Ranb toegangsnummer 315 teksteditie en indexen op persoons – en plaatsnamen



Dovnload 1.11 Mb.
Pagina16/19
Datum22.07.2016
Grootte1.11 Mb.
1   ...   11   12   13   14   15   16   17   18   19

INVENTARISNUMMER 22



omslag 1
Brief van deurwaarder Molhuijsen dat Jan van Kerkoirlen onder de hertgang Straten, dicht bij het huis genaamd ‘bij Mieke Jan Keese’ een steenoven heeft geplaatst groot 6 mont stenen, zonder permissie daartoe te hebben. Volgens art.22 van de ordonnantie op de houtschat moet die steenoven verbeurd verklaard worden met alle gebakken stenen die er nog gevonden worden, buiten de boete van 25 gulden. Molhuijusen zal zich vervoegen bij van Kerkoerle en hem dit aanzeggen. [30 december 1774]
Brief waarin geschreven wordt dat schepen J. van Kerkoirle in de vergadering van de gezamenlijke regenten een acte van calange heeft laten zien uitgevaardigd door deurwaarder Molhuijsen. De schepenen reageren enigszins verbaasd en beweren dat het gebruik van een steenoven op de gemeijnt altijd wel is toegestaan, zoals dat zou blijken uit tal van resoluties in de resolutieboeken van de heerlijkheid Oirschot. Men betaalde dan 1000 harde stenen of 10 gulden voor de armen van Oirschot, geregeld volgens art.54 van de jaarkeuren van Oirschot. Door de rentmeester van de domeinen is dit nooit in twijfel getrokken. [2 januari 1775]

Brief aan de Heer Ter Crooij waarin bekend wordt gemaakt dat de Heer W.Ackersdijk het kantoor waarneemt van de domeinen van Brabant en dat hij heeft goed gevonden, mede op aanwijzing van de thans in gijzeling zittende pachter en onderrentmeester der houtschatten over Oirschot, dat een zekere Jan van Kerkoirlen, zijnde een der oudste regenten, gearresteerd wordt. Hem wordt een boete opgelegd van 25 gulden voor het stoken van een steenoven op de gemeijnt en bovendien wordt de steenoven verbeurd verklaard. [23 februari 1775]


Het volgende document is een extract uit het resolutieboek van de heerlijkheid Oirschot dd. zondag 5 mei 1715 waarin staat dat Willem Snellart op de gemeijnt genaamd Blommendaal een steenoven heeft opgesteld en er leem heeft uitgegraven, onder conditie dat hij 1000 stenen zou leveren aan de Armen van Oirschot. Ook de kinderen van Dirck de Gruyter hebben volgens een resolutie van zondag 25 september 1718 een steenoven mogen opstellen op de gemeijnt in de Vleut. Een resolutie van 17 mei 1732 meldt dat Peter Joerden Vlemmincx goedkeuring heeft gekregen om ‘leem te schieten’ en een steenoven op te stellen, onder conditie van dezelfde levering aan de armen. Op 22 juni 1732 een goedkeuring aan Bastiaen Coopal. Op 21 december 1735 goedkeuring voor Willem Moescops en Adriaen van Doeren bij Dielis van Leuven leem te schieten en een steenoven te plaatsen. Op 20 april 1744 goedkeuring voor Hendrik Vlemmincx. Op 4 maart 1754 aan Jan Hendricx van Cuijk den Ouden en in 1756 is op het Snepscheut een steenoven geplaatst. Ook onder Verrenbest staat nog een steenoven wordt gemeld in dit schrijven.
In document nr. 5 wordt de acte van aflossing der halve heerlijkheid Oirschot aangehaald en in extenso uitgewerkt, uit het frans vertaald in 1615. De acte zelf is van 24 november 1614.
Brief aan Ackersdijk over de hele kwestie met verwijzing naar de jaarkeuren van Oirschot. [20 februari 1775]
omslag 2
De inhoud van deze omslag is geheel gewijd aan problemen rond het testament van wijlen Johanna Catharina Pennincx weduwe van wijlen Henricus van den Elsen, overleden te Gemert in 1784. Mede-erfgenamen zijn Johannes Pennincx en Henricus van Gemert beiden wonende te Gemert. Advocaat Mr. Hendrik van Rijsingen uit Eindhoven is benaderd. Achtereenvolgens treft men aan:

concept van het dagement voor Johannes Simon Pennincx – Eindhoven 19 januari 1789


concept van de eis en aanspraak in 57 artikelen voor Johannis Simon Pennincx contra van Rijsingen – Gemert 17 februari 1790
antwoord en presentatie voor schepenen van Eindhoven van advocaat Rijsingen contra J.S.Pennincx met repliek in 61 artikelen; in dit stuk worden o.a. genoemd Mr. Pieter Adriaan de la Court secretaris te Gemert, huizen te Gemert aan het Vloijeneijnd
een ‘replicq ten incidentaalen’ en een ‘duplicq ten principaalen’ van Mr. van Rijsingen dd. 2 juli 1791 in 40 artikelen, waarin genoemd worden: Willemijn Simon Pennincx, Gordelina Simon Pennincx, Joanna Maria Pennincx, Wilhelmus Peter Pennincx, Christina Peter Pennincx, de Heer Henricus van Gemert, Christina van Gemert, Mr. Pieter Adriaan de la Court gehuwd met Maria Anna van Gemert, Johannes van Gemert, Geertrudis van Gemert en Johannis van Gennip man van Mechteldis van Gemert
Een verkoopcedulle geschreven door de vorster van Erp dd. 26 februari 1696 waarin Andries Janssen van der Crabben aan Sr.Thomas Poorters en Thomas Berckers te Aarle het negende part transporteert in de molens te Erp, waarbij Jan van der Crabben en de Heer Franchis Schenarts president van Aarle Rixtel zijn aangesteld als curators. Andries was gehuwd met Geertruijt Pennincx. Het transport zou geschieden op 5 april 1696. Hierbij ook een relaas dd. 29 februari 1696 van de vorster van Veghel, waarbij Aert Willems in de secretarie te Erp. Nog een relaas van de vorster van Erp dd. 29 februari 1696 ondertekend door Joannis Munninckhoff. Dan volgen diverse verkoopcedullen waarin verkocht worden:

  • het 9e part in de Molenacker en de Ruusbeemt rondom de Molenacker

  • 9e part een stuck lants genaamt den Booterweg

  • 9e part in de helft van een stuck lants gekomen van Mr. Jan van Eertwijck groot 3 ½ lop. in gebruik bij de weduwe van Willem Pennincx

  • alle percelen belast met o.a. 100 gl. aan Maeijken Gijsselaars in Den Bosch, 60 gl. aan Robert van Berckenbos, 22 gl. aan Jacob de Bruijn, 24 gl. aan Jenneke de Loose in Den Bosch, 15 gl. aan het Kruisbroedersconvent van Den Bosch, 90 gl. aan Dirck Jan Ariens te Veghel de man van Maria Gerard Pennincx, 3:8:2 grondcijns aan de domeinen van Brabant, een cijns aan de Heer van Helmond, 3 st. 8 penn. grondcijns aan de Bonefanten in Den Bosch, het 5e part van 15 gtl. aan de Heer van Liessel als rentmr., ¼ part in 10 gl. aan Willemina van der Cruijs; voorts volgen de reguliere verkoopcondities met vermelding van de schepenen te Erp Hendrik Jan Aerts, Laureijns Jan Aerts, Aert Willems en Ariaen Jan Martens met H.Bijmans substituut-secretaris.



omslag 3
Stukken betreffende bede en verpondingen waarvan de collecte is aangenomen door G. van der Poel van de dorpen Oss en Geffen. De stukken betreffen de jaren 1792-1797 met vermelding van de onderscheiden bedragen.
omslag 4
Eis en aanspraak aan de schepenen van Oirschot uit naam en vanwege Cornelis Hendricx Snellaars ‘successeur feudaal’ van wijlen zijn broer Jan Hendricx Snellaar[t]s overleden te Oirschot in 1766 jegens Adriaantje Roefs weduwe van wijlen Adriaan van Heerbeecq erfgenaam van wijlen Maria Leendert Roefs in leven weduwe en boedelhoudster van wijlen Jan Hendricx Snellaarts wonende alhier. Het gaat om het volgende nagelaten goed:

  • akkerland of beemd gen. den Berendonk 2 lop. leenroerig aan de Raad van Brabant

Bij een van de documenten is een summier stamboompje opgenomen, als ook diverse stukken van de Oirschotse vorster. [mei 1780]
De Heer Baron Sweerts de Landas drossaard te Oirschot en Cornelis Snellaars contra Adriaantje van Heerbeek met als procureur de Mark.
Vervolgens antwoord in 68 artikelen en repliek in 39 artikelen over deze kwestie.
Een deelbrief dd. 22 januari 1781 waarin genoemd worden: Jan Snelders, Cornelis Snelders, Helena Snelders en Anna Snelders, allen erfgenamen van wijlen Hendrik Snelders en Eijken de Gruijter echtelieden en gewoond hebbende onder Oirschot.
Een extract uit het verpondingskohier van de hertgang de Nootel uit het jaar 1770 waar geschreven staat: Cornelis Hendriks Snellaars bij successie als leenvolger bij overlijden van Jan Hendrik Snellaars.
Repliek in 16 artikelen dd. 9 april 1781.
Briefje van H. van Voorst aan zijn oom inzake de onderhavige kwestie [ 27 januari 1781]
Tweede briefje van van Voorst aan zijn oom [29 april 1781]
Klein briefje over het genecht van 25 april 1781.
Extract uit de onderhandse deling onder de kinderen Snelders ondertekend door C.D.Vries en H.V.Nahuijs [22 januari 1781]
Extract uit het verpondingskohier.
Memorie uit het zetboek van de hertgang Notel waar genoemd worden: Anneken Hendrik Snellaars in den ½ Berendonk 37 ½ roede en den dries in de Penningsdijk 1 ½ lop.; Cornelis Hendrik Snellaars de Struyk off Hersselakker 1 lop. 46 r., de ½ van de Berendonk 37 ½ roede; Cornelis en Anneken Snellaars bij successie van Helena Hendrik Snellaars – de andere helft bezit Jan Hendrik Snellaars waarover thans een dispuut wordt gevoerd.
Verhefbrief dd. 26 juni 1776 in Den Haag gepasseerd door Hermanus van Ravensteijn koopman te Oirschot voor Mr. Nicolaas Hendrik van Hoorn raad en stadhouder van de lenen en Carel de Verdun en Govert Jan van Persijn vervangende Willem van Laar op last van schepenen van Oirschot dd. 21 maart 1776 .
Deductie over de hele kwestie in 482 artikelen.
omslag 5
Stuk van de vorster van Oirschot waarin twee schepenen nl. Peter Joseph van de Sande en Johannes Aert Scheepens de opdracht hebben een nieuwe put te maken ten behoeve van de gereformeerde kerk in Verrenbest onder Oirschot. [26 februari 1785]

Stukken uit Oirschot waarbij de vorster op verzoek van de stadhouder van het kwartier Kempenland gerechtelijk dagvaardt de personen van Jasper Adriaans van Roij en Jan Adriaans van de Sande wonende onder Best vanwege het gebruik van scheldwoorden aan het adres van de schepenen Peter Joseph van de Sande en Johannis Aarts Scheepens op 12 october 1784. [2x aanwezig]


Eis en aanspraak namens Jan Willem Daniel de Jongh stadhouder van het kwartier van Kempenland contra Jasper Adriaans de Rooij en Jan Adriaans van de Sande in 33 artikelen. [1785]
Antwoorden op de eis en aanspraak van de daders in resp. 68 en 40 artikelen. [1785]
omslag 6
Stukken betreffende een geschil tussen Mr. Theodoor Francois Santvoort advocaat in Den Bosch tegen Johannis van Vugt wonende te Berghem in het kwartier van Maasland. Deurwaarder A. J. Verhoeven is ingeschakeld. [15 october 1801].
Mandement van debitis in cas van salaris voor Mr. Theodoor Francois Santvoort dd. 25 juni 1801.
omslag 7

Correspondentie uit de periode 1763 en volgende jaren over de kwestie van de betaling van een rekening tussen de heer D. Huijgens schepen en raad van de stad ‘sBosch en de Heer Schenk van Reekum doctor.


Briefje van de vorster van Helmond N. van Schaijk.
Briefje van J.C.Schenck van Reekom over de levering van medicijnen op verzoek van de heer Huijgens te Helmond op Binderen ten behoeve van diens broer Jacob Hugo Huijgens voor zijn vertrek naar Oost-Indië. [6 februari 1766]
Briefje van Schenck van Reekom aan Santvoort betreffende de levering van medicamenten [16 maart 1766]
Briefje van Schenck van Reekom [15 juni 1766]
Briefje aangaande een rekening ter waarde van 49 gl. 12 st. [4 september 1766]
Briefje van de hand van een zekere Coster waarin duidelijk wordt dat men heeft gecommuniceerd met advocaat de Roij. [5 november 1766]
Akte dd. 28 november 1766 ondertekend door G.P. van Esveld geschreven vanuit Helmond
Brief van Schenck van Reekom waarin hij feiten uit zijn leven aanhaalt en aangeeft destijds te hebben willen verhuizen van Wormer naar Budel en contacten heeft gehad met een kleermaker in Amsterdam. Ook beschrijft hij hoe te Wormer de dorpsbode had laten omroepen dat eenieder waaraan Schenck iets schuldig was zich moesten melden. Schenck zou vervolgens gestudeerd hebben op de Utrechtse Hogeschool en vertelt over een relaas in een klein kroegje. [12 december 1766]
Schrijven van de heren A.Heekenhoek en J.H. van Kervel in Den Haag met de melding af te zien van de diensten aan de Heer Schenck van Reekom. [26 januari 1767]
omslag 8
Stukken, o.a. relaas van de vorster, betreffende een voorval in de heerlijkheid Oirschot waarbij Peter de Hoon op 4 november 1776 geweest is in het huis van Maria de weduwe van Jan van de Laak. Daar treft hij o.a. Jan van Kerkoirle, Francis Taertweijk beiden regenten van Oirschot en Dielis Joorden Smits, Jan Francis van der Meijden en Jacobus Pasters. Er ontstaat discussie over de betaling van huishuur en er vallen gewonden. [31 december 1776]
Verklaring van Dielis Joorden Smits [11 januari 1777]
Verklaring van Sweerts de Landas drossaard te Oirschot verwijzend naar een plakkaat van de Staten Generaal van 25 november 1665 met het oog op de boete voor het messen trekken en verwondingen toebrengen door Dielis Joorden Smits en hij stelt een arrestatie voor en een boete van 75 gulden.
Relaas van de vorster van Oirschot [september 1777]
Bevel tot dagvaarding van de vorster van Oirschot aan het adres van Dielis Joorden Smits [4 october 1777]
Eis en aanspraak in 39 artikelen inclusief het antwoord [3 januari 1778]
Extract uit de civiele rol van Oirschot met genechtdagen tussen october 1777 en maart 1778 in de zaak Dielis Joorden Smits.
Repliek van de schepenen aan drossaard Sweerts de Landas en dupliek in resp. 21 en 13 artikelen [1778]
Briefje van F.Gerbrands junior met informatie over de zaak Smits en er wordt aan gememoreerd dat er ook nog een deductie uitgewerkt moet worden in de zaak van Jan Adriaan van de Sande contra Pieter Leijtens [16 april 1778]
Los briefje over het genecht dat gehouden is op 9 september 1778 tegen Dielis Joorden Smits.
Briefje van Dielis Smits aan advocaat Santvoort [7 october 1778]
Deductie van 8 volle pagina’s in de zaak Smits [26 october 1779]
Brief van de schepenen dat ze de stukken op de rol van 8 october 1777 gezien hebben in de zaak Carel Hendrik Jacob Sweerts de Landas contra Smits [28 november 1781]
Brief van de vorster aangaande de bovengenoemde zaak [18 maart 1783]
Briefje betreffende de stukken van procureur de Vries in de zaak Smits van de hand van H. van Voort [30 maart 1783]
Briefje van H. van Voort met aankondiging van de rechtdag in de zaak Smits en een verzoek om te denken aan de declaraties voor Cornelis Hendrik Snellaars [3 april 1783]
Bericht over een gehouden gerecht op 26 maart 1783 door de loco-officier J.A. van der Voorst in naam van Baron Sweerts de Landas contra Dielis Joorden Smits. [9 april 1783]

omslag 9

Kopie van een schrijven van de deurwaarder van het kantoor der domeinen waar een bericht is binnengekomen dat Jacobus Smits wonende te Best op 21 september 1781 400 paar klompen heeft vervoerd, nl. 30 bossen en 10 paren, van welke klompen hij daags te voren aan de pachter van de houtschat van het doofhout te Oirschot maar 221 paren had opgegeven ofwel 17 bossen, dus 13 bossen en 10 paren of wel 179 paren minder dan vervoerd waren. Daarmee is hij in overtreding met de ordonnantie op de houtschat van 9 juli 1760. Buiten het geld voor de houtschat kost hem dit een boete van f 50,- te betalen binnen 8 dagen. De deurwaarder Molhuijsen zal hem dit gaan aanzeggen. [16 april 1782]



omslag 10
De vorster van Son laat weten dat Willem van de Ven woonachtig te Son door schone woorden van herhaalde trouwbeloften een zekere Anna Wouters Boons heeft verleid en haar zwanger heeft gemaakt. In de nacht van 8 op 9 februari 1799 is zijn bevallen van een zoon, die de 14de daarop volgende is overleden. De moeder van Anna was Margarita van den Berg weduwe van wijlen Wouter Boons. Men wil Willem bezoeken en hem vragen met haar te trouwen of een bedrag van f 250,- + nog f 25,- voor de zoon te betalen en wel binnen 8 dagen. [31 mei 1799]
omslag 11
Memorie van van Santvoort in de zaak van van Venrooij contra Jan School in verband met de schouwvoering te Nistelrode. In het eerste document worden achtereenvolgens genoemd: Christiaen Beijnen, Jan Dirks schepen, Jacob van Steenbergen schepen, Dirk Pieters, Pieter Jansse, Neelis Geerts, Dirk Corsten, Jan Rijsterberg, advocaat van Ackersdijk, Peeter van Drunen, Thomas van Heumen, de weduwe Jacobus van Heumen, Johannis van Drunen, de hoeve de Windmolenberg, B. Nederburgh procureur [15 maart 1773]
Specificatie behorend bij document 1.
Artikelen en vraagpunten ten behoeve van de zaak tussen Hermanus van Venrooij en Johannis Alleger pachter en medestander van de houtschat van Nistelrode 1771-1776 in verband met de ondervraging van de vorster Johannes Rijsterborgh. Deze is in 1755 vorster geworden en speelde een rol bij de schouwvoering van de wegen en waterlopen. Het betreft hier de loop in het Maxeind stromende langs Gorissenbunder. In totaal 18 artikelen ondertekend door Abraham Bastide en Abraham Verster, beiden verbonden aan de leen- en tolkamer. [23 maart 1773]
Aantekeningen van de landsadvocaat de Bije in deze schouwvoeringkwestie. In dit documenten worden o.a. genoemd: Jan School, Jacob Huybers, Cornelis Jansen, Pieter van Drunen, Thomas Willems, kinderen van Thomas van Heumen, Hendrik Teunis Zegers, Jacob Ariens, Hendrik van Geffen, Gerit Reijnders, Hendrik Martens, Gerrit Leenders, de hoeve de Meubelenbergh [elders: Windmolenberg en Wijmelenberg….wat is het nu?], de Leijenloop [ongedateerd]
Aantekeningen van de schepenen over de vorster en zijn functioneren rond de schouwvoeringen [ongedateerd]
Memorie tot beantwoording van de 11 vraagpunten voorgesteld door de landsadvocaat de Bije; de namen in dit stuk zijn de volgende: Jan School, Jacob Huijbers, Cornelis Jansen, Thomas willems, Peeter van Drunen, Thoma svan Heumen, de weduwe Jacobus van Heumen, Peter Rommen schoonvader van Huybers, J. Alleger, Christiaan Beijnen, Achterstraatse Beemden, de Hooge Zijde, de hoeve de Wijmelenberg of Windmolenberg [ongedateerd]
Verklaring voor de schepenen van Nistelrode door Jan Dirk Jansen regerend schepen [48], Dirk Peters oud-president [72 of 73], Gerrit Symons oud-schepen [70] en Jacob van Steenbergen oud-schepen. Zij leggen op verzoek van Hermanus van Venrooij en Johannis Alleger verklaringen af over de bedoelde schouwvoering. In dit stuk worden genoemd: Willem Tabbers, de weduwe Dirk Thomassen, Anthony Verweijst, Gerrit Jan Teunissen, Hendrik Meeuwissen, deurwaarder Molhuijsen, Peeter van Drunen, Jan Jansse van der Heijden wonende te Vorstenbosch. Ook volgt een verklaring van Jacob Ariens Verweijst [76] nl.: de loop tussen de Hoogsteeg en Gorissenbunder waarin een ‘zeijl of schoor’ lag waar het water onderdoor liep. In dezelfde serie is ook een verklaring opgenomen van Hendrik Teunis Zegers oud-president [62], waarin vermeld staan: de Achterstraat, de Weijst, Gorissenbunder, het Maxeynd [ongedateerd]
omslag 12
Brief van Samuel Keuchenius geschreven vauit Alem aan de Heer J.Schouw secretaris te Oirschot betreffende een kwestie tussen schuldeiser Jan Vermeulen enerzijds en A. van Dooren anderzijds inzake de verkoop van klompenhout. [22 april 1785]
Brief van S. Keuchenius vanuit Alem geschreven waarin een zekere Dominee van Coevorden en de schuldeiser Goosen Wolf worden genoemd. [4 augustus 1785]
Briefje van de erfgenamen van predikant van Coevorden/Coeverden verklaren dat Jan Vermeulen aan hun overleden broer Ds. C. van Coeverden 80 gulden heeft betaald als borg voor van Doorn vanwege gekochte bomen op 18 december 1779 en 25 november 1780. Het briefje is geschreven vanuit Bommel. [28 augustus 1785]
Briefje van Samuel Keuchenius vanuit Alem inzake de borgen in de kwestie rond de gekochte bomen en het verschuldigde bedrag. Hierin worden weer genoemd predikant van Coeverden en Arnoldus van Dooren, Jan Vermeulen en gerechtsbode de Roos [6september 1786]
Bekentenis van Arnoldus van Doorn, klompenmaker te Heerewaarden, dat hij 324 bomen heeft gekocht van de Heer C. van Coeverden staande te Heerewaarden in den Triangel en aan de Voorweg, die de predikant heeft aangekocht van Mevrouwe de Generaalse van Oijen, iedere boom tegen 4 gl. en 15 st.. Hij kan ze steeds in partijen van 25 rooien. Alle bomen dienden gerooid te zijn voor 1 januari 1781, waarna ook alle ontstane gaten en kuilen gedicht moesten zijn. Ondertekend door J.H.Abbing. Hierna volgt een chronologisch overzicht van gerooide bomen en de betaling ervan. Uit dit schrijven is op te maken dat de Roos gerechtsbode is te Heerewaarden en de Heer van Coeverden in Leeuwen woont.[25 november 1780]
Enveloppe geadresserd aan de Heer H. van Voorst procureur te Oirschot.

Idem aan de Heer Santvoort in ‘sBosch afkomstig van Jan Vermeulen te Herwaarden.



Briefje van Keuchenius aan Santvoort geschreven vanuit Alem over de dagvaarding van Jan Vermeulen [9 october 1786].
omslag 13
Men heeft een supplicatie ontvangen van Gerardus van Rooij president-schepen te Empel en Meerwijk, verklarende dat hij in zijn woonplaats bij afwezigheid van de drossaard of officier, die plaats mag bekleden en dientengevolge het recht heeft de bank te spannen over o.a. verkopingen en andere publieke acten, de dorpsrekening op te nemen en te tekenen, nieuw aangestelde borgemeesters de eed af te nemen en datgene te doen wat door de drossaard gedaan zou zijn. Een gebruik dat men op meerdere plaatsen kent. Secretaris is op dat moment Johannes Vriezekolk. Ze zijn o.a. opgetreden bij de publieke verkoping begin december 1788 ten sterfhuize van Allegonda Mol weduwe van Arnoldus de Vaan. De secretaris heeft goedgevonden het huis van de weduwe te laten taxeren ten overstaan van drie schepenen, zonder hiervan melding te maken bij de drossaard of diens plaatsvervanger. Hierover ontstaat discussie.Ondertekend C.A.Maclaine, gevolgd door een verklaring uitgegeven te Empel [resp. 23 januari en 9 februari 1789].
Briefje van een zekere W. van Alphen uit Den haag aan advocaat Santvoort [14 februari 1789]
Idem [5 maart 1789]
Voor de Raad en Leenhof van Brabant zijn verschenen Mr. Felix van Maanen als procureur van Gerardus van Rooij president-schepen van Empel en Meerwijk in het proces tegen Johannes Vriezekolk secretaris aldaar, ondertekend door van Alphen. [ongedateerd]
Briefje van van Alphen waarin staat dat in verband met de cautie van secretaris Vriezekolk is benoemd de cautionaris Nicolaas van Doorn. [4 mei 1789]
Voor Michiel Althuijsen notaris voor de Raad en Leenhof van Brabant te ‘sBosch is verschenen Nicolaas van Doorn koopman, die zich borg heeft gesteld voor de onkosten van het proces tegen Vriezekolk. [11 april 1789].
Voor de schepenen van ‘sBosch Pieter Dirk Santvoort notaris en procureur in deze stad die refereert aan gemaakte onkosten in het proces van Rooij contra Vriezekolk. [ongedateerd]
Memorie in de zaak Johannes Vriezekolk secretaris van Empel contra Gerardus van Rooij als president-schepen in dezelfde plaats in 21 pagina’s. [ongedateerd]
Briefje van van Alphen aan secretaris Vriezekolk referend aan de pinkstervakantie en de toezending van bovengenoemde ‘fraaij bewerkte memorie’. [25 juni 1789]
Briefje van van Alphen aan Vriezekolk met verwijzing naar de activiteiten van advocaat van Hamel inzake onderhavige kwestie. [15 juli 1789]
Extract uit het register van resoluties van de Heren Schepenen der heerlijkheid Empel en Meerwijk n.a.v. de vergadering van 10 augustus 1789. Hierin wordt gemeld dat de Heer van Empel bekend maakte het vertrek van de Heer J. van Maanen die de functie van drossaard en schout waargenomen zou hebben en de aanstelling van een zekere Heer Johan Godfried Helmcke volgens commissie van 9 april 1789 en is aan Gerardus van Rooij verzocht die functie waar te nemen als Helmcke afwezig is. Ondertekenaars: Johan Godfried Helmcke, G.v.Rooij president, J. Verwers, A. Hagelaar, W.Wolfs, H.v.Balcom en lager stond J. Vriezekolk substituut-secretaris. [9 october 1789]
Proces voor de Raad van Brabant van Johannes Vriezekolk contra Gerardus van Rooij – een conclusie van antwoord. [ongedateerd]
Briefje van van Alphen aan griffier Santvoort met ingesloten een conclusie van repliek namens Gerardus van Rooij, die was verschenen voor procureur Mr. Felix van Manen [9 maart 1790]
Briefje van van Alphen vanuit Den Haag. [13 maart 1790]
Briefje van Vriezekolk aan Santvoort i.v.m. het opmaken van de rekening. [17 maart 1790]
Breifje van J.J.G.Ernest vanuit Geldrop met een verklaring dat in 1751 aldaar president-schepen is geweest Daniel van Zeeland en dat toentertijd Adolf de Groot schepen was. [20 februari 1789]
Briefje van J.J.G.Ernest vanuit Geldrop aan Vriezekolk aangaande de functie van Daniel van Zeeland. [15 april 1789]
Briefje van J.J.G.Ernest vanuit Geldrop aan Vriezekolk dat wijlen Daniel van Zeeland is aangesteld tot president-schepen op 18 september 1736 en Hendrik de Laure 13 april 1752. [10 mei 1789]
Brief van P.Haeck schout te Breda aan Vriezekolk over de detentie van Thomas Bouthier en Jean Donné Bouthier gebroeders, geboortig van Luik, met hun bijzitten genaamd Catharina en Anna Fause, die bekend hebben in de Baronie van Breda inbraken en diefstallen te hebben gepleegd, van welke bende tevens te Roosendaal is gedetineerd Gerardus Massin met zijn bijzit, de moeder van genoemde broers, een meisje van 15 à 16 jaren en nog ’n jongen. Volgens de laatste berichten zou die groep zich ook schuldig hebben gemaakt aan doodslag en vrouwenverkrachting. Hij stuurt nu alle officieren en drossaards in de Meierij hierover bericht in de hoop dat men hem inseint of deze groep meer ongeregeldheden heeft begaan. [14 augustus 1787]
Briefje van H.A. van Adrichem uit ‘sBosch aan Vriezekolk waarin hij meldt vanuit Ravenstein de beëdigde attestatie te hebben ontvangen van Jan van Gulik landsbode aldaar, die verklaart dat aldaar buiten de stad op het ‘conterscherp’ ten huize van Jan van den Bogaard, een zekere Karel, middelmatiig van postuur, een zwart paard heeft gekocht met een half blind ook en een dracht in de manen, voor 11 gulden. Dat dezelfde avond nog een man bij hem is gekomen uit Empel die kwam verklaren dat dat paard bij hem was gestolen. Die heeft het paard teruggekregen. Van die man wil hij nog een attestatie hebben om die te kunnen gebruiken tegen genoemde paardendief. Aangezien Adrichem niet weet of er al een drossaard is aangesteld in Empel schrijft hij de secretaris maar aan. [18 augustus 1788]
omslag 14

Briefje van Vriezekolk vanuit Kessel aan griffier Santvoort. [16 maart 1791]


Briefje van griffier Santvoort vanuit ‘sBosch waarin hij memoreert aan de door Vriezekolk ingestuurde dagvaarding die hij van de Heer van Empel heeft ontvangen tegen hem zelf. Inliggend een relaas van de vorster van de heerlijkheid Empel, die namens J.W.Hannes als Heer van Empel secretaris Johan Vriezekolk laat dagvaarden op 18 maart 1791 [16 maart 1791]
Antwoord aan de heren Schepenen van Empel in naam van Johan Vriesekolk secretaris der heerlijkheid contra Jan Willem Hannes Heer van genoemde heerlijkheid in 35 artikelen, ondertekend door J.A.Doornik [ongedateerd]
Briefje van Vriezekolk vanuit Kessel aan de Heer Santvoort betreffende zijn zaak tegen de Heer van Empel. [14 september 1792]
Briefje van Vriezekolk vanuit Kessel aan de Heer Santvoort in verband met het bezorgen van de ‘schriftuure van duplicq’.
Akte waarin verschenen zijn de Heer van Empel en Meerwijk de weledelgeboren Heer J.W.Hannes en de Heer Joh. Vriezekolk met zijn erfgenamen wonende te Utrecht en te Kessel. De akte betreft het waarnemen der secretarie te Empel, eerst bij wijze van substitutie, vanwege de gedane aanstelling van Adriaan den Hartog. In de akte worden 10 condities vermeld. [ongedateerd]
omslag 15
Briefje van A.A.van Galen vanuit ‘sBosch. [3 november 1792]
Briefje van A.A. van Galen vanuit ‘sBosch. [15 november 1792]
Briefje van Vriezekolk vanuit Kessel aan griffier Santvoort met inliggend het nodige commentaar op artikelen uit de opgestelde eis. Het betreft blijkbaar een scabinale openbare verkoping op 10 en 11 maart 1789 van de roerende goederen van wijlen de weduwe van wijlen Ant. Deckers. Achterop een staatje getiteld ‘staende t’eerste huuwlijk aangekogt’ met bovenin grootvader-grootmoeder, op de 2e regel eerste man-moeder-stiefvader en de 3e regel kinderen. [16 november 1792]
Briefje van Santvoort vanuit ‘sBosch aan Vriezekolk over de ingediende papieren. [27 mei 1793]
Klein briefje betreffende de genoemde openbare verkoping van de inboedel van wijlen de weduwe van Antonij Deckers op 10 en 11 maart 1789.
Eis en aanspraak van Johan Vriesekolk contra Lambertus Deckers en Antony Deckers voor de schepenen van de heerlijkheid Empel. Ook wordt zwager Willem Wolfs genoemd. Drie verschillende akten van resp. 38, 39 en 32 artikelen. [1792-1793
Minuut van eis voor Johannes Vriezekolk contra Lambertus Deckers en Antony Deckers met inliggend een lijst van men op 10 en 11 maart 1789 heeft aangetroffen aan goederen met bijbehorende prijzen. Het betreft huisdieren, landbouwgereedschap en andere huisraad. [4 maart 1793]
Briefje van Vriezekolk vanuit Kessel. [17 juni 1793]
omslag 16
Conclusie van eis in het proces voor de Raad en Leenhof van Brabant door Bastiaan Nederburgh als procureur van Petrus Werden pachter van de stadsimpost op de brandewijnen en gedistilleerd te ‘sBosch over 0ctober 1770 tot september 1771 tegen Nicolaas van Tienbergen grossier en koopman in gedistilleerde wateren te ‘sBosch. [28 juli 1772]
Kort briefje over bovengenoemd proces i.v.m. de borgstelling der kosten. [ongedateerd]
Schrijven waarin beide bovenstaande stukken staan opgenomen.
Notulen betreffende de zaak N. van Tienbergen contra P.Werden. Hermanus van Venroij heeft zich borg gesteld. [ongedateerd]



1   ...   11   12   13   14   15   16   17   18   19


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina