Referaten gehouden voor ‘Studium Generale’ op 10 oktober 2008 in Gouda



Dovnload 105.44 Kb.
Pagina2/2
Datum24.07.2016
Grootte105.44 Kb.
TypeReferat
1   2

JOHN WESLEY (1703-1791), ZIJN LEVEN, WERK EN BETEKENIS VOOR VANDAAG (handout)
EERSTE REFERAAT: Wesleys leven en leidersrol bij de methodistische opwekkingsbeweging in de achttiende eeuw
Wesley, voor en tegen

Wesley roept gemengde gevoelens op, vanwege zijn arminianisme. Zijn theologie heeft nog steeds grote invloed op de evangelische beweging. Toch zijn overeenkomsten tussen hem en Whitefield groter dan hun verschillen. Zie in dit verband: Iain Murray, Wesley and Men who Followed [Banner of Truth Trust, 2003]. J.C. Ryle merkt op: ‘Het zou ongetwijfeld op z’n minst beter geweest als Wesley zijn arminianisme van zich afgeworpen had, maar hij heeft wel het Evangelie gepreekt, Christus verheerlijkt en buitengewoon veel goeds gedaan. Dit zou ik niet meer in twijfel trekken dan ik mijn eigen bestaan in twijfel zou trekken.’ John Wesley gaf de methodistische beweging structuur en consolidatie. Hij was de grote leider, bijgestaan door zijn broer Charles, die bekend werd door zijn liederen.



Wesleys leven in korte trekken

Jeugd en opleiding

Geboren in Epworth als zoon van anglicaanse predikant. Moeder Sasanna had veel invloed op hem. Studeert in Oxford, ook theologie. Interesseert zich vooral voor mystieke schrijvers als A Kempis en kerkvaders met ascetische inslag. Wordt in 1725 ‘deacon’ en drie jaar later ‘priest’ in kerk van Engeland. Wordt geïnspireerd door William Law, vooral zijn boek Christian Perfection spreekt hem aan. Wordt lid van studentenkring ‘Holy Club’ in Oxford.



Bekering

Wesleys vroomheid kenmerkt zich door werkheiligheid. Vindt geen rust en reist met zijn broer naar Amerika. Ontmoet ‘Moravische Broeders’, zoals Peter Böhler die hem wijzen op noodzaak van rechtvaardiging. Geestelijke doorbraak komt op 24 mei 1738 in moravische Aldersgate Meeting in Londen. Geestelijke strijd richt zich vooral op heilszekerheid. Bezoekt Herrnhut in Duitsland, hoofdkwartier van Moravische Broeders en ontmoet Zinzendorf. Heeft moeite met hun heiligingspraktijk onder hen en bespeurt antiinomiaanse trekken. Werkt bij terugkeer samen met Whitefield en preekt evenals hij in de open lucht. Effect op hoorders is groot. Wel sprake van veel emotionaliteit bij bekeerlingen. De Erskines uit Schotland waarschuwen hem voor uitwassen.



Breuk met Whitefield

Wesley volgt eigen koers binnen methodistische opwekkingsbeweging. Geeft scherpe kritiek op enkele calvinistische leerstukken, zoals uitverkiezing en volharding der heiligen. Samenwerking met calvinistische Whitefield wordt verbroken. Ontwikkelt zich als leider van beweging. Sticht in Engeland en Ierland ‘Societies’, tot nazorg voor de bekeerden. Vormt deze tot een hechte organisatie. Hoofdkwartieren in Bristol en Londen.



De eigen weg van Wesley

‘Ik beschouw de hele wereld als mijn parochie’, was zijn slogan. De basis van zijn evangelisatorische preken is de algemene verzoening (Christus voor alle mensen gestorven, doch alle mensen worden niet zalig). Kern van zijn prediking is zonde, wedergeboorte, geloof, berouw, bekering en heiliging. Dringt aan op menselijke beslissing, maar honoreert daarbij wel Gods genade. Beweging groeit door zijn toedoen en door zijn vele ‘helpers.’ Geeft veel lectuur uit, ook herdrukken puriteinse en mystieke schrijvers. Blijft Kerk van Engeland trouw. Overlijdt in 1791 op 88-jarige leeftijd. Wordt begraven bij zijn kapel aan de Cirty Road in Londen.


TWEEDE REFERAAT: Wesleys karakter, theologische accenten, invloed en relevantie voor vandaag
Karakter en betekenis

Wesleys gaven als prediker en organisator zijn groot. Zijn karakter was vastberaden en oprecht, ook in nastreven van doelen. Passie voor zielen groot en diep. Zijn gebed was vaak: ‘Heere, laat mij niet leven om nutteloos te zijn.’ Had ook gaven om te dichten en te schrijven. Was wel dominant en som seigenzinnig. Ook gevoelsmatig en ambivalent in zijn opvattingen.



Theologische accenten

Invloedsferen

Botsing met calvinistische leer is schaduwzijde van zijn leven. Is bij doordenking en vorming van zijn theologische accenten beëinvloed door de Hoogkerkelijke spiritualiteit in zijn eigen kerk, het mysticisme en de theologie van de Moravische Broedergemeente. Dit veroorzaakt ambivalentie in denken. Verlegt nadruk op rechtvaardiging naar heiliging. William Laws invloed is misschien wel het grootst op zijn theologie.



Ervarings- en heiligingstheoloog

Maris: ’Zijn denken en prediking was in sterke mate gericht op religieuze ervaring.’ Beschrijving van geloof doet soms mystiek aan. Aandacht voor algehele heiliging en volmaaktheid heeft bedenkelijke kanten. Met ‘zondeloosheid’ bedoelt hij dat de zonde geen vat meer heeft op de gelovige, als hij ‘volmaakt’ is in de liefde. De bedoeling van zijn leer is om de gelovige tot groei aan te zetten. Heeft te maken met eigen geestelijke ontwikkeling, zodat zijn theologie op dit punt subjectivistisch getoonzet is.



Geen agressief arminianisme

Geloofsleer is niet oppervlakkig maar vrucht van diepe doordenking en inleving. Onverdiende genade van God krijgt nadruk. Leerstellig arminianisme, zoals vrije wil, komt in zijn preken niet zo naar voren. Moeite met ‘toegerekende’ gerechtigheid. Rechtvaardiging is voor hem ‘rechtvaardigmaking’, die volgens hem niet kan functioneren zonder inherente gerechtigheid. Romeinen 7:7-25 slaat volgens hem niet op gelovige maar op de zondaar die worstelt met de zekerheid.



Positieve punten in Wesleys theologie

Bediening van Woord en Geest

Wesleys aandacht voor ervaring gaat niet ten koste van zijn waardering voor de Schrift. Woord en werk van de Heilige Geest worden bij hem niet gescheiden. Zijn bediening was Woord-gebonden en ging gepaard met de kracht van de Geest.



Aandacht voor het geloof bij de heiliging

Het geloof is bij Wesley in de eerste plaats gericht op geestelijke groei en opwas in de genade. Gods genade en de werken van de gelovige vormen bij Wesley een coöperatie. Het geloof speelt daarbij een sleutelrol. Wedergeboorte is bij hem wedergeboorte in ruimere zin, waarin de gelovige steeds meer aan het beeld van Christus gelijkvormig wordt. Gods genade en de geloofswerken zijn coöperatief. Het geloof richt zich op Christus en is werkzaam bij de innerlijke vernieuwing.



Streven naar volwassenheid in geloof en heiliging

Wesley richt zich bij de heiliging vooral op de overwinning van de inwonende zonde. Het werkzame geloof verwacht niet alleen dat God tot deze volwassenheid wil brengen vanuit Zijn belofte, maar beijvert zich dagelijks om daarnaar te streven. Wat bedoelt Wesley met de volmaaktheid (perfection)? Hij merkt op: ‘Ik bedoel de ootmoedige, zachte, geduldige liefde van God die de mens in al zijn humeuren, woorden en daden in het gehele hart en in heel het leven regeert.’ Zonder dit streven kan er geen sprake zijn van volwassenheid in geloof. Dit geeft een wat genuanceerder beeld van zijn volmaaktsheidsleer. Persoonlijk heeft hij naar eigen zeggen dit niveau nooit bereikt.



Noodzaak van heilszekerheid

In het spoor van puriteinen als Thomas Goodwin ziet hij de verzekering van het kindschap als een bijzondere genade die in tijdsvolgorde volgt op de rechtvaardiging. Wesleys visie op de zekerheid is een van de belangrijkste kenmerken van zijn geloofsleer. Hij beschouwt deze zegen als een extra (second blessing). Het is voor alle wedergeboren christenen nodig om deze zegen te verkrijgen, ook om toe te kunnen nemen in heiliging.



Wesleys relevantie voor vandaag

Omgaan met de inwonende zonde

Wesleys visie op Romeinen 6 is een ‘eyeopener’. Binnen de gereformeerde traditie is dit een verwaarloosd hoofdstuk. Vers 11 en 14 daarvan luiden , ‘Houdt het daarvoor dat gij wel der zonde dood zijt, maar Gode levende in Christus Jezus, onze Heere’…’Want de zonde zal over u niet heersen, want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.’ Dit geeft de positie van elke gerechtvaardigde gelovige aan, hoe hij zich ook voelt vanwege de inwonende zonde. Wordt de sleutel van Romeinen 6 niet over het hoofd gezien door Romeinen 7 zo uit te vergroten dat het ‘Ik ellendig mens’ tot de hoogste trap in de genade wordt verheven?



Heilszekerheid is te verkrijgen!

De praktijk onder ons wijst uit dat er veel onzekerheid heerst over het kindschap. Velen worstelen met die vraag en richten zich daarbij meer op zichzelf, op hun eigen ervaringen, dan op de belovende God. Bij Wesley is de zekerheid een zaak van geloof èn van ervaring. Kan een tweede genade, laten we het een tweede bekering noemen, niet nodig zijn om ons dieper te verbinden aan Christus en Zijn weldaden?



Heiliging is zowel passief als actief

Door alleen de heiliging te zien als ‘heilig in Christus’ is het gevaar aanwezig dat de christen op de leunstoel gaat zitten. Geestelijke groei wordt niet verkregen door maar stil te zitten. Laten we echter de ‘doe’ teksten niet passief maken! Maar wettische wapens doen in dit opzicht geen nut, als we niet strijden vanuit de vrijheid die in Christus is! Dan komt de heiliging door geloof weer naar voren. Dan geschiedt de doding van de zonde alleen vanuit Christus Die onze heiligmaking is



Opwekking is ten diepste gericht op heiliging

Geestelijke vernieuwing, persoonlijk, in de gemeente en kerkelijk, moet de eerste prioriteit hebben. De traditie op zich is niet effectief, zeker niet in tijden van geestelijke verschraling en beproeving, laat staan bij vervolging.




1 Iain Murray, Wesley and Men who Followed [Banner of Truth, Edinburgh 2003], blz. 79.

2 D.M. Lloyd-Jones, ‘Living the Christian Life-new developments in the 18th and 19th century teaching’ in Westminster Conference Papers 1974, blz. 82.

3 A. Skevington Wood, The Inextinguishable Blaze [Paternoster Press, Exeter, 1967], blz. 94, 95.

4 John Capon, John & Charles Wesley [Hodder and Stoughton, London 1988], blz. 18-30; Skevington Wood, a.w., blz. 93-99.

5 David Lyle Jeffrey, A Burning and Shining Light. English Spirituality in the Age of Wesley [Eerdmans, Grand Rapids 1987], blz. 200-202; Skevington Wood, a.w., blz. 103.

6 Skevington Wood, a.w., blz. 101

7 Skevington Wood, a.w., blz. 102-108.

8 L. Tyerman, The Life and Times of the Rev. John Wesley, M.A. [Burt Franklin, New York, repr. 1973], vol I, blz. 178.

9 Tyerman, a.w., blz. 180.

10 Skevington Wood, a.w., blz. 112, 113.

11 Tyerman, a.w., blz. 186-188.

12 Journal, 25 en 26 mei 1738 [digitale versie].

13 Journal,a.w., blz. 132-164.

14 Skevington Wood, a.w., blz. 151-154.

15 Jeffrey, a.w., blz. 203.

16 L.J. van Valen, Zijn akker was de wereld [Groen, Leiden 1995], blz. 100, 101.

17 L.J. van Valen, Herauten van het kruis [Den Hertog, Houten 1995], blz. 235.

18 Van Valen, Zijn akker, blz. 102, 105, 106,

19 Van Valen, blz. 111-115.

20 John Capon, a.w., blz. 124, 125.

21 Visser, a.w., blz. 65; D.M. Lloyd Jones, Westminster Conference Papers 1974, a.w., blz. 91.

22 Visser, blz. 77-99.

23 Visser, blz. 64-66.

24 Capon, a.w., blz. 149-158.

25 Murray, a.w., blz. 97.

26 J.C. Ryle, Christian Leaders of the Eighteenth Century [Banner of Truth Trust, Edinburgh, 1978], blz. 64.

27 Idem, blz. 79.

28 Ryle, blz. 84.

29 L.J. van Valen. Leven voor Jezus Christus. Selina, gravin van Huntingdon [De Groot Goudriaan, Kampen, 2007], blz. 152, 153, 221.

30 Iain Murray, a.w., blz. 80.

31 D.M. Lloyd Jones, Westminster Conference Papers 1974, a.w., blz. 83: ‘(…) John Wesley stelde zijn leer (teaching) zo vaak in op zoveel manieren vast en veranderde zijn mening zo vele malen dat dit ertoe neigt om in de war te komen.’

32 Idem, blz. 80.

33 Volgens Lloyd-Jones kwam hij na twee jaar strijden tegen oude mystieke neigingen, in 1740 weer terug bij zijn oude positie. Zie Lloyd-Jones, Westminster Puritan Papers 1974, a.w., blz. 86. Toen de rechtvaardiging door het geloof bij hem hoog in het vaandel stond, had hij weinig affiniteit met de mystici!

34 J. W. Maris, Geloof en ervaring van Wesley tot de Pinksterbeweging [Groen, Leiden, 1992], blz. 22-34.

35 Zie vooral argumenten tegen deze leer bij J.I. Packer, Keep in step with the Spirit [Inter-Varsity Press, Leicester, 1985], blz. 132-145.

36 Overgenomen uit: L.J. van Valen, Zijn akker was de wereld, a.w., blz. 108, 109.

37 [James Hervey], Elftal brieven…aan den Heere John Wesley [Rotterdam 1777], blz. 7. In Engeland werden deze brieven in 1764 uitgegeven.

38 Murray, a.w., blz. 59, 60.

39 Murray, a.w., blz. 217, 218.

40 Murray, blz. 220, 222, 224, 225.

41 J.I. Packer, Keep in Step with the Spirit, [Inter-Varsity, Leicester, 1984], blz. 143, 144.

42 Zie zijn preek over de ‘Scripture Way of Salvation’ (1765) en over ‘The Marks of the New Birth’ in Jeffrey, a.w., blz. 209-231.

43 Murray, a.w., blz. 260.

44 Kenneth J. Collins, The Scripture Way of Savation. The Heart of John Wesley’s Theology [Abingdon Press, Nashville, 1997], blz. 153, 154.

45 Collins, a.w., blz. 175.

46 Zie J.I. Packer, Keep in Step with the Spirit, blz. 135, 136. Packer ziet in Wesleys volmaaktheidsleer augustiniaanse elementen, maar plaatst toch kritische kanttekeningen vooral omdat hij van de ‘Perfection’ een apart leerstuk maakte, niet zozeer als een proces maar als een geloofsgenade die die in een ogenblik wordt geschonken. Het gevaar is groot dat bij het bereiken van dit geestelijke niveau het van minder belang wordt om te staan naar dagelijkse bekering en reiniging door het bloed van Christus van de overblijvende zonden en tekortkomingen. Dit heeft Wesley niet zo bedoeld maar is door volgelingen van hem wel verdedigd, waardoor het gevaar van geestelijke hoogmoed ruimte kreeg.

47 Collins, blz. 134. De puriteinse Westminster Confessie beschouwt de heilszekerheid als een aparte genade: Chap. XVIII of Assurance of Grace, Confession of Faith [uitg. Free Presb. Ch. of Scotland, 1962], blz. 75-79.

48 R.F, Lovelace, Dynamics of Spiritual Life [Inter-varsity Press, Downers Grove Ill (USA) 1979, blz. 115.

49 Lovelace, blz. 116. Lovelace is positief over Wesleys ‘tweede fase van heiliging’ gebaseerd op het geloof. Hij heeft wel reserves, dat de inwonende zonde daarbij gebagatelliseerd wordt en tekent terecht aan: ‘Zonder een diep verstaan van de zonde wordt het “overwinningsleven” tot een doelloze oefening.’

50 Lovelace, blz. 117-119. De calvinistische leer van de volharding is troostrijker dan de opvatting van Wesley dat we kunnen afvallen van het geloof. Omgekeerd kan de opvatting dat heiligen niet kunnen afvallen tot misbruik leiden door hiermee de vleselijke gerustheid goed te praten.

51 Zie J. van den Berg en W.S. Gunter, John Wesley and The Netherlands [Kingswood Books, Nashville, Tenn. (USA) 2002].

52 Zie het lezenswaardige boek: D.G. Molenaar, De doop met de Heilige Geest [Kok, Kampen, 1973], blz. 6: ‘Het is hoogst merkwaardig, dat de Gereformeerde theologie in het verleden, op een enkele uitzondering na, niets heeft gezien van de grote betekenis van de doop met de Heilige Geest. Het wordt tijd, dat zij, ook met het oog op de prediking, naar diepere inzichten doorstoot. Wie zelf nieuwe vergezichten mocht ontdekken, staat er verbaasd over, dat Gereformeerde theologen op dit punt soms als met blindheid geslagen zijn geweest. Het zou aan de prediking ten goede komen als aan de betekenis van de doop en de vervulling met de Heilige Geest in de theologie ten volle recht werd gedaan en het zou een reveil, waaraan de kerk zozeer behoefte heeft, in belangrijke mate bevorderen.’ Zie ook D.M. Lloyd-Jones, Onuitsprekelijke vreugde [De Banier, Utrecht 1995].

53 Jeffrey, A Burning and a Shining Light, a.w., blz. 261.


1   2


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina