hij artikel 1.6.3.1 zijn nagekomen.

1.6.3.3 Deze cao geldt voor beloning, werktijden, toeslagen en onkostenvergoedingen ook voor uitzendkrachten, met ingang van de eerste werkdag.

1.6.3.4 De uitzendkracht kan door wat in de artikelen 1.6.3.1 tot en met 1.6.3.3 staat, hieraan direct rechten ontlenen ten opzichte van het uitzendbureau.

1.7 Beroep en geschillen (oud 2.15)

1.7.1 Sociale partners bij de raam-cao bos en natuur hebben een geschillencommissie. Bij een geschil tussen werkgever en werknemer over de toepassing/uitleg van een of meer onderdelen van de cao, kan de Geschillencommissie een bindend advies geven of een minnelijke schikking uitspreken.

1.7.2 De werkwijze van de Geschillencommissie is vastgelegd in een reglement. Dit kan opgevraagd worden. Meer informatie is opgenomen in bijlage II (oud VIII) van het Algemeen deel van de cao.

1.7.3 Geschillen over het toepassen van de cao of van arbeidsovereenkomsten gesloten tussen werkgever en werknemer die aan de cao gebonden zijn, kunnen, als partijen bij dit geschil dat uitdrukkelijk wensen, schriftelijk door hen worden voorgelegd aan de CoSZ. Dit om te bereiken dat die geschillen in der minne worden geschikt.

2. Het dienstverband

2.1 De arbeidsovereenkomst (oud 3.1)

2.1.1 Bij aanstelling ontvangt de werknemer van de werkgever een schriftelijke arbeidsovereenkomst.

2.1.2 De schriftelijke arbeidsovereenkomst wordt in tweevoud opgemaakt. Werkgever en werknemer houden ieder een door allebei ondertekend exemplaar.

2.1.3 In de schriftelijke arbeidsovereenkomst wordt alles wat wettelijk vereist is, vastgelegd.

2.1.4 Bij een duurzame en duidelijk aanwijsbare wijziging van de functie ontvangt de werknemer een schriftelijke bevestiging daarvan. Daarin wordt de datum van wijziging vermeld.

Voor het overige blijft de arbeidsovereenkomst van kracht.

2.1.5 Met een werknemer die een opleiding via de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) gaat volgen, moet een leer- en arbeidsovereenkomst worden gesloten. In de arbeidsovereenkomst moet tot uitdrukking worden gebracht dat de cao van toepassing is. Alleen bij stagiaires en leerlingen die met schriftelijke goedkeuring van de uitkerende instantie werken met behoud van een uitkering (bijvoorbeeld in het kader van de Wet REA: re-integratie arbeidsgehandicapten) is, met toestemming van partijen bij de cao, een leerovereenkomst voldoende. Deze toestemming van partijen bij de cao is niet nodig als de hierboven genoemde schriftelijke goedkeuring is gegeven door het UWV.

2.1.6 Wanneer met een werknemer zowel een arbeidsovereenkomst als een leerovereenkomst wordt afgesloten, moeten beide overeenkomsten in de tijd aan elkaar zijn gekoppeld. Naast iedere praktijkovereenkomst moet een aparte arbeidsovereenkomst voor de duur van de praktijkovereenkomst worden afgesloten.

2.1.7 Als de in artikel 2.1.6 bedoelde werknemer door persoonlijke omstandigheden niet in de gelegenheid is aan de BBL in Bos en Natuur deel te nemen, kan hij verzoeken van de, door partijen bij de cao van de in artikel 2.1.6 bedoelde verplichting, te worden ontheven.
2.2 Werken in deeltijd (oud 3.2)

2.2.1 Als met werknemer een deeltijddienstverband is overeengekomen, wordt dit in de arbeidsovereenkomst of schriftelijke aanvulling daarop vastgelegd.

2.2.2 Bij een deeltijddienstverband worden de arbeidsvoorwaarden naar evenredigheid toegepast.

2.3 Proeftijd (oud 3.3)

2.3.1 Werkgever heeft het recht bij aanstelling van werknemer een proeftijd met werknemer af te spreken.

2.3.2 Een proeftijd kan alleen schriftelijk worden overeengekomen.

2.4 Beëindiging arbeidsovereenkomst (oud 3.4)

2.4.1 Opzegging moet steeds schriftelijk gebeuren door een brief aan de andere partij. Dit rekening houdend met de afgesproken opzegtermijn tegen het einde van een betalingsperiode. De verplichte opzeggingstermijnen zijn gelijk aan de wettelijke regeling:

- Voor de werknemer geldt een opzegtermijn van 1 maand.

- Voor de werkgever gelden de volgende opzegtermijnen:

* bij dienstverband werknemer < 5 jaar 1 maand

* bij dienstverband werknemer ≥ 5 jaar, maar < 10 jaar 2 maanden

* bij dienstverband werknemer ≥ 10 jaar, maar < 15 jaar 3 maanden

* bij dienstverband werknemer ≥ 15 jaar 4 maanden.

Voor het Ondernemingsdeel Natuurmonumenten geldt een afwijkende regeling betreffende opzegtermijn werkgever; zie daarvoor artikel 1.2.2 in dat deel van de raam-cao.

2.4.2 Als de werkgever de arbeidsovereenkomst wil beëindigen vraagt hij:

- óf het UWV WERKbedrijf toestemming om de arbeidsovereenkomst op te zeggen; als de toestemming is verleend, wordt de termijn van opzegging verkort met één maand, met dien verstande dat de resterende termijn van opzegging minstens één maand bedraagt;

- óf hij legt een ontbindingsverzoek voor aan de kantonrechter;

- óf hij treft met de werknemer een onderlinge schikking op basis van een vaststellingsovereenkomst.

2.4.3 Bij de beëindiging van de dienstbetrekking is werkgever verplicht werknemer een ontslagbewijs te geven. In het ontslagbewijs worden in elk geval de datum van beëindiging dienstverband en de reden van beëindiging vermeld.

2.4.4 Werkgever verstrekt desgevraagd werknemer een getuigschrift.

2.4.5 Het dienstverband eindigt van rechtswege op het moment dat werknemer de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt, of in geval van overlijden van werknemer.

2.4.6 Voor het Ondernemingsdeel Bosbouw geldt voor werknemers die per 31-12-2013 in dienst waren een afwijkende regeling. Zie daarvoor artikel 2.2.4 van het Ondernemingsdeel Bosbouw.

3. Arbeidsduur en arbeidstijden

3.1 Arbeidsduur per week (oud 4.1)

3.1.1 De normale arbeidsduur is bij een volledig dienstverband gemiddeld 37 uur per week.

3.1.2 Onder arbeidstijd wordt verstaan de tijd die de werknemer voor het verrichten van arbeid, met uitzondering van overwerk en werkzaamheden in het kader van calamiteiten, ter beschikking van werkgever staat.

3.2 Verlengde arbeidsduur; arbeidstijd- / arbeidsduurverkorting (oud 4.4)

3.2.1 Gelijk aan wat bepaald is in het desbetreffende Ondernemingsdeel, kan in een bedrijf sprake zijn van een 40-urige werkweek met opbouw van VAD-, ATV- of ADV- dagen/-uren. In aanvulling op dat Ondernemingsdeel, gelden voor alle ondernemingsdelen artikelen 3.2.2 tot en met 3.2.4.

3.2.2 Door de werkgever kunnen, in overleg met OR/PVT, op jaarbasis maximaal 10 ATV-, ADV- of VAD-dagen in een rooster worden vastgelegd.

3.2.3 Deze vastgelegde dagen vervallen bij arbeidsongeschiktheid op die dag(en).

3.2.4 Als deze vastgelegde dagen als gevolg van bedrijfsomstandigheden niet zijn opgenomen, vervallen ze niet.

3.3 Arbeidstijden (oud 4.1)

3.3.1 Pauzes of rusttijden van een kwartier of langer worden niet tot de arbeidstijd gerekend.

3.3.2 De gebruikelijke werktijd is van 07.00 uur tot 19.00 uur, behalve als dit anders wordt overeengekomen. In het laatste geval wordt dat in het Ondernemingsdeel opgenomen.

3.3.3 De lunchpauze moet worden gehouden, en wel tussen 12.00 en 14.00 uur.

3.4 Werkdagen en zaterdag, zondag, feestdagen (oud 4.2)

3.4.1 Werkzaamheden worden in de regel verricht van maandag tot en met vrijdag.

3.4.2 Op zaterdag, zondag en op feestdagen worden geen werkzaamheden verricht, tenzij de aard van de werkzaamheden of de bedrijfsomstandigheden dan wel het bedrijfsbelang het verrichten van werkzaamheden op die dagen vereisen.

3.4.3 Als feestdagen worden hier beschouwd: nieuwjaarsdag, Koningsdag, 5 mei, eerste en tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, eerste en tweede Pinksterdag, eerste en tweede Kerstdag en eventueel andere door de overheid als nationale feestdag aangewezen dagen.

3.4.4 In het Ondernemingsdeel Bosbouw is voor wat betreft het bepaalde in artikel 3.4.3 een uitzondering opgenomen met betrekking tot 5 mei.

3.4.5 Werknemers die zijn aangesteld in een functie die het regelmatig verrichten van werkzaamheden op zaterdag, zondag en feestdagen vereist, zullen werken volgens een rooster met inachtneming van de overeengekomen arbeidsduur.

3.4.6 Werkgever zal het rooster voor zover mogelijk 28 dagen, doch uiterlijk 7 dagen, van tevoren aan werknemers bekend maken.

3.4.7 Werknemers die werken volgens rooster hebben recht op minimaal vier vrije weekenden per periode van dertien weken.

3.5 Overwerk / overuren; onregelmatige werktijden

Er is een regeling voor overwerk / overuren en onregelmatige werktijden. Deze regeling is opgenomen in de Ondernemingsdelen van de cao.

3.6 Seniorenregeling (oud 4.5)

3.6.1 Werknemers die per 01-04-2011 de leeftijd van 57 jaar hebben bereikt, kunnen met ingang van de eerste dag van de maand na het bereiken van die leeftijd, 1 vaste dag per week korter gaan werken. Met de werkgever moet, in de zin van de cao, een al dan niet aaneengesloten dienstverband van ten minste tien jaar hebben bestaan. Deze dag kan voor werknemers die gebruik maken van deze regeling niet als overbruggingsdag worden aangemerkt.

3.6.2 Met ingang van 01-01-2014 is de entreeleeftijd gelijk aan de AOW-gerechtigde leeftijd minus zeven jaren.

3.6.3 Werknemer meldt het voornemen om van de seniorenregeling gebruik te gaan maken aan de werkgever. Dit minstens drie maanden vóór het voorgenomen tijdstip van ingang van de vierdaagse werkweek.

3.6.4 Het loon voor werknemers die gebruik maken van deze regeling wordt teruggebracht tot 90% van het geldende feitelijke loon in de oorspronkelijke situatie.

3.6.5 Deelnemers aan de regeling betalen een maandelijkse pensioenpremie op basis van 90% van het salaris dat zij vóór gebruikmaking van de seniorenregeling verdienden. De pensioenrechten worden op dit niveau gewaarborgd.

3.6.6 Voor deelnemers aan de regeling wordt de vakantietoeslag gebaseerd op 90% van het salaris, waarop zij in het oorspronkelijke dienstverband recht zouden hebben gehad. De vakantiedagen worden gebaseerd op 80% van het aantal dagen waarop men in het oorspronkelijke dienstverband recht zou hebben gehad.

3.6.7 Als een werknemer die deelneemt aan de regeling in de WAO/WIA terecht komt, is de WAO/WIA-uitkering gebaseerd op 90% van het feitelijk geldende loon in de oorspronkelijke situatie.

3.6.8 In het jaar 2014 blijven de bestaande rechten gehandhaafd.

3.6.9 Voor het Ondernemingsdeel Bosbouw is een aanvullende bepaling in artikel 3.3 van dat deel van de raam-cao van toepassing.

3.6.10 Voor het Ondernemingsdeel De Landschappen is een aanvullende bepaling in artikel 8.7.3 van dat deel van de raam-cao van toepassing.

3.6.11 Voor het Ondernemingsdeel Natuurmonumenten is een aanvullende bepaling in artikel 12 van dat deel van de raam-cao van toepassing.

3.7 Bereikbaarheidsdienst (oud 5.4)

Er is een regeling voor bereikbaarheidsdienst.

Onder bereikbaarheidsdienst wordt verstaan: het vooruit gepland, volgens rooster structureel beschikbaar zijn voor een mogelijke oproep tot het verrichten van arbeid:

- op werkdagen buiten het tijdvak 07.00 uur tot 19.00 uur

- op zaterdagen, zon- en feestdagen van 00.00 uur tot 24.00 uur.

De regeling over de bereikbaarheidsdienst is opgenomen in bijlage III (oud V).

4. Uitoefening functie

4.1 Functie (oud 5.1)

4.1.1 Werknemer wordt in een door de werkgever vastgestelde functie aangesteld. Dit zoals in de functiewaarderingssystematiek in het desbetreffende Ondernemingsdeel is vastgelegd.

4.1.2 Werknemer is verplicht de tot de functie behorende werkzaamheden te verrichten.

4.1.3 Werknemer is verplicht ook andere dan tot zijn functie behorende werkzaamheden te verrichten, voor zover deze redelijkerwijs van werknemer kunnen worden geëist.

4.2 Standplaats (oud 5.3)

4.2.1 De werkzaamheden worden verricht vanuit (de) in de arbeidsovereenkomst vastgelegde standplaats(en).

4.2.2 Werkgever heeft het recht de standplaats in overleg met werknemer te wijzigen als de bedrijfsomstandigheden daartoe aanleiding geven. Deze bedrijfsomstandigheden kunnen voortvloeien uit een reorganisatie of uit een herverdeling van taken.

4.2.3 Als het voor de uitoefening van de functie noodzakelijk is dat werknemer in de standplaats of in de directe omgeving daarvan woont, kan werkgever in bijzondere gevallen een verhuisplicht opleggen. De werkgever kan daarom de woonplaats van werknemer bepalen.

Deze verhuisplicht wordt schriftelijk bevestigd aan werknemer. Werknemer komt dan in aanmerking voor een vergoeding van de verhuiskosten. Dit volgens een bestaande of nieuwe regeling.

4.3 Nevenwerkzaamheden en andere belangen (oud 5.2)

4.3.1 Het is de werknemer na schriftelijke toestemming van werkgever toegestaan om zelfstandig een bedrijf of beroep uit te oefenen of bij de bedrijfsuitoefening of beroepsuitoefening van een derde betrokken te zijn dan wel voor een andere werkgever direct of indirect werkzaam te zijn, mits:

- dit de oorspronkelijke werkgever niet schaadt

- geen sprake is van belangenverstrengeling.

4.3.2 Zonder dat vooraf door de werkgever schriftelijk toestemming is gegeven, is het werknemer – tijdens de duur van het dienstverband – niet toegestaan:

- zaken te doen met een relatie of potentiële relatie van werkgever waar hijzelf of derden voordeel van hebben;

- een indirect of direct belang te hebben bij aanbestedingen of leveranties aan werkgever;

- een financieel of enig ander belang te hebben bij een onderneming en/of instelling, die niet hoort tot de organisatie van werkgever, anders dan aandeelhouder of obligatiehouder van een beursgenoteerde vennootschap, als werknemer redelijkerwijze had kunnen begrijpen dat dit niet verenigbaar is met de belangen van de werkgever;

- eigendom en/of personeel van werkgever te eigen bate of ten bate van derden te gebruiken.
4.4 Bedrijfskleding (oud 5.5)

4.4.1 Werkgever kan het dragen van bedrijfskleding bij het uitvoeren van werkzaamheden voor bepaalde functies verplichten.

4.4.2 Werknemer onderhoudt de kleding goed en reinigt deze regelmatig volgens de bijbehorende reinigingsvoorschriften.

4.4.3 De aan werknemer ter beschikking gestelde kleding blijft eigendom van werkgever.

5. Functiewaardering en functiebeloning

5.1 Regeling salaris (oud 6.1 + 6.2)

5.1.1 De salarisstructuur is opgenomen in de desbetreffende Ondernemingsdelen.

5.1.2 Het salaris van werknemer wordt bepaald aan de hand van de functie-indeling volgens de voorschriften in het desbetreffende Ondernemingsdeel en volgens de salarisschalen die van toepassing zijn voor die werkgever.

5.1.3 Als aan werknemer faciliteiten voor het werk beschikbaar worden gesteld, heeft werkgever het recht een eventuele eigen bijdrage op het salaris in te houden.

5.2 Regeling salarisbetaling (oud 6.2 en 6.5)

5.2.1 Werkgever betaalt aan werknemer het door werkgever vastgestelde salaris. Het salaris wordt, onder inhouding van de wettelijk verplichte en toegestane bedragen, uitbetaald door overboeking op het IBAN-nummer van werknemer.

5.2.2 Het salaris wordt wekelijks, vierwekelijks of maandelijks overgemaakt.

5.2.3 Bij iedere salarisbetaling verstrekt de werkgever aan de werknemer een opgave van het verdiende salaris en de inhoudingen daarop.

5.2.4 Het salaris wordt uiterlijk aan het eind van de gebruikelijke salarisperiode overgemaakt.

5.3 Vakantietoeslag

In de desbetreffende Ondernemingsdelen is een regeling voor vakantietoeslag opgenomen.

5.4 Vergoeding overwerk / overuren; onregelmatige werktijden

In de desbetreffende Ondernemingsdelen is een regeling voor vergoeding overwerk/overuren en onregelmatige werktijden opgenomen.

5.5 Waarneming in hogere functie (oud 6.2)

De werknemer die op aanwijzing van werkgever of zijn vertegenwoordiger minimaal twee maanden een functie volledig waarneemt die hoger is ingedeeld dan zijn eigen functie, komt in aanmerking voor een waarnemingstoeslag.

5.6 Periodieke loonsverhoging (oud 6.2)

Periodieke verhogingen worden per 1 januari toegekend, zoals dit in de Ondernemingsdelen is opgenomen. Deze regeling is van toepassing als sprake is van een dienstverband van minimaal een half jaar.

5.7 Algemene loonaanpassing (oud 6.3)

5.7.1 Tijdens de looptijd van deze cao worden de lonen per 1 januari 2014 initieel verhoogd met 1,5%.

5.7.2 Met ingang van 01-01-2013 worden de jeugdlonen jaarlijks telkens met 5%-punt verhoogd (in procenten van het vakvolwassen loon). Daarmee verdwijnen de jeugdlonen in het Ondernemingsdeel Bosbouw op termijn.

6. Overige toeslagen en vergoedingen

6.1 Toeslagen (nieuw + oud 10.7.4)

6.1.1 Waar van toepassing, zijn in het desbetreffende Ondernemingsdeel één of meer regelingen over toeslagen opgenomen.

6.1.2 In de Ondernemingsdelen Bosbouw en De Landschappen van deze cao is in elk geval een regeling opgenomen voor een toeslag voor werknemers die daar genoemde cursussen in het kader van EHBO en/of BHV hebben gevolgd en hun kennis daarover op peil houden.

6.2 Vergoedingen (nieuw)

Waar van toepassing , zijn in het desbetreffende ondernemingsdeel één of meer regelingen voor vergoedingen opgenomen.

7. Vakantie en verlof (bijzonder)

7.1 Vakantie (oud 7.1)

7.1.1 De vakantieregeling is opgenomen in de Ondernemingsdelen van de cao.

7.1.2 Zowel wettelijke als bovenwettelijke vakantiedagen vervallen na afloop van een termijn van 5 jaar.

7.2 Vakantierechten bij ziekte / arbeidsongeschiktheid (oud 7.1)

7.2.1 Gedurende de periode van ziekte/arbeidsongeschiktheid worden alleen wettelijke vakantiedagen opgebouwd.

7.3 Bijzonder verlof met behoud van loon (oud 7.2)

7.3.1 Onder bijzonder verlof wordt in dit verband verstaan: verlof met behoud van salaris voor een bepaalde gebeurtenis of omstandigheid.

7.3.2 Bijzonder verlof wordt alleen gegeven als de gebeurtenis of omstandigheid zoals bedoeld onder 7.3.1 daadwerkelijk wordt bijgewoond en het op een werkdag plaatsheeft.

7.3.3 Werknemer heeft in onderstaande gevallen, met inachtneming van dat wat onder 7.3.2 staat, recht op bijzonder verlof.


gebeurtenis / omstandigheid werknemer

verlof

ondertrouw werknemer

1 dag

huwelijk* werknemer

2 dagen

overlijden partner werknemer

t/m dag uitvaart

overlijden kinderen werknemer

t/m dag uitvaart

overlijden (schoon-, groot-) ouders / broers, zwagers, (schoon-)zussen werknemer

- 1 dag

- bij regelen uitvaart:


t/m dag uitvaart

huwelijk* kinderen werknemer

1 dag

huwelijk* broers, zwagers, (schoon-) zussen

1 dag

25-, 40-, 50-jarig huwelijk* werknemer

1 dag

25-, 40-, 50-, en 60-jarig huwelijk* (schoon-)ouders

1 dag

25-, 40-, 50-jarig ambtsjubileum werknemer

1 dag

bevalling partner werknemer

2 dagen; op te nemen binnen vier weken

noodzakelijk bezoek (tand-) arts, specialist, etc.

de benodigde tijd; zie ook art. 7.3.4

verhuizing werknemer

2 dagen; max. eens per vijf jaar

sollicitatie als dienstverband door werkgever is opgezegd

de benodigde tijd


  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   13


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina