Rechtbank groningen de voorzieningenrechter in kort geding



Dovnload 14.45 Kb.
Datum21.08.2016
Grootte14.45 Kb.
Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN


DE VOORZIENINGENRECHTER IN KORT GEDING

Reg.nr.: 81932 / KG ZA 05-281


Datum uitspraak: 27 september 2005

V O N N I S


in de zaak van:

de coöperatieve vereniging AVEBE U.A.,
gevestigd te Veendam aan het Prins Hendrikplein 20,
eiseres,
hierna te noemen Avebe,
procureur mr. J.A. Grimbrere,
advocaat mr. J.M. van Slooten,

en

de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid FNV BONDGENOTEN,


statutair gevestigd te Amsterdam en mede kantoorhoudende te Groningen
aan de Leonard Springerweg 23,
gedaagde,
hierna te noemen FNV,
procureur mr. M.A. Pasma,
advocaat mr. [naam].

PROCESVERLOOP

Avebe heeft de FNV doen dagvaarden in kort geding.
De vordering strekt ertoe bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,
I. FNV Bondgenoten te verbieden om binnen een half uur na betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis door te gaan met het uitroepen en/of organiseren van vakbonds- en publieksgerichte acties, werkstakingen van kortere of langere duur daaronder begrepen, teneinde de naleving van de in de brief aan Avebe d.d. 15 september 2005 gestelde eisen af te dwingen een en ander op straffe van een dwangsom van ? 100.000,-- per dag, voor iedere dag dat de actie voortduurt;
II. FNV Bondgenoten te gebieden haar leden op te roepen om de hiervoor genoemde acties te
beëindigen en weer aan het werk te gaan;
III. FNV Bondgenoten te veroordelen in de kosten van deze procedure, te begroten conform de
regels.

Op de voor de behandeling bepaalde dag, 27 september 2005, zijn namens Avebe verschenen


[naam] voorzitter van de Raad van Bestuur, [naam], financieel directeur, [naam], directeur Personeel en Organisatie en de heer [naam], aardappeldeskundige, vergezeld van advocaat mr. J.M. van Slooten.
Namens de FNV is verschenen [naam], vergezeld van mr. [naam].

Avebe heeft ter zitting haar eis vermeerderd in die zin dat zij verzoekt subsidiair te bepalen dat de acties tenminste worden opgeschort voor de duur van een maand.


De FNV heeft verweer gevoerd tegen de vordering en geconcludeerd Avebe hierin niet-ontvankelijk te verklaren, dan wel deze af te wijzen, met veroordeling van Avebe in de kosten van de procedure.

Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht en pleitnotities overgelegd.

Partijen zijn in de gelegenheid gesteld op elkanders standpunten te reageren.
Vervolgens heeft de voorzieningenrechter de zitting geschorst teneinde een minnelijke oplossing tussen partijen te beproeven.

Nadat de zitting is hervat hebben partijen meegedeeld niet tot overeenstemming te zijn gekomen.

Partijen hebben ten slotte vonnis gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft aansluitend mondeling uitspraak gedaan.

RECHTSOVERWEGINGEN

1. Vaststaande feiten:

a. Avebe is een coöperatieve vereniging die zich richt op de productie en verkoop van aardappelzetmeel en derivaten daarvan.

b. De FNV is een vakvereniging die partij is bij de reguliere CAO van Avebe en bij het Sociaal Plan 2002-2005 dat op 1 augustus 2005 is geëindigd.

c. Bij brief van 14 april 2005 heeft Avebe aan de COR ter advisering voorgelegd een plan voor herinrichting van de organisatie, de zogenaamde Functionele Organisatie, een plan waarbij vier operating companies worden vervangen door twee divisies. Uitvoering van het plan zal leiden tot het vervallen van 186 arbeidsplaatsen. De COR heeft op 25 mei 2005 negatief geadviseerd.

d. Avebe heeft de COR op 21 juni 2005 in kennis gesteld van het besluit tot invoering van de Functionele Organisatie. De COR heeft tegen dit besluit beroep ingesteld ex artikel 26 WOR. Op 29 september 2005 zal dit beroep door de Ondernemingskamer te Amsterdam worden behandeld.

e. Avebe heeft medio juni 2005 het overleg geopend met de vakbonden (FNV, CNV en De Unie) voor een nieuw Sociaal Plan. De bonden hebben op 15 juli 2005 een brief met eisen aan Avebe gezonden. Vervolgens hebben de Avebe en voornoemde vakbonden een gezamenlijke werkgroep ingesteld die tot 5 september 2005 de tijd had om de mogelijkheid van een nieuw akkoord te onderzoeken. Op 5 september 2005 heeft in dit kader overleg plaatsgevonden.

f. Op 6 september 2005 heeft de FNV zich uit de onderhandelingen teruggetrokken en heeft Avebe
125 ontslagaanvragen bij het CWI ingediend.

g. Avebe heeft een akkoord bereikt met de CNV en De Unie en dit akkoord bij brief van


12 september 2005 aan de FNV voorgelegd. De FNV heeft dit akkoord tijdens een actievergadering
op 13 september 2005 afgewezen.

h. Bij brief van 15 september 2005 heeft de FNV onder meer het volgende aan Avebe bericht:

U was niet bereid de 148 ontslagaanzeggingen aan individuele werknemers op 7 en 8 september 2005 uit te stellen totdat de werkgroep haar werk klaar had.
U houdt vast aan het aanvragen van ontslag voor 148 werknemers nu en eind 2005 118 werknemers, ondanks dat u weet dat veel interne herplaatsingen mogelijk zijn. (...)
Dit betekent dat we uitonderhandeld zijn. Inmiddels hebben wij uw eindbod op dinsdag
13 september 2005 voorgelegd aan onze leden.
De leden van FNV Bondgenoten hebben het door u verwoorde eindbod (Sociaal Plan versie
12 september 2005) wederom welhaast unaniem afgewezen. (...) Wij kunnen derhalve niet anders dan vaststellen dat, aangezien uw eindbod door onze leden is afgewezen, thans een onoverbrugbaar verschil bestaat in wederzijdse standpunten. Gezien de ontstane situatie hebben wij besloten u een ultimatum te stellen.
De eisen waarmee u alsnog akkoord dient te gaan zijn de volgende:
- Intrekking van de 148 ontslagaanvragen,
- Intrekking van het eindbod Sociaal Plan,
- Overeenkomen van een nieuw Sociaal Plan met de volgende inhoud (...)

Indien wij vóór zaterdag 17 september 2005, 18.00 uur van u geen schriftelijke reactie hebben ontvangen, waaruit blijkt dat u integraal akkoord gaat met de hiervoor geformuleerde eisen, dient u rekening te houden met door ons uit te roepen en te organiseren acties, waaronder werkonderbrekingen en stakingen voor kortere of langere duur.


Uiteraard zullen wij rekening houden met de in acht te nemen veiligheidsmaatregelen en zijn wij te allen tijde bereid tot overleg over het waarborgen van de veiligheid van de mensen, goederen en materieel tijdens voormelde acties. Wij wijzen met name op de veiligheid en het informeren van derden rondom het eventueel stopzetten van de warmtekrachtcentrale. Dit technisch overleg, indien door u gewenst, dient naar onze mening plaats te vinden voor de looptijd van het ultimatum is verstreken, opdat nog tijdig de juiste maatregelen getroffen kunnen worden.

h. Bij brief van 16 september 2005 heeft Avebe het ultimatum afgewezen en een aantal


aandachtspunten benoemd die voor haar reactie op de door FNV in het vooruitzicht gestelde acties van belang waren.

i. Op 17 september 2005 heeft overleg plaatsgevonden tussen vertegenwoordigers van de FNV en


Avebe, waarbij een aantal afspraken ten aanzien de door de FNV voorgenomen acties is gemaakt.

j. Op 19 september 2005 is om 6.00 uur een algehele werkstaking voor onbepaalde tijd bij de locatie


Foxhol begonnen. Deze staking heeft zich de volgende dag uitgebreid tot de andere locaties van
Avebe, namelijk Ter Apelkanaal, de dextrinefabriek DWM te Veendam en
Oostermoer/Gasselternijveen.

2. Beoordeling van het geschil

2.1 Avebe heeft de voorzieningenrechter verzocht verdere acties van de FNV te verbieden. De vordering is gebaseerd op de onrechtmatigheid van deze acties.

2.2 Allereerst heeft Avebe in dat kader gesteld dat door intimiderend gedrag werkwilligen worden verhinderd de terreinen op te gaan. Hetzelfde geldt voor derden zoals uitzendkrachten en gedetacheerden, de operators van Heinz, de bouwers van de Dextrinefabriek en de vrachtvervoerders met wie Avebe al voor de staking een contract had afgesloten. Daarnaast is aangevoerd dat de locatie Foxhol feitelijk geblokkeerd is en dat het hoofdkantoor te Veendam in de nacht van 25 op 26 september 2005 eveneens geblokkeerd was. De Avebe heeft gesteld dat deze omstandigheden effectief neerkomen op een blokkade, welke actievorm niet gedekt wordt door artikel 6 lid 4 ESH.

2.3 De voorzieningenrechter is hieromtrent van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat er sprake is van blokkades of intimidaties van werkwilligen. Dat zich wellicht enige geringe incidenten hebben voorgedaan, zoals het plaatsen van enkele zogeheten big bags of het toespreken van werkwilligen door stakend personeel, kan in ieder geval niet leiden tot de conclusie dat de onderhavige staking niet meer zou vallen onder de werkingssfeer van artikel 6 lid 4 ESH.

2.4 In de tweede plaats heeft Avebe haar schade geschat op ? 10.000.000,-- bij een staking van twee weken. Daarnaast is er nog de schade van de leden: het wegrotten van aardappels kan leiden tot meer dan ? 500.000,-- schade voor de boeren. Avebe beschouwt dit laatste als exorbitante schade van derden die krachtens artikel 31 ESH een verbod van de staking rechtvaardigt.

2.5 Nog daargelaten de vraag of de leden van een coöperatieve vereniging als Avebe onder de omstandigheid dat zij ook leverancier zijn, op voorhand zijn aan te merken als derdebelanghebbende is de voorzieningenrechter van oordeel dat de schade van de boeren in zijn algemeenheid niet kan worden gekwalificeerd als exorbitant. Dat een klein aantal boeren door deze staking in het bijzonder wordt getroffen leidt niet tot een ander oordeel.

2.6 Ten derde heeft Avebe gesteld dat de onderhavige staking zich in hoofdzaak richt tegen het aantal gedwongen ontslagen. Nu dit onderwerp op dit moment inzet is van een juridische procedure bij de Ondernemingskamer is er nu geen sprake van een belangenconflict, maar van een rechtsconflict. Ook hierdoor heeft de staking naar de mening van Avebe een onrechtmatig karakter.

2.7 De voorzieningenrechter volgt Avebe niet in deze redenering, aangezien de procedure bij de Ondernemingskamer tot inzet heeft de op het medezeggenschap gebaseerde vraag of Avebe in redelijkheid heeft kunnen komen tot het reorganisatieplan Functionele Organisatie, terwijl onderhavig conflict tot doel heeft gedwongen ontslagen binnen Avebe in bredere zin te voorkomen en een in de ogen van FNV aanvaardbaar Sociaal Plan af te dwingen. Dientengevolge kan niet worden volgehouden dat de beslissing van de Ondernemingskamer een einde zal maken aan dit conflict tussen partijen.

2.8 De voorzieningenrechter is met Avebe van oordeel dat er hier sprake is van zowel een rechtsconflict als van een belangenconflict, doch kan Avebe niet volgen in haar redenering dat de uitkomst in het rechtsgeschil dient te worden afgewacht alvorens rechtmatig tot een staking kan worden overgegaan, aangezien -in de visie van Avebe- de uitkomst van het rechtsgeschil tot andere uitgangspunten in het belangenconflict zou kunnen leiden.


Immers, het volgen van die redenering zou betekenen dat de rechter de gewenste terughoudendheid ten aanzien van de ultimum remedium-toets laat varen door nog ongewisse effecten van de uitkomst van het rechtsconflict op het belangenconflict, te betrekken bij de spelregeltoets.
Mede gelet op de omstandigheid dat het stakingsrecht een grondrecht is, dient de door Avebe gehanteerde redenering te worden gepasseerd.

2.9 Ten slotte heeft Avebe gesteld dat bij afweging van alle betrokken belangen moet worden


geconstateerd dat de FNV kennelijk onredelijk gebruik maakt van het stakingswapen. Zowel gelet op grond van hetgeen Avebe hiervoor heeft opgemerkt alsmede gezien de onbeperkte duur van de actie en de gebrekkige aanzegging, als ook de totale wanverhouding tussen de feitelijke eis van de FNV en een schade van 10 miljoen euro voor Avebe alleen al in twee weken tijd. Avebe heeft zich op het standpunt gesteld dat de acties derhalve naar procedure, doel, vorm en gevolgen onrechtmatig zijn.

2.10 De voorzieningenrechter is van oordeel dat de staking weliswaar op een korte termijn, doch op een correcte wijze is aangezegd bij brief van 15 september 2005. Daarnaast is onder de gegeven omstandigheden het niet aangeven van de duur van de staking niet op te vatten als een spelregel waaraan de FNV wordt gebonden. De op het spel staande belangen, de ontslagaanvragen van 148 werknemers bij het CWI en het bewerkstelligen van een aanvaardbaar Sociaal Plan, levert naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen wanverhouding op ten opzichte van de belangen waarin Avebe door de staking wordt getroffen. Bovendien is ook het al dan niet inschikkelijk zijn van Avebe ten aanzien van de door de FNV gestelde eisen, bepalend voor het antwoord op de vraag tot welke hoogte de schade oploopt.

2.11 Gelet op het voorgaande dienen de vorderingen van de Avebe te worden afgewezen.

2.12 Avebe zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure worden veroordeeld.


BESLISSING


De voorzieningenrechter:

1. weigert de gevraagde voorzieningen;



2. veroordeelt Avebe in de kosten van de procedure tot op deze uitspraak aan de zijde van FNV begroot op ? 244,-- aan verschotten en op ? 816,-- aan salaris van de procureur.

Dit vonnis is gewezen door mr. W. Duitemeijer, voorzieningenrechter en door deze uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 september 2005, in tegenwoordigheid van de griffier



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina