Romulus en Remus. Hun moeder had Vestaalse Maagd



Dovnload 46.95 Kb.
Datum23.07.2016
Grootte46.95 Kb.





Hoofstuk 4: Romeinse kunst, deel 1, de bouwkunst (samenvatting)

Inleiding


De Romeinse tijd duurt van 750 v.C. – ong. 476 n.C.
Volgens de legende zou Rome gesticht zijn rond 750 v.C. door de tweelingbroers Romulus en Remus. Hun moeder had Vestaalse Maagd moeten blijven, maar dat deed ze niet en werd gestraft door de goden. Haar twee zoontjes werden in een kistje in de rivier de Tiber geworpen. Ze spoelden aan bij een heuvel. Daar werden ze gevonden door een wolvin, die ze verzorgde en opvoedde. Later zag een herder hen en voedde hen op. Zij stichtten Rome.
De afbeelding van de wolf met de twee knaapjes Romulus en Remus kom je in Rome bij oudheden veelvuldig tegen!
De Romeinen hebben veel invloed op de ontwikkeling in Europa gehad. Ze hebben het grootste deel van Europa overheerst en zo hun gedachtegoed verspreid. Ze hadden een enorme veroveringsdrang en drang naar wereldheerschappij.
► Voor wat betreft de kunst vonden zij inspiratie bij de Grieken en de Etrusken. ◄

De Grieken kennen we nu, maar wie waren de Etrusken?



I. De Etrusken


De Etrusken (ook Etruriërs genoemd), waren de leermeesters van de Romeinen. Tussen 1000 en 800 v.C. kwamen zij in Italië vanuit het Oosten. (Er bestaat een theorie dat zij uit het ten onder gegane Troje kwamen, zoals beschreven in de Aeneas van Vergilius.) Zij vestigden zich in Toscane en breidden zich uit over heel Italië. De Etrusken waren een hoog ontwikkeld volk. Hun cultuur laat zich goed vergelijken met die van de Grieken. In de 3e eeuw v.C. overwonnen de Romeinen de Etrusken, waarna hun cultuur versmolt met die van de Romeinen.
Bouwkunst van de Etrusken:
[[1. Steden:

Hier weten we weinig van, omdat Romeinse steden er overheen gebouwd zijn. Steden (in het binnenland) waren gebouwd op een verhoging en hadden twee elkaar rechthoekig kruisende wegen. De vier ontstane delen waren ook weer rechthoekig onderverdeeld door aquaducten (=waterleiding bouwsels) en riolen.]]



2. Beeldhouwkunst van de Etrusken
Vanaf de 7e eeuw is de Griekse invloed duidelijk. Dit is de “Apollo van Vei” van 510 v. C. in terracotta. Hij is verwant aan Grieks archaïsche beelden, vooral de archaïsche glimlach en het gezicht, dat in de verte staart vallen op. Maar deze is niet naakt. Het komt levendiger, minder stijf over.


Links: Apollo van Veji en (rechts) kop van dezelfde



Links: Etruskische sarcofaag van een echtpaar.

Rechts van en kind. De gestorven voorouders staan het aan de hemelpoort op te wachten! (Als je goed kijkt, zie je op het onderste tafereel 2e van rechts het gestorven kind. Boven hem zie je een ronde poort: de hemelpoort.)
Een van de meesterwerken is deze terracotta sarcofaag uit Cerveteri, die, afgaande op zijn grootte, voor een buitengewoon machtige en rijke man en zijn vrouw moet zijn gemaakt. De afgebeelde man en vrouw liggen met opgericht bovenlichaam en steunend op de linkerarm op een rustbank met een hoog matras waarover een deken ligt. Ze zijn door hun houding en gebaren nauw op elkaar betrokken en lijken in een gesprek verwikkeld te zijn. De gevulde lichamen, de ronde vormen van de ledematen, de typische vorm van de scheefstaande ogen, de glimlach rond de mond en de min of meer schematisch weergegeven plooien in de gewaden doen denken aan de beeldhouwkunst uit het Griekenland van het eind van de 6de eeuw v.C.,Wat de sarcofaag verder tot een Etruskisch in plaats van een Grieks werk maakt, is het feit dat de door de gewaden bedekte onderlichamen en benen van beide figuren plat op het oppervlak liggen en dat de rugzijden slechts oppervlakkig bewerkt zijn. De terracotta sarcofaag was oorspronkelijk beschilderd en is in vier stukken gebakken: de twee helften van de kist en de twee helften van het deksel. Het gaat in feite om een monumentale versie van de urn met afneembaar deksel waarin van oudsher de as van de doden werd bewaard.

II. De Romeinen


►De Grieken hielden van het esthetische; van schoonheid. Romeinen waren meer praktische mensen. De Romeinen maakten dingen die je goed kon gebruiken. ◄

Toen ze op hun top van de macht waren (rond het begin van onze jaartelling) gingen ze wel steeds meer versieren. Ze maakten bruggen, aquaducten (=bouwwerken om drinkwater te verplaatsen), arena’s, badhuizen (thermen). De bouwkunst werd enorm ontwikkeld door de Romeinen en dan niet zozeer de tempels (die bleven zéér “Grieks”), maar vooral ook gebouwen voor burgers.



1. De Romeinen begrijpen vanuit hun godsdienst


Die leek erg op die van de Grieken. Het zijn dezelfde goden met

andere namen.







Romeinse god

Griekse god

Functie van de god

1. Amor
2. Aurora
3. Ceres
4. Diana
5. Mars
6. Neptunus
7. Pluto
8. Sol
9. Venus
10.Vulcanus

1. Eros
2. Eos
3. Demeter
4. Artemis
5. Ares
6. Poseidon
7. Hades
8. Helios
9. Aphrodite
10.Hephaistos

1. god v.d. liefde
2. godin v.d. dageraad
3. godin v.d. landbouw
4. godin v.d. jacht
5. god v.d. oorlog
6. god v.d. zee
7. god v.d. onderwereld
8. god v.d. zon
9. godin v.d. liefde
10.god v.h. vuur



De Romeinen hadden door hun praktische instelling een wat ambivalente (=tweeslachtige) verhouding tot hun goden. Hun godsdienst had iets van “baat het niet, dan schaadt het niet”. Het kon geen kwaad de goden af en toe met een offertje te vereren of tevreden te stellen. Maar of het ook hielp? Maar de tempel was bij de Romeinen minder belangrijk dan het badhuis en de Agora (=de markt) of de senaat!

De band met de geestelijke wereld was een heel stuk losser dan bij de Grieken. Het leven staat dan ook in het teken van een zo goed – en rijk – mogelijk bestaan hier op aarde.
2. Romeinen en hun uitingen in de kunst

De Grieken waren heel spiritueel. Bij hen ging het om de innerlijke beleving. De Romeinen waren heel praktisch en hun kunst stond in dienst van de verheerlijking van hun keizers en legeraanvoerders. In die zin was hun kunst oppervlakkiger en aardser. Ook hebben zij geen oorspronkelijke kunst voortgebracht, maar vooral veel van anderen overgenomen. Ze waren sowieso heel tolerant voor andere volken en gewoonten zolang het niet hun heerschappij in gevaar bracht. Zo namen ze veel over van andere volken en gebruikten het op hun eigen manier. Vervolgens gaven ze er hun eigen draai aan en ontwikkelden de technieken verder. In die zin zijn ze wel heel belangrijk geweest voor de ontwikkeling van de kunst.



2a. Romeinse bouwkunst


Materialen waren: natuursteen, baksteen en beton. Overal waar de Romeinen hebben overheerst, kun je nog bouwwerken terug vinden uit die tijd. Ook in Nederland, bijvoorbeeld de brug over de Maas in Maastricht.
Bouwkundige begrippen i.v.m. Romeinse gebouwen:
2a-1. De architraafbouw:

De architraaf is de balk die bovenop zuilen ligt en het dak draagt.

Voordeel: simpele constructie. Gewicht van de architraaf drukt verticaal op de zuilen. Nadeel: architraafbalk is zwaar. Instortingsgevaar! De architraaf is van Griekse oorspong.



Twee zuilen met architraaf
2a-2. De rondboog (of gordelboog)

Een boog, die een halve cirkel beslaat. Hiermee kon men grotere ruimten overspannen, dan bij de architraaf mogelijk was. Een stevigere constructie, omdat de stenen van de boog zichzelf vastdrukken. (Alsof meerder personen met veel kracht tegelijk door een smalle doorgang willen: dat gaat niet!)

Nadeel: de druk is niet loodrecht, maar schuin (zie pijlen!), waardoor de pilaren heel dik moeten zijn. Deze boog is een echt Romeinse uitvinding!



Romeinse rondboog
Door de rondboog konden de Romeinen gewelven maken. Nieuw is de toepassing van gewelven met zuilen gecombineerd.
Bij de Romeinen verliezen de zuilen wel hun dragende functie en worden vaak puur als versiering aan gebracht. Dat zijn dan halve zuilen of pilasters. (Zie de Romeinse tempel “Maison Carrée” verderop.)
2a-5. Zuilen:

De Romeinen gebruiken de Griekse zuilen, maar hebben een voorkeur voor de Korinthische. De eigen “Toscaanse zuil”wordt toegevoegd.



1.Dorisch: eenvoudigste. Gegroefde zuil (cannelure), onversierd

kpiteel (=bekroning van een zuil)



2. Ionisch: Twee voluten; spiraalvormige versiering.

3.Korintisch; kapitelen met acanthusbladeren. Rijk geprofileerd basisvoetstuk.

En nu nieuw voor de Romeinen:



4.Toscaans: door de Romeinen vereenvoudigde Dorische zuil, gladde zuil zonder cannelures; kapiteel met ronde profilering.

3a. Romeinse huizenbouw


Rome was gebouwd op zeven heuvels.

De gewone woonhuizen waren klein. Een insula (lett. “eilandje”) was een appartement in een soort flatgebouw. Maar meer nog een woonkazerne. Men kwam er alleen om te slapen of bij slecht weer. De Romeinen verbleven vooral in het centrum van de stad. In elke Romeinse stad vond je deze huurkazernes, zoals er te zien zijn op de foto hier onder. Deze huurkazernes werden voor het eerst gebouwd in de vroege derde eeuw voor Christus. Rome was in die tijd opgesloten binnen de Serviaanse muur en de gestadig groeiende bevolking kon alleen maar woonruimte vinden in huurhuizen met meerdere verdiepingen. Het grondplan is een eenvoudig vierkant met in het midden een grote luchtkoker tot op het gelijkvloers, zodat weer een artium ontstaat.




Romeinse Insulae, woonkazerne
In een Romeinse stad woonden rijk en arm niet op dezelfde wijze.

De rijke Romein kon zich een privéwoning veroorloven, een domus. De constructie van de Romeinse domus is eenvoudig. Vooraan bevindt zich het atrium, het feitelijke woongedeelte. De rechthoekige uitsparing in het dak heet compluvium, gesteund door vier zuilen, die rond het impluvium (regenbassin. Denk aan het Franse “pleuvoir”= regenen) staan.




Romeins huis, of te wel Domus



Links: Triclinium, eetkamer met ligbanken Rechts: tuin met nymphaeum (bad)

Het nymphaeum was de badgelegenheid. De wanden zijn vaak met fresco’s versierd.
De Romeinen uit de vroegste eeuwen van de Republiek leefden in een huis met een atrium, waar omheen enkele kamers. Heel eenvoudig dus.
Maar toen Rome rijker werd en onder de invloed van Griekenland raakte, werd achter het atrium een tweede deel bijgebouwd. Naar het Grieks model was dit een tuin, waarin vaak een vijver, met eromheen een zuilengang, een portiek. Dit deel noemen we het peristylium.

De buitenmuren van een domus waren blind naar de straat, dus geen vensters. En behalve langs de voordeur en langs de achterdeur, waren er geen rechtstreekse verbindingen met de straat. Lucht en licht kwamen de domus binnen langs het atrium en langs het peristylium. Dit had ook zijn voordelen. Al het lawaai en het stof van de straat werd buiten de muren van de domus gehouden. De kamers die aan de straat paalden, werden trouwens verhuurd als winkels.





Links: Atrium met Impluvium (regenopvang) en uitkijk op peristylium Rechts: peristylium (omzuilde tuin)


Er waren prachtige parken met waterpartijen en veel beelden

4. Tempels:

Romeinse tempels vinden we vanwege hun veroveringen ook in Frankrijk, zoals het zgn. “Maison Carrée” in Nîmes. Je ziet dat het erg lijkt op de Griekse tempel. Maar er zijn toch verschillen!




Links : « Maison Carrée » in Nîmes, Frankrijk ( ca. 20 v. C.) Rechts : ter vergelijking een reconstructiefoto van een (Dorische) Griekse tempel. Zoek de verschillen !

Verreweg de meeste Romeinse tempels zijn vergelijkbaar met het Maison Carrée in Nîmes. Maar er is in Rome één tempel die totaal afwijkt : het Panthéon. (Zie hier onder)
Romeinse en Griekse tempels vergeleken

Romeins

Grieks

Hoge voet (soort podium)

Stylobaat (meestal 3 treden)

Zuilen in- of tegen muur geplaatst. Zuil verliest dragende functie. (zie zijkant M. Carrée. Daar zie je “nep”-zuilen).

De cella kan hierdoor breder zijn



Vrijstaande zuilen. Zuil heeft dragende functie

Gebruik van veelkleurige marmers. Zuilen vaak glad, dus zonder cannelures

Eensoortig en éénkleurig materiaal

Zuilen meestal uit één stuk

Zuilen opgebouwd met trommels om centrale pen.

Daklijsten en kroonlijsten overdadig versierd, vallen daardoor soms uit de toon

Lijsten blijven harmonisch ingepast in gehele constructie


Het Pantheon: een bijzondere uitzondering in de tempelbouw

Dit is een ronde tempel, gewijd aan alle Romeinse goden. Het gaat hier om de planeten-goden: Zon, Maan, Mars, Mercurius, Jupiter, Venus, Saturnus. (Je herkent hierin de zeven dagen van de week)


De zuilen binnen het Pantheon zijn Korinthisch.

Bedenk dat de Grieken nooit meerdere godenbeelden in één tempel geplaatst zouden hebbben. Waarom niet? Omdat de Griekse goden immers veel ruzies met elkaar uit te vechten hadden…… De praktische Romeinen deden dit wel! Blijkbaar waren ze niet bang dat meerdere Romeinse goden in één tempel met elkaar op de vuist zouden gaan!


Het Pantheon

Eigenlijk was het pantheon voor de Romeinen meer een “godenmuseum”, waar men heen ging om de band met de goden te verstevigen, als die te veel dreigde te verslappen. En dan bezocht men meteen maar alle zeven planetengoden tegelijk. Wel zo praktisch!





Wat direct opvalt is de grote opening, boven in de koepel waar de regen, wind, zon en maan vrij spel hebben. De doorsnede van deze oculus (latijn voor “oog”) is negen meter. Terwijl de hoogte vanaf de grond tot de opening 43,3 meter bedraagt en laat dit nu ook precies de doorsnede zijn van deze koepelzaal. Dat betekent dus dat je in deze ruimte een volmaakt ronde ballon kunt opblazen met een doorsnede van 43,3 meter, waarbij je dan ook nog ontdekt dat de koepel zelf precies de helft van deze grote ballon inneemt. Als je buiten staat en naar de koepel kijkt zie je dat het verhaal van de perfecte bol voor de binnenkant hier niet klopt. Dit heeft te maken met de constructie van het geheel. De enorme koepel heeft daar waar hij rust op de pijlers een dikte van bijna zes meter en is bij de opening nog maar 1,4 meter dik. De koepel is van beton, maar wel gemengd met verschillende soorten breuksteen. Het materiaal waaruit deze koepel is opgebouwd wordt naar boven toe steeds lichter.

De ring van de grote opening bestaat geheel uit puimsteen. Een steensoort die meer lucht bevat dan gewicht.

Ondanks het handig gebruik van verschillende materialen om de koepel zo licht mogelijk te maken, blijft er een enorm gewicht op de pijlers drukken. De spatkrachten (zijwaartse krachten) die zo’n massa veroorzaken, drukken deze pijlers en de muren ertussen naar buiten. Dit betekent dat de acht pijlers zeer stabiel moeten zijn zodat ze de druk kunnen weerstaan. Om de spatkrachten wat in toom te houden zijn de onderste “ringen” om de koepel gebouwd. De acht pijlers met een dikte van zes meter die zich tussen  dikke muur bevinden, zijn gemaakt van beton. Men was bang dat zulke dikke massa’s beton niet gelijkmatig drogen. Als de buitenkant al uitgehard is en de binnenkant nog nat, dan is er een grote kans dat er scheuren ontstaan met alle gevolgen van dien. Om dit te voorkomen hebben de pijlers een holle ruimte, zodat ook de binnenkant snel en goed kan drogen en uitharden. Wat grote verwondering opriep, was de constructie boven de acht nissen die je in de koepelzaal ziet.
5. Het Forum Romanum en de basilica

Dit was het marktplein met alle openbare gebouwen en tempels, winkels met zuilengalerijen als bescherming tegen de zon (en soms regen). Men kwam er om naar de redevoeringen te luisteren.

►Gebouwen die dienst deden als gerechtsgebouw of handelsbeurs noemde men basilica. Het zijn grote, rechthoekige ruimten, door zuilenrijen ingedeeld. De halfcirkelvormige uitbouw heet absis.◄
Buitenkant Binnenkant



Links: Basilica van Maxentius, of Constantijn. Links vóór zie je de ronde apsis met het kolossale beeld van Constantijn. Foto rechts: interieur van hetzelfde.



links: Basilica te Trier. Rechts: een ruïne van een Romeinse basilica nu.
6. De badgelegenheid, thermen.



Thermen (=badhuis) van Caracalla, 217 n.C.
Dit spreekt voor zich zelf: in het badhuis hadden de Romeinen belangrijke politieke of zakelijke besprekingen. Je kunt wel stellen dat voor hen het badhuis belangrijker was dan de tempel!
7. Het theater

Theaters zijn halfrond of ovaal gebouwd. De halfronde lijken op die van de Grieken, maar zijn niet noodzakelijkerwijs tegen een helling gebouwd, omdat de Romeinen de gewelfbouw beheersten. De cavea is het halfronde toeschouwergedeelte. Het bestaat uit lagen arcaden met daarachter overwelfde gangen, met daarop zitplaatsen.

De toneelwand is even hoog als de hoogste rij zitplaatsen. De toneelwand had altijd drie poorten. Daarachter waren de kleedkamers e.d.


Theater van Marcellus te Rome (13 v. C.)
Het Colosseum als amfitheater

Het Colosseum is een amfitheater. In 75 n. C. begon de bouw. Het had 45.000 zitplaatsen, 5.000 staanplaatsen en 66 genummerde ingangen. Het was opgetrokken uit enorme blokken travertijn: een harde steensoort. De blokken waren oorspronkelijk verbonden door bronzen klemmen. Dus niet door cement.




Het Colosseum
Van onderen naar boven heeft het Dorische, Ionische en Korinthische zuilen. De 3e étage heeft Korinthische pilasters (een ornament dat als vierkante pilaar uit de muur steekt.) Er vonden o.a. gladiatorengevechten plaats.


Het Colosseum nu: links en rechts reconstructie foto’s.
8. Utiliteitswerken (utiliteit=nuttigheid)

8a. Het aquaduct (Let op de rondbogen!)

Het aquaduct was eigenlijk een waterleidingsysteem. Het water werd vanuit de bergen naar de steden gebracht. En omgekeerd, ging zo het rioolwater in de zee.




Aquaduct.

0-0-0-0-0





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina