Raam-cao bos en natuur 01 januari 2014 tot en met 31 december 2014 Algemeen deel + 3 ondernemingsdelen



Dovnload 0.96 Mb.
Pagina3/13
Datum20.08.2016
Grootte0.96 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   13

Bijlage VI

behorend bij artikel 9.1 van de cao

Algemeen deel

VI Regeling ziekmelding en controlevoorschriften
1. Algemeen

1.1 Werknemer zal, als hij arbeidsongeschiktheid is, de door of namens werkgever opgestelde algemene of specifieke (controle)voorschriften en richtlijnen naleven.


2. Melding ziekte / arbeidsongeschiktheid

2.1 Als de werknemer arbeidsongeschiktheid is, is hij verplicht de werkgever daarvan op de hoogte te stellen op de eerstvolgende werkdag vóór 09.00 uur.


3. Melding zwangerschap

3.1 Werknemer zal werkgever steeds op tijd op de hoogte stellen van arbeidsongeschiktheid in verband met zwangerschap (in de periode voordat het zwangerschapsverlof ingaat). Dit onder overlegging van een zwangerschapsverklaring zodat werkgever de uitvoeringsinstantie daarvan op de hoogte kan stellen en aanspraak kan maken op het vangnet van de Ziektewet.


4. Geneeskundige hulp inroepen

4.1 Werknemer moet binnen een redelijke termijn geneeskundige hulp inroepen. Hij moet zich tijdens het hele verloop van de ziekte onder behandeling van de behandelend geneeskundige stellen en zijn voorschriften opvolgen.


5. Verplichting om thuis te blijven

5.1 Werknemer blijft thuis tot het eerste bezoek van (een rapporteur of geneeskundige van) de door werkgever ingeschakelde arbodienst.

5.2 Na het eerste bezoek blijft werknemer thuis:

- in de ochtend tot 10.00 uur;

- in de middag van 12.00 uur tot 14.00 uur.

Buiten deze uren mag werknemer zijn woning verlaten.

5.3 Als de ongeschiktheid langer dan 2 weken duurt, vervalt de verplichting om thuis te blijven. Behalve als door de arbodienst anders wordt bepaald.

5.4 De verplichting om thuis te blijven geldt niet als werknemer een bezoek brengt aan de behandelend arts van de door werkgever ingeschakelde arbodienst, of als werknemer zijn werk weer begint of passend werk gaat doen.

5.5 De arbodienst kan op verzoek van werknemer vrijstelling verlenen van de verplichting om thuis te blijven.
6. Controle mogelijk maken

6.1 Werknemer is verplicht controle door de door werkgever ingeschakelde arbodienst (respectievelijk een rapporteur of geneeskundige daarvan die zich met een machtiging kan legitimeren) mogelijk te maken. Daarvoor moet hij op zijn woon- of verblijfplaats bereikbaar zijn of ervoor zorgen dat de arbodienst weet waar hij bereikbaar is.

6.2 Als werknemer verhuist, of na een tijdelijk verblijf ergens anders weer thuis is, meldt hij dit van tevoren maar uiterlijk binnen 24 uur aan werkgever.
7. Verblijf in het buitenland

7.1 Werknemer heeft tijdens ziekte of arbeidsongeschiktheid voor een verblijf van meer dagen in het buitenland, na advies van de geneeskundige, toestemming van werkgever nodig.

7.2 Op verzoek van de arbodienst wordt bij ziekmelding, op een door de arbodienst nader te bepalen tijdstip, een door de behandelend arts afgegeven bewijs van arbeidsongeschiktheid overlegd. Dit wordt geregeld door of namens de in het buitenland verblijvende werknemer.
8. Verplichting om op het spreekuur te verschijnen

8.1 Werknemer die niet aan het werk is gegaan, moet bij een oproep verschijnen op het spreekuur van de door werkgever ingeschakelde arbodienst.

8.2 Als de werknemer (artikel 8.1) niet op het spreekuur van de arbodienst kan komen, stuurt hij direct bericht aan de arbodienst, mét de reden(en) van verhindering.

8.3 AIs de werknemer niet in staat is naar de oproep te gaan (zoals bedoeld in artikel 8.2) dan moet hij thuis blijven totdat de geneeskundige of de rapporteur op bezoek is geweest.


Artikel 5.4 is hier op dezelfde manier van toepassing.
9. Hervatten arbeid bij herstel

9.1 Werknemer begint weer aan zijn werk op het moment hij zich daartoe in staat acht; hij meldt dit van tevoren aan werkgever.

9.2 Werknemer kan, in het kader van een re integratieplan, in overleg met werkgever, weer beginnen met andere passende arbeid.

9.3 Op de werknemer die binnen 3 dagen na werkhervatting het werk opnieuw staakt omdat hij meent niet tot het werk in staat te zijn, is artikel 10 van deze bijlage van toepassing.


10. Niet hervatten arbeid ondanks hersteldverklaring

10.1 De werknemer die op de dag, met ingang waarvan de door werkgever ingeschakelde arbodienst hem geschikt vindt weer te kunnen werken, meent niet in staat te zijn om te werken, deelt dit direct mee aan werkgever. De werknemer verschijnt op het eerstvolgende spreekuur van de arbodienst.

10.2 Als de werknemer bedoeld in artikel 10.1 niet op het spreekuur van de arbodienst kan komen, deelt hij dit direct mee aan de arbodienst, mét de reden(en) van verhindering.

10.3 AIs de werknemer niet in staat is naar de oproep te gaan (zoals bedoeld in artikel 10.2) dan moet hij thuis blijven totdat de geneeskundige of de rapporteur op bezoek is geweest.


Artikel 5.4 is hier op dezelfde manier van toepassing.
11. Second opinion

Werkgever zal meewerken aan een door werknemer aangevraagde second opinion; en omgekeerd.


12. Schuld derden

Als de arbeidsongeschiktheid is veroorzaakt door schuld van een derde, zal werknemer werkgever hiervan op de hoogte stellen. Hij zal alle medewerking geven zodat de werkgever de schade van de doorbetaling van loon op deze derde kan verhalen.



Bijlage VII

behorend bij de artikelen 9.3 van de cao

Algemeen deel

VII Regeling tijdelijke aanvulling bij ziekte/arbeidsongeschiktheid

oudere werknemers: SUWAS II


1. Tijdelijke aanvulling arbeidsongeschiktheid of werkloosheid

Oudere werknemers komen bij arbeidsongeschiktheid of werkloosheid niet meer in aanmerking voor vervroegde uittreding (VUT). Via SUWAS II (Stichting Uitvoering WW-aanvulling Agrarische Sectoren) kan men, onder bepaalde voorwaarden, in aanmerking komen voor een aanvulling op de uitkering.

De regeling geldt vanaf 60 jaar en de aanvulling wordt verstrekt in de hele periode van WW of WAO/WIA.

Ook bij omstandigheden als bedrijfsbeëindiging, reorganisatie, werkvermindering, enz. heeft de betrokken werknemer recht op een aanvulling op grond van de SUWAS II regeling.


2. Voorwaarden

Een werknemer komt in aanmerking als hij/zij:

- op of na de 55-jarige leeftijd voor het eerst een volledige WAO/WIA-uitkering ontvangt en volledig naar een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%;

- op of na de 55-jarige leeftijd om bedrijfseconomische reden wordt ontslagen (zie o.a. hierboven).

De leeftijd waarop de aanvulling ingaat, is afhankelijk van het geboortejaar van de werknemer:

- geboortejaar vóór 1947 ingangsdatum aanvulling: 60 jaar

- geboortejaar 1947 ingangsdatum aanvulling: 60,5 jaar

- geboortejaar 1948 ingangsdatum aanvulling: 61 jaar

- geboortejaar 1949 ingangsdatum aanvulling: 61,5 jaar

- geboortejaar 1950 t/m 1952 ingangsdatum aanvulling: 62 jaar.


3. Aanvullende voorwaarden

Daarnaast gelden aanvullende voorwaarden. Zo moet een werknemer in het jaar vóór arbeidsongeschiktheid of ontslag ten minste 26 weken in dienst zijn geweest bij een werkgever in de agrarische sector, onder een cao of rechtspositieregeling waarin ook SUWAS II is geregeld.


4. Procedure

De werknemer vraagt zelf bij SUWAS II een aanvulling op de uitkering aan. Binnen drie maanden volgt een schriftelijk antwoord. Als de aanvraag wordt goedgekeurd, ontvangt de werknemer vanaf zijn 60ste een aanvulling op de WAO- of WW-uitkering. De aanvulling en de uitkering samen komen overeen met het niveau van een VUT-uitkering.

De aanvulling wordt beëindigd wanneer de werknemer:

- weer volledig aan het werk gaat; of

- de maximum uitkeringsperiode van de WW is bereikt: als dit vóór 65 jaar is, wordt de aanvulling stopgezet en dan krijgt de werknemer een uitkering ineens, berekend op basis van de periode tot 65 jaar; of

- de pensioengerechtigde leeftijd bereikt; of

- overlijdt.
5. Meer informatie?

De precieze voorwaarden staan in de brochure SUWAS II en in het Uitkeringsreglement SUWAS II, te vinden via www.colland.nl.; zoekopdracht: SUWAS II.

Verder kunt u contact opnemen met Colland Arbeidsmarkt, Backoffice: info@colland-administratie.nl of 0900-0401328.

Bijlage VIII

behorend bij artikel 10.1 EN 10.2 van de cao

Algemeen deel

VIII Regeling BPL-pensioen, BPL prepensioen, en SUWAS I (VUT-regeling)
1. Pensioen regelingen

Het cluster Pensioen van Colland bestaat uit de fondsen BPL en SUWAS I. De aangeboden diensten voor werkgevers en werknemers liggen op het gebied van:

- Pensioenregeling en VUT-regeling;

- Individuele spaarregeling;

- Prepensioen (spaarregeling).
2. Bedrijfspensioenfonds voor de Landbouw (BPL)

Voor werknemers onder de raam-cao Bos en Natuur geldt de pensioenregeling van het Bedrijfspensioenfonds voor de Landbouw (BPL). De regeling wordt uitgevoerd door TKP.


De pensioenregeling is met ingang van 1 januari 2007 ingrijpend gewijzigd. Voor werknemers geboren vóór 1 januari 1966 en die al vóór 1 januari 2007 in de sector werkzaam zijn, zijn waarschijnlijk overgangsmaatregelen van toepassing. Deze worden in het jaarlijkse pensioenoverzicht nader uitgelegd. Voor meer informatie over de persoonlijke situatie van de werknemer kan men het beste contact op nemen met Colland Pensioen.

Werknemers die 21 jaar of ouder zijn en in dienst komen bij een onderneming of organisatie in de sector bos en Natuur beginnen meteen met hun pensioenopbouw. De pensioenopbouw stopt als de werknemer buiten de sector gaat werken of met pensioen gaat.


Pensioen bij het BPL kan bestaan uit:

- ouderdomspensioen (vanaf ingangsdatum tot overlijden);

- partnerpensioen (uitkering voor de partner als de werknemer overlijdt);

- reparatie Anw-gat (een aanvulling op het partnerpensioen);

- wezenpensioen (uitkering voor de kinderen tot 18 jaar als de werknemer overlijdt);

- arbeidsongeschiktheidspensioen (een aanvulling op de WAO-uitkering; zie bijlage VII van het Algemeen deel).





3. SUWAS I

De vervroegde uittreding is voor werknemers in agrarische sectoren in een aparte cao geregeld. De regeling wordt uitgevoerd door TKP, onder verantwoordelijkheid van de Stichting uittreding werknemers agrarische sectoren (SUWAS-I).

De SUWAS-regeling is een zogenaamde VUT-regeling ; deze wordt op termijn afgebouwd. Zij geldt alleen nog voor werknemers die vóór 1 januari 1950 geboren zijn. Daarnaast gelden bepaalde voorwaarden om in aanmerking te kunnen komen voor een uitkering.

Wanneer de werknemer denkt nog in aanmerking te komen voor deze regeling, kan men het beste contact opnemen met Colland Pensioen. Daar heeft men ook alle informatie over de mogelijkheden van later met de VUT gaan, deeltijd-VUT, bijverdienen en pensioen opbouwen.





4. Meer informatie?

Voor uitgebreide informatie of vragen kunt u terecht op www.colland.nl; klik op ‘BPL’ bovenin de grijze balk op de homepage.



Bijlage IX

behorend bij artikel 11.2 van de cao

Algemeen deel

IX Regeling inzake ontwikkeling, vorming en scholing werknemers

1. Bevordering ontwikkeling, vorming en scholing

1. Werkgever stimuleert en maakt steeds ontwikkeling, vorming en scholing van werknemers mogelijk. Hij gaat daarbij uit van het belang van de werknemers, van hun functie en van de organisatie of het bedrijf. Werkgever formuleert daartoe meetbare doelen/uitgangspunten.

2. Werkgevers maken bij de vorming en scholing van werknemers, als het mogelijk, is gebruik van het Scholingsfonds van de sector, onderdeel van het Fonds Colland Arbeidsmarktbeleid.
2. Vergoeding kosten ontwikkeling, vorming en scholing

1. Kosten van vorming of scholing in het belang van werknemers, van bedrijf of organisatie worden door de werkgever betaald.

2. Kosten van vorming of scholing alleen in het belang van of gewenst door werknemer, moeten door de werknemer zelf geheel worden betaald. Behalve als de werkgever anders beslist.

3. Werkgevers die 10 of meer werknemers in dienst hebben, hebben in aansluiting op het scholingsplan onder 1.2 een bedrijfsregeling voor scholingskosten. Deze regeling bepaalt de hoogte van de vergoeding van kosten genoemd onder 2.2, de uitbetaling en de eventuele terugbetaling ervan.

4. Met kosten genoemd in de leden 2.1 t/m 2.3 worden bedoeld: opleidings- of cursuskosten (inclusief inschrijvingskosten), noodzakelijke reis- en verblijfkosten, examenkosten, kosten voor aanschaf van voorgeschreven studiemateriaal.

5. Kosten worden niet of maar voor een deel vergoed bij het uitblijven of niet op tijd bereiken van voldoende studieresultaat of bij het ontbreken van voldoende motivatie. Dit ter beoordeling van de werkgever.


3. Terugbetaling vergoeding door werknemer

1. De werknemer moet ontvangen vergoedingen terugbetalen als de desbetreffende studie verwijtbaar wordt onderbroken, beëindigd, de studie na aanmelding niet wordt gevolgd, of als de werknemer geen vorderingen maak. Behalve als sprake is van overmacht.

2. Voor terugbetaling van vergoedingen tot € 2.500,- geldt een terugbetalingstermijn van 12 maanden. Voor iedere maand dat het dienstverband na voltooiing van de scholing korter duurt dan 12 maanden, betaalt de werknemer 1/12e deel terug.

3. Wat in lid 2 is gesteld, geldt niet bij beëindiging van het dienstverband vanwege (vroeg)pensioen.

4. Voor terugbetaling van vergoedingen van meer dan € 2.500,- geldt een terugbetalingstermijn van 24 maanden. Voor iedere maand dat het dienstverband na voltooiing van de scholing korter duurt dan 24 maanden, betaalt de werknemer 1/24e deel terug.

5. Wat in lid 3.4 is gesteld, geldt niet bij beëindiging van het dienstverband vanwege (vroeg)pensioen.

6. Als de werknemer vóór het einde van de opleiding zelf ontslag neemt of hij krijgt ontslag op grond van een dringende, door de werknemer veroorzaakte en hem te verwijten reden, moet werknemer de volledige studiekosten terugbetalen.
Bijlage X

Algemeen deel

X Andere protocollen

1. Protocol deelneming Colland-fondsen

1.1 Er zijn drie fondsen van Colland die óók betrekking hebben op de raam-cao Bos en Natuur:

- Colland Arbeidsmarktbeleid (vastgelegd in de cao-Colland): hieraan nemen deel alle werkgevers en hun werknemers onder alle ondernemingsdelen van de raam-cao Bos en Natuur;

- Colland Verzekeren: hieraan nemen deel alle werkgevers en hun werknemers onder de Ondernemingsdelen Bosbouw en De Landschappen;

- Colland Pensioen: hieraan nemen deel alle werkgevers en hun werknemers onder het Ondernemingsdeel Bosbouw, en voor een deel werkgevers en werknemers onder het Ondernemingsdeel Natuurmonumenten en het Ondernemingsdeel De Landschappen.

1.2 De onder 1.1 genoemde deelneming houdt in, dat de desbetreffende werkgevers premies aan de onderscheiden fondsen afdragen en dat daaraan gebruiksrechten (kunnen) worden ontleend.

1.3 De onder 1.1 en 1.2 genoemde deelneming komt overeen met wat sociale partners daarover in hun cao-overleg hebben afgesproken.
2. Protocol werkzekerheid en behoud werkgelegenheid 2014

2.1 Inleiding

Sociale partners bij de raam-cao Bos en Natuur hebben tijdens hun overleg voor de raam-cao 2014 geconstateerd, dat behoud van werkzekerheid en werkgelegenheid in de huidige tijd van groot belang is. Partijen bij de cao willen dit gezamenlijke belang graag benadrukken en hebben besloten het protocol daarover uit 2012 zonder aanpassingen te verlengen.

Doel, reikwijdte en inhoud van het ‘Protocol werkzekerheid en behoud werkgelegenheid’ voor 2014 volgen hierna.


2.2 Doel en reikwijdte van het protocol
Doel:

Vastleggen afspraken en intenties sociale partners ten aanzien van behoud van werkzekerheid en werkgelegenheid, in relatie tot de diversiteit in de sector Bos en Natuur.


Reikwijdte:

1. Structurele werkgelegenheid op structurele formatieplaatsen.

2. Tijdelijke werkgelegenheid op tijdelijke arbeidsplaatsen en op vaste formatieplaatsen.
Karakter:

Bandbreedte van ‘streven naar’ tot ‘garantie van’.


2.3 Tekst van het protocol

2.3.1 Structurele arbeidsplaatsen

a. De organisatie, vallend onder het Ondernemingsdeel Natuurmonumenten geeft een werkgelegenheidsgarantie af voor 2014.

b. De organisaties vallend onder het Ondernemingsdeel De Landschappen (Bureau De12Landschappen +11 Provinciale Landschappen en de bij de Vereniging Landschapbeheerorganisaties aangesloten organisaties) en de bedrijven vallend onder het Ondernemingsdeel Bosbouw (de bosaannemingsbedrijven die zijn aangesloten bij de AVIH en de particuliere bosbeheerbedrijven die zijn aangesloten bij de NVBE) geven een werkgelegenheidsgarantie af voor 2014.

Alle werkgevers als hierboven onder a. en b. genoemd garanderen voor 2014 genoemde werkgelegenheid, behalve als om redenen van externe aard de inkomsten beduidend teruglopen.

De hierboven onder a. en b. genoemde organisaties en bedrijven nemen dan meteen contact op met de vakorganisaties om over de ontstane situatie te overleggen.

2.3.2 Tijdelijke arbeidsplaatsen

a. Bedrijven en organisaties behouden de flexibiliteit van werkinzet met betrekking tot tijdelijk personeel op tijdelijke arbeidsplaatsen.

b. Inzet van tijdelijk personeel op vaste formatieplaatsen is acceptabel, op voorwaarde dat in voorkomende gevallen beleid daarover is goedgekeurd door de OR of PVT.

c. In alle onder 2b genoemde gevallen, dus bijvoorbeeld bij het ontbreken van een PVT of OR, moet afstemming met de vakbonden plaatsvinden.



Bijlage XI

Algemeen deel

XI Namen, adressen en telefoonnummers
Vereniging van bos- en natuurterreineigenaren

Princenhof Park 9, 3972 NG Driebergen

tel. 0343-745 250

www.vbne.nl


FNV Bondgenoten

Varrolaan 100, 3584 BW Utrecht

Postbus 9208, 3506 GE Utrecht

tel.0900-9690, fax: 030-273 82 25



www.fnvbondgenoten.nl
Natuurmonumenten

Noordereinde 60, 1243 JJ ‘s-Graveland

Postbus 9955, 1243 ZS ‘s-Graveland

tel. 035-655 99 33, fax: 035-656 31 74

www.natuurmonumenten.nl
Nederlandse Vereniging van Boseigenaren

De Klomp 5, 6745 WB De Klomp

Postbus 870, 3900 AW Veenendaal

Tel. 0318-578550, fax 0318-578558

www.grondbezit.nl
De12Landschappen (Stichting Unie van Provinciale Landschappen)

Bunnikseweg 27, 3732 HV De Bilt

Postbus 31, 3730 AA De Bilt

tel: 030-601 72 05

www.de12landschappen.nl
Algemene Vereniging Inlands Hout

Kokermolen 11, 3994 DG Houten

Postbus 186, 3990 DD Houten

tel. 030-693 00 40, fax: 030-692 50 45

www.avih.nl
Vereniging Landschapsbeheerorganisaties

Bunnikseweg 39, 3732 HV De Bilt

Postbus 121, 3730 AC De Bilt

post@landschapsbeheer.nl

Tel. 030-234 50 10

www.landschapsbeheer.nl


CNV Vakmensen

Tiberdreef 4, 3561 GG Utrecht

Postbus 2525, 3500 GM Utrecht

tel. 030-751 15 00

www.cnvvakmensen.nl
Stigas Preventiedienst

Dellaertweg 1, 2316 WZ Leiden

Postbus 32, 2300 AA Leiden

tel. 071-568 90 00

www.stigas.nl
Arbodienst Arbo Unie

Daltonlaan 500, 3584 BK Utrecht

Postbus 85101, 3508 AC Utrecht

tel. 030-710 70 00, fax: 030 - 710 79 00

www.arbounie.nl

Raam-CAO bos en natuur

Ondernemingsdeel Bosbouw


Bijlage behorend bij artikel 1.1.2 van het Algemeen deel van de

Raam-CAO bos en natuur.



  1. BEPALINGEN ALGEMEEN DEEL RAAM-CAO

1.1 De bepalingen in het Algemeen deel van de raam-cao zijn onverkort van toepassing, behoudens in geval van strijdigheid met een bepaling in het Ondernemingsdeel Bosbouw. In dat geval geldt de bepaling uit het Ondernemingsdeel Bosbouw.
2. DIENSTVERBAND

2.1 Soorten dienstverbanden

2.1.1 Werknemers hebben een dienstverband voor bepaalde of onbepaalde tijd.

Een dienstverband voor onbepaalde tijd kan alleen worden aangegaan op voorwaarde, dat de werkgever gedurende de eerste 12 maanden van het dienstverband de werknemer niet mag opzeggen..

Dienstverbanden voor onbepaalde tijd kunnen worden aangegaan:

a. voor de volledige werkweek:

b. in deeltijd met een vastgelegd arbeidspatroon, dat aan de volgende voorwaarden voldoet:

- een werktijd van één of twee dagdelen van ten minste 3 uren en ten hoogste 3,8 uren per dagdeel op de dag(en), dat gewerkt wordt;

- een minimum aantal te werken uren van 6 per week;

- vastlegging in de schriftelijke arbeidsovereenkomst van de dag of dagen waarop gewerkt wordt, van de aantallen uren en van de tijdstippen van de te werken uren;

2.1.2 Een dienstverband voor bepaalde tijd kan ongeacht het aantal arbeidsuren voor een bepaalde tijd of voor een bepaald werk worden aangegaan.

2.2 Beëindiging van het dienstverband voor onbepaalde tijd

2.2.1 Het bepaalde in artikel 2.4 van het Algemeen deel van de cao is van toepassing.

2.2.2 Indien de toestemming bedoeld in artikel 6 van het Buitengewoon besluit Arbeidsverhoudingen) is verleend, wordt de termijn van opzegging, bedoeld in artikel 2.2.1, verkort met één maand, met dien verstande dat de resterende termijn van opzegging ten minste één maand bedraagt.

2.2.3 Opzegging als bedoeld in het Algemeen deel geschiedt tegen het einde van de maand.

2.2.4 In afwijking van het bepaalde in het Algemeen deel bedraagt de door de werkgever in acht te nemen opzegtermijn tegenover de werknemer van 45 jaar en ouder, die op 31-12-2013 in dienst was, zoveel weken als het dienstverband na meerderjarigheid van de werknemer hele jaren heeft geduurd. Deze termijn wordt verlengd met een week voor elk vol jaar, gedurende het welk de werknemer na het bereiken van de leeftijd van 45 jaar bij de werkgever in dienst is geweest.

Tegenover de werknemer die na 31-12-2013 in dienst is gekomen, voor wie op grond van het bepaalde in artikel 2.2.1 een langere termijn zou gelden dan volgens het bepaalde in de vorige twee volzinnen, geldt echter de in het Algemeen deel genoemde termijn.

2.2.5 In afwijking van het bepaalde in artikel 672 lid 1 van het NBW is de vrijdag de dag waartegen opzegging zoals bedoeld in artikel 2.2.4 mag geschieden.

Door werkgever in acht te nemen opzegtermijnen tegenover werknemers van 45 jaar en ouder.


leeftijd

werknemer






aantal volle jaren dienstverband




1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

45

*

*

*

*

*

*

*

*

9

*

*

*

13

46

*

*

*

5

*

*

*

9

10

*

*

13

14

47

*

*

5

6

*

*

9

10

11

*

13

14

15

48

*

*

6

7

*

9

10

11

12

13

14

15

16

49

*

*

6

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

50

*

*

6

8

10

11

12

13

14

15

16

17

18

51

*

*

6

8

10

12

13

14

15

16

17

18

19

52

*

*

6

8

10

12

14

15

16

17

18

19

20

53

*

*

6

8

10

12

14

16

18

18

19

20

21

54

*

*

6

8

10

12

14

16

18

19

20

21

22

55

*

*

6

8

10

12

14

16

18

20

21

22

23

56

*

*

6

8

10

12

14

16

18

20

22

23

24

57

*

*

6

8

10

12

14

16

18

20

22

24

25

58 t/m 64

*

*

6

8

10

12

14

16

18

20

22

24

26

Het vermelde aantal weken is steeds het maximale aantal weken.

Waar in het hokje een * staat, geldt de van toepassing zijnde opzegtermijn zoals genoemd in artikel 2.2.



1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   13


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina