Revisie: Abo Abdillah



Dovnload 51 Kb.
Datum26.08.2016
Grootte51 Kb.

Aboe Bakr

[ nederlands - Dutch -الهولندية ]

revisie: Abo Abdillah

Kantoor voor da'wa Rabwah (Riyad)

2012 - 1433




Islam voor iedereen
أبو بكر الصديق

« باللغة الهولندية »

مراجعة: أبو عبد الله البلجيكي

2012 - 1433



Alle lof behoort aan Allah.


Abou Bakr As-Siddieq

In dit artikel zullen we de biografie van een persoon met een hoge positie en verheven status bespreken. Hij aanbad Allah volgens de voorschriften van de boodschapper van Allah. Deze persoon heeft zich ingespannen voor de zaak van Allah en gaf al zijn vermogen uit omwille van Allah.


Hij heeft de boodschapper van Allah ondersteund toen de mensen hem in de steek lieten. Hij geloofde in hem toen de mensen niet in hem geloofden. Hij was de eerste man die de islam omarmde en twijfelde geen seconde toen de profeet hem uitnodigde naar de islam. Het is niet zomaar een persoon, het is Abou Bakr As-Siddieq.



Wie was Abou Bakr As-Siddieq?

Naam: ‘Abdoellaah Ibn ‘Oethmaan Ibn ‘Aamir Al-Qorashie At-Tamiemie, Abou Bakr As-Siddieq Ibn Abie Qoeh’aafah, de kalief na de boodschapper van Allah. Zijn moeder: Oem Al-Khayr Salmaa Bint Sakhr. Aishah zei: “De boodschapper van Allah en Abou Bakr bespraken wanneer zij geboren waren en er kwam naar voren dat de boodschapper van Allah ouder was.”

Hij trouwde twee vrouwen in het pre-islamitische tijdperk: Qoetaylah Bint Abdeloezzaa en Oem Roemaan Bint Aamir. Tevens huwde hij twee vrouwen in het Islamitische tijdperk: Asmaa Bint Oemays en Habiebah Bint Khaaridjah Bint Zayd.

Abou Bakr vergezelde de profeet voor zijn profeetschap. Hij was een van de eersten die in hem geloofde en bleef met de profeet in Mekkah. Hij vergezelde de boodschapper van Allah tijdens de emigratietocht en verbleef met hem in de grot. Hij maakte alle grote gebeurtenissen mee tot aan zijn dood. Hij mocht het vaandel dragen tijdens de slag van Taboek. Hij leidde de mensen tijdens de bedevaart toen de profeet nog leefde. Hij werd de kalief na de dood van de boodschapper van Allah. Zijn vader werd ook moslim en heeft overgeleverd op gezag van de profeet.

Vele metgezellen hebben op het gezag van Abou Bakr overleveringen verhaald waaronder: Oemar, Oethmaan, Ali, Abdoerrah’maan Ibn Awf, Ibn Mas’oed, Ibn Oemar, Abdoellaah Ibn Amr, Ibn Abbaas, Hoedaifah, Zayd Ibn Thaabit en vele anderen, waaronder zijn twee dochters: Aishah en Asmaa’. Moge Allah tevreden zij over alle metgezellen.

Hij was een voorbeeld, zelfs in het pre-islamitische tijdperk

Hij was een voorbeeld voor iedereen in alles, zelfs tijdens de pre-islamitische periode. Hij heeft nooit bedwelmende dranken geconsumeerd noch heeft hij een afgod aanbeden. Ibn Ish’aaq zei: “Hij wist het meest over de stambomen van Qoeraysh.” Ibn Ish’aaq zei ook: “Abou Bakr was geliefd bij zijn volk. Hij was makkelijk in omgang en wist het meest over de stambomen van Qoeraysh en wat er zich heeft afgespeeld in hun geschiedenis, zowel het goede als het slechte ervan. Hij was een handelaar met goede omgangsvormen. Zij hielden van hem vanwege zijn kennis, ervaring en goede omgangsvormen. Daarna nodigde hij degenen die hij vertrouwde uit naar de Islam.”

Door hem werden Oethmaan, Talh’a, az-Zoebayr, Sa’d en ‘Abdoerrah’maan Ibn ‘Awf moslim.

De voortreffelijkheden van Abou Bakr As-Siddieq

Het is niet mogelijk om al zijn voortreffelijkheden in dit artikel te noemen, maar we zullen een aantal daarvan opnoemen. Zijn grootste voortreffelijkheid is dat Allah naar hem verwees in Zijn uitspraak: “Hij de tweede van twee was, toen zij zich in de grot bevonden, (en) hij (de profeet) tegen zijn metgezel (Abou Bakr) zei…”[1]

Anas verhaalde dat de boodschapper van Allah zei: “De meest barmhartige persoon van mijn gemeenschap voor mijn gemeenschap is Abou Bakr.” [2]

De boodschapper van Allah zei ook: “Volg de (voetsporen) van mijn twee metgezellen na mij: Abou Bakr en Oemar.” [3]

Abdoerrah’maan Ibn ‘Awf verhaalde dat hij de boodschapper van Allah heeft horen zeggen: “Abou Bakr is in het paradijs…” [4]

De boodschapper van Allah zei: “Abou Bakr is een goed persoon. Oemar is een goed persoon.” [5]

Abou Moesaa Al-Ash’arie vertelde dat hij (op een dag) de kleine wassing verrichtte en naar buiten ging. Hij zei tegen zichzelf: “Vandaag zal ik de hele dag met de boodschapper van Allah verblijven.” Vervolgens zei hij tegen zichzelf: “Ik zal vandaag de wachthouden voor de boodschapper van Allah.” Abou Moesaa zei: “Abou Bakr kwam en duwde de deur open. Ik zei: “Wie is dat?” Hij zei: “Abou Bakr.” Ik zei: “Wacht daar.” Ik ging (naar de profeet) en zei: “O boodschapper van Allah, Abou Bakr vraagt toestemming (om binnen te komen).” De boodschapper van Allah zei: “Geef hem toestemming en verblijd hem met het paradijs.” [6]

Amr Ibn Al-‘Aas zei: “Ik zei: “O boodschapper van Allah, van wie houdt u het meest?” Hij zei: “Van Aishah.” Ik zei: “En van de mannen.?” Hij zei: “Van haar vader.’’[7]

Abou Bakr vroeg aan de boodschapper van Allah of er iemand is die uit alle poorten van het paradijs uitgenodigd wordt om het paradijs te betreden. De boodschapper van Allah zei: “Ja, en ik hoop dat jij tot hen zal behoren, Abou Bakr.”[8] In de versie van Ibn H’ibbaan: “Ja, en jij bent het, Abou Bakr.”

Over de acht poorten van het paradijs zei Ibn al-Qayyim in zijn bekende gedicht – ook wel bekend als An-Noeniyyah:

Een persoon zal uit al haar poorten worden uitgenodigd, indien hij de versiersels (daden) van het geloof heef vervolmaakt.
Tot hen behoort Abou Bakr en dat is As-Siddieq, de opvolger (kalief) na degene die met de Qor’aan is gezonden.

[1] Soerat at-Taubah, vers 40.

[2] Overgeleverd door Ahmed, at-Tirmidzie en anderen en is authentiek verklaard door al-Albaanie.


[3] At-Tirmidzie en is authentiek verklaard door al-Albaanie.

[4] At-Tirmidzie en is authentiek verklaard door al-Albaanie.

[5] At-Tirmidzie en Ahmed en is authentiek verklaard door al-Albaanie.

[6] Al-Boekhaarie en Moslim

[7] Moslim.

[8] Moslim

Zijn immense liefde voor de profeet.

Abou Bakr hield zielsveel van de boodschapper van Allah en deze liefde overheerste zijn hart en ledematen. Hij hoopte zelfs om zichzelf, zijn kinderen en vermogen op te offeren voor hem. Aishah verhaalde dat de metgezellen van de profeet bij elkaar kwamen terwijl zij met achtendertig man waren. Abou Bakr drong bij de profeet aan om openlijk uit te komen voor hun geloof. Hij zei: “We zijn met weinig man.” Abou Bakr bleef aandringen totdat de boodschapper van Allah zich in het openbaar vertoonde.

De moslims verspreidden zich in de Gewijde Moskee. Iedere persoon zat bij zijn stam. Abou Bakr stond op en gaf een preek, terwijl de boodschapper van Allah bleef zitten. Hierdoor was hij (op de profeet na) de eerste preker die uitnodigde naar Allah. De polytheïsten vielen Abou Bakr en de moslims aan. De moslims werden in de Gewijde Moskee aangevallen en ook Abou Bakr werd hard geslagen totdat zijn gezicht onherkenbaar was geworden. ‘Utbah Ibn Rabie’ah kwam bij hem en sloeg hem in zijn gezicht.

Banoe Tamiem – de stam van Abou Bakr – kwam aanrennen waarop Qoeraysh een stap terug deed. De leden van Banoe Tamiem tilden Abou Bakr op, gewikkeld in een stuk stof. Zij brachten hem naar zijn huis terwijl zij niet twijfelden aan zijn dood. Banoe Tamiem kwam weer bij de Moskee en zij zeiden: “Bij Allah, als Abou Bakr sterft, dan zullen wij ‘Utbah Ibn Rabie’ah zeker doden.” Zij gingen terug naar Abou Bakr en zij en Abou Qoeh’aafah, zijn vader, bleven hem aanspreken totdat hij antwoordde.

Pas aan het einde van de middag gaf hij een antwoord. Hij zei: “Wat is er met de boodschapper van Allah gebeurd?” Hij bleef vragen hoe het met de boodschapper van Allah was. Uiteindelijk kreeg hij van Oum Djamiel, de zus van Oemar Ibn Al-Khattaab, te horen dat de boodschapper van Allah veilig was en dat hij zich in het huis van Ibn Al-Arqam bevond. Hij zei hierop: “Bij Allah, ik zal noch eten noch drinken voordat ik bij de boodschapper van Allah ben.” Zij bleven wachten totdat het weer rustig was. Hij ging naar buiten leunend op de schouders van zijn moeder en Oum Djamiel. Toen hij bij de boodschapper van Allah kwam, wierp hij zich op hem en kuste hem. Abou Bakr zei: “Moge mijn vader en moeder voor u opgeofferd worden, boodschapper van Allah. Ik mankeer niks afgezien van datgene wat de misdadiger (‘Utbah) mijn gezicht heeft aangedaan. Dit is mijn moeder en zij is goed voor haar zoon. U bent gezegend, roep haar op naar Allah en maak smeekbedes voor haar, opdat Hij haar door u van het Vuur zal redden.” De boodschapper van Allah verrichtte smeekbedes voor haar, nodigde haar uit tot de islam waarop zij moslima werd.[9].

[9] Al-Bidaayah wa an-Nihaayah van ibn Kathier (3/29-30). De overleveraars van de keten van dit verhaal zijn betrouwbaar.

Abou Bakr geeft zijn vermogen uit voor de zaak van Allah

Hishaam Ibn ‘Oerwah verhaalde op gezag van zijn vader: “Toen Abou Bakr moslim werd, bezat hij veertigduizend dirhams. Hij kocht zeven slaven en slavinnen vrij die gemarteld werden vanwege hun geloof in Allah…” Vervolgens noemde hij Bilaal, ‘Aamir Ibn Fahierah en de rest. Oerwah zei: “Aishah vertelde mij dat hij geen dirham of dinar had nagelaten na zijn dood.”

Allah de Verhevene zei: “En degenen die (Allah) vrezen zullen daar ver van worden gehouden. Degene die van zijn vermogen uitgeeft om zich te reinigen, en niet om voor een gunst aan iemand beloond te worden. Maar om het Aangezicht van zijn Heer, de Verhevene, te zoeken. Hij zal zeker tevreden zijn.”[10] Al-Qortubie heeft vermeld dat de meeste geleerden van tasfier van mening zijn dat Abou Bakr degene is waarop deze verzen betrekking hebben. Oemar placht te zeggen: ‘Abou Bakr is onze meester en heeft onze meester – i.e. Bilaal – bevrijd.’[11]

Abou Bakr haast zich altijd naar het verrichten van het goede

Al-Boekhaarie verhaalde op gezag van Abou Hoerayrah dat de boodschapper van Allah heeft gezegd: “Wie van jullie vast vandaag?” Abou Bakr zei: “Ik.” Hij zei: “Wie van jullie heeft vandaag een begrafenisstoet gevolgd?” Abou Bakr zei: “Ik.” Hij zei: “Wie van jullie heeft vandaag een arme eten gegeven?” Abou Bakr zei: “Ik.” Hij zei: “Wie van jullie heeft vandaag bezoek gebracht aan een zieke?” Abou Bakr zei: “Ik.” De boodschapper van Allah zei: “Wanneer deze daden zich verzameld hebben in een persoon, zal hij het paradijs betreden.”[12] Bakr Ibn Abdellaah Al-Moezanie zei: “Abou Bakr overtrof de metgezellen van Mohammed niet vanwege het vasten of bidden. Hij overtrof hem vanwege iets dat zich in zijn hart had genesteld.” Ibraahiem zei: “Ik hoorde dat Ibn Oelayyah had gezegd na deze overlevering: “Hetgeen wat zich in zijn hart had genesteld was de liefde voor Allah en het geven van advies aan Zijn schepsels.’’[13]

Hij heeft alle veldslagen en grote gebeurtenissen meegemaakt. Verder getuigt zijn biografie van buitengewone optredens, zowel tijdens de slag van Badr, Uhud en Hunayn alsook tijdens de vredesluiting in Al-H’oedaybiyah. Daarnaast was hij degene die het vaandel droeg tijdens de slag van Taboek. Ons intentie is om deze biografie beknopt te houden en daarom is het niet mogelijk om zijn buitengewone optredens gedetailleerd te beschrijven.

[10] Soerat al-Layl, vers 17-21.

[11] Al-Boekhaarie

[12] Moslim.

[13] Istinshaaq Nasiem al-Oens van ibn Radjab (13).

De geliefde profeet verwijst naar Abou Bakr inzake het kalifaat.

Mut’im verhaalde dat een vrouw bij de profeet kwam en dat hij haar opdroeg om later terug te komen, waarop zij zei: “Wat als ik kom en ik tref u niet aan.” Zij doelde op de dood. Hij zei: “Indien jij mij niet aantreft, ga dan naar Abou Bakr.”[14] Ibn H’adjar zei: “Het is correct om deze overlevering als bewijs aan te voeren voor het kalifaat van Abou Bakr na de profeet, maar wel met het argument dat het om een verwijzing gaat en niet om een duidelijke vermelding. Dit is niet tegenstrijdig aan de benadrukking van Oemar dat de profeet niemand als kalief heeft aangewezen, want hij ontkende het bestaan van een duidelijk bewijs daarvoor. En Allah weet het beste.”[15]

Imam An-Nawawie zei: “De boodschapper van Allah stierf terwijl hij niemand duidelijk als kalief had aangewezen. Dit is de overtuiging van Ahlu Sunnah Wa Al-Jama'ah. De metgezellen waren het unaniem eens over zijn kalifaat en dat hij daar de meeste aanspraak op maakte vanwege zijn deugdzaamheid. Indien er een duidelijk bewijs was dat hij of iemand anders het was, dan zou er in het begin geen geschillen tussen al-Ansaar en anderen zijn ontstaan, maar zij verschilden eerst van mening, omdat er geen bewijs was en vervolgens kwamen zij overeen dat Abou Bakr het zou worden.”[16]

Abou Moesaa Al-Ash’arie verhaalde dat de profeet erg ziek werd en zei: “Zeg tegen Abou Bakr dat hij de mensen dient te leiden in het gebed.”[17]

Aishah zei: “De boodschapper van Allah zei tijdens zijn ziekte tegen mij:Roep voor mij Aboe Bakr en jouw broer zodat ik een schrijven kan opstellen. Ik vrees dat iemand hoop krijgt en zegt: “Ik heb er meer recht op.” Allah en de moslims weigeren (eenieder) behalve Abou Bakr.’’[18]

[14] Al-Boekhaarie

[15] Fath al-Baarie (13/345).

[16] Sharh an-Nawawie (15/1220).

[17] Al-Boekhaarie en Moslim.

[18] Al-Boekhaarie en Moslim.

Het optreden van Aboe Bakr vlak na de dood van de profeet

Ibn Radjab zei: “De moslims raakten in verwarring na de dood van de boodschapper van Allah. Sommigen raakten verbijsterd en verloren hun verstand. Anderen gingen zitten en konden niet meer opstaan. Anderen konden hun tongen niet meer gebruiken waarna zij niet meer konden praten. Sommigen ontkenden dat hij dood was en zeiden dat er aan hem wordt geopenbaard.”[19] Nadat Abou Bakr het nieuws had gehoord, ging hij naar Aishah. De profeet was in haar huis overleden. Abou Bakr kuste de boodschapper van Allah en begon te huilen. Vervolgens ging hij naar buiten terwijl Oemar de mensen aan het toespreken was. Aboe Bakr zei: “Oemar, ga zitten.” Waarop Oemar weigerde. De mensen kwamen op Abou Bakr af en lieten Oemar staan. Abou Bakr zei: “Voorts, wie van jullie Mohammed aanbidt, Mohammed is dood. Wie van jullie Allah aanbidt, Allah is de Levende en zal nooit doodgaan.” Vervolgens haalde hij de vers uit Soerat Aali Imraan aan.[20]



Het kalifaat van Aboe Bakr

Na de dood van onze geliefde profeet ontstond er een geschil tussen Al-Moehaadjiroen en Al-Ansaar over het kalifaat. Al-Ansaar kwamen bij elkaar onder het afdak van Banie Saa’idah. Zij waren het eens om Sa’d Ibn ‘Ubaadah als gezaghebber aan te stellen, waarop Abou Bakr, Oemar en Abou ‘Oebaydah naar hen toegingen. Al-Ansaar zeiden: “Een gezaghebber uit ons midden en een gezaghebber uit jullie midden.” Oemar begon te praten waarop Aboe Bakr hem het zwijgen oplegde en vervolgens sprak Aboe Bakr. H’oebaab weigerde een gezaghebber uit Al-Moehaadjiroen en zei: “Bij Allah, wij zullen dat niet doen. Een gezaghebber uit ons midden en een gezaghebber uit jullie midden.” Abou Bakr zei: “Nee, wij zijn de gezaghebbers en jullie zijn de ministers. […] Leg de eed af aan Oemar of Abou Oebaydah.” Oemar zei: “Integendeel, wij zullen de eed aan jou afleggen. Jij bent onze leider, de beste onder ons en de meest geliefde bij de boodschapper van Allah.” Oemar pakte zijn hand vast en legde de eed af, waarop de mensen de eed aflegden.[21]

[19] Lataa’ifoe al-Ma’aarif (113-114).

[20] Samengevat overgenomen van al-Boekhaarie.

[21] Samengevat overgenomen van al-Boekhaarie.

Het kalifaat van Aboe Bakr as-Siddieq

Nadat de metgezellen de eed van trouw aan hem hadden afgelegd, besteeg hij de preekstoel en sprak de mensen toe. Zijn preek dient een leidraad te zijn voor iedere moslimleider. Hij prees Allah en zei: “Voorts, o mensen, ik ben als kalief over jullie aangesteld terwijl ik niet de beste van jullie ben. Als ik iets goeds doe, help mij dan. Als ik iets fouts doe, corrigeer mij. […] De zwakke onder jullie is bij mij sterk en ik zal hem zijn recht teruggeven, als Allah het wil. De sterke onder jullie is bij mij zwak totdat ik het recht (dat hij anderen heeft ontnomen) van hem afpakt, als Allah het wil. Wanneer een volk jihad nalaat, zal Allah vernedering op hen afsturen. Wanneer onzedelijkheid wijdverbreid onder een volk is, zal Allah op hen allen beproevingen sturen. Gehoorzaam mij zolang ik Allah en Zijn boodschapper gehoorzaam ben. Wanneer ik Allah en Zijn boodschapper ongehoorzaam ben, dan is er geen gehoorzaamheid aan mij (daarin). Sta op naar jullie gebed, moge Allah jullie genadig zijn." [22]



De belangrijke gebeurtenissen tijdens zijn kalifaat

Onder zijn bewind vonden er belangrijke gebeurtenissen plaats. We zullen in kort een beschrijving geven van wat er gebeurd is tijdens zijn kalifaat.



De oorlog tegen de afvalligen

Na de dood van de profeet verlieten vele Arabische stammen de islam en sommigen weigerden om zakat af te staan. Bijna alle stammen verlieten de islam afgezien van Mekka, Medina, de stam Thaqief in At-Taa’if en anderen. Daarnaast verschenen er bedriegers die het profeetschap claimden zoals Moesaylamah al-Kadzaab (de Leugenaar). De vijandigheid tegen de islam en de moslim en de chaos laaiden weer op, nadat het Arabische Schiereiland orde en veiligheid had gekend tijdens het leven van de profeet . Abou Bakr voerde diverse oorlogen tegen de afvalligen. Het grootste slagveld was de slag van Al-Yamaamah tegen Moesaylamah en zijn aanhangers.



[22] Al-Bidaayah wa an-Nihaayah van ibn Kathier (5/248).

Het bundelen van de Qor’aan

Abou Bakr As-Siddieq was de eerste persoon die de Qor’aan bundelde. Abou Bakr had een leger, onder leiding van Khaalid Ibn al-Walied, naar Moesaylamah al-Kadzaab gestuurd om hem te bevechten. Het werd een hevige oorlog en vele metgezellen die de Qor’aan memoriseerden, vonden de dood. Er werd gezegd dat het om meer dan zevenhonderd metgezellen ging. Oemar Ibn Al-Khattaab adviseerde Abou Bakr om de Qor’aan te bundelen, omdat hij vreesde dat er nog meer Qor’aandeskundigen zouden sneuvelen. In eerste instantie weigerde Abou Bakr dit, omdat de profeet dit niet had gedaan. Daarna zag hij het belang ervan, vooral na de dood van vele metgezellen die de Qor’aan memoriseerden. Abou Bakr beval Zayd ibn Thaabit, een van de metgezellen die de openbaring voor de profeet opschreven, om de Qor’aan te verzamelen en tot één bundel te vormen. Zayd Ibn Thaabit voerde de opdracht uit en gaf de verzamelde bundels aan Abou Bakr. Na de dood van Abou Bakr kreeg Oemar deze bundels en vervolgens kreeg H’afsah, de dochter van Oemar, de bundels.



Het overhandigen van het kalifaat aan Oemar

Abou Bakr As-Siddieq heeft, met de hulp van Allah, het kwaad van de afvalligen neergeslagen en vele veroveringen gerealiseerd. De islam en de moslims verkeerden in goede toestand tijdens zijn kalifaat. Hoe lang een persoon ook leeft aan de dood zal hij niet ontkomen. Abou Bakr voelde dat zijn tijd aangebroken was en hij realiseerde zich dat het noodzakelijk is om een opvolger aan te wijzen, zodat de staat waarin de moslims zich bevonden, voortduurt. Hij was bang dat degene die de meeste aanspraak op het kalifaat maakt, zich afwendt van het kalifaat vanwege de grote verantwoordelijkheden ervan. Hij deed een onderzoek naar de mening van de metgezellen over Oemar. Alle metgezellen waren het eens dat Oemar het meest geschikt was om kalief te worden. Om deze reden besloot hij om Oemar Ibn Al-Khattaab als opvolger aan te wijzen en om de goede staat waarin de moslims zich bevonden te waarborgen.



De tijd is gekomen

Na een leven van inspanning en inzet voor de godsdienst van Allah evenals het uitgeven van bezittingen omwille van Allah, lag de opvolger (kalief) van de boodschapper van Allah op het sterfbed. Hij stierf op dinsdagnacht 23 Djoemaadaa al-Aakhirah 13 H. op 63 jarige leeftijd. Zijn kalifaat duurde twee jaar en een paar maanden. Hij beval dat zijn vrouw, Asmaa bint Oemays, hem moest wassen en werd naast de boodschapper van Allah r begraven in het huis van zijn dochter, Aishah.

Moge Allah AbouBakr belonen voor zijn werk en inzet voor de islam en moge Allah tevreden zijn met hem en met alle metgezellen. Moge Allah salaat, vrede en zegeningen zijn met onze profeet Mohammed, zijn familieleden en metgezellen.

Bon: Ashaabu Ar-Rasoel van Mahmoed al-Misrie en As-Siyar van imaam Ad-Dahabie.







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina