Resoluties Raad van State 1703-1748



Dovnload 113.3 Kb.
Datum22.07.2016
Grootte113.3 Kb.
Resoluties Raad van State 1703-1748

De periode tussen de Spaanse Successieoorlog en de Oostenrijkse Successieoorlog
BHIC toegangsnummer 178

inv.nr. 353 dienstjaar 1747 deel 1 [januari-april] 15 microfiches

Wie niet binnen het gebied van de Meierij van ’s-Hertogenbosch woont zal met deze digitale bewerkingen misschien niet veel [kunnen] doen en de ‘resoluties van de Raad van State’ niet zo snel raadplegen, maar het is goed om te weten dat het hier gaat om overheidsarchieven die de hele Republiek der Verenigde Nederlanden bestrijken, vooral toegespitst op de generaliteitslanden en de Zuidelijke Nederlanden en de centrale indexen geven heel veel informatie over bv. alle vestingsteden met forten en schansen in den lande van noord naar zuid van Bourtange naar Sluis in Zeeuws Vlaanderen, militaire functionarissen van soldaat tot generaal, ingenieurs, aannemers en opzichters van vestingwerken, kerkelijke functionarissen als predikanten en roomse geestelijken uit die periode, rekesten van regenten van afzonderlijke plaatsen, buitenlandse betrekkingen, activiteiten van rentmeesters van geestelijke goederen of rentmeesters van bepaalde geestelijke instellingen als gasthuizen, fundaties e.d., schoolmeesters, molens en pachthoeven die sinds 1648 aan het land toebehoorden, oude kapellen die als schoolhuis werden ingericht, allerhande militaire informatie m.b.t. munitie, artillerie, zeeslagen, regimenten, compagnieën, garnizoenen, kruitmagazijnen, commandanten, gouverneurs, verplaatsingen van troepen, militaire hospitalen, rapporten van de landsadvocaten rond bepaalde processen en noem maar op. Het is dus historisch gezien een uitzonderlijk interessante bron voor onderzoekers van allerlei pluimage.

Daarom heb ik besloten het trefwoordenregister van elk resolutieboek in deze bewerkingen op te nemen zodat men ook op ‘landelijk niveau’ een eerste toegang op de registers kan inzien!

PS de registers zijn niet overal spellingvast dus enige creativiteit is geboden bij het raadplegen ervan maar men heeft directe steun door de kernwoorden die in de marge staan vermeld
Meierij van ’s-Hertogenbosch
- het alfabetisch register ontbreekt

- door het hele register staan legio militairen met hun rangen, verloven, regimenten etc. gemeld uit allerlei garnizoensplaatsen zowel in de Noordelijke als de Zuidelijke Nederlanden….vooral aanvragen voor verlofregelingen bieden ontzettend veel namen van militairen! In dit resolutieboek ook veel oorlogsnotities i.v.m. de Oostenrijkse Successie-oorlog
PS

Mocht ooit iemand ooit de euvele moed hebben om een gedetailleerde beschrijving te willen publiceren over de Oostenrijkse Successie-Oorlog en de consequenties daarvan voor de meierij van ’s-Hertogenbosch dan bieden de resoluties over de jaren 1740-1748 zéér boeiend en uiterst gedetailleerd materiaal…, met als hoogtepunten 1745, 1746, 1747 en 1748

folio 1 – maandag 2 januari 1747

Missive van ingenieur Pierlink aangevende dat de aannemer van het driejarig onderhoud van ’s lands huizen en gebouwen in gebreke blijft van het uitvoeren van reparaties aan de vereiste ruiterstallingen en dat hij ook geen materialen op voorraad heeft en daarom heeft de suppliant met voorkennis van commandeur De Guy provisioneel materialen ingekocht en voer bekwame arbeiders heeft ingehuurd om de defecten te herstellen
folio 6 verso – maandag 2 januari 1747

Missive van stadhouder Juijn rakende de pretensie van de ingezetenen van de Meierij van ’s-Hertogenbosch wegens geleverde karren ten dienste van de Engelse troepen en hij heeft pogingen aangewend om tot liquiditeit te komen, waarover gesproken moet worden met de Engelse generaal Ligonier – zie ook folio 19 verso


folio 20 verso – dinsdag 3 januari 1747

de Heer van Haren heeft aan haar Ed: Mo: uitgegeven een originele schriftelijke order van de Prins van Waldek als generaal en chef van de auxiliaire troepen van de staat in de gepasseerde campagne, gegeven in het hoofdkwartier op de 17e juli 1746 en door de stadhouder van het hoofdschoutambt Juijn in de besoigne op heden met generaal Ligonier gehouden, overgelegd inhoudende: dat sommige ingezetenen van de meierij weigerachtig zijn om de nodige karren te leveren voor het vervoer van hout en stro en zo is het dat wij mits deze de stadhouder Juijn autoriseren om diegenen der Meierij die al zijn aangeschreven voor de levering van karren maar dat geweigerd hebben door militaire executie daartoe te dwingen en daarvoor de militie van het garnizoen van ’s-Hertogenbosch daarvoor in te zetten en anders wordt een detachement huzaren daarheen gestuurd om de geweigerde karren weg te halen en heeft daarbij in overweging gegeven of niet genoemde Prins van Waldek bij resolutie behoord te worden gelast 1] dat wanneer hij de troepen van de staat weer zal commanderen hij in het toekomende niet weder moet autoriseren Juijn als stadhouder van de hoofdschout om bij militaire executie te noodzaken de ingezetenen van de staat [die in deze oorlog tot nog toe neutraal is] met haar karren het geallieerde leger te dienen, maar om, wanneer hij Prins van Waldek enige zwarigheid bij de ingezetenen daaromtrent mocht voorzien, als dan de Raad van State ten spoedigste daarvan kennis te geven zodat de Raad daarop de nodige orders kan opstelen en 2] om gemelde stadhouder niet weer te autoriseren om tot een zodanige militaire executie te besluiten vanuit een garnizoen of plaats niet onder de orders van de Prins van Waldek staande en 3] om nog veel minder op de eerste requisitie van stadhouder Juijn een detachement huzaren te sturen om bij de weigerige ingezetenen de karren weg te halen


folio 34 – vrijdag 6 januari 1747

Rekest van Gerrit van Houweninge aannemer van het maken van een rijsdam aan de zuidzijde van het fort Crevecoeur en hem wordt een ordonnantie gegeven van f 450,-


folio 38 verso – vrijdag 6 januari 1747

militaire historie: memorie over de oorlogsmunitie die te Maastricht te veel is en die bij retour kan worden verzonden; lijst van cavalerie dragonders en huzaren bestemd om te velde te dienen met namen en garnizoensplaatsen o.a. 3 eskadrons van Birkenfelt te ’s-Hertogenbosch, 2 eskadrons van Rechtere aldaar, lijst van infanterie o.a. te ’s-Hertogenbosch 2 bataljons nl. een van La Lippe en 1 van Burmania [met nadere toelichting]; folio 410 informatie over diverse eskadrons en compagnieën; folio 462 enige lijsten van Britse, Hanoverse en Hessische troepen met de verdeling van hun bataljons en de garnizoenen met alle namen waarvan de Britse voornamelijk in plaatsen binnen de Meierij o.a. Schijndel, Veghel, Waalwijk, Langstraat, Oisterwijk en omgeving en 3 bataljons Haoverse troepen te ’s-Hertogenbosch nl. die van Campen, Klenkostrom en Hugo
folio 46 – maandag 9 januari 1747

Missive van de raad en rentmeester generaal der domeinen van Brabant De Schmeling op een rekest van de regenten van het Groot Gasthuis te ’s-Hertogenbosch verzoekende om een octrooi om de onwillige debiteuren tot betaling van achterstallige renten cijnzen en pachten te kunnen dwingen via parate executie


folio 47 – maandag 9 januari 1747

Missive van Egidius van Limburg doctor in ’s lands hospitaal thans fungerende te ’s-Hertogenbosch geschreven de 3e januari waarbij hij meldt dat het getal der zieken aldaar tot op 112 is verminderd zodat één doctor volstaat om de functie waar te nemen waarop na deliberatie is besloten doctor Limburg uit zijn dienst te ontslaan


folio 50 verso – maandag 9 januari 1747

Rekest van de officieren van de dorpen in kwartier Maasland met verzoek om vernieuwing van hun verleende letteren executoriaal om de gebrekkige betalers tot betaling te kunnen dwingen


folio 50 verso – maandag 9 januari 1747

Missive van ontvanger Van Palland ontvanger van de 20e penning of collaterale successie over stad en meierij van ’s-Hertogenbosch over de verkoop van de nagelaten goederen van Anthoni Coolen overleden te Mons


folio 56 – maandag 9 januari 1747

militaire historie: diverse lijsten van artillerie-bedienden bij diverse compagnieën van luitenant kolonel Voetster en kapitein Martfelt en kapitein Verschuur en de verdeliing der compagnieën van majoor Steffens; folio 79 lijst van de traktementen van ingenieurs die geheel of gedeeltelijk op staat van oorlog zijn gebracht met alle namen; folio 82 zeer uitvoerig overzicht van de Engelse troepen [troupes angloises], Hessische troepen en Hanoverse troepen met hun aantallen verdeeld over bataljons en eskadrons voorzien van alle namen [9 folio’s] gevolgd door een serie artikelen n.a.v. het commandement van het geallieerde leger [17];
folio 64 – dinsdag 10 januari 1747

Rekest van Pieter van Esvelt ziekenbezoeker in het hospitaal te ’s-Hertogenbosch te kennen gevende dat hij is aangesteld op een traktement van 125 gl. verzoekende om hem te begunstigen net iets meer en na deliberatie is besloten hem 75 gl. meer te geven


folio 64 verso – dinsdag 10 januari 1747

Rekest van Arnoud Walraven aannemer van ’s lands hospitaal te ’s-Hertogenbosch presenterende een lijst van zieken en gewonden over de periode 27 september tot en met 20 december 1746 en verzoekt om de bijpassende ordonnantie en van de ritmeesters en kapiteins mag hij 4 stuivers invorderen


folio 72 verso – woensdag 11 januari 1747

Bericht van luitenant kolonel Van Nes commanderende het regiment dragonders van Slippenbach op een rekest van de hoevenaar der vijf hoeven onder de heerlijkheid Sterksel in kwartier Peelland vanwege een gevraagde vergoeding van geleverde diensten aan de regimenten van Slippenbach en Van Lynden toen ze daar hun kampement hadden opgeslagen


folio 134 verso – vrijdag 20 januari 1747

Rekest van Arn. Pijnenburg inwoner der heerlijkheid Hilvarenbeek in kwartier Oisterwijk aangevende dat hij wel genegen is om van de weduwe van wijlen Joost Cornelis van Iersel het recht te kopen van een zekere afgebrande watermolen staande onder Heuclom [Heukelom] en deze weer te herbouwen en gangbaar te maken in geval haar Ho: Mo: ‘aan hem geliefden te permitteren om den oliemolen aan voors. watermolen annex, des somers ook met paarden te mogen gebruiken en om deselve in plaats van een volmolen, waartoe die ook geregitgt is, te mogen approprieren tot een houtsaagmolen en voorts dat de authorisatie bij haar Ho: Mo: resolutie van den 15 february des voorleden jaars aan de regenten van Huiclom verleent, om het geene de voors: watermolen in de reële omslagen contribueert, gedurende den tijd van agt jaren aanvang nemend emet den 1 december 1744 voor fout in rekening te mogen brengen, mitsgaders o mde remissien van verpondingen en beden waarmede de voors: molen is aangeslagen verklaart moge werden ten opsigte van den auppliant in plaats van de gem: weduwe, effect te sullen sorteren’

folio 158 – maandag 23 januari 1747

Missive van D.F. van Lynden rentmeester der beden in het kwartier van ’s-Hertogenbosch en van Arent Verspijk ontvanger der verpondingen op een rekest van Huibert Smulders uit Valkenswaard in kwartier Kempenland met verzoek om remissie op de verpondingen en beden i.v.m. zijn afgebrande en inmiddels herbouwde huis


folio 164 – maandag 23 januari 1747

Missive van directeur De Roij geschreven op het fort St.Andries waarbij hij aangeeft gesproken te hebben met Cornelis Perdijk aannemer van de werken op fort Crevecoeur over de basis waarop hij zijn werk zou willen continueren en een overeenkomst te sluiten t.a.v. de toeslag die hij voor extraordinaire gebeurtenissen zou menen te moeten hebben; dat genoemde aannemer hem heeft gezegd dat hij vanwege de onzekerheid van het effect der wateren daar geen calculatie op kan maken maar dat hij echter bereid was in het bij hem aangenomen onderhoud te continueren, mits dat haar Ed: Mo: de extraordinaire toevallen zowel aan de sluizen als andere uitgrondingen ten laste van het gemene land gelieven te nemen, voegende hij directeur daarbij dat zulks hem niet onredelijk voorkomt en dat hij van gedachten zou zijn, dat bij het dagelijks toezicht van de ingenieurs in loco notitie gehouden zou kunnen worden van dat gene, hetzij door de scheepvaart of door de werking der wateren zowel aan de sluizen als anderszins mocht worden veroorzaakt en daarover vervolgens te rapporteren en op welke wijze de ontstane defecten te verhelpen zijn


folio 166 – dinsdag 24 januari 1747

Missive van de raad en rentmeester generaal der domeinen van Brabant De Schmeling op een rekest ban het stadsbestuur van Eindhoven en omliggende heerlijkheden over alle geleverde karren aan het geallieerde leger nl. 173 stuks voor transport van hooi, stro, haver en brandhout [met details]


folio 171 – woensdag 25 januari 1747

Rekest van de geërfden van de polder Bossevelt en Maaij om surseance van een zekere aflossing van een kapitaal


folio 171 – woensdag 25 januari 1747

Rekest van Johan Ophorst majoor en commies op fort Engelen bij ’s-Hertogenbosch met verzoek om een ordonnantie van 150 gl. voor een jaar huishuur


folio 173 verso – donderdag 26 januari 1747

Bericht van de raad en rentmeester generaal der domeinen van Brabant op een rekest van J.Coenraats drossaard der heerlijkheid Hilvarenbeek Diessen Riel en Westelbeers die verzoekt om intrekking van een resolutie van 29 juni 1744 aan hem gegeven op het verzoek van de schepenen en naburen van Diessen om een bepaalde invordering stop te zetten


folio 187 – maandag 30 januari 1747

Missive van J.A.Sytrama luitenant kolonel in het regiment van Schaumburg Lippe geschreven te ’s-Hertogenbosch de 27e en een missive van F.D. van Sytrama luitenant kolonel in het regiment van de brigadier van Burmania geschreven te ’s-Hertogenbosch de 28e waarbij ze overzenden de lijsten van de compagnieën der voorschreven regimenten die in het veld ingezet zullen worden, welke lijsten doorgestuurd worden naar de commiezen van de generaliteits financiën met last m volgens dezelfde afrekening van 3 maanden wagendienst in avance op te maken

folio 189 – maandag 30 januari 1747

Missive van rentmeester Van Heurn met een bericht op het rekest van Jacobus Coenraats rentmeester van het Amelric Bootsgasthuis te Oirschot verzoekende dat aan de rentmeester zou worden gelast een vergadering te beleggen met de kanunniken te ’s-Hertogenbosch present zijnde om zijn rekening p te nemen en te sluiten, mitsgaders om twee kamers in genoemd gasthuis te begeven; ten tweede dat Jacob Dirk Sweerts de Landas halfheer van Oirschot mag worden gelast en desnoods veroordeeld aan voornoemde rentmeester te extraderen [extract te sturen] des suppliants rekeningen met alle documenten op 6 mei 1741 buiten kennis van voornoemde rentmeester door de Heer van Oirschot met nog ’n kanunnik opgenomen, gesloten en nu nog onder hem berustende en ten slotte dat de Heer van Oirschot mag worden geordonneerd en veroordeeld aan de suppliant in zijn kwaliteit over te geven de originele fundatie van het genoemde Bootsgasthuis door wijlen de vrouwe van Oirschot in 1706 van des suppliants voorganger Peter Stokkelmans onder recepisse gelicht om die bij de andere bescheiden van het gasthuis behoorlijk te bewaren, waarop na deliberatie is besloten het bericht met rekest te overhandigen aan de Ed: Mo: gecommitteerden die in commissie op de verpachting der tienden komen om zich daarop nader te informeren , de geïnteresseerden te horen en degenen die ze verder oordelen te moeten horen en op basis daarvan te besluiten wat gedaan dient te worden


folio 191 – dinsdag 31 januari 1747

Bericht van directeur generaal Hertell op een rekest van F.J.Bekker kapitein in het regiment van generaal majoor Bronkhorst en extra ordinaris ingenieur, te kennen gevende dat hij suppliant bij resolutie van de Ed: Mo: van de 2e van deze maand is gelast om zich als ingenieur naar ’s-Hertogenbosch te begeven, dat hij de enigste kapitein van het regiment is die niet krijgsgevangene is en het ten hoogste noodzakelijk is dat hij bij het werven van rekruten van genoemd regiment present is, verzoekende dat haar Ed: Mo: aan hem gelieven te accorderen dimissie [= ontslag] als extraordinaris ingenieur en dus ontslag van haar Ed: Mo: orders om zich naar ’s-Hertogenbosch te begeven; dispensatie volgt voorlopig


folio 197 verso – woensdag 1 februari 1747

Rekest van Dirk Roeleman majoor en sluiswachter op fort Crevecoeur te kennen gevende dat hij door haar Ed: Mo: resolutie van 19 september 1746 is geautoriseerd om tot zijn assistentie twee personen aan te nemen en dat hij heeft aangenomen twee geschikte personen nl. Floor Verdoorn en Jan Kloek ieder op 5 gl per week na overleg met directeur en brigadier De Roij; hij verzoekt om een ordonnantie t.a.v. dat weekloon uit te betalen via ontvanger Bosschaart en verzoekt; de twee sluiswachters hebben zich moeten behelpen in het oude kerktorentje en nu verzoekt hij voor hen een kleine geschikte verblijfplaats te mogen bouwen


folio 202 – woensdag 1 februari 1747

Bericht dat over het vaste hospitaal te ’s-Hertogenbosch en aan het einde een zéér uitgebreide lijst van tenten en tafels voor het veldhospitaal, lijst van utensalia in de vorm van ijzerwerk, koperwerk, blikwerk, tin, houtwerk, lijnwaad, schrijfbehoeften, goederen tot legging en verpleging van zieken en gewonden en een lijst van medicamenten voor een veldapotheek zowel interna en externa alsmede van de utensalia met alle latijnse benamingen ook van medische instrumenten [16 folio’s] – in acht genomen dat nog actueel 9 chirurgijns in ’s-Hertogenbosch zijn maar er een zeer gering aantal patiënten is die door een chirurg moeten worden behandeld, is besloten doctor Bon te autoriseren om allen uit hun dienst te ontslaan m.u.v. de premier chirurgijn Beverleij en één frater naar diens keuze


folio 214 – woensdag 1 februari 1747

Missive van generaal majoor De Guy commandeur van ’s-Hertogenbosch geschreven op 21 januari inhoudende dat bij gebrek aan de nodige stallingen de beide regimenten ruiters die aldaar in garnizoen liggen vanaf het begin al zijn genoodzaakt geweest en vooral die van het regiment van Birkenfelt met heel veel moeite te Bommel en de naast gelegen huizen stallingen hebben moeten huren, door welke ligging veraf veel ongevallen voorkomen en de officieren niet dagelijks hun paarden kunnen visiteren, dat er nu dagelijks een groot getal rekruutpaarden staan aan te komen, de huislieden in de naastgelegen dorpen geen stalling willen verhuren voorgevende geen foerage te hebben, om daardoor, indien het mogelijk was, de ruiter voor de foerage meer te laten betalen als men ordinair gewoon is, om welke reden majoor Tamars hem heeft gesproken ten einde haar Ed: Mo: te verzoeken, dat de ruiters naast de te verwachten rekruutpaarden op basis van het marsreglement mogen gebilletteerd worden als zijnde niet mogelijk dat de ruiter in deze tijden meer kan betalen als bij het voorschreven reglement is geordonneerd; na deliberatie is besloten gemelde commandeur te autoriseren om t.a.v. de paarden die niet in de stad gestald kunnen worden en op het platteland moeten logeren te overwegen op welke basis de betaling zal moeten geschieden


folio 226 – vrijdag 3 februari 1747

Missive van rentmeester De Back inhoudende dat hij op 15 december 1746 publiek heeft aanbesteed het gieten van een nieuwe klok in de toren te Hapert volgens het bestek dat daarvan is gemaakt waarbij in het 1e artikel gezegd werd, dat de aannemer er zorg voor moest dragen dat die klok niet lichter bevonden werd als 775 ponden en dat hem niet hoger als 850 ponden zal worden goedgedaan maar dat bij het wegen der klok is geconstateerd dat e 902 ponden woog en dat hij als rentmeester aan de aannemer niet meer heeft willen goeddoen als in het bestek was bedongen en het verschil was dus 52 ponden wat een schadepost betekende van 39 gl.; de aannemer beklaagde zich hierover en gaf de Ed: Mo: te verstaan dat de klok extra goed werd bevonden zowel van gladdigheid als van klank en deze aannemer, die i neen zeer geringe staat bevond, verzocht de Ed: Mo: dat ze de rentmeester zouden gelasten die 39 gl. als nog te voldoen ,wat de Raad hem ook inderdaad gelastte te doen


folio 238 verso – dinsdag 7 februari 1747

Missive van doctor Bon van het vaste hospitaal te ’s-Hertogenbosch aangevende dat hij op basis van de resolutie van de Ed: Mo: de chirurgijns en fraters uit ’s lands dienst heeft ontslagen behalve de premier chirurgijn Beverley en frater Albinis die door Beverley is gekozen tot zijn assistent en bovendien gaf hij door dat er in genoemd hospitaal nog 43 zieken en gewonden bevonden


folio 247 – woensdag 8 februari 1747

Missive van generaal majoor De Guy geschreven op de 13e januari met het bericht dat aldaar is overleden de majoor van de Papenbril Boonacker, waarop De Guy wordt aangeschreven dat hij de Ed: Mo: moet berichten of enig en welk traktement of douceur aan het voorschreven ambt geattacheerd is, door wie dat werd betaald en door wie de overledene en zijn voorgangers aangesteld zijn geweest


folio 253 – donderdag 9 februari 1747

Rekest van de schepenen der vrijheid Sint Oedenrode in kwartier Peelland met een zéér uitvoerig relaas waarin ze te kennen geven dat de supplianten in hun dorpsrekening van 1741 een post hebben opgenomen van vacatie naar Den Haag over de kwestie die speelt te Eerde en nog diverse andere posten; Eerde behoorde voor deels onder Sint Oedenrode, Schijndel en Veghel; de kwestie was de inkwartiering van militairen, het leveren van karren en paarden; het gilde of schutterij van Eerde, in welke akte worden genoemd Gerardus de Jongh erfsecretaris van Veghel, Anthony van Ginkel waarnemende de secretarie van Sint Oedenrode die aantonen dat Eerde o.a. ook onder Veghel hoort nl. van Rijkevoort op de Koeveringsemolen en van daar tot op Loyskamp [uitvoerige discussie]


folio 256 verso – donderdag 9 februari 1747

Rekest van Mr. Hector Hieronymus van Fenema griffier van het kwartier en secretaris van de vrijheid en dingbank van Oisterwijk en het dorp Udenhout, verzoekende dat haar Ho: Mo: gelieven te approberen de aanstelling of admissie van Jacob Gerrit de Haas gezworen klerk ter secretarie van Oisterwijk voor schepenen aldaar gedaan en verleend en dien volgende den officier of bij absentie van hem de president-schepen der dingbank te gelasten om genoemde De Haas in eed te nemen


folio 273 – maandag 13 februari 1747

Rekest van aannemer Walraven aannemer van ’s lans hospitaal te ’s-Hertogenbosch die een lijst doorstuurt van de zieken en gewonden die daar hebben gelegen en verzoekt om de afrekening via de generaliteitsfinanciën


folio 279 verso – maandag 13 februari 1747

Missive van directeur De Roij geschreven op Sint Andries aangevende dat het ijs aan de sluis en de pak- en schoeiwerken te Crevecoeur veel beweging heeft gemaakt en enige schade heeft toegebracht aan de rijspakking en beschoeiing; dat ter behoud van de sluis als anders de overlaat-dam in de Dieze van goed effect is geweest en tot meerder ontlasting nog een hulpplaats aan de oostzijde heeft laten maken om te geruster bij aanwas van water de scheepvaart te faciliteren; dat dan werkbaas Corn: van Warmond onder toezicht van ingenieur Pierlink de dagelijkse onvermijdelijke precautie-werken, die niet goed te besteden waren, behalve de verandering van meest alle werktuigen der sluizen bezorgd hebbende, heeft gezegd de rekening daarvan samen te stellen; dat ook nog diverse voorzorgsmaatregelen vereist zijn als nl. twee paar sluisdeuren; dat hij de huidige heeft laten boren en bevonden dat het hout zeer is aangestoken en daarvan ongevallen te duchten zijn die de vaart zouden kunnen stremmen; dat men zich thans spoedt met het paalwerk voor de sluis tegen de aanval der schepen in te heien; dat de laatst nieuw gemaakte dijk van Engelen op Vlijmen bijna niets heeft geleden doch dat de beer in de kapitale gracht te ’s-Hertogenbosch bezijden het olie-bolwerk zich in zijn romp te zwak bevindt en dat het nodig zal zijn die van een kistdam te voorzien en met het geschikte seizoen te reforceren en tegelijk een half voet hoger te maken, teneinde de inundatie te kunnen stuwen; dienende de aanstrekkende dijkjes ook zoveel verhoogd te worden en het een en ander te kunnen worden aanbesteed; dat met het hoge water de zgn. Boschdijk langs de westzijde van de Dieze enige oppergaten heeft bekomen en daarom door ingenieur Pierlink aan de regenten van die polder heeft laten aanzeggen de stopping te bezorgen en antwoord heeft gekregen zulks niet te doen zonder convocatie der geërfden; dat zulks zonder uitstel overlegd moet worden met commandeur De Guy en is aan de regenten aangezegd de gaten, om ontgronding te voorkomen, ten haren laste zouden worden hersteld gelijk dan ook is geschied; voorts volgt informatie over Waspik, ’s-Gravenmoer en de rivier de Donge [met details]


folio 281 verso – maandag 13 februari 1747

Rekest van de kinderen en erfgenamen van wijlen J.S.Boonacker in zijn leven majoor op het fort Papenbril te kennen gevende dat hun vader van tijd tot tijd genoodzaakt is geweest enige noodzakelijke reparaties te laten uitvoeren aan zijn huis dat door hem bewoond is geweest en wel in het bijzonder dat hij daaraan enige nieuwe vertrekken heeft laten timmeren waarvan hij de onkosten uit zijn particuliere beurs heeft betaald welke onkosten 500 tot 600 gl. bedragen en aangezien de overledene een talrijke familie heeft nagelaten verzoekt men de Ed: Mo: om enige vergoeding van al die onkosten, maar de Raad is van mening dat in een dergelijk verzoek niet getreden kan worden en het wordt dus afgewezen


folio 283 verso – maandag 13 februari 1747

Rekest van de regenten van Waalwijk die verzoeken om continuering van hun verleende octrooi tot het heffen van weggeld om met de opbrengst het onderhoud te kunnen bekostigen [met details]


folio 395 verso – dinsdag 14 februari 1747

Missive van Johan Bon doctor bij ’s lands hospitaal te ’s-Hertogenbosch van de 13e februari verzoekende, mits het getal der patiënten zeer gering is, dat haar Ed: Mo: hem gelieven te permitteren ter verrichting van enige particulieren zaken zich enige dagen van het hospitaal mag absenteren en op zijn kosten een ander bekwaam iemand aan te stellen; de Raad gaat akkoord


folio 396 – dinsdag 14 februari 1747

Resolutie van de Ho: Mo: van de 13e waarbij is goedgevonden dat vijf patenten zullen worden uitgegeven voor 5 Engelse bataljons komende uit Ierland, een voor een bataljon om naar Oisterwijk, een voor een bataljon naar Haaren en Udenhout, een voor een bataljon naar Veghel, een voor een bataljon naar Boxtel en een voor een bataljon naar Schijndel en daar voorlopig te blijven tot nader order en dat deze patenten gezonden worden aan de Raad van State om de nodige orders op te stellen t.a.v. het logement, waarop is gedelibereerd en besloten dat op de voorschreven patenten zal worden gezet, dat de voorschreven bataljons de route moeten volgen die is vastgesteld door de kwartiermeester generaal van de cavalerie Tidinga en dat men op doortocht door zich moet houden aan de orders en de krijgsdiscipline en aan de kwartiermeester generaal wordt gelast om alle troepen die worden ingescheept te Willemstad te ontvangen en te begeleiden naar bovengenoemde plaatsen en hiervan zal kennis worden gegeven aan de gouverneur van Willemstad of bij diens afwezigheid aan de commanderend officier aldaar; voorts zal men de schout en schepenen van de genoemde plaatsen aanschrijven over de inkwartiering van die troepen en dat men er zorg voor moet dragen dat ze eetwaren krijgen en men dient ook te zorgen voor foerage voor de paarden, waarvoor een redelijke prijs betaald zal worden


folio 307 – woensdag 15 februari 1747

Bericht van de raad een rentmeester generaal der domeinen van Brabant De Schmeling op een rekest van de regenten van het Groot Gasthuis te ’s-Hertogenbosch met een verzoeken om letteren executoriaal ter invordering van allerlei achterstallige pachten cijnzen en renten bij de onwillige debiteuren

folio 311 verso – donderdag 16 februari 1747

Missive van C.K.Lock predikant te Middelrode geschreven te Berlicum op de 14e met het bericht over het overlijden van Nicolaas Malherbe schoolmeester koster en voorlezer te Middelrode zijnde een combinatie met Berlicum en op deze vacante schoolmeestersplaats zal morgen worden gedisponeerd


folio 315 – vrijdag 17 februari 1747

Rekest van Jacob Puttekoffer verzoekend eom begunstigd te mogen worden met de schoolmeesters- kosters- en voorlezersplaats te Middelrode vermits het overlijden van Malherbe; predikant Van Staveren zal hem examineren ten overstaan van twee gecommitteerden van de Raad Godin en Van der Hoop om te bezien of hij voldoende bekwaamheden bezit voor deze functie


folio 318 verso – maandag 20 februari 1747

Missive van de raad en rentmeester generaal der domeinen De Schmeling met het bericht dat de contagieuze of besmettelijke ziekte binnen de Meierij van ’s-Hertogenbosch geheel tot stilstand is gekomen


folio 320 – maandag 20 februari 1747

Missive van intendant Treijtelaar geschreven de 17e te ’s-Hertogenbosch waarbij hij een lijst doorstuurt van fournitures die zich ’s lands hospitaal bevinden naast een lijst van die fournitures die reparabel zijn en van de fournitures die niet meer gebruikt kunnen worden en bovendien meldt hij zich geïnformeerd te hebben of er gegadigden zijn om die materialen te repareren maar dat hij daartoe niemand heeft gevonden buiten een zekere Jacob van Vechel die het werk heeft aangenomen op de condities zoals in de missive aangegeven staat; de raad gaat akkoord met de aanbesteding

folio 322 – maandag 20 februari 1747

Bericht van de rentmeester Van Lynden en ontvanger Verspijk op een rekest van Huibert Huiberts Smulders inwoner der heerlijkheid Valkenswaard in kwartier Kempenland die om remissie der verpondingen verzoekt vanwege zijn afgebrande en inmiddels herbouwde huis


folio 323 – maandag 20 februari 1747

Secretaris van der Hoop heeft aan de Ed: Mo: voorgesteld een order te alten uitgaan aan de regenten van Goirle en Alphen om aldaar te laten logeren een detachement van 40 of 50 manschappen in ieder der genoemde plaatsen; dat ze orders gelieven te geven aan de magistraat van ’s-Hertogenbosch om aldaar te laten logeren 300 artilleriebedienden die vanuit Engeland zijn gekomen en ten derde dat orders worden gegeven om een veldartillerie

te plaatsen met de wagens en oorlogsmunitie die daar bij hoort
folio 323 verso – maandag 20 februari 1747

Overleg over een missive van de kwartiermeester generaal van de cavalerie Tiddinga geschreven te Willemstad inhoudende in substantie dat luitenant kolonel Tisbes door generaal Ligonier is gestuurd om de Engelse troepen te begeleiden en heeft hem voorgeslagen, om de Engelse vrije compagnieën tot dekking van twee bataljons guardes die te Tilburg zullen kantonneren te mogen plaatsen te Alphen en Goirle, waarop is geantwoord dat hij zulks niet durft te doen zonder order van haar Ed: Mo:, dat echter op zijn voorstel om een ka[itein en 50 man in deze dorpen te laten logeren, hij aangenomen had de regenten der twee dorpen te verzoeken deze manschappen te willen inkwartieren, hopende dat haar Ed: Mo: dit zullen accepteren


folio 329 – dinsdag 21 februari 1747

Missive van J.Verster stadhouder van het kwartier van Oisterwijk geschreven de 19e rakende de inkwartiering van een bataljon Engelsen aldaar en dat hij naast de regenten een calculatie heeft gemaakt dat wanneer 4 personen in een huis kwamen te logeren, ten hoogste voor een half bataljon van ca. 800 man gerekend een geschikte plaats gevonden zou kunnen worden, als zijnde die huisjes klein en gering en de inwoners bloot en arm die in meerderheid op stro slapen en dat die bovendien geen eetwaren en brandstof op voorraad hebben en er die troepen dus onmogelijk allemaal kunnen logeren en dat veel minder dan het ganse bataljon dus bij de vermogende inwoners ingekwartierd kan worden; Verster stelt voor om de gehuchten Berkel Enschot en Heukelom vallende onder de dingbank van Oisterwijk bij die inkwartiering te betrekken ondanks het feit dat ze voorlopig hiervan gevrijwaard waren


folio 354 – vrijdag 24 februari 1747

Rekest van Jennemaria Koppens weduwe van Peter Raessens, Catharina Herman Manus weduwe van Hendrik van Velthoven, Jan Peter Belien cum suis, Wouter Maas, Hendrik Philip van Asten en Heijlken van Nieuland vrouw van Anthony van Cranenbroek allen uit Leende in kwartier Peelland die verzoeken om remissie en een liberale gift i.v.m. hun afgebrande huizen


folio 369 – maandag 27 februari 1747

Missive van generaal majoor De Guy commandeur van ’s-Hertogenbosch geschreven op de 24e met een bericht dat aldaar is aangekomen het Engelse regiment van Huske waarvan aantekening zal worden gemaakt op de lijst van bezetting


folio 373 – maandag 27 februari 1747

Missive van kolonel commandant van het regiment van de Prins van Birkenfelt van de 25e met een bericht dat het genoemde regiment met niet meer dan 150 paarden en de staf gelegerd zijn geweest in de stad ’s-Hertogenbosch en genoodzaakt is geweest de overige paarden ten platten lande te moeten besteden zodanig dat het gehele regiment ‘gedisperseert’ [verdeeld] is en met geen mogelijkheid ‘geëxerceert’ [geoefend] en in staat gebracht kan worden, verzoekende aan de ED: Mo: het dorp van Oss gelieven te assigneren [bewijzen] alwaar het gehele regiment bij de anderen verzameld en geëxerceerd kan worden


folio 393 verso – woensdag 1 maart 1747

Examen voor Jacobus Puttekoffer die daarna zijn aanstelling heeft gekregen als schoolmeester koster en voorlezer te Middelrode combinatie met Berlicum en de akte van commissie volgt


folio 395 – woensdag 1 maart 1747

Missive van generaal majoor De Guy commandeur van ’s-Hertogenbosch inhoudende dat kolonel Tamars hem heeft verzocht of het regiment van de Prins van Birkenfelt bijeen getrokken kan worden om te logeren te Oss waardoor door het regiment behoorlijk kan worden geoefend


folio 396 – woensdag 1 maart 1747

Missive van ingenieur Pierlinck van de 27e februari geschreven te ’s-Hertogenbosch waarbij hij aangeeft dat hij op basis van een resolutie van de 15e bij absentie van brigadier en directeur De Roij heeft aanbesteed het maken van een kistdam te leggen voor de stenen beer tegen de rechterflank van het Oliemolenbolwerk aldaar volgens het bijgevoegde bestek, aangenomen door Jan Schouw voor een bedrag van 640 gl.


folio 402 – donderdag 2 maart 1747

Missive van de raad en rentmeester generaal der domeinen van Brabant De Schmeling op een rekest van Hendrik Jan Vervenne rentmeester van de armenfundatie genaamd Schildersgasthuis te ’s-Hertogenbosch met een verzoek om letteren executoriaal ter invordering van achterstallige pachten renten en cijnzen

folio 403 verso – donderdag 2 maart 1747

Aangeschreven wordt stadhouder Juijn als commissaris gefungeerd hebbende in het afgelopen jaar wanneer het geallieerde leger gepasseerd is door of langs de Meierij van ’s-Hertogenbosch en men verzoekt hem binnen 8 dagen een lijst en de documenten te overleggen rakende de karren die door de Meierij zijn in het voorbije jaar zijn geleverd, zodat tot betaling aan de ingezetenen kan worden overgegaan


folio 407 verso – donderdag 2 maart 1747

Rekest van Egidius van Limburg medicine doctor en S.Smith premier chirurgijn bij ’s lands veldhospitaal te kennen gevende dat bij haar Ed: Mo: resolutie van 31 oktober 1746 op 3 november verscheiden bedienden van het genoemde hospitaal zijn ontslagen en de supplianten gelast te Maastricht bij het voorschreven hospitaal te moeten blijven en vervolgens zich hebben moeten begeven naar ’s-Hertogenbosch alwaar de supplianten op 25 januari 1747 zijn ontslagen, verzoekende dat haat Ed: Mo: de commiezen van de generaliteitsfinanciën gelieven te autoriseren tot het opmaken der afrekening van het traktement der supplianten, kostgeld en wagendiensten tot 25 januari 1747 volgens de aan het rekest toegevoegde attestatie


folio 413 – vrijdag 3 maart 1747

Missive van Mr. Samuel Essenius ontvanger der gemene middelen van Oisterwijk en Maasland inhoudende dat haar Ho: Mo: via een resolutie van 2 september jl. over de betaling van 8000 gl. liberale gift i.v.m. de afgebrande huizen te Nieuwkuijk en aan hem is gelast de regenten van Nieuwkuijk aan te schrijven dat zij zouden moeten opstellen een lijst en die aan hem moeten toesturen van alle personen wier huizen afgebrand waren en die niet in staat zijn hun huizen weder op te bouwen of dusdanig arm zijn dat ze noch geld noch goed hebben om zich wederom in staat te stellen tot herbouw van hun huis [zeer uitgebreid relaas]


folio 415 – vrijdag 3 maart 1747

Bericht van ontvanger Van Pallandt van de 40e penning over stad en meierij als ook van de verpondingen over kwartier Oisterwijk op een rekest van Hendrina Beersman weduwe en enige geïnstitueerde erfgenaam van wijlen Anthoni Schmits wonende te Diessen ressort van Hilvarenbeek over de erfelijke nagelaten goederen, waarin het overlijden staat vermeld van Anthoni Schmits nalatende een dochter nl. Maria Catharina welke dochter in het huwelijk is getreden met Lambertus de Visser daarop mede overleden nalatende een dochter ook inmiddels overleden zonder nakomelingen na te laten [met details]


folio 417 verso – vrijdag 3 maart 1747

Akte betreffende het beroep van J.T.Schouten van Sprankhuisen predikant te Empel en Rosmalen i.v.m. het doen van de beroepingen den de formaliteiten daaromtrent en of daarnaar is gehandeld en het overleggen van een lijst van personen die in het voorschreven beroep hebben gestemd en de partijen die gehoord zijn; na deliberatie is besloten het beroep te disapproberen [niet aanvaarden] ter zake van de informaliteiten daarbij begaan, nademaal een persoon geen ouderling kan zijn op twee plaatsen


folio 421 verso – maandag 6 maart 1747

Afgegeven is een patent voor het regiment cavalerie van de Prins van Birkenfelt om vanuit ’s-Hertogenbosch naar Oss te marcheren totdat daarvan twee eskadrons in het veld zullen worden getrokken en het andere zal naar Breda marcheren, waarop na deliberatie is besloten dat op het voorschreven patent zal worden gezet dat het voorschreven regiment zal marcheren op order en volgens de route die commandeur De Guy hen zal geven en observeren het marsreglement, waarvan een exemplaar naast het patent zal worden gevoegd; het patent wordt ook doorgestuurd aan commandeur De Guy met de opdracht de route samen te stellen en dit bericht ook af te geven aan de commanderend officier van het regiment


folio 422 – maandag 6 maart 1747

Missive van aal De Guy commandeur van ‘s-Hertogenbosch waarbij hij de lijst doorstuurt van de sterkte der regimenten die aldaar in garnizoen liggen en daarbij voegt hij een bericht omtrent de devoiren [inspanningen] van de officieren t.o.v. de rekrutering; idem bericht hij over de schielijke was der rivieren aldaar zowel aan de fortificatiewerken als de dijken buiten de stad de nodige schade is toegebracht zoals hem is gerapporteerd door ingenieur Pierlink en dat in de Maasdijk tussen Alem en Orthen diverse dijkdoorbraken zijn geconstateerd en de nieuw aangelegde dijk tussen Engelen en Vlijmen op diverse plaatsen is doorgelopen en ook de Boschdijk en hem wordt geautoriseerd zo gauw het water is gezakt via de aannemers van het onderhoud tot reparaties over te gaan


folio 425 – maandag 6 maart 1747

Missive van rentmeester Tengnagel op een rekest van Francina de Leeuw weduwe van wijlen Dionysius Reinerus Halmans in leven predikant van de diorpen Lith en Lithoijen in kwartier Maasland met een verzoek om het weduwe-traktement gedurende haar leven uit te betalen via het kantoor der geestelijke goederen, welke akte van betaling wordt verleend met ingang van 1 juli 1746


folio 431 – maandag 6 maart 1747

Bericht van rentmeester Tengnagel op een rekest van Gerrit Josephus cum suo, Peter Hendriks Veldakkers, Lambert Roelofs, Doelis [misschien Dielis bedoeld] Hendriks Daamen, Lucas Jansz. cum suis, en Maria Frans Lemmers cum suis allen uit Nuenen over diverse pachten die men schuldig is aan het Convent van de Baselaars te ’s-Hertogenbosch in rogge, gerst en kapoenen uit hun goederen onder Nuenen, met een verzoek om reductie van die pachten, het vat rogge tegen 8 st., een kapoen tegen 5 st., een vat gerst tegen 6 st. en dat voor een periode van 12 jaren, welk rekest is doorgestuurd naar de thesaurier generaal om het nader te onderzoeken en verslag uit te brengen - zie ook folio 547 verso


folio 441 verso – woensdag 8 maart 1747

Rekest van Claas Posthumus die een verzoek indient om begunstigd te mogen worden met de kosters- en schoolmeestersplaats te Heeswijk vanwege het overlijden van Hendrik van den Ham; predikant Van Staveren zal hem ten overstaan van twee gecommitteerden van de Raad examineren om te zien of hij over voldoende bekwaamheden beschikt om die post te aanvaarden


folio 450 verso – donderdag 9 maart 1747

Missive van de raad en rentmeester generaal der domeinen van Brabant De Schmeling en de ontvangers van de beden en gemene middelen geschreven te ’s-Hertogenbosch op de 28e februari over het vermogen en de toestand van de voorschreven Meierij en bijzondere plaatsen daar binnen over de effecten van de diverse ontlastingen en schikkingen welke van tijd tot tijd zijn gedaan tot soelaas en verbeteringen der constitutie van het platteland; ten tweede of het nodig is dat aan de Meierij een generale ontlasting gecontinueerd werd en indien nodig, als dan correct op te geven waarin die behoort te bestaan; ten derde of er enige dorpen en plaatsen zijn waaraan boven de generale ontlasting nog enige bijzondere behoren gegeven te worden; ten vierde of de Meierij thans in staat is op te brengen het een ten honderd van de kapitalen tot lasten der corpora om te dienen ter aflossing volgens de schikking vervat in haar Ho: Mo: resolutie van 20 september 1724, daarbij verder handelende van de reële omslagen die aan ieder corpus in de Meierij zouden behoren geaccordeerd te worden, zijnde de raad en rentmeester bij resolutie van 27 juli 1746 gelast geweest een lijst daarvan te formeren en ten slotte nog een reactie op een rekest van de stad Helmond in kwartier Peelland die de Ed: Mo: hebben verzocht hen te verlenen een extra-ordinaire remissie op de gemene middelen en speciaal op het hoofdgeld


folio 451 – donderdag 9 maart 1747

Missive van de kwartiermeester generaal van de cavalerie van Tidinga geschreven te Willemstad op de 27e februari waarbij ter voldoening van haar Ed: Mo: resolutie van de 21e daar te voren bericht op een missive van stadhouder Verster representerende dat Oisterwijk alleen onbekwaam was om een bataljon inkwartiering aan te bieden en hij heeft zich mede geïnformeerd omtrent de gelegenheid binnen andere kwartieren, bij haar Ho: Mo: resolutie van de 13e februari geassigneerd voor de vijf bataljons Engelse troepen uit Ierland; de Ho: Mo; zal in overweging gegeven worden of het bataljon dat is bestemd voor Oisterwijk mede zou kunnen worden gelegd in Berkel Enschot en Heukelom en of niet in plaats van te leggen een bataljon in Schijndel en een in Veghel, alleen een bataljon in genoemde plaatsen kan worden gelegd en een van die twee bataljons te Oirschot, zoals in het register der brieven en adviezen aan haar Ho: Mo: is te zien


folio 458 – vrijdag 10 maart 1747

Rekest van Jacob Puttekoffer aangesteld tot schoolmeester koster en voorlezer te Middelrode combinatie met Berlicum met het verzoek dat men hem wil permitteren om de genoemde schoolmeestersplaats tot mei aanstaande te mogen laten waarnemen door de zoon van de overleden schoolmeester met welk verzoek de Raad akkoord gaat


folio 462 verso – zaterdag 11 maart 1747

Gelezen is een secrete resolutie van de Ho: Mo: waarbij is goedgevonden dat een patent zal worden uitgegeven voor een bataljon Engelsen verwacht wordende vanuit Ierland om te marcheren naar Oisterwijk, Berkel, Enschot en Heukelom, voor een bataljon naar Schijndel en Veghel en voor een bataljon naar Oirschot, welke bataljons de routes moeten volgen die door de kwartiermeester generaal der cavalerie Tidinga zijn opgesteld en die hij aan hem zal aanwijzen; dat de bataljons zich in de kwartieren moeten houden aan de goede orders en de krijgsdiscipline, welke patenten zullen worden gezonden aan Tidinga met last om die Engelse troepen in te schepen te Willemstad en te transporteren en begeleiden naar genoemde plaatsen


folio 470 – maandag 13 maart 1747

Missive van rentmeester Tengnagel op een rekest van Jan Driessen, de kinderen Lambert Mutsers, de kinderen Wouter Ansems cum suis allen uit Woensel in kwartier Kempenland met een verzoek om reductie op de pachten en renten die men schuldig is aan het Convent van de Baselaars uit goederen te Woensel gelegen en stellen voor rogge tegen 8 st., een vat gerst tegen 6 st. en dat voor een periode van 10 jaren in te gaan vanaf 1737, verzoekende deze te continueren voor een periode van 25 jaren op basis van de resolutie van 2 oktober 1737 – zie ook folio 548


folio 487 – donderdag 16 maart 1747

Missive van generaal majoor De Guy geschreven op de 14e met een bericht over de uitmars van het regiment Birkenfelt naar Oss en een ontvangen missive van de kolonel commandant van genoemd regiment geschreven vanuit Os sop de 15e dat ze daar zijn gearriveerd


folio 492 verso – donderdag 16 maart 1747

Rekest van de regenten van Oss in kwartier Maasland inhoudende dat het regiment cavalerie van generaal Prins van Birkenfelt in staatse dienst ingevolge de orders van haar Ed: Mo: op de 14e maart 1747 staat te arriveren om aldaar te kantonneren en dus bij de ingezetenen bij provisie en tot nader order te logeren; dat ongetwijfeld haar Ed: Mo: die kantonnering hebben geordonneerd op de verkregen informatie, dat de ingezetenen aldaar goed zijn voorzien van hooi haver en stro; dat het inderdaad een waarheid is dat zij doorgaans en zelfs inde laatste gepasseerde winter daarvan goed zijn voorzien geweest en dat indien het regiment vroeger naar hun plaats was gekomen dat er dan niet het minste gebrek zou zijn aan hooi haver en stro en dus foerage, ware het niet dat enige weken geleden het hooi en stro te Oss door de commissarissen van het geallieerde leger te Maastricht Venlo Grave en Eindhoven zodanig was opgekocht en met kracht van karren naar die plaatsen is afgevoerd dat er weinig van is overgebleven omdat daarvoor een hoge prijs was geboden, dat het de ingezetenen deed besluiten om alles wat ze maar enigszins konden missen te verkopen; een der commissarissen woont in Oss en het bij voorkeur juist daar heeft ingekocht en laten transporteren; de regenten zijn door de komst van dit regiment in grote verlegenheid geraakt niet wetende hoe ze zich daaruit moeten redden, want het hooi en stro dat er nog is zal binnen enkele dagen door de paarden van het regiment van Birkenfelt zijn geconsumeerd en dat daarna de ruiterpaarden daaraan gebrek zullen moeten lijden en daarnaast zal het aan de ingezetenen onmogelijk worden om zelfs hun eigen vee te onderhouden, mede in acht genomen dat door het hoge water in dit seizoen de weilanden weinig of niets opleveren; dat de regenten ook tegemoet zien dat indien er in de naburige plaatsen van de generaliteit waar nog hooi en stro te missen zou zijn, het zal moeten worden ingekocht, hetgeen zulks zou mogen geschieden wegens het regiment ofwel wegens de supplianten, daartoe bij haar Ed: Mo: gelast en geautoriseerd zijnde, de ingezetenen aldaar het niet anders dan tot een exorbitante hoge prijs zullen willen verkopen; dat zij supplianten derhalve en in deze grote verlegenheid met voorgaande communicatie, overleg en goedvinden van de kolonel commandant De Tamars het genoemde regiment commanderende en die zich rees enige dagen vooraf ten dien einde naar Oss had begeven, zich verplicht vinden haar Ed: Mo: te verzoeken dat het hen zal mogen behagen aan de naburige plaatsen van Oss onder de generaliteit gehorende, aan te schrijven en te gelasten dat zij t.b.v. Oss als het hooi en stro opraakt, zoveel dienen aan te leveren als ze kunnen missen en wat ze voor hun eigen vee niet nodig hebben en dat tegen een redelijke prijs en tijd van betaling; de commandeur van ’s-Hertogenbosch wordt verzocht zich hierover nader te informeren


folio 495 – donderdag 16 maart 1747

Missive van de regenten van Reusel in kwartier Kempenland inhoudende dat op de 25e februari aldaar ingekwartierd zijn 300 keizerlijke huzaren komende volgens hun zeggen van Eycxsel in het Land van Luik, die op de 28e februari hun route hadden genomen richting Arendonk gelegen in Oostenrijks Brabant; dat aan de commandant van dat korps is gevraagd het patent en dat toen door hem is geantwoord dat het patent zou berusten bij de overste wachtmeester die ingekwartierd was in de abdij van Postel en dat ze onder commando stonden van generaal Trips; dat de genoemde commandant of de kwartiermeesters direct na aankomst biljetten hadden gevorderd en dat die biljetten aan het korps zijn verstrekt zijnde, door de commandant naar diens goedvinden waren verhoogd en verlaagd, zodat arme en behoeftige mensen door de regenten belast zijnde met inkwartiering, moeten innemen 4, 5 of 6 man, wat via afpersing, slaan en stoten en mishandeling gepaard ging; de de regenten genoodzaakt waren geweest om drie karren te leveren tot transport van de bagage en die te brengen naar Arendonk, Turnhout en Oud Turnhout te brengen waarvoor de voerlieden in plaats van betaling slagen hadden moeten incasseren, verzoekende de regenten dat haar Ho: Mo: bij de veldmaarschalk de Graaf van Batthiani of bij generaal Trips of een ander naar het oordeel van de Ho: Mo: zullen goedvinden dat de regenten en vooral de ingezetenen bevrijd mogen blijven van mishandelingen en hostiliteiten en dat ze voorts ogen gesteld worden onder de sauvegarde van de Ho: Mo:


folio 502 verso – vrijdag 17 maart 1747

Rekest van de schepenen gezworenen van de hoofdstad ’s-Hertogenbosch daarbij representerende de belemmering van de scheepvaart van gemelde stad door het leggen van een stopdam in de rivier de Dieze hieronder lijdt verzoekende aan de Ed: Mo: dat ze gelieven orders te geven wederom een opening te laten maken in de Dieze ofwel door het leggen van een sluis ter plaatse waar de dam ligt; welk rekest nader onderzocht wordt


folio 502 verso – vrijdag 17 maart 1747

Missive van de raad en rentmeester generaal der domeinen van Brabant De Schmeling geschreven alhier in Den Haag i.v.m. een bepaald recht wat te ’s-Hertogenbosch wordt gevorderd van iedere zal koren en haver


folio 503 verso – vrijdag 17 maart 1747

Rekest van de resp. chirurgijns majoors en fraters die werkzaam waren in 1746 in de hospitalen van Antwerpen, ’s-Hertogenbosch, Maastrciht en andere plaatsen waar de zieken en gewonden van de Staatse troepen hebben gelegen, te kennen gevende dat de supplianten, wanneer ze uit de dienst zijn ontslagen, niet hebben geweten tot wie ze zich hadden moeten wenden om een attestatie wanneer ze bij ’s lands hospitalen waren aangekomen om te dienen tot opmaking der supplianten afrekening; daarom hebben ze zich gewend tot doctor Bon als de eerste aan wie zij moeten obediëren zowel tot het doen van transporten als het afhalen van zieken en gewonden; dat voornoemde doctor de attestatie heeft gegeven annex aan dit rekest, met die omzichtigheid dat iedere chirurgijn majoor en frater een schriftelijke certificatie heeft genomen, dat ze bij zijn afwezigheid altijd present zijn geweest, dat op die attestatie de commiezen van de generaliteits financiën de afrekeningen van dag- en kostgelden de 31e januari 1747 hebben opgemaakt conform een resolutie van 21 februari 1746, zoals dat in vorige jaren is geschied; dat daarop diverse beschouwingen zijn gevolgd en wel voornamelijk dat doctor Bon niet gekwalificeerd zou zijn om zodanige attestaties af te geven en dat daarom de afrekeningen worden ingehouden zonder dat de supplianten weten tot wie ze zich nu moeten wenden en ze verzoeken om een besluit daaromtrent


folio 538 – woensdag 22 maart 1747

Onderzoek van een bericht van Philip Wilhelm de Schmeling raad en rentmeester generaal van Brabant te ’s-Hertogenbosch op een rekest van Hendrik Jan Vervenne in zijn kwaliteit als rentmeester van de arme fundatie genaamd Schildersgasthuis te kennen gevende dat bij het opnemen en sluiten der rekeningen van de administratie van zijn voorganger Jacobus Minten is gebleken dat het gasthuis nog schuldig is een som van 1060 gl. 12 st. 13 penn. waarop aan hem suppliant nog maar was betaald 460:12:10 en van de resterende 600 gl. kon hij maar geen betaling bemachtigen, ondanks het feit dat hij al enige jaren allerlei inspanningen heeft gedaan en verzoekt nu letteren executoriaal om die betaling te kunnen afdwingen


folio 540 – woensdag 22 maart 1747

Rekest van de classis van ’s-Hertogenbosch verzoekende om een nieuwe handopening tot het beroepen van een predikant te Rosmalen omdat de Ed: Mo: het vorige beroep hebben gedisapprobeerd, waarop na deliberatie is besloten om de classis te kwalificeren om op basis van de resolutie van 26 oktober 1744 een van de predikanten die door het overgaan der steden van de Barrière in handen van de Koning van Frankrijk hun standplaats zijn verloren, te beroepen in predikantsplaatsen die vacant zijn


folio 540 – woensdag 22 maart 1747

Missive van rentmeester De Back op de rekesten van Aletta Pinxternakel weduwe wijlen Ant: W: van Keesel predikant te Valkenswaard en Dommelen verzoekende o mde nodige akten van gratie en van het gewone weduwe-traktement; idem op het rekest van Martina Freen weduwe van wijlen Paulus Antonius Laats in zijn leven predikant te Waalre en Aalst in kwartier Kempenland verzoekende om de betaling van het jaar van gratie


folio 542 – woensdag 22 maart 1747

Missive van de regenten van het Groot Burger gasthuis van de stad ’s-Hertogenbosch van de 8e maart die een memorie doorsturen ofwel een generale begroting van de kosten wegens opvang van zieken en gewonden soldaten die vanuit garnizoen Doornik in hun gasthuis zijn verpleegd en tevens een overzicht van de dagen dat ze in het gasthuis hebben verbleven


folio 546 – donderdag 23 maart 1747

Rekest van Wilhelmus Engelbertus Buschman predikant in de Mierden en Hulsel in kwartier Oisterwijk verzoekende om bij het opnieuw verlenen van handopening tot het beroepen van een predikant te Rosmalen en Empel, waarvoor het vorige verzoek van J.F.Schouten van Sprankhuijsen is gedisappobeerd [niet aanvaard], de classis voor ditmaal tot de barrière-predikanten zo nauw niet te bepalen, dat hij tot die plaats onberoepelijk zo zijn; maar besloten is op het verzoek van Buschman niet in te gaan en het werd dus afgewezen


folio 567 verso – zaterdag 25 maart 1747

Missive van G.v.Nouhuijs predikant te Sint Oedenrode van de 23e met een bericht over het overlijden van Alexander Webster schoolmeester koster en voorlezer aldaar en besloten is a.s. maandag over deze vacante schoolmeestersplaats te disponeren


folio 568 – zaterdag 25 maart 1747

Missive van majoor Godin in Willemstad van de 24e inhoudende dat de regimenten van Conway en van Howard op die zelfde dag nog zijn ingescheept en van daaruit vertrekken en dat mede aldaar zijn gearriveerd 50 rekruten voor het regiment van Douglas en 65 voor Putteney en 400 voor de regimenten die in ’s-Hertogenbosch in garnizoen liggen en dat hij hiervoor routes heeft uitgestippeld zodat ze zich bij hun regimenten kunnen voegen


folio 569 verso – zaterdag 25 maart 1747

Rekest van Willem Hompes en Hendrik Mathijs Schepers inwoners van Heeze onder kwartier Peelland die verzoeken om vrijstelling van de verpondingen vanwege hun afgebrande huzien


folio 571 – zaterdag 25 maart 1747

Onderzoek van een missive van de Prins van Waldek als generaal en chef commanderende de auxiliaire troepen van de staat geschreven in Den Haag op de 24e, opdat haar Ed: Mo: orders willen geven om hout en stro in gereedheid te brengen voor 25.000 man hetwelk omtrent Grave zou worden ingezameld en hij geeft hen in overweging of ze ook orders zouden willen laten uitgaan om alles behorende tot de artillerie en voor de campagne voorbestemd als verzamelplaats ’s-Hertogenbosch aan te wijzen en hen te autoriseren om een deel daarvan of het geheel te alten marcheren naar hun eigen oordeel; in de akte staat bovendien vermeld dat gelast wordt aan de controleur der artillerie Van der Lingen en commies Van de Wal met hun directeur sen conducteurs en verdere bedienden, de smid Reuner ende rademaker Daam van Schie met hun knechts, om zich naar ’s-Hertogenbosch te begeven en zich te voegen naar de orders van luitenant kolonel Voetster die de artillerie van de staat commandeert in naam van de Prins van Waldek; voorts dat intendant Treijtelaar wordt gelast de goederen gehorende tot het veldhospitaal volgens de lijsten vermeld in de resolutie van de Ed: Mo: van 1 februari bij provisie door te sturen naar ’s-Hertogenbosch om op basis van de eerste order van de Prins van Waldek te kunnen worden geladen op de wagens; bovendien werden premier chirurgijn Cruger en de fraters Van der Motten en de jongste Hetteling die zullen dienen bij de artillerie, zich naar ’s-Hertogenbosch te begeven en zich te stellen onder de orders van Voetster die het detachement artillerie-bedienden zal commanderen


folio 574 verso – zaterdag 25 maart 1747

Onderzoek van een bericht vanuit de leen- en tolkamer verstuur dop een rekest van de magistraat van ’s-Hertogenbosch te kennen gevende dat zijn volgens het octrooi van de Ho: Mo: van 1741 buiten de stad een steenweg of kasseistraat hebben gemaakt tot 1 ½ uur aan gene zijde Boxtel dat daaraan is besteed een bedrag van 380.000 gl. waarvan de intrest jaarlijks neerkomt op 11.400 gl. terwijl de barrières op deze steenweg maar 9940 opbrengen zodat ze jaarlijks 1460 gl. moeten opnemen, buiten wat er besteed moet worden aan het onderhoud van de steenweg; de supplianten zijn geadviseerd te stoppen met het verder ‘kasseien’ van die steenweg totdat betere tijden aanbreken en ze dienen een verzoek in tot verhoging der barrièregelden en verzoeken hen te permitteren om het barrièregeld op basis van die augmentatie of verhoging ook als zodanig te mogen verpachten; idem zoals door de supplianten is aangegeven is ‘het bedde van den straatweg’ in een rechte lijn doorgetrokken tot Woensel bij Eindhoven en dus over het traject Best-Woensel de nodige onkosten hebben gemaakt niet alleen voor de aanleg van ‘het bedde’ maar tevens het aanleggen van riolen en uitwateringen als ook het aankopen van ervan van huizen, zonder dat voor dit alles ook maar enige tol of weggeld is geheven; ze verzoeken daarom dat hen mag worden gepermitteerd om boven het barrièregeld te Best aldaar nog te mogen vorderen een oortje voor ieder paars waarmee de vrachtkarren en voitures zijn bespannen en die hun weg vervolgen van Best ttot Eindhoven als ook van de vrachtkarren en voitures van Eindhoven op best, doch dat de boerenkarren, geen vrachtkarren zijnde, in het een en ander geval van dit oortje voor ieder paars vrijgesteld zouden zijn ofwel, zo haar Ed: Mo: niet zouden kunnen goedvinden het laatste lid van der supplianten verzoek in te willigen, dat alsdan het onderhoud van de stenen riolen en de weg tussen best en Eindhoven blijvende tot last van de supplianten, het verdere onderhoud van de weg mag worden opgelegd aan de dorpen en gemeenten die volgens het plakkaat van de 20e maart 1653 tot het onderhoud der gemeenschappelijke heerbanen verplicht zijn; op basis van dit alles is een reglement opgesteld van 23 artikelen dat in extenso in opgenomen in deze akte! [zie de details]


folio 584 – maandag 27 maart 1747

Elisabeth Donkers, inhoudende dat zij suppliante als dienstmeid wonende te Woensel in kwartier Kempenland, het ongeluk heeft gehad van misleid en bezwangerd te worden; dat de regenten en provisoren aldaar haar suppliante, die arm en behoeftig was, hadden gewezen en meteen haar hadden laten transporteren naar het dorp Strijp haar geboorteplaats als naast gelegen dorp en dat dus verplicht was zowel de suppliante als haar kind waarvan ze xwanger was op te nemen, maar dar de regenten van Strijp haar na 2 of 3 dagen wederom naar Woensel hadden laten transporteren, van waaruit ze weer naar Strijp was getransporteerd en wederom van daaruit weer naar Woensel en dat dus de suppliante, wier bevalling nabij was, in een droevige omstandigheid werd gebracht, verzoekende derhalve dat haar Ho: Mo: de regenten en provisoren van Strijp gelieven te gelasten om aan haar suppliante haar verblijf en kramen niet te weigeren, maar aan haar, desnoods uit de armenkas te onderhouden mede in het belang van het kind waarvan ze zwanger was; dit bericht is doorgestuurd naar de raad en rentmeester generaal der domeinen De Schmeling om, na verhoor der regenten, hierover nader te berichten


folio 590 verso – maandag 27 maart 1747

Missive van ontvanger Van Palland op een rekest van Gerardus van Thiel woonachtig te ’s-Hertogenbosch te kennen gevende dat Wilhelm van Stein en Maria van Zeelst in leven echtelieden op 6 januari 1712 voor notaris H. de Bie en zekere getuigen aldaar hadden getesteerd, waarbij de testatrice na wegmaking van enige legaten al haar erfelijke goederen waarover ze enig meesterschap had, aan haar man had overgemaakt ter tochte en met zijn consent aan Dirk Janssen van Thiel zoon van Margaretha van Zeelst haar neef of in geval van overlijden aan diens wettige kinderen ten erfrechte, zijnde hij suppliant in deze ten erfrecht, dat de testatrice enige tijd daarna is overleden en haar man Wilhelm van Stein tochtenaar was gebleven; dat W. van Stein zich enige jaren geleden had gevestigd in de baronie van Stien in het land van Gulik en de suppliant als nu geïnformeerd werd dat Van Stein aldaar is mei was overleden en dat hij suppliant onbewust was, of de voorschreven Van Stein bij het afsterven van zijn vrouw erfelijke goederen voor hem had nagelaten en of daarvan de 20e penning van de collaterale successie was betaald wat volgens art.6 van de ordonnantie verplicht was [met details] – zie ook folio 701 verso


folio 593 verso – dinsdag 28 maart 1747

Missive van majoor Godin geschreven te Willemstad op de 26e waarbij hij meldt dat de regimenten van De Jea, van Flemming en van Campbel, Schotse fuseliers, de mars daar hebben aangenomen en dat men bij opneming der dorpen tot inkwartiering der Engelse regimenten voorbestemd, sommige zich in een slechte staat bevinden en dat men daaron heeft verzocht het dorp Berkel dat samen met Oisterwijk Heukelom en Enschot was voorbestemd voor een bataljon, liever mocht worden gevoegd bij Haaren en Udenhout en dat hij hoopt daarin niets te hebben misdaan; voor het regiment Schotse fuseliers verzoekt hij of die mogen blijven te Klundert


folio 594 verso – dinsdag 28 maart 1747

Examen van Claas Posthumus om te bezien of hij over de vereiste bekwaamheden beschikt om als schoolmeester koster en voorlezer te worden aangesteld en hij bleek geschikt en werd aangesteld in die functie te Heeswijk; de commissiebrief zou volgen


folio 596 – dinsdag 28 maart 1747

Rekest van de gedeputeerden van de classis van Peel- en Kempenland met een verzoek om autorisatie tot uitvoering van hun visitatie van hun kerken en scholen


folio 596 – dinsdag 28 maart 1747

Rekest van de stadhouder en ordinaris gecommitteerden van kwartier Peelland inhoudende dat dit kwartier in 1746 aan het geallieerd eleger bij Terheijden buiten Breda, o porder van de Prins van Waldek, hebben geleverd 250 karren bespannen met een paard en dat in hetzelfde jaar op aanschrijving van stadhouder Juijn op basis van een resolutie van de Ed: Mo: van 3 augustus 1746, tot transport van het Oostenrijkse hospitaal nog een bepaalde hoeveelheid karren hebben geleverd; dat de regenten die karren publiek voor alleman hebben aanbesteed voor 4gl. per dag, op de ene plaats wat meer dan op de andere, dat de stadhouder van het kwartier op basis van opgave der regenten, een lijst heeft samengesteld van de hoeveelheid karren en dagen dat die hebben gediend, die is overhandigd aan stadhouder Juijn; dat de regenten dagelijks door de voerlieden, die arm zijn, werd gemaand tot voldoening van de gemaakte onkosten en net op het moment dat ze nodig waren tot het inrijden van deoogst en daartoe paarden hebben moeten huren; at het een harde zaak zou zijn voor de ingezetenen die paarden hebben dat ze altijd maar gereed moeten staan om aan legerlasten te voldoen en de landbouw te verlaten als daar geen schadevergoeding op zou volgen; geleverd is o.a. aan het korps Oostenrijkse troepen onder commando van generaal Palfy


folio 606 – woensdag 29 maart 1747

Rekest van Arnaut Walraven aannemer van ’s lands hospitaal te ’s-Hertogenbosch die lijsten doorstuurt van behandelde zieken en gewonden over de periode 1 februari tot 13 maart 1747 met verzoek om afrekening


folio 608 verso – donderdag 30 maart 1747

Missive van luitenant kolonel Voetster geschreven te ’s-Hertogenbosch op de 29e aangevende dat aldaar is gearriveerd alle kanonnen en oorlogsmunitie gehorende tot de veldtrein mitsgaders de pontons m.u.v. van 27 stukken kanon munitie die verleden jaar te Breda zijn gebleven en mede onder de veldtrein zijn begrepen en dat die daar zouden kunnen blijven totdat men wist waar het leger zich zou verzamelen


folio 609 – donderdag 30 maart 1747

Missive van intendant Treijtelaar over de verzending van hospitaalgoederen naar ’s-Hertogenbosch


folio 639 – dinsdag 4 april 1747

Door predikant Van Staveren is geëxamineerd de persoon Mathijs Ernest om te bezien of die geschikt was om het schoolmeesterambt te aanvaarden te Sint Oedenrode en dal bleek zo te zijn dus is hij aangesteld en zou de akte van commissie volgen


folio 646 verso – dinsdag 4 april 1747

Missive van commandeur De Guy te ’s-Hertogenbosch op een rekest gepresenteerd door de regenten van de vrijheid Oss in kwartier Maasland klagende over de schaarsheid van hooi en vrezende niet in staat te zullen zijn om het nodige hooi te kunnen bezorgen aan het regiment van de prins van Birkenfelt dat aldaar is gekantonneerd en voorts inhoudende dat generaal majoor Klinkenstroom commanderende de Hanoverse troepen te ’s-Hertogenbosch aan hem heeft vertoond de patenten van haar Ho: Mo: en daarbij gevoegd dat de regimenten zouden ontvangen de marsroutes van kwartiermeester generaal Tiddinga verzoekende geïnformeerd te mogen worden of hij daarop de regimenten mag laten uittrekken ; voorts dat de aannemer van het ammunitiebrood Caters voor zijn vertrek naar Breda verzocht heeft om enige bakovens te mogen maken bij de manege: dat de mond van die ovens in de muur van de manege zouden komen, mits de opening van de muur naderhand op zijn kosten in de vorige staat hersteld zou worden en dat hij daarop de orders van de Ed: Mo: verwacht; na deliberatie is besloten de generaal terug te schrijven dat wanneer te Oss de foerage ontbreekt het nodig zal zijn dat de naburige dorpen zoveel hooi zullen aanleveren als nodig is tot onderhoud van het regiment van Birkenfelt maar dat hij de prijs daarvan in redelijkheid moet taxeren; dat zo het regiment prefereert de foerage te halen uit het magazijn te ’s-Hertogenbosch


folio 655 verso – woensdag 5 april 1747

Rekest van Claas Posthumus koster schoolmeester en voorlezer te Heeswijk die permissie vraagt om zich te mogen absenteren mits hij zorgt voor een bekwame vervanger; hij krijgt verlof tot 1 juni aanstaande


folio 665 – donderdag 6 april 1747

Contract met A. van Hanswijk wonende te ’s-Hertogenbosch aangegaan wegens het leveren van stro en hout aan de troepen die zullen kantonneren in de Meierij van ’s-Hertogenbosch en de Ed: Mo: hebben daarbij in een resolutie van de 1e april gerapporteerd, dat zij geïnformeerd zijn dat een korps keizerlijke troepen onder de orders van veldmaarschalk Graaf van Bathiani mede staat te kantonneren binnen de Meierij van ’s-Hertogenbosch en op de frontieren van de staat, waarop is gedelibereerd dat men het contract accepteert en voorts majoor Bouquet gechargeerd met de directie wegens de leverantie van stro en hout aan de geallieerde armée op het territorium van de staat gelast om zover het doenlijk is te contracteren met gemelde Van Hanswijk en aan de voornoemde keizerlijke troepen mede te leveren het stro en hout, zoals dat ook aan de andere troepen geleverd zal worden en mocht dit door hem worden geweigerd om als dan de regenten van de plaatsen waar de troepen verblijven uit naam van de Ed: Mo: te gelasten het nodige stro en hout volgens de gereguleerde hoeveelheid per bataljon of eskadron te leveren aan de troepen, nemende van de commandanten van de regimenten behoorlijke recepissen [= ontvangstbewijzen] van de kwantiteit aan ieder van hen geleverd, met verdere autorisatie op genoemde majoor Bouquet om voor het transport van dat stro en hout de nodige wagens en karren te ontbieden uit de Meierij van ’s-Hertogenbosch observerende de proportie tussen de vier kwartieren daaromtrent vastgesteld en desnoods mede uit de aangelegen kwartieren volgens de proportie zoals vastgelegd in de resolutie van 30 juli 1708, waarvan een kopie aan hem zal worden gegeven en via een extract zal men in kennis stellen de Prins van Waldek als generaal en chef commanderende de auxiliaire troepen van de staat met last om aan gemelde majoor Bouquet op diens verzoek de sterke hand te geven tot het leveren van stro en hout door het platteland, territorium van de staat, voor zover het aldaar te vinden is en het doen leveren van paarden wagens en karren, wanneer die nodig zullen zijn ten dienste van het geallieerde leger, zoals dat ook in de vorige oorlog is gepraktiseerd, zoals blijkt uit de resolutie van de Ed: Mo: van 30 september 1705


folio 675 verso – vrijdag 7 april 1747

Overleg over een missive van luitenant kolonel der artillerie Voetster geschreven te ’s-Hertogenbosch inhoudende dat de Prins van Waldek hem heeft gelast om gereed te maken voor ieder stuk kanon 100 ‘parquemente’ patronen, 75 met kogels en 25 met druiven en terwijl volgens de resolutie van 27 december 1746 maar gemaakt zijn 90 patronen à 12 lb., 300 à 6 lb. en 2400 à 3 lb. waaraan zouden deficiëren [tekort zijn, onvoldoende zijn] 510 patronen `12 lb., 900 à 6 lb. en 1600 à 3 lb. , dat de goederen daartoe nodig niet allemaal bij de veldtrein [veldtrain] voor handen zijn, maar ten eerste van Dordrecht en Delft gezodnen zouden kunnen worden en bij de veldtrein ingekocht worden om te kunnen voldoen aan de orders van de Prins van Waldek, waarop na deliberatie is besloten commies stapelier Gevaarts te gelasten om hoe eerder hoe beter naar ’s-Hertogenbosch te sturen onder order van de commies te velde Van der Wal 120 druiven à 6 lb., 377 dito à 3 lb., 1200 ‘perquamente’ vellen en een gelijk getal druiven weder te laten maken om in zijn magazijn te vervangen; te gelasten aan commies stapelier Van der Goes om 60 druiven à 12 lb. hoe eerder hoe beter naar ’s-Hertogenbosch te sturen onder orders van commies te velde Van de Wal en een gelijk getal laten maken om in zijn magazijn te vervangen [remplaceren] en hiervan zal kennis worden gegeven aan commies Van de Wal en dezelfde wordt geautoriseerd om in te kopen: 1700 ‘pijpies tot geswinde schooten’, 4 lb. catoen, 4 kannen brandewijnen, 10 lb. bindgaaren, 60 lb. draad, 450 clossen voor patronen à 12 lb., 780 dito à 6 lb. en 1200 dito à 3 lb. en zal een ordonnantie op de ontvanger generaal Van Hogendorp van 2000 gl. ten behoeve van genoemde commies worden uitgegeven uit de petitie van de legerlasten van dit jaar; ook zal hiervan bij extract kennis worden gegeven aan luitenant kolonel Voetster met last om het getal ‘perquamente’ patronen te laten maken

folio 678 verso – vrijdag 7 april 1747

Missive van de luitenant der artillerie Schling in de compagnie van kapitein J.A.Martfelt geschreven te Nijmegen op de 4e april, verzoekende dat alzo geen wagens van de veldtrain noch ook andere tot transport der tenten en equipage van het detachement van gemelde compagnie die er zijn kunnen worden ingezet, haar Ed: Mo: gelieven te permitteren dat de verzending van die bagage met het ordinair beurtschip van daar uit tot ’s-Hertogenbosch op ’s lands kosten gedaan mag worden; de Raad gaat akkoord


folio 689 verso – maandag 10 april 1747

Missive van majoor Godin gechargeerd tot het begeleiden der Engelse troepen die uit Engeland en Ierland zijn gekomen en nog verwacht worden, geschreven te ’s-Hertogenbosch op de 9e, waarbij hij kennis geeft van enige verschikking gevallen in de kantonneringskwartieren die door haar Ho: Mo: zijn aangewezen aan de gemelde troepen, waardoor naar zijn oordeel de dorpen van Loon op Zand en van Terheiden te veel zouden zijn belast met troepen, waarop na deliberatie is besloten dat een kopie van deze missive gezonden zal worden aan de Prins van Waldek commanderende de auxiliaire troepen van de staat en aan hem werd geschreven dat de Ed: Mo: wel kunnen begrijpen dat er verandering zal moeten worden aangebracht in de vorige kwartieren aan de troepen die uit Engeland en Ierland gedeeltelijk gekomen zijn en nog verwacht worden, geassigneerd; maar dat haar Ed: Mo: gaarne zouden zien dat die veranderingen geschieden op een wijze dat de dorpen niet worden belast boven hetgeen zij kunnen dragen en aan de andere kant zoveel ruimte wordt geprocureerd als gevoeglijk kan geschieden; dat het kantonnement niet zijnde gereguleerd door deze raad, haar Ed: Mo: niet pretenderen daar in verandering te maken, maar hem Prins van Waldek hebben gemeend te informeren over de reflectie die via deze missive van Godin is gemaakt, ten einde hij daarvan zou kunnen informeren Zijne Koninklijke Hoogheid den hertog van Cumberland en chef commanderende de Geallieerde Armée, ten einde die daarop zou kunnen maken een zodanige reflectie als met de dienst van het land en tot gemak der troepen zou kunnen geschieden


folio 690 verso – maandag 10 april 1747

Missive van de Prins van Waldek geschreven in Den Haag met een overzicht van de diverse marsroutes voor diverse regimenten o.a. een eskadron van Birkenfelt om te marcheren vanuit Oss naar Breda


folio 695 – maandag 10 april 1747

Missive van rentmeester De Back op een rekest van Peter dochter wijlen Jan Gijsbregts weduwe van Jan Jansze inwoonster van Hoogeloon in kwartier Kempenland die verzoekt om remissie en ontlasting van een erfpacht van 14 gl. die achterstallig is sinds 1744; idem missive van De Back inhoudende dat zijn voorganger op 11 november 1730 wegens gebrek aan betaling van een rente van 3:15:0 ten name van Steecken Quinten genoodzaakt is geweest die goederen bij executie te veilen [met details]


folio 696 – maandag 10 april 1747

Missive van rentmeester de Back op een rekest van de gezamenlijke inwoners van het gehucht Straten onder Oirschot in kwartier Kempenland verzoekende dat het haar Ed: Mo: zouden gelieven te permitteren tot onderwijs van de kinderen der supplianten in dat gehucht en akkoord te gaan met de aanstelling van een schoolmeester, maar dit verzoek wordt afgewezen


folio 707 verso dinsdag 11 april 1747

Missive van de raad en rentmeester generaal der domeinen van Brabant De Schmeling geschreven in Den Haag waarbij hij de Ed: Mo: in overweging geeft of zij niet zouden kunnen goedvinden tot soelaas een spoediger aanbetaling van de pretensie der ingezetenen van de Meierij wegens karrenvrachten, transport van foerage etc. in het gepasseerde jaar 1746 gedaan, vast te stellen, dat de betaling van 4:2:10 respectievelijk van de karren met twee en een paard bespannen geweest zijnde, omgeslagen zullen worden ten laste van de korporaals via een personele omslag [met details]


folio 728 – donderdag 13 april 1747

Missive van de Raad van het Vorstendom Gelre en Graafschap Zutphen geschreven te Arnhem op de 5e april waarin Petrus Grootveld predikant te Schijndel en Liempde zich wendt tot de Ed: Mo: met het verzoek om bij bij de auxiliaire troepen van de staat te velde de dienst waar te nemen


folio 737 verso – vrijdag 14 april 1747

Missive van secretaris Van der Hoop aangevende dat hij heeft gesproken met de stadhouder van kwartier Peelland Gualtery die via een resolutie van de 28e maart in Den Haag bij de raad ontboden was om opheldering te geven omtrent de gedane leveranties van karren etc. aan het geallieerde Leger in het jaar 1746; alsmede met de stadhouder van kwartier Maasland over dezelfde kwestie; ten slotte heeft hij gesproken met de raad en rentmeester generaal der domeinen van Brabant De Schmeling en na deliberatie is besloten de Meierijse kwartierschouten of hun stadhouders te gelasten een korte lijst samen te stellen van de geleverde karren aan het Geallieerde Leger met verklaringen van de regenten en voerlieden met uitdrukkelijk aangegeven onder welke troepen ze hebben gediend en zulks onder te brengen in bijzondere kapittels en dat ook te doen i.v.m. andere geleverde goederen, zodat men in het kort kan zien hoeveel is geleverd aan de troepen van Hare Majesteit de Keizerin en Koningin van Hongarije en Bohemen, aan de troepen van Zijne Koninklijke Majesteit van Groot Brittanië en aan de Staatse troepen; de lijsten zullen moeten worden doorgestuurd binnen 14 dagen of uiterlijk drie weken na ontvangst van het bericht van de raad en rentmeester generaal der domeinen


folio 748 – maandag 17 april 1747

Instructie van 16 artikelen voor majoor Bouquet die is belast met de directie van de leveranties van stro en hout waarna een uitgebreid reglement volgt van met punten en artikelen [23 stuks] die majoor Bouquet moet nakomen i.v.m. het opeisen van karren wagens en paarden van het paltteland, gevolgd door een reglement of instructie [25 artikelen] voor de begeleiders van de wagens karren en paarden die ten dienste van het leger de leveringen vergezellen en die reglementen staan in extenso uitgewerkt


folio 780 verso – dinsdag 18 april 1747

Rekest van Dirk Roeleman majoor en sluiswachter op het fort Crevecoeur te kennen gevende dat door de voortdurende en meer als gewone scheepvaart op ’s-Hertogenbosch, hij suppliant met zijn twee sluisknechten zich niet in staat bevinden de vereiste werkingen met de schuttingen op het voornoemde fort te kunnen goedmaken, verzoekende dat haar Ed: Mo: gelieven de suppliant te autoriseren om provisioneel en zo lang het nodig mocht zijn een derde sluisknecht te mogen aannemen tot zijn assistentie en dat ze de suppliant accorderen een zodanig traktement of daggeld als sluismeester ingaande 24 januari 1746; het rekest wordt overhandigd aan de directeur der fortificaties De Roij die gevraagd wordt te berichten of een 3e sluismeester nodig is


folio 781 – dinsdag 18 april 1747

Missive van generaal majoor De Guy commandeur van ’s-Hertogenbosch met een bericht over de uitmars van de Engelse regimenten van Crafford en Howard naast brigadier Houghton alsmede van het eskadron van het regiment Van Rechtere naar Grave


folio 787 verso – dinsdag 18 april 1747

Rekest van de classis van ’s-Hertogenbosch verzoekende om approbatie van het door de classis gedane beroep van Henricus Carp gewezen predikant te Namen tot predikant te Rosmalen en Empel in kwartier Maasland; idem een rekest i.v.m. het visiteren van hun kerken en scholen


folio 795 – woensdag 19 april 1747

Bericht van rentmeester De Back rentmeester der geestelijke goederen over de kwartieren Kempenland en Oisterwijk op een rekest van Peternella dochter van wijlen Jan Gijsbrechts en weduwe van Jan Janszen inwoonster van Hoogeloon aangevende dat haar overleden vader van de Ed: Mo: in erfpacht heeft verkregen voor 14:17:0 een zekere hoeve gekomen van de abdij van Postel genaamd de Honshoeve onder Hoogeloon gelegen in het gehucht Hijeneind en dat zij door het afsterven van haar vader en man met een kind op de hoeve is blijven zitten, zijnde die hoeve maar een stede en gelegen aan het meest zanderige en schraalste oord van het dorp; ze verzoekt nu om remissie op haar pachtpenningen


folio 800 – woensdag 19 april 1747

Rekest van de regenten van Helmond in kwartier Peelland die een verzoek indienen om remissie op de impost van het hoofdgeld [met veel details]


folio 803 – woensdag 19 april 1747

Rekest van Gijsbert van Doorn aannemer van het leveren en onderhouden van 30 kanonpaarden gedurende de winter te ’s-Hertogenbosch en van Godefridus Buschman aannemer van twee karretjes ieder bespannen met drie paarden, zes karren ieder bespannen met twee paarden en vier wagens ieder bespannen met drie paarden gedurende de winter te ’s-Hertogenbosch, met een verzoek om de afrekening


folio 819 – vrijdag 21 april 1747

Rekest van de regenten van Nieuwkuijk met een verzoek om remissie op hun verpondingen


folio 819 verso – vrijdag 21 april 1747

Missive van generaal majoor De Guy met een bericht over de uitmars van het Engelse regiment fuseliers van Husk en van drie regimenten Hanoverse troepen met generaal majoor Klinkerstroom


folio 844 – maandag 24 april 1747

Missive van generaal majoor De Guy commandeur van ’s-Hertogenbosch inhoudende dat ingenieur Pierlink hem heeft gecommuniceerd de resolutie van de Ed: Mo: van de 17e waarbij hij werd gelast ten spoedigste gereed te maken om in het veld te kunnen worden ingezet maar er is verzocht of hij in ’s-Hertogenbosch mag blijven; voorts bericht dat de regimenten van Burmania en La Lippe, twee eskadrons van het regiment van Rechtere naast de artillerie en pontons van de staat naar het leger en het regiment infanterie van Rechtere naar Bergen op Zoom zijn gemarcheerd; Pierlink kan blijven totdat een belegering van het geallieerde leger werd ondernomen


folio 845 verso – maandag 24 april 1747

Missive van rentmeester Tengnagel inhoudende dat de pachter van de molen te Rosmalen hem bekend heeft gemaakt dat de molenas zeer slecht was met gevaar van te breken, dat de vullingen van het grote rad gescheurd en slecht zijn, dat de kammen daarin geen steek kunnen houden en vernieuwd moeten worden en dat ook de koning van de achtermolen zeer ongemakkelijk te kruinen zijn en daardoor niet schielijk genoeg in de wind kunnen worden gekruid en de molen gevaar loopt om bij een sterke wind te vallen; de rentmeester heeft een bekwaam molenmeester in de persoon van Adriaan Verhellouw naar de molen gestuurd ter inspectie en het opmaken van een begroting, die neerkomt op 310 gl.


folio 846 – maandag 24 april 1747

Missive van de aannemer van ’s lands hospitaal te ’s-Hertogenbosch Walraven van de 10e april waarbij hij overzendt de condities van aanbesteding zowel van ’s lands hospitaal te ’s-Hertogenbosch als van het veldhospitaal, verzoekende dat haar Ed: Mo: de ampliatie gelieven te approberen; daarbij voorts te kennen gevende dat door toedoen van het hoge water binnen ’s-Hertogenbosch vele defecten aan de huizen van het hospitaal zijn ontstaan, verzoekende aan de Ed: Mo: dat hierop een inspectie mag worden uitgevoerd en of die defecten op kosten van het land mogen worden hersteld; voorts meldt hij dat de meeste kribben die vanuit Brussel zijn gekomen voor het merendeel defect zijn en vervallen, met verzoek deze te mogen laten repareren op kosten van het land


folio 860 – dinsdag 25 april 1747

Rekest van Gerit Eken die op 3 mei jl. is aangesteld tot schoolmeester koster en voorlezer te Hoogeloon in kwartier Kempenland, aangevende dat ofschoon hij alle moeite heeft aangewend dat rentmeester De Back blijft weigeren hem zijn gestipuleerde betaling te voldoen en wel om reden dat de suppliant niet binnen 14 dagen na zijn aanstelling niet aldaar heeft gemeld en bij zijn komst aldaar ook geen document heeft vertoond of alsnog kan aantonen, waarbij hem twee maanden verlof tot verrichting van zijn affaires was geaccordeerd, alles conform de resolutie van de Ed: Mo:, dat de fout die door de schoolmeester is begaan enkel uit onwetendheid van genoemde resolutie zou zijn voortgekomen, verzoekende dat de Ed: Mo: het voorschreven verzuim gelieven te remitteren en genoemde rentmeester te gelasten de betaling te doen vanaf 3 mei 1746; de Raad accordeert dit verzoek


folio 863 verso – dinsdag 25 april 1747

Missive van commies Berchuis te ’s-Hertogenbosch die om autorisatie verzoekt om in de magazijnen en de forten het kruit te mogen keren en daartoe een kuiper in te mogen huren

folio 878 – woensdag 26 april 1747

Missive van generaal majoor De Guy commandeur te ’s-Hertogenbosch aangevende dat het regiment van kolonel Massau van daar is uitgemarcheerd; idem missive van de kapitein der artillerie te ’s-Hertogenbosch J.F.Martfelt die een lijst doorstuurt van de 120 man die zich volgens de resolutie van de 17e moeten gereed maken om te velde te worden ingezet; idem dat het grootste derde gedeelte van de grote train ingescheept zijnde hij zich bij de veldtrain heeft begeven; voort dat hij de persoon van Frans Neurenkerk gareelmaker aangeschreven heeftbij de grote train zijn functie te komen waarnemen


folio 878 verso – woensdag 26 april 1747

Missive van intendant Treijtelaar geschreven te Breda inhoudende o.a. dat het getal der zieken reeds tot 116 is aangegroeid zijnde, hij 48 van hen met 12 karren onder toezicht van chirurgijn majoor Elfers van het vaste hospitaal te ’s-Hertogenbosch heeft laten transporteren om daardoor wederom plaats te maken voor de voortdurend aankomende zieke manschappen, verzoekende haar Ed: Mo: approbatie dat de fournitures die door Jacob van Vechel te ’s-Hertogenbosch zijn gerepareerd conform de order van 21 februari jl. en die reeds betaald zijn voor 521:5:0 en die fournitures aan de commies en aannemer Walraven zijn teruggegeven; dat hij in de afgelopen winter in commissie is geweest te ’s-Hertogenbosch tot het examineren en repareren van die fournitures, waarvan hij lijsten doorstuurt en hij wil graag weten hoeveel de Ed: Mo: hem willen toeleggen voor dat commissiewerk, waarbij hij 64:18:8 rekent aan reiskosten


folio 882 verso – donderdag 27 april 1747

Reactie op een missive van de raad en rentmeester generaal der domeinen van Brabant De Schmeling inhoudende dat de kosten die veroorzaakt zijn door de besmettelijke ziekte in het jaar 1746 in de Meierij van ’s-Hertogenbosch een bedrag belopen van 7140:11:8 en dat hij van die som al 1852:10:0 heeft betaald verzoekende dat hij graag wil weten of hij kan doorgaan met de betaling van het restant van 5288:2:8 ; hij wordt daartoe geautoriseerd


EINDE VAN DIT INVENTARISNUMMER


BHIC 178 inv.nr. 353 Resoluties van de Raad van State dienstjaar 1747 1e kwartaal




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina