Reisverslag Rwanda Een weg is een verbinding brs-inleefreis Voorwoord



Dovnload 212.17 Kb.
Pagina1/5
Datum21.08.2016
Grootte212.17 Kb.
  1   2   3   4   5


Reisverslag Rwanda
Een weg is een verbinding
BRS-inleefreis

Voorwoord
Is dit een reisverslag, een dagboek, een vriendenverhaal, een cultuur-historisch werk, een filosofisch traktaat, een reportage, een roman, een pamflet, een bezinningstekst, een geschiedenisboek, een...? Neen en ja. Het is het allemaal. Maar bovenal is het de vrucht van de blijheid, de verwondering en bewondering die groeide en bloeide ginds in de paradijselijke zon en natuur van Rwanda waar we bijna drie weken lang rondtoerden. Wij, een groepje van veertien min of meer voor elkaar onbekende mensen, die vrienden werden, vrienden verbonden en gedragen door eenzelfde basisvorm van geloof en hoop voor een betere wereld.

Dat geloof en die hoop wordt concreet gemaakt in het actief lidmaatschap van de Belgische Raiffeisen Stichting (BRS). Door het ondersteunen van microfinanciering worden de waarden van coöperatieve vennootschap CERA (KBC Bank en Verzekeringen) waartoe BRS behoort ook in het Zuiden gerealiseerd. Deze coöperatieve waarden zijn: samenwerking, solidariteit, inspraak en respect voor het individu en zijn gebaseerd op de meer dan honderd jaar oude principes van Friedich Wilhelm Raiffeisen (1818-1888).  Eigenlijk zijn de inzichten van Raiffeisen meer dan ooit springlevend. Wat ooit gold voor de arme hongerende boerenbevolking in Europa in 1845 geldt nu voor wat wij noemen “ontwikkelingslanden”. Raiffeisen kwam tot het besef dat liefdadigheidsacties geen blijvende lotsver-betering realiseren. Hulp alleen is onvoldoende om het leven van de gewone man/vrouw menswaardig(er) te maken. Een andere werkwijze drong zich op. Zijn eenvoudig maar doeltreffend idee bestond erin de arme mensen te leren zichzelf te behelpen. Geen liefdadigheid dus, maar zelfhulp. Mensen bij elkaar brengen om zichzelf en elkaar te helpen, coöperatief samengaan dus. Redt uzelve. Om dat idee toe te passen, was een echte structuur nodig en ook voldoende prikkels tot actie aan de basis om te komen tot een voldoende graad van bestendigheid. Het is een systeem gebaseerd op solidariteit binnen de groep (oorspronkelijk hoofdzakelijk landbouwers). Een coöperatief stelsel dat door voldoende inspraak tegemoet komt aan de noden van de groep.

Het is die kennis en dat inzicht, verkregen uit de bittere ervaringen uit het verleden (een goeie 100 jaar geleden) die nog steeds een belangrijke inspiratiebron zijn voor de huidige sector van microfinanciering en microverzekeren. Startende spaar-, krediet- en verzekeringsinstellingen in het Zuiden ondersteunen in woord en daad. Dat is het middel. Dit gebeurt niet alleen via subsidies maar ook door aangepaste adviesverlening en vorming. BRS maakt hiervoor dankbaar gebruik van de kennis en ervaring binnen Cera en KBC.

Jaarlijks wordt voor de geïnteresseerde BRS-leden een inleefreis uitgewerkt naar een land waar BRS projecten steunt. Dit gebeurde reeds meerdere malen voor Peru, Ecuador, Rwanda. Het ‘inleven’ in de cultuur en problemen van de lokale bevolking en het kennis maken met projecten staat centraal. Natuurlijk krijgen ook de toeristische troeven van het land aandacht. En zo vertrok ik op 14 januari 2010 naar Rwanda…

Rwanda met zijn ongeveer 10 miljoen inwoners is iets kleiner dan België. Het is het dichtstbevolkte land van Afrika. Tachtig procent woont op de duizenden heuvels die het land zo kenmerkend maken. Groot is het welvaartsverschil tussen de stad en het platteland. Jong is de nog steeds razend snel groeiende bevolking. Veertig procent is jonger dan vijftien, dus van na de dramatische genocide in 1994. Dit betekent vier miljoen kinderen. Een miljoen zijn wees. De gemiddelde levensverwachting is 53 jaar. Zestig procent van de bevolking, dus zes miljoen heeft bittere armoede (regelmatig honger). Sektes en de Islam kennen een stijgend succes en verdringen stilaan de klassieke katholieke geloofsovertuiging (50 %). De guerilla-beweging (FPR Front Patriotique Rwandais) uit de genocideperiode werd omgevormd tot een gevestigde partij en is samen met de opkomende industrie nu de belangrijkste macht. Democratie en ontwikkeling moeten het vreedzaam samenleven tussen de 84 % Hutu, 15 % Tutsi en 1% Twa mogelijk maken. De wonde van de genocide met zijn miljoen doden en gewonden wenst te genezen, maar smeult ondanks het opzetten van een rechtssysteem, hervormingen en hulp nog steeds na. Helaas.

Dit geschrijf is dus niet dé waarheid, niet het complete verhaal dat je hierin vinden zult als je al deze woorden aan je voorbij zult laten glijden. Zoiets is onmogelijk. Het is hoe ik het ervoer, hoe het mij dooreen schudde, letterlijk en figuurlijk. Letterlijk als wij schokten van het lachen of door elkaar geklutst werden in de wagen bij het op en neer hotsen over de duizend heuvels. Ik reisde reeds een heel stuk van de wereld rond, zowel Afrika, Azië, Noord- en Zuid-Amerika en ben dus al wat gewend aan het leven in die “derde” wereld maar opnieuw werden mijn zorgvuldig gekoesterde ideeën over de samenleving waarin ik loop en cross en leef en niet-leef (figuurlijk) geschud en omgewoeld. Een samenleving met andere leefregels, een ander omgaan met elkaar, met de wereldse en hemelse dingen, een andere struggle for live. Lees. Geniet. Neem mee wat je graag meenemen wilt. Vorm je eigen mening. Denk. Vrijheid van denken.

Ik hoop alleen dat je op het einde van dit boekje vinden zult wat ik meebracht. Het werd verwoord in het eindgedichtje. Het geloof dat ondanks alle ellende, al of niet door de mens zelf veroorzaakt, dat ondanks dat een mens, ieder menselijk wezen in alle omstandigheden gelukkig kan zijn. Dat geloof werd ginds niet alleen bevestigd maar aangevuld met hoop en liefde. Hoop op een zinvolle goede toekomst, gedragen door een liefde die steeds opnieuw open bloeien wil. Het goede is sterker dan het kwade. Dat leerde BRS mij in Rwanda. Dat leerde mij de Rwandees.

.

Donderdag 14 januari 2010: Zaventem-Kigali


Na twee verhelderende en verlangen-brengende voorbereidende vergaderingen stond het voor 13 nieuwsgierige enthousiastelingen en hun reisleider vast: op donderdag 14 januari 2010 verkennen we met de vlucht van 10u 40 het luchtruim met als doel gedurende zeventien dagen Rwanda op een indringende alternatieve wijze in ons op te nemen.

Zo geschiedde! Variatie is troef. Eerst met de auto naar de stationsparking, een stukje te voet, dan de trein en dan het vliegtuig. Trein is wel duur geworden door de extra toeslag voor de luchthaven, maar het blijft een snel, gemakkelijk en toch veilig reismiddel. Goed ook voor de daling van onze dagelijks uitgestoten portie CO2. Het traditionele in-check-gedoe zijn we al gewend. De acht uren verplichte rust in het vliegtuig gaan snel voorbij. Het voornaamste tijdverdrijf blijven de maaltijden, onderbroken door stukjes rust en film kijken. Het menu? Champagne, borrelnootjes, kip met curry, cognac en als laatste maal boterhammen wit en bruin. We landen veilig en wel in Kigali International Airport. Vergeten volledig de sneeuw die ons nog omringde bij het vertrek. Weg de gladde wegen en de dikke kledij. Hier is het aangenaam warm. Om up-to-date te zijn draaien we ons uurwerk een uurtje verder. Het is 18.50 u plaatselijke tijd. Eens we de onvermijdelijke paperassenwinkel die zo’n wijziging van land met zich meebrengt lijdzaam over ons heen hebben laten gaan, zien we elkaar met bagage en al weer op de parking vooraan aan het luchthavengebouw. Modern, in glas, staal en beton. Het mag zich gerust meten aan al de andere pompeuze luchthavengebouwen overal ter wereld. De avond valt.

Een minibus en twee jeeps staan voor ons klaar. Zij zullen ons brengen waarheen Wim, onze reisleider in hart en ziel, ons heeft voorbestemd. We zullen in totaal bijna tweeduizend km afleggen. Niet dat het aantal kilometers een criterium is om de waarde en het welslagen van een reis te beoordelen. We hebben eigenlijk het gehele land doorkruist. Zijn vertrokken in Kigali en vandaar de vier windstreken rond. Naar Noord, West, Zuid en Oost om dan moe en tevreden terug te keren naar het vertrekpunt Kigali. Zo konden we ons toch enig idee vormen van de verschillende regio’s van het land. Belangrijk ook dat er steeds altijd en overal iets merkwaardig en interessant was te zien. Helemaal geen uren monotone autostrade of fileleed zoals wij in ons landje wél gewend zijn. Altijd en overal volk op de baan. Dragend, sleurend met pak en zak. Het hoofd als alomvattend universeel draag- en transportmiddel. Te voet of soms met de fiets of de echt gelukkigen met een auto. De stad dat is weer iets anders. Dat is de stad. Kigali is “modern”, de beschaving, de ontwikkeling, commercie, verkeer en drukte. De weg als ontmoetingsmiddel, verbinding tussen mensen, culturen.

Het is al flink donker als we na een twintigtal minuten rijden aanschuiven voor een lekker avondmaal in de Foyer de Charité Rebero in Kigali. foyerrebero@yahoo.fr

Amaai, wat smaken hier de zelfgekweekte aardappelen en wortelen lekker. De rode zoete drank geserveerd in glazen waterkruiken is best aangenaam. Alles zwijgzaam, vol liefde bereid en opgediend door de hier verblijvende nonnetjes. Ruim en luchtig de grote refter met blauwe plastiekstoeltjes gezellig geschaard rond de talrijke tafels.

Een eerste briefing en evaluatie en we ondervinden direct wat het land van de 1000 heuvels betekent. We mogen heuvel op heuvel af sleuren met de valiezen om dan in de sobere, talrijke, nette gastenkamers (modern gebouw in rode baksteen, zelfs voorzien van zonnepanelen) onze eerste Rwandese nachtrust te vinden.



Vrijdag 15 januari 2010: Kigali-Gitarama-Kigali
Mistslierten over de groene weidse heuvels verwelkomen ons en begeleiden ons naar het eerste ontbijt. De rode aarde en ook het groene gras is nog nat aan onze zomersandalen. Verrassing als we naast confituur ook visconserven krijgen opgediend: pilchard. Net zoals in mijn lang vervlogen jeugdjaren. Zo ook de melk die echt nog ruikt naar echte melk, verse melk, rechtstreeks van de koeien uit mijn kindertijd op vaders boerderij.

We rijden naar de Zusters Bernadinnen en zien doorheen de autoramen voor het eerst het Rwandese straatleven. Een drukte van voetgangers en soms een zeldzame fiets. Allen op weg. Hoofdzakelijk naar de plaatselijke markt. Al wat je maar denken kunt sleuren ze mee op hun hoofd: grote schalen vol groenten, eieren, bakken bier, zakken graan of uien, bussen water… Als het toch te groot wordt, is er nog de rug, de kruiwagen of de fiets. We draaien een paar keer rond een prachtig rond punt: groen parkje met sprankelende fonteinen. Kigali lijkt mooi.

In de Avenue de la Paix, in het Klooster van de Zusters Bernadinnen worden we plots allemaal miljonair. Ons compleet eurobudget wordt door een speciaal voor ons langs gekomen inlandse bankier (kwestie van snelheid en veiligheid) omgezet in Rwandese franken. Onze zelfgekozen bankier en kassier van ons pas opgericht potsysteem vervullen perfect hun eerste taak. We krijgen 820 Rwf voor 1 euro. En wie nog graag in Belgische franken zijn hoofd breekt, wel voor éne Belgische frank krijg je ongeveer 20 Rwandese in de plaats. Elkeen achteraf maar zoeken hoe we die centimeters (decimeters) hoge stapel papieren onzichtbaar en onsteelbaar kunnen opbergen. Briefjes van 5000, 2000, 1000 Rwf. Het komt bijna op geen duizendtal aan. Ons gezamenlijk spaarpotje wordt onmiddellijk gevuld en is zowaar 1 miljoen driehonderdduizend Rwandese frank waard. Wie dat kan bemachtigen is hier een superrijk man. We genieten van de bloemen in de prachtige kloostertuin. Fotograferen maar. Zo’n natuurpracht, dat moet vereeuwigd worden. Geen serregedoe of stookolie nodig. Minikamerplantjes zie je nergens. Enkel reuze planten, struiken, bomen in volle openlucht en zon. Een eenzame vrouw, gehuld in lange kleurrijke gewaden, plukt geduldig het onkruid van tussen het gras. Ik bewonder haar lenige ruggengraat, dubbel geplooid alsof het de meest gewone en natuurlijke houding is. Zo zullen we overal ten velde vrouwen zien werken en zwoegen in de roodbruine aarde. De Zusters zijn de voorzienigheid zelve en nodigen ons nu al uit op de koffie op de laatste dag van de inleefreis. Benieuwd hoe we ons dan zullen voelen. De school (750 leerlingen) en de vele gebouwen verbonden aan het klooster zullen we ook dan bezoeken.

We nemen afscheid van onze Vlaamse Zusters. Tijd voor de eerste tankbeurt en het uitdelen van een eerste paar babysokjes. “Vanwaar komen die?” zul je vragen. Wel mezelf kennende weet ik dat ik vooral van mijn verre reizen graag heel veel souvenirs meebreng. Er zijn zoveel mooie waardevolle dingen, cultuur in die landen. Maar de valiezen zijn “klein”. Dus prop ik ze voor de helft vol met dingen (kleren, schoolgerief, chocola) die ik ginds dan wel kwijt raak. Dubbel geluk. De ontvanger is blij en ik, ik heb plaats om dingen mee te brengen en kan dan hier, in mijn eigen nestje, dromen bij de dingen van ginder. Het jonge moedertje lacht als ik vraag haar baby met de nieuwe sokjes te mogen fotograferen. Grappig, want enkel de twee kleine babyvoetjes komen zijlings haar lichaam piepen. De rest van de baby zit veilig ingepakt en weggestopt achter haar rug.

We bezoeken ons eerste microfinancierings- en verzekeringskantoor “Micro-finance Ikingi s.a. Duterimbere” in Gitarama. “Pour l’ entreprenariat féminin” staat er in mooie rode letters bij op het uithangbord. In een voor onze grote groep veel te klein en donker kantoortje geeft de directeur uitleg. Aangenaam om horen ook al kennen we de principes waarop het systeem van microfinanciering is gebaseerd. Jaren geleden al leerde ik het via het landbouwbedrijf van mijn vader kennen. Hij vertelde me over een zekere F.W. Raiffeisen die reeds in de negentiende eeuw de kleine arme boeren en zelfstandigen hielp om uit de schrijnende armoede te geraken. Kleine leningen en onderlinge solidariteit. Welvaart kwam in onze streken en nu wordt dit recept ingezet in de zogenoemde ontwikkelingslanden om ook daar door middel van het geven van kleine kredieten en verzekeringen een eigen zelfstandigheid op te bouwen en een inkomen te verwerven. De ondernemingszin, zo sterk aanwezig maar vaak onbenut, kan dank zij het verlenen van kleine beheersbare en terugbetaalbare kredieten open bloeien. Zo kan er “rijkdom” worden gecreëerd en ontstaat economische en sociale ontwikkeling in plaats van armoede. Werken, investeren wordt mogelijk gemaakt. Het huidige boekhoudkundig computerprogramma van Duterimbere werd mede door de belangeloze inzet van KBC-personeel getest en goed bevonden. BRS geeft niet alleen financiële steun maar zowel een reeks actieve als reeds op rust zijnde personeelsleden geven bancair advies en verzorgen opleidingen aan de mensen ter plaatse. Ook microkredieten worden niet zo maar verleend. Het eerste deel (20%) dienen de klanten eerst zelf bijeengespaard te hebben. En een volgend krediet is pas mogelijk nadat het vorige volledig is afgelost. Krediet wordt eigenlijk alleen aan groepen verleend (meestal vrouwen). De groep is verantwoordelijk voor de terugbetaling en bijhorende interest en kosten. Van groepsgevoel gesproken. Of wordt het groepsdruk? De kredietpercentages lijken ons nogal hoog, maar de commerciële banken vragen nog veel hogere percentages. Daar telt zeker het winstprincipe. De directeur wordt hartelijk bedankt en krijgt een boekje en DVD omtrent microfinanciering. Aan het loket merken we enkel vrouwelijke bedienden en klanten. Buiten worden we direct omringd door nieuwsgierig kijkende mensen. Even verwonderd en belangstellend als wij voor hen. Uitwisseling van blikken, zonder woorden of gebaren.

We toetsen de zopas geleerde geldtheorie aan de praktijk en stoppen bij een plaatselijk kunstatelier. Opgericht met behulp van microkredieten. De houtbewerkers, naaisters, wevers, stiksters,… zijn volop aan het werk en demonstreren fier hun werkwijze en de behaalde resultaten. De houten beeldjes, handwerkjes, juweeltjes, snuisterijen, mandjes, tapijt-, naai- en breiwerken worden gesmaakt en door ons toedoen, krijgt de plaatselijke handel een flinke opstoot. Ik koop mijn eerste juwelenuitzet. Witte kleine pareltjes geduldig aan elkaar geregen tot halssnoer en slingerende oorbellen.

Daarna gaan we een heuse boerderij met koeien, varkens en zelfs een bio-installatie die op basis van het geproduceerde koeienmest voorziet in de eigen energiebehoeften, verkennen. Ja, dit is mogelijk, dank zij een microkredietverlening en de onvermoeibare inspanningen van de zeer bekwame, energieke dame Mw. Alphonsine die dit alles heeft gerealiseerd. We hoorden dat ook de president haar enkele dagen later met een bezoek zou vereren. Misschien dat daarom nu al soldaten met geweer in aanslag buiten alles staan te bekijken. De zon als onuitputtelijke en gratis energiebron droogt ondertussen de witte, paarse en bruine boontjes uitgespreid op dekens op de grond en ook de witte maniokwortels hoog en bijna droog gestapeld op houten draagconstructies. Een snelle hagedis op de warme witte muren vlucht weg als ik ze met mijn camera van dichtbij wil vereeuwigen. De witte en zwarte biggetjes knorren ons gemoedelijk toe. Ze gedijen en groeien als kool, ook al liggen hun roots in Vlaanderen. En menging is ook geen probleem want het liefst vind ik de witte met zwarte vlekken of zijn het zwarte met witte vlekken? Het zijn echte rasbeesten, net als de vele kalveren in de stallen iets verder op het grote domein. Buiten staan zoals reeds eerder vermeld, enkele soldaten en ja zoals steeds hopen en hopen kinderen, kijkend, zwijgend en vragend, bedelend eigenlijk.

Dan is het tijd voor een bezoek aan een kinderdagverblijf, de crèche Umunezero, annex winkel, naaiatelier en restaurant. Uniek in Rwanda. Het maakt deel uit van de “Koperative Tuvemubwigunge BP 158 Gitarama”. Deze is van en werd door inlandse vrouwen opgericht onder de bezieling van de Nederlandse journalist en schrijver Jeroen Corduwener. Hij is ook plaatselijk correspondent voor “De Standaard”. Een man die van aanpakken weet. Google hem maar eens of surf naar zijn blog en je komt heel wat groot en klein nieuws te weten over de Rwandese samenleving. Bedenkingen en toelichtingen die je zelden zo openlijk hoort. Of lees zijn boek “Rwanda” uit 2004, uitgegeven in het kader van Landenreeks. We leren ook zijn Rwandese vrouw kennen, een plaatselijke schoonheid en ook hun zoontje. Omdat Jeroen een hele ruime kijk heeft op het gehele ontwikkelingsgebeuren en boeiend vertellen kan, zijn we wat blij dat hij samen met ons zal komen avondmalen in Kigali.

Deze actieve inlandse vrouwen en moeders hebben letterlijk zelf de lokalen gebouwd, zorgen voor 45 kinderen en geven middagmalen aan een 100-tal kinderen uit de omgeving. Dank zij deze kinderopvang kunnen zij een extra eigen inkomen verwerven. Dit is absoluut nodig. Zoals in zovele dorpjes op de heuvels bestaat de bevolking uit 60% vrouwen. De mannen zijn in de minderheid omdat velen gedood werden, gevlucht zijn of terecht of onterecht in de gevangenis zitten wegens de voorbije genocide. Het is immers zo dat om de onvoorstelbare hoeveelheden misdaden begaan tijdens de voorbije genocide in 1994, er in de dorpen en heuvels een systeem van speciaal ontworpen volksrechtbanken werd opgericht, de Gacaca, gebaseerd op een soort traditioneel volkstribunaal. Of die volksrechtbanken, altijd en overal een echt eerlijk oordeel vellen, daar durft niemand 100 % garant voor staan. Afrekening is soms zo dichtbij. Veel hangt af van de machtsstructuren in de dorpen zelf. Is ook niet eenvoudig om ongeveer 800.000 beschuldigden eerlijk te berechten. Wie levert de bewijzen, hoe eerlijk zijn de getuigen? Wie is schuldig en wie staat onschuldig terecht? Het blijft een ondemocratisch systeem, ondoorzichtig. Zelfs in ons “beschaafd” landje gebeurt het dat iemand 10 jaar lang als schuldig wordt bestempeld en behandeld en pas dan te horen krijgt dat hij toch onschuldig is! Wordt ik kritisch als ik dan even nadenk bij het vernemen dat de Belgische ontwikkelingssamenwerking meer dan 10 miljoen euro aan Rwanda gaf om daar het systeem op poten te helpen zetten?

Het is middag en in de gezellige zonnige pergola van hun restaurant eten we “Europese” kost: gebakken aardappelen en vleesbrochetten. Dat de grote of kleine frisse pint Mutzig of Primusbier ons smaakt als een engeltje dat p… op onze tong hoeft geen betoog. Primus lijkt wel hét nationale bier van Rwanda. Overal kom je het tegen. Voor de kenners: het bevat 5% alcohol, qualité export en wordt gebrouwen door Bralirwa s.a. De ingrediënten staan duidelijk op het etiket: water, mout, granen, suiker, hop en CO2. Meestal drink ik water van de kraan, maar hier pas ik het middeleeuws recept toe, met name bier in plaats van water. Bier was ook toen bacteriologisch meer betrouwbaar dan water. Hoewel het flessenwater écht wel lekker en veilig is. Als ik ook dit etiket nakijk verschilt het in niets met de etikettering van flessenwater bij ons. Wat summiere analysen en veel reclame over moeder natuur die het allemaal natuurlijk zuivert. Water afkomstig van de “breathtakingly beautiful mountains in the country of a thousand hills”. Gezondheid gegarandeerd.

Ze hebben ook een theater- en dansgezelschap opgericht. Speciaal voor ons wordt er gedanst, gezongen en toneel gespeeld. We nemen plaats op de trappen in het openluchttheater omringd door vele vrolijke en nieuwsgierig kijkende kinderen. De schoolse tekeningen op de muren en de afsluitingen vervolledigen het decor. De voorstellingen zijn prachtig en ontroerend. Ondanks de taalkloof begrijpen we wat wordt uitgebeeld. Pure opvoeding en didactiek. Het doet me denken aan de vroegere ellende bij ons ten tijde van priester Daens waarbij in het volkstoneel getoond werd wat drank en armoede teweegbrengt in de getroffen gezinnen. Schattige kleutertjes in rood hemd en blauw broekje klappen enthousiast in hun handen. Het ritme zit hen ingebakken en werkt aanstekelijk zodat ook wij meedoen. De verschillende klasjes en kinderopvangplaatsen zijn aangenaam, eenvoudig en speels ingericht, evenals de speeltuigen op de binnenkoer. En de kinderen, ze lachen en spelen. Doet deugd om hun blijheid te zien. De toekomst begint in de kleuterklas. Ook hier is de vroege kindertijd belangrijk en vormt de uitbouw van goede kinderopvang en –opvoeding de basis voor het welslagen van het verdere onderwijs. Succes op jonge leeftijd leidt tot volgende successen. Vroege mislukkingen veroorzaken latere mislukkingen. Als moeders kunnen werken, handel drijven krijgen een inkomen. Zij kunnen hun kinderen naar school laten gaan. Daar leren ze reeds als peuter en kleuter allerlei vaardigheden ontwikkelen en wordt belet dat zij in het basis- en secundair onderwijs vroegtijdig afhaken. De helft zou stoppen met de lagere school omdat zij onvoldoende werden voorbereid.

Plan België kaartte deze problematiek onlangs aan. Er wordt slechts 0,2 % van het Belgisch ontwikkelingsbudget besteed aan kleuteronderwijs tegenover 11 % aan basisonderwijs. Ook J. Heckman, de Nobelprijswinnaar Economie in 2000 hamerde op de noodzaak van kleuteropvoeding. Jong geleerd is oud gedaan. Jeroen levert hier ronduit pionierswerk.

Bij het buitenkomen worden we opnieuw omringd door een stuwende menigte. Zijn het al bijna gewend. Een dametje heeft zich strategisch opgesteld en tracht haar waar te verkopen. Omdat het handiger en aangenamer is snoep uit te delen aan de vragende kinderen dan hen af te wimpelen besluit ik haar een beetje te verlossen van haar rijkelijk uitgestalde snoepwinkel. Helaas, ik heb enkel big money en zij kan me echt niet teruggeven. Ik wil de prijs wel vertienvoudigen en zo haar dag goedmaken, maar teveel is trop en trop is teveel. Besluit dan maar om zo snel mogelijk klein geld te bemachtigen voor een volgende aankoop.

In sneltempo brengen we een bezoekje aan de Kathedraal Immaculatae Virgini van Gitarama. Het gebouw staat in de steigers maar de eenvoudige strakke architectuur blijft van een indrukwekkende schoonheid. Het dak werd vernield door een aardbeving maar is volledig vakkundig hersteld. Twee reuze beelden in wit en blauw, voorstellende het heilig hart Jezus en de maagd Maria flankeren de ingang en heten ons in een uitnodigend gebaar welkom.

Vandaar naar het “Centre de Santé, Kabgayi hospital”. Het is een aangrijpende ontmoeting met de jonge charismatische Vlaamse oogarts, dr. Piet Noé uit Oudenaarde die er sinds 2008 werkzaam is. Zijn normale werkweek bestaat uit vier dagen operatie en een dag administratie. Het aantal oogoperaties kan oplopen tot dertig per dag. Meestal cataract. Op zes maand tijd betekent dat zo’n 1560 operaties waarvan 900 cataract. Zo laat hij letterlijk blinden en bijna-blinden opnieuw zien. Zijn inspiratie en grote voorbeelden zijn onze pater Damiaan en Albert Schweitzer. Zijn katholiek geloof is hem een grote steun. Hij leidt ons rond in de verschillende consultatieruimtes, operatiezalen, laboratoria, ziekenzalen. Binnenkort krijgt hij hulp van een inlandse oogarts. Niet evident want ook artsen willen hun boterham verdienen en werken dus meestal enkel voor diegenen die de operatie betalen kunnen of emigreren naar het buitenland. Een opleiding tot specialist oogarts is enkel mogelijk in het buitenland, Zuid-Afrika, Nairobi, Europa. De verplichte ziekteverzekering staat nog in haar kinderschoenen maar is toch al een stuk uitgebouwd. Uniek voor zwart Afrika. Het jaarlijks lidgeld is 1,5 euro (jawel) en dan hoef je slechts 10 % van de ziektekosten te betalen. De rest doet de staat. In vergelijking met vele andere Afrikaanse landen is dit een relatief gunstige situatie. Ook microfinanciering en vooral ook microverzekeringen kunnen wat soelaas brengen. Artsen zonder Vacantie springt bij, evenals andere hulporganisaties zoals Family Health International, Christelijke blinden Missie, Licht voor de Wereld en een Duitse ngo. Het vergt ook veel energie om de zieken tot in het hospitaal te kunnen brengen. De afstanden zijn groot, dus is overnachting nodig. Kost geld.

Ook voor de voeding tijdens het verblijf in het hospitaal dient de familie in te staan. De actieve gezonde bevolking moet werken op het veld en heeft dus echt geen tijd of de mogelijkheid om hen tot hier te brengen. Het

centrum is vermaard en zelfs vanuit DRC en Burundi komt men hier hulp zoeken. Rwanda telt ongeveer 60.000 blinden. Hoofdzakelijk cataract. Is het in Europa een ouderdomskwaal, hier is het meestal te wijten aan eenzijdige, onvoldoende voeding of problemen bij zwangerschap. Op het einde van ons boeiend bezoek ontmoeten we enkele vrouwen die zopas opnieuw kunnen zien dank zij deze eigenlijk toch eenvoudige operatie. Velen uit de verre heuvels kennen enkel de plaatselijke taal het Kiyarwanda en geen Engels of Frans. Een vriendelijke behulpzame verpleegkundige speelt tolk. Een van hen is grootmoeder. Nu hoeft ze niet meer te worden geholpen maar kan ze zelf helpen bij de opvoeding van haar vele kleinkinderen. Absoluut nodig want vele kinderen en kleinkinderen in Rwanda zijn wees onder andere ingevolge de verwoestende ziekte aids. Onbeschrijfelijk is de grootmoederlijke dankbaarheid. Zelden zagen we eenvoudiger en oprechter geluk.

Het lekkere eenvoudige avondmaal (gehakt, frieten, rijst, groenten) smaakt ook Jeroen Corduwener die zoals beloofd ons kwam bezoeken. Onder het rustig drinken van één enkele pint (inleefreis en soberheid hebben hun charme) genieten we van zijn spraakwaterval en leren heel wat over zijn ervaringen in Rwanda en de (schijn)democratie, zo mooi voor de Westerse wereld.






  1   2   3   4   5


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina