Reglement driebandencompetitie biljartkring de dongemond



Dovnload 22.35 Kb.
Datum17.10.2016
Grootte22.35 Kb.
REGLEMENT DRIEBANDENCOMPETITIE

BILJARTKRING DE DONGEMOND.


Artikel 1.

Er wordt gespeeld met 3-tallen. Spelers dienen per team opgegeven te worden. Bij opgave van 1 team dienen minimaal 4 spelers opgegeven te worden. Per vereniging mag met maximaal twee teams worden ingeschreven.


Per team dient een teamleider (met telefoonnummer) opgegeven te worden. Deze is verantwoordelijk voor een goed verloop van de wedstrijden. Bij diens afwezigheid fungeert een ander teamlid als zodanig.
Artikel 2.

De wedstrijden worden op vrijdag en maandag gespeeld.

De wedstrijden dienen op vrijdag aan te vangen om 20.00 uur en op maandag op 19.30 uur. Op dit tijdstip dienen minimaal 2 spelers van elk team aanwezig te zijn. Om 21.00 uur dienen alle spelers aanwezig te zijn, anders heeft men de desbetreffende partij verloren.
Artikel 3.

Er wordt gespeeld voor een door de wedstrijdleiding berekend aantal caramboles. Dit is 50 x het moyenne. Het minimaal te behalen aantal caramboles bedraagt 10.

Het opgegeven moyenne van nieuwe leden wordt na drie wedstrijden door de kringwedstrijdleiding herzien. Nieuwe leden die na hun eerste drie wedstrijden, na de 1e helft van de competitie of aan het einde van de competitie 25 % of meer boven hun opgegeven gemiddelde spelen, zullen punten in mindering krijgen ter beoordeling door de kringwedstrijdleiding en het Bestuur. Op de helft en na afloop van de competitie worden de gemiddelden van alle spelers herzien door de kringwedstrijdleiding.

De speler die zijn partij in 40 beurten of minder als winnaar beëindigt krijgt één extra wedstrijdpunt.


Artikel 4.

Spelers van de bezoekende vereniging gaan eerst van acquit. De speler gaat van acquit met de witte bal in voorwaartse richting over rood.


Artikel 5.

Voor elke competitiewedstrijd dient de thuisspelende vereniging zorg te dragen voor een schrijver. De thuisspelende vereniging dient zorg te dragen voor het bijhouden van een scorebord, dat na elke gespeelde beurt correct dient bijgewerkt te worden.


Voor elke competitiewedstrijd dient de uitspelende vereniging zorg te dragen voor een teller, de arbiter.
Artikel 6.

De arbiter leidt de partij. Spelers en schrijver mogen alleen tussenbeide komen als spelregels verkeerd toegepast zouden gaan worden. Hij telt duidelijk en met luide stem en hij waarschuwt bij vastliggen van de speelbal. Er wordt met 1 opgeteld. Hij let erop dat de speler met zijn eigen bal speelt en wacht tot de ballen in ruststand liggen. De arbiter mag de optelling der punten controleren en zo nodig herstellen. De arbitrage geschiedt actief, dus direct ingrijpen en de speler op zijn fout wijzen en de beurt aan de tegenpartij geven. Bij navraag mag hij aanwijzingen geven. Hij mag niet op fouten wijzen die op het punt staan begaan te worden.


Artikel 7.

Ligt de speelbal vast tegen één of beide ballen, dan mag de speler kiezen uit:



  1. Het spelen van een niet vastliggende bal of via één of meerdere banden, tegen welke de speelbal vastligt;

  2. Het losspelen van zijn speelbal door een kopstoot (Massé of Piqué);

  3. Het op de acquitten laten plaatsen van zijn speelbal en de daaraan vastliggende bal, eventueel alle ballen als de speelbal tegen beiden ballen vastligt en wel

  1. De rode bal op acquit D.

  2. De speelbal op het beneden acquit B.

  3. De andere witte/gele bal op het midden acquit C.

Is het, voor de vastliggende bal aangewezen acquit versperd, dan wordt die bal geplaatst op het aangegeven acquit voor de bal, die het eerst bedoelde acquit verspert.

Springen één of meerdere ballen uit het biljart, dan dienen de uitgesprongen ballen op de acquitten te worden geplaatst zoals hierboven vermeld voor vastliggende ballen.


De acquitten A, B, C en D

                                                                                                 

                                                                                                acquitlijn    

                                                                                               ↓



                                                          о A

            о D                  о C          .     о  B          

                                                                                           

                                                         о  A

                                                    

Artikel 8.

Partijen worden volledig uitgespeeld ongeacht het aantal benodigde beurten. Beide spelers hebben een gelijk aantal beurten; één speler heeft dus de nabeurt.

De arbiter waarschuwt de speler wanneer hij nog 3 caramboles te maken heeft.

Bij grove onregelmatigheden, door welke oorzaak dan ook, mag hij de partij staken. In geval van touché door derden beslist de arbiter. Hij mag het spelpatroon naar eigen inzicht herstellen. Hij let op niet roken boven het biljart, spelen met de pomerans, spelen met tenminste één voet op de vloer.
Artikel 9.

Een invaller is een voor de driebandencompetitie opgegeven reservespeler.


Artikel 10.

Na de wedstrijd tekenen beide teamleiders het wedstrijdformulier, dat door zorg van de uitspelende vereniging binnen vier dagen na het verspelen van de wedstrijd bij de kringwedstrijdleiding moet worden ingeleverd. De tellijsten dienen door de thuisspelende vereniging tot tenminste één maand na het beëindigen van de competitie te worden bewaard.

Bij niet tijdig inleveren van het wedstrijdformulier worden bij de uitspelende vereniging 5 wedstrijdpunten in mindering gebracht, bij niet inlevering van het wedstrijdformulier 10 wedstrijdpunten.
Artikel 11.

Tijdens de lopende competitie worden geen leden van deelnemende verenigingen overgeschreven.


Artikel 12.

Een wedstrijd gespeeld door een niet rechtmatige speler, zijnde een niet aangemelde speler of invaller, wordt als een verloren partij beschouwd.


Artikel 13.

De laatste drie wedstrijden van de competitie mogen niet worden uitgesteld. Zij mogen wel vooruit worden gespeeld. Uitstel van een van de laatste drie wedstrijden levert geen punten meer op.

Artikel 14.

Wedstrijden in de kring, met uitzondering van de laatst geplande drie, kunnen eenmaal worden uitgesteld.

De wedstrijdleiding dient uiterlijk op de dag van de wedstrijd en vóór 19.00 uur op de hoogte te zijn gebracht van het uitstel.

De betreffende verenigingen zijn verantwoordelijk voor een nieuwe speeldatum.

De wedstrijdleiding dient binnen een week te zijn geïnformeerd wanneer de uitgestelde wedstrijd zal worden gespeeld.

De uitgestelde wedstrijd dient te worden gespeeld binnen een periode van vier weken vanaf de ingeroosterde datum en binnen dezelfde competitiehelft.



Wedstrijden gepland buiten deze periode leveren geen wedstrijdpunten meer op.

De vereniging die op de nieuwe ingeplande speeldatum verstek laat gaan, krijgt geen wedstrijdpunten. 



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina