Regulering van softdrugs is een utopie’ Interview met Yoram Stein, auteur van ‘Stoppen met blowen’



Dovnload 14.49 Kb.
Datum22.07.2016
Grootte14.49 Kb.
Regulering van softdrugs is een utopie’

Interview met Yoram Stein, auteur van ‘Stoppen met blowen’
Louis Jongejans
Yoram Stein(1972), auteur van ‘Stoppen met blowen’, is filosofiedocent aan het Montessori Lyceum Amsterdam en journalist. Hij studeerde politicologie en filosofie aan de Universiteit van Amsterdam en aan de University of California, Berkeley. Hij was onder meer journalist van Trouw en Opinio. Naar aanleiding van het boek ‘Stoppen met blowen’ bereidde ik met een groepje leerlingen van mijn school – het Einstein Lyceum - een aantal vragen voor en zocht ik namens MM Yoram op.
Yoram zegt ontzettend leuke reacties van leerlingen gehad te hebben na de publicatie van zijn boek. ‘Een leerling is zelfs gestopt met blowen! Collega’s reageerden wisselend. Een collega vroeg mij waarom ik haar niet eerder gesteund had in het wijzen op de risico’s van cannabisgebruik. Maar ik was me niet van bewust geweest van haar strijd tegen leerlingen die naar coffeeshops gaan in plaats van naar school. Een andere collega vond mij maar moralistisch. Zijn reactie was: “Iedereen moet toch een keer knetterstoned zijn geweest.” Mijn punt is dat dit welbeschouwd even moralistisch is als een verbod, alleen zeg je dan tegen leerlingen: “je moet blowen” in plaats van “je moet het niet doen”.’

Yoram vindt dat jongeren uiteindelijk zelf de keuze moeten maken of ze willen gaan blowen of niet, maar hij vindt het wel belangrijk dat ze daarbij gewaarschuwd zijn voor de risico’s. Daarbij maakt Yoram met zijn boek jongeren eveneens bewust van het feit dat ook andere belangen meespelen zoals de belangen van Philips (lampen), TNO en de Landbouwuniversiteit Wageningen – allemaal bedrijven en instellingen die direct of indirect verdienen aan het kweken en exporteren van hennep. Voor het groepje leerlingen dat het interview mede voorbereidde was dit een echte eyeopener. ‘Hoe verknipt kan men zijn,’ aldus één van hen.

De leerlingen van het Einstein Lyceum begrepen niet goed waarom Yoram tegen reguleren is. ‘Reguleren’ wil zeggen: het onder overheidstoezicht produceren en verhandelen van alle soorten drugs voor de Nederlandse markt. Frits Bolkestein, Els Borst en anderen bepleitten dit kortgeleden in het NRC Handelsblad. In hun ogen is het opheffen van het drugsverbod een logische stap, zeker als het gaat om het legaliseren van de cannabisteelt. Yoram noemt het echter ‘een utopie’. Bolkestein en Borst hebben volgens hem niet door dat cannabis een van de belangrijkste Nederlandse exportartikelen is geworden. Omdat het merendeel van de cannabisproductie voor het buitenland bestemd is, heeft het volgens hem weinig effect op de georganiseerde misdaad als je alleen maar de Nederlandse markt gaat reguleren.

Daarbij ziet hij ook andere bezwaren kleven aan het opheffen van het verbod op drugs. ‘Je moet je afvragen wat de functie is van een verbod, zoals bijvoorbeeld een verbod op het maken of verhandelen van drugs. Daarmee geven wij als samenleving eigenlijk aan dat wij het belangrijk vinden dat mensen geen drugs gebruiken. Schaf je zo’n verbod af, dan gaat daar een omgekeerd signaal van uit: daarmee zeg je eigenlijk dat je het helemaal niet zo belangrijk vindt dat mensen geen drugs gebruiken. Door drugsgebruik te legaliseren, maak je het jongeren makkelijker om te gaan gebruiken. Een dergelijk plan heeft iets absurds in onze tijd. We weten nu dat een drug als cannabis bijvoorbeeld vele malen schadelijker is dan we dachten in de jaren tachtig: cannabis is verslavend, het kan depressies, psychoses en schizofrenie veroorzaken en hevig gebruik is duidelijk slecht voor je schoolprestaties en voor je algehele levensgeluk. Bovendien leven we in een tijd waarin we steeds meer wetgeving verzinnen – denk aan het rookverbod in de horeca – die het gebruik van schadelijke middelen proberen tegen te gaan. Waarom zouden we dan tegelijkertijd het verbod op andere middelen die heel slecht voor je zijn opheffen? Ik zie daar de logica niet van in.’

De leerlingen wilden weten hoe je erachter komt of je verslavingsgevoelig bent. Twee factoren spelen daarbij een rol, zegt Yoram. Aan de ene kant bestaat er zoiets als een genetische aanleg voor verslavingen . Aan de andere kant bepaalt ons eigen gedrag of we ergens verslaafd aan raken of niet. Yoram: ‘Het klinkt oubollig, maar wat betreft het laatste gaat het om “gebruik met mate”.’

Op de vraag of supermarkten en scholen vanwege de verkoop van breezers net zo slecht samengaan als coffeeshops en scholen, reageert Yoram genuanceerd. ‘Je mag er toch van uitgaan dat supermarkten proberen te voorkomen dat jongeren breezers kopen. Een goed gesprek is dan toch zeker op z’n plaats.’

De leerlingen van het Einstein Lyceum hebben echter andere ervaringen: ‘Tweedeklassers wordt niets gevraagd: zij krijgen de breezers zo mee.’ Yoram wijst op het strikte beleid dat er in Amerika is op dit gebied. ‘Zonder ID-kaart en onder de 21 kan je in Amerika echt niet aan alcohol komen.’ In de sfeer van dit gesprek kan ook deze redenering omgedraaid worden: Alcohol wel voor jongeren beschikbaar stellen betekent eigenlijk dat de overheid zegt dat ze geen belang hecht aan een goede ontwikkeling van jongeren, zeker nu we weten dat ook alcohol schadelijk is voor de ontwikkeling van de hersenen.

Natuurlijk ben ik benieuwd waarom Yoram het boek is gaan schrijven. Yoram geeft aan dat hij (tijdens een terugkombijeenkomst met therapeut Peter van Dalen van de Jellinek) hoorde dat de zelfhulpgroep voor cannabisverslaafden en andere roesverslaafden ophield te bestaan. Daarmee zou er niets gebeuren met alle opgedane ervaringen van deze zo succesvolle therapie. Dat kon er bij Yoram niet in. In eerste instantie wilde Yoram het boek schrijven over de methode van Peter van Dalen, zonder dat hij daarbij zijn eigen verhaal uit de doeken deed. Met behulp van de slagzinnen die therapeut Peter van Dalen zo vaak gebruikt had en de verhalen van de mensen uit de groep die hem en zoveel anderen de kracht hadden gegeven om te volharden in hun besluit om nooit meer te gebruiken, hoopte hij duidelijk te kunnen maken hoe je effectief kunt stoppen met een verslaving aan roesmiddelen. Maar om uit te leggen waarom hij dit boek schreef, moest Yoram echter wel uit de kast komen als iemand die zelf cannabisverslaafd is geweest. Het oorspronkelijke plan leidde uiteindelijk tot het tweede deel van zijn boek waarin de therapie meer centraal staat.

Het Trimbos Instituut krijgt het er in het boek flink van langs, zeker nadat het instituut vermeldde dat cannabis gebruik vergelijkbaar zou zijn met het eten van chocolade. Inmiddels heeft Yoram het instituut gesproken. Het gesprek leverde wel wat op. Natuurlijk vond men de publicatie van het boek niet leuk en geeft men aan dat het feitelijke onjuistheden bevat (zonder overigens dat men kon aangeven om welke concrete fouten in het boek het dan gaat), maar wat wel bereikt is, is dat men erkent dat de groep verslaafden groter is dan de door het instituut gebruikte woorden ‘kleine groep’ suggereren. Al met al een stap in de goede richting.

Ten slotte geeft Yoram nogmaals aan waar het hem om gaat: erkenning van cannabisverslaving als een serieus persoonlijk en maatschappelijk probleem. Het succes van psychotherapeut Peter van Dalen is dan ook dat hij cannabis ziet als een middel dat in potentie even verslavend is als andere roesmiddelen zoals alcohol of cocaïne, en daar zijn therapie op af stemt. Yoram weet als geen ander hoe moeilijk het is te stoppen en hoe gemakkelijk het is verslaafd te worden. Naar zijn mening is het daarom tijd dat we ophouden de verslavende werking en risico’s van cannabisgebruik te verbloemen.

‘Stoppen met blowen’ draagt absoluut bij dat jongeren bewust gemaakt worden van de risico’s. Bovendien leest het gemakkelijk en sluit het aan bij de taal en belevingswereld van jongeren. ‘Een boek dat elke zichzelf serieus nemende schoolmediatheek in huis moet hebben,’ aldus een leerling van het Einstein Lyceum.

Stoppen met blowen’, Yoram Stein


Louis Jongejans
In ‘Stoppen met blowen’, stelt Yoram Stein de gevolgen van de gedoogmaatschappij met betrekking tot cannabisgebruik aan de orde en onderbouwt dit met diverse, tot dusver veelal nog onbekende feiten. Het boek bestaat uit twee delen. In het eerste deel stelt de auteur mythen aan de orde die rondom cannabis zijn opgetrokken. Het gaat onder andere om belangen die derden hebben bij cannabis gebruik maar ook over het feit dat cannabis als verslavend middel enorm onderschat wordt. De auteur relateert dit onder meer aan de rol van de gedoogmaatschappij, maar ook aan belangen die aan de productie van nederwiet kleven. Door het perspectief te kiezen van een verslaafde (de auteur gebruikt hiervoor autobiografische gebeurtenissen) lees het boek gemakkelijk weg. Dit maakt het boek overigens zeer toegankelijk voor jongeren. De auteur wijst de lezer op het feit dat cannabis serieus genomen dient worden als verslavend middel, terwijl in het verleden en heden onze (gedoog)maatschappij daar niet als zodanig mee om ging en gaat. Het Trimbos Instituut vergeleek cannabis gebruik zelfs met het eten van chocolade. Lezers moeten wel van goede huizen komen als ze het gebruik van cannabis na het lezen van het eerste deel nog als een onschuldig tijdverdrijf zien dat niet kan leiden tot een ernstige vorm van verslaving.

Het tweede deel van het boek gaat over de methode van therapeut Peter van Dalen van de Jellinekkliniek. De tien stappen van de door Van Dalen gebruikte methode komen stuk voor stuk aan bod en benadrukken de ernst van de verslavende werking zoals dat genoemd wordt in deel 1. Ook dit deel is goed leesbaar omdat de auteur de ik-vorm gebruikt en zijn eigen ervaringen naast de door Van Dalen gebruikte methode zet.



Het boek leest lekker weg, is goed toegankelijk en zoals gezegd zeker geschikt voor jongeren. Bovenal is het op een overtuigende integere manier geschreven. Een boek dat elke bibliotheek van het voorgezet onderwijs zou moeten bezitten en waar ook gemakkelijk in mentorlessen, lessen levensbeschouwing of maatschappijleer aandacht aan besteed kan worden.
Yoram Stein: ‘Stoppen met blowen’, Uitgeverij Nieuw Amsterdam, 2010, ISBN/EAN 9789046806555



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina