Raam-cao bos en natuur 01 januari 2014 tot en met 31 december 2014 Algemeen deel + 3 ondernemingsdelen



Dovnload 0.96 Mb.
Pagina6/13
Datum20.08.2016
Grootte0.96 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   13

ONGEOEFENDE BOSARBEIDER (I)

De ongeoefende bosarbeider is de werknemer die werkzaamheden van een eenvoudige aard verricht waarvoor geen vakkennis en geen ervaring vereist is en die voor de eerste keer in de agrarische bedrijfstakken – waaronder de bosbouw- werkzaam is. Deze werknemer dient na één jaar te worden bevorderd naar functiegroep II (geoefende bosarbeider)


GEOEFENDE BOSARBEIDER (II)

De geoefende bosarbeider is de werknemer, die meestal op directe aanwijzing eenvoudige arbeid in de bossen en natuurterreinen verricht, waarvoor een beperkte kennis en ervaring vereist zijn. Hij werkt normaliter met handgereedschap en eenvoudige hulpmiddelen.


VAKARBEIDER BOSBOUW (III)

De vakarbeider bosbouw is de werknemer, die werkzaamheden in bossen en natuurterreinen verricht en die kennis bezit op het gebied van de bosbouw en het beheer van natuurterreinen, welke in relatie staan tot zijn taak. Hij werkt veelal zelfstandig en moet ten aanzien van zijn werk afgaan op eigen beoordeling van de situatie. Hij moet zelfstandig kunnen beoordelen hoe de arbeid het beste kan worden uitgevoerd.

Bij zijn werk maakt hij gebruik van kleine machines en andere hulpmiddelen, zoals bijvoorbeeld trekkers met aanbouwwerktuigen, motorzagen, bosmaaiers en rugspuiten. De specifieke werkzaamheden van de trekkerchauffeur, de voerman, de blesser en de uitmeter -uitmeten van rondhoutsortimenten- worden in ieder geval aangemerkt als werkzaamheden van de vakarbeider bosbouw.

De vakarbeider bosbouw die over een zeer grote ervaring, kundigheid en volledige vakkennis op het gebied van werkzaamheden in bossen en natuurterreinen beschikt en vrijwel zeker zelfstandig deze werkzaamheden uitoefent, kan door de werkgever worden aangemerkt als specialist en wordt als zodanig ingedeeld in functiegroep IV.


SPECIALIST (IV)

De specialist bezit zeer grote ervaring en volledige vakkennis op het gebied van de werkzaamheden in bossen en natuurterreinen.

Hij werkt geheel zelfstandig, kan het werk goed organiseren en gaat ten aanzien van zijn werk geheel zonder aanwijzing af op eigen beoordeling van de situatie.
BOSBOUWMACHINIST (IV)

De bosbouwmachinist is de werknemer die klepelmaaiers, speciale plantmachines, grote zaag- en schilmachines, takhoutversnipperaars en langhouttransportwagens bedient. Hiervoor beschikt hij over de noodzakelijke technische vaardigheid in het omgaan met deze specifieke bosbouwmachines. Hij is tevens belast met onderhoud en kleine reparaties aan dit materieel.

Hij verricht zijn werk veelal zelfstandig en kan dat goed organiseren. Zijn kennis van de bosbouw hangt direct samen met zijn specialistische arbeid.
VOORMAN I (IV)

De voorman I is de werknemer, die het werk verdeelt en leiding geeft aan ten minste 3 en ten hoogste 7 andere werknemers, belast met de uitvoering van werkzaamheden in bossen en natuurterreinen.


VOORMAN II (V)

De voorman II is de werknemer, die het werk verdeelt en leiding geeft aan ten minste 7 andere werknemers belast met de uitvoering van werkzaamheden in bossen en natuurterreinen. Hij verzorgt tevens eenvoudig administratief werk en is voorts belast met het beheer van en de controle op materialen.


Bosbaas (V)

De bosbaas is de werknemer die bij afwezigheid van de ondernemer belast is met de dagelijkse leiding van het bosbedrijf.



Bijlage II

Ondernemingsdeel Bosbouw

II Functieniveaumatrix

behorend bij artikel 4.2 en 5.1.1 van Bijlage B. Ondernemingsdeel Bosbouw.




staf
















Conservator

Stafmedewerker

bosbouw


pr










Medewerker

Bezoekerscentrum









Voorlichting en

communicatie



techniek










Monteur

Werkplaats

Ambachtsman








Bouwkundig

opzichter



ondersteuning




Typiste

Telefoniste



Secretariaats-

medewerker



Afdelings-

secretaresse



Directie-

secretaresse









administratie










Administratief

medewerker



Boekhoudkundig

medewerker






Administrateur

productie

Bosarbeider

(ongeoefend)



Bosarbeider

(geoefend),

Terreinmedewerker


Vakarbeider bosbouw,

Terreinmedewerker II,

Hoevenier I


Specialist bosbouw

Hovenier II,

Jachtopziener,

Bosbouwmachinist,

Voorman I


Meewerkend voorman,

Voorman II,

Bosbaas


Bosbaas/Bedrijfsleider

Opzichter/Bedrijfsleider,

Stafmedewerker



functiegr.

1

2

3

4

5

6

7

Bijlage III

Ondernemingsdeel Bosbouw

III Functiebeloning / functieschalen

behorend bij artikelen 4.3 t/m 4.8, 5.1.3 en 9.2.3 van Ondernemingsdeel Bosbouw.



Tijdlonen vaste werknemers

Beloningstabellen vaste werknemers, inclusief de loonsverhoging per 1 januari 2014 van 1,5%.


Functiegroep 1

Jeugdlonen fj Weekloon Maandloon

leeftijd

17 € 300,76 € 1.308,31

18 € 347,35 € 1.511,01

19 € 393,95 € 1.713,70

20 en ouder € 423,60 € 1.842,69
Functiegroep 2

Jeugdlonen fj Weekloon Maandloon

leeftijd

17 € 337,77 € 1.469,28

18 € 390,10 € 1.696,92

19 € 442,43 € 1.924,55

20 en ouder 0 € 475,73 € 2.069,41

1 € 483,08 € 2.101,41

2 € 490,45 € 2.133,43

3 € 498,29 € 2.167,58

4 € 506,97 € 2.205,31

5 € 516,13 € 2.245,17

6 € 525,85 € 2.287,42
Functiegroep 3

Jeugdlonen fj Weekloon Maandloon

leeftijd

17 € 351,48 € 1.528,96

18 € 405,94 € 1.765,84

19 € 460,39 € 2.002,72

20 en ouder 0 € 495,05 € 2.153,46

1 € 503,71 € 2.191,15

2 € 512,33 € 2.228,70

3 € 521,59 € 2.268,96

4 € 531,46 € 2.311,91

5 € 541,89 € 2.357,23

6 € 551,60 € 2.399,49

Functiegroep 4

leeftijd fj Weekloon Maandloon

21 en ouder 0 € 517,47 € 2.251,00

1 € 526,72 € 2.291,22

2 € 535,92 € 2.331,21

3 € 546,52 € 2.377,32

4 € 557,54 € 2.425,31

5 € 568,84 € 2.474,43

6 € 578,44 € 2.516,17


Functiegroep 5

leeftijd fj Weekloon Maandloon

21 en ouder 0 € 538,44 € 2.342,18

1 € 550,59 € 2.395,04

2 € 562,73 € 2.447,86

3 € 573,60 € 2.495,12

4 € 585,60 € 2.547,42

5 € 596,44 € 2.594,54

6 € 607,51 € 2.642,63
Functiegroep 6

leeftijd fj Weekloon Maandloon

21 en ouder 0 € 581,49 € 2.529,55

1 € 594,63 € 2.586,63

2 € 607,75 € 2.643,75

3 € 619,51 € 2.694,86

4 € 632,46 € 2.751,22

5 € 644,16 € 2.802,09

6 € 656,13 € 2.854,13
Functiegroep 7

leeftijd fj Weekloon Maandloon

21 en ouder 0 € 639,65 € 2.782,51

1 € 654,10 € 2.845,28

2 € 668,52 € 2.908,09

3 € 681,43 € 2.964,24

4 € 695,71 € 3.026,35

5 € 708,58 € 3.082,32

6 € 721,73 € 3.139,54
Tijdlonen losse werknemers
Vervallen

BIJLAGE IV

ONDERNEMINGSDEEL BOSBOUW

Voorwaarden inschakeling personeel uitzendondernemingen
Vervallen

Bijlage V

ONDERNEMINGSDEEL BOSBOUW

Regeling Sazas

(onderdeel van Colland Verzekeren)


SAZAS is de onderlinge waarborgmaatschappij die is opgericht voor én door agrarische werkgevers en werknemers. Sazas werkt zonder winstoogmerk en is onderdeel van Colland, het samenwerkingsverband van alle agrarische en groene sociale fondsen. Ruim 90% van de agrarische bedrijven in Nederland is bij Sazas aangesloten. Voor het uitvoeren van haar diensten werkt Sazas nauw samen met de agrarische adviesdienst Stigas.
In 1994 is de voorloper van de OWM SAZAS u.a., de Stichting Aanvullingsfonds Ziektewet en WAO-uitkeringen voor de Agrarische Sector, opgericht. Aanleiding was de introductie van de Wet Terugdringing Ziekteverzuim. Werkgevers- en werknemersorganisaties binnen de agrarische sectoren hebben toen besloten zelf een regeling te treffen, in de vorm van een cao: de cao-Sazas.
De oorspronkelijke Stichting bracht de aangesloten werkgevers een premie in rekening die was gebaseerd op het omslagstelsel. De door de Stichting opgelegde premies werden gebruikt om in hetzelfde premiejaar aan de aangesloten werkgevers een vergoeding toe te kennen.

Omdat de verantwoording voor de zieke werknemers steeds meer werd neergelegd bij de werkgever (WULBZ), breidde de Stichting haar dienstverlening verder uit. SAZAS vulde het gat op dat door de WULBZ ontstond. Deze uitbreiding van de dienstverlening vormde aanleiding de Stichting om te zetten in een verzekeringsmaatschappij, een Onderlinge Waarborgmaatschappij (OWM). Naast de OWM SAZAS werd de Stichting 'Aanvullingsfonds Ziektewet en WAO-uitkering I' opgericht.


Vanaf 1 januari 1998 is de premie gebaseerd op een kapitaaldekkingsstelsel. Inmiddels is de cao-Sazas ingetrokken en zijn de voorwaarden van de CAO opgenomen in de Algemene Verzekeringsvoorwaarden, die door de OWM SAZAS u.a. worden uitgevoerd.
Voor meer informatie: zie www.colland.nl/Sazas of bel naar 0900-1656565.
V

Bijlage VI

Ondernemingsdeel Bosbouw

VI Scholingsfonds
(onderdeel van het fonds Colland Arbeidsmarktbeleid)

In het verleden zijn door de werkgevers- en werknemersorganisaties in de landbouw de Stichting ter Ondersteuning van Activiteiten op het gebied van de Voorlichting, de Vorming en de Scholing van Werknemers in de Landbouw (STIVOS) en de Stichting Opleiding en Scholing Agrarische Sectoren (STOSAS) opgericht.

Thans maken deze fondsen onderdeel uit van het Fonds Colland Arbeidsmarktbeleid, waarbinnen een scholingsfonds wordt onderscheiden.
Doelstelling van Colland Arbeidsmarktbeleid is het financieren en subsidiëren van activiteiten in één of meer agrarische en aanverwante sectoren, die kunnen bestaan uit het verrichten en publiceren van onderzoek, het verzorgen van informatie, het geven van advies en/of het verstrekken van vergoedingen, en die gericht zijn op het bevorderen van:

a. goede arbeidsverhoudingen,

b. goede arbeidsomstandigheden,

c. een juiste toepassing van de arbeidsvoorwaarden als overeengekomen in de CAO’s,

d. een optimale werking van de arbeidsmarkt,

e. scholing en kennis.

Voor wat betreft het Scholingsfonds gaat het om de doelstelling genoemd onder e.
De activiteiten als bedoeld onder e. bestaan uit:

a. Het bevorderen van deelname door werknemers aan scholingsactiviteiten teneinde hun kennis te behouden c.q. te vergroten.

Deze activiteit is nader uitgewerkt in het Uitkeringsreglement Scholing B-deel.

b. Het ondersteunen van sectoren en bedrijven bij het ontwikkelen van scholingsbeleid, waaronder begrepen het verbeteren van de kwaliteit van scholing, het verhogen van deelname aan scholing, het bevorderen van de deskundigheid, het bevorderen van de aansluiting van het onderwijs op de praktijk en het doen van onderzoek op deze terreinen.

Deze activiteit is nader uitgewerkt in het Reglement scholingsbeleid B-deel.
Voor meer informatie: zie de cao-Colland, bijlage VI. De cao is te vinden via www.colland.nl.
De middelen ten behoeve van het Scholingsfonds worden bijeengebracht via een loonsomheffing die ten laste komt van de werkgever; in 2013 is dat 0,35%.

De inning van de heffing geschiedt door Colland Arbeidsmarkt.



Bijlage VII

Ondernemingsdeel Bosbouw

Betalingsverplichtingen werkgever bij ziekte, arbeidsongeschiktheid en regresrecht

Vervallen

Bijlage VIII

Ondernemingsdeel Bosbouw

VIII Voorbeeldregelingen


      1 Vrijstelling werkzaamheden ondernemingsraad

1. Leden van een ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging worden in principe gedurende een nader te bepalen aantal uren / dagen per week / maand vrijgesteld van hun reguliere werkzaamheden teneinde hun werkzaamheden ten behoeve van de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging te kunnen verrichten.

2. Voor de voorzitter van de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging geldt een nader te bepalen, ruimere vrijstelling dan de in lid 1 bedoelde.

3. Van de in het kader van de leden 1 en 2 nader vastgelegde vrijstellingen kan slechts worden afgeweken indien werkgever kan aantonen dat verantwoorde bedrijfsuitoefening zich daartegen op dat moment verzet.


      2 WAO/WIA-excedentverzekering

1. Werkgever heeft ten behoeve van werknemers met een salaris boven het maximum dagloon een WAO/WIA-excedentverzekering afgesloten tot 70% van het salaris van werknemer (minus het maximale uitkeringsbedrag volgens de WAO/WIA).

2. Deelname aan de verzekering is afhankelijk van acceptatie door de verzekeringsmaatschappij op grond van een medisch onderzoek, dan wel een gezondheidsverklaring of arbeidsgeschiktheidsverklaring, al naar gelang de hoogte van het salaris van werknemer.

3. De premie van de verzekering is voor rekening van werkgever.


Ondernemingsdeel De Landschappen

A. ARBEIDSVOORWAARDENREGELING

Bijlage behorend bij artikel 1.1.2 van het Algemeen deel van de
Raam-CAO bos en natuur.

1. ALGEMENE BEPALINGEN

1.1 Definities

Arbeidsvoorwaardenregeling: Het geheel van arbeidsvoorwaardelijke regelingen en bepalingen binnen de provinciale Landschappen bestaande uit het Algemeen deel van de raam-cao bos en natuur en het Ondernemingsdeel DE LANDSCHAPPEN;
Terreinbeherende organisaties: 12 provinciaal gewortelde organisaties en hun samenwerkingsverband die behoud, beheer en ontwikkeling van natuur, landschap en cultuurhistorie in de ruime zin van het woord behartigen; met inbegrip van belangenbehartiging, publieksactiviteiten, communicatie en educatie en het begeleiden / faciliteren van vrijwilligers;

Landschapsbeheerorganisaties: provinciale organisaties en hun samenwerkingsverband waarin advisering en uitvoering van landschapsonderhoud en -ontwikkeling in de ruime zin van het woord wordt uitgeoefend, met inbegrip van begeleiding en facilitering van vrijwilligers, belangenbehartiging en communicatie.

1.2 Werkingssfeer

1.2.1 Dit Ondernemingsdeel DE LANDSCHAPPEN maakt deel uit van de raam-cao bos en natuur. De bepalingen in het Algemeen deel van de raam-cao bos en natuur zijn daarom ook van toepassing en wegen zwaarder in het geval sprake is van afwijkingen ten opzichte van dit ondernemingsdeel.

1.2.2 De arbeidsvoorwaardenregeling is van kracht met ingang van 1 januari 2005 en is laatstelijk gewijzigd per 1 januari 2014.

1.2.3 De bepalingen van de arbeidsvoorwaardenregeling zijn van toepassing op de arbeidsovereenkomsten tussen werkgever en werknemers.

1.2.4 Op de arbeidsvoorwaardenregeling en de arbeidsovereenkomsten tussen werkgever en werknemers zijn voorts van toepassing de bepalingen van boek 7 titel 10 van het Burgerlijk Wetboek, de Arbeidstijdenwet, de Arbo-wet en andere wettelijke regelingen die op de arbeidsovereenkomst van toepassing zijn, voor zover in de arbeidsvoorwaardenregeling van die bepalingen niet is afgeweken en die afwijking is toegestaan.

1.3 Algemene bepalingen

1.3.1 De arbeidsvoorwaardenregeling zal in overleg tussen de cao-partijen aan nieuwe of gewijzigde wettelijke bepalingen worden aangepast, tenzij partijen dat niet wenselijk achten.

1.3.2 Werknemer wordt zo spoedig mogelijk geïnformeerd over het tijdstip en de aard van de wijzigingen in de arbeidsvoorwaardenregeling.

1.3.3 Gedurende de periode, dat werknemer wegens ziekte, non-activiteit of wegens enige andere reden, gedurende een maand of langer aaneengesloten geen arbeid verricht, kan werknemer geen aanspraak maken op enige vaste (on)kostenvergoedingen voortvloeiend uit de arbeidsvoorwaardenregeling.

1.4 Verplichtingen werkgever

1.4.1 Werkgever zal aan iedere werknemer bij aanstelling een exemplaar van de arbeidsvoorwaardenregeling ter beschikking stellen.

1.4.2 Werkgever zal gedurende de periode dat de arbeidsvoorwaardenregeling van kracht is, tegenover werknemers de hierin opgenomen bepalingen in acht nemen. Het blijft werkgever geoorloofd schriftelijk van de bepalingen van deze arbeidsvoorwaardenregeling in voor werknemer gunstige zin af te wijken.

1.4.3. Werkgever zal zich als goed werkgever gedragen. Werkgever stelt zich ten doel een goed en evenwichtig personeelsbeleid te voeren, rekening houdend met de gerechtvaardigde belangen en interesses van werknemers en met de doelstellingen van werkgever.

1.5 Verplichtingen werknemer

1.5.1 Werknemer is gehouden de bepalingen van de arbeidsvoorwaardenregeling en de individuele arbeidsovereenkomst na te leven.

1.5.2 Werknemer zal zich als goed werknemer gedragen en de belangen en doelstellingen van werkgever zo goed mogelijk en naar beste kunnen behartigen.

1.6 Nevenwerkzaamheden en andere belangen

Het in het Algemeen deel van de raam-cao bos en natuur opgenomen overeenkomstige artikel 5.2 betreffende “Nevenwerkzaamheden en andere belangen” is van toepassing.

1.7 Vrijstelling werkzaamheden ondernemingsraad

Leden van de ondernemingsraad (OR) of personeelsvertegenwoordiging (PVT) worden in principe gedurende werktijd vrijgesteld van hun reguliere werkzaamheden, teneinde hun werkzaamheden ten behoeve van voornoemde organen te kunnen verrichten. Uitoefening van taken voor OR of PVT mag niet ten koste gaan van de functie-uitoefening. Daartoe stelt de OR of PVT een jaarplanning op vast te stellen in gezamenlijk overleg tussen werkgever en werknemer.
2. BEPALINGEN BETREFFENDE HET DIENSTVERBAND

2.1 Arbeidsovereenkomst

Het in het Algemeen deel opgenomen overeenkomstige artikel 3.1 betreffende de “Arbeidsovereenkomst” is van toepassing.

2.2 Arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd

2.2.1 Het bepaalde in artikel 2.4 van het Algemeen deel van de cao is van toepassing

2.2.2 Voor de beëindiging van de overeenkomst voor onbepaalde tijd, door één van de partijen, is voorafgaande opzegging noodzakelijk. De voor opzegging geldende bepalingen dienen daarbij in acht genomen te worden.

2.3 Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd

2.3.1 Het bepaalde in artikel 2.4 van het Algemeen deel van de cao is van toepassing.

2.3.2 De arbeidsovereenkomst welke voor bepaalde tijd is aangegaan, wordt aangegaan voor de daarin aangeduide tijdsduur, dan wel voor de duur van een daarin genoemd project of bepaalde werkzaamheden.

2.3.3 De arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd eindigt van rechtswege aan het einde van de bepaalde tijd of bij beëindiging van het betrokken project of de bepaalde werkzaamheden, zonder dat voorafgaande opzegging is vereist.

2.3.4 Tussentijdse opzegging van de overeenkomst is mogelijk door elk van de partijen. Bij tussentijdse opzegging dient een opzegtermijn van een maand in acht te worden genomen. De voor opzegging geldende bepalingen dienen daarbij in acht te worden genomen.

2.3.5 In geval van verlenging van de overeenkomst zal deze voor de daarbij bepaalde periode worden verlengd, onder de daarbij overeengekomen voorwaarden.

2.3.6 In het kader van dit artikel wordt een dienstverband dat volgt op een ander dienstverband met een onderbreking van een periode van 3 maanden of minder beschouwd als een verlenging van het eerdere dienstverband.

2.3.7 Vanaf de dag dat tussen werkgever en werknemer:

a. arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd elkaar met tussenpozen van niet meer dan 3 maanden hebben opgevolgd en een periode van 36 maanden, deze tussenpozen inbegrepen, hebben overschreden, of

b. meer dan drie arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd elkaar hebben opgevolgd met tussenpozen van niet meer dan 3 maanden, geldt de laatste overeenkomst als aangegaan voor onbepaalde tijd.

2.3.8 Indien werknemers tijdelijke/projectmatige werkzaamheden verrichten, kunnen zij met ingang van 1 juni 2014 tot hooguit zes arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd krijgen in een periode van vier jaar.

2.4 Proeftijd

Het in het Algemeen deel opgenomen overeenkomstige artikel 2.3 betreffende “Proeftijd” is van toepassing.

2.5 Opzegtermijn

2.5.1 Opzegging dient steeds schriftelijk te geschieden per brief aan de andere partij met inachtneming van de overeengekomen opzegtermijn tegen het einde van een kalendermaand.

2.5.2 Opgenomen in Algemeen deel onder 2.4.2.

2.5.3 Werkgever zal in geval van beëindiging van de arbeidsovereenkomst door werkgever:

- óf het UWV toestemming vragen alvorens de arbeidsovereenkomst op te zeggen; indien de toestemming is verleend, wordt de termijn van opzegging verkort met 1 maand, met dien verstande dat de resterende termijn van opzegging tenminste 1 maand bedraagt;

- óf een ontbindingsverzoek voorleggen aan de kantonrechter.

2.6 Teruggave eigendommen aan werkgever → vervallen

2.7 Opgenomen in Algemeen deel onder 12.2

2.7.1 In geval van overlijden van werknemer gedurende het dienstverband zal werkgever aan de erven van werknemer als bedoeld in art. 674 BW boek 7 het loon van werknemer doorbetalen vanaf de dag na overlijden tot en met twee kalendermaanden na de maand van het overlijden.

2.7.2 De door werkgever uit te betalen uitkering wordt verminderd met de eventuele overlijdensuitkering uit de Ziektewet of WAO/WIA.

2.8 Deeltijd-dienstverband

Het in het Algemeen deel van de raam-cao bos en natuur opgenomen overeenkomstige artikel 2.2 betreffende “Deeltijd-dienstverband” is van toepassing.

2.9 Aanpassing arbeidsduur

De regeling betreffende “Aanpassing arbeidsduur” is conform de wettelijke bepalingen ter zake. Deze regeling is opgenomen in bijlage III van het Algemeen deel.
3. BEPALINGEN BETREFFENDE DE ARBEIDSTIJD

3.1 Arbeidsduur

3.1.1 Het bepaalde in de artikelen 3.1.1 en 3.1.3 van het Algemeen deel is van toepassing.

3.1.2 De gebruikelijke arbeidstijd is opgenomen in artikel 3.3 Algemeen Deel. De lunchpauze moet worden gehouden, en wel tussen 12.00 en 14.00 uur.

3.1.3 De gebruikelijke dagelijkse arbeidsduur bedraagt 8 uur per dag. In afwijking daarvan is een werkdag van maximaal 9 uur mogelijk, indien hiervoor goede redenen – gerelateerd aan de functie of persoonlijke omstandigheden – worden aangedragen door leidinggevende en werknemer samen.

3.1.4 Werknemer is gerechtigd de werktijden naar eigen inzicht flexibel in te delen, rekening houdend met het voorgaande lid en een goed en doelmatig functioneren van de organisatie en een goede en doelmatige uitvoering van de werkzaamheden.

3.1.5 Werkgever is – in afwijking van de artikelen 3.1.2 t/m 3.1.4 – gerechtigd in het belang van een goed en doelmatig functioneren van de organisatie en een goede en doelmatige uitvoering van de werkzaamheden, de werktijden van een individuele werknemer of bepaalde groepen van werknemers vast te stellen en/of in een rooster in te delen.

3.1.6 Bij aanvang en einde van de werkzaamheden reist werknemer in eigen tijd vanaf zijn huis/verblijfplaats naar zijn standplaats c.q. feitelijke werkplek respectievelijk van zijn arbeidsplaats/werkplek naar zijn huis/verblijfplaats.

3.2 Verlengde arbeidsduur

3.2.1 Werknemer kan telkens voor de duur van een kalenderjaar de arbeidsduur verlengen tot 40 uur per week. Het salaris blijft daarbij gebaseerd op 37 uur.

3.2.2 Werknemer krijgt ter compensatie 156 extra bovenwettelijke vakantie-uren in overeenstemming met Uitvoeringsregeling 3. Vakantie en Verlof.

3.3 Werkdagen  opgenomen in Algemeen deel onder 3.4

3.4 Feestdagen  opgenomen in Algemeen deel onder 3.4

3.5 Overwerk

3.5.1 De uren die de gemiddelde werkweek van werknemer te boven gaan, berekend over een periode van 4 weken, en die in opdracht van werkgever worden gewerkt, worden aangemerkt als overwerk.

3.5.2 Als overwerk wordt mede beschouwd werk dat op initiatief van werknemer wordt verricht ter voorkoming of bestrijding van rampen als (bos)brand, overstroming of andere calamiteiten of de gevolgen daarvan voor mens, dier, materiaal, gebouwen of flora.

3.5.3 Er is geen sprake van overwerk als de overeengekomen arbeidsduur met niet meer dan een half uur per dag wordt overschreden.

3.5.4 Wanneer het bedrijfsbelang dit verlangt, zal werknemer overwerk verrichten.

3.5.5 Van bedrijfsbelang is sprake indien zich een onvoorziene wijziging van omstandigheden voordoet, die incidentele overschrijding van de overeengekomen arbeidstijd noodzakelijk maakt, of indien de aard van de werkzaamheden incidenteel en voor korte tijd dergelijke afwijking noodzakelijk maakt.

3.5.6 Het maximum aantal uren overwerk is conform de Arbeidstijdenwet.

3.5.7 Werknemer zal, zo mogelijk, van tevoren van het verrichten van overwerk in kennis worden gesteld. Bij het opdragen van overwerk behoort rekening te worden gehouden met zwaarwegende belangen van de werknemer.

3.5.8 Overwerk zal niet op feestdagen worden opgedragen, tenzij de aard van de werkzaamheden de verrichting daarvan op feestdagen met zich meebrengt.

3.5.9 Werknemers die de leeftijd van 55 jaar of ouder hebben bereikt, kunnen niet worden verplicht tot het verrichten van overwerk.

3.6 Compensatie van overwerk

3.6.1 Overwerk verricht op verzoek van de werkgever zal één op één worden gecompenseerd in vrije tijd.

3.6.2 Compensatie voor overwerkuren dient binnen hetzelfde kalenderjaar te worden opgenomen. Daarna komt de compensatie te vervallen, tenzij wordt overgewerkt in het laatste kwartaal van het jaar. In dat geval kan de compensatietijd tot en met 31 maart van het volgende jaar worden opgenomen.

3.6.3 Compensatie van overwerk wordt bij het opnemen van vakantie-uren als eerste opgenomen.

3.6.4 Overuren worden op hele kwartieren afgerond. De compensatie kan per uur worden opgenomen.

3.6.5 Voor werknemers ingedeeld in de salarisschalen 1 t/m 6 geldt de navolgende extra compensatie in tijd, indien de gemiddelde werkweek van 37 uur per week over een periode van 4 weken wordt overschreden:

- werkdagen tussen 19.00 – 7.00 uur 25%

- zaterdag van 00.00 tot 19.00 uur 25%

- zaterdag van 19.00 tot 24.00 uur 50%

- zon- en feestdagen van 00.00 tot 24.00 uur 50%
4. BEPALINGEN BETREFFENDE DE FUNCTIE

4.1 Functie

4.1.1 Werkgever zal werknemer in een door werkgever gehanteerde functie aanstellen, overeenkomstig bijlage I bij het Ondernemingsdeel De Landschappen inzake functiewaardering.

4.1.2 Werknemer is gehouden de tot de functie behorende werkzaamheden te verrichten.

4.1.3 Werknemer is gehouden ook andere dan tot zijn functie behorende werkzaamheden te verrichten voor zover deze redelijkerwijs van werknemer kunnen worden gevergd.

4.2 Standplaats(en)

Het in het Algemeen deel opgenomen overeenkomstige artikel 4.2 Algemeen deel betreffende “Standplaats(en)” is van toepassing.

4.3 Uniform- en werkkleding

4.3.1 Werkgever is gerechtigd het dragen van uniform- en werkkleding bij het uitvoeren van de werkzaamheden voor bepaalde functies verplicht te stellen.

4.3.2 Werknemer zal de ter beschikking gestelde kleding bij het verrichten van deze functies en werkzaamheden dragen.

4.3.3 Werknemer zal de kleding goed onderhouden en regelmatig reinigen in overeenstemming met de in de kleding aangebrachte reinigingsvoorschriften.

4.3.4 De aan werknemer ter beschikking gestelde kleding blijft eigendom van werkgever.

4.3.5 De kleding zal door de leidinggevende van werknemer worden besteld.

4.3.6 Aan werknemers aan wie het dragen van uniform- en werkkleding verplicht is gesteld zal een maandelijkse netto vergoeding van € 12,= worden verstrekt als tegemoetkoming in de kosten voor reiniging en onderhoud van de kleding.

4.4 Dienstwoning → vervallen
5. BEPALINGEN BETREFFENDE DE BELONING

5.1 Salaris

5.1.1 Het salaris van werknemer bij een voltijd dienstverband is gebaseerd op een werkweek van 37 uur.

5.1.2 Werkgever zal aan werknemer het tussen werkgever en werknemer overeengekomen salaris betalen. Het salaris wordt, onder inhouding van de wettelijk verplichte en toegestane bedragen, op of voor het einde van iedere maand betaald door overmaking op de bank- of girorekening van werknemer.

5.1.3 Indien aan werknemer faciliteiten ten behoeve van het werk beschikbaar gesteld worden, is werkgever gerechtigd de eventuele eigen bijdrage op het salaris in te houden.

5.1.4 Vaststelling en aanpassingen van het salaris zullen plaatsvinden in overeenstemming met Deel B Uitvoerings- en overige regelingen van het Ondernemingdeel De Landschappen, artikel 2 Salariëring.

5.2 Vakantietoeslag

5.2.1 Werknemer ontvangt een vakantietoeslag van 8% van het bruto jaarsalaris.

5.2.2 Het jaar waarover de vakantietoeslag wordt berekend loopt van 1 juni in enig jaar tot en met 31 mei in het daarop volgende jaar .

5.2.3 De vakantietoeslag wordt achteraf uitbetaald met de salarisbetaling over de maand mei.

5.2.4 De minimumvakantietoeslag is in overeenstemming met het bepaalde in hoofdstuk III van de Wet minimumloon en minimum vakantiebijslag. De wettekst is na te lezen via www.overheid.nl -> Wet- en regelgeving.

5.2.5 Bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst vindt betaling van nog verschuldigde vakantietoeslag plaats.

5.2.6 Indien de arbeidsovereenkomst geen volledig jaar heeft geduurd, zal de vakantietoeslag naar evenredigheid worden uitbetaald.

5.3 Toeslag EHBO en/of BHV

Aan de werknemer die in het bezit is van het EHBO- en/of BHV-diploma en die regelmatig in opdracht van de werkgever aan de vervolgcursussen voor één van deze of beide diploma’s deelneemt, wordt een netto toeslag van € 4,97 per maand toegekend.
6. BEPALINGEN BETREFFENDE VAKANTIE EN VERLOF

6.1 Vakantierechten

6.1.1 Werknemer verwerft vakantierechten in overeenstemming met Deel B Uitvoerings- en overige regelingen van het Ondernemingsdeel De Landschappen, artikel 3 Vakantie en verlof.

6.1.2 Vervallen.

6.1.3 Vervallen

6.1.4 Indien werknemer bij het einde van het dienstverband nog aanspraak op vakantie-uren heeft, heeft werknemer recht op uitbetaling daarvan in geld.

6.1.5 Werkgever is gerechtigd door werknemer teveel opgenomen vakantie-uren aan het einde van het dienstverband te verrekenen.

6.2 Bijzonder verlof

6.2.1 Werknemer heeft in bepaalde situaties recht op bijzonder verlof met behoud van loon in overeenstemming met Deel B Uitvoerings- en overige regelingen van het Ondernemingsdeel De Landschappen, artikel 3 Vakantie en verlof.

6.2.2 Werknemer heeft recht op bijzonder verlof zonder behoud van loon voor het bijwonen van relevante bestuursbijeenkomsten en algemene vergaderingen van de bij de raam-cao bos en natuur partij zijnde werknemersorganisaties, voor zover werknemer deel uitmaakt van het bestuur of als afgevaardigde naar één der algemene vergaderingen wordt gekozen, tot een maximum van vijf dagen per kalenderjaar en voor zover de werkzaamheden dit naar het oordeel van de werkgever toelaten.


7. BEPALINGEN BETREFFENDE ZIEKTE EN ARBEIDSONGESCHIKTHEID

7.1 Verplichtingen werknemer

7.1.1 Werknemer zal in geval van arbeidsongeschiktheid de door of namens werkgever opgestelde algemene of specifieke (controle)voorschriften en richtlijnen naleven.

7.1.2 Werknemer is verplicht om in geval van ziekte, of wanneer hij om andere redenen niet in staat is de werkzaamheden te verrichten, werkgever hiervan tijdig op de hoogte te stellen.

7.1.3 Werknemer zal aan een door werkgever aangevraagde second opinion medewerking verlenen.

7.1.4 Indien de arbeidsongeschiktheid is veroorzaakt door schuld van een derde, zal werknemer werkgever hiervan op de hoogte stellen en alle medewerking verlenen teneinde werkgever in staat te stellen de schade ter zake van de doorbetaling van loon door werkgever op deze derde te verhalen.

7.1.5 Werknemer zal werkgever tijdig op de hoogte stellen van arbeidsongeschiktheid in verband met zwangerschap (in de periode voordat het zwangerschapsverlof ingaat) onder overlegging van een zwangerschapsverklaring, zodat werkgever de uitvoeringsinstantie daarvan op de hoogte kan stellen en aanspraak kan maken op het vangnet van de Ziektewet en/of de “Wet uitbetaling loon bij ziekte” (WULBZ).

7.1.6 Werknemer dient medewerking te verlenen aan de reïntegratieverplichtingen volgens de Wet Verbetering Poortwachter (WVP). Indien werknemer zonder gegronde redenen geen of onvoldoende medewerking verleent aan deze reïntegratieverplichtingen heeft werkgever de mogelijkheid om de loondoorbetaling te staken en kan werkgever, onverlet hetgeen is bepaald in de leden a en b het dienstverband beëindigen via de daartoe aangewezen weg. Indien na 2 jaren van arbeidsongeschiktheid (ongeacht het arbeidsongeschiktheidspercentage) door de arbeidsdeskundige wordt vastgesteld dat er geen passende reïntegratiemogelijkheden zijn binnen het bedrijf van de werkgever:

a. dan kan het dienstverband worden beëindigd op voorwaarde dat volgens het UWV (Uitvoeringsorganisatie Werknemersverzekeringen) voldoende reïntegratieactiviteiten zijn verricht.

b. indien volgens het UWV onvoldoende reïntegratieactiviteiten door de werknemer zijn verricht is ontslag wegens ziekte na 2,5 jaar van arbeidsongeschiktheid mogelijk.

7.2 Verplichtingen werkgever

7.2.1 Werkgever zal gedurende het dienstverband, indien werknemer ten gevolge van ziekte (waaronder begrepen zwangerschap of bevalling), verhinderd is de bedongen werkzaamheden te verrichten, het naar tijdruimte vastgestelde loon doorbetalen.

7.2.2 Voor de uitkeringspercentages genoemd in artikel 7.2.3 geldt dat de werknemer zich dient te houden aan de regels die bij ziekteverzuim in de onderneming gelden en voldoende medewerking dient te verlenen aan de reïntegratieverplichtingen volgens de Wet Verbetering Poortwachter (WVP). Beoordeling hiervan vindt plaats door een onafhankelijke deskundige zoals een bedrijfsarts of een arbeidsdeskundige.

a. Voor de vaststelling van het naar tijdruimte vastgestelde loon wordt uitgegaan van de systematiek toegepast door het UWV.

b. Werknemers van wie het dienstverband tijdens ziekte eindigt hebben geen recht op de aanvullingen op de loondoorbetalingverplichting zoals deze in artikel 7.2.3 zijn opgenomen.

c. Volledig en duurzaam arbeidsongeschikte werknemers die binnen de eerste twee jaar van ziekte de Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA) instromen, hebben recht op de aanvullingen op de loondoorbetalingverplichting zoals deze in artikel 7.2.3 zijn opgenomen.

7.2.3 De loondoorbetalingverplichting van de werkgever bij arbeidsongeschiktheid van de werknemer, van het naar tijdruimte vastgestelde loon en naar rato van het arbeidsongeschiktheidspercentage, is als volgt geregeld:.

a. De loondoorbetalingverplichting tijdens de eerste periode van 26 weken (binnen het eerste jaar van arbeidsongeschiktheid) bedraagt de wettelijke loondoorbetaling van 70%, plus een aanvulling van 30%.

b. De loondoorbetalingverplichting tijdens de tweede periode van 26 weken (binnen het eerste jaar van arbeidsongeschiktheid) bedraagt de wettelijke loondoorbetaling van 70%, plus een aanvulling van 20%.

c. De loondoorbetalingverplichting tijdens het tweede jaar van arbeidsongeschiktheid bedraagt de wettelijke loondoorbetaling van 70%, plus een aanvulling van 5%. Bij voldoende medewerking aan reïntegratieverplichtingen wordt de aanvulling 15% (in plaats van 5%).

d. Voor de loondoorbetalingverplichting aan werknemers die minder dan 35% arbeidsongeschikt zijn, geldt dat indien de werknemer in aansluiting op de periode van arbeidsongeschiktheid genoemd in lid 2.c. van dit artikel volgens het UWV arbeidsongeschikt is, maar voor minder dan 35% en zolang het dienstverband gecontinueerd wordt bij dezelfde werkgever, dat dan de loondoorbetaling 90% gedurende maximaal 5 jaar bedraagt.

e. Voor de vaststelling van de hoogte van de aanvulling op de loondoorbetalingverplichting geldt dat de werknemer niet meer zal ontvangen dan het overeengekomen naar tijdruimte vastgestelde loon.

f. Volledig en duurzaam arbeidsongeschikte werknemers die binnen de eerste twee jaar van ziekte de IVA instromen, hebben recht op de aanvullingen op de wettelijke loondoorbetalingverplichting.

g. Overgangsbepalingen; de overgangsbepalingen gelden voor de werknemer die ziek is geworden (met uitsluiting van de werknemers van wie het dienstverband tijdens ziekte is beëindigd) in de periode vanaf 1 januari 2004 tot en met 31 december 2005.

- De loondoorbetalingverplichting tijdens het eerste jaar van arbeidsongeschiktheid bedraagt 70%, plus een aanvulling van 30%.

- De loondoorbetalingverplichting tijdens het tweede jaar van arbeidsongeschiktheid bedraagt 70% loon.

- Voor de loondoorbetalingverplichting tijdens het derde en vierde jaar van arbeidsongeschiktheid geldt het volgende. In aansluiting op de eerste twee jaar van arbeidsongeschiktheid wordt over de dagen waarover de werknemer krachtens de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) een IVA-uitkering ontvangt deze uitkering als volgt aangevuld:

I. gedurende het eerste WIA jaar tot 100% van het naar tijdruimte vastgestelde loon waarop de werknemer, ware hij niet arbeidsongeschikt geworden, aanspraak had kunnen maken.

II. gedurende het tweede WIA jaar tot 90 % van het naar tijdruimte vastgestelde loon waarop de werknemer, ware hij niet arbeidsongeschikt geworden, aanspraak had kunnen maken.
Voor de werknemer die is ingedeeld in een arbeidsongeschiktheidspercentage tussen de 35% en 80% of tussen de 80% en 100% maar die niet duurzaam arbeidsongeschikt is, wordt over dagen waarover de werknemer een uitkering krachtens de regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA) ontvangt, een aanvulling vastgesteld, op basis van een gedeelte van het naar tijdruimte vastgestelde loon waarop de werknemer, ware hij niet arbeidsongeschikt geworden, aanspraak had kunnen maken.
Die aanvulling ziet er als volgt uit:



1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   13


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina