Rozenkrans: geen sieraad, maar gebedssnoer en middel tot geloofsoverdracht



Dovnload 308.92 Kb.
Pagina1/12
Datum18.08.2016
Grootte308.92 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   12
Rozenkrans:

geen sieraad, maar gebedssnoer

en middel tot geloofsoverdracht

=============
De rozenkrans is een gebedssnoer; geen sieraad, geen amulet, geen geluksketting. Gebruik hem dus ook uitsluitend daarvoor.

Ga er niet mee sporten of douchen. Of nog erger: het is een persoonlijk iets, ruil hem dus nooit tegen iets anders. De rozenkrans is vanouds een hulpmiddel om tot meditatief gebed te komen met behulp van twee gebedjes: het “Wees gegroet Maria” en het “Onze Vader… De pastor loopt niet met rozenkransen te venten. Wie serieus geïnteresseerd is, kan een rozenkrans krijgen. De pastor overhandigt na de kerkdienst de rozenkrans met een persoonlijke wens voor iedereen en een wijdingsgebed over dit gebedssnoer. Moge Maria, moeder van alle gedetineerden, jou nabij zijn”1.

door Walther Burgering
Deze woorden van justitiepastor Ben Janssen geven aan dat wij als justitiepastores de rozenkrans een beetje hebben laten versloffen. Het wordt in de gevangenis zowat voor alles gebruikt. De vraag is of er ook echt mee wordt gebeden: iets waarvoor het wel bedoeld is. Een hulpmiddel, een gebedssnoer. Onderstaand treft U wat achtergrondinformatie aan over het ontstaan en het gebruik van de rozenkrans2.
In alle grote godsdiensten spelen gebedssnoeren een rol bij de devotie. Hindoes laten malakralen door de vingers glijden, terwijl zij mantra’s reciteren. Bij het overwegen van de namen van Allah gebruiken moslims de tasbih, die uit 33, 66 of 99 kralen is opgebouwd. Joden binden Gods geboden, geschreven op rolletjes perkament en bewaard in doosjes, aan riemen vast (tefillin), die om arm en hoofd worden gebonden. Katholieken kennen de rozenkrans.

Het rozenkransgebéd komt voort uit verschillende spirituele tradities van monniken en is het resultaat van een eeuwenlange ontwikkeling. Het vroege oosterse monnikendom streefde door onophoudelijk gebed naar vereniging met God. Bij de meditaties van de monniken stond steeds een bepaald psalmvers of een vers uit het Nieuwe Testament centraal, of een gebed dat de monnik zelf had geformuleerd. Dit korte gebed werd voortdurend al fluisterend herhaald en overwogen. Hiermee wilde de monnik de inhoud ervan met hart en ziel in zich opnemen. Het aanroepen van Christus speelde een belangrijke rol bij deze spiritualiteit. Een vaak gebruikt gebed was: “Heer Jezus, ontferm U over mij”. Een zwaard koord met knopen diende als hulpmiddel bij het opzeggen van deze kortere gebeden.



Patersnosters

In het westen hadden de kloosterorden omstreeks 800 de gewoonte om op gezette tijden een mis op te dragen voor elke overleden monnik, en tevens 50 psalmen te zeggen. Na verloop van tijd werd er een groter onderscheid gemaakt tussen koormonniken en lekenbroeders. Deze laatsten waren dikwijls analfabeet en hadden behoefte aan een meer eenvoudig gebed in plaats van de psalmen. In de benedictijnenabdij van Cluny was het daarom gewoonte dat bij het overlijden van een medebroeder elke priester een mis opdroeg, en elke niet-priester 50 keer het Onze Vader bad. In 11e eeuw gebruikte men hierbij al gebedssnoeren, gemaakt van kiezelsteentjes, kostbare stenen, bessen of uitbeen gesneden schijfjes om het aantal gebeden Onze Vaders accuraat te kunnen bijhouden. Deze snoeren werden paternosters genoemd.
De vroege kerk vereerde Maria al met de titel ‘Moeder van God’ en haar hulp werd ingeroepen bij allerlei gevaren en verlangens. De vroegste getuigenis van het Ave Maria stamt uit 667. Het gebed eindigde met de strofe: “Gezegend is de vrucht van uw schoot”, en was vanaf het begin een herhalingsgebed. De grondslag ervan is te vinden in Lucas 1,28 en 42: de groet van de engel Gabriël aan Maria en de zegenspreuk van Elisabeth. In de volgende eeuwen groeide in kloosters de praktijk om dagelijks honderd keer of meer Ave Maria’s te bidden en na elk gebed te knielen. Ook ontstond de gewoonte om na elke Onze Vader ook een Wees Gegroet te bidden. Tegen het einde van de 15e eeuw was het Onze Vader als herhalingsgebed geheel vervangen door het Wees Gegroet, waaraan de naam Jezus of Jezus Christus gevoegd werd, gevolgd door ‘amen’. Hierbij maakte men eveneens gebruik van het gebedssnoer, de rozenkrans.
De roos en de geheimen

De roos was in de middeleeuwen het meest geliefde symbool voor de Heilige Maagd en werd in verband gebracht met het Ave Maria. Het woord ‘rozenkrans’ is echter afgeleid van een sieraad dat in de middeleeuwen erg geliefd was. Zowel vrouwen als mannen droegen bij feestelijke gelegenheden graag een hoofdband van juwelen, edelmetaal of bloemen. Het lag dus voor de hand dat gelovigen Mariabeelden met een krans van rozen tooiden. Als alternatief konden zij door het bidden van 50 Ave Maria’s de moeder Gods eveneens van zo’n bloemenkrans voorzien.

In de 15e eeuw verbonden twee kartuizer monniken aan elk van de Ave Maria’s een zin uit het leven van Jezus en Maria. Zo overdachten zij bij het bidden van de rozenkrans het hele leven van de Heer en zijn moeder: de mysteries of geheimen. Daarnaast ontwikkelde zich het Mariapsalter, een gebed met 150 Ave Maria’s en even zoveel overwegingen. Met deze ontwikkeling was de rozenkrans als gebedsvorm vrijwel compleet. Er werd nog een vereenvoudiging aangebracht om het gebed ook geschikt te maken voor grote groepen mensen. De orde der Dominicanen is nauw verbonden met de promotie van het rozenkransgebed. Volgens een van hun overleveringen heeft St. Dominicus de rozenkrans in Frankrijk geïntroduceerd als reactie ketterij. Maria zou hierom hebben gevraagd. Maar in de tijd van Dominicus was het bidden van de rozenkrans al ingeburgerd. Het was Alanus de Rupe, een befaamd 15e eeuws prediker die een grote impuls gaf aan het rozenkransgebed; hij organiseerde o.a. de Broederschappen van de Rozenkrans.
Nieuwe geheimen

Paus Johannes Pauls II riep 2003 uit tot het jaar van de rozenkrans, als een ‘gebed voor vrede en voor de familie’. Hij voegde aan de 15 bestaande Geheimen van de rozenkrans de 5 ‘Geheimen van het Licht’ toe. Hij gaf aan bij het rozenkrans bidden de Geheimen verder over de week te verdelen3.

In zijn apostolische brief RosariumVirginis Mariae zegt de Paus, dat de rozenkrans, als deze met devotie en niet mechanisch wordt gebeden, een ware meditatie is over de geheimen van het leven van Christus. “Door aanroepingen van het Wees Gegroet te herhalen, kunnen wij diepgaand reflecteren op de essentiële gebeurtenissen van de missie van Gods Zoon op aarde, die aan ons zijn doorgegeven door het evangelie en de traditie”.

Zijn toevoeging van de Geheimen van het Licht is gebaseerd op het feit dat “Jezus zich tijdens Zijn openbare leven gemanifesteerd heeft als het Geheim van het Licht. Zolang Ik in de wereld ben, ben Ik het licht der wereld (Joh. 9,5)”. Het gaat om 5 momenten uit het openabare leven van de Heer. Zijn doop in de Jordaan, de aanvang van zijn openbare leven, de verkondiging van het Koninkrijk, de verheerlijking op de berg en de instelling van de eucharistie.
Hoe bid je de rozenkrans?

Voor het bidden van de rozenkrans wordt dus een gebedssnoer gebruikt met 5 grote en 50 kleine kralen. De rozenkrans bestaat uit een aantal gebeden, waarvan het Credo de eerste is, waarna het Onze Vader en 3 maal het Wees Gegroet. Het Gloria besluit deze inleidende gebeden.

Het bidden zelf bestaat uit 5 maal 10 Wees Gegroet, steeds onderbroken door het Onze Vader. Vóór iedere reeks van 10 maal Wees Gegroet overweegt de gelovige één van de Blijde, Droevige, Glorievolle Geheimen of één van de Geheimen van het Licht. Het rozenkransgebed kan worden afgesloten met het Salve Regina.
Maria

Mei en oktober zijn voor de katholieke kerk traditioneel Mariamaanden. In sommige katholieke parochies wordt dan bij uitstek sámen het rozenkransgebed gebeden op gezette tijden in de week.

De rozenkrans is ook gekoppeld aan de Maria-devotie. In de kerkelijke overleveringen zie je steeds weer verhalen opduiken over Maria. Ook in relatie tot het rozenkransgebed. Zij vraagt gelovigen en spoort hen aan om de rozenkrans te bidden. Vooral in de overleveringen vanuit Lourdes en Fatima kwam Maria dáár steeds op terug. Maria beloofde een overvloed van genaden voor degenen die de rozenkrans bidden. Zij zullen hun geloof niet verliezen, de ouders krijgen zegen over de opvoeding van hun kinderen en de kinderen zullen geborgen zijn in de liefde van de ouders. Er zal vrede zijn in de wereld en velen zullen gered worden.

Het Geloofsboek zegt hierover: “Maria wordt geëerd en aan haar hand gaan wij tot Jezus. Zij staat niet boven de kerkgemeenschap. Zij staat er middenin, zoals ooit in het cenakel tussen de leerlingen, wachtend op de Geest van Pinksteren. Zij staat temidden van de (katholieke) kerk als eerste verloste. Daarom ziet de (katholieke) kerk in Maria ook haar eigen mysterie uitgebeeld. De Zoon werd als mens geboren uit de vrucht van haar ontvankelijkheid door de bevruchting van de Heilige Geest”4.


Het hart wordt geopend…

Voor gedetineerden kan de rozenkrans een hulpmiddel zijn om te mediteren en te bidden. Even een kwartiertje stilstaan bij zichzelf, de omstandigheden, bij God.

Of zoals in een foldertje over het rozenhoedje staat afgedrukt: “De rozenkrans biddend en de mysteries overwegend komt men onder de indruk van Gods majesteit; het hart wordt geopend voor het licht van de Heilige Geest. We worden bewust van Gods liefde voor de mensen en dankbaar voor Zijn verlossing. We gaan onze eigen fouten en tekortkomingen duidelijker zien en worden mild voor elkaar”.

Johannes XXIII spoorde gelovigen aan tot het rozenkransgebed: Dan gaat men zichzelf en alle gebeurtenissen zien in het licht van de Heilige Geest; men gaat de betrekkelijkheid van al het aardse inzien en men verheft zijn geest tot God. Men gaat steeds duidelijker ontdekken hoe men ook persoonlijk actueel betrokken is in het gehele heilsplan van God met alle mensen


Als katholieke justitiepastores kunnen we het overhandigen van de rozenkrans aanpakken om katechese te geven: over de verschillende aangeraakte aspecten van het geloof, de bijbel en de traditie van de kerk.

Paus Johannes Paulus II gaf ons nieuwe geheimen. Pastor Ben Janssen doet aan zijn gedetineerden de suggestie om bij de zogenoemde ‘tientjes’ bijvoorbeeld te mediteren rondom de 5 groepen: familie, vrienden, kennissen, collega’s en mensen die pijn aan jou hebben beleefd. “Bij elk kraaltje zou je de naam kunnen noemen van een persoon die in die categorie thuishoort. Denkend aan ieder van hen zou je ieder mens kunnen aanbevelen bij God… Naar eigen wens kun je ook andere indelingen maken voor de 5 tientjes.… Spreek de zorgen om onze wereld uit voor Maria, de moeder van God, bid voor actuele noden”5.




Blijde Geheimen

De engel Gabriël brengt de blijde boodschap aan Maria

Maria bezoekt Elisabeth

Jezus wordt geboren in Bethlehem

Jezus wordt in de tempel op gedragen aan God

Jezus wordt in de tempel gevonden


Droevige Geheimen

Jezus bidt in doodsangst in Getsemane

Jezus wordt gegeseld

Jezus wordt met doornen gekroond

Jezus draagt het kruis

Jezus sterft de kruisdood


Glorievolle geheimen

Jezus verrijst uit de doden

Jezus stijgt op ten hemel

De Heilige Geest daalt neer over de apostelen

Maria wordt opgenomen ten hemel

Maria wordt in de hemel gekroond


Geheimen van het Licht

De doop van Jezus in de Jordaan

De aanvang van Zijn openbare leven op de bruiloft van Kana

Zijn verkondiging van het Koninkrijk Gods en zijn oproep tot bekering

Zijn gedaanteverandering op de hoge berg

De instelling door Jezus van de Eucharistie



Moord:

Een verzoeningsritueel op maat
=============

In het op-weg-zijn met een gedetineerde om wat helderheid te scheppen in de chaos van schuld en schaamte groeit gaandeweg een goed, vertrouwd contact.
Hij heeft (ongewild) een moord gepleegd en vindt dat zelf zo
verschrikkelijk, dat hij het liefst levenslang wil, om daarvoor te boeten.
Een gelovige man, die zich geen raad weet, tegenover zijn familie, zichzelf
en God. In onze gesprekken komt zijn hele levensverhaal (ook met behulp van zijn dagboek) aan de orde met o.a. minderwaardigheid, op zijn tenen lopen, keihard werken in een eigen zaak, geen nee-kunnen-zeggen, schulden maken, gechanteerd worden, en dan komt ‘de ongewilde moord’........

door Annie Zomer

Ongeveer driekwart jaar na ons eerste gesprek (hij is in Hoger Beroep)


vraag ik hem een brief aan God te schrijven, omdat hij naar mijn gevoel te sterk in de schuldbeleving blijft hangen. (Hij heeft ondertussen ook al contact gezocht met de familie van het slachtoffer om spijt te betuigen en het uit te leggen, maar dat heeft de familie afgewezen). Hij heeft het talent om gedichten te maken en te tekenen.
Het blijkt voor hem een heel moeilijke opdracht omdat hij het te mooi wil
zeggen.
Vele pogingen gaan de prullenbak in; tenslotte lukt het hem er vrede mee te
hebben, wat hij geschreven heeft en ik vraag hem deze bij mij voor te lezen (uiteraard omdat hij hem met mij wil bespreken). In die ontmoeting met
kaarslicht en gebed breekt er iets van het verzet in hem, waardoor er weer
wat ruimte komt om toe te laten en te ontvangen. Het is een intens en ontroerend gebeuren.

Ik stel hem voor om enkele weken later een kleine gebedsdienst te houden


om iets van vergeving en heling gestalte te geven en te vieren. Hij zal
zorgen voor een paar dierbare voorwerpen, een tekst uit de bijbel en een opgeschreven gebed. Het wordt een foto van zijn beide dochters (die hij dreigt te verliezen, weggehouden door zijn ex) en een kleine mooie bijbel, van zijn oma gekregen.
We maken samen de altaartafel klaar met symbolen, kaarsen, de bijbel, een
ingepakt cadeautje en zijn meegebrachte voorwerpen. We bespreken de orde van dienst en zijn afwisselend aan de beurt.
Ik gebruik een CD met filmmuziek. Terwijl ik hem vraag zijn open handen te laten zien, vertel ik hem wat hij in zijn leven ook met zijn handen heeft
gedaan, zoals keihard werken en strelen. Ik lees een naar hem
toegeschreven psalm 139 voor en we bidden samen.
De muziek verbindt onze teksten. Aan het eind geef ik hem het cadeautje.
Het is een klein beeldje met twee open handen (gevonden in een religieuze
winkel). Ik vraag hem te proberen in de komende tijd zijn eigen open handen te tekenen, om zo met Kerstmis, dat een maand later gevierd wordt het Kerstkind te kunnen ontvangen. (Ook dit blijkt een verschrikkelijk moeilijke opdracht, maar met het tekenen groeit hij ook in zijn genezingsproces).

Na de Kerstavonddienst breng ik hem nog een klein cadeautje op cel. Het is


het baby’tje, dat nog in de open handen van het beeldje hoort.

Kort na Nieuwjaar wordt hij overgeplaatst. De tekening met zijn open handen is dan nog niet klaar, maar die ontvang ik alsnog later. Een ontzettend dierbare herinnering aan een intensieve en ontroerende pastorale


ontmoeting met een medemens.
Islam:

Overgangs

Rituelen

=============
Een onderwerp als ‘rituelen’ geeft natuurlijk een onuitputtelijk aantal mogelijkheden aan ervaringen, beschrijvingen en invalshoeken. Deze bijdrage richt zich op de belangrijkste islamitische overgangsrituelen en veranderingen en verschuivingen, die daarbij zijn waar te nemen in de context van de Nederlandse situatie.

Achtereenvolgens komen de rituelen rond geboorte, huwelijk en overlijden aan bod.

door Cafer Anaz
Overgangsrituelen

in de Islamitische cultuur
1. Geboorte

Wanneer zichtbaar is dat een vrouw zwanger is, wensen andere vrouwen de zwangere vaak een zoon of anders “wat Allah wil”, dat is dus een dochter. Deze wens is cultuurbepaald en niet islamitisch, want in de Koran wordt hierover gezegd: “En zij schrijven dochters aan Allah toe –Heilig is Hij – en zichzelf aan wat zij wensen (zonen). En wanneer aan één hunner (de geboorte) van een meisje wordt gemeld, verduistert zijn gezicht en hij is vol toorn Hij verbergt zich voor het volk vanwege het slechte nieuws dat hem is aangekondigd; zal hij haar in weerwil van schande behouden of haar in het stof begraven? Voorwaar, slecht is wat zij besluiten.” (Koran 16:57-59) en “Aan Allah behoort het koninkrijk der hemelen en der aarde. Hij schept wat Hij wil. Hij schenkt vrouwelijke en mannelijke kinderen aan wie Hij wil. Of Hij mengt ze, mannelijk en vrouwelijk en Hij maakt onvruchtbaar wie Hij wil. Voorwaar, Hij is Alwetend, Almachtig.” (Koran 42:49-50)

Het eerste wat een moslimbaby zal horen als die op de wereld is gekomen, is de shahada, de oproep tot het gebed die heel zacht in het rechteroortje wordt opgelezen en dan nog een keer kort herhaald in het linkeroortje. De shahada is de geloofsbelijdenis. Moslims zeggen ermee wat zij geloven. De vader of een mannelijke persoon uit de familie, fluistert de shahada in het oor van het kind: ‘Er is geen andere god dan God. Mohammed is zijn boodschapper.'

De profeet bad om zegeningen voor een pasgeboren baby en gaf een naam.6 Moslims geloven dat er zegen rust op het kind met de naam van een profeet of een heilige uit de islam Daarom geven de meeste ouders de naam van een belangrijk persoon (profeet, metgezel van Mohammed, geleerde of denker) in de islam.

De geboorte van het kind wordt gevierd met het scheren van het eerste hoofdhaar en het offeren van een klein dier. Voor een jongetje wordt een ram geofferd en voor een meisje een geitje. Dit gebeurt naar het voorbeeld van de profeet Abraham die bereid was zijn zoon te offeren, maar dat uiteindelijk niet hoefde te doen en in plaats daarvan een ram offerde. Het vlees deelt men uit aan arme moslims, familie en gasten. Dit offer is geen plicht en zeker niet als de ouders het niet kunnen betalen. Het afgeschoren hoofdhaar van het kind wordt gewogen en het aantal grammen wordt in goud of zilver als liefdadigheid uitgedeeld aan de armen.7 Hier moet wel opgemerkt worden dat een aantal van deze rituelen niet bij alle moslims gebeurt. Bijvoorbeeld, bij Turkse moslims vindt het ritueel van een dier te offeren of van het scheren van hoofdhaar minder plaats dan bij Marokkaanse moslims, althans naar mijn waarneming.
Sommige rituelen veranderen en andere rituelen verdwijnen, als gevolg van de diasporasituatie. ‘Het slachten van een schaap bij de geboorte van een Marokkaans kind mag van de Nederlandse wet niet thuis gedaan worden, zoals gebruikelijk is in Marokko. Maar het gebeurt nog wel, in het Nederlandse slachthuis’, aldus Dessing. 8 Een andere voorbeeld is de besnijdenis ceremonie in Turkije versus Nederland. “In Turkije is de besnijdenis van een jongen, meestal rond de zeven jaar oud, een hele gebeurtenis. Het kindje wordt drie dagen van tevoren al in mooie kleren gehesen, het hele dorp herkent dat en feliciteert hem bij voorbaat. Tijdens de besnijdenis zijn veel mensen aanwezig, daarna wordt gezamenlijk feest gevierd. In Nederland gaat het anders. Er zijn weinig ‘eigen’ islamitische besnijders. Het ritueel vindt plaats in het ziekenhuis. Het is een poliklinische ingreep, de jongen wordt verdoofd, de ouders mogen er niet bij zijn’. Volgens Dessing is het gemedicaliseerd.”9
2. Huwelijk

In de Koran en ook in de spreektaal wordt voor het huwelijk het woord nikah, vereniging, overeenkomst of contract gebruikt. Volgens Van Bommel heeft elke cultuur zijn eigen verlovingsgebruiken, maar vanuit de islam wordt hieraan geen speciale waarde toegekend. Deze gebruiken zijn voor-islamitisch of van omringende culturen overgenomen. De Turkse nisjan-gebruiken doen bijvoorbeeld sterk Europees aan.10

De huwelijksvoltrekking bestaat uit een bijeenkomst met twee getuigen, waarin het voorstel, de idjaab, en de wederzijdse aanvaarding van man en vrouw, de qaboel, centraal staan. Naar het voorbeeld van de profeet wordt er een korte verhandeling gehouden over de betekenis die het huwelijk in de islam heeft. Vanuit de islam is niet meer vereist dan wederzijdse instemming, een bruidsgift en twee getuigen. De ceremonie zelf is in principe heel sober. Alles wat er omheen plaatsvindt is cultureel bepaald11, en gebeurt zoals dat gebruikelijk is bij huwelijksvoltrekking in het land van herkomst.

Islamitische landen verschillen met betrekking tot het burgerlijk huwelijk. De Turkse wetgeving maakt, evenals in Europa gebruikelijk is, onderscheid tussen een burgerlijke en een religieuze huwelijkszegening. In Turkije vindt vooraf alleen het burgerlijk huwelijk plaats, terwijl in Marokko een islamitische familiewetgeving van toepassing is. Daar geldt dat het islamitisch huwelijk tevens een burgerlijk huwelijk is. 12 Ter illustratie een kort fragment uit een lezing van Dessing over de Turkse en de Marokkaanse huwelijkswetgeving en huwelijkspraktijk: “In Turkije mag de religieuze huwelijkssluiting plaatsvinden wanneer de burgerlijke huwelijkssluiting heeft plaatsgevonden. Bij het burgerlijk huwelijk moeten bruid en bruidegom in eigen persoon en tegelijkertijd aanwezig zijn. Een huwelijksvoogd wordt dus niet geaccepteerd. De huwelijksbeambte schrijft het huwelijk in het huwelijksregister en stuurt een schriftelijke verklaring naar het bevolkingsregister. Verder ontvangt het bruidspaar een huwelijksdocument en mogen zij alleen een religieuze huwelijkssluiting (imam nikahi) laten voltrekken, als zij dit document kunnen overleggen.”13 Naar mijn waarneming gebeurt dit in de praktijk desondanks nog wel eens andersom.

“Bij een consulaathuwelijk in Nederland is de bruid meestal niet in het wit gekleed. Het aantal mensen dat het burgerlijk huwelijk bijwoont is beperkt, zeker in vergelijking met Turkije. Volgens de traditie, deelt de familie na de plechtigheid zoetigheden uit.

De islamitische huwelijkssluiting is niet te vergelijken met een kerkelijk huwelijk. Enerzijds vindt deze huwelijkssluiting plaats in de aanwezigheid van enkele mensen en neemt niet meer dan vijf of tien minuten tijd in beslag. Anderzijds vindt zij nooit plaats in de gebedsruimte van een moskee, maar bij de bruid of bij de bruidegom thuis, in een zaaltje bij de moskee of in een ruimte bij de feestzaal. Naast de uitwisseling van aanbod en aanvaarding en het vaststellen van de bruidsgave, wordt soms uit de Koran gereciteerd of wordt een kort gebed, in de vorm van een zegenwens, opgezegd. Zowel bruid als bruidegom wordt drie keer gevraagd met het huwelijk in te stemmen.14

Volgens Dessing blijkt de nationaliteit van de betrokkenen bepalend te zijn voor de voortdurende verandering van de huwelijkspraktijk. Volgens hem kiest een meerderheid van de Turken en de Marokkanen op basis van hun nationaliteit voor een huwelijk op het consulaat of in het land van herkomst. Er is sprake van voortdurende veranderingen niet alleen in Nederland maar ook in de grote steden van de landen van herkomst. In Turkije bijvoorbeeld is de leeftijd voor een eerste huwelijk toegenomen. Men trouwt dus op latere leeftijd. Een zelfde ontwikkeling lijkt plaats te vinden in de Turkse gemeenschap in Nederland. Ook is in de steden in landen van herkomst door de toenemende individualisering de omgeving minder betrokken bij de voorbereiding van het huwelijksfeest dan in de dorpen het geval is.15
3. Overlijden

De Koran geeft aan dat sterven een onvermijdelijke gebeurtenis is en dat mensen zich op het onvermijdelijke moeten voorbereiden. Sterven betekent een overgaan van de ene toestand naar een andere. In de Koran worden moslims aan het moment herinnerd dat iedereen de resultaten van zijn leven zal overzien en zal smeken om een herkansing. Het denken aan de dood weerhoudt de mens ervan zich al te veel van de illusies over deze wereld te maken. Het idee slechts een sterveling te zijn, maakt hem nederig en schenkt troost, het doet zijn hart ontwaken en maakt het lijden tijdens zijn stervensuur lichter.

De stervende kan in zijn doodsstrijd het best ondersteund worden door met zachte stem, af en toe, de woorden van de geloofsbelijdenis, waarmee de eenheid van God tot uitdrukking komt, voor hem te reciteren: Ik getuig dat er geen god is dan Allah en ik getuig dat Mohammed Zijn dienaar en boodschapper is. Bij de stervende zal niet aangedrongen worden deze woorden te herhalen: hij is in zijn doodsstrijd verwikkeld en kan daardoor misschien opstandig reageren of die woorden zelfs ontkennen.

Als een stervende de laatste adem heeft uitgeblazen, worden diens ogen door degene die hem of haar het meest na stond gesloten en worden de volgende verzen uit de koran gezegd: “Verheven is uw Heer, de Heer van Roem en Macht, boven hetgeen zij zeggen. En vrede zij met de boodschappers. En Alle lof zij Allah, de Heer der werelden.” (37:182-184) Als duidelijk is geworden dat de dood echt is ingetreden, wordt het hoofd van de overleden met een langwerpige doek niet al te strak ombonden, en wel zo dat de kin ondersteund wordt en de mond niet meer openvalt. Dit uit esthetische overwegingen. Mensen mogen wel uiting geven aan hun gevoelens van ontroering en rouw, maar dan zoveel mogelijk zonder aanstoot te geven. Het is in de islam verboden om luid te jammeren, het gezicht open te krabben of erop te slaan, haren uit het hoofd te trekken of kleding open te scheuren. Verder is het gebruik om alleen maar goede dingen over de overledene te zeggen en te bidden voor zijn of haar welzijn in het hiernamaals.

Het is de taak van de gezins- of familieleden om het overlijden bekend te maken aan de rest van de familie en de gemeenschap in het algemeen. Bij een sterfgeval is het de plicht van de moslimgemeenschap om er voor te zorgen dat het lichaam wordt gewassen of symbolisch gereinigd, dat het in schone lijkwade gewikkeld wordt, het gebed voor de overledene wordt verricht en dat de overledene op de juiste wijze in het graf komt te liggen. Het is verder de plicht voor moslims bij een sterfgeval van iemand die geïsoleerd tussen niet-moslims woont en geen nabestaanden of familie heeft, zich over het dode lichaam te ontfermen en het volgens de in de islam geldende beginselen te begraven. ‘Het is niet toegestaan om de geslachtsdelen van zowel mannelijke als vrouwelijke overledenen onbedekt te laten zijn. Mannen worden door mannen en vrouwen worden door vrouwen gewassen. Het lichaam wordt bij voorkeur driemaal gewassen met water waaraan lotusblad, zeep of andere welriekende, niet-alcoholische parfum is toegevoegd. Het is gebruik bij de derde wassing het water met kamfer te vermengen. Indien het lichaam dan schoon is, stopt men na de derde wassing. Als het lichaam nog niet voldoende gereinigd is, wast men het zoveel als nodig, maar zorgt er voor dat het volledig aantal wassingen oneven is.

Het is een algemeen beginsel om de onderdelen van rituele handelingen oneven te maken, vanwege de uitspraak van de profeet Mohammed: Allah is oneven(één) en Hij houdt van oneven.’ 16

De wikkeldoeken worden op elkaar gelegd in de volgorde waarop ze om de overledene worden gewikkeld. Het is gebruikelijk en ook aanbevolen de doeken te parfumeren en in het vertrek wierook te branden.

Moslims dragen zelf de baar. Moslims die een begrafenisstoet te voet zien passeren, spannen zich in om één van de dragers te worden of staan met respect een ogenblik stil om de stoet te laten passeren. In Nederland verwateren al deze gebruiken en wordt de overledene meestal in een auto naar de begraafplaats gereden. Het graf wordt al vanaf het begin klaar gemaakt door een aantal familieleden. Men draagt er zorg voor dat het lichaam op de rechterzij, met het gezicht richting Mekka blijft liggen en vult het graf dusdanig met aarde dat de overledene in die houding wordt gesteund. In Nederland is al op een redelijk aantal begraafplaatsen een deel dat voor moslims is bestemd.

Dessing merkt op dat in Nederland organisaties zijn ontstaan die islamitische begrafenissen regelen. De organisaties hebben allemaal hun eigen oplossing voor de rituelen bedacht. Turken hebben twee uitvaartmaatschappijen. Marokkanen hebben een soort verzekering die een begrafenis in het thuisland mogelijk maakt. Zij zijn er sterk aan gehecht in hun lans van herkomst te worden begraven.
De verandering van de rituelen en manier waarop de gemeenschap de gebruiken aanpast aan de Nederlandse context is ook in sterke mate afhankelijk van toeval: Is er een begraafplaats die een aparte plek biedt? Werkt het ziekenhuis mee? Zijn er mensen uit de gemeenschap die de kar willen trekken en plannen ontwikkelen? Of het lukt om rituelen te behouden hangt volgens dan ook van dit soort factoren af.17
Conclusie

Het is heel duidelijk dat er zowel in de Nederlandse cultuur alsook in de islamitische cultuur zichtbare veranderingen zijn waar te nemen bij overgangsrituelen. Terwijl de Nederlandse cultuur meer beïnvloed is door de secularisatie, heeft de islamitische cultuur meer invloed gehad van haar belangrijkste context: de diasporasituatie. De islamitische overgangsrituelen zijn daardoor veranderd. In Nederland zijn moslims genoodzaakt hun rituelen aan te passen volgens de bestaande regel- en wetgeving. Het slachten van een schaap bijvoorbeeld bij de geboorte van een moslim kind gebeurt niet in de tuin, maar in het slachthuis. En sommige overgangsrituelen zijn verdwenen, zoals drager worden bij een begrafenisstoet, omdat de overledene meestal in een auto naar de begraafplaats gereden wordt, of de voorbereidingen rond de begrafenis die in het land van herkomst door de familieleden zelf worden gedaan, terwijl in Nederland dit meer aan een uitvaartmaatschappij is overgelaten.


Onrust:

Hand, zegen

en rozenkrans

=============
Als ik achter mijn computer kruip om dit artikeltje te gaan maken heb ik net een uitnodiging op mijn deurmat gevonden voor de priesterwijding van een nieuwe collega in het basispastoraat in het Groningse.

Rituelen; ik steek maar een kaarsje aan .. Welk ritueel zal ik kiezen; waarover zal ik wat zeggen vandaag?

door Antoinet Dunning
Misschien beginnen bij gisteren; toen ik na een belofte die ik zondag gedaan had aan een kerkgaande boef, zijn celdeur opende. Het is er aardedonker; hij komt onder de dekens vandaan

"U doet wat u belooft' zegt hij bij onze begroeting en kijkt vol verwachting naar mijn hand waarin ik de beloofde rozenkrans vasthoudt.

Ik ken de man van twee keer in de kerk gezien."Ik wil hem graag meenemen morgen, want dan moet ik voorkomen'' zegt hij.

Omdat het bijna sluitingstijd is maak ik het kort:" zal ik hem voor je zegenen? "vraag ik.

' graag' zegt hij. Ik neem de rozenkrans in mijn rechterhand en maak een kruis over mijn borst:
'In de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest.

God, geef kracht aan deze mens die morgen voor een rechter verschijnt. God geef kracht.

Geef een rechtvaardig vonnis.

Geef, dat hij weer verder kan in zijn leven.

Help hem dag na dag de richting van het Licht te kiezen.

We vragen het U door Jezus, die Uw zoon is en onze broeder'..


"Mag ik je de rozenkrans omhangen"? vraag ik. Hij doet zijn pet af; "ja", zegt hij. Ik doe de rozenkrans om zijn hals, maak een kruisje op zijn voorhoofd en leg mijn hand even op zijn hoofd en daarna op het kruisje van de rozenkrans dat op zijn naakte borst hangt. "Moge God je altijd zegenen en bij je zijn", zeg ik.

Ik kijk in twee ogen: donkerbruin, vol tranen. "Bedankt", zegt hij.

"Ik zie je volgende week"?

"Graag", zegt hij, "dan zal ik vertellen"

De bewaker staat in de cel. De deur gaat op slot, de balk moet ervoor. 'We gaan sluiten', zegt hij en knikt me toe.

Vaak geef ik een rozenkrans in de kerkruimte na een kerkdienst. Ik neem dan de gedetineerde die er om eentje gevraagd heeft mee naar de kaarsenbak en de maria-icoon en zegen de rozenkrans op dezelfde manier. Samen even bidden, samen even een kruisje slaan. Een hand op het hoofd, een zegenbede. Even nabijheid, een ritueel.

Een heel ander ritueel gebruik ik bij de gespreksgroep. Na het welkom en het voorstellen vraag ik een van de deelnemers de kaars aan te steken die in het midden op tafel staat

Daarvóór zeg ik dat we afspreken dat alles wat er gezegd wordt terwijl de kaars in ons midden brandt, niet naar buiten mag: het iets dat WIJ delen met elkaar. Dus niet vanavond als je je vriendin belt, vertellen wat er gezegd is. Niet als je straks weer op de ring bent daarover roepen of praten met anderen. Wat je hier zegt terwijl de kaars brandt zou je een geheim kunnen noemen. Het blijft onder ons. Wil iedereen daaraan meedoen??!!

"Ja, graag", heb ik gemerkt. Vertrouwen ; zomaar. Met wat voor garanties?

Er blijkt een grote goede werking vanuit te gaan. tot nu toe.. Er ontstaat iets van vriendschap. Soms een belofte voor later. "Als je weer vrij bent' zegt een 'Kamper' tegen een 'TBS-er', 'en je bent in de buurt, dan heb ik wel een bed voor je in een van mijn caravans'.

'Goed hee', zegt de Tbs-er en ze lopen later na het uitblazen van de kaars samen met hun petjes op weer naar hun afdelingen. Dag pastoor!!!
'Ik ga morgen naar Eelde; met Exodus is het niet gelukt', zegt A tegen me op de ring in de drukte en hektiek die daar heerst en ik zie een grote onrust in zijn voorkomen. " Hebt u vanmiddag nog even tijd?" Die middag maak ik zijn cel open en zie hem in het halfdonker op een stoel zitten; vol onrust zijn ogen flitsen heen en weer.

Ik ken A al voor de tweede keer in de drie jaar dat in HVB Groningen werk.

Drugs, manisch, 23 jaar, vol goede moed, maar tot nu toe mislukte eigenlijk alles.

"A, hoe gaat het?" "Niet goed" zegt hij. Ik heb iets nodig. Hebt u nog een rozenkrans voor me?" Ik zie de rozenkrans van de vorige keer om zijn hals. We praten en ik kom erachter dat hij al dagen zijn medicijnen niet neemt

"Daar in Eelde wil ik dat niet meer; er komt dan al zoveel op me af"!

Dat de medicijnen er juist zijn om hem te helpen dringt maar moeizaam door. "Joh; weet je wat, als jij je medicijnen neemt, dan haal ik een nieuwe rozenkrans op en wijwater en dan gaan we samen bidden", zeg ik

A knikt van ja en ik zeg dat ik er zo weer ben. Ik ga naar mijn kamer, naar de kerkruimte en loop met een rozenkrans en het wijwater weer naar derde verdieping. Het gaat zwaar.

Als ik de cel weer openmaakt zit A bevend op bed.

Ik leg mijn hand op zijn hoofd en hij kijkt hoopvol naar wat ik bij me heb

Ha een extra rozenkrans en nog wijwater ook!

Ik vertel hem wat ik ga doen en waarom. God wil graag dat het goed met je komt daarom helpt Hij op veel manieren. Door medicijnen, door de mensen om je heen, door je nieuwe kansen te geven; Hij gaat met je mee, waar je ook heengaat.

Ik neem de rozenkrans op de al hierboven beschreven manier en besprenkel die extra met wijwater; we vragen om extra kracht.

Na het samen bidden vraagt A bevend; "pastor, wilt u me alstublieft even vasthouden?! U bent zo rustig."

Ik ga tegenover hem staan en neem zijn bovenarmen in mijn handen. Ik voel hem trillen, hij buigt zijn hoofd en ik ook.

Dan bid ik opnieuw voor hem, voor de nieuwe stap in zijn leven, voor een betere toekomst of het nu mag lukken.

Na een paar minuten houdt het beven op. Heeft hij zijn medicijnen al genomen?..


Rituelen onderstrepen momenten van nabijheid van God en van de mensen. Ze wijzen naar lang geleden, naar de toekomst. Ze wijzen naar God

En hoe mooi of hoe onbeholpen ook. Ze werken hoe dan ook.. juist in een donkere cel, juist achter muren. Dat geloof ik en dat ervaar ik en daarom gebruik ik ze !!

In gesprekken met gedetineerden kunnen zich openlijk of in bedekte termen, situaties aandienen die bijzondere aandacht vragen. Dit kan uitmonden in een vraag van de gedetineerde naar, of een aanbod door de pastor van een ritueel. Bij sommige rituelen horen vaste symbolen zoals zout, water en olie (sacrament van het Doopsel, ziekenzalving). Er zijn nog andere symbolen bruikbaar. Te denken valt aan kaarsen (licht, warmte, leven), brief (rouwverwerking, afscheid), wierook (reiniging, opstijgen van gebeden), icoon (Gods aanwezigheid), bloemen (vreugde, vrede), onkruid (verdrukte mens, rechteloosheid) of steen (stevigheid, verbond).

Gebaren die gemaakt kunnen worden zijn heel persoonlijk. Het is sterk verbonden met degene die het gebaar maakt en degene die het ontvangt. Het bepaalt mede de inhoud en de zeggingskracht van het ritueel. Veel gebruikte gebaren zijn zegenen, handoplegging, schouderklop, handen schudden, kruis op het voorhoofd tekenen, water sprenkelen, brief verbranden, kaars aansteken, zalven, reinigen, zingen, kussen, dansen en een kruisteken maken.



Woorden die gezegd kunnen worden versterken de zeggingskracht van het symbolische gebaar. Veel gebruikte woorden zijn introductieformules, gebeden, bijbelteksten, gedichten, verhalen, liederen of zegenbeden, alles aangepast aan de situatie18.




  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   12


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina