Raam-cao bos en natuur 01 januari 2014 tot en met 31 december 2014 Algemeen deel + 3 ondernemingsdelen



Dovnload 0.96 Mb.
Pagina2/13
Datum20.08.2016
Grootte0.96 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   13

* Onder huwelijk kan voor zover van toepassing worden verstaan: kerkelijk of burgerlijk huwelijk.

Huwelijk (het trouwen of getrouwd zijn) wordt voor de toepassing van deze regeling gelijkgesteld aan de registratie van partnerschap respectievelijk het geregistreerde partnerschap.
7.3.4 Werkgever is verplicht werknemer voor noodzakelijke medische verzorging vrij te geven en het voor hem geldende tijdloon door te betalen. Dit voor de werkelijke tijd die daarvoor nodig is en voor zover deze verzorging niet buiten de arbeidstijd kan gebeuren.

7.3.5 Buitengewoon verlof met behoud van loon wordt alleen gegeven als de desbetreffende gebeurtenis door de werknemer wordt bijgewoond en deze gebeurtenis op een werkdag plaatsheeft.

7.3.6 Noodzakelijk verlof in het kader van vorming, ontwikkeling, scholing of opleiding is elders in de cao geregeld.

7.4 Bijzonder verlof zonder behoud van loon (oud 7.3)

7.4.1 Werkgever is verplicht jeugdige werknemers op verzoek van hun wettelijke vertegenwoordiger maximaal twee werkdagen per week vrijaf te geven voor het volgen van theoretisch en/of praktisch, op de sector gericht onderwijs.

7.4.2 In de tussen werkgever en werknemer te sluiten arbeidsovereenkomst kan worden afgesproken, dat het loon tijdens dit verzuim wordt doorbetaald.

7.4.3 Werkgever is verplicht werknemer vrijaf te geven zonder behoud van loon voor het bijwonen van vergaderingen van besturen en commissies van publiekrechtelijke organen.

7.5 Verlof zonder behoud van loon ten behoeve van vakbondsactiviteiten (oud 7.4)

7.5.1 Werkgever verleent werknemer op zijn verzoek onbetaald verlof voor statutaire vergaderingen van de vakbonden die partij zijn bij deze cao. Een en ander mag de normale voortgang van de organisatie niet belemmeren.

7.5.2 Per kalenderjaar heeft een werknemer op grond van het vorige artikel recht op 5 dagen onbetaald verlof, of zoveel meer als redelijk is.

7.6 Diverse vormen van verlof in het kader van arbeid en zorg (oud 7.5)

7.6.1 Hiervoor gelden de bepalingen in de Wet arbeid en zorg.

7.6.2 In afwijking van artikel 7.6.1 krijgt een werknemer die kortdurend zorgverlof opneemt, over maximaal 5 dagen 100% van het loon doorbetaald en vervolgens over nog eens maximaal 5 dagen 70% van het loon doorbetaald, maar ten minste het wettelijk minimumloon.

8. Arbo, veiligheid, gezondheid, welzijn

8.1 Arbo- en veiligheidsvoorschriften (oud 8)

8.1.1 Voor de arbo- en veiligheidsvoorschriften is voor de sector Bos en Natuur de wettelijk verplichte arbocatalogus Bos en Natuur van toepassing.

8.1.2 In bijlage IV (oud I) van het Algemeen Deel van de cao zijn bepalingen opgenomen over de volgende onderwerpen:

- verplichtingen van de werkgever

- verplichtingen van de werknemer

- overleg over aanschaf machines, gereedschappen, persoonlijke beschermingsmiddelen, etc.

- zorg voor bedrijfsgezondheid

- bedrijfshulpverlening

- regeling over ongewenst gedrag zoals discriminatie, (seksuele) intimidatie, pesten of treiteren

- regeling over schuilgelegenheid.

8.2 Gezondheid en welzijn (oud 8)

In bijlage V (oud X) is een protocol opgenomen voor een speciaal op de sector Bos en Natuur toegesneden branche Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E).

9. Ziekte en arbeidsongeschiktheid

9.1 Procedure ziek- en herstelmelding (Wet verbetering poortwachter; verzuimbegeleiding) (oud 9.1, 9.2)

9.1.1 Algemene bepalingen over ziekte en arbeidsongeschiktheid zijn opgenomen in het desbetreffende Ondernemingsdeel.

9.1.2 De regeling voor ziekmelding en controlevoorschriften, die is opgenomen in bijlage VI

(oud II) Algemeen deel, is van kracht, behalve als in het desbetreffende Ondernemingsdeel een andere regeling is opgenomen.

9.2 Regeling loondoorbetaling bij ziekte en arbeidsongeschiktheid (oud 9.3)

Er is een regeling voor betalingsverplichtingen werkgever bij ziekte en arbeidsongeschiktheid. Deze regeling is opgenomen in het desbetreffende Ondernemingsdeel.

9.3 Regeling aanvulling uitkering oudere werknemer (oud 9.4)

9.3.1 Er is een regeling voor tijdelijke aanvulling bij arbeidsongeschiktheid of werkloosheid voor oudere werknemers, genaamd SUWAS II (Stichting Uitvoering WW-aanvulling Agrarische Sectoren). Informatie over SUWAS II is opgenomen in bijlage VII (oud VI).

9.3.2 De onder 9.3.1 genoemde regeling geldt niet voor de Vereniging Natuurmonumenten.

9.4 Beëindiging dienstverband bij ziekte of arbeidsongeschiktheid (oud 9.5)

9.4.1 Voor mogelijke beëindiging van het dienstverband bij ziekte of arbeidsongeschiktheid gelden de wettelijke regels m.b.t. opzegverbod, ontslagaanvraag, inspanningsverplichtingen werkgever en werknemer, ontslagvergunning, etc.

9.4.2 Als na twee jaren van arbeidsongeschiktheid van een werknemer die minder dan 35% arbeidsongeschikt is, door de arbeidsdeskundige wordt vastgesteld dat er geen passende re-integratiemogelijkheden zijn binnen het bedrijf van de werkgever, kan het dienstverband met die werknemer worden beëindigd. Voorwaarde is dat naar het oordeel van het UWV voldoende re-integratie-activiteiten zijn verricht.

9.4.3 De ontslagaanvraag voor de werknemer als bedoeld in artikel 9.4.2 Algemeen deel moet via de kantonrechter worden geregeld.

10. Pensioen- en spaarregelingen

10.1 Pensioenregeling (oud 10.1)

Er is voor werknemers een pensioenregeling, gelijk aan de bepalingen in Statuten en Reglementen van het Bedrijfspensioenfonds voor de Landbouw. Meer informatie is opgenomen in bijlage VIII (oud VII).

10.1.1 Werkgever heeft bij het Bedrijfspensioenfonds voor de Landbouw (BPL) een pensioenverzekering afgesloten voor werknemers van 21 jaar en ouder.

10.1.2 Deelneming aan deze pensioenregeling is verplicht. Zie hiervoor het reglement van deze pensioenregeling.

10.1.3 Werkgever heeft het recht de bijdrage van werknemer maandelijks in te houden op het salaris van de werknemer.

10.1.4 Het geldende BPL-pensioenreglement wordt door werkgever (digitaal) aan werknemer beschikbaar gesteld.

10.2 Regeling VUT; prepensioen (oud 10.3)

10.2.1 Werknemers die geboren zijn vóór 01-01-1950 kunnen gebruik maken van de VUT-regeling (SUWAS I). De regeling loopt af per 31-12-2014. Sinds 1 januari 2003 is het mogelijk gebruik te maken van deeltijd-VUT. Meer informatie is opgenomen in bijlage VIII (oud VII) en is te vinden op www.colland.nl.

10.2.2 Onder bepaalde voorwaarden kunnen werknemers nog deelnemen aan de prepensioenregeling en de bijbehorende garantieregeling.

Meer informatie is opgenomen in bijlage VIII (oud VII) en is te vinden op www.colland.nl.

11. Faciliteiten ten behoeve van opleiding en ontwikkeling van werknemers

11.1 Fonds Colland Arbeidsmarktbeleid (oud 10.6)

Er is een aparte cao voor de Stichting Colland Arbeidsmarktbeleid (cao-Colland). Deze cao is afgesloten tussen werkgevers- en werknemersorganisaties in agrarische en groene sectoren. Werkgevers en werknemers onder de raam-cao Bos en Natuur nemen ook aan dit fonds deel (zie ook bijlage X onder 1, Algemeen deel). Dit fonds ondersteunt financieel projecten en activiteiten op het gebied van scholing, arbeidsomstandigheden, arbeidsmarkt, arbeidsvoorziening, informatie arbeidsvoorwaarden, enz. Het Fonds Colland Arbeidsmarktbeleid wordt gevoed via een heffing op de loonsom van werknemer(s). Zie voor meer informatie: www.colland.nl.

11.2 Bevordering scholing, vorming en voorlichting werknemers (oud 10.7)

11.2.1 Partijen bij de cao wensen (verdere) scholing, vorming en voorlichting van werknemers in de sector nadrukkelijk te bevorderen. Vormen van gesubsidieerd onderwijs zijn te vinden op www.colland.nl.

11.2.2 Werkgevers moeten het volgen van opleidingen/cursussen voor de scholing, vorming en voorlichting stimuleren en zoveel mogelijk ondersteunen.

11.2.3 Bepalingen hierover zijn opgenomen in bijlage IX (oud IVA) en zijn waar nodig aangevuld in het desbetreffende Ondernemingsdeel.

11.3 Verlof ten behoeve van opleiding, scholing en ontwikkeling werknemers (oud bijlage IVA.4)

11.3.1 Vorming of scholing in het belang van werknemer en bedrijf of organisatie gebeurt zoveel mogelijk in werktijd. Werknemer hoeft hiervoor geen verlof op te nemen. Bij vorming en scholing buiten werktijd wordt één op één compensatie in vrije tijd gegeven als die vorming en scholing in opdracht van de werkgever wordt gevolgd.

11.3.2 Voor vorming en scholing genoemd in 11.3.1 geldt het recht op betaald verlof. Ook voor excursie of examen, met een maximum van 2 dagen.

11.3.3 Werknemers die alleen uit eigen belang vorming of scholing willen volgen, en die vorming of scholing valt in de werktijd, krijgen hiervoor onbetaald verlof.

11.3.4 Werknemers die vorming of scholing willen volgen via een cursus van een vakorganisatie of jongerenorganisatie of die een cursus willen volgen ter voorbereiding op de pensionering, krijgen hiervoor onbetaald verlof.

11.3.5 Het recht op onbetaald verlof voor een cursus ter voorbereiding op de pensionering geldt niet voor werknemers die deelnemen aan de seniorenregeling.

12 Diverse sociale regelingen

12.1 Fiscale aftrek contributie vakorganisatie (oud 10.10)

Werknemers die lid zijn van een vakorganisatie kunnen de werkgever vragen het bedrag van de contributie – mét een betalingsbewijs – af te trekken van het loon vóór inhouding sociale premies en loonbelasting.

Werkgever gaat akkoord met dat verzoek.

12.2 Uitkering bij overlijden (nieuw; overgenomen uit OLS / ONM raam-cao 2013)

12.2.1 Als de werknemer overlijdt tijdens het dienstverband, betaalt werkgever aan de erfgenamen van de werknemer als bedoeld in art. 674 BW boek 7, het loon van werknemer door vanaf de dag van overlijden tot en met twee kalendermaanden na de maand van overlijden.

12.2.2 De door de werkgever uit te betalen uitkering wordt verminderd met een eventuele overlijdensuitkering uit de Ziektewet of WAO/WIA.

12.3 Regeling onwerkbaar weer (oud 10.9)

Als de werkzaamheden door ongunstige weersomstandigheden niet door de werknemer kunnen worden uitgevoerd, is, ongeacht hoelang die omstandigheden duren:

a. de werkgever verplicht het feitelijke loon aan de werknemer door te betalen;

b. de werknemer verplicht voor de werkgever andere werkzaamheden op het bedrijf te verrichten.

Bijlage I

behorend bij artikel 1.6 van de cao

Algemeen deel

I Verplichtingen werkgever en werknemer
1. Verplichtingen werkgever (oud 2.12)

1.1 Werkgever stelt de raam-cao digitaal beschikbaar en informeert werknemer(s) hierover.

1.2 Werkgever neemt tijdens de periode dat de cao geldig is, tegenover werknemers de hierin opgenomen bepalingen in acht. De werkgever mag hiervan schriftelijk, in voor de werknemer gunstige zin, afwijken.

1.3 Werkgever gedraagt zich als goed werkgever. Werkgever heeft als doel een goed en evenwichtig personeelsbeleid te voeren. Hij houdt daarbij rekening met de gerechtvaardigde belangen en interesses van werknemers en met de doelstellingen van werkgever.

1.4 Werkgever voert tijdens de looptijd van de cao een voornemen voor overname, fusie, reorganisatie, bedrijfsbeëindiging niet uit, voordat de vakbonden en de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging hierover op tijd zijn ingelicht.

1.5 Werkgever neemt in de voorbereiding hiervan op een zodanig moment contact op met de desbetreffende vakbond(en) over de rechtspositie van de bij hem in dienst zijnde werknemer(s), dat de te nemen besluiten nog te beïnvloeden zijn.

1.6 Werkgever zorgt in gevallen in 1.4 en 1.5 dat er op tijd een sociaal plan voor werknemers is dat in overleg met OR/PVT en de vakbeweging wordt vastgesteld.
2. Verplichtingen werknemer (oud 2.13)

2.1 Werknemer is verplicht de belangen van de onderneming van de werkgever als goed werknemer te behartigen, ook als daartoe geen uitdrukkelijke opdracht is gegeven.

2.2 Werknemer is verplicht alle werkzaamheden die hem door of namens de werkgever zijn opgedragen, voor zover deze redelijkerwijs van hem kunnen worden verlangd, zo goed mogelijk uit te voeren en daarbij alle verstrekte aanwijzingen en voorschriften op te volgen.

2.3 Werknemer houdt zich voor wat betreft zijn werk- en rusttijden, aan het dienstrooster dat voor hem geldt.

2.4 Werknemer gedraagt zich naar de regels die gelden in de onderneming van werkgever als deze niet in strijd zijn met de wet of met de cao.
Bijlage II

behorend bij artikel 1.7 van de cao

Algemeen deel

II Reglement Geschillencommissie voor cao-zaken behorend bij
artikel 2.15 van de cao
Sociale partners bij de raam-cao Bos en Natuur kennen een College van Beroep voor cao-zaken. Dat college behandelt geschillen tussen werkgever en werknemer die op grond van de raam-cao optreden.

De Geschillencommissie heeft de taak een bindend advies uit te brengen of een minnelijke schikking tussen partijen te realiseren. Dit in relatie tot de raam-cao Bos en Natuur en de op grond van die cao gesloten arbeidsovereenkomst.


De Geschillencommissie bestaat uit een onafhankelijk voorzitter en uit vertegenwoordigers van alle werkgevers- en werknemersorganisaties die partner zijn bij de raam-cao.

Het secretariaat van het College wordt uitgevoerd door het cao-secretariaat.


De Geschillencommissie handelt op basis van het Reglement Geschillencommissie voor cao-zaken. In dat reglement zijn onder meer bepalingen opgenomen voor:

  • samenstelling en taak van de commissie;

  • bevoegdheden van de commissie;

  • behandeling van geschillen;

  • bepalingen voor de uitspraak;

  • bepalingen voor de tenuitvoerlegging.

De volledige tekst van het reglement is verkrijgbaar bij het cao-secretariaat en is ook te vinden op www.vbne.nl.

Bijlage III

behorend bij artikel 3.7 van de cao

Algemeen deel

III Regeling inzake bereikbaarheidsdienst
1. Definitie bereikbaarheidsdienst

Onder bereikbaarheidsdienst wordt verstaan: structureel beschikbaar zijn volgens een vooraf gemaakt rooster voor een mogelijke oproep om arbeid te verrichten:

- op werkdagen buiten het tijdvak van 07.00 uur tot 19.00 uur

- op zaterdagen, zon- en feestdagen van 00.00 uur tot 24.00 uur.


2. Verplichting tot het werken in bereikbaarheidsdiensten

De werkgever kan een bereikbaarheidsdienst voor één werknemer of een groep van werknemers vaststellen, als het bedrijfsbelang dit noodzakelijk maakt en als de functie van een of meer medewerkers dit vereist. De betrokken medewerker(s) wordt/worden hierover schriftelijk geïnformeerd.


3. Toepassing van de regeling

De regeling wordt alleen toegepast in overleg met en na toetsing door de verantwoordelijke personeelsfunctionaris. Het wordt schriftelijk bevestigd aan de werknemers en hun leidinggevende. De regeling kan worden toegepast in situaties die voorzien zijn, waarbij noodzakelijke zorg aan levende have moet worden geboden (bijv. lammertijd, hoge waterstanden waardoor vee kan verdrinken). Daarnaast is de regeling van toepassing als werknemers aangewezen worden om bereikbaar te zijn voor mogelijke calamiteiten als gevolg van brandschade of schade door extreme weersomstandigheden.


4. Bereikbaarheidsvergoeding

De medewerker die zich in opdracht van zijn werkgever buiten de voor hem geldende werktijd beschikbaar moet houden voor het eventueel verrichten van arbeid, ontvangt een compensatie in geld over de uren dat hij bereikbaarheidsdienst heeft gedraaid:

- op werkdagen van 19.00 uur tot 07.00 uur € 10,13 bruto per dienst;

- op zaterdagen van 00.00 uur tot 24.00 uur € 15,19 bruto per dienst;

- op zon- en feestdagen van 00.00 u. tot 24.00 uur € 20,25 bruto per dienst.

De uren die de medewerker, nadat hij hiervoor een oproep heeft ontvangen, binnen een bereikbaarheidsperiode werkt, worden uitbetaald volgens de daarvoor in het desbetreffende Ondernemingsdeel geldende regeling. De toeslag volgens de bereikbaarheidsregeling vervalt voor deze gewerkte uren. De compensatie voor de gewerkte uren is 1:1 in tijd gelijk.

Als tijdens een bereikbaarheidsdienst wordt gewerkt, gelden de cao-toeslagen voor overwerk/onregelmatigheid/ongemakken.
5. vervallen
6. Bereikbaarheidsperiode

De bereikbaarheidsperiode mag per vier weken niet meer dan twee weken duren. De roosters voor bereikbaarheidsdienst worden één maand vooruit gepland. Voor een oproep geldt een minimumwerktijd van een half uur. De reistijd naar de locatie en terug naar huis wordt in geval van een oproep gezien als arbeidstijd.


7. Reiskosten

Een medewerker die wordt opgeroepen kan de gemaakte kilometers naar de locatie en terug naar huis declareren als dienstkilometers.


8. Ziekte

Een medewerker die arbeidsongeschikt is tijdens de periode dat hij is ingeroosterd voor een bereikbaarheidsdienst, kan niet worden opgeroepen. De bereikbaarheidsvergoeding wordt daarom gedurende de periode van arbeidsongeschiktheid niet uitgekeerd.


9. Declaratie

De bereikbaarheidsuren kunnen worden gedeclareerd op het daarvoor bestemde formulier. Formulieren moeten binnen zeven kalenderdagen na afloop van de maand waarin de bereikbaarheidsdienst is gedraaid, worden ingediend bij de salarisadministratie. Elk formulier moet worden ondertekend door zowel de medewerker als zijn leidinggevende.


10. Registratie

Als een medewerker tijdens zijn bereikbaarheidsdienst opgeroepen is geweest, worden de gewerkte uren 1:1 in tijd gelijk door de leidinggevende als compensatie-uren op de verlofkaart van de medewerker bijgeschreven.


11. Opname compensatie-uren

Compensatie-uren moeten binnen drie maanden na afloop van het kwartaal waarin het recht is ontstaan, worden opgenomen. Daarna komen de compensatie-uren te vervallen. Compensatie-uren komen niet in aanmerking voor verkoop.



Bijlage IV
behorend bij artikel 8.1 van de cao

Algemeen deel

IV Bepalingen over arbeidsomstandigheden/veiligheid/gezondheid/welzijn

V
1. Verplichtingen werkgever

1.1 Werkgever voert – waar van toepassing: na overleg met het medezeggenschapsorgaan – een arbeidsomstandighedenbeleid, dat is gericht op het voorkómen van gevaren en risico’s voor de veiligheid en de gezondheid van werknemers en op het bevorderen van het welzijn van werknemers binnen de organisatie van werkgever.

1.2 De werkgever voert een beleid met betrekking tot het ziekteverzuim van werknemers. Dat beleid heeft als doel ziekte van werknemers zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken en werknemers te begeleiden die in verband met arbeidsongeschiktheid niet kunnen werken.

1.4 Werkgever stelt inzake veiligheid, gezondheid en welzijn van werknemers waar van toepassing een jaarverslag op; dat verslag wordt opgenomen in het jaarlijks sociaal jaarverslag dat het medezeggenschapsorgaan ontvangt.

1.5 Iedere werknemer kan als hij dat wil, het sociaal jaarverslag inzien op een nader vast te stellen plek in de onderneming.
2. Verplichtingen werknemer

2.1 De werknemer is verplicht de nodige voorzichtigheid en zorgvuldigheid in acht te nemen en naar vermogen te zorgen voor zijn eigen veiligheid en gezondheid en die van andere personen. De werknemer is met name verplicht om:



  1. arbeidsmiddelen en gevaarlijke stoffen op de juiste wijze te gebruiken;

  2. de aan hem ter beschikking gestelde persoonlijke beschermingsmiddelen op de juiste wijze te gebruiken en na gebruik op de daarvoor bestemde plaats op te ruimen;

  3. de op arbeidsmiddelen of elders aangebrachte beveiligingen niet te veranderen of zonder noodzaak weg te halen, en deze op de juiste wijze te gebruiken;

  4. mee te werken aan eventueel georganiseerd onderricht in verband met de arbeidsomstandigheden;

  5. de door werknemer opgemerkte gevaren voor de veiligheid of de gezondheid direct aan werkgever of leidinggevende te melden;

  6. als het nodig is, werkgever en werknemers of andere personen en diensten belast met arbodienstverlening in de onderneming, te helpen bij de uitvoering van hun verplichtingen en taken die voortkomen uit de Arbowet.


3. Overleg over aanschaf machines, gereedschappen, pbm’s, enz.

3.1 Werkgever is verplicht zijn werknemer(s) te voorzien van de persoonlijke beschermingsmiddelen die nodig zijn en die op grond van de Arbowet zijn vereist.

3.2 Werkgever is verplicht, voordat hij overgaat tot aanschaf van machines, werktuigen, gereedschap en persoonlijke beschermingsmiddelen, over deze aanschaf met de werknemer die deze machines, etc. gaat gebruiken, te overleggen. Daarbij zal vooral worden gelet op ergonomische aspecten. De uiteindelijke beslissing over de aanschaf ligt bij werkgever.
4. Bedrijfsgezondheidszorg

4.1 Werkgever sluit zich aan bij een arbodienst. Hij zal in samenwerking met deze dienst de maatregelen treffen die in het belang van de gezondheid van werknemers noodzakelijk zijn.

4.2 De werknemer met een vast dienstverband die langer dan een half jaar ononderbroken bij werkgever in dienst is, geeft als hem dat gevraagd wordt, medewerking aan een geneeskundig onderzoek en houdt zich aan de maatregelen voor zover die in verband daarmee, op advies van de arbodienst, door de werkgever zijn bepaald.
5. Bedrijfshulpverlening (EHBO)

5.1 Werkgever zorgt ervoor, dat op het bedrijf voldoende EHBO- of BHV-capaciteit aanwezig is conform de bepalingen in de Arbowet.

5.2 De kosten voor het volgen van een EHBO-cursus en/of een cursus of opleiding Bedrijfshulpverlening (o.a. inschrijfgeld, cursusgeld, examengeld, boekengeld, herhalingscursussen) worden betaald door de werkgever als de werknemer de cursus op verzoek van werkgever volgt.
6. Ongewenst gedrag zoals (seksuele) intimidatie, discriminatie, pesten, treiteren

6.1 Werkgever is verplicht een zodanig beleid te voeren, dat werknemer(s) in de werkorganisatie zoveel mogelijk wordt (worden) gevrijwaard van ongewenst gedrag zoals (seksuele) intimidatie, discriminatie, pesten, treiteren, etc.

6.2 In voorkomend geval kan contact worden opgenomen met de maatschappelijk werker van de arbodienst waarbij werkgever is aangesloten.

6.4 Werkgever moet ervoor zorgen dat klachten over ongewenst gedrag adequaat worden behandeld, zowel richting klager(s) als richting beschuldigde(n).


7. Schuilgelegenheid

7.1 Werkgever moet zorgen voor een schuilgelegenheid op of in de buurt van het werk. Deze moet voor werknemer(s) bereikbaar zijn binnen een afstand van 500 meter van het werk en in behoorlijke staat zijn. Als de schuilgelegenheid ook als schaftgelegenheid wordt gebruikt, moet door werkgever voor een goede verwarming worden gezorgd.

7.2 Werknemer is verplicht ervoor te zorgen dat de schuilgelegenheid c.q. schaftgelegenheid zo schoon mogelijk wordt gehouden en niet door hem wordt beschadigd.
Bijlage V

behorend bij artikel 8.2 van de cao

Algemeen deel

V Protocol toepassing branche RI&E bos en natuur
1. Protocol toepassing branche RI&E bos en natuur

1.1 Er is een branche Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) ontwikkeld voor de sector Bos en Natuur. Die RI&E is schriftelijk en digitaal beschikbaar, te downloaden via www.Stigas.nl en is schriftelijk op te vragen bij Stigas, als onderdeel van Colland.

1.2 Sociale partners in de sector Bos en Natuur stemmen in met deze RI&E-methodiek; het instrument wordt actueel, volledig en betrouwbaar gevonden.

1.3 Als een organisatie of onderneming de diensten voor deskundige bijstand (volgens de artikelen 13 en 14 van de gewijzigde Arbeidsomstandighedenwet van 01-07-2005), betrekt van één van de gecertificeerde arbodiensten, verklaren sociale partners dat ook elders werkzame gecertificeerde deskundigen zonder (aanvullende) werknemersovereenstemming kunnen worden aangewezen als externe deskundige ondersteuning bij uitvoering en toetsing van een RI&E conform artikel 14 lid 1a van de Arbowet.

Deze mogelijkheid geldt ook, wanneer gebruik wordt gemaakt van de maatwerkregeling.

1.4 Sociale partners vinden het belangrijk een zo goed mogelijk arbobeleid in de sector tot stand te brengen. Ze streven ernaar steeds een juiste, op de sector toegesneden, vorm van deskundige ondersteuning voor werkgevers en werknemers aan te bieden.




1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   13


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina