Recht op ocmw-dienstverlening bij gezinshereniging met een derdelander



Dovnload 64.69 Kb.
Datum27.08.2016
Grootte64.69 Kb.







Recht op OCMW-dienstverlening bij gezinshereniging met een derdelander


Deze tekst werd bijgewerkt op 15 november 2011.
Inhoud
Inleiding

1. Gezinshereniging met een derdelander met verblijfsrecht van onbepaalde duur

2. Gezinshereniging met een derdelander met verblijfsrecht van bepaalde duur

3. Veelgestelde vragen

3.1. Kan maatschappelijke dienstverlening geweigerd worden omdat de verblijfsvoorwaarden niet (meer) vervuld zijn?

3.2. Wat met het recht op leefloon of financiële steun wanneer het afleveren van de bijlage 35 n.a.v. het indienen van een schorsend beroep bij de RVV vertraging oploopt?

3.3. Kunnen of moeten de lokale besturen informatie doorgeven aan de DVZ?

3.3.1. OCMW - beroepsgeheim

3.3.2. Blijven de in de wet opgelegde voorwaarden dan dode letter?

Voor een overzicht van de verblijfsprocedures verwijzen we naar www.vreemdelingenrecht.be.

Voor informatie over het recht op OCMW-dienstverlening bij gezinshereniging met een EU-burger of een Belg verwijzen we naar de tekst ‘Recht op OCMW-dienstverlening voor EU-burgers en hun familieleden’ op www.vvsg.be.
Inleiding

Hulpvragen van vreemdelingen die een procedure gezinshereniging lopende hebben of die een verblijfsrecht gekregen hebben op basis van een gezinshereniging roepen bij de OCMW’s vaak vragen op. Niet in het minst omdat dat de procedure gezinshereniging erg complex is en er vaak voorwaarden gesteld worden in verband met het ten laste zijn van de persoon die al in België is of het hebben van voldoende bestaansmiddelen, voldoende huisvesting of een ziekteverzekering.

In deze tekst gaan we in op gezinshereniging met een ‘derdelander’. Daarmee bedoelen we een vreemdeling uit een land dat geen lidstaat is van de EU1.

Opgelet! We hebben ook een aantal vragen over het recht op maatschappelijke dienstverlening aan de POD Maatschappelijke Dienstverlening (hierna POD MI) voorgelegd. In afwachting van het antwoord, duiden we aan wanneer we bevestiging aan de POD MI gevraagd hebben. Wie in die gevallen absolute zekerheid wil over de terugbetaling door de POD MI, stelt best een vraag aan de help desk van de POD MI.

Voorafgaande Opmerking: In de tekst is er sprake van het onmiddellijk afleveren van elektronische kaarten. In de praktijk wordt nooit onmiddellijk een elektronische kaart afgeleverd omdat die kaarten op een centrale plaats aangemaakt worden. Het duurt bijgevolg een paar weken vooraleer de gemeente ze krijgt en aan de betrokkene kan afleveren. Om die periode te overbruggen, levert de gemeente in principe een bijlage 15 af.


  1. Gezinshereniging met een derdelander met verblijfsrecht van onbepaalde duur2

Er zijn twee mogelijkheden om de aanvraag gezinshereniging in te dienen. Ofwel vanuit het herkomstland. Ofwel tijdens een legaal of illegaal verblijf in België.


Aanvraag in het herkomstland
Wanneer de aanvraag wordt ingediend terwijl het familielid nog in het herkomstland verblijft en de DVZ staat de gezinshereniging toe, wordt een visum type D afgeleverd. Met dat visum kan het familielid naar België komen. Bij aankomst moet het familielid zich binnen de 8 werkdagen aanmelden bij de gemeente. Na een positieve woonstcontrole levert de gemeente een elektronische A kaart voor één jaar af en wordt het familielid in het vreemdelingenregister ingeschreven. In afwachting daarvan krijgt het familielid tijdelijk een bijlage 15 waarmee het familielid in principe al recht heeft op maatschappelijke dienstverlening. We hebben de bevestiging van de POD MI gevraagd.

Inschrijving: vreemdelingenregister
Aanvraag tijdens legaal verblijf3
a) Indien het familielid een verblijfsrecht van meer dan drie maanden in een andere hoedanigheid (bijvoorbeeld als student) heeft, kan de aanvraag gezinshereniging tijdens het legaal verblijf in België worden ingediend. Ook bepaalde familieleden die slechts een legaal kort verblijf hebben (van maximum drie maanden), kunnen de aanvraag gezinshereniging tijdens dat legaal kort verblijf in België indienen. De volgende familieleden die slechts een legaal kort verblijf hebben, kunnen de procedure gezinshereniging niet opstarten in België:

  • de visumplichtige echtgenoot of partner: er moet een visum C om te huwen of om een wettelijke samenwoonst af te sluiten worden aangevraagd en het huwelijk of de samenwoonst moet afgesloten worden tijdens het legaal kort verblijf;

  • het visumplichtig eigen kind van de geregistreerde partner;

  • het visumplichtig meerderjarig gehandicapt kind.

De familieleden die de procedure gezinshereniging niet kunnen opstarten tijdens een legaal kort verblijf in België, kunnen de aanvraag gezinshereniging indienen bij de Belgische diplomatieke post in het herkomstland of bij de gemeente in België wanneer buitengewone omstandigheden een terugkeer naar het herkomstland verhinderen (zie punt c)).


b.) Wanneer de aanvraag wordt ingediend terwijl het familielid legaal in België verblijft, onderzoekt de gemeente of de aanvraag in overweging kan worden genomen.
b.1.) Indien het familielid alle vereiste documenten kan voorleggen, neemt de gemeente de aanvraag in overweging. Het familielid krijgt een bijlage 15bis. De gemeente maakt de aanvraag en een kopie van de bijlage 15bis onmiddellijk over aan de DVZ. De gemeente kan geen attest van immatriculatie afleveren na een positieve woonstcontrole. Dat kan pas na instructie van de DVZ (zie b.3.)).

Of het familielid recht heeft op maatschappelijke dienstverlening, hangt af van het verblijfsrecht van het familielid. Familieleden met een verblijfsrecht van meer dan 3 maanden, hebben in die hoedanigheid recht op maatschappelijke dienstverlening. Familieleden met een legaal kort verblijf in principe niet. We hebben verdere verduidelijking aan de POD MI gevraagd.



Inschrijving: geen
b.2.) Indien het familielid niet alle vereiste documenten kan voorleggen, neemt de gemeente de ingediende aanvraag niet in overweging en krijgt het familielid een bijlage 15ter. De gemeente bezorgt de DVZ onmiddellijk een kopie van de bijage 15ter. Er is alleen een niet schorsend beroep bij de RVV mogelijk.

Of het familielid recht heeft op maatschappelijke dienstverlening, hangt af van het verblijfsrecht van het familielid. Familieleden met een verblijfsrecht van meer dan 3 maanden, hebben in die hoedanigheid recht op maatschappelijke dienstverlening. Familieleden met een legaal kort verblijf in principe niet. We hebben verdere verduidelijking aan de POD MI gevraagd.



Inschrijving: geen
b.3.) Indien de DVZ de aanvraag ontvankelijk verklaart of indien de DVZ geen beslissing neemt binnen de 5 maanden vanaf de datum van de bijlage 15bis, wordt het familielid ingeschreven in het vreemdelingenregister en levert de gemeente een attest van immatriculatie dat vervalt ten laatste 6 maanden na de datum van afgifte van de bijlage 15bis (2x verlengbaar met 3 maanden). Gedurende deze termijn van maximaal 12 maanden onderzoekt de DVZ de aanvraag ten gronde.

Het familielid heeft recht op maatschappelijke dienstverlening.



Inschrijving: vreemdelingenregister
b.5.) Indien de DVZ de aanvraag onontvankelijk verklaart, krijgt het familielid een bijlage 15quater (eventueel met bevel). Er is alleen een niet schorsend beroep bij de RVV mogelijk.

Of het familielid recht heeft op maatschappelijke dienstverlening, hangt af van het verblijfsrecht van het familielid. Familieleden met een verblijfsrecht van meer dan 3 maanden, hebben in die hoedanigheid recht op maatschappelijke dienstverlening. Familieleden met een legaal kort verblijf in principe niet. We hebben verdere verduidelijking aan de POD MI gevraagd.



Inschrijving: geen
Aanvraag tijdens illegaal verblijf
c.) Wanneer de aanvraag wordt ingediend terwijl het familielid illegaal in België verblijft4, moet het familielid buitengewone omstandigheden aantonen om de aanvraag in België te kunnen indienen. De DVZ aanvaardt slechts uitzonderlijk dat deze buitengewone omstandigheden voorhanden zijn.

Ook familieleden die de gezinshereniging niet kunnen opstarten tijdens een legaal kort verblijf in België (zie a)), kunnen de aanvraag gezinshereniging indienen bij de gemeente in België wanneer buitengewone omstandigheden een terugkeer naar het herkomstland verhinderen


c.1.) De gemeente gaat na of de aanvraag in overweging kan worden genomen. Daartoe moet het familielid alle vereiste documenten voorleggen. Vervolgens maakt de gemeente de aanvraag over aan de DVZ en gaat ze over tot een woonstcontrole5. Alleen de DVZ oordeelt over de buitengewone omstandigheden. De gemeente kan beslissen een attest van inontvangstname af te geven als bewijs dat een aanvraag werd ingediend. Hiervoor bestaat geen wettelijke basis en er bestaat evenmin een modelattest dat de gemeente kan gebruiken. Een dergelijk attest van inontvangstname is géén formeel bewijs van de aanvraag en doet geen enkele behandelingstermijn lopen. Het familielid kan ook geen rechten putten uit het attest van de gemeente. Het familielid heeft geen recht op maatschappelijke dienstverlening (tenzij eventueel dringende medische hulp).

Inschrijving: geen
c.2.) Indien de gemeente de ingediende aanvraag niet in overweging neemt, bijvoorbeeld omdat niet alle documenten overgemaakt werden, krijgt het familielid een bijlage 15ter (eventueel met bevel). Er is alleen een niet schorsend beroep bij de RVV mogelijk. Het familielid wordt niet ingeschreven en heeft geen recht op maatschappelijke dienstverlening (tenzij eventueel dringende medische hulp).

Inschrijving: geen
c.3.) Indien de DVZ de aanvraag ontvankelijk verklaart (hiervoor werd geen termijn bepaald, in de praktijk kan het een jaar of langer duren), wordt het familielid in het vreemdelingenregister ingeschreven en krijgt het familielid een bijlage 15bis en een attest van immatriculatie model A. Dit attest is 6 maanden geldig (2x verlengbaar met 3 maanden). Gedurende deze termijn onderzoekt de DVZ de aanvraag ten gronde. Het familielid heeft recht op maatschappelijke dienstverlening.

Inschrijving: vreemdelingenregister

c.4.) Indien de DVZ de aanvraag onontvankelijk verklaart, krijgt het familielid een bijlage 15quater (eventueel met bevel). Er is alleen een niet schorsend beroep bij de RVV mogelijk. Het familielid wordt niet ingeschreven en heeft geen recht op maatschappelijke dienstverlening (tenzij eventueel dringende medische hulp).



Inschrijving: geen

Onderzoek ten gronde en verdere procedure

d.1.) Indien de DVZ een positieve beslissing neemt of bij uitblijven van een beslissing binnen de termijn (maximaal 12 maanden), krijgt het familielid elektronische A kaart voor één jaar. Het familielid heeft verder recht op maatschappelijke dienstverlening en blijft in het vreemdelingenregister ingeschreven.



Inschrijving: vreemdelingenregister

d.2.) Indien de DVZ de een negatieve beslissing neemt, wordt er geen verblijfsrecht toegekend. Het familielid krijgt een bijlage 14. Tegen deze beslissing kan een schorsend beroep bij de RVV worden ingediend. Het familielid krijgt dan een bijlage 35 en heeft recht op maatschappelijke dienstverlening. Indien het familielid niet in beroep gaat, eindigt het recht op maatschappelijke dienstverlening bij het verstrijken van de termijn van de bijlage 14 tenzij het familielid op dat ogenblik nog een ander verblijfsrecht heeft.



Inschrijving: vreemdelingenregister

e) Indien de DVZ het toegekende verblijfsrecht beëindigt, krijgt het familielid een bijlage 14ter. Tegen deze beslissing kan een schorsend beroep bij de RVV worden ingediend. Het familielid krijgt dan een bijlage 35 en heeft recht op maatschappelijke dienstverlening. Indien het familielid niet in beroep gaat, eindigt het recht op maatschappelijke dienstverlening bij het verstrijken dan de termijn van de bijlage 14ter tenzij het familielid op dat ogenblik nog een ander verblijfsrecht heeft.



Inschrijving: vreemdelingenregister
f) Indien de RVV het beroep inwilligt, moet de DVZ een nieuwe beslissing nemen. Die kan positief of negatief zijn. Indien de RVV het beroep afwijst, krijgt het familielid een nieuwe termijn op zijn bijlage 14ter. En eindigt het recht op maatschappelijke dienstverlening bij het verstrijken dan de termijn van de bijlage 14ter.
g) Na een tijdelijk verblijf van 3 jaar vanaf de aanvraag kan het familielid een verblijfsrecht van onbepaalde duur krijgen. Het familielid krijgt dan een elektronische B kaart en heeft recht op maatschappelijke dienstverlening. Indien de persoon met wie de betrokkene zich herenigt al een gevestigde vreemdeling is en dus een elektronische C kaart heeft, kan de betrokkene ook onmiddellijk een elektronische C kaart krijgen en ingeschreven worden in het bevolkingsregister. In dat geval is er recht op maatschappelijke integratie.

Inschrijving: vreemdelingenregister of bevolkingsregister



  1. Gezinshereniging met een derdelander met verblijfsrecht van bepaalde duur (A kaart)

Er zijn twee mogelijkheden om de aanvraag in te dienen. Ofwel vanuit het herkomstland. Ofwel tijdens een legaal of illegaal verblijf in België.

Aanvraag in het herkomstland

Wanneer de aanvraag wordt ingediend terwijl het familielid nog in het herkomstland verblijft en de DVZ staat de gezinshereniging toe, wordt een visum type D afgeleverd. Met dat visum kan het familielid naar België komen. Bij aankomst moet het familielid zich binnen de 8 werkdagen aanmelden bij de gemeente. Na een positieve woonstcontrole levert de gemeente een elektronische A kaart af met dezelfde geldigheidsduur als de A kaart van, de vreemdeling die hier al is. Het familielid wordt ook in het vreemdelingenregister ingeschreven. In afwachting daarvan krijgt het familielid tijdelijk een bijlage 15 waarmee het familielid recht heeft op maatschappelijke dienstverlening.



Inschrijving: vreemdelingenregister
Aanvraag tijdens legaal verblijf
a) Indien het familielid een verblijfsrecht van meer dan drie maanden in een andere hoedanigheid (bijvoorbeeld als student) heeft, kan de aanvraag gezinshereniging tijdens het legaal verblijf in België worden ingediend. Ook bepaalde familieleden die slechts een legaal kort verblijf hebben (van maximum drie maanden), kunnen de aanvraag gezinshereniging tijdens dat legaal kort verblijf in België indienen. De volgende familieleden die slechts een legaal kort verblijf hebben, kunnen de procedure gezinshereniging niet opstarten in België:

  • de visumplichtige echtgenoot of partner: er moet een visum C om te huwen of om een wettelijke samenwoonst af te sluiten worden aangevraagd en het huwelijk of de samenwoonst moet afgesloten worden tijdens het legaal kort verblijf;

  • het visumplichtig eigen kind van de geregistreerde partner;

  • het visumplichtig meerderjarig gehandicapt kind.

De familieleden die de procedure gezinshereniging niet kunnen opstarten tijdens een legaal kort verblijf in België, kunnen de aanvraag gezinshereniging indienen bij de Belgische diplomatieke post in het herkomstland of bij de gemeente in België wanneer buitengewone omstandigheden een terugkeer naar het herkomstland verhinderen (zie punt c)).


b.) Wanneer de aanvraag wordt ingediend terwijl het familielid legaal in België6 verblijft, onderzoekt de gemeente of de aanvraag in overweging kan worden genomen.
b.1.) Indien het familielid alle vereiste documenten kan voorleggen, neemt de gemeente de aanvraag in overweging. Het familielid krijgt een bijlage 41bis. De gemeente maakt de aanvraag en een kopie van de bijlage 41bis onmiddellijk over aan de DVZ

Of het familielid recht heeft op maatschappelijke dienstverlening, hangt af van het verblijfsrecht van het familielid. Familieleden met een verblijfsrecht van meer dan 3 maanden, hebben in die hoedanigheid recht op maatschappelijke dienstverlening. Familieleden met een legaal kort verblijf in principe niet. We hebben verdere verduidelijking aan de POD MI gevraagd.



Inschrijving: geen
b.2.) Vervolgens doet de gemeente een woonstcontrole. Indien die positief is7, wordt het familielid in het vreemdelingenregister ingeschreven en krijgt het familielid een attest van immatriculatie model A. Dit attest heeft dezelfde geldigheidsduur als het verblijfsrecht van de persoon die hier al is maar met een maximum van 6 maanden (2x verlengbaar met 3 maanden). Gedurende deze termijn onderzoekt de DVZ de aanvraag ten gronde. Het familielid heeft recht op maatschappelijke dienstverlening.

Inschrijving: vreemdelingenregister
b.3.) Indien de gemeente de ingediende aanvraag niet in overweging neemt omdat niet alle documenten voorgelegd werden, krijgt het familielid een bijlage 41ter. De gemeente bezorgt de DVZ onmiddellijk een kopie van de bijlage 41ter. Er is alleen een niet schorsend beroep bij de RVV mogelijk

Of het familielid recht heeft op maatschappelijke dienstverlening, hangt af van het verblijfsrecht van het familielid. Familieleden met een verblijfsrecht van meer dan 3 maanden, hebben in die hoedanigheid recht op maatschappelijke dienstverlening. Familieleden met een legaal kort verblijf in principe niet. We hebben verdere verduidelijking aan de POD MI gevraagd.



Inschrijving: geen
Aanvraag tijdens illegaal verblijf
c.) Wanneer de aanvraag wordt ingediend terwijl het familielid illegaal in België verblijft8, moet het familielid altijd buitengewone omstandigheden aantonen om de aanvraag in België te kunnen indienen. De DVZ aanvaardt slechts uitzonderlijk dat deze buitengewone omstandigheden voorhanden zijn.

Ook familieleden die de gezinshereniging niet kunnen opstarten tijdens een legaal kort verblijf in België (zie a)), kunnen de aanvraag gezinshereniging indienen bij de gemeente in België wanneer buitengewone omstandigheden een terugkeer naar het herkomstland verhinderen


c.1.) Het familielid moet eerst en vooral alle documenten aan de gemeente voorleggen. Vervolgens doet de gemeente een woonstcontrole. Indien de woonstcontrole positief is, maakt de gemeente de aanvraag over aan de DVZ die dan nagaat of de aanvraag ontvankelijk is. De gemeente kan beslissen een attest van inontvangstname af te geven als bewijs dat een aanvraag werd ingediend. Hiervoor bestaat geen wettelijke basis en er bestaat evenmin een modelattest dat de gemeente kan gebruiken. Een dergelijk attest van inontvangstname is géén formeel bewijs van de aanvraag en doet geen enkele behandelingstermijn lopen. Het familielid kan ook geen rechten putten uit het attest van de gemeente. Het familielid heeft geen recht op maatschappelijke dienstverlening (tenzij eventueel dringende medische hulp).

Inschrijving: geen
c.2.) Indien het familielid niet alle documenten kan voorleggen of indien de woonstcontrole negatief is, maakt de gemeente de aanvraag niet over DVZ. Het familielid krijgt een bijlage 41ter. Er is alleen een niet schorsend beroep bij de RVV mogelijk. Het familielid wordt niet ingeschreven en heeft geen recht op maatschappelijke dienstverlening (tenzij eventueel dringende medische hulp).

Inschrijving: geen
c.3.) Indien de DVZ de aanvraag ontvankelijk verklaart, wordt het familielid in het vreemdelingenregister ingeschreven en krijgt het familielid een bijlage 41bis en een attest van immatriculatie model A. Dit attest heeft dezelfde geldigheidsduur als het verblijfsrecht van de vreemdeling die vervoegd wordt met een maximum van 6 maanden (2x verlengbaar met 3 maanden). Gedurende deze termijn onderzoekt de DVZ de aanvraag ten gronde. Het familielid heeft recht op maatschappelijke dienstverlening.

Inschrijving: vreemdelingenregister
c.4.) Indien de DVZ de aanvraag onontvankelijk verklaart, krijgt het familielid een bijlage 41quater (eventueel met bevel). Er is alleen een niet schorsend beroep bij de RVV mogelijk. Het familielid heeft geen recht op maatschappelijke dienstverlening (tenzij eventueel dringende medische hulp).

Inschrijving: geen
Onderzoek ten gronde en verdere procedure

d.1.) Indien de DVZ een positieve beslissing neemt of bij uitblijven van een beslissing binnen de termijn (maximaal 12 maanden), krijgt het familielid een elektronische A kaart voor dezelfde duur als het verblijfsrecht van de persoon die hier al is. Het familielid heeft verder recht op maatschappelijke dienstverlening en blijft in het vreemdelingenregister ingeschreven.



Inschrijving: vreemdelingenregister
d.2.) Indien de DVZ een negatieve beslissing neemt, wordt er geen verblijfsrecht toegekend. Het familielid krijgt een bijlage 14 (eventueel met bevel). Tegen deze beslissing kan een schorsend beroep bij de RVV worden ingediend. Het familielid krijgt dan een bijlage 35 en heeft recht op maatschappelijke dienstverlening. Indien het familielid niet in beroep gaat, eindigt het recht op maatschappelijke dienstverlening bij het verstrijken dan de termijn van de bijlage 14 tenzij het familielid op dat ogenblik nog een ander verblijfsrecht heeft.

Inschrijving: vreemdelingenregister

e) Indien de DVZ het toegekende tijdelijke verblijfsrecht beëindigt, krijgt het familielid een bijlage 14quater. Tegen deze beslissing kan een schorsend beroep bij de RVV worden ingediend. Het familielid krijgt dan een bijlage 35 en heeft recht op maatschappelijke dienstverlening. Indien het familielid niet in beroep gaat, eindigt het recht op maatschappelijke dienstverlening bij het verstrijken dan de termijn van de bijlage 14quater tenzij het familielid op dat ogenblik nog een ander verblijfsrecht heeft.



Inschrijving: vreemdelingenregister
f) Indien de RVV het beroep inwilligt, moet de DVZ een nieuwe beslissing nemen. Die kan positief of negatief zijn. Indien de RVV het beroep afwijst, krijgt het familielid een nieuwe termijn op zijn bijlage 14quater. En eindigt het recht op maatschappelijke dienstverlening bij het verstrijken dan de termijn van de bijlage 14quater.
g) Een familielid van een vreemdeling die een verblijfsrecht van bepaalde duur heeft, kan enkel een verblijfsrecht van onbepaalde duur krijgen indien de persoon die hier al is ook een verblijfsrecht van onbepaalde duur heeft gekregen. In dat geval kan het familielid na een tijdelijk verblijf van in principe 3 jaar een verblijfsrecht van onbepaalde duur krijgen. Het familielid krijgt dan een elektronische B kaart en heeft recht op maatschappelijke dienstverlening.

Inschrijving: vreemdelingenregister


  1. Veelgestelde vragen


3.1. Kan maatschappelijke dienstverlening geweigerd worden omdat de verblijfsvoorwaarden niet (meer) vervuld zijn?
De wetgeving waardoor het OCMW gebonden is en de verblijfswetgeving staan los van elkaar. Meer zelfs, de verschillende wetgevingen zijn niet op elkaar afgestemd waardoor vreemde of zelfs tegenstrijdige situaties mogelijk zijn.
Wanneer de verblijfswetgeving bepaalde voorwaarden stelt bij het toekennen of het verlengen van een verblijfsrecht, bijvoorbeeld inzake het hebben van bestaansmiddelen om niet ten laste van de staat te komen, dan moet het OCMW in het kader van zijn informatieplicht cliënten erop wijzen dat het uitoefenen van hun recht op OCMW-dienstverlening een risico inhoudt. Maar indien de hulpvrager de in de OCMW-wetgeving gestelde voorwaarden vervult en ondanks het hem uitgelegde risico zijn rechten wil uitoefenen, kan het OCMW dat niet weigeren omwille van het verblijfsrecht. M.a.w. iemand waarvan de wetgever eist dat die in zijn eigen levensonderhoud kan voorzien om een verblijfsrecht te hebben of te behouden, is niet per definitie uitgesloten van het recht op OCMW-dienstverlening en het eventuele recht daarop zal pas stoppen als het verblijfsrecht afgenomen is.
In de procedures gezinshereniging vinden we verschillende voorwaarden terug die te maken hebben met het ten laste zijn van de persoon die het recht op gezinshereniging opent of met het hebben van voldoende bestaansmiddelen. Die voorwaarden kunnen van toepassing zijn bij het toekennen van het verblijfsrecht maar ook bij het verdere behoud ervan en dan zowel bij de controle van de voorwaarden naar aanleiding van een verlenging van een tijdelijk verblijfsrecht als bij een tussentijdse controle door de DVZ. Het al dan niet controleren van deze voorwaarden alsook de beoordeling van het naleven ervan komt alleen toe aan de DVZ. De OCMW’s mogen zich niet in de plaats van de DVZ stellen en OCMW-dienstverlening weigeren omdat de hulpvrager de in de procedure gezinshereniging gestelde voorwaarden niet langer vervuld.
Het OCMW heeft een algemene informatieplicht en moet de hulpvrager naar beste vermogen informeren over het risico dat hij/zij loopt om het gevraagde verblijfsrecht niet te krijgen of te verliezen wanneer het recht op maatschappelijke dienstverlening wordt uitgeoefend. Maar de beslissing om het risico al dan niet te nemen, wordt door de hulpvrager genomen. Het OCMW kan de toekenning van maatschappelijke dienstverlening alleen weigeren indien de in de OCMW-wet gestelde voorwaarden niet vervuld zijn.
3.2. Wat met het recht op leefloon of financiële steun wanneer het afleveren van de bijlage 35 n.a.v. het indienen van een schorsend beroep bij de RVV vertraging oploopt?
Volgens de POD MI bewijst alleen de bijlage 35 dat er correct en tijdig een beroep bij de RVV ingediend werd dat ook de schorsende werking heeft die vereist is om het recht op financiële steun te behouden. Alleen dan zal de DVZ immers de gemeente de opdracht geven om een bijlage 35 af te leveren. Die bijlage 35 bevestigt met andere woorden dat er een beroep werd ingediend, dat dit beroep nog hangende is en dat de betrokken vreemdeling nog steeds een verblijfsrecht heeft. Wanneer de betrokken vreemdeling geen bijlage 35 gekregen heeft, moet hij zelf (of zijn advocaat) contact opnemen met de DVZ om alsnog de bijlage 35 te ontvangen. Het OCMW (of de gemeente) kan eventueel ook zelf de DVZ contacteren met de vraag om zo snel mogelijk de opdracht aan de gemeente te geven om de bijlage 35 af te leveren aan de betrokken vreemdeling. Andere bewijsmiddelen (we denken aan de akte van het beroep, het bewijs van de aangetekende zending, de ontvangststempel van de griffie en de eventuele betaling van het rolrecht) volstaan bijgevolg niet om verder financiële steun met tenlasteneming door de POD MI toe te kennen.
In uitzonderlijke gevallen kan de POD MI beslissen om de toegekende financiële steun toch ten laste te nemen ook al werd er (nog) geen bijlage 35 afgeleverd. Het OCMW moet die gevallen individueel voorleggen aan de POD MI en de nodige bewijsstukken m.b.t. het ingediende beroep voorleggen. Wanneer het OCMW toch financiële steun toekent voor de periode die niet gedekt wordt door een bijlage 35, zal de POD MI de kosten in eerste instantie weigeren. Zodra de bijlage 35 alsnog met vertraging wordt afgeleverd of zodra de RVV de bestreden beslissing vernietigt, kan dit rechtgezet worden en zal de POD MI de kosten ten laste nemen, zowel voor de toekomst als voor de voorbije periode.
3.3. Kunnen of moeten de lokale besturen informatie doorgeven aan de DVZ?
Als er voorwaarden opgelegd worden, stelt zich de vraag naar de controle door de verblijfsrechtelijke instanties. M.a.w. hoe kan de DVZ nagaan of iemand de door de wet opgelegde voorwaarden nog vervult? De DVZ zit centraal in Brussel en kan niet overal ter plaatse gaan kijken. De DVZ vraagt bijgevolg medewerking van instanties die wel ter plaatse zijn en/of rechtstreeks contact hebben met de betrokkenen zoals bijvoorbeeld de lokale besturen. Maar kunnen of mogen die de DVZ helpen en informatie doorgeven?
3.3.1. Kan het OCMW informatie doorgeven aan de DVZ? Wat met het beroepsgeheim van de OCMW’s?
OCMW’s zijn gebonden door het strafrechtelijk gesanctioneerde beroepsgeheim (art. 458 Strafwetboek en artikelen 36 en 50 OCMW-wet). OCMW’s en hun personeelsleden mogen bijgevolg geen ‘geheimen’ van hun cliënten meedelen aan derden. Ook niet als de derde een andere overheidsinstantie is. Het feit dat iemand een beroep doet op OCMW-dienstverlening is een ‘geheim’ omdat de cliënt verwacht dat het OCMW dat feit vertrouwelijk behandelt.
Zolang er geen duidelijke wettelijke regeling is voor het meedelen van informatie over cliënten in het kader van de controle van de verblijfsvoorwaarden, is de VVSG dan ook van mening dat OCMW’s geen informatie over hun individuele cliënten kunnen meedelen aan de DVZ en evenmin aan de gemeente, de (lokale) politie of andere mogelijke betrokken instanties.
Zeer uitzonderlijk en onder beperkende voorwaarden kan informatie gedeeld worden in het kader van het gedeeld beroepsgeheim. D.w.z. dat de derden waarmee op individuele basis informatie gedeeld wordt, op zijn minst ook door het beroepsgeheim gebonden moeten zijn en die informatie met dezelfde doelstelling als het OCMW moeten gebruiken. Ook moet de cliënt op de hoogte zijn en zijn toestemming gegeven hebben. Informatie delen met de gemeente met het oog op het doorgeven daarvan aan de DVZ kan niet.
Wanneer het OCMW (en/of de gemeente) de informatie niet doorgeeft, kan de DVZ de betrokkene vragen om zelf een attest aan het OCMW te vragen.

3.3.2. Blijven de in de wet opgelegde voorwaarden dan dode letter?
Wanneer de VVSG het beroepsgeheim van de OCMW’s zo benadrukt, is dat niet met de bedoeling dat de verblijfsrechtelijke voorwaarden dode letter zouden blijven. Alleen vindt de VVSG dat het beroepsgeheim een belangrijke hoeksteen van de opdracht van het OCMW is en dat er bijgevolg heel omzichtig mee moet worden omgegaan.
Bovendien is er de Kruispuntbank Sociale Zekerheid (KSZ) die juist is opgericht om informatie tussen overheden uit te wisselen. De DVZ kan toegang vragen tot bepaalde in die KSZ beschikbare gegevens. De Privacycommissie zal beoordelen of de wettelijke opdracht van de DVZ volstaat om toegang te krijgen tot bepaalde gegevens.
Dit neemt niet weg dat er gemeenten en OCMW’s zijn die in bepaalde gevallen informatie delen met de DVZ. Soms zelfs op vrij systematische wijze. Dat is volgens de VVSG niet verenigbaar met het beroepsgeheim van OCMW’s. Bovendien zouden gemeenten en OCMW’s die toch informatie aan de DVZ doorgeven, dat met de nodige omzichtigheid moeten doen m.a.w. alleen wanneer de informatie relevant is voor het erkennen of intrekken van het verblijfsrecht hetgeen heel wat inspanningen van het OCMW vraagt omdat de verblijfsprocedures vrij complex zijn.
Het is ook niet perse nodig om informatie door te geven aan de DVZ. De DVZ heeft een overzicht van alle dossiers gezinshereniging. Wanneer de DVZ twijfels heeft in een bepaald dossier, kunnen zij de betrokkene vragen om een attest te bezorgen waarin het OCMW verklaart dat er geen maatschappelijke dienstverlening wordt toegekend. In dit geval vraagt de cliënt zelf aan het OCMW om informatie met betrekking tot zijn situatie te attesteren. De VVSG raadt aan om de cliënt naar aanleiding van die specifieke vraag toch te informeren over de mogelijke draagwijdte van het indienen van een attest waarin staat dat er financiële steun werd toegekend.
Ten slotte zijn ook de OCMW’s niet geheel onmachtig in dergelijke situaties. Gezinsherenigers moeten ook de andere voorwaarden vermeld in de OCMW-wet vervullen om recht te hebben op maatschappelijke dienstverlening.
Het niet meewerken aan het sociaal onderzoek is een geldige reden om de dienstverlening te weigeren. Gezinsherenigers moeten net als andere hulpvragers hun werkbereidheid bewijzen. Indien er geen valabele redenen zijn waarom de betrokkene niet werkt en er onvoldoende inspanningen aangetoond worden om een job te vinden, kan het OCMW de dienstverlening stopzetten. Daarnaast moeten gezinsherenigers net als andere hulpvragers ook behoeftig zijn.
Fabienne Crauwels

VVSG Stafmedewerker vreemdelingenbeleid


Voor meer informatie over de verblijfsprocedures: www.vreemdelingenrecht.be

Voor meer informatie over knelpuntberoepen en arbeidskaarten: www.werk.be


1 Met EU bedoelen we de 15 ‘oude’ en de 12 ‘nieuwe’ EU-lidstaten alsook de EER-staten Liechtenstein, Noorwegen en IJsland.

2 De vreemdeling die het recht op gezinshereniging opent, moet in sommige gevallen gedurende minstens 12 maanden een verblijfsrecht hebben van onbeperkte duur of sinds tenminste 12 maanden een gevestigde vreemdeling zijn. Er zijn uitzonderingen op de termijn van 12 maanden. Zie www.vreemdelingenrecht.be.

3Zie www.vreemdelingenrecht.be voor informatie over de familieleden die hiervoor in aanmerking komen.

4Zie www.vreemdelingenrecht.be voor meer informatie over de familieleden die hiervoor eventueel in aanmerking komen.

5 Er werd niet bepaald wat er moet gebeuren indien de woonstcontrole negatief is nadat de aanvraag gezinshereniging al aan de DVZ werd overgemaakt. De voorafgaande positieve woonstcontrole is enkel een voorwaarde indien de aanvraag gezinshereniging met derdelander met beperkt verblijfsrecht vanuit illegaal verblijf wordt ingediend. Zie verder onder 2.

6Zie www.vreemdelingenrecht.be voor informatie over de familieleden die hiervoor in aanmerking komen

7 Er werd niet bepaald wat er moet gebeuren indien de woonstcontrole negatief is nadat de aanvraag gezinshereniging al aan de DVZ werd overgemaakt. De voorafgaande positieve woonstcontrole is enkel een voorwaarde indien de aanvraag gezinshereniging met derdelander met beperkt verblijfsrecht vanuit illegaal verblijf wordt ingediend.

8 Opgelet! Niet alle familieleden kunnen gebruik maken van deze mogelijkheid. Zie www.vreemdelingenrecht.be voor meer informatie.





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina