Reisverslag Tussen Lesse en Maas



Dovnload 41.9 Kb.
Datum25.07.2016
Grootte41.9 Kb.

Reisverslag Tussen Lesse en Maas




Vals graniet



Voorwoord

Drie maal per jaar vergaderen wij. Wij, de 4 vrouwen en de 13 mannen, de leden van de Regionale Cera-adviesraad Aalst-Wetteren en dit onder de deskundige leiding van de voorzitter en de regionale adviseur. Vergaderen ernstig, doelmatig, structureel en met veel enthousiasme. Belangeloos.

Eén keer per jaar is er een feestvergadering. Dat is een schuilwoord voor “er eens uitvliegen, of de bloemetjes buiten zetten”. Niet dat we vliegen, want het is met de bus of dat we op een extravagante en onverantwoorde wijze de bloemen buiten zetten. Neen, buiten de lijntjes kleuren we niet en we blijven, onze verre boerenwortels getrouw zorg dragen voor plant, dier en bloemen. Het is wel een unieke gelegenheid om de mede-adviesverleners te leren kennen op een andere wijze dan gezeten aan een grote vergadertafel, een stukje van het land te ontdekken en eens gezellig te tafelen. Kortom te genieten met volle teugen van wat de wereld bieden kan, zoals past op een feestvergadering.

Een goede vergadering wordt steevast “verslagen”. Waarom zou dan een goede feestvergadering niet hetzelfde lot beschoren zijn? Ik trok mijn stoute en moedige schoenen aan en waagde me, al ben ik geen officiële verslaggeefster, aan een “feestverslag”. Wees echter gewaarschuwd: het wordt een subjectief verslag waarbij ik mijn dichterlijke vrijheid 100% zal laten botvieren en mijn gedachten af en toe de vrije loop zal laten. Toch gezondheid en veel leesgenot.



Abdij van Maredsous

Elkeen was stipt op tijd. Zijn we gewend. Ook de RAR-vergaderingen starten stipt. Niets vervelender dan laatkomers. Daarbij mijn tijd is evenveel waard als de uwe. Een roze bus staat blakend van gezondheid, te wachten rechtover het restaurant waar we deze avond zullen te gast zijn. Het restaurant draagt de fiere titel ”De heeren van Liedekercke”. Een naam die we nog zullen tegenkomen op onze daguitstap. Dat weten we nu natuurlijk nog niet. Onze trouwe gekende gids lacht ons toe en samen met de chauffeur heet hij ons welkom. We zoeken en vinden een plaatsje. Sommigen dicht bij elkaar, twee aan twee, en dan krijgt nog een groepje van vier de kans om geschaard aan een tafeltje de busrit uit te doen. Net een mini-vergaderzaaltje of is het meer een tafeltje in een of ander cafeetje? Er is plaats over in de bus. Er zijn zelfs nog twee lange rijen zetels rechtover elkaar zodat je zelfs een goed groepsgesprek zou kan organiseren. Eens gekozen blijkt voor altijd gekozen want bij de iedere volgende opstapplaats keert elkeen braaf terug naar zijn eigen zo vertrouwde plek. Eigenaardig hoe snel mensen vastgeroest zijn, behoudsgezind zijn. Ongeschreven regels? Gewoonterecht zou de magistratuur beslissen.

Er is koffie. Lekker straf. Gezellig bediend door werkgrage vriendelijke collega’s-medereizigers. Zijn onze metgezellen van de RAR-vergaderingen gekend met naam en toenaam (dat laatste is niet waar), de namen van de bijhorende echtgenoten en echtgenotes (partners noemt dat tegenwoordig in de moderne tijd) behoren niet tot de parate kennis van iedereen. Dus lijstje van de aanwezigen aanvullen. En zeggen we dan al eens een verkeerde naam: ook niet erg en direct bedekt met de mantel der liefde. Trouwens we kunnen een ganse dag oefenen. Een foto hebben we niet nodig want de persoon is in levende lijve aanwezig en een symbooltje zoals in de kleuterklas hebben we nog niet of niet meer nodig. Ik denk daaraan omdat mijn twee kleinzoontjes van vijf en drie henzelf, hun klasgenootjes en alle spulletjes herkennen aan een symbool dat hen individueel bij het begin van het schooljaar wordt toegewezen: een fietsje, een bal, een auto, een pop…

Babbelend over koetjes en kalfjes, ernstige en minder ernstige dingen vliegt de verplichtte zittijd snel voorbij. Er is altijd wel een onderwerp dat stof tot nadenken en argumenteren geeft. Al is het maar de bankencrisis, het einde van de wereld of dat van België dat verdampt tot puur distillaat zoals de scheikundige Di Rupo onlangs zo plastisch vertelde. Een beeld dat me zelf scheikundige zijnde, wel aanspreekt. En het uitzicht dat je krijgt hoog en droog gezeten in de bus, of beter het inzicht is ook niet te versmaden. Elke voorbijrijdende wagen wordt van binnen en van buiten aan een kritische blik onderworpen. Mensje kijken, aapje kijken. Ik kan u verzekeren er ligt soms nogal wat op die achterbanken of onder of naast de passagiers. Druk ook dat sommigen het hebben: eten, drinken, aan de radio of CD-speler prutsen, zoeken in de handtas, haar kammen, schminken, in neusje prutsen. Zelfs sukkelen met een antieke audio-cassettespeler. Natuurlijk ook velen met die onvermijdelijke GSM aan het oor. Sommigen gesticulerend met drukke gebaren in gesprek en anderen in strak zwijgende houding. Ruzie in het huishouden? Zwerfvuil ook dat er ligt tussen de bermen van de autostrade. Voorwaar geen mooi zicht. Zo bollen we gezellig naar ons eerste doel: de abdij van Maredsous gelegen in de groene heuvelende vallei van de Moligneé.

Een goed Nederlands sprekende vrouwelijke gids wacht ons op. Ze babbelt vlot en stelt direct onze historische kennis op de proef. Ik moet eerlijk bekennen ook die van mij is niet schitterend (meer). Eén troost, het is voor elkeen van ons wel al een tijdje geleden dat we in de les geschiedenis zaten, dus mogen we af en toe het antwoord schuldig blijven. Luisteren doen we aandachtig. Belangstellend genieten we van de enorme grandioze indrukwekkende gebouwen in neogotische stijl. Het is bitter koud maar dat belet ons niet om bewonderend rond te kijken en alles in ons op te nemen. Trouwens we zijn niet de enige groep toeristen. Een Duitse groep kruist ons pad en de gids leidt vriendelijk als een moederkloek haar kuikens naar een ongestoorde plek zodat we rustig en bedaard onze geschiedkundige kennis verder kunnen aanvullen.

De abdij werd gesticht in 1872 en herbergt momenteel nog 30 Benedictijnenmonniken. Deze monniken leven volgens de regel van hun stichter de heilige Benedictus. Zin? Er is nog plaats genoeg want 73 cellen staan leeg. Ook hier is de werkloosheidsgraad hoog. Neen het is omgekeerd: er is een schrijnend gebrek aan gepast en gekwalificeerd personeel. Nu, de criteria zullen niet mals zijn want de gidse vertelde dat elke nieuweling eerst moest aanvaard worden door de reeds aanwezige broeders. Pas na goedkeuring van de collega’s kon je binnen. Zouden ze toen ook de problematiek besproken hebben die nu zo dikwijls in de media aan bod komt, je weet wel van kleine kinderen en grote meneren of zelfs madammen?

Naast kerk en klooster is er een gastenverblijf dat ingericht is zowel voor individuen als voor groepen (scholen, verenigingen). Zij komen op retraite, op bedevaart. Om te mediteren,  na te denken en te bidden. Alleen of onder begeleiding van de monniken. De gasten kunnen het leven van de monniken delen en samen met hen bidden. Kamperen langs de Molignée, in volle natuur is ook mogelijk. Nadenken en bidden in direct contact met de kalmte en de grootsheid en rust van de natuur.

Alle gebouwen zijn opgetrokken in neo-gotische stijl en in grijs-blauwe steen. Het lijkt me op de blauwe stenen dorpels aan mijn deuren of ramen. Het lijkt er op maar is niet echt. De gids noemt het “vals graniet”. Vraag me niet het verschil. De hardheid, de geologische formatie, de herkomst, de vulkanische inwerking, de zeldzaamheid, de vergankelijkheid? Het is in elk geval een populair gesteente want alle huizen en gebouwen in de streek zijn er mee opgetrokken. Heeft wel charme en herkenbaarheid, iets typisch. Kunst dus. Eerlijk het is mooi en stijlvol. Blijvend ook. Onvergankelijk, oerdegelijk. Zal wellicht een stukje langer meegaan dan de huidige moderne gebouwen in glas, staal, beton. Komt ook uit de eigen streek vandaan. Geen extra vervoerskosten, geen CO2-uitstoot, snel ter plaatse en werk in eigen streek om het uit te houwen. Doet me denken aan het gesprek dat ik verleden week had met mijn buurman over het oude huis van zijn pas overleden moeder. Het werd opgetrokken uit baksteen die ter plaatse uit de velden achter ons werd uitgegraven en gebakken in de plaatselijke steenbakkerij. Het nieuwe huis van zijn dochter nu zit vol met graniet afkomstig uit…China, India ? Een totaal andere economie op amper drie generaties. Maar het valse graniet mag voor mijn part toch dienst doen als titel van dit verslag.

De abdij is volledig symmetrisch en strak opgebouwd. Alle vensters dezelfde, twee aan twee in het gelid. Behalve één. Dat van de abt. Wat dacht je? Daar kwam wat meer versiering aan te pas. Een krulletje meer. Een klein rozetje er boven op. Dat raam mag dan ook de kaft van het verhaal sieren. Vals graniet of niet. Boven de deur van het kerkportaal staan drie strenge mannen afgebeeld. We worden opnieuw ondervraagd en krijgen de uitleg. Ben ondertussen al vergeten wie het waren. Daar de abt van een abdij ook de rang van bisschop heeft mag hij ook een staf dragen. Doch zijn gezag geldt enkel binnenin de abdij. Daarom is de krul van zijn staf binnenwaarts gericht. Als je dacht dat je een staf zomaar draagt zoals het je belieft. Niks van. Er staan ook nog twee engelen te pronken met een wapenschild in de hand.

De kerk is sober wit geschilderd. Maar dat is slechts schijn. Ooit waren alle muren vol kleurrijke taferelen, bijbelverhalen. Maar de tand des tijds vrat en de schildersborstel kwam. Helaas. Alles is nu verdwenen op een klein stukje na. De abdij en zijn kerk danken hun ontstaan aan de familie Desclée, grootindustriëlen. Zij waren zeer vroom en toonden dit door vrijgevig de bouw van de abdij te financieren. Vandaar misschien de uitdrukking “naar godsvrucht en vermogen”? Ene Jean Baptiste de Béthune (1821-1894) tekende de plannen. Beide namen zijn momenteel nog steeds belangrijk. De ene in de wereld van de boekdrukkunst, de andere als adellijke familie en politici. Een groepje studenten deelt met ons de kapel en… onze gids. Zij wordt aangesproken en krijgt een vraag voorgeschoteld over de brouwwijze van het Maredsous-bier. Antwoord min of meer geslaagd.

Doorheen de bittere kou wandelen we verder door de tuin en het privé-kerkhofje. Eenvoudige houten kruisjes langsheen de muur van de kerk. Paarse bloemen geven het een zacht aanschouwen, iets hemels, iets troostend. Er is echter slechts plaats voor een beperkt aantal paters. Alles is volzet. Als er eentje sterft moet er eentje plaats ruimen. Ik die dacht dat je alleen hier in het aardse leven nooit gerust kon zijn. Hier moet je zelfs als je dood bent soms nog plaats ruimen voor een ander.

We wandelen verder en zien van in een immense tuin het grote drie verdiepingen (plus dakverdieping) tellende kloostergebouw. Inderdaad daar kunnen zeker 103 paters een onderkomen in vinden. We krijgen nog andere fenomenale cijfers te horen. De kloosterorde is heel actief. Zit niet stil. Onder hun leiding wordt er hier heel wat kaas (tonnen per maand!), brood en bier geproduceerd. Sommige kaassoorten zijn enkel in de abdij zelf te koop en het bier brouwen werd al een tijdje uitbesteed. Duvel-Moortgat produceert voor hen 40.000 hl per jaar. Drie soorten zijn er, telkens een beetje straffer: blond (6°) bruin (8°) en trippel (10°). Het is de meest bezochte abdij in België, met 500.000 toeristen per jaar. De gidse vertelt nog een en ander over de verschillende kloosterorden, hun verhoudingen tot elkaar, hun bloei en invloed op onze contreien. Kortom geschiedenis van in de tijd der Visigoten tot nu. Spijtig dat toen we al die geschiedenislessen in onze jeugd kregen voorgeschoteld, we toen met minder belangstelling luisterden (ik toch). Hadden we toen andere katten te geselen dan saaie geschiedenisfeiten?

Wandelend, keuvelend, luisterend en gedreven door een opkomende honger en dorst komen we terecht in het ontvangstcentrum Saint-Joseph. We nemen onze bij voorbaat gereserveerde plaatsen in en genieten in de cafetaria van de hoog gastronomische producten van de abdij. Het vers gebakken brood is overheerlijk van smaak. Lang geleden dat ik nog eens een “echt” brood heb geproefd. Ook de kaas en de hesp. Idem dito de verse soep. Met groenten zelfgekweekt in eigen paterstuin. Doet me denken aan mijn inleefreis met BRS naar Rwanda. Ook daar waren het brood, de groenten, de aardappelen, de sla, tomaten… vers en authentiek overheerlijk van smaak. Bijna onvindbaar geworden in de gewone supermarkten en voedselketens.

Het ontvangstcentrum is doordacht opgebouwd en ingericht. De paters of hun uitvoerders weten van wanten en van aanpakken en zijn duidelijk begaafd met commerciële feeling. Naast de goddelijke geesten waren hier zeker handelsgeesten rond. Lange rijen kopers/toeristen schuiven aan om al het hier geproduceerde lekkers van spijs en drank te kopen. Zovele soorten brood, kaas, hesp, worst én bier. De kassa rinkelt. Weldadige vzw. Vooraan is een kleine kunsttentoonstelling en in kleurrijke toeristische folders wordt de nodige informatie verstrekt om de streek te verkennen mét garantie op een super aangenaam verblijf. Inderdaad het is hier aangenaam toeven in de schaduw van hun gastvrijheid en in een uitzonderlijk natuurlijk kader. Dat je 30 cent moet betalen, zelfs als klant en gast, voor het voldoen van een natuurlijke behoefte mag je humeur noch uw geldbeugel bederven. Kan me toch niet laten te bedenken dat de eigenaar van de prachtige raskoeien in dat mooie natuurlijke landschap hetzelfde krijgt voor een wellicht groter volume en anderskleurige vloeistof. Zou hij echt wel 30 cent krijgen voor 1 liter melk? Koe nummer 80 heeft dus wel echt een probleem zoals Dirk Barrez schrijft in zijn boek.


Kasteel van Vêves te Celles
Tijd voor een panoramische rondrit doorheen de valleien van Maas en Lesse. Juwelen van kasteeltjes, burchten, rivieren groot en klein en verdoken kasteelhoeven en andere hoeven en boerderijen in groene bossen en landschappen. Granieten grijze rotsen en ook een mooi verhaal van een ros beiaard, hier Bayard genoemd, dat met één enkele hoeveslag een rots in twee kon splijten. Dendermonde op zijn Waals. Er zijn ook Bayard plezierboten die u met plezier de Boven-Maas laten bewonderen. Een beetje zoals de plezierboten op de Dender varende tussen Aalst-Geraadsbergen en Aalst-Dendermonde.

We komen aan in wat men noemt een pittoresk dorpje, Celles. Het is zoals de reclame- en promotiepanelen langs de weg uitschreeuwen één der vijf mooiste dorpen van Wallonië. Ik citeer: “De V.Z.W. "Les Plus Beaux Villages de Wallonie" werd in 1994 naar Frans voorbeeld opgericht en bekroont de mooiste landelijke plekjes in Wallonië met haar kwaliteitsmerk. Onder monumentenzorg geplaatste gebouwen en uitzonderlijk erfgoed (in een ongerepte omgeving) harmoniëren er met de wil van de inwoners hun geluk daar te leven met u te willen delen”. Goed initiatief. Bestaat zoiets ook in Vlaanderen? Of zijn wij minder chauvinistisch, minder fier op onze cultuur, op wat we hebben en zijn? Gevolg van politiek correct denken? Of worden we dan direct als Vlaamse kerktoren-denkers gediskwalificeerd, als niet-belgisch of tenminste slechte belgen, racistisch bestempeld? Welke plekjes in Vlaanderen zouden wij uitkiezen? Brugge, Lier, Geraardsbergen…?

Maar dat Celles mooi is klopt wel, het heeft charme. Een dorpje verscholen in een dal, omgeven door vier groene heuvels. Het kasteel Vêves strategisch gelegen hoog op een rots, twee kilometer buiten het dorp wordt met ons bezoek vereerd. Ik citeer opnieuw uit een folder: “Eén der wonderen van Walloniê” en ook “Als leengoed van Pepijn van Herstal in de 8ste eeuw en vervolgens vesting van de Sires van Beaufort (door hen in 1410 heropgebouwd), en dan het onderkomen van hun afstammelingen de Graven van Liedekerke Beaufort, vormt het kasteel van Vêves na een lange woelige geschiedenis de levendige en harmonieuze getuige van de voorbije eeuwen en een prachtig voorbeeld van militaire kunst”. Hier zijn dus onze heren van Liedekerke. Ook niet dicht bij huis gebleven, maar gedreven door expansionisme hier gearriveerd?

Het regent eventjes en de paraplu’s worden bovengehaald. Vanonder moeders of eigen paraplu kijken we hemelwaarts naar het wenkende indrukwekkende bouwwerk. Het kasteel met vijf enorme torens staat momenteel, omwille van restauratie volop in de steigers. Geeft een merkwaardig zicht die combinatie van middeleeuwse torens omhuld en bijna compleet verborgen door de stalen constructies van steigers en moderne bouwelementen. Het geheel zo bovenop een rotspunt oogt nog machtiger, dreigender nu. In de verte merken we de torens van een ander kasteel. Het lijkt minder zwaar, eleganter, meer sprookjeskasteel dan dit. Maar schijn bedriegt. Door de verre afstand merken we niet dat dit kasteel volledig vervallen is, onbewoond en dat enkel de muren zijn overeind gebleven zijn.

Via een steile kasseiweg omhoog en een indrukwekkende poort schrijden we de binnenkoer. De opmerkelijke galerij met prachtig houten vakwerk (16de eeuw) is een ode aan en een getuigenis van het vakmanschap van toen. Het kasteel, een parel van militaire kunstbouw wordt nog steeds door dezelfde familie bewoond die het prima onderhoudt (met steun van ons, arme belastingbetaler) en het zo bewaard als herinnering aan een eens glorieuze tijd. We mogen de verschillende kamers bezoeken. Een lust voor het oog. Verfijnde kunst die in alles tot uiting komt: meubels uit de 18de eeuw, zeldzaam porselein, historische souvenirs en schilderijen. Het geeft een mooi beeld van hoe het leven er moet hebben uitgezien in de middeleeuwen tot en met de achttiende eeuw. Althans het leven van de toplaag. Over de honger en ellende van de grote massa valt niet veel te vertellen. Op een der schilderijen staat zelfs het waterkasteel van Moorsel bij Aalst afgebeeld. Het was het lustkasteel van de paters van Affligem. Beroemd tot hier? De wit-bruine koeien op het schilderij lijken mij onveranderd. Veel evolutie of genetische manipulatie lijkt hier me niet gebeurd.

Dat het een feodaal militair kasteel is valt zeker en vast af te leiden uit de vele wapens, harnassen, wapenschilden, zwaarden die tentoon zijn gesteld. Zo te moeten vechten, van kop tot teen in een zwaar metalen harnas moet niet iets voor broekventjes zijn geweest. Het harnas mag dan al versierd zijn met bloemmotieven of uitgevoerd met franjes, een vlot gemakkelijk kostuum zal het wel nooit zijn of worden. De vloer in elkaar gepuzzeld met allemaal kleine grijze en bruine steentjes trekt mijn aandacht. Het start met een klein vierkant en dan daaromheen steeds grotere en grotere, om dan opnieuw te herbeginnen. Zal wel een immens geduldig en tijdrovend werk zijn geweest. Welke ambachtsman heeft dit ooit uitgevoerd? In welke omstandigheden, voor welk loon? Totaal anders dan de huidige grote tegels die de moderne woningen sieren. Andere rijden, andere normen. Nu ja met de mondialisering is het, voor ons althans, gunstiger en goedkoper om graniet en andere bodemmaterialen van uit verre streken in te voeren dan de kleine arbeidsintensieve plaatselijke steentjes te gebruiken. Maar tegen welke prijs en voorwaarden voor die verre bevolking?

Aan de muren ook verschillende oude kaarten. Ik zoek en vind mijn dorpje “denderhautegem”. Zijn de dorpsnamen in oud-nederlands, de stad Aalst is in het Frans “Alost”. Groene sparren verbeelden “B de Likercke” of zoals de huidige volksmond zegt “likerkbos”. Ook een oorkonde van “Le Comte de Liederkerke Beaufort” hangt aan de muur.

Een feesttafel gedekt met het mooiste porselein en blinkend zilverwerk staat te pronken. Een foto van prins Philip, gekleed als sportieve jongeling lacht ons toe. Ons kent ons? Fier mag ik bekennen dat in een der vele salons ik plots een houten sterk versierde lederen zetel herken omdat hij sprekend gelijkt op deze in mijn bureel. Ook het plafond uit zware houten kanjers van balken fascineert me. Had er ooit ongeveer dezelfde in mijn woonkamer. Maar de moderniteit en de volgende generatie sloeg toe en hij verdween helaas als rook in de lucht. Minimalisme, strak, wit, zwart, eenvoud of helle kleuren zijn de modewoorden geworden;

We komen in de keuken terecht. Een immense open haard met zwarte ketel aan een met krullen versierde ijzeren haak vangt onze blik. Een mortier, een ijzeren blaasbalg, een zware zwarte soeplepel en nog enkele andere voorwerpen tonen ons een totaal andere keuken dan deze uit de huidige modeblaadjes. Nog even snuisteren in het onvermijdelijke souvenirs winkeltje en we kunnen heel kort genieten van een flauw zonnetje.
Celles
Eén van de mooiste dorpjes dus van Wallonië. De huisjes zijn heel typisch en zo direct herkenbaar. Ze zijn met veel smaak opgetrokken in breuksteen en ramen en deuren omlijst met grijze gehouwen steen. Alles uitstekend. Dit moet inderdaad de streek van Dinant, Condroz zijn. Niet alleen is Celles mooi maar ook aangenaam voor dames die houden van lekkere taartjes. Bij het wandelen van aan de parkeerhalte van de bus tot aan de kerk Sint-Hadelin (dat is de charme of het gevolg van smalle straatjes: de bus kan niet door…) merkten we een plaatselijke bakkerij op. O wee zo’n heerlijke pasteitjes die ons in bekoring brengen. We zijn moedig en weerstaan aan de koopverleiding. Tot na het kerkbezoek, wel te verstaan. Berouw hier voor de zonde, zelfkastijding noemt dat.

De oorsprong van dit dorp gaat terug tot de tweede eeuw. Maar ook het recente verleden laat dit dorp niet onberoerd. De herinnering aan de Slag om de Ardennen wordt hier erg levend gehouden. Naar het schijnt komen hier jaarlijks een aantal adepten van de Tweede Wereldoorlog samen om de Slag om de Ardennen op ware grootte  te reconstrueren.

Met de komst van de monnik Hadelin in 669 beleeft Celles zijn hoogtepunt. De Saint-Hadelin kerk uit de elfde eeuw, is een prachtige staaltje van Romaanse bouwkunst. Natuurlijk willen we dit kerkje ook vanbinnen eens verkennen. Het eerste dat opvalt bij het binnenkomen is de grote grijs granieten doopvond vooraan in de kerk. Mooi gebeiteld en versierd. Een moeder Maria met kindje Jezus, beiden in blauw ornaat, witte kant en kroontje op hun hoofd lachen ons minzaam toe. Een of andere heilige/apostel/heer in rood-goud brokaat, een staf en boek in de hand kijkt strenger toe. Wellicht wilt hij ons de waarheid verkondigen, het woord Gods prediken, d eles spellen, leefregels opleggen of gewoon verhaaltjes vertellen? Is in tegenstelling tot de rest van de wereld niet langer meer zo’n gemakkelijke opdracht in onze Westerse ( Europese) geseculariseerde wereld.

We spelen met vuur d.w.z. we doen enkele devote kaarsjes branden. Geen probleem. Wél om dit betaald te krijgen. De offerblok laat zich zo maar niet bedienen. Gelukkig is er steeds een handige harry (in de vorm van een ondervoorzitter) in de buurt die het probleem kan oplossen. De slogan van Cera: “ een Cera-vennoot is altijd aan het werk” heeft nog eens zijn waarde en zijn waarheid bewezen.


De heuveltop die boven de kerk uittorent fascineert enkelen onder ons. Je moet weten dat er een heel sportieve dame onder ons midden is. Dat ze heel veel diverse uitmuntende kwaliteiten heeft wisten we al, maar nu gaat ze zelfs zo maar eens 100 km wandelen in de Hoge Venen en dat in maximaal 30 uur. Surf maar eens naar www.Oxfam.Trailwalker.be Deelname betekent zoals de wervende tekst zegt ”afzien, overwinnen, inspireren, zweet, blaren, tranen, genieten, lachen, samenwerken, elkaar steunen, jezelf overwinnen, spierpijn, een ander helpen zichzelf overwinnen, een onmogelijkheid toch bereiken, meehelpen om de wereld een beetje beter te maken. Ondertussen weten we dat zij en haar team niet alleen de eindstreep hebben behaald en maar ook de derde plaats (op 229) inzake omhaling hoogste sponsorbedrag. Proficiat aan die “soepele madammekes “ zoals ze zichzelf noemden. Zo verleidt ze ons om een korte wandeling te maken op de heuvelrug die langsheen de vergeten Kruisweg, achter de Collégiale. Deze weg leidt naar de Ermitage van Celles, alwaar, u raadt het al, Sint Hadelin geleefd heeft. Het werd een prachtige aangename sportieve wandeling. Dank u Ghislaine en veel succes met uw toekomstige 100 km in de Hoge Venen!

We krijgen nog de kans om de stad Dinant onveilig te maken, maar de rust en gezelligheid van Celles verleiden ons en we blijven plakken op een terrasje bij een lekker bier en/of onze taartjes. Wees gerust: het waren super lekkere taartjes. Dank u plaatselijke bakker. De zon schijnt en we babbelen er op los. Er is zelfs heel veel Nederlands te horen. Vlaamse toeristen die het hier ook gezellig vinden.

Tijd om weer onze benen te laten rusten in onze trouw wachtende bus en een stukje huiswaarts te keren. Om zeker te zijn dat het eten “just in time” klaar is, dus dat we niet te lang onze maag hoeven te voelen grommen van honger of onze keel te horen kuchen van grote dorst bel ik de restaurantuitbater dat we in aantocht zijn.
De Heeren van Liedekercke

Wat kan er uitnodigingsvoller en verleidelijker zijn na zo’n historisch rijke reis, dan de belofte te gast te mogen zijn bij de Heeren van Liedekerke ? Een welluidende klinkende naam. Een restaurant dat daarenboven nog in Liedekerke zelf gelegen is. Niet echt correct want het ligt net over de gemeente grens, in Denderleeuw dus. Ja zelfs in een andere provincie. De gemeentegrens is tevens de grens tussen Oost-Vlaanderen en Vlaams Brabant. Voor alle eenvoud , de Dender is de grens. Natuurlijke grens. Met alle gevolgen van dien want die Dender stroomt af en toe wel eens over. Teveel en te snelle afvoer vanuit hoger geleden gebieden. Ja, water stroomt nu eenmaal nog steeds naar beneden toe. Als de bedding dan niet voldoende wordt uitgediept, verbreed, onderhouden om al het water veilig te laten doen wat water doet (stromen) of mensen wensen veel te dicht nabij zijn oevers te leven (territoriumstrijd tussen mens en water), en als er daar bovenop nog ruzie ontstaat tussen de verschillende verantwoordelijken over wie betaalt wat (de bewoners bij de bron, de bewoners onderweg, de bewoners aan de monding), ja dan haalt die Dender wel het nieuws en wordt hij een vaste klant bij het rampenfonds.

We hebben medelijden met de afwezigen op deze prachtige reis en daarom nodigen we hen met plezier uit om samen met ons te komen genieten van het avondmaal. Het wordt een blij weerzien, hoe kort of lang de scheiding ook was. Gescheiden zijn van je geliefden, familie, vrienden doet altijd pijn. Moge vooral die mensen die verantwoordelijk zijn voor scheidingen, in welke vorm of aard ook, dat beseffen.

Welkom William (mijn broer) en alle anderen. Zet u bij en drink een pint. Neen, niet zo maar een pint. Dit restaurant is een bierrestaurant en beschikt over één van de meest uitgebreide bierkaarten (meer dan 300, waaronder kleine brouwerijen, alle trappisten, geuzen en lambiken) ter wereld. "De Heeren" ontving trouwens eind 2004 als enige de Magne Cum Laude onderscheiding als Orval-Ambassadeur. De site ratebeer heeft hen verkozen tot op één na beste bierrestaurant ter wereld. Dit is een mooie bekroning, temeer omdat deze prijs niet toegekend wordt door een beperkte jury, maar door willekeurige bezoekers die hun mening geven. En zo gaan we genieten van de vijf sterren en "World Class" en de lof waarmee dit bierrestaurant en biercafé werd overladen.

Aan de wand hangt een bierkaar met alle bieren van belgiê. Ik kan het nalaten even wrang te slikken en de bedenking te maken hoe Belgiê als keurslijf knelt. De overgrote meerderheid der bieren zijn van Vlaamse herkomst. Wordt onze kennis en ambacht weer verdronken in het Belgische nat? En waarom, als het dan toch een internationaal café is, waarom dan geen wereldkaart met de bieren van de gehele wereld? Dat zou pas internationaal zijn, een internationale prijs waardig. Meer weten over wereldbier? Surf naar www.ratebeer.com. Deze site riep in 2009 nog het Westvleteren bier uit tot het beste bier te wereld. Zeg nu nog dat Vlaanderen niet fier mag zijn op zijn kunde.

Om jullie te doen watertanden even de menu en de bijhorende dranken (bieren natuurlijk).


Verleidelijk hapjes bij het aperitief”koud-warmzoet-zuur-bitter”

Rijkelijk pannetje van Noordzeevis met frisse tuinkruiden,

Witkap Stimulo en groentenstoemp

Varkenshaasje met heerenbier en chocola

Vanille-ijs, vers fruit en sabayon op basis van Blanche des honelles

Koffie
Buffalo bier

Gentse oude artisanale Hansen

Westmalle

Vieux trippel Saint Feuillieu
In de late uurtjes, dankbaar en voldaan in hart en nieren, in lichaam en geest, lijf en leden, met de bijhorende originele redevoeringen en talloze grote en kleine babbels over koetjes en kalfjes (ook die van de Cera) eindigen we deze prachtige dag. Tot de volgende (feest)vergadering in 2011! Waar dan? En ja, vergeet niet te genieten van de foto’s.
19 mei 2010

Nera Redant

Lid RAR CERA Aalst-Wetteren

.








De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina