Reader literatuur De donkere kamer van Damokles W. F. Hermans Havo 4 Periode 2



Dovnload 190.79 Kb.
Pagina1/6
Datum24.08.2016
Grootte190.79 Kb.
  1   2   3   4   5   6
Reader

literatuur
De donkere kamer van Damokles
W.F. Hermans


Havo 4

Periode 2

Inleiding

Voor je ligt de reader literatuur Havo 4, periode 2. In deze periode richten wij ons op het lezen van het boek De donkere kamer van Damokles en de romananalyse. Dit jaar lees je voor literatuur vier boeken. Ook volgend jaar krijg je literatuur. Aan het eind van Havo 5 krijg je een mondelinge toets over alle gelezen werken van Havo 4 en Havo 5. Voor Literatuur krijg je een schoolexamen cijfer dit telt mee voor je combinatie cijfer.


Het eerste boek in Havo 4 lees je in een groepje. Dat noemen we je leesclubje. In deze reader zijn opdrachten opgenomen die je moet maken, de meeste naar aanleiding van het gelezen boek. Achterin staat een overzicht van de literaire begrippen.
Aan het eind van periode 2 heb je een toets romananalyse. In periode 3 lees je twee boeken en daar maak je een handelingsdeel bij. In periode 3 is er geen toets. Aan het eind van periode 4 maak je een toets poëzieanalyse.
Je doet deze reader in een snelhechter, waar je ook een aantal blaadjes in stopt, zodat je de opdrachten goed kan maken.
Deze reader moet aan het eind van het jaar, samen met alle opdrachten, in een multomap worden gedaan zodat het als naslagwerk kan dienen, voor je mondeling in Havo 5. Alles wat je maakt voor literatuur in Havo 4 en 5 moet ook in de multomap worden gestopt. Bewaar hem dus goed!

Veel succes!



De Leesautobiografie - Handelingsdeel




Opdracht 1a. Schrijf een leesautobiografie


Bij de start van het vak letterkunde krijg je de opdracht om in een persoonlijk verslag te beschrijven welke leeservaringen je tot nu toe in je leven hebt opgedaan. In deze leesautobiografie behandel je een (groot) aantal van onderstaande vragen:



  1. voorlezen

Las je vader/moeder/oppas/... vroeger voor? Weet je nog uit welke boeken? Had je een favoriet boek/sprookje/verhaal?

  1. basisschool

Las de juf/meester voor? Zo ja, uit welke boeken? Wat vond je daarvan? Wanneer ging je zelf boeken lezen? Las je veel/weinig? Welke boeken?

  1. thuis

Wordt er bij jou thuis graag/weinig/met tegenzin gelezen? Heb je eigen boeken? Zelf gekocht of gekregen? Wat voor boeken? Praten jullie thuis over boeken?

  1. Lezen op de middelbare school tot H4

Wat las je in klas1/2/3? Als je dit schooljaar voor het eerst op College de Heemlanden zit, vertel dan over wat je gelezen hebt op je vorige school. Moest je verplicht boeken lezen? Zo ja, hoeveel? Als je bent blijven zitten, vertel dan over je ervaringen met het lezen vorig jaar.

  1. wat voor lezer ben je?

Wat hebben boeken tot nu toe voor je betekend? Vertel ook welke boeken je hebt gelezen. Heb je een lievelingsboek? Is er ook een boek dat je juist helemaal niks vond? Wat vind je mooi? Wat vind je lastig? Welke verhalen herinner je je nog? Welke verhaalfiguren hebben indruk op je gemaakt? Wat zijn voor jou de kenmerken van een goed boek?

  1. plannen voor H4

Welke boeken wil je lezen dit schooljaar? Waarover moet een boek dat jou aanspreekt, gaan? Hoe ga je boeken zoeken? Wat verwacht je van je docent Literatuur?

Let op: de leesautobiografie is een doorlopend verhaal van 400 à 500 woorden waarin je zoveel mogelijk concrete voorbeelden geeft van boeken en schrijvers. Daaraan voeg je toe: je persoonlijke top tien van beste boeken die je hebt gelezen, en als je dat wil ook de top vijf van slechtste boeken.


Opdracht 1b. Van fictie naar literatuur

In de onderbouw heb je ook al het vak literatuur gehad, maar toen heette dat fictie. Ga eens na wat je nog weet van fictie in de onderbouw. Maar een lijst met de volgende begrippen: perspectief, tijd, volgorde, plaats/ruimte, thema, motief.


Schrijf achter de begrippen wat je er nog van weet. Wees zo uitgebreid mogelijk. Deze lijst is een bijlage bij je leesautobiografie.

Opdracht 2 De donkere kamer van Damokles – een introductie





  1. Waarover denk je dat het gaat?

.......................................................................................................................................

........................................................................................................................................

........................................................................................................................................

........................................................................................................................................

........................................................................................................................................

........................................................................................................................................

2. Spreekt de titel je aan? Waarom wel of niet?

........................................................................................................................................

........................................................................................................................................

........................................................................................................................................

........................................................................................................................................

........................................................................................................................................


Je docent en/of medewerker van de bibliotheek vertelt iets over het boek De donkere kamer van Damokles en over Willem Frederik Hermans, de auteur van het boek.

Beantwoord nu de volgende vragen:




  1. In welke tijd is het boek geschreven?

…………………………………………………………………………………………………..




  1. Waarom heeft Hermans dit boek gemaakt?

........................................................................................................................................

................................................................................................................................................................................................................................................................................

........................................................................................................................................


  1. Wat vind je van de omslag, waarom is het zo gekozen?

........................................................................................................................................

........................................................................................................................................

........................................................................................................................................

........................................................................................................................................




  1. Verwacht je dat je het een leuk boek vindt of juist niet?

........................................................................................................................................

........................................................................................................................................

........................................................................................................................................

........................................................................................................................................

........................................................................................................................................

........................................................................................................................................

........................................................................................................................................

........................................................................................................................................



Opdracht 3 Leesclubje maken

In de komende lessen ga je per groepje het boek van Hermans lezen. Samen met vier andere leerlingen lezen jullie samen op. Je spreekt dus af hoe ver je volgende keer bent. Je docent geeft aan hoe de leesclubjes gevormd worden.



Invullen logboek leesclub
Aan het begin van iedere les vul je met je leesclubje het logboek in. Het logboek krijg je van je docent en lever je als groepje ook weer in aan het einde van de les. Het logboek bestaat telkens uit twee onderdelen. Hieronder worden de onderdelen uitgelegd.


  1. De leesmeter

Het eerste onderdeel heet de leesmeter. De leesmeter is een tabel waarin je bijhoudt hoe ver iedereen is met lezen. In de eerste kolom vul je ieders naam in. In de tweede kolom noteer je hoe ver je bent gekomen met lezen, op welke bladzijde je bent. In de laatste kolom noteer je tot hoever jullie hebben afgesproken om de volgende keer te lezen. Let op: kijk op de planner wanneer je het boek uit moet hebben! N.B. Niets lezen is geen optie, alles vlak voor de laatste les lezen ook niet. Je moet het verspreiden over de lessen.




  1. De vraag

Iedere les heeft iedereen weer een nieuw stuk gelezen van het boek. Je bespreekt met elkaar wat je hebt gelezen en kijkt of iedereen alles begrepen hebt. Als je vragen hebt kun je terecht bij elkaar en als je er niet uitkomt bij je docent.


Vervolgens krijg je van je docent een discussievraag.
Bespreek met elkaar wat het antwoord zou kunnen zijn op de vraag. Lees eventueel het stukje nog eens terug in het boek. Wat denken de anderen dat het antwoord zou kunnen zijn? Probeer samen tot een antwoord te komen. Twijfel je tussen twee antwoorden, schrijf ze dan allebei op. Loop je vast, ga dan naar je docent en vraag om hulp.
Maak een kort verslag van jullie bespreking in het logboek.
Discussievragen
Vraag 1
Naast zijn vrouw Ria, spelen zijn moeder en Marianne Sondaar een belangrijke rol in Osewoudts leven. Welke betekenis heeft elk van deze drie vrouwen voor hem?

Vraag 2

Is Osewoudt in jouw ogen een psychopaat, slachtoffer of een bedrieger? Wat bepaalt je mening?


Vraag 3




  1   2   3   4   5   6


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina