Roland, Marjolein en Anwar in India april / mei 2011



Dovnload 79.99 Kb.
Datum23.07.2016
Grootte79.99 Kb.
Roland, Marjolein en Anwar in India april / mei 2011
Route: Delhi > Varanasi > Delhi > Sikandra > Agra > Fatehpur Sikri > Ranthambhore > Jaipur > Roopangarh > Jodhpur > Osiyan > Deshnoke > Bikaner > Fatehpur > Mandawa > Delhi
Vr. 22 april 2011
Het is druk op de parkeerplaats voor lang parkeren. Zelfs bij de drop-off staan lange rijen, veel mensen trekken er op uit tijdens het paasweekend. De juf van Anwar, juf Maartje, gaat een half uurtje later dan ons de lucht in. We kijken rond of we haar zien, maar dus niet. In de rij voor gate D53 staan weinig vakantiegangers, maar wel veel Indiers. We zitten achterin het vliegtuig en dus lopen we in het vliegtuig al langs sikhs (met tulband en lange grijze baard) en vrouwen in sari met neussteentjes. Leuk zijn die, wil ik ook wel…
Ook bij KLM hebben ze nu personal entertainment schermpjes; dit helpt mee aan een voorspoedige (en voor het gevoel snelle) vlucht. Vegetarisch eten en curry, het Indiaase eten smaakt voortreffelijk; lekker pittig, zelfs Anwar smult van de chapati’s die hij in de pittige curry doopt. Achter Anwar valt een man met rode tulband al snel in slaap. Al met al voelen we ons in de lucht al een beetje in India.
 
Delhi
In de Indira Gandhi luchthaven ligt overal vloerbedekking. De loopbanden werken en de paspoortcontrole loopt gesmeerd. Maar dan de bagage … ons geduld wordt op de proef gesteld, als een van de laatste komen onze rugzakken op de band. Pinnen en taxi; ING bankpas werkt hier niet en taxi-chauffeurs nemen ons niet mee. Ons hotel, dat vlakbij de luchthaven zou moeten liggen is niet bekend. Het is in India inmiddels midden in de nacht, maar toch nog ruim 30 graden en stoffig. Ook het tel. nr. van het hotel is niet juist. Wat nu?
Een man in een wit wat luxer kostuum komt net een gebouwtje uit.
‘Nobody want to take us, sir’
En ja, dat helpt. Blijkbaar had ons hotel vroeger een andere naam. Voor een paar roepies meer rijden we dan toch na een half uurtje de door 5 man sterk bewaakte poort van het New Uppal hotel binnen. Het doet mij sterk aan Dubai denken; zanderig, warm en moeilijk te vinden luxe hotel. Morgen bij daglicht zal deze vergelijking waarschijnlijk nergens meer op slaan.
 
Za. 23 april 2011
Ondanks de jetlag proberen we toch een beetje op tijd op te staan. Het ontbijt voldoet aan alle verwachtingen en het buitenzwembad overtreft deze. Groot, met een prachtige tropische tuin, en voor ons alleen. Strandballen worden voor ons opgeblazen en de zon schijnt nog steeds uitbundig. Anwar wil nog even aan de zwemmersbar een colaatje drinken, maar dat gaat niet meer lukken. Over ruim 2 uur vliegen we namelijk alweer naar Varanasi …
Onderweg (ons eerste stukje van India dat we in daglicht zien) verbaast Anwar zich over de vele auto’s en brommers met pech, de enorme zakken rijst die worden gesjouwd en de kokosnoten die tussen het afval langs de weg liggen. Op de luchthaven bestaat onze lunch uit een pizza Margareta. Nu kan het nog, Anwar eet zijn vingers er zowat bij op.
We vertrekken op tijd, Anwar leest een Donald Duck en Roland en ik bereiden ons op Varanasi voor met de Lonely Planet.
‘Over 25 minuten zullen we landen in Varanasi, het is er 40 ºC’.
Op dat moment krijgt Anwar last van zijn oren, net als gisteren trouwens. Dat is deze vakantie voor het eerst, hopelijk gaat hij hierin niet zijn vader achterna. Eenmaal aan de grond is het vergeten en lopen we de droge hitte tegemoet, richting de moderne luchthaven van deze eeuwenoude stad.
 
Varanasi
Bij de bagageband kijk ik mijn ogen uit naar de zo fraai geklede vrouwen in kleurrijke sari of soort van lange tuniek over een lange broek. Onze kleding is daar meer dan saai bij.
‘George Wouters’, het lijkt erop. Handig als je zo van het vliegveld wordt opgehaald en naar je hotel wordt gebracht. Dit autoritje van ruim een half uur laat ons echt kennis maken met India. Het leven in huisjes van op elkaar gestapelde stenen zonder cement of van leem of van vodden. Waar iedereen een winkeltje heeft en waar op houten gammele bankjes een praatje wordt gemaakt. Waar je zelfs in de auto de urine ruikt, waar pannen langs de straat worden ‘schoongemaakt’ met een raar uitziend goedje en daarnaast de koeien het afval afstruinen op zoek naar iets eetbaars. Naarmate we Varanasi stad naderen wordt het getoeter heftiger en neemt het aantal koeien (die absoluut voorrang hebben) toe. Brommers, tuktuks, fietsen, auto’s, vrachtauto’s; ze komen recht op ons af. Het is een waar wonder dat we niemand raken. Bij een soort rotonde houdt de weg op. We zullen verder moeten lopen. Lopen op een straat die overvol is met riksja-rijders, brommers, tuktuks, mensen die echt haast hebben en je dus gewoon omver duwen. Onze chauffeur heeft er de vaart in, al bij de eerste bocht is hij uit het zicht. Met mijn dagrugzak, ook dat nog. Anwar was in de auto in slaap gevallen en weet dus niet wat hem nu ineens overkomt. Tussen het afval (en de vliegen) door de steegjes, die op een gegeven moment zo smal worden dat we achter elkaar aan moeten lopen. En dan die stank, doorlopen en niet nadenken. Uitkijken dat je niet tegen een koe botst of dat je in de derrie (incl. koeienvlaaien) uitglijdt. Anwar spreekt de hoop uit nooit meer naar India te hoeven. Maar dan zien we de Ganges, de heilige rivier, daar waarvoor we naar hier gekomen zijn. Ons guesthouse ligt bij het gelijknamige Scindhia Ghat. Onder het hotel lopen veel koeien en deuren moet je dichthouden vanwege de brutale apen. Onze kamer is op de bovenste verdieping (nog meer trappen lopen dus). Vanaf het balkon hebben we een prachtig uitzicht op de Ganges met recht voor ons de scheefgezakte tempel. 150 jaar geleden is deze tempel vervloekt door de moeder van de bouwer. Naast de tempel storten na de moesson soms ook hele stukken van de trappen in de rivier. Net voor het donker lopen we een stukje richting Manikarnika Ghat, de voornaamste crematie-ghat van Varanasi. Wat we daar zien, een openbare lijkverbranding …, doet ons snel weer terugkeren. De cultuurshock is voor vandaag wel even groot genoeg geweest. Onder een stuk doek dat over een paar palen hangt woont een heilige man met lang haar en een lange baard. Het is hier meer dan bijzonder, maar we moeten het nu eerst een nachtje laten bezinken allemaal. Anwar spoelt het stof van zich af door te ‘mandie-en’. Er is ook een douche, maar bakjes water over je heen gooien is natuurlijk veel leuker. Op het rooftop restaurant van ons hotel eten we Indiase curry, waarna we met een rumoerige airco (we hebben er gelukkig wel een) in slaap vallen.

 
Zo. 24 april 2011


De wekker gaat om kwart over 5. Nederlandse tijd kwart voor 2 ’s nachts. Net voor zonsopgang is het de tijd om de Ganges met een boot op te gaan. Half slapend stappen we aan boord. Ter wijl de zon aan de overkant van de Ganges verschijnt, peddelt een jongen ons langs de ghats. Dit zijn trappen die naar de rivier afdalen. Veelal zijn dit badplaatsen, maar bij enkelen vinden er dus crematie’s plaats, zoals die vlakbij ons guesthouse. Hoewel de crematies een onlosmakelijk deel zijn van het leven in Varanasi, vind ik het verschrikkelijk om te zien. Gelukkig varen we snel door naar de heel wat vrolijkere en drukkere badplaatsen-ghats. De pelgrims dalen de trappen af om een ritueel bad te nemen. Door kopje onder te gaan hoopt de hindoe verlost te worden van zonden. Vrouwen gaan gekleed in sari het water in. De mannen gaan wat schaarser gekleed en hebben wat meer lef. Die lijken er echt van te genieten. Kinderen worden van top tot teen ingesopt en anderen poetsen er hun tanden. Net naast het riool wordt de was gedaan. Ook de lakens van de hotels schijnen in de Ganges gewassen te worden. De oever is even verderop inderdaad een wit tapijt; de hotellakens liggen te drogen … Klokken worden geluid, er wordt muziek gemaakt, een bak met vuur wordt in het rond gedraaid, wat een mystiek sfeertje! We peddelen langzaam voort en keren bij Chet Singh Ghat. De zon krijgt kracht, we genieten van dit unieke moment op 1e  Paasdag. Om half 8 stappen we uit de boot en kijken we uit naar ons ontbijt op het rooftop restaurant.
Anwar’s toast met pindakaas smaakt hem wel. Alleen druipt het er aan alle kanten uit, op kleding en al. Het eerste Donald Duck pocketboekje is uit. De bananen toast met honing is een idee voor thuis en de grote potten thee gaan helemaal leeg. Anwar gaat met kleding en al mandi-en, even afkoelen en weer schoon worden. Hij doet gelijk een wasje en gebruikt een emmer als badje. Nog steeds kan hij zich zo klein maken dat hij er bijna in zou passen. Het lijkt met de minuut warmer te worden. We houden een ochtend-siesta, luieren, lezen, foto’s kijken en batterijen opladen.
Rond half 1 gaan we lopend naar de drukste Dasaswamedh Gath. Volgens de legende zou de god Brahma hier tien paarden hebben geofferd. Van de levendigheid van vanmorgen is niets meer over. De mensen zijn naar huis. Een aantal mannen steken Roland een hand toe om hem vervolgens over te halen voor een massage. Dat gaat ‘m natuurlijk niet worden. Het is heet, we worden aangestaard en fotogenieke plaatjes gaat dit niet meer opleveren. Een koud colaatje in het bekende roof top Dolphin restaurant lijkt ons een beter idee. We moeten daarvoor wel heel veel trappen op, eerst van de Ghat en dan van het Rashmi guesthouse. Een colaatje, daar zijn we dan echt aan toe! We eten er ook gelijk maar iets bij, naan-brood met fruit en vegetarische spring rolls.
We proberen onderlangs terug te lopen naar ons hotel. Dat gaat goed, tot Manikarnika ghat. Omringd door mannetjes die geld willen hebben omdat ik een foto gemaakt zou hebben van hun ghat, worden we langs brandstapels geleid; in de rook en langs heel veel in het wit geklede mannen die in de schaduw in kleermakerszit tussen het hout zitten. Verder wil ik het niet zien. Hier moeten we zo snel mogelijk weg. Ik ben toe aan rust en verlang naar het airco-geluid van onze kamer.
 
Inmiddels is het half 5. De middag-siesta is ons goed bevallen. Roland en ik zijn in slaap gevallen, Anwar leest maar door. Als het in dit tempo doorgaat is hij na 4 dagen India door zijn boeken heen. Tegen de avond varen we met de boot weer naar Dasaswamedh Gath. Kinderen duiken vanaf de kant in het sterk vervuilde water. Dit is hun zwembad, waar ze later echt heel ziek van kunnen worden …van kanker tot nieraandoeningen en huidziekten. Bij Dasaswamedh is het weer druk geworden, nu is dat vanwege de ceremonie ‘Ganga aarti’ die hier iedere avond om 7 uur gehouden wordt. Over het land komen hordes pelgrims aangelopen en over het water komen overvolle boten aangevaren. Een kleurrijker geheel kan je je haast niet voorstellen. Wij wilden eigenlijk alleen maar even een hapje eten bij Dolphin´s restaurant, maar nu we zo dichtbij zijn willen we toch even zien wat hier staat te gebeuren. We worden werkelijk opgezogen in de menigte. Veel lichtjes, muziek, lichtreclame ´Laat de Ganga eeuwig stromen´, en dus vooral heel veel mensen. Het is heel bijzonder om er tussen te zitten (halverwege op de trap richting Ganges) en dit sfeertje te proeven. Anwar maakt ondertussen een woordzoeker, maar vindt al snel de mensenmassa te overweldigend. Net als zijn moeder trouwens. Even is leuk, maar uitwaaien op het rooftop restaurant met uitzicht op de ceremonie is misschien een nog wel beter alternatief. We eten er weer heerlijk en raken aan de praat met twee wat oudere Nederlandse mannen die samen een reis door India hebben gemaakt. Na flink afdingen varen we met een boot in het donker weer terug.

 
Ma. 25 april 2011


We kijken onze ogen weer uit in de smalle steegjes achter ons hotel. Huizen zijn op, naast of tegen tempeltjes gebouwd. In muren zijn kleine nisjes met beelden of posters van hindoe-goden of godinnen te vinden, met bloemen, wierook en chai. Het afval is nu een beetje bij elkaar geveegd, maar de koeien laten zo hun sporen na. In iets grotere nisjes van nog geen m2 zitten mensen op een matje; te mediteren, te slapen of iets te verkopen. Veel van de ‘gewone’ winkeltjes zijn nog dicht. Iemand van het hotel wijst ons de weg naar de tuktuk-standplaats. Daar wordt een tuktuk ergens van tussen gehaald. De man met roze overhemd kennen we niet, maar blijkbaar snapt hij via via toch wat de bedoeling is; de tempeltoer. We zijn aardig bezweet, het zwakke windje in de tuktuk is dus meer dan welkom. Dat het chaos is, een herrie en veel gehobbel nemen we op de koop toe. Ik kan foto’s maken en Anwar krijgt weer praatjes, hij begint spontaan een mop te vertellen over een Belg, Nederlander en Duitser die een muur over moeten springen. De eerste tempel, de roodgeschilderde Durga tempel, stelt niet veel voor. Ik krijg ongevraagd een rode stip op mijn voorhoofd geduwd, waar uiteraard gelijk geld voor wordt gevraagd. Bij de volgende tempel, de moderne wit marmeren Tulsi Manas tempel, haal ik de stip er weer af, want als er henna in het goedje zit, dan kan íe er voorlopig niet meer af. In de tempel zijn delen van de Hindi-versie van de Ramayana gegraveerd. Bij de apentempel is er strenge controle en moet alles in kluisjes. Langs het pad dat naar de tempel leidt staan stoffige bomen, waar enorm veel apen bivakkeren. Behoorlijk brutaal zijn ze. De tempel is simpel, maar voor de Hindoes zijn de gekleurde beelden hun steun en toeverlaat. Offers worden gebracht en in trance wordt er gemediteerd. Het gebied van de Benares Hindu Universiteit is uitgestrekt, rustig met brede lanen. Hier bezoeken we de mooie lichtroze nieuwe Vishwanath tempel. Onze tuktuk chauffeur had blijkbaar verwacht dat we langer weg zouden blijven, want hij ligt languit te slapen op ‘onze’ achterbank. Handen buiten boord en echt van de wereld. De toeter, die hij zo veelvuldig gebruikt, kunnen wij zo 1-2-3 niet vinden. Dat is nou jammer.
De wegen worden slechter, we hobbelen verder en schieten van links naar rechts door het karretje. Stof en zand maken onze keel nog droger dan dat ‘ie al was. Anwar ligt in een deuk en kan de lol er wel van inzien. Vlakbij de drijvende brug is veel armoede. Hier wonen de mensen in huisjes, gemaakt van een paar stokken met zeiltje of aan elkaar geknoopte plastic zakjes. De kinderen, gekleed in vodden, springen vrolijk rond. De drijvende brug van houten planken maakt een enorme herrie als je er overheen rijdt, rechts doemt het Ramnagar Fort op.
Dit 17e eeuwse fort was ooit de residentie van de maharadja’s van Benares (Varanasi). We lopen langs een serie draagstoelen, wapens, meubilair en kleding. Via een donkere gang (met heel veel vleermuizen) komen we buiten. De buitenkant van het fort is fraaier dan binnen, ’t is alleen zonde dat het niet meer wordt onderhouden.
’s Middags is het weer tijd voor siësta (terwijl Anwar weer leest). Aan het eind van de middag gaan we op zoek naar de Vishwanath (Gouden) tempel. Deze tempel is gewijd aan Shiva, de heer van de kosmos en is de heiligste plek van de heiligste stad van India. We mogen de tempel niet in, maar zo hadden we een beetje een doel om rond te dwalen in het doolhof van de pittoreske nauwe steegjes. De souks van het Midden-Oosten kunnen hier niet tegenop. Er zijn veel winkeltjes met bloemen, sieraden, kannetjes voor het verzamelen van heilig Ganges-water en pan, de populaire betelnoot. Schoentjes of sandalen kan ik nog steeds nergens vinden, sinds de tweede dag loop ik nu al met kapotte sandalen rond … Anwar koopt een chocolade-surprise ei, die hij boven op het rooftop-Dolphin’s restaurant op zijn gemakje opsmikkelt. Dit eetstekje bevalt ons goed en vanavond is er zelfs Kingfisher bier voorradig.
 
Het mandi-en is weer een groot succes en is voor Anwar een hoogtepunt van de dag. Tot de stroom (weer) uitvalt en we daar ineens in het pikkedonker staan. ’t Is maar goed dat we kaarsjes en lucifers bij ons hebben; nou pas snapt Anwar het doel waarom ook dat mee moest op vakantie. We willen net naar bed, als er een zandstorm de kop opsteekt. Wij zitten hoog, beneden gaat het er een stuk chaotischer aan toe. De overkant van de Ganges is niet meer te zien, in het licht van de zaklamp zien we alleen zand. Deuren klapperen en zelfs in bed schijnt de stof en het zand nu overal vandaan te komen.
 
Di. 26 april 2011
Vandaag een rustig bijkomdagje. Heerlijk uitgeslapen, relaxt ontbijtje. Lezen, spelletjes doen. Spullen weer inpakken. Vandaag gaan we weer terug naar Delhi.
Vervolg di. 26 april 2011

Om 12:00 checken we uit en sturen nog even een mailtje naar het thuisfront. Bepakt met rugzak lopen we nog één keer door de smalle steegjes van Varanasi. De straatjes lijken inmiddels al zo vertrouwt. Alles waar we ons drie dagen terug zo over verbaasden komt nu gewoon als ‘This is India’ over. ’t Is ongelofelijk hoe snel we aan de viezigheid, chaos, warmte en het ‘aangestaard worden’ wennen en ons er bij neer leggen.   

Na een uurtje rijden zijn we bij de luchthaven. De rugzakken worden na de scan gesealed, maar bij het inchecken blijken we de seal van Air India te hebben in plaats van Spicejet. Er zit niets anders op. Nieuwe scan en nieuwe seal, anders kan er niet worden ingecheckt. Anwar DS’t, wij lezen een boek. Het vliegtuig heeft een klein uur vertraging. Chipjes eten en de junior oordoppen helpen, Anwar heeft nu dus gelukkig geen oorpijn bij het landen.       

 

Delhi



De rit luchthaven – hotel verloopt nu heel wat soepeler. Rattan staat ons namelijk op te wachten. Rattan zal ons de komende 10 dagen door Rajasthan heen rijden. Eerst stopt hij bij een ATM, zodat we weer wat Roepies in kunnen slaan en dan rijden we door naar het New Uppal hotel, het hotel waar we drie dagen geleden ook een nachtje hebben geslapen. Ook voor Rattan is dit even zoeken, maar een visitekaartje met juist telefoonnummer biedt al snel uitkomst. Wat is dit ineens weer luxe, en totaal niet Indiaas!

’s Avonds hebben we eigenlijk wel trek in een stukje vlees, maar we weerstaan de verleiding, want delhibelly hopen we zo lang mogelijk uit te kunnen stellen … in plaats van vlees wordt het kaas, die ze op verschillende manieren marineren. Als een soort saté wordt het geserveerd met Indiaas brood (naan). Het smaakt echt goed, maar voedt waanzinnig. Een kingfisher biertje maakt het compleet. Anwar heeft weinig trek en houdt het bij een yoghurtje met een schaal vol gesneden vers fruit (appel, kiwi, ananas, meloen, papaya).

 

Wo. 27 april 2011



’s Ochtends vermaken we ons een paar uurtjes bij en in het reusachtige zwembad. Colaatje drinken aan de zwemmersbar en de strandballen drijven er, wachtend op Anwar, nog steeds rond. Roland zijn voet is ontstoken, of is het jicht? Dat was de diagnose een paar jaar geleden, toen ‘ie hetzelfde in Nederland had. Moeten we in India nou op zoek naar krukken?

Om 12:00 checken we uit en komt Rattan met z’n witte Tata er al aan. Dit is top. Zo hoeven we in de hitte niet op zoek naar een treinstation, of in de rij te staan voor een ticket, of te wachten opdat de trein dan eindelijk zou vertrekken. Delhi is en enorme stad, na ruim een uur zijn we de stad pas uit. ’t Is een wonder dat de auto nog heel is en dat we niemand raken. Want het is druk en fietsen, auto’s, tuktuks rijden dan gerust 4-5 breed, terwijl tussen de auto’s door volwassenen lopen, kinderen rennen en in de winkeltjes naast de weg volop bedrijvigheid is. De verkeerschaos hoort er gewoon bij, de heilige koeien zoeken hier vaak toch maar een plaatsje op meer richting de ‘winkeltjes’. Koeienvlaaien liggen langs de weg te drogen; eenmaal droog dan brandt het goed en wordt het dus gebruikt om een vuurtje te stoken. De vrouwen in sari lopen wat rond, kopen hun eten bij andere vrouwen die op de grond zitten en in grote bamboe- of rieten schalen hun groente en fruit hebben uitgestald. De kruiden staan uitgestald in enorme zakken en worden beheerd door de mannen. Halverwege Delhi – Agra stoppen we bij een toeristen-complex. Als snack eten we een paar samosa’s. Hier hebben ze ook teenringetjes, waar ze maar liefst 60 Euro voor vragen. Ze zijn dan wel van zilver, maar dit moet goedkoper kunnen. Inmiddels heb ik mijn boek ‘Op zoek naar Gemma’ uit, het verhaal van twee vrouwen die samen naar India gaan, en waarvan er maar eentje terugkeert. Anwar is ook al door zijn Donald Duck pockets heen. Bij de bieb heeft hij Zoop in India geleend, dat is het laatste boek voor deze vakantie … In de auto DS’t hij liever. Dus zo rijdt hij door India, op zijn knieën voorover op de achterbank.

 

Agra


Enkele kilometers voor Agra stoppen we in Sikandra bij het mausoleum van Akbar, de derde mogolkeizer. Het was Akbar zelf die in 1602 met de bouw van het grafmonument begon. De eerste ruim 20m hoge poort van rode zandsteen heeft vier minaretten en is prachtig gedecoreerd, waar zo in de namiddagzon een mooie oranje gloed op valt. Het mausoleum ligt in een grote tuin, omringd door hoge muren. Het is hier dat door Indiërs voor het eerst aan ons wordt gevraagd of ze ons op de foto mogen zetten. Familieleden scharen zich om ons heen, andere familieleden halen hun mobieltjes of compact camera’s tevoorschijn om dé foto te maken. Er zullen er nog vele volgen …

In Agra is het alweer verkeerschaos. We krijgen met de minuut meer ontzag voor Rattan, hoe hij zich keer op keer zich er weer doorheen weet te manoeuvreren. Net voor zonsondergang stoppen we bij de Baby Taj, een kleine versie van de Taj Mahal. Op het witmarmeren platform staat de Baby Taj, ook in het witmarmer en ingelegd met fraaie bloemmotieven. Dit is een voorproefje op wat ons morgen te wachten staat; de echte Taj Mahal. Een mooier moment van de dag hadden we ons hiervoor niet kunnen bedenken. De zon gaat langzaam onder, de Baby taj straalt.  

Op de stoep bij de ingang komen bedelende kinderen naar ons toe; onze eerste echte confrontatie met de kant van armoede in India.

Rattan heeft een verrassing voor ons in petto. We rijden naar de rivier en aan de overkant is ‘ie daar dan ineens: de Taj Mahal! In het even dat we er staan, kleurt de Taj van geel, naar lichtblauw, van paars naar grijs. De avond is ingevallen.

Het door Rattan aanbevolen Maya hotel ligt op loopafstand van de Taj, zo kunnen we morgenvroeg op eigen houtje er naartoe wandelen. We eten macaroni met tomatensaus op een platje (leuk met blauw grof mozaïek gedecoreerd) aan de zijkant van het hotel. Het lopen gaat Roland steeds moeilijker af, gelukkig hebben we nog wat diclofenacs bij ons.

 

Do. 28 april 2011



De diclofenacs lijken vannacht hun werking te hebben gedaan. De pijn is minder, maar om de boel niet te tarten, laten we ons rond 6 uur door een rikshaw afzetten bij de Taj. Er valt nog genoeg te lopen in de Taj! Maar helaas, we hebben de laptop in de fototas laten zitten, en die moet nu in een safe ergens verderop worden afgegeven. Roland komt dus niet door de beveiliging en moet dus weer een heel eind terug lopen.

 

Daar lopen we dan, in de mooie tuin met vijvers en fonteinen, met de Taj Mahal recht voor ons! De lucht is strakblauw. De Taj is het mausoleum voor Mumtaz, de vrouw van de 5e Mogolkeizer Sjah Jahan. Gedurende 22 jaar zijn 20.000 werkers bezig geweest met de bouw ervan. Het is echt enorm groot, uniek en evenwichtig. Zeg maar perfect. De symmetrie is tot in de details doorgevoerd. Zo zijn de twee paleizen links en rechts op dezelfde manier op exact dezelfde afstand van elkaar gebouwd. Alleen de 4 minaretten die het gebouw met de 70m hoge koepel omringen zijn niet helemaal perfect. Deze hellen namelijk een beetje naar buiten, zodat bij een eventuele aardbeving deze niet op de Taj kunnen vallen. Langzaam lopen we het gebouw rond en laten we het op ons inwerken. Het marmeren platform is opvallend koel. In nisjes van de Taj kun je gaan zitten. Anwar zit nog maar net en dan komt er al een Indiër op hem af.



‘You look like Harry Potter …’

Hij wil graag met Anwar op de foto (ja, en Anwar laat het zelfs toe …!).     

Deze gelijkenis, die wij totaal niet zien, zal hier in India nog vaak gemaakt worden.

In een andere nis, sluit ik mijn ogen. Dit unieke moment moet opgeslagen worden.

Na een muur van opdringerige verkopers zijn we toe aan een ontbijtje op het platje van het hotel. Het Agra Fort is groot, langzaam slenteren we ook hier weer door prachtige vertrekken met als hoofddoel het prachtig versierde paleisje waarin Sjah Jahan door zijn zoon Auranzeb gevangen gezet werd met uitzicht op het mausoleum van zijn vrouw, de Taj Mahal. Anwar begrijpt er niets van. Hoe kan een zoon dit nou met zijn verder doen?

 

Daarna rijden we naar de verlaten stad Fatehpur Sikri, gebouwd door Akbar in de 16e eeuw. Het ligt op hoge rotsachtige gronden en was dus niet echt geschikt om er te wonen. Door een tekort aan drinkwater is het slechts enkele jaren bewoond geweest. Langzaam lopen we eerst door het koninklijk complex, daarna door het heilige deel met de Jama Masjid moskee. Hier liggen veel graftombes, waar mannen tegen liggen te slapen en kinderen doorheen rennen en spelen.  Bij de tombe van soefi Christi kun je een wens doen door een katoenen draadje aan het scherm rond de tombe te binden. Het is er erg druk, Anwar en ik krijgen een plastic bakje op als hoedje. Roland wacht buiten op ons. In de vele galerijen rondom de binnenplaats houden veel Indiers een ‘picknick’.



 

De rit naar Rhanthambore NP is lang en vermoeiend. Slechte wegen, alsof er geen einde aan komt. Onderweg koop ik nog wel in een wegrestaurant (incl. souvenirshop) drie teenringen. Het Tiger Safari resort is niet wat je nou noemt een resort. Er vliegen allerlei insecten rond en het is muf. Er staan in ieder geval bedden. Maar we zijn moe, we vinden het wel goed.  

 

Vr. 29 april 2011



Na een lange nacht (ingedraaid in de lakenzakken, zoemende insecten die tegen je aanvliegen; ik ga er vanuit dat het vliegende kakkerlakken zijn …) gaat Roland rond 5 uur kaartjes kopen voor het Ranthambore national park. Het is nog donker, Anwar en ik slapen nog even door. Het blijkt nog een hele bedoening om mee te kunnen gaan met een jeepsafari. Uiteindelijk delen we een jeep met 3 Spanjaarden en hebben Anwar en ik nog een kwartier om zo uit bed in de jeep te komen. De vloer is nu één invasie van vliegende insecten; het zijn echter geen kakkerlakken, maar krekels! Als ik dat nou maar eerder had geweten …! Anwar vergeet z’n bril nog, dus wij als een speer weer terug. Zo in de vroegte is het lekker uitwaaien in de open jeep. Het is bewolkt, maar het zal niet lang meer duren voordat de zon weer de overhand heeft. Bij de ingang van het Tiger Nature reserve worden routes uitgedeeld. Met route 1 op zak zijn we hoopvol; dit is nl. de meest favoriete route om tijgers te spotten! Herten en pauwen lopen trots door het droge rotslandschap. De bomen zijn kaal en daar waar nog blaadjes aanhangen zijn ze bedekt met een dikke laag stof. De gids is duidelijk op zoek naar iets vlak onder de auto, op het zanderige pad. Plots stopt de jeep en zien we de pootafdruk van een luipaard. Normaal leeft ‘ie alleen in de bergrotsen hoog boven ons. Vogels fluiten en vliegen voor de jeep langs. Felgele tot bontgekleurde en zelfs een ware ‘woody woodpecker’.  We luisteren naar de vele apen of zij een waarschuwingsgeluid maken, dat wijst namelijk op gevaar; ‘Een tijger?’

Nee, dus. Maar wat komt daar in de verte vanuit het struikgewas?

‘Een zwarte beer!’, in dit park nog zeldzamer dan de tijger! Hij komt recht op ons af en gaat op zijn achterbenen staan om met zijn rug tegen een boom te schuren. Dit is geweldig! De Aziatische zwarte beer heeft een witte kraag en een ronde kop. De jeep wordt gekeerd en we zetten de achtervolging in. Dit is zielig, ik ben blij dat hij vanaf het pad weer richting de bomen en struiken gaat.

De tijger laat zich helaas niet zien, maar al met al, was de safari toch zeker de moeite waard!

   

Tosti-kaas als ontbijt; net iets anders dan thuis, maar daar waren we wel even aan toe. Bij het hotel is een klein zwembad, waar Anwar natuurlijk nog even in wil. ’t Is heerlijk om zo af te koelen. Wat lezen en zonnen (je verbrand hier zelfs door je zwemkleding heen, nog nooit eerder meegemaakt!) en rond 12 uur staat Rattan alweer klaar om naar Jaipur te gaan. Het is heet, de airco heeft moeite. De wegen zijn wat beter, toch zien we diverse vrachtwagens op hun kant op het midden van de weg. De wegen veranderen regelmatig in een asfaltspoor van amper 3 meter breed, waardoor Ratton regelmatig half op het zand rijdt. We rijden door vlak weids landschap. Lemen of rieten huisjes staan te midden van het opkomende of zojuist gekapte graan. Heel af en toe loopt er een kudde geiten met hoeder; een man met tulband of een vrouw in sari.



Bij het spoor komt de trein van Delhi naar Mumbai net langs. Bedelaars tikken op het raam en Anwar weet niet waar hij kijken moet.

 

Jaipur



Inmiddels is het 4 uur en zijn we in Jaipur, in het Suriyaa Villa Umaid lake Palace. Maar het is zeker geen paleis hoor, eerder een soort van ruim opgezet guesthouse. Maar schoon,  zonder insecten uit de bush bush, ruime kamer en gezellig. Wat zullen we vanavond goed slapen! Zometeen gaan we met Rattan naar een mooi plekje voor de zonsondergang.

 

Hij laat ons eerst het Paleis der Winden (Hawa Mahal) zien. Dit rozerode zandstenen paleis is in 1799 gebouwd, in opdracht van maharadja Sawai Pratap Singh. Het paleis bestaat uit één gevel met 953 bewerkte kleine raampjes en werd gebruikt door de dames van de harem die vanachter de ramen het openbaar leven van Jaipur konden gadeslaan, zonder zelf gezien te worden. Daarna brengt hij ons naar Fort Jaigarh, in 1726 gebouwd door Jai Singh II als militaire versterking en schatkamer. De kantelen van het fort reiken over de heuvelrug van de bergen die Jaipur omsluiten. Het heeft iets weg van een miniatuur Chinese muur. Het uitzicht over de stad is fantastisch. De zon verdwijnt als een oranje bol achter de horizon van de stad. Lichtjes gaan aan, moskee-geluiden en stadsgeluiden vinden hun weg naar het Fort. Met uitzondering van het getoeter, dat in de straten van Jaipur achterblijft. Rattan staat erop dat we blijven totdat het donker is. In volledige duisternis rijden we de 8 km via scherpe bochten terug naar de stad..Het waterpaleis Jal Mahal ligt geheel verlicht temidden van het meer. Vroeger diende dit paleis als jachtslot voor de maharadja’s die op eendenjacht gingen. Van het paleis steekt alleen de bovenverdieping boven het water uit. De onderste vier verdiepingen liggen onder het waterniveau van het meer. Ook het Paleis der Winden is dankzij de gekleurde raampjes mooi verlicht. Al met al is het 9 uur ’s avonds voordat we aan tafel zitten voor het avondeten. Anwar slaapt bijna.



 

Za. 30 april 2011

Rattan staat alweer klaar, wat is het toch luxe reizen op deze manier! Vandaag staat het Amber Fort op het programma, in 1592 gebouwd door de Rajpoet Raja Man Singh. Het fort ligt net buiten de stad op een heuvel. We hebben Anwar beloofd dat we naar boven zullen gaan op de rug van een olifant.

Eerst moeten we ons wel door de barricade van opdringerige verkopers heen zien te wurmen…

’10 Roepies voor 5 olifantjes’.

‘Oh nee, we bedoelen 10 Euro’.

‘450 roepies voor 5 olifantjes’.

‘400 … 300 … 200?!

‘200 voor 10 een olifantjes?’

Uiteindelijk kopen we 10 olifantjes voor 100 Roepies (€1,55).

‘Voor de prijs van een Taj Mahal bezoek laten we ons als een ware maharadja naar boven brengen. Jeetje, wat wiebelt dat; maar het is wel erg leuk. Het wordt snel warmer en via de binnenplaats bezoeken we diverse hallen, paleizen (waarvan eentje ingelegd met mozaïek spiegeltjes). Donkere gangen en kleine sprookjesachtige torentjes waarin de temperatuur dankzij de wind aangenaam blijft. Veel kamertjes, tunneltjes en niet weten waar je uitkomt, het fungeert als een soort avontuurspeelterrein voor Anwar.       

Het fort is duidelijk een favoriet voor ons alle drie. Na het drinken van Fanta heeft Anwar een oranje snor; voor de Indiers weer een reden om hem als ‘Harry Potter’ met een mobieltje of spiegelreflex vast te leggen.

We stappen gelijk weer in de auto (airco …!), de olifanten lopen vanwege de hitte nu niet meer naar boven. Rattan rijdt ons direct naar het stadspaleis, gebouwd door maharadja Jai Singh II. We lopen een rondje kledingmuseum en komen via een poort met zware koperen deuren en in het wit geklede wachters met rode tulbanden uit op de volgende binnenplaats. In de ontvangsthal van de maharadja staan twee reusachtige zilveren vaten, waar per stuk zo’n 900 liter water in kan. Deze werden ooit voor de reis van Madho Sing II gemaakt, die in 1902 naar Engeland afreisde om daar de kroning van koning Edward VII bij te wonen. Om geen gebruik te hoeven maken van het Engelse drinkwater liet de maharadja de vaten met water uit de heilige Ganges vullen.

Zo rond het middaguur is het buiten in de zon met ruim 40 graden nauwelijks meer uit te houden. Het idee om nog wat rond te banjeren in de oude roze binnenstad stellen we een paar uurtjes uit. Lunch en siësta in de airco is een beter plan. Anwar is happy … hij heeft Mario cart op z’n DSi uitgespeeld. Mijn sandaal begeeft het nu echt, dat wordt winkeldoel nr. 1 vanmiddag. Roland heeft nog steeds een dikke ontstoken voet en heeft door het wat moeilijk lopen nu blaren opgelopen. 

Rond half 5 brengt Rattan ons naar het hart van het oude centrum, the Pink City. Aan zijn bumper hangt nu een bundeltje pepers. Daarmee wil Rattan boze geesten uit de taxi weren (is een hindoe gewoonte).

 

Wat een gave armbanden verkopen ze hier in de volle straten van oud Jaipur, de mooiste zijn uiteraard handgemaakt en original uit Rajastan. Slechts een paar meter van waar we zijn afgezet, ben ik een paar Roepies armer, maar een paar onwijs gave armbanden rijker. Anwar weet ook precies wat hij wilt. Nog meer kleine beestjes van hout; hij koopt een miniatuur papegaai, pauw en kameeltje. En zal daar nog veel mee spelen … in bed, in de auto; dit is gewoon echt Anwar zijn ding. Het kopen van nieuwe sandalen/slippers is wat moeilijker; alle vrouwen hebben hier voeten niet groter dan  maatje 36. Natuurlijk kan ik wel bij een Bata terecht, in een nieuw modern deel van de stad, maar ik heb mijn zinnen gezet op die leuke fijne met veel kleurtjes versierde schoentjes. Uiteindelijk pas ik er eentje! En dan afdingen natuurlijk! Maar wat is zoiets waard? Ik koop ze uiteindelijk voor 4 Euro, voor mij een goede prijs en vast ook voor hun. De van kamelenleer slippers zijn een beetje simpel en duur. Maar ook die hebben ze in mijn maat. Ze zijn licht van kleur, ik zou ze graag donkerder willen. Maar dat is natuurlijk geen probleem; hij neemt ze mee, stopt ze ergens in een emmertje en voila; schoentjes zijn donkerbruin. Direct, in een tel van een seconde. Anwar is ook in de winkelmood en wil zelfs een kledingwinkel in om een overhemdje te passen. Ze hebben van die leuke blauwe, weet je. In de textiel-winkeltjes zijn alle wanden volgepakt met sari’s, broeken, shirts, tafelkeden, spreien; in plastic zakjes van de vloer tot het plafond. In stapeltjes. Ga er maar aanstaan; wat te kiezen? 



Alles is namelijk leuk!.

Roland zit buiten op een krukje. Anwar en ik zitten binnen op een bankje. Voor onze voeten ligt over het gehele vloeroppervlak van het winkeltje een matras. Om te relaxen en je langzaamaan door al het zijde te laten omringen tot je het echt niet meer weet.

‘Do you like some tea, chai, coffee, sir?

Anwar past de leuke blauwe niet, en is daarna niet meer over te halen voor een andere. Voor mij is het te overweldigend en heet, zweet druppels (of straaltjes?) lopen over mijn rug. Weet ook niet wat het eea waard is; zometeen eerst maar eens aan Rattan vragen …

Via de markt (nou ja, eigenlijk vrouwen die fruit hebben uitgestald en een plekje vinden tussen de motors, Jaipur is echt druk) en kruidenverkopers (winkels vol, zakken vol …)  lopen we weer terug naar Rattan.

Na een laatste klein bezoek aan de Birla tempel is het tijd om een hapje te eten. In deze wit marmeren tempel zien we veel hakenkruizen (swastica). Hier heeft dit uiteraard niets te maken met het naziregime. Hier symboliseert het teken het rad van het leven: de geboorte, de jeugd, de ouderdom en de dood. We eten vegetarische champignoncurry met doperwten. Nog steeds vegetarisch dus, maar dankzij dat hebben we dus nog steeds gelukkig geen maag- en/of darmproblemen.  

 

Zo. 1 mei 2011



Vandaag een rustig dagje gepland. Beetje lezen en relaxen bij het kleine zwembadje lijkt ons wel wat. We hebben pas rond 12:00 afgesproken met Rattan. Plotseling komt Anwar met de mededeling dat hij eigenlijk vandaag wel naar de kapper wilt.

‘Als ik nu ga, dan kan ik daarna in het zwembadje springen om de haartjes kwijt te raken. Snap je?’

Om de hoek van het Suryaa hotel staan langs de doorgaande weg twee hoge stoeltjes op het trottoir. Langs het trottoir loopt een stroompje. Dat is dus een open riool … Twee jonge knappe knullen met zelf geweldige kapsels kijken Anwar lachend en nieuwsgierig aan. Wie is er als het eerste klaar? Twee mannen zijn nog ingezeept met scheerschuim.   

Aan een muur hangen twee spiegels, waarvan er eentje kapot is. Ook hangt er een plastic bakje aan de muur, daar zitten twee kammen, een doekje en een wierookstokje in. Dit verdrijft de nare geurtjes!

Van één stoel staan de achterpoten op stenen, anders zou die misschien omkiepen. Anwar kruipt op een blauwe stoel, krijgt een soort laken voor en met water wordt zijn koppie lekker nat gemaakt. Naar mijn idee wat hardhandig, wordt zijn hoofd de goede kant op gedraaid. Hij laat het maar gebeuren. Vanachter gaat er een flink stuk af, van boven minder. Zo heeft hij weer het koppie van dat hij een jaar of twee was. We krijgen een heel andere Anwar terug. Ach, met een (heel) beetje gel kunnen we er nog wel wat van maken. Sabine weet vast niet wat ze ziet!  Rattan komt ook kijken en heeft een grijns van oor tot oor. Uiteindelijk neemt de  kapper meer tijd in beslag dan we dachten, we hebben nog maar een klein uurtje over om bij/in het zwembadje door te brengen.

 

Roopangarh



De rit richting Jodhpur verloopt heel soepel. Een ware snelweg, zegmaar. Er valt niet zoveel te zien, maar eenmaal in de buurt van Roopangarh liggen gigantische marmeren blokken opgestapeld. Sommige zijn al in plakken gesneden voor de verkoop. Het restafval ligt zomaar in hopen langs de kant van de weg. Bij ons zou dit nog best wat geld waard zijn. We rijden het dorpje Roopangarh binnen en ik ben er gelijk helemaal weg van. Mannen met grote snorren, gouden oorringen, gekleurde tulbanden en de vrouwen met de grote neusringen. Ja, zo had ik mij Rajastan voorgesteld. Ik had het gedacht in Jaipur te vinden, maar de stad was daarvoor te groot. Dit idyllische dorpje heeft het gewoon. Rattan stopt voor een fort. Nieuwsgierig lopen we over het brede pad, dat langzaam omhoog voert naar Fort Roopangarh. De entree is prachtig en de eerste hotelkamer die we zien; met muurschilderingen en schommelbank is geweldig. Maar dan zien we de duurste kamer voor 6000 Rps … het is een paleisje! Een sprookje, in alle kleuren van duizend en één nacht. In zoiets slaap je maar eens in je leven. We twijfelen nog even, maar het enthousiasme van Anwar heeft de overhand. We nemen de kamer; nou ja, zeg maar paleisje. Met 12 zithoekjes, geheime gangetjes, tientallen doorkijkjes en als derde verdieping diverse dakterrassen. Dit kun je je niet voorstellen … kijk maar naar de foto’s. Dit geeft pas inspiratie voor een huisje of boerderijtje in Nederland ! We kunnen er gewoon niet over uit en verdwalen gewoon in ons eigen paleisje! We voelen ons de maharadja, met een badkamer van 11 m lang! Na het 1e toiletbezoek van Anwar kruipt er een tjic tjac (klein hagedisje) uit het toilet. Hij en de tjic tjak schrikken zich naar. Op het terras drinken we een koud colaatje en spelen we op een enorm dakterras een potje tennis. Ja echt, tennis. De rackets zijn ietwat gedateerd, maar er is zelfs een net gespannen. Tot het zweet echt van Anwar afspettert zegmaar en hij zo rood is als een biet. Een trap voert omhoog naar een witte tempel en daarnaast is een pad naar een deel van het fort dat nog niet gerestaureerd is. Pauwen houden er de opwachting en een bijennest weerhoudt ons ervan om in niet alle hoeken en gaten te kruipen. Dan ontdekken we een paadje dat naar een nog hoger gelegen dakterras voert en nog hoger en nog hoger. Het uitzicht over het dorpje is formidabel. Ook hier zijn er blauwe huisjes. Jodhpur staat erom bekend, maar nu heeft dit alvast ons hart gestolen. Een ober van het hotel wil graag met ons een wandeling maken door het dorpje. De deuren van het fort zijn voorzien van stalen punten tegen aanvallen van olifanten. De zandwegen voert tussen de huizen door. Iedereen wil op de foto, dit is meer dan een fotoparadijs. Is dit wel echt? Geen bedelaars, niemand die om Roepies vraagt, alleen maar mensen die gewoon vriendelijk zijn en vragen of ze op de foto mogen. Voor mij is dit een droom. Hoeveel canvasdoeken zal ik na thuiskomst gaan schilderen, geïnspireerd door wat ik hier allemaal zie? We zien de huisjes ook van binnen; zo leeft men hier dus op het platteland. In een schuurtje worden de gouden linten voor sari’s geweven. Opgestapelde koeienvlaaien en takken staan langs een hekje, als vuur voor het komende ‘avondpotje’,  boomstronken worden doorgezaagd in een zagerij, waar een tel onoplettendheid voldoende is om je hand kwijt te raken. In een weer ander huisje rolt een meisje sigaren. In het centrum van het dorpje zitten de vrouwen in sari en neusring op een kluitje en hebben de mannen een onderonsje. This is the place to be, onmiskenbaar het mooiste stekje tot nu toe!

 

Het diner is ook al zo’n feest. Op het enorme dakterras voor het restaurant staat een tafeltje keurig gedekt voor ons klaar. We starten met een tomatensoepje met naan, waar ook Anwar heerlijk van eet. Dan komen er schaaltjes met heerlijk gekruide pompoen, nog een groentegerecht, curry, rijst en tandoori kippenpootjes! Roland kan de verleiding niet weerstaan, ik durf het echt niet aan en Anwar dus ook niet. Ook zonder kip is het een subliem diner. Met een heldere lucht en fonkelende sterren.



 

Ma. 2 mei 2011

Ik wil gewoon snel wakker worden. ’t Is zonde om langer dan nodig te slapen in dit paleis. Ik zit nu met Anwar op een kussentje op het balkon; niet zomaar een balkon, eentje met 6 pilaren, fraai bewerkt en geschilderd in verschillende kleuren geel. Onder ons ligt het dorpje, waar een soort muziekcorps de dag inluidt. Het sprookje is nog niet over; we kunnen misschien nog een kamelentochtje maken door het dorpje of een bezoek brengen aan de lokale ochtendmarkt? Weet je, ik stop gelijk maar met tikken. Aankleden en het dorpje in, hup! Ik heb er zin in …

 

Ook de ontbijttafel staat keurig gedekt. We kunnen eten wat we ons wensen. Het theewater komt in een fraai koperen kannetje. Dan is het tijd om de spullen weer bij elkaar te zoeken en afscheid te nemen van dit paradijsje. Hoe kunnen we Rattan bedanken, die ons naar hier heeft gebracht!



Op de markt schieten we nog te gekke foto’s. Anwar blijft dan even in de auto bij Rattan. Maar zodra Rattan even op een paar blokken ijs uit is, komt er al snel iemand op hem af:

‘What are you doing, the boy in the car is crying …!’

Rattan weet niet hoe snel ‘ie terug moet rennen.

Onderweg naar Jodhpur is het landschap droog, toch hebben enkele bomen nog bladeren. Een geitenhoedster gaat op de vlucht, zodra we uitstappen voor een foto. Onder een boom eten we  papaya als lunch. Daarna valt Anwar in slaap.

 

Jodhpur


Eenmaal in Jodhpur brengt Rattan ons alweer naar een onwijs gaaf hotel; Pal Haveli. We drinken eerst iets op het dakterras van het hotel, in de airco-ruimte. Anwar drinkt appelspa met ijsblokjes, maar het smaakt een beetje zuur. Om kwart over vier rijdt Rattan ons naar het majestueuze Fort Meherangarh. Behendig rijdt Rattan dwars door de markt rondom de klokkentoren. Het Fort is in 1459 gebouwd, is later telkens uitgebreid en is het grootste verdedigingswerk van Rajasthan. De muren hebben op sommige plaatsen een hoogte van 36 m en een breedte van 21 m. Binnen in het fort is een complex van paviljoens, zalen en paleizen gevestigd. Nu is dit het museum van Meherangarh. We zijn wat aan de late kant, maar doordat we met de lift naar boven gaan, kunnen we nog net de mooiste hallen doorlopen of er een blik in werpen. Eerst zien we de met goud en zilver gedecoreerde howdahs, de zetels die werden geplaatst op de Koninklijke olifanten. De Koninklijke draagstoelen stralen pracht en praal uit. Over pracht en praal gesproken; dit komt pas echt tot uiting in de Spiegelzaal, die geheel gedecoreerd is met spiegeltjes en gekleurd glas op muren en plafonds. Er is geen enkel kaal stukje muur te vinden. Echt prachtig om te zien en nauwelijks voor te stellen hoe iemand zoiets kan ontwerpen. Een verdieping hoger ligt het Bloemenpaleis, waar de maharadja’s zichzelf en hun gasten vermaakten met muziek en dans. Het is een stuk groter dan de Spiegelzaal en hier zijn de muren zelfs bedekt met bladgoud. Ik geniet van dit moois, echt waanzinnig om te zien. Mijn handen jeuken, stel je voor dat ik aan zoiets mee had kunnen werken? Maar dat is een droom, vrouwen waren vroeger in dit vertrek zelfs taboe. In de Koninklijke slaapkamer vallen de kleine gekleurde ruitjes vooral op. Ik vergeet bijna de buitenkant van de paleizen, hier is het zandsteen dermate fijn bewerkt dat het vanuit de verte wel een kanten kleedje lijkt! Aan de zuidkant van het fort hebben we uitzicht op de blauwe stad. Eerlijk gezegd valt dat een beetje tegen. We zijn teveel verwend door Roopangarh, daar waren ook veel huisjes blauw geschilderd, maar het kwam daar een stuk pittoresker over.  

Langzaam lopen we weer naar beneden en laten het Fort achter ons. Het is niet ver om terug te lopen naar ons hotel, maar Anwar heeft het echt een beetje gehad, dus Rattan heeft op ons gewacht en brengt ons weer terug naar het hotel. De gel is ‘uit zijn haar gezweten’ en valt nu recht naar beneden. Het ziet er niet uit, nu pas zie ik dat hij echt een bloempotkapsel heeft! Het werkt op je lachzenuwen. Als hij dan ook nog zelf een middenscheiding creëert lijkt hij net op dat jongetje uit het kapperfilmpje van Mr. Bean.       

 

We hebben een tafeltje gereserveerd op het rooftop restaurant van Pal Haveli, het Indique restaurant. Op het hoekje hebben we het mooiste plekje wat je je kunt bedenken met voortreffelijk (nog steeds vegetarisch) eten; spicy curry is nog steeds een favoriet. Anwar houdt het weer bij tomatensoep en naan. Hij heeft uitzicht op het verlichte Jaswant Thada, het witmarmeren mausoleum van maharadja Jaswant Singh II, soms wordt er in de verte vuurwerk afgestoken. Roland heeft uitzicht op de klokkentoren en zelf gaan mijn ogen steeds weer naar het verlichte Fort.  



 

Anwar typt: ‘We zien ook de blauwe stad. Ik vond de blauwe stad mooi maar ik was een beetje moe. En mama zij dat mijn haar niet goed zat maar ik was blij dat Rattan erstond. Want dan hoef ik niet te lopen.

We gingen op het dak eten

De volgende dag  gingen we vijf uur in de auto zitten.

We zijn ook naar de rattentempel geweest dat vonden wij vies

We blijven dan in het hotel ik heb een groter bed dan papa en mama.´

 

Di. 3 mei 2011



Je zou dit moeten zien, Anwar ligt nog te slapen op de venster zitbank, met om zich heen allemaal ramen, waar fijn bewerkt steen een beetje licht toelaat. Hij lijkt wel een prinsje zo.

Zelfs om kwart voor 8 is het bijna niet meer uit te houden op het dakterras. Ons thermometertje heeft het begeven, maar het kwik gaat zo vroeg in de morgen zeker al naar de 35 ºC. De bediening moet nog een beetje wakker worden (Indiërs komen relatief laat op gang) en ze werken langs elkaar heen.    

 

Rattan is nog even ijs halen in een doekje; wat zorgt hij toch goed voor ons, dankzij zijn koelboxje hebben we de hele dag koud water tot onze beschikking. Anwar pompt ondertussen wat water uit de grond. Dat is weer eens wat anders dan het kraantjeswater bij ons hotel. Vandaag hebben we een lange autorit voor de boeg, dwars door de woestijn. Na 60 km maken we een kleine stop in Osiyan (bezoek aan een oude Jaintempel). Daarna willen we perse dat Rattan de zandduinen opzoekt die ten westen van de stad liggen. Achteraf onnodig, want op de weg naar Bikaner zien we niet anders!



 

Bikaner


Omdat we via Osiyan rijden, is de weg naar Bikaner niet één van de beste. Gaten, kuilen, soms zijn kleine zandduinen half over de weg verwaaid. Rattan maakt zich hier zorgen over, want als dit te veel wordt kunnen we er onmogelijk met de Tata nog door. Grappig, een jaar geleden konden we in Frankrijk niet verder vanwege sneeuw op de weg en nu dit. Bij vele hutjes, of andere chauffeurs die zich in deze hitte in de steppeachtige woestijn begeven, vraagt hij telkens naar de toestand van de weg. Het is nauwelijks voor te stellen dat de mensen hier kunnen leven. Rattan vertelt ons dat de stenen rechthoekige gebouwtjes in deze maanden niet worden gebruikt. De mensen slapen nu in lemen/rieten hutjes. Op de vraag wat ze dan eten, is het antwoord: net als ons. Dus rijst, dahl, fruit, naan, chapati, kruidige curry …

Watervoorziening gaat via de waterputten, die er behoorlijk nieuw uitzien. Overal lopen kamelen rond.

Net na Noka (of zoiets) houden we weer een papaya-stop. De perfecte lunch (Anwar eet een halve bananenkam op).

 

Een stuk sneller dan verwacht rijden we Deshnok binnen. Bekend en befaamd vanwege de heilige Rattentempel (Karni Mata). Karni Mata was een wonderdoener uit de 15e eeuw. De legende vertelt dat toen er iemand van haar kaste haar nodig had om een overleden jongetje weer tot leven te wekken, zij niet de hulp kreeg van Yama om dat te kunnen doen. Karni Mata werd zo kwaad, dat hij Yama de macht over leven en dood van haar kastenleden ontzegde. De charans zouden voortaan bij hun dood het lichaam van een rat aannemen. We hebben plaatjes gezien van de tempel, ook van binnen. Maar toch is het nauwelijks voor te stellen wat we daar gaan zien. Ook in deze tempel moeten natuurlijk de schoenen uit. Het is dermate heet dat er op de marmeren vloer een lange sisalmat is neergelegd, dat is net te doen. Het is ongelofelijk; het krioelt er werkelijk van de ratten! Het zijn er honderden. De ratten worden met graan en melk gevoerd. We lopen door het graan en (ik wil het niet weten …) over de wit met zwart geblokte tegels. Soms is de stank onhoudbaar. De ratten krioelen over elkaar heen, in een mand met kokosnoten zitten er weer tientallen. Mannen en kinderen liggen tussen de ratten te slapen. Het zal duidelijk zijn … hier blijven we niet lang. Anwar baalt dat we al weg gaan, hij vindt al die ratten wel grappig.  



 

Daarna is het nog 30 km rijden naar Bikaner, in een rustig deel van de stad vlakbij het fijnbewerkte zandstenen Lalgarhpaleis. Een deel van dit paleis wordt nog bewoond door de voormalige Koninklijke familie, de rest doet dienst als luxe hotel. In ons hotel is de bank, de salontafel en het bed ook fijn bewerkt, maar dan van hout. We weten niet hoe snel we richting badkamer moeten. Voeten en schoenen in het sop!

Over voeten gesproken; de voet van Roland is toe aan laatste herstelfase. Geen pijn meer en hij slinkt langzaamaan weer een beetje.

De rest van de middag doen we het rustig aan, want de temperatuur loopt op naar boven de 45 ºC. Eindelijk is er tijd voor het bijwerken van het reisverhaal. Voor Anwar heb ik thuis een boekje over India gemaakt, met daarin ook foto’s van India. Zodra hij er eentje herkent kan hij ze aanvinken. Hij doet dit dmv het tekenen van een Yoshi-ei bij de foto. Bijna alle plaatjes zijn inmiddels voorzien van een ei. Het intekenen van de route is ook een succes. Rattan wil ons nog naar de markt brengen, maar we zeggen het af. Even gewoon niets doen, daar zijn we aan toe. We eten op het dak restaurant. Ondanks dat het 8 uur en dus donker is, is het er nog steeds erg warm. Ook de wind is warm en geeft nauwelijks afkoeling. Wat zijn we blij dat we een kamer met airco hebben!


Wo. 4 mei 2011

Vandaag bezoeken we eerst een Jain tempel, vanwaar we een mooi uitzicht hebben over de oude binnenstad van Bikaner. We zijn de enigen, en nemen de tijd om deze fraai gedecoreerde tempel met veel spiegeltjes en schilderingen rustig door te wandelen. De ‘priester’ legt de camera in het midden van de tempel ondersteboven neer, terwijl wij erop kijken; zo krijgen we een leuke foto van ons met de fraai beschilderde koepel van de tempel. Fort Junagarh gaat pas om 10 uur open, dus we wachten even bij de ingang. Het is alweer zo’n mooi Fort met veel paleizen. Zelfs Delftsblauwe tegeltjes zijn hier verwerkt en wat het zo uniek maakt is dat de inrichting nog volledig uit de tijd van de voormalige maharadja’s is. De kamers zijn nog zo origineel mogelijk gehouden. Hier krijg je echt een goed idee van hoe de Maharadja’s woonden, nog beter dan het Fort van Jodhpur. ’t Is wel zo, dat we inmiddels wat moe aan het worden zijn. We hebben in zo’n korte tijd inmiddels al zoveel gezien en zoveel indrukken opgedaan, dat we zelfs geen zin meer hebben om iets te drinken in het Lalgarhpaleis. Rattan rijdt er een stukje voor om, maar bij ons blijft het bij een vluchtige fotoshoot.

Ik wil nog wel even een school bezoeken voor ‘miniature painting’, het is ongelofelijk hoe gedetailleerd hier kleine schilderijtjes in Rajastan style met een penseel worden bewerkt. De kunst om met 1 haar te schilderen wordt voorgedaan, zo onderga ik een klein schilderlesje in het hart van Bikaner.

 

Rattan heeft ondertussen drinken voor ons gekocht. Samen met Roland wacht hij op mijn en Anwar’s terugkomst. Ja, schilderen is toch echt datgene wat mij vrolijk en blij maakt.



’s Middags houden we siësta in ons hotel Harasar Haveli. De warmte gaat ons parten spelen, de energie lijkt langzaam weg te ebben. Ook de kameelsafari laten we gaan. Om in deze hitte kilometers op een kameel door de woestijn te hobbelen is gewoon geen optie. Wel gaan we aan het eind van de dag naar een kamelenfokkerij, 10 km ten zuidoosten van Bikaner. Dit is een door de overheid geëxploiteerd complex, maar heeft voor ons een te hoog dierentuingehalte, waar tientallen kamelen aan het eind van de middag hun plekje vinden. De kamelenkarren, waar we er in dit gebied velen van zien (soms trekken kamelen stenen, of enorme vaten met water) doet mij meer, dan deze kamelenfokkerij. Wat wel een grappig gezicht is, zijn de jonge kamelen die nog wat gammel op hun dunne pootjes staan. Anwar en ik klimmen nog wel even op een op zijn knieën zittende kameel. Langzaam gaan we omhoog, de kameel loopt zijn rondje. Anwar kletst maar wat raak en vindt het rondje dat we lopen misschien iets te kort duren, maar enthousiast is ‘ie zeker. Zodra de kameel weer op z’n knieën knielt, bewaren we maar net ons evenwicht.

’s Avonds eten we weer op het dakterras. We moeten deze keer wel erg lang op ons eten wachten, om vervolgens te horen dat we iets anders moeten kiezen dan Palak paneer.   

 

Do. 5 mei 2011



De weg richting Mandawa is vergelijkbaar met die van Jodhpur naar Bikaner. Weer veel zandduinen en veel droogte. Wel zijn hier de nodige stukken land en zandduinen omgetoverd tot agrarisch gebied, waar het zand nu plaats heeft gemaakt voor een soort van kleigrond. Rattan vraagt zich af hoe lang de zandduinen nog zullen bestaan. Dus lopen we rond tien uur nog maar even een zandduin op, je weet tenslotte maar nooit hoe lang dit nog kan …

 

Mandawa



Fatehpur is onze eerste kennismaking met de streek Shekhawati, welke beroemd is om de prachtig beschilderde haveli’s (koopmanshuizen). Nergens ter wereld zijn er zoveel muurschilderingen te zien als hier. Shekhawati is het thuisland van de Marwari’s, een gemeenschap van kooplieden die de streek tot grote bloei brachten. Van het geld dat ze in de handel verdienden, lieten ze herenhuizen bouwen en kunstenaars kregen opdracht de huizen te beschilderen. Dit vind je denk ik mooi of kitsch. Voor mij is het één inspiratiebron, ik ben nauwelijks uit het huis van Nadine te slaan. Deze Franse dame heeft een haveli gekocht en gerestaureerd. Ik ben gelijk verliefd op het huis, vol met muurschilderingen en allemaal aparte zitgedeeltes. Ben ik dan toch in het verkeerde land geboren? Eenmaal weer buiten, in de hitte, de open riolen en de armoede is de werkelijkheid een hard feit. De droom is over.

           

We overnachten in hotel Heritage Mandawa. Ook dit is een gerestaureerde haveli met ontzaglijk veel muurschilderingen. Deze kleurrijkheid trekt mij echt aan, we nemen de mooiste kamer, incl. vensterzitje. Nu het buiten qua temperatuur echt niet meer uit te houden is, drinken we een biertje in het restaurant en houden we siësta. Op BBC en CNN volgen we het nieuws rondom de dood van Osama Bin Laden.

We kunnen nog niet echt bevatten dat dit onze laatste nacht in India is, we zijn nog heel wat km’s van Delhi verwijderd, waarvandaan we morgennacht terug zullen vliegen naar huis.

 

Aan het eind van de middag loopt iemand van het hotel met ons mee voor een rondje Mandawa. Net buiten de poort komt er een witte stier op me af. Hij port met zijn hoorns tegen mijn heup. Vanwaar ineens die reactie? Het is een kwestie van een seconde en begrijp even niet wat er gebeurt. De pijn valt mee, maar een blauwe plek zal het zeker op gaan leveren … We zien veel haveli’s, niet alleen van buiten; ook van binnen. De ene wat meer gerestaureerd dan de andere, maar het blijft me boeien. Misschien moet ik voor een jaartje naar India, zodat ik mee kan helpen met het opknappen van een aantal schilderingen? Dat zou wel gaaf zijn! Roland en Anwar sjokken maar wat achter me aan, ’t is duidelijk dat het hun wat minder doet.



’s Avonds trekt er met veel muziek een trouwstoet door het dorpje. De bruidegom, zittend op een paard, wordt door een dansende menigte door de straten begeleidt.

 

Vr. 6 mei 2011



Vandaag komen we niet zo snel op gang. Rattan staat al klaar en wij moeten dan nog ontbijten. We pakken onze spullen alvast in voor de terugreis naar huis. In het begin zijn de wegen best goed, maar ergens halverwege Mandawa – Delhi worden de wegen meer dan slecht. Gaten, kuilen en delen weggeslagen weg. Dat we het zonder lekke band weten te redden, is echt dankzij Rattan zijn ervaring. Voordat we Delhi inrijden, nemen we de laatste beelden in ons op: een ezeltje die op een karretje een koelkast vervoert, het suikerriet dat wordt uitgeperst, de kamelen die wachten totdat de balen stro of graan zijn gegroeid tot enorme bollen, de overvolle vrachtauto’s en tuktuks en gezinnen die langs de kant van de weg in de hitte op iets of iemand wachten. We laten ons voor een laatste keer aanstaren en dan staan we ineens in de file voor de tol. Welkom in Delhi.

 

Delhi



Het gaat ineens stormen en grote regendruppels vallen uit de dreigende grijze lucht, waar een onverwachte bliksemflits het dakterras van Rattan verlicht. Na een fotostop bij het presidentiële paleis en de India Gate heeft Rattan ons naar zijn huis gebracht, waar hij nu sinds zo’n 3 maanden woont. Een nieuw gebouwd huis met marmeren vloeren, 3 verdiepingen en een leuke keuken. Zijn vrouw heeft heerlijk Indiaas eten gemaakt met dahl, rijst, chapati en verschillende groentes. We laten wat foto’s van Nederland zien (molens, tulpen, schooltje Anwar, ons huis, etc.) en dan is direct het ijs gebroken. Zo hebben we gezellige laatste uurtjes in Delhi en bedanken Rattan voor alles wat hij voor ons heeft gedaan, zodat India een onvergetelijke indruk op ons heeft gemaakt. Dankzij hem hebben we niet alleen heel veel gezien, maar weten we nu ook veel meer van dit prachtige land. We hopen hem een keer in Nederland te kunnen verwelkomen of wie weet, misschien gaan we nog eens terug naar dit veelzijdige land.

 

Anwar zijn haartjes verwaaien symbolisch nu ergens over India …



 

Goodbye, incredible India !


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2016
stuur bericht

    Hoofdpagina