Rotterdamse parkenoverleg



Dovnload 46.79 Kb.
Datum26.08.2016
Grootte46.79 Kb.


DE GROENE 10 VOOR 2010


AANBEVELINGEN
VAN HET
ROTTERDAMSE PARKENOVERLEG








MOTIVATIE

De waardering van mensen voor de kwaliteit van de stad hangt sterk af van de kwaliteit

van het stedelijk groen. Van de grote steden is Rotterdam op papier de stad met het meeste aantal vierkante meters groen per bewoner. Echter wordt dit door de bewoners niet zo ervaren. Een kwalitatieve en kwantitatieve impuls in het groen is hier op zijn plaats.
Voor u ligt een document met aanbevelingen samengesteld door vertegenwoordigers van 25 Rotterdamse parken. Daarnaast zijn aanbevelingen opgenomen die zijn aangedragen door organisaties die zich op een of andere wijze inzetten voor een prettig leefbare en groenere stad.

Dit document bevat aanbevelingen voor actuele thema’s die de komende jaren een rol gaan spelen in de gemeente Rotterdam. De inhoud van dit document ligt in de lijn van documenten die betrekking hebben op de Rotterdamse buitenruimte als het Handboek Rotterdamse Stijl, uitkomsten van de Groenonderzoeken uitgevoerd in 2008, Citylounge Bereikt en de Bomenstructuurvisie.


Het ministerie van VROM dringt erop aan om ongeveer veertig procent van de woningbouwopgave binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren. Maar in Rotterdam is nu al te weinig groen. Rood mag dus niet ten koste gaan van groen. Voor de toekomst van de stad is een goede balans tussen rood en groen essentieel. In een gezonde stad is groen geen sluitpost, maar een volwaardig onderdeel van stedelijke planning en beheer.

Economie en groen gaan prima samen. Groen verhoogt de waarde van vastgoed met circa 5%. Dit is meerwaarde voor woningbezitters, maar ook voor gemeenten, woningcorporaties en projectontwikkelaars. Groen verbetert het vestigingsklimaat voor bedrijven. Groene bedrijvenparken zorgen voor minder ziekteverzuim, meer productiviteit en minder kosten voor behandeling en zorg.

Een groene leefomgeving is een succesfactor voor een gezonde leefstijl: een stimulans voor beweging, ontmoeting en een plek om tot rust te komen. Voor de gezondheid is het belangrijk om af en toe te ontsnappen aan de dagelijkse hectiek. Parken kunnen hieraan bijdragen. Groen heeft een kalmerende werking. Onderzoek toont aan dat alleen al het kijken naar groen een kalmerend effect heeft. Een wandelingetje door een groene omgeving brengt je tot rust en ordent je gedachten.

De voordelen van groen voor gezondheid: minder ziekteverzuim, sneller herstel en lagere ziektekosten. Parken, waterpartijen, lanen, volkstuintjes en speelplekken dragen hier allemaal aan bij.


Bovenstaande wordt in het Handboek Rotterdamse Stijl met de volgende trefwoorden aangeduid: kwalitatief hoogwaardiger groen en meer zichtbaarheid, verscheidenheid en toegankelijkheid.
DE GROENE 10 VOOR 2010 is een (praktische) handleiding om deze doelen te bereiken.




PARKENOVERLEG

Het parkenoverleg is een platform voor stads, wijk, buurt en postzegelparken in Rotterdam. Het doel van het platform is communicatie tussen diverse partijen te bevorderen. Hierdoor wordt informatie uitgewisseld en kunnen krachten gebundeld worden om advies te geven.


Partijen die hier baat bij hebben zijn Vrienden van Parken, bewonersgroepen of organisaties, het Rotterdamse bestuur en het Rotterdams Milieucentrum. Door het overleg wordt het leggen van contacten versneld. Tussen deze partijen wordt kennis uitgewisseld. Ook kan met het overleg initiatieven en processen in gang worden gezet.
Momenteel worden 25 Rotterdamse parken bij het overleg vertegenwoordigd. De vertegenwoordigers zijn personen uit gebruikersgroepen, vrijwilligers, bewonersorganisaties of betrokken burgers/omwonenden. Vier maal per jaar vindt overleg plaats.
De betrokkenheid van de Rotterdammers bij de parken wordt dus vergroot. Betrokkenheid leidt tot een hogere kwaliteit van het groen in Rotterdam. Een hoge kwaliteit groen heeft vele voordelen. Een paar voorbeelden: bestrijding van hoge concentraties fijn stof en stikstofdioxide, verbetering van het stedelijk klimaat, mensen voelen zich gezonder, stimulering van beweging en ontmoeting.
www.rotterdamseparken.nl (binnenkort online)

Vertegenwoordigers van de volgende parken hebben aanbevelingen aangedragen voor dit document:


Bloementuin Spangen, Bonairepark (Hoogvliet), Dakpark, Dixhoorn Driehoek (Hoek van Holland), Hoekse Bosjes (Hoek van Holland), Kralingse Bos, Nieuwlandse Duin (Hoek van Holland), Oudelandsepark (Hoogvliet), Park (bij de Euromast), Park Kralingse Veer, Park Zestienhoven, Prinsenpark, Proefpark De Punt, Randpark Oosterflank, Rietveldpark, Roel Langerakpark, Roomse Duin (Hoek van Holland), Rozenburgpark, Ruigeplaat Bos (Hoogvliet), Schat van Schoonderloo, Schiebroeksepark, Semiramispark, Vineta Duin (Hoek van Holland), Visserijgriend (Hoogvliet), Vroesenpark, Wollenfoppenpark, Zuiderpark
De volgende organisaties werkten mee aan het opstellen van de aanbevelingen:







Speeldernis Bomenridders

AANBEVELINGEN



  1. BIODIVERSITEIT




  • Opstellen van een ecologisch beleid: Hoe kijkt Rotterdam tegen natuur aan, enkel defensief en reactief of ziet men natuur in de stad als leefkwaliteit, waar men ook rekening mee houdt

  • Aandacht voor braakliggende terreinen als tijdelijke natuur. Zie bijvoorbeeld de notitie van Bureau Stadsnatuur Rotterdam: Beheer Slooplocaties uit 2004

  • In- en uitvalswegen zijn aangewezen plekken voor een natuurlijke inrichting. Toegangswegen van de stad en doorgaande routes zijn vaak ruim vorm gegeven en verbinden de stad met het buitengebied. Mogelijkheden zijn: Groeninx van Zoelenlaan, IJsselmondse Randweg, Vaanweg, Groene kruisweg, Matelingeweg-Tjalklaan, G.K. van Hogendorpweg, Ankie Verbeek-Ohrlaan, Ommoordse Ruit, Abram van Rijckevorselweg

  • Ingrepen monitoren op hun ecologische effecten. Denk bijvoorbeeld aan groene daken, stadsontwikkeling zoals in Nesselande, maar ook het gemeentelijk groenbeheer, maaitijdstippen enz.

  • Naast groene daken inzetten op groene gevels. Een groene gevel heeft heel wat voordelen: vanaf straatniveau is de beplanting zichtbaar, akoestisch en thermisch isolerende eigenschappen en werkt door de uitwisseling met de omgeving mee aan de zuivering van de atmosfeer in de stad

  • Creëer plekken in park en stad waar de natuur zijn gang kan gaan



  1. VOGELS*




  • Meedoen met de Stadsvogelcampagne om een vogelvriendelijke inrichting van zowel openbaar groen als particuliere tuinen bij burgers en gemeente onder de aandacht te brengen

  • Inzetten op meer inheemse heesters en heggen in het openbare groen voor vogels, kleine zoogdieren en insecten

  • Inzetten op inheemse ‘insectenplanten’ voor bijvoorbeeld vlinders, hommels, solitaire bijen, sluipwespen en honingbijen. Insecten zijn voedselbron voor vogels



  1. SPELEN




  • Ruimte maken in beleid en andere randvoorwaarden voor het speelse gebruik van verschillende soorten stadsgroen (concept Creatief Beheer en Speeldernis koppelen)

  • Aanleg en (sociaal) beheer van speelnatuur op verschillende schalen aansluitend op andere beleidsdoelen in de stad (klimaat, sociale cohesie, participatie, verbetering leefklimaat/ woonomgeving...) in de buurt, de wijk, de deelgemeente en voor de hele stad

  • Kwalitatief hoog inzetten op begeleiding en beheer van deze plekken als succesfactor (Onderzoek ‘Speelnatuur in de stad, hoe maak je dat?’ door Speeldernis, GGD Rotterdam en de WUR

  • Gebruik het succes van de Speeldernis, om parken toegankelijker te maken voor kinderen uit de omgeving (concept Thuis In het Park, een variatie op Thuis Op Straat)

  • Het parkfeest een vaste plek geven in de jaaragenda van de wijk


* Zie bijlage
4. BOMEN


  • Bij aanplant of vervanging van beplanting inzetten op gevarieerde natuurlijke beplantingen, aansluitend op de omstandigheden (bodem, gebruiksdruk, wateroverlast...) Bij vervanging niet de standaard sortimenten vervangen. Deze hebben een korte levensduur. Door een beperkte sortiment keuze bestaat de kans dat bij ziekte een groot deel van deze soort of ras(variant) en dus een behoorlijk deel van de beplanting het loodje legt. Regelmatige vervanging is een kostenpost

  • Na aanplant bomen goed verzorgen. Bijvoorbeeld water geven en ander noodzakelijk onderhoud. De bomen leggen al snel na de aanplant het loodje. Zonde van de boom en de kosten.

  • Met nieuw aan te planten bomen rekening houden met de milieuvoordelen van specifieke soorten, zoals opvang van fijn stof en voedselbron voor dieren (inheemse bomen worden vaker bezocht door insecten dan uitheemse boomsoorten. Dit trekt weer andere dieren aan als vogels, vleermuizen, kleine zoogdieren enz.

  • Monumentale bomenlijst voor parken

  • Uitvoering van de herplantplicht controleren




  1. BEBORDING




  • Betere bebording/ bewegwijzering, die mensen vertrouwd maakt met alles wat er in het park te doen en te beleven is

  • Duidelijke bebording met regels in de parken naar bijvoorbeeld Berlijns model

  • De verharde verbindingslanen in het park van namen voorzien. Bij ongevallen en noodsituaties kan de hulpverlening snel ter plaatse zijn. Als elke minuut telt kan dit levens redden. Nu is het zoekwerk voor de hulpverleners

  • Alle monumentale bomen in de parken voorzien van een bordje met (Latijnse-)naam, herkomst en jaar van aanplant (informatieve waarde)




  1. BEWEGING




  • Met de toename van vrije tijd en vergrijzing wordt het gebruik van parken intensiever. Plaats voldoende voorzieningen zoals bankjes en prullenbakken en verlichting

  • Kleine horeca aanmoedigen. Kiosken en karretjes trekken mensen aan en zorgen dus voor levendigheid in een park

  • In de recreatiezones van parken ruimte maken voor skaters en boarders. Nu wordt er hard opgetreden tegen dit fenomeen terwijl dit een park of plek in de stad juist zo levendig kan maken

  • In de recreatiezones plekken inrichten met toestellen om sportoefeningen op uit te oefenen

  • Goede bereikbaarheid van de parken met het openbaar vervoer

  • Kleine parkjes/postzegelparken in dicht bevolkte wijken zijn net zo belangrijk als de grote parken. Ze worden intensief gebruikt. Het is vaak een ontmoetingsplaats van veel mensen waaronder kinderen. Voor de leefbaarheid zijn ze heel belangrijk, dus behouden, onderhouden en ontwikkel mogelijkheden voor nieuwe parkjes aangrijpen

  • Meer gebruik maken van bewonersparticipatie. Plannen voor beheer en inrichting worden beter, participatie leidt tot meer draagvlak voor gemeentelijke plannen en participatie leidt tot meer draagvlak bij de buurt en de bewoners.




  1. STADSLANDBOUW**




  • Stadslandbouw is een vorm van productief groen, die mogelijkheden biedt voor vormen van beheer en exploitatie van parken, waarin productie, opleiding en beleving hand in hand gaan, op een manier die economische, sociale en duurzame winst combineert

  • In de postzegelparken is het voor bewoners mogelijk om te participeren in inrichting, gebruik en beheer. Stukjes grond kunnen bijvoorbeeld gebruikt worden voor het telen van eetbare gewassen

  1. BIJEN***




  • Planologische ruimte voor bijenkasten. Er is behoefte aan aangewezen ruimten voor bijenparken in stad en park

  • Inzaaien van wegbermen en braakliggende gronden van industrieterreinen en toekomstige woongebieden met bloemenmengsels geschikt voorvlinders, hommels, solitaire bijen, sluipwespen en honingbijen

  • Door het beleid van verschraling, d.w.z. het maaien en afvoeren van het bermmaaisel ontstaan meer kansen voor bloemen en treedt minder vergrassing van de bermen op.

  • In alle nieuwe beplantingen van het openbaar groen aanzienlijk meer inheemse bomen aanplanten die veel nectar of stuifmeel geven (bijvoorbeeld linde en wilg)




  1. REGELGEVING




  • Duidelijke zonering in parken. Zones aanwijzen voor recreatie: barbecue, honden, (natuurlijk) spelen, rust, natuur enz.

  • Zorg voor duidelijke plattegronden en goed leesbare huisregels voor het gebruik van parken en vermeld die bij alle toegangen. (In Het Park staat een dergelijk bord uitsluitend bij de toegang aan de Kievitlaan, hoek Westzeedijk)

  • Duidelijkere handhaving van de in parken geldende regels naar New Yorks model. Dus handhavers inhuren

  • Gescheiden verkeersstromen in de parken. Dus voetgangers, fietsers etc. op de daarvoor bestemde paden zonder uitzondering. Dit om ongelukken te voorkomen en neveneffecten als ongewenste ontmoetingsplekken te voorkomen

  • Gelijke verdeling van de onderhouds- en renovatiebudgetten. Voor een aantal parken zijn grote budgetten vrijgemaakt i.v.m. de ligging. Voor andere parken is eens niet voldoende geld om regulier onderhoud uit te voeren




  1. WATER




  • Streven naar meer natuurlijke rivieroevers waar daar mogelijkheden voor zijn. (Voorbeelden: Eiland van Breinenoord, Quarantaineterrein. Mogelijkheden: oude havens in Feijenoord, rivieroevers die ontwikkeld worden als woongebied)

  • Meer drijvend groen in de stad (b.v. zoals vroeger in het water bij Dudok). Makkelijk toepasbaar, goedkoop, fraai gezicht en het is een meerwaarde voor de fauna. Vogels in het Rotterdams havengebied hebben bijvoorbeeld een drijvend vogeleiland. Daarop kunnen ze ongestoord rusten en broeden

  • Waterpartijen met natuurlijke oevers en ondiepten waar vogels kunnen drinken en zich wassen

  • Aanpak wateroverlast in het park (maak van een last een lust: waterberging met gebruiks- en speelwaarde)


** Zie bijlage

*** Zie bijlage
TER AFSLUITING

Op deze aanbevelingen geven wij graag een persoonlijke toelichting. Daarom willen we u de mogelijkheid bieden om na het zomerreces aan te schuiven bij een Parkenoverleg. Datum wordt later bekend gemaakt. Tijdens dit overleg vertellen wij waar het Parkenoverleg voor staat en geven wij tekst en uitleg bij de aan uw partij gerichte aanbevelingen.


In het najaar staat de Groene Conferentie van het Rotterdams Milieucentrum o.a. in het teken van

DE GROENE 10 VOOR 2010.


Voor een toelichting op de aanbevelingen kunt u contact opnemen met:
Voorzitter parkenoverleg

Jan de Haas

010 - 413 36 60
Organisator parkenoverleg en Beleidsmedewerker Natuur & Ruimte Rotterdams MiIieucentrum

Wouter Bauman

010 – 465 64 96 (bereikbaar vanaf 24 augustus)
Directeur Rotterdams MiIieucentrum

Emile van Rinsum

010 – 465 64 96 (bereikbaar vanaf 17 augustus)

BIJLAGEN MET TOELICHTING OP ADVIEZEN


* VOGELS

Mensen en natuur ontmoeten elkaar in onze stadsparken. De belevingswaarde van een park wordt vergroot wanneer de natuur ook haar dieren laat zien. Vogels zijn de vliegende ambassadeurs van de natuur. De vogelstand is een indicatie van natuurlijkheid van een park. In een vogelvriendelijk park is de vegetatie inheems en gevarieerd. Behalve bomen en gras, is er ook ruimte voor bloeiende planten die insecten aantrekken, en struiken waar vogels kunnen schuilen. Een vogelvriendelijk park heeft rommelhoekjes waar de natuur zijn gang kan gaan en vogels naar hartenlust kunnen scharrelen naar insecten, torretjes en rupsjes. Er is een waterpartij met natuurlijke oevers en ondiepten waar vogels kunnen drinken en zich wassen. In een vogelvriendelijk park wordt de recreatiedruk geconcentreerd, zodat er ook stille plekken overblijven waar vogels en andere dieren zich veilig voelen. In een vogelvriendelijk park voelen de mensen zich thuis.


Bijdrage van de Stadsvogelwacht Rotterdam namens de Vogelbescherming (www.vogelbescherming.nl)
** STADSLANDBOUW

Stadslandbouw is een waardevolle toevoeging aan de inrichting van parken in Rotterdam zowel in beleving als in beheer.


Beleving

Stadslandbouw verrijkt de beleving van parken. Ze maakt de natuurlijke relatie zichtbaar tussen voedsel en landschap. Ze vormt de basis voor activiteiten op het gebied van educatie, re-integratie en zorg, die voldoen in de behoefte van de (veelal allochtone) gebruikers aan natuur met een gebruiksfunctie.* Stadslandbouw, van eetbare natuur tot gemeenschappelijk nutstuinen, bevordert de diversiteit van de groene ruimte. Daarnaast bevordert uitwisseling van teelt- en eetculturen de sociale cohesie en voldoet in de behoefte van gebruikers aan natuur met een gebruiksfunctie.*


Beheer

Stadslandbouw is een vorm van productief groen, die mogelijkheden biedt voor vormen van beheer en exploitatie van parken, waarin productie, opleiding en beleving hand in hand gaan, op een manier die economische, sociale en duurzame winst combineert.


*) Het Groenonderzoek Rotterdam 2008 laat zien dat met name allochtonen gebruik maken van stadsparken en Alterra onderzoek laat zien dat allochtonen juist graag een gebruiksfunctie aan natuur toekennen. Stadslandbouw in parken vult deze behoefte voor deze doelgroep goed in.
Deze tekst is een bijdrage van Eetbaar Rotterdam (www.het-portaal.net/eetbaarrotterdam/)
*** BIJEN

De honingbij is historisch gezien het oudste landbouwhuisdier in ons land. Het insect leeft in volken met een sterke sociale structuur en is het merendeel van het jaar actief. Daardoor is de honingbij als bestuiver een zeer belangrijke schakel in de teelt van gewassen.

Het aantal bijenvolken in Nederland neemt de laatste jaren sterk af. Enerzijds als gevolg van een teruglopende belangstelling voor de bijenhouderij, anderzijds door massale sterfte van volken in de winter. Naar de bijensterfte wordt veel onderzoek gedaan. Een oorzaak is nog niet gevonden.
Nederlandse Bijenhouders Vereniging heeft in 2009 het Deltaplan ‘Duurzame en vitale bijenhouderij in Nederland’ gepresenteerd. Vanwege het hobbymatige karakter van de bijenteelt ontbreekt het imkers aan mogelijkheden om Rotterdam op eigen houtje bijenvriendelijk te maken.

Een aantal punten die in het Deltaplan genoemd worden zijn ook inpasbaar in de buitenruimte van Rotterdam. Voor de volgende punten is verbetering nodig en wordt steun gevraagd:


Verbetering bijenweide

Bijen en bloemen vormen een onverbrekelijke eenheid: als er geen bloemen zijn, dan zijn er

ook geen bijen of als er geen bijen zijn, dan zijn er ook geen bloemen. Elk bijenvolk heeft per

jaar 35 kilo stuifmeel en 50 kilo honing nodig om zich in stand te houden. Jaarrond moet er

voldoende voedsel beschikbaar zijn. Om dit te bereiken is daarvoor extra aandacht nodig.
Planologische ruimte voor bijenstanden

Er is dringend behoefte aan aangewezen ruimten voor bijenparken in stad, park,

buitengebied en natuurgebieden. Bijenstanden moeten een vanzelfsprekend gegeven

worden. Het streven is een landelijk dekkend netwerk van standen op een onderlinge afstand



van maximaal vijf tot zes kilometer.
Deze tekst is een bijdrage van het Ambrosiusgilde Rotterdam (www.ambrosiusgilde.nl)



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina