Regionale strategieën en vergrijzing



Dovnload 154.91 Kb.
Pagina1/2
Datum23.08.2016
Grootte154.91 Kb.
  1   2



Regionale strategieën

en vergrijzing


Toolkit voor vergrijzing

Martin Ferry, European Policy Research Centre, Strathclyde Universiteit

Richard Baker, Age Concern England.

Juli 2006

Gesponsord door

Comité van de Regio's Age Concern England


NL

(logo invoegen) (logo invoegen)



Regionale strategieën en vergrijzing
Regionale organisaties worden steeds belangrijker voor het bestuur in de Europese lidstaten en de door hen ontworpen strategieën zullen een stempel zetten op de economische en sociale ontwikkeling in de regio’s.
Deze regionale strategieën ontstaan in een tijd waarin zowel in Europa als wereldwijd veranderingen gaande zijn. De economie is geglobaliseerd, politieke structuren evolueren en dankzij technologie worden nieuwe mogelijkheden gecreëerd voor communicatie en dienstverlening. Het is voor regionale organisaties niet alleen zaak na te gaan hoe ze deze nieuwe kansen en uitdagingen kunnen aangrijpen, maar ook hoe ze beter rekening kunnen houden met de verscheidenheid van de bevolking – opgebouwd uit producenten, consumenten en stakeholders.
Een van de voornaamste wijzigingen waar alle regio’s mee te maken krijgen is het ouder worden van de bevolking. Vergrijzing – een fenomeen dat ontstaan is omdat we langer leven en minder kinderen krijgen – heeft ingrijpende gevolgen voor de bevolkingsopbouw. Het leeuwendeel van de bevolking maakt deel uit van de oudere generatie die steeds sneller in omvang toeneemt en ouderen worden steeds belangrijker voor wat hun bijdrage aan de economie en de gemeenschap betreft, hun behoeften als consument en hun verwachtingen als burger.
Dat de bevolking steeds ouder wordt is op zich een heugelijk feit. We leven langer en gezonder en dat mag een groot succes voor de samenleving worden genoemd. Hiermee gaan echter ook uitdagingen gepaard die een grondige analyse en de juiste aanpak behoeven.
Decentrale overheden moeten bekijken hoe de vergrijzing andere factoren in hun regio beïnvloedt, zoals migratie en de demografie van minderheden en hoe geringe verschillen tussen en in regio’s verregaande gevolgen hebben voor alle beleidsterreinen, gaande van economie tot infrastructuur en volksgezondheid.
Het European Policies Research Centre van de Universiteit van Strathclyde heeft met alle betrokkenen bij het Regions for All Ages-programma samengewerkt om deze toolkit te ontwikkelen, die wordt gesponsord door het Comité van de Regio’s en Age Concern England. Met behulp van deze toolkit kan in kaart worden gebracht wat precies het effect van vergrijzing is en hoe een en ander doorwerkt op de verschillende regionale beleidsterreinen. Er zijn checklisten met vragen opgesteld die als richtsnoer kunnen fungeren bij het uitdenken van strategieën. De toolkit is dusdanig samengesteld dat ze in principe in alle in de EU-lidstaten gangbare bestuurssystemen kan worden gehanteerd.
We hopen dat regionale beleidsmakers met behulp van deze toolkit alvast de weg kunnen bereiden voor de benodigde veranderingen.
Handtekeningen:
Gerhard Stahl, secretaris-generaal, Comité van de Regio's
Gordon Lishman CBE, algemeen directeur, Age Concern England

Inhoudsopgave
Welkomstwoord

Blz.

Hoofdstuk 1 - Introductie van de toolkit……………………………………………………………… 4

Wat is de toolkit……………………………………………………………………………………….. 4

Gebruik van de toolkit…………………………………………………………………………………..4

De vergrijzingstoolkit versus andere evaluatie-instrumenten …………………………………….. 5

De toolkit en regionale strategieën…………………………………………………………………….. 5
Hoofdstuk 2 - De toolkit………………………………………………………………………………. 6

Focus op de hoofdthema’s……………………………………………………………………………... 6

1. Vergrijzing - Algemene trends, gemene delers en huidige indicatoren……………………………... 7

2. Vergrijzing en regionale economie - Werkgelegenheid, bijdrage aan de economie

en vaardigheden ……………………………………………………………………………………. 17

3. Vergrijzing en regionale ontwikkeling – Verbruik van goederen en diensten…………………….. 19

4. Vergrijzing en regionale infrastructuur – Infrastructuur, planning en vernieuwing……………….. 21

5. Vergrijzing en regionale governance - Overleg en burgerschap…………………………………... 23


Hoofdstuk 3 - Gebruik van de toolkit in Europese regio’s………………………………………….. 26

Vergrijzingsstrategieën ontwikkelen in verschillende regionale bestuurscontexten…………………. 26

Regionale strategieën toepassen op verschillende regionale bestuurscontexten……………………... 28
Hoofdstuk 4 – De volgende stappen en contacten…………………………………………………… 31

Consultancy over strategieontwikkeling……………………………………………………………… 31



Over de sponsors……………………………………………………………………………………… 32

Hoofdstuk 1
Introductie van de toolkit
Wat is de toolkit?
De vergrijzingstoolkit bestaat uit een overzicht en een serie specifieke vragenlijsten die als richtsnoer kunnen dienen om de belangrijkste thema’s die het vergrijzingsvraagstuk met zich meebrengt in het kader van regionaal en cohesiebeleid, in kaart te brengen. Het is bedoeld om regionale overheden en op regionaal niveau actieve organisaties uit alle sectoren het vergrijzingsvraagstuk van alle kanten te laten bekijken met het oog op de ontwikkeling van hun regionale strategieën, en hun analyses “vergrijzingsbestendig” te maken.
Waarom is dit belangrijk?
De vergrijzingstoolkit helpt u om de risico’s die gepaard gaan met veronachtzaming van de invloed van bevolkingsveroudering te voorkomen. Vergrijzing stelt regionale beleidsmakers voor een reeks nieuwe kansen en uitdagingen.
Veranderingen in leeftijdsverhoudingen hebben gevolgen voor een groot aantal beleidsterreinen, gaande van economie tot de vraag naar specifieke dienstverlening en de vormgeving van onze infrastructuur. Leeftijdsgebonden thema’s zullen hun weerslag hebben op toekomstige wetgeving op gebieden als werkgelegenheid, volksgezondheid en gelijke rechten en mensenrechten.
Gebruik van de toolkit
De toolkit kan op twee manieren worden gebruikt:

  • Als een geheugensteuntje inzake vergrijzing voordat beleidsstukken worden geschreven

  • Als een toetssteen voor de vergrijzingsbestendigheid van een al geproduceerd beleidsstuk


Goed gebruik van de toolkit


  • Lees de toolkit om een indruk te krijgen hoe vergrijzing uw beleid kan beïnvloeden;

  • Gebruik de toolkit om uw beleidsstuk op te stellen of om deze nogmaals onder de loep te nemen en te bekijken of werkelijk alle aan vergrijzing gerelateerde thema’s zijn meegenomen in de analyse rond economie, regionale ontwikkeling en infrastructuur;

  • De toolkit is dusdanig samengesteld dat u in elk hoofdstuk aantekeningen kunt maken en indien nodig bladzijden kunt kopiëren;

  • De toolkit kan u worden toegezonden als brochure, of worden gedownload in pdf-formaat van: www.ageconcern.org.uk/regionsforallages of www.cor.europa.eu

  • Wellicht beseft u na het doornemen van de vragenlijsten dat het thema vergrijzing om meer aandacht vraagt in uw analyse of voorstellen, of dat stijlaanpassingen nodig zijn;

  • Bij de voorbereiding van deze toolkit hebben de auteurs getracht zoveel mogelijk rekening te houden met de verschillende administratieve stelsels die in de Europese Unie voorkomen en met de uiteenlopende verdeling van bevoegdheden. Desondanks beseffen zij maar al te goed dat het gebruik van de toolkit moet worden afgestemd op de situatie in elk land.


De vergrijzingstoolkit versus andere evaluatie-instrumenten
Aandachtspunt van deze toolkit is het vergrijzingsvraagstuk. Wanneer er een duidelijke overlap is met andere beleidsterreinen, zoals gender, wordt daar nadrukkelijk bij stil gestaan. Hoofddoelstelling van deze toolkit is echter om beleidsstukken vergrijzingsbestendig te maken. Het is derhalve een aanvulling op andere instrumenten die helpen een volledig beleidsperspectief te krijgen.
De toolkit en regionale strategieën
Deze toolkit is uitgedacht om lokale en regionale overheden in de Europese lidstaten bewust te maken van de invloed van demografie en vergrijzing op lokaal en regionaal gebied. Vergrijzing is een transversaal thema dat een hele reeks van beleidsterreinen beïnvloedt. Daarom dient er aandacht te zijn voor vergrijzing bij het uitwerken of analyseren van een hele reeks regionale strategieën, zoals met betrekking tot de economie, de ruimtelijke ordening, vaardigheden en levenslang leren, huisvesting, vervoer, sociale integratie en samenlevingsopbouw.

Verdere inlichtingen
Op de website van Regions for All Ages treft u een aantal rapporten en verdere literatuur aan. Met name het rapport “The Implications of demographic ageing for regional policy”, dat door de European Research Policies Centre (EPRC) in opdracht van Regions for All Ages is geschreven, gaat verder in op de punten die in de toolkit aan de orde komen en die verband houden met het belang van vergrijzing voor de regionale strategieën in Europa. In het rapport wordt eveneens dieper ingegaan op de casestudies die verderop in de toolkit worden aangereikt.
Tot slot kunnen andere partners van Regions for All Ages u meer informatie bieden over tal van thema’s die samenhangen met demografische veranderingen en regionaal beleid.
Hoofdstuk 2
De toolkit
Hier begint de werkmethode van de toolkit. Er wordt voorlichting gegeven en er worden vragen aangereikt die van pas kunnen komen bij het uitwerken van regionale strategieën. Er zijn 5 onderdelen die overeenkomen met de 5 belangrijkste beleidsterreinen voor decentrale overheden in heel de Europese Unie. De thema’s zullen echter niet in alle lidstaten hetzelfde belang hebben.
U zult merken dat het voor veel van uw regionale strategieën een verbetering zal betekenen om deze onderdelen door te werken en meer in het bijzonder voor de volgende strategieën:
Focus op de hoofdthema’s


Regionale strategieën

1. Algemene trends, thema’s en indicatoren

2. Vergrijzing en regionale economie

3. Vergrijzing en regionale ontwikkeling

4. Vergrijzing en regionale infrastructuur

5. Vergrijzing en regionaal bestuur

economie

X

X

X







ruimtelijke ordening

X




X

X




vaardigheden

X

X










huisvesting

X

X

X

X




sociale integratie

X

X

X

X




samenlevingsopbouw

X

X

X

X

X

platteland

X

X

X

X

X

vervoer

X

X

X

X



1. Vergrijzing


Algemene trends, gemene delers en huidige indicatoren
De Europese Unie (EU) zal de komende decennia worden geconfronteerd met een aanzienlijke veroudering van de bevolking. Analyses van dit fenomeen en de gevolgen ervan voor uiteenlopende beleidsterreinen hebben academische en politieke kringen aangezet tot nieuwe benaderingen van de uitdagingen en mogelijkheden die bevolkingsveroudering met zich meebrengt. Naast nationale debatten over de gevolgen voor pensioenen en sociale zekerheid, bestaat er een toenemend besef dat vergrijzing ook op regionaal niveau grote impact heeft. Overal in de EU zie je het thema dan ook steeds hoger op de regionale agenda staan.
In heel de EU vertoont de demografische ontwikkeling een combinatie van een langere en nog stijgende levensverwachting en een extreem lage vruchtbaarheid. Deze trends zullen zich naar alle waarschijnlijkheid voortzetten.
In een recent rapport van de Europese Commissie aan de lidstaten wordt voorspeld dat de geboortecijfers in alle landen ver onder het niveau van de natuurlijke bevolkingsaanwas zullen blijven. De levensverwachting bij de geboorte is sinds 1960 gestegen met 8 jaar en het ziet ernaar uit dat die de komende vijf decennia nog met 6 jaar zal toenemen.
De algemene samenstelling van de bevolking zal hierdoor tussen 2010 en 2050 danig veranderen: het aandeel jongeren zal snel dalen en het aandeel ouderen stijgen (zie figuur 1 en 2).
Figuur 1: Leeftijdspyramides voor de EU25 bevolking in 2004 en 2050

Bron: EC (2006), “The impact of ageing on public expenditure: projections for the EU25 Member States on pensions, health care, long term care, education and unemployment transfers (2004-2050) European Economy. Special Report. No. 1. 2006) p7.
Figuur 2: Verandering in bevolkingssamenstelling volgens leeftijdscategorieën van 2005 tot 2050


Uitgangsscenario Eurostat, EU-25 (in duizendtallen)

2005-2050

2005-2010

2010-2030

2030-2050

Totale bevolking

-2,1%

+1,2%

+1,1%

-4,3%

kinderen (0-14)

-19,4%

-3,2%

-8,9%

-8,6%

jongeren (15-24)

-25,0%

-4,3%

-12,3%

-10,6%

volwassenen (25-39)

-25,8%

-4,1%

-16,0%

-8,0%

volwassenen (40-54)

-19,5%

+4,2%

-10,0%

-14,1%

volwassenen (55-64)

+8,7%

+9,6%

+15,5%

-14,1%

volwassenen (65-79)

+44,1%

+3,4%

+37,4%

+1,5%

volwassenen (80+)

+180,5%

+17,1%

+57,1%

+52,4%


Bron: EC (2004), Groenboek ‘Demografische veranderingen: naar een nieuwe solidariteit tussen de generaties’ COM (2005) 94 final
Verscheidenheid onder ouderen
Er mogen dan wel steeds meer ouderen zijn, dat wil nog niet zeggen dat 50-plussers een homogene groep vormen. Het is een groep mensen met verschillen in gender, afkomst, sexuele geaardheid, enz. Ze identificeren zich bovendien met verschillende periodes uit de geschiedenis. De toekomstige generaties ouderen zijn de tussen 1945 en 1965 geboren baby boomers, van wie een deel een heel andere levenservaring heeft dan de vooroorlogse generaties en die bij het ouder worden waarschijnlijk hogere eisen zullen stellen wat de vervulling van hun persoonlijke behoeften betreft.
Er zijn ook andere veranderingen gaande in de samenleving die van invloed zijn: trouwpatronen, vrouwen op de arbeidsmarkt, gezinsomvang, nieuwe rolverdeling tussen man en vrouw, groei en vergrijzing van etnische minderheden, toenemend huisbezit, groeiende rijkdom voor sommigen en uitzichtloze armoede voor anderen, diversiteit in patronen van werkgelegenheid en pensionering, langer doorwerken en wijzigingen in de oudedagsvoorziening, de groei van de particuliere sector voor zowel gezondheidszorg als vrijetijdsbesteding. Al deze factoren zullen hun weerslag hebben op de toekomstige noden en verwachtingen van oudere mensen.
Dankzij welvaartsstijging, een betere gezondheidszorg en een gezondere leefstijl, is steeds meer mensen in Europa een lang leven gegund. Dit heeft de vraag naar voorzieningen voor een grotere zelfredzaamheid op latere leeftijd doen toenemen. Daarnaast heeft het ook tot een groeiend aantal relatief gezonde en actieve senioren geleid, van wie velen graag actief willen blijven meedraaien op de arbeidsmarkt, in familie en eigen kring - en dat vaak ook al doen.
De beleidsagenda inzake vergrijzing
Het debat over vergrijzing was traditioneel een nationaal debat, gericht op pensioenen en sociale zekerheid, gezondheids- en welzijnszorg. Overal in de Europese Unie ontstaan echter nieuwe benaderingen van het vergrijzingsvraagstuk, waarbij een veel ruimere definitie wordt gehanteerd. Het gaat nu om de volgende aandachtspunten:

  • Pensioenen en inkomen. Vergrijzing trekt een zware wissel op de pensioenstelsels en de sociale zekerheid, een thema dat in veel lidstaten hoog op de agenda staat. Overal zijn hervormingen in gang gezet: er wordt gesnoeid in de oudedagsvoorzieningen, kosten worden gedrukt door een verlaging van het basispensioen of door een beroep te doen op de particuliere sector en er wordt werk gemaakt van een eerlijke lastenverdeling en een rechtvaardige verdeling tussen de generaties. In sommige lidstaten zijn maatregelen ingevoerd die pensioensparen stimuleren en die mensen ertoe aanzetten na de pensioengerechtigde leeftijd door te werken.

  • Economie en werkgelegenheid. Met het oog op de Europese doelstellingen inzake werkgelegenheid worden er instrumenten ontwikkeld om de positie van ouderen op de arbeidsmarkt te verbeteren en hen te helpen bij het vinden van werk of bij langere deelname aan het arbeidsproces (een voorbeeld is het Finse Nationale programma voor ouder wordende werknemers). Verder groeit het besef dat ouderen een steeds aantrekkelijkere doelgroep worden als consumenten en er dus een markt ontstaat voor een op ouderen toegesneden aanbod van goederen en diensten.

  • Gezondheidszorg en andere dienstverlening. Er zal moeten worden gestreefd naar een combinatie van toegankelijkheid, kwaliteit en financiële houdbaarheid om te kunnen inspelen op de uiteenlopende vraag naar diensten voor een steeds heterogener wordende bevolking, en te kunnen profiteren van de toegenomen capaciteit om diensten te verlenen als gevolg van technologische veranderingen op gebieden als Assistive Technology en medicijnen (een voorbeeld is het Portugese Geïntegreerde steunprogramma voor ouderen).

  • Individuele rechten. Hiermee samenhangende doelstellingen zijn de bestrijding van discriminatie en de bevordering van mensenrechten. Het tegengaan van leeftijdsdiscriminatie wint aan belang nu waarden als gelijkheid en diversiteit een ruimere invulling krijgen in Europa. Een en ander uit zich in wetgeving, in publiekscampagnes die een positiever beeld geven van het ouder worden, en in de inspanningen om ouderen een duidelijkere stem te geven in de samenleving (een voorbeeld is het Ierse programma Implementing Equality for Older People).

  • Volkshuisvesting en buurtgemeenschappen. Er wordt meer en meer ingezien dat maatregelen op het gebied van bijvoorbeeld vervoer, volkshuisvesting en stadsvernieuwing vooral gevolgen hebben voor welbepaalde bevolkingsgroepen, uit alle leeftijdscategorieën, en dat er een steeds grotere verscheidenheid aan woonwensen bestaat onder ouderen – de alleenstaande ouderen, ouderen met lichamelijke beperkingen en ouderen die wonen in kansarme stadswijken of op afgelegen plattelandsgebieden. Hoofdzaak is ervoor te zorgen dat de maatregelen ten goede komen aan degenen die het nodig hebben (zie bijvoorbeeld de Nederlandse beleidsnota “Mensen, wensen, wonen”).

Sommige nationale overheden werken aan integrale strategieën of richtlijnen die een nieuwe, interdisciplinaire aanpak van vergrijzing mogelijk maken (een voorbeeld is het Britse programma Opportunity Age: Meeting the challenges of ageing in the 21st century).
Europese Unie en vergrijzing
De Europese Unie onderkent de invloed die vergrijzing heeft op de cohesie in Europa, in zijn lidstaten en zijn regio’s. Er zijn een aantal wettelijke kaders en beleidsstrategieën waarin de vergrijzingsagenda is meegenomen en die moeten worden vertaald naar regionale strategieën:
De Lissabonstrategie
In de Lissabonstrategie komen belangrijke economische thema’s aan de orde zoals lage groeipercentages, hoge werkloosheid en sociale uitsluiting. De te lage deelname aan het arbeidsproces van mensen uit de leeftijdsgroep 55-65 baart zorgen, omdat dit mede oorzaak is van de lage groeicijfers van de Europese economie en van de maatschappelijke uitsluiting van vele mensen. In 2001 riep de Europese Raad de lidstaten op te streven naar 50% meer deelname van oudere werknemers aan het arbeidsproces, d.w.z. zo’n 5 miljoen mensen meer.1
De Lissabon-agenda werd in het voorjaar van 2005 nieuw leven ingeblazen, waarbij de lidstaten werd aanbevolen om vóór 2006 een “alomvattende actieve vergrijzingsstrategie” uit te stippelen. In andere Europese beleidsstukken wordt erop aangedrongen dat overheden werknemers aanmoedigen langer door te werken en dat werkgevers oudere werknemers in dienst nemen en langer in dienst te houden; andere doelstellingen zijn: de deelname aan levenslang leren voor alle leeftijden bevorderen, met name voor laaggeschoolde en oudere werknemers; de werkomgeving en de kwaliteit van het werk verbeteren en maatregelen om obstakels voor arbeidsparticipatie zoals expliciete en impliciete leeftijdsdiscriminatie te voorkomen.2
Groenboek over demografische veranderingen
In maart 2005 publiceerde de Commissie haar Groenboek “Demografische veranderingen” en riep op tot “een nieuwe solidariteit tussen de generaties”. Ze duidde drie hoofdprioriteiten aan: opnieuw een natuurlijke bevolkingsaanwas creëren door de vruchtbaarheid aan te moedigen en een verstandig immigratiebeleid te voeren; zorgen voor een evenwicht tussen de generaties bij de herverdeling van het economische surplus; nieuwe bruggen slaan tussen actieven en inactieven bij zowel de oudere als de jongere bevolking.3 Er volgde een breed maatschappelijk debat over dit groenboek en de Commissie bekijkt momenteel hoe ze hieraan een vervolg kan geven.
Cohesiebeleid
Economische groei in samenhang met de vergrijzing is een thema dat in het EU-cohesiebeleid en de richtsnoeren voor de structuurfondsen tot uiting komt. Vergrijzing is nu een meer expliciet ijkpunt in de richtsnoeren voor de EU-fondsen zoals blijkt uit het door de Commissie voorgestelde financiële kader voor de komende programmaperiode. Bij de verdeling van de structuurfondsen over nationale programma’s voor de periode 2007-20134 zal hier zeker rekening mee worden gehouden. In het derde cohesieverslag staat bevolkingsveroudering aangemerkt als één van de vier grote drijfveren achter het cohesiebeleid. Bovendien wordt in dit verslag voorgesteld de doelstellingen van het Europees Sociaal Fonds voor 2007-2013 te koppelen aan:


    • de bevordering van actieve vergrijzing

    • de bevordering van levenslang leren

In de communautaire strategische richtsnoeren, die de blauwdruk vormen voor de strategische ontwikkelingsprioriteiten van de Commissie voor de komende programmaperiode, wordt benadrukt dat arbeidsinstellingen klaar moeten zijn om de vergrijzing het hoofd te bieden en wordt erop aangedrongen dat de Unie en haar partners in de lidstaten en de regio’s stappen ondernemen voor ziektepreventie en de bevordering van een gezond leven.5 Er zullen aanzienlijke wijzigingen komen in de voor de regio’s beschikbare middelen vanwege de verschuiving van de middelenstroom uit het cohesiefonds van de oude naar de nieuwe lidstaten. Nu het vergrijzingsvraagstuk uitdrukkelijker vermeld staat in de EU-documenten en lidstaten en regio’s – binnen het kader van deze richtsnoeren - de middelen uit de fondsen grotendeels volgens eigen inzicht kunnen besteden, kan de EU-financiering echter op veel meer terreinen worden ingezet om een passend antwoord te geven op de vergrijzing.


Richtlijn voor gelijke behandeling in arbeid en beroep
In 2000 stemde de Raad in met de Richtlijn voor gelijke behandeling in arbeid en beroep die een verbod oplegt op alle leeftijdsgebonden discriminatie.6 Vóór december 2006 dienen alle lidstaten over wetgeving te beschikken die leeftijdsdiscriminatie tegengaat. Verschillende regio’s gebruiken deze richtlijn om hun vergrijzingsstrategie extra onder de aandacht te brengen. Het ligt in de lijn der verwachting dat vergrijzing en leeftijdsdiscriminatie gedurende het Europees Jaar voor Gelijke Kansen in 2007 hoofdthema’s zullen zijn. Ook zal leeftijd centraal staan in het op handen zijnde haalbaarheidsrapport over verdere acties rond gelijke kansen in 2007, geschreven in opdracht van de Europese Commissie.
Sociale zekerheid en sociale integratie
Naast de aandacht voor werkgelegenheid en economie, is de Lissabonstrategie erop gericht de sociale cohesie en het sociaal beleid te verbeteren.
Van alle leeftijdsgroepen lopen vooral ouderen het risico in armoede te vervallen en geconfronteerd te worden met sociale uitsluiting, als gevolg van een serie factoren als teruglopende sociale contacten, gezondheidsproblemen, een laag inkomen, gebrek aan mobiliteit en mishandeling. Lidstaten zijn overeengekomen om, in het kader van het Europese proces inzake sociale zekerheid en integratie, de open coördinatiemethode toe te passen om zo hun nationale actieplannen inzake pensioenen, gezondheidszorg, langdurige zorg en sociale integratie te stroomlijnen en tot een meer geïntegreerde aanpak te komen.
Economische gevolgen
De mate waarin vergrijzing de economie en de begroting van de lidstaten onder druk zet en risico’s meebrengt voor de duurzaamheid van de overheidsuitgaven, is beoordeeld aan de hand van een reeks prognoses inzake leeftijdsgebonden overheidsuitgaven voor alle 25 lidstaten, op het terrein van pensioenen, gezondheidszorg, langdurige zorg, onderwijs en de werkloosheidskosten.

In het rapport van ECOFIN en van het Comité voor de economische politiek “Impact of ageing populations on public spending7, wordt voor heel de EU-25 een algemene stijging met 3.4 procentpunt van het BNP van de leeftijdsgebonden uitgaven voorspeld in 2050, uitgaand van het huidige beleid.


In het rapport wordt echter aanbevolen om de vergrijzingslasten verder onder de loep te nemen en deze uit te splitsen, aangezien er vele variabelen zijn tussen en in de lidstaten en er een duidelijker inzicht nodig is van wat per land de grootste uitgavenposten zijn. Verder wordt benadrukt dat beleidswijzigingen de overheidsuitgaven danig kunnen beïnvloeden. Zo kunnen pensioenhervormingen en een grotere arbeidsparticipatie tot overheidsbesparingen leiden. Tot slot stelt het rapport dat de leeftijdsgebonden overheidsuitgaven voor gezondheidszorg, langdurige zorg en invaliditeit met de helft kunnen worden teruggebracht als de nodige maatregelen worden genomen om te bevorderen dat mensen lang in gezondheid leven.
Gevolgen voor de regio’s
Terwijl de EU in haar geheel een combinatie laat zien van een hoge en nog steeds hoger wordende levensverwachting en een over het algemeen lage vruchtbaarheid, blijken de resultaten van deze brede demografische processen zich op regionaal niveau op uiteenlopende manieren te vertalen. Werkgelegenheids- en migratiepatronen, in combinatie met die trends, genereren dan weer specifieke territoriale en ruimtelijke kenmerken. Demografische indicatoren brengen de hoge mate van variatie tussen regio’s in de hele EU duidelijk aan het licht.
Figuur 3: Kaart van de regionale verschillen in de verhouding tussen inactieve en actieve bevolking (aantal 65-plussers in verhouding tot mensen tussen de 15–64) voor NUTS 2 –regio’s, 2002

Bron: Europese Commissie, Regio’s: statistisch jaarboek, 2004, p.22.


Belang van vergrijzing voor regionale strategieën
In regionale strategieën voor economische groei, sociale integratie en duurzame ontwikkeling moeten de volgende hoofdpunten aan bod komen:

  • deelname van ouderen aan het arbeidsproces stimuleren;

  • dienstverlening aan en zelfredzaamheid van een toenemend heterogene oudere bevolking;

  • zowel de particuliere als de overheidssector inzicht geven in de consumptiepatronen van een toenemend oudere bevolking en geëigende diensten en producten ontwikkelen;

  • ouderen laten deelnemen aan regionaal bestuur;

  • armoede en sociale uitsluiting onder ouderen bestrijden.

Gezien de uiteenlopende regionale situaties, worden er momenteel overal in de EU strategieën uitgewerkt die een antwoord trachten te bieden op het transversale karakter van vergrijzing.




  • Een belangrijke functie van het North West Forum on Ageing (5050 vision) in Engeland is om input te leveren voor de Regionale Economische Strategie (RES), waarbij vergrijzing als thema wordt meegenomen in de ontwikkeling van het regionaal beleid in het algemeen. Een nuttig instrument voor de beïnvloeding van dergelijke strategieën is de voor de partners van het Regions for All Ages Programma door de universiteit van Nottingham Trent samengestelde Age Proofing toolkit8, die voor alle Engelse regio’s beschikbaar is.


Vergrijzing: algemene tendensen, gemene delers en huidige indicatoren


Vraag

Huidige inhoud

Benodigde aanvullingen

Wordt er in het beleidsstuk rekening gehouden met de huidige en toekomstige demografische tendensen op alle relevante beleidsterreinen, zoals economie, infrastructuur en sociaal beleid?
Wordt er in de analyse aandacht besteed aan de algemene vergrijzingtendensen en de specifieke regionale tendensen zoals migratie en de kenmerken van de etnische minderheden?







Wordt er in het beleidsstuk voldaan aan de relevante regelgeving en de geformuleerde doelstellingen?
Zijn gemeenplaatsen over en negatieve beeldvorming van mensen uit verschillende leeftijdscategorieën vermeden en is het heterogene karakter van 50-plussers goed weergegeven? Is er niet vervallen in stereotiep taalgebruik of negatieve beeldvorming van oudere mensen?







Wordt informatie over bepaalde tendensen vertaald in specifieke voorstellen? Zijn de relevante leeftijdsgroepen geraadpleegd over het beleidsstuk?






2. Vergrijzing en regionale economie


Werkgelegenheid, bijdrage aan de economie en vaardigheden
Naarmate mensen langer leven en er minder jonge mensen in het arbeidsproces treden, veroudert de arbeidsmarkt. Er wordt meer en meer ingezien dat de uitdaging die demografische veranderingen met zich meebrengen voor regionale ontwikkeling mede het hoofd kan worden geboden middels de efficiënte inzet van ouderen als actieve bijdragers aan de regionale economie.
Oudere werknemers kunnen op verschillende manieren bijdragen aan de regionale economie en doen dat ook al. Zo hebben vele ouderen een volledige of een parttime baan of een eigen bedrijf. Er zijn ouderen die kunnen werken, maar in de ziektewet lopen of vervroegd zijn uitgetreden, die kunnen worden aangemoedigd om weer aan het arbeidsproces deel te nemen door geschikte bijscholing, banen en arbeidsomstandigheden aan te bieden. Ouderen leveren ook vaak onbezoldigde bijdragen tot de regionale ontwikkeling door zich in te zetten als vrijwilliger of als mantelzorgers voor oudere familieleden of kleinkinderen.
Om allerlei redenen is het verre van eenvoudig om dit arbeidspotentieel ook daadwerkelijk te benutten. Enerzijds deinzen werkgevers er vaak voor terug om deel te nemen aan initiatieven voor een positievere houding tegenover oudere werknemers vanwege negatieve beeldvorming rond ouderen in zowel de cultuur als het beleid van organisaties, anderzijds zijn het soms de ouderen zelf die terugdeinzen vanwege persoonlijke omstandigheden zoals zorgtaken, gezondheidsproblemen, de afstand naar het werk, of het missen van specifieke vaardigheden. Regionale overheden en instanties hebben in dit verband een belangrijke taak te vervullen als coördinator van beleid en als contactpunt tussen beleidsmakers, bedrijfsleven, werkgevers en de oudere werknemers zelf. De kosten van de inactiviteit van oudere mensen zullen op den duur de economische groeicijfers naar beneden halen en de werkloosheidslasten doen stijgen. Voor ouderen zelf betekent deze inactiviteit maatschappelijke en economische uitsluiting, een slechtere gezondheid en een dalend zelfvertrouwen en gevoel van eigenwaarde.
In de Europese regio’s zijn de volgende initiatieven van start gegaan:


  • In het Engelse Wales wordt er met de Strategy for Older People gewezen op het economisch potentieel van ouderen. Doel is om in alle algemene arbeidsmarktprogramma’s aandacht te vragen voor de vergrijzingsdimensie en in dit kader initiatieven op poten te zetten waarbij ouderen als een specifieke doelgroep onder de actieve bevolking worden benaderd. Zo wordt ouderen aangepaste bijscholing aangeboden, wordt gewerkt aan de ontwikkeling van mensgerichte vaardigheden en wordt het zelfvertrouwen van ouderen weer hersteld. Ook krijgen ouderen hulp bij het opzetten van een eigen bedrijf.

  • In Nordrijn-Westfalen wordt er met het Arbeit und Innovation im Demographischen Wandel - Arbid (Arbeid en innovatie in tijden van demografische veranderingen) getracht om vraag- en aanbodgerichte maatregelen af te stemmen op het vergrijzingsperspectief en gebruik te maken van de beschikbare kwaliteiten van ouderen voor nieuwe banen op de arbeidsmarkt. Familieleden (vaak ouderen) die zorg dragen voor oude mensen wordt ook steun geboden, onder meer door de regels aan te passen (m.n. arbeidswetten) waardoor er voldoende mogelijkheden bestaan om, indien nodig, werk en zorgtaken te combineren.

Vergrijzing en de regionale economie

Werkgelegenheid, bijdrage aan de economie en vaardigheden

Vraag

Huidige inhoud

Benodigde aanvullingen

Wordt aan de actieve bijdrage van ouderen in dienstverband, als zelfstandige of in onbetaalde arbeid zoals vrijwilligerswerk of mantelzorg erkenning gegeven in het beleidsstuk?







Zijn de huidige inzet van ouderen in de regio en de mogelijkheden om deze nog te bevorderen daarin in kaart gebracht?







Wordt er aandacht besteed aan en toegewerkt naar bestaande Europese en nationale doelstellingen en ingespeeld op ontwikkelingen in de wetgeving?







Worden er specifieke voorstellen aangedragen op het gebied van werkgelegenheid, werken als zelfstandige, levenslang leren, de ontwikkeling van vaardigheden, vrijwilligerswerk en zorgtaken?







Is melding gemaakt van de nationale en regionale instanties die als belangrijkste partners gelden in dit verband?






3. Vergrijzing en regionale ontwikkeling


Verbruik van goederen en diensten
Senioren beschikken over een alsmaar groeiende koopkracht. Ze vormen een steeds aantrekkelijker wordende doelgroep op de woningmarkt, de markt voor vrijetijdsbesteding en cultuur, gezondheidsproducten, toerisme en informatietechnologie. Dit kan regionale economieën dus interessante nieuwe impulsen geven. Het bedrijfsleven en dienstverlenende ondernemingen doen er goed aan de senioren niet allemaal in één hokje te stoppen en ervoor te zorgen dat goederen en diensten zijn afgestemd op de behoeften en de vraag van oudere consumenten. Dit geldt met name voor streken waar veel naar verhouding rijkere senioren wonen:


  • Uit onderzoek in Noordrijn-Westfalen bleek dat inspelen op de behoeften en wensen van ouderen, tot 2010 zo’n 100.000 nieuwe banen zou kunnen opleveren en dat de belastinginkomsten van de overheid tegen die tijd met meer dan 1,2 miljard euro kunnen stijgen. Soortgelijk onderzoek voor de Bondsrepubliek Duitsland toonde aan dat er de komende twee decennia waarschijnlijk ruim 900.000 nieuwe banen zullen worden gecreëerd in de ‘zilveren economie’ en dat de seniorenmarkt daarmee aantrekkelijker is dan welke andere Duitse economische sector of bedrijfstak ook.9 Tegen deze achtergrond is de taskforce ‘Zilveren economie’ (Seniorenwirtschaft) opgericht. Het gaat om een dialooggericht initiatief, hetgeen inhoudt dat er een heel scala van actoren zoals het bedrijfsleven, vakbonden, zorginstanties en universiteiten uit regio’s in heel Europa samenkomen op conferenties en andere bijeenkomsten om te bekijken hoe huisvesting, telecommunicatie en recreatie-aanbod kunnen worden aangepast aan de wensen van senioren en voor hen op de markt kunnen worden gebracht.

De inkomensverdeling onder de oudere bevolking is echter zeer ongelijk en vooral alleenstaande ouderen hebben grote kans om in armoede te vervallen. Aangezien gepensioneerden over het algemeen een lager inkomen hebben dan werkenden, zal de vergrijzing er bijna overal in de EU toe leiden dat maatschappelijke uitsluiting, inkomensongelijkheid en armoede de komende 25 jaar zullen toenemen.10
Beleidsmaatregelen die bestemd zijn voor specifieke maatschappelijke doelgroepen, arbeidssectoren, etnische minderheden en geografische gebieden hebben gevolgen voor ouderen en de impact van vergrijzing varieert al naar gelang woongebied en socio-economische omstandigheden. In veel lidstaten lopen verschillende categorieën ouderen - alleenstaande ouderen, ouderen met een handicap en ouderen die in kansarme stadswijken of in afgelegen plattelandsgebieden wonen - het risico met armoede of sociale uitsluiting te maken te krijgen. Dienstverleners moeten er dus op toezien dat het dienstenaanbod en de sociale voorzieningen toegankelijk zijn voor, en aangepast aan de behoeften en wensen van ouderen, ongeacht waar ze wonen of wat hun koopkracht, arbeidsverleden of familieafkomst is.
In regionale beleidsmaatregelen inzake vergrijzing wordt rekening gehouden met de enorme verschillen in inkomen en integratie van ouderen.


  • Zo is het principe van sociale gelijkheid in Noord-Ierland verankerd in het programma Targeting Social Need (TSN), een beleid op hoog niveau om werkloosheid tegen te gaan, de inzetbaarheid te vergroten en de oorzaken van sociale uitsluiting te bestrijden. Beleidsmaatregelen zijn bij voorkeur bestemd voor die groepen die in de grootste nood verkeren. In dit verband gaat de aandacht vooral uit naar oudere werknemers met slecht betaalde banen, gepensioneerden die uitsluitend leven van een staatspensioen en sociale voorzieningen en ouderen die in te wensen overlatende tehuizen wonen.11

Vergrijzing en regionale ontwikkeling

Verbruik van goederen en diensten

Vraag

Huidige inhoud

Benodigde aanvullingen

Wordt in het beleidsstuk melding gemaakt van de potentieel hoge koopkracht van senioren voor verschillende markten en hun belang als afnemers van overheidsdiensten?
Wordt een overzicht gegeven van de producten en diensten waar vooral senioren belangstelling voor hebben?







Wordt er ingegaan op thema’s als armoede en sociale uitsluiting onder ouderen en worden er maatregelen voorgesteld?










Wordt ouderen ideeën aan de hand gedaan hoe ze hun inkomen kunnen verbeteren door als zelfstandige of in dienstverband te werken of door hun geld te beleggen of met aanvullende uitkeringen van de overheid?







Wordt aangegeven waar de aanwezigheid van senioren aanleiding kan geven tot de ontwikkeling van nieuwe vormen van dienstverlening of tot bedrijfsvernieuwing?







Wordt er verwezen naar specifieke plannen die bedrijven kunnen helpen dit soort maatwerk voor ouderen te leveren?







Wordt er een inschatting gemaakt van de wijze waarop deze vraag mettertijd zal evolueren en hoe de dienstverlening zich daaraan zal moeten aanpassen?







4. Vergrijzing en regionale infrastructuur


Infrastructuur, planning en vernieuwing
Vergrijzing, in werkgelegenheids- en migratiepatronen, beïnvloedt de ruimtelijke en territoriale ordening op regionaal niveau. Naarmate de bevolking ouder wordt, ontstaat er een grotere verscheidenheid in bevolkingssamenstelling in vergelijking met vroegere generaties. Er zijn meer ouderen en hun levensomstandigheden lopen op tal van gebieden uiteen: inkomen, gezondheid, behoeften en mogelijke bijdrage aan de samenleving. In de toekomst zullen vele senioren alleen wonen als gevolg van de zich wijzigende gezinsstructuren.
Steeds meer jongeren zullen het platteland en de randgebieden verlaten, op zoek naar werk in steden en stedelijke gebieden. Hierdoor dreigen ouderen in de voorsteden of aan de rand van de stad, en op het platteland geïsoleerd te raken. Er is daarentegen ook een beweging naar het platteland gaande, binnen eigen land en ook steeds meer over de landsgrenzen heen, van mensen op middelbare leeftijd en van toekomstig gepensioneerden, hetgeen enerzijds de regionale infrastructuur onder druk zet, maar anderzijds ook een interessante impuls voor de regionale economie kan betekenen.
Een bijkomende factor is de huisvestings- en bevolkingsstructuur van groepen al naar gelang afkomst, gender, invaliditeit, inkomen en werkgelegenheid in de regio’s. Groepen verouderen niet allemaal in hetzelfde tempo en vertonen uiteenlopende familie- en intergenerationele structuren die de demografische samenstelling van een regio behoorlijk kunnen beïnvloeden.
Eén van de belangrijkste uitdagingen is om ouderen een combinatie van huisvesting, voorzieningen, zorg, steun en woonaanpassingen te kunnen bieden die hen in staat stelt langer in hun eigen huis of samen met anderen te blijven wonen in plaats van naar een bejaardencentrum te moeten verhuizen. De meeste ouderen willen niet afhankelijk worden en zullen kiezen voor een zekere standing en design.
Naast huisvesting dient er voor de samenlevingsopbouw in een verouderende maatschappij ook naar de bredere context gekeken te worden: hun fysieke en sociale omgeving. Hoe ziet hun buurt eruit, hun directe leefomgeving en het gebied eromheen? Is het er veilig, zijn er winkels, is er toegang tot gezondheidszorg, is er goed openbaar vervoer zodat mensen hun familie kunnen opzoeken, eropuit kunnen trekken, kunnen gaan werken of zich op een andere manier nuttig kunnen maken, kan er gebruik worden gemaakt van voorzieningen? Dit zijn allemaal vragen die van zeer grote invloed zijn op de wijze waarop ouderen hun leefomgeving waarderen.
In de hele EU wordt in regionale plannen en strategieën voor huisvesting, infrastructuur en dienstverlening geleidelijk aan rekening gehouden met de veranderende bevolkingssamenstelling.


  • In de Finse regio Kainuu worden plannen voor huisvesting, infrastructuur en dienstverlening en de verspreiding van ICT steeds meer afgestemd op het streven om ouderen op het platteland te laten blijven wonen, teneinde te voorkomen dat er een te grote toestroom naar de regionale hoofdstad ontstaat en om de woongebieden evenwichtig te spreiden.12




  • In de Italiaanse regio Emilia Romagna is het 'Actieplan – Een samenleving voor alle leeftijden’ gelanceerd. Eén van de doelstellingen van dat plan is erop toe te zien dat tegemoet wordt gekomen aan de behoeften van ouderen, die 30% van de bevolking uitmaken.


Vergrijzing en regionale infrastructuur
Infrastructuur, planning en vernieuwing


Vraag

Huidige inhoud

Benodigde aanvullingen

Wordt er in het beleidsstuk stil gestaan bij de huidige en toekomstige noden op de woningmarkt (huishoudens van 1 of 2 personen) in het kader van de vergrijzing?







Wordt er nagegaan hoe de woonomstandigheden van ouderen kunnen worden verbeterd en hoe hun een ruimere keuze kan worden geboden?







Wordt er aandacht besteed aan het thema van de nabijheid van openbaar vervoer, hetgeen een sleutel is tot een actief leven van ouderen?







Wordt er gekeken of er genoeg winkelcentra, buurtwinkels en andere voor ouderen bestemde voorzieningen aanwezig zijn?







Worden er praktische voorstellen gedaan om ouderen op weg te helpen in de wereld van de nieuwe technologie, zoals met telefoniediensten en ICT?






5. Vergrijzing en regionale governance


Overleg en burgerschap
Een kenmerkend aspect van de regionale strategieën rond vergrijzing is de aandacht voor de maatschappelijke rol van ouderen. Het gaat hierbij om twee met elkaar samenhangende thema’s.
Ten eerste worden er maatregelen voorgesteld die het ouderen mogelijk maken zich actiever in te zetten en een grotere bijdrage te leveren in regionale gemeenschappen. Alhoewel hun bijdrage moeilijk in cijfers valt uit te drukken, zijn ouderen vaak de meest actieve leden van een buurtgemeenschap als afnemers van regionale en lokale diensten en omwille van het vrijwilligerswerk en de zorgtaken die ze op zich nemen. Zo zijn er steeds meer aanwijzingen dat ouderen een belangrijke rol spelen bij het opzetten en runnen van maatschappelijke ondernemingen op het platteland en dat dit soort ondernemingen zowel de ondernemers als de klanten voordeel oplevert.13 Deze bijdrage aan het ‘sociaal kapitaal’ of de cohesie van gemeenschappen en regio’s kan worden gestimuleerd of tegengewerkt afhankelijk van de mate waarin ouderen hun stem kunnen laten horen in debatten over stedelijke en ruimtelijke ontwikkeling, huisvesting, dienstverlening en vervoersnetwerken.
Ten tweede leggen regionale beleidsmakers veel meer nadruk op de actieve betrokkenheid van ouderenvertegenwoordigers bij de ontwikkeling van specifieke vergrijzingsstrategiëen. Dit wordt als essentieel gezien voor de vormgeving van bepaalde initiatieven en om ervoor te zorgen dat ze ten goede komen aan dié ouderen die het nodig hebben. Hoé ouderen zich inzetten en in welke mate hangt af van de nationale tradities inzake beleidsvorming en van de kracht van de maatschappelijke organisaties.


  • In het Britse Wales wordt overwogen om een hooggeplaatste ‘Commissaris voor ouderen’ te benoemen die de belangen van ouderen zal behartigen, hetgeen duidt op een toegenomen relevantie van een groeiende groep mensen die naar verhouding ondervertegenwoordigd zijn in de samenleving.




  • Zowel in Noordwest-Engeland als in Noordrijn-Westfalen is een opvallende dynamiek aan de gang rond de ontwikkeling van regionale strategieën inzake vergrijzing: vertegenwoordigers van leeftijdsgebonden organisaties worden betrokken bij het gehele proces van raadpleging, ontwikkeling en uitvoering van het beleid. Op deze manier hebben ouderen veel meer in de melk te brokkelen als het om voor hen relevante beleidsplannen en -maatregelen gaat.

Vergrijzing en regionale governance
Overleg en burgerschap


Vraag

Huidige inhoud

Benodigde aanvullingen

Wordt er in het beleidsstuk aandacht besteed aan het belang van ouderen voor het maatschappelijke, politieke en culturele leven in de regio?







Wordt er gewezen op specifieke mogelijkheden om ouderen te raadplegen en hen te betrekken bij de regionale governance?







Wordt de bijdrage van ouderen erkend als het gaat om gemeenschapsinitiatieven in de sociale economie en worden er instrumenten aangereikt om die rol verder uit te bouwen?







Zijn gemeenplaatsen en negatieve beeldvorming over de bijdragen en de belangen van mensen uit verschillende leeftijdscategorieën vermeden?

Bv. in taalgebruik over of pejoratieve beelden van ouderen.










Hoofdstuk 3 - Het gebruik van de toolkit in Europese regio’s
Vergrijzingsstrategieën ontwikkelen in verschillende regionale bestuurscontexten
Er wordt steeds meer ingezien dat er juist op regionaal niveau veel gedaan kan worden om op een positieve manier met vergrijzing om te gaan en de regionale ontwikkeling op een transversale manier te benaderen.
Regionale overheden staan vaak dicht genoeg bij het complexe samenspel van factoren die de verschillende demografische patronen beïnvloeden, om de belangrijkste demografische trends te kunnen herkennen en de gevolgen ervan in kaart te brengen. Tegelijkertijd handelen zij op een beleidsniveau dat strategisch genoeg is om na te gaan hoe de verschillende beleidsmaatregelen op elkaar inwerken en om andere actoren te kunnen coördineren. Regionale overheden beschikken daarnaast over groeiende politieke autonomie en financiële middelen waardoor ze vergrijzingsstrategieën kunnen ontwikkelen die betrekking hebben op een groot aantal beleidsterreinen.
Binnen deze algemene context bestaan er in de regio’s in de Europese lidstaten echter heel uiteenlopende mixen van beleidsinstrumenten en -maatregelen. Niet in alle regio’s is daarom evenveel oog of belangstelling voor vergrijzingsstrategieën (zie figuur 4). Variaties zijn het resultaat van verschillen in vergrijzingtendensen en –graad, in specifieke regionale socio-economische profielen, in plaatselijke beleidstradities, in de toekenning van middelen en de verdeling van de bevoegdheden over de bestuurslagen. Het is van belang in te zien hoe verschillende structuren en bevoegdheden kunnen leiden tot verschillende strategische benaderingen.
Federale structuren
In een federaal systeem liggen veel van de belangrijkste bevoegdheden om de gevolgen van vergrijzing aan te pakken, op regionaal niveau, hetgeen beleidsmakers in staat stelt specifieke leeftijdsgebonden strategieën uit te stippelen. Zo zijn er in het Duitse Noordrijn-Westfalen een serie vernieuwende maatregelen ingevoerd om de gevolgen van demografische veranderingen op regionaal niveau aan te pakken.
Decentraal bestuur
In landen waar bevoegdheden zijn overgeheveld, maken regio’s gebruik van grondwetswijzigingen om mogelijkheden te creëren voor de oprichting van een onafhankelijke instantie of het benoemen van een persoon die tot taak krijgt de belangen van ouderen op regionaal en nationaal niveau te behartigen. Zo is de Nationale Vergadering voor Wales voornemens om een volledig onafhankelijke “commissaris” te benoemen die, op basis van de overgehevelde bevoegdheden, de belangen van ouderen behartigt in het regiobestuur voor Wales en in de Britse regering.
Structuren ter coördinatie en bewustwording
In sommige gevallen hebben regio’s dankzij nieuwe bestuursreglementen meer armslag gekregen om naar gerichte oplossingen te zoeken voor het vergrijzingsvraagstuk. In andere gevallen zijn er dankzij regionaliseringsprocessen een hele reeks nieuwe strategieën in het leven geroepen, zoals rond ruimtelijke ordening, vervoer en huisvesting, waar de vergrijzingsagenda in kan worden meegenomen en een vast aandachtspunt worden. Een voorbeeld van een dergelijke aanpak is het 5050Vision-programma in Noordwest-Engeland.
Andere voorbeelden binnen dit soort structurele kaders zijn initiatieven om een stimulerende omgeving voor vrijwillige, flexibele en vernieuwende activiteiten tussen verschillende organisaties en actoren te creëren. Zo kunnen regionale en lokale actoren wettelijke kaders worden aangereikt en prikkels worden gegeven tot deelname aan leeftijdsgebonden programma’s, zoals in Emilia-Romagna gebeurt. De bewustwording in een regio kan ook worden bevorderd door middel van publiciteitscampagnes, conferenties en seminars, waardoor alle maatschappelijke sectoren zich meer geroepen voelen zich over het vraagstuk te buigen, zoals in het Nederlandse Noord-Brabant gebeurt.
Verschillende manieren om regionaal beleid te ontwikkelen
De hier opgesomde strategieën sluiten elkaar natuurlijk niet wederzijds uit: in een en dezelfde regio kunnen verschillende combinaties van activiteiten naast elkaar bestaan, afhankelijk van de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de regionale instanties.
Figuur 4: de verschillende stappen in beleidsontwikkeling




Interinstitutioneel

Regionale instanties of vertegenwoordigers krijgen de taak de belangen van ouderen te behartigen



Een op maat gemaakte strategie

Een concrete vergrijzingsstrategie uitwerken



Actieplannen

Regionale en lokale actoren via stimuli aanzetten tot deelname aan leeftijdsgebonden programma’s en projecten



Bewustwording

Via publiciteitscampagnes, conferenties en seminars de bewustwording vergroten



Strategie (mainstreaming)

Erop toezien dat de vergrijzingsagenda een vast aandachtspunt wordt in de bestaande regionale strategieën




Regionale strategieën toepassen op verschillende regionale bestuurscontexten
De betrokken partners
Er kunnen tal van combinaties van nationale, regionale en lokale bestuurslagen en publieke, particuliere en vrijwilligerssectoren betrokken zijn bij de ontwikkeling van vergrijzingsstrategieën. In sommige gevallen zijn het de regionale overheden of besturen die het voortouw nemen in dit beleidsproces, met name wanneer er al overkoepelende regionale vergrijzingsstrategieën op de rails zijn gezet. Maar ook andere regionale organisaties hebben hierin hun aandeel. Vrijwilligersorganisaties en belangengroepen kunnen een belangrijke rol spelen als het erom gaat welbepaalde groepen ouderen met kans op sociale uitsluiting in het oog te houden. Ook instanties die zich bezighouden met de economische ontwikkeling van een regio kunnen interessante oplossingen aandragen met betrekking tot het vergrijzingsbeleid versus arbeidsmarkt. Los van de verschillen in regionale bestuurscontexten, zijn er een aantal uitdagingen die voor alle betrokken partijen hetzelfde zijn14:


  • De doelgroepen afbakenen. Zelfs binnen een en dezelfde regionale strategie kunnen actoren de uitdagingen anders inschatten. Vaak draaien die verschillen om de definitie van bepaalde begrippen, zoals de in aanmerking te nemen leeftijdsklasse en de definities van de senior als werknemer, zorgdrager, consument of patiënt. Als er verschillende zienswijzen rond de agenda’s van vergrijzing en economische groei bestaan, kunnen de strategische doelstellingen vervagen. Er kan een spanningsveld bestaan tussen maatregelen die met name de bijdrage van ouderen aan ‘informele taken’ (zoals zorg voor kinderen en vrijwilligerswerk) uit de verf willen doen komen en maatregelen die gericht zijn op het aanmoedigen van ouderen tot deelname aan de formele arbeidsmarkt. Het is duidelijk dat beleidsmakers hun strategieën zoveel mogelijk moeten baseren op vooruitstrevende, flexibele definities van uiteenlopende groepen ouderen, bijvoorbeeld op basis van gender, invaliditeit, sociaal-economische klasse, werk, enz.




  • Vinden van een evenwicht tussen mainstream-initiatieven en op maat gemaakte initiatieven. In sommige gevallen is het nodig dat er specifieke vorm van steun komt voor mensen of steun voor een specifieke groep mensen. Leeftijdsgebonden beleid dient echter ook te worden toegepast op andere beleidsterreinen, zoals werkgelegenheid, sociale integratie, duurzame ontwikkeling en levenslang leren. Meer in het algemeen zou het een behoorlijke meerwaarde kunnen opleveren om het vergrijzingsbeleid te integreren in ander beleid, zoals het beleid rond levenslang leren en gelijke kansen.




  • Coördinatie binnen en tussen verschillende bestuurslagen is ook van belang. Het is duidelijk dat ouderen in toenemende mate dienen te worden geraadpleegd over en betrokken bij de beleidspraktijk; dit maakt het hanteren van het vergrijzingsvraagstuk echter ook ingewikkelder. Belangrijke aspecten worden nog bepaald door nationale regelgeving, zoals pensioen- en arbeidsmarktsbeleid. Er dienen heldere richtlijnen te komen over hoe nationale wetten en maatregelen op regionaal niveau moeten worden uitgelegd en uitgevoerd. Nationale beleidsdoelstellingen dienen te worden afgestemd op de doelstellingen van de regionale initiatieven. Gezien de waaier van regionale organisaties die mogelijk bij het beleid betrokken zullen worden, is er behoefte aan een officieel, overkoepelend beleidskader en een regionale instantie die verantwoordelijk is voor de ontwikkelingsplannen, de planning en de toekenning van middelen. En tot slot: samenwerking met lokale organisaties blijkt vaak de sleutel tot succes. Voor de tenuitvoerlegging van regionale initiatieven en het mobiliseren van ouderen zijn lokale structuren en gemeenschapsinitiatieven immers vaak van doorslaggevend belang. Lokale overheden beschikken in de regel over de beleidsbevoegdheden, financiële middelen en contacten met gemeenschappen die nodig zijn voor het welslagen van de regionale vergrijzingspolitiek.



  1   2


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina