Remvloeistof; Stap voor stap



Dovnload 13.08 Kb.
Datum19.08.2016
Grootte13.08 Kb.
Remvloeistof; Stap voor stap
wat doet het, wat voor soorten zijn er en hoe ververs je het?

Inleiding
Remvloeistof verversen: geen luxe maar noodzaak. Verkeersdrukte, files, intensief stadsverkeer, rondtoeren in de bergen, circuitgebruik: het is veeleisend voor de remmen van je auto. De temperatuur van de remmen kan onder deze omstandigheden flink oplopen en dat kan ten koste gaan van de remkracht en de veiligheid. Het goed functioneren van het remsysteem is voor een zeer belangrijk deel afhankelijk van de remvloeistof. Verouderde remvloeistoffen verliezen hun functie; water is daarbij de grootste boosdoener.

Hygroscopische eigenschappen
Tegenwoordig zijn de meeste remvloeistoffen synthetische vloeistoffen met hygroscopische eigenschappen; ze trekken vocht aan uit de atmosfeer en het infiltrerende vocht lost hierin gemakkelijk op. Via de ontluchtingsopening van het reservoir, langs de rubberen remcups en door de remslangen kan vocht binnenkomen. Bij de wielremcilinders worden veelal de grootste concentraties aangetroffen. Maar ook in de hoofdremcilinder is de vochtconcentratie vrij hoog. Bij verouderde remvloeistoffen worden vaak te hoge concentraties vocht aangetroffen, waardoor het remsysteem niet voldoende functioneert. Daarom dien je remvloeistof altijd in een luchtdichte verpakking te bewaren. Als er vocht in de vloeistof komt, dan kleurt deze bruin.

Eisen remvloeistof
Remvloeistoffen zijn veelal volledig synthetisch: een remvloeistof moet ook bij zeer lage temperaturen kunnen werken en de rubberen onderdelen in het remsysteem zijn vrijwel nooit ‘oliebestendig’. De naam remolie is dan ook misplaatst, het is heel wat anders. De automobielindustrie stelt zware eisen aan remvloeistoffen. De belangrijkste zijn: een goede vloeibaarheid onder alle weersomstandigheden een hoog kookpunt en een laag stolpunt bescherming van de rubberen onderdelen, anticorrosie, chemisch neutraal, onderling mengbaar en een geringe mate van verdamping. Een onderzoek door een bepaald automerk wees uit dat 60% van twee jaar oude auto’s en maar liefst 90% van drie jaar oude auto’s remvloeistof in het systeem had die niet meer voldeed aan de door de fabrikant gestelde eisen, met name doordat er zich teveel vocht in bevond.

Temperatuur
Tijdens het remmen wordt het arbeidsvermogen van beweging deels omgezet in warmte die via het remsysteem, dus ook via de remvloeistof, wordt afgegeven aan de buitenlucht. De temperatuur van de remvloeistof is afhankelijk van vele factoren, zoals de frequentie en de intensiteit van het remmen, de massa van het voertuig, de constructie van het remsysteem en de wijze van luchtkoeling. Temperaturen tussen de 500° C en 700° C zijn in berggebieden menigmaal gemeten aan de schijfremmen van moderne personenauto’s en de temperatuur van de remvloeistof kan daarbij oplopen tot 200° C. Ook in intensief stadsverkeer en in verkeersdrukte kan de remvloeistoftemperatuur stijgen tot rond de 135° C. En de steeds vaker voorkomende aërodynamische carrosserieën verminderen de toegang en doorstroming van lucht, die vroeger diende als natuurlijk koelmiddel van remschijven en trommelremmen.

‘Vapor Lock’
Zolang het voertuig in beweging is, wordt de ontwikkelde warmte afgevoerd door de rijwind. Naarmate de snelheid afneemt, wordt er weliswaar minder warmte geproduceerd ter hoogte van de wielen, maar er wordt eveneens minder warmte afgevoerd, waardoor de temperatuur van de remvloeistof geleidelijk oploopt. Deze temperatuurstijging is maximaal als het voertuig volledig tot stilstand komt. In extreme omstandigheden kan de vloeistof hierbij zelfs tot koken overgaan en zal er dampbelvorming optreden, dit heet Vapor Lock. Hierdoor ontstaat een dusdanige samendrukbaarheid van de vloeistofdamp dat krachtoverbrenging op het mechanische gedeelte van het remsysteem niet meer mogelijk is. Het rempedaal reageert niet meer naar behoren, of helemaal niet meer. (Dit is wat anders dan fading, wat met de remblokken te maken heeft.) Wanneer de bestuurder korte tijd na het vertrek vanuit een stilstaande positie opnieuw wil remmen, is het risico dat de remmen het begeven het grootst. Door de eerder genoemde hygroscopische eigenschappen van remvloeistoffen zal het kookpunt door vochtopname namelijk sterk dalen, waardoor het gevaar ontstaat dat de remvloeistof gaat koken en dampbellen vormt. Verversing van de remvloeistof kan dit voorkomen.

‘Droog’ en ‘nat’ kookpunt

Aan remvloeistoffen wordt een aantal kwaliteitseisen opgesteld door de OEM’s (autofabrikanten), de SAE en door DOT (Department of Transport). Laatstgenoemden hebben beperkingen gesteld aan het zogenaamde ‘droge’ en ‘natte’ kookpunt (Original, respectievelijk Wet Equilibrium Reflux Boiling Point, ERBP) en aan de viscositeit bij -40° C. Het natte kookpunt is het punt waarbij een remvloeistof onder laboratoriumomstandigheden 3,38% vocht heeft opgenomen en waarvan vervolgens het kookpunt is bepaald.

DOT 5 en 5.1

De gebruikelijke remvloeistoffen die aan de eisen van de automobielmarkt voldoen zijn DOT 3, DOT 4 en DOT 5. Zij verschillen voornamelijk in het minimale kookpunt dat de vloeistof moet hebben, respectievelijk >140° C, >155° C en >180° C. DOT 3, 4 en 5.1 zijn synthetische, op glycol gebaseerde vloeistoffen, en zijn onderling mengbaar. DOT 5 is gebaseerd op siliconen en mag NOOIT gemengd worden met DOT 3, 4 of 5.1. Als het wel wordt gemengd, dan ontstaat er vlokvorming in de vloeistof en is het remsysteem onbruikbaar. DOT 5 mag alleen maar gebruikt worden als het remsysteem nog nooit gevuld is geweest of gereviseerd. DOT 3, 4 en 5.1 tasten de lak aan en zijn hygroscopisch, DOT 5 tast de lak niet aan en is niet hygroscopisch. DOT 5 en 5.1 hebben in principe niks met elkaar te maken, alleen dat ze hetzelfde kookpunt hebben. Het nadeel van het niet-hygroscopisch karakter van DOT 5 is, is dat binnentredend vocht in het remsysteem druppelvorming kan gaan vertonen en zo de remwerking verminderen. Er is altijd veel verwarring tussen DOT 5 en 5.1, de naam had dan ook misschien wel beter anders kunnen worden gekozen. In ieder geval is voor een goed (opgewaardeerd) remsysteem voor je Honda DOT 5.1 aan te bevelen boven DOT 4. DOT 5.1 heeft ook een hogere viscositeit dan DOT 3 en 4, wat betekent dat het vloeibaarder/dunner is. Dit zorgt er ook voor dat de kleine klepjes in de ABS-module sneller de vloeistof door kunnen laten, wat de werking ervan verbeterd.

Remvloeistof verversen
Remvloeistof verversen is een karweitje wat je heel gemakkelijk zelf kunt doen. Voor de meeste Honda's is het aanbevolen om dit elke 2 jaar te doen.

Je kunt het het beste doen met een ontluchtingsset, dit is gewoon een doorzichtig plastic slangetje met een terugslagventiel. Je kunt er eentje kopen bij de automaterialenhandel of je kunt het bv. bestellen bij Paruzzi. Als je er geen hebt, en er ook geen wilt kopen dan haal je een stukje doorzichtige plastic slang bij de hengelsport of aquariumspeciaalzaak. Je vult dan een glazen potje voor een gedeelte met remvloeistof en je hebt je eigen ontluchtingsset gemaakt. Als je wel een ontluchtingsset hebt, dan kun je het verversen alleen doen, maar heb je er geen dan moet je het met zijn tweeen doen.

Houdt bij het verversen/ontluchten de volgende volgorde aan: rechts achter, links voor, links achter en recht voor. Als je niet over een ontluchtingsset beschikt, dan heb je bij het ontluchten een assistent nodig. Het is zowieso het gemakkelijkst om het met zijn tweeen te doen. Voordat je begint lokaliseer je de ontluchtingsnippels op de remklauwen of trommels en maak je ze schoon. De meeste nippels kun je opendraaien met een 7mm sleutel, maar soms komt 9mm ook voor. Hieronder volgen 2 manieren om de vloeistof te verversen. Een met ontluchtingsset en eentje zonder.

Draai de dop los van het remvloeistofreservoir.



Met ontluchtingsset:

- Sluit de afvoerslang op de ontluchtingsnippel aan en draai de nippel een halve slag open. Als je het alleen doet, zet de set dan zo neer dat je deze van achter het stuur kunt zien. Als je met zijn tweeen bent kan een persoon in de auto blijven zitten en het rempedaal bedienen, terwijl de andere de slang in de gaten houdt en ook steeds het remvloeistofreservoir in de gaten houden, deze loopt soms sneller leeg dan je denkt.


- Trap het rempedaal helemaal in en laat het langzaam los. De terugslagklep van de set vookomt dat de verdreven lucht en vloeistof naar het systeem kan terugkeren aan het eind van iedere slag.
- Herhaal deze procedure tot er schone remvloeistof zonder luchtbellen door de slang stroomt. Pomp bij de eerste remklauw eerst zoveel mogelijk remvloeistof weg zodat het niveau in het reservoir heel laag komt te staan. Vul het dan tot bovenaan bij. Door eerst het reservoir leeg te maken zorg je ervoor dat de nieuwe vloeistof zo min mogelijk met de oude wordt vermengd. Zorg er wel voor dat de vloeistof in het reservoir niet opraakt, er kom dan lucht in het systeem en dan kun je weer van voren af aan beginnen.
- Zet de ontluchtingsnippel vast en neem de afvoerslang weg.
- Herhaal dit voor elke rem.

Zonder ontluchtingsset

- Verbind een doorzichtige kunstofslang zoals boven beschreven met een ontluchtingsnippel en steek het andere uiteinde van de slang in een glazen potje gevuld met schone remvloeistof.


- Draai de nippel een halve slag open en laat de assistent het rempedaal intrappen en langzaam weer terugkomen. Draai de ontluchtingsnippel aan het eind van elke neerwaartse slag dicht om te voorkomen dat de verdreven lucht en vloeistof weer terug wordt gezogen.
- Herhaal deze procedure tot er schone remvloeistof zonder luchtbellen door de slang stroomt. Zet de ontluchtingsnippel weer vast. Herhaal dit voor de andere remmen.

 




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina