Rusland. De geschiedenis van Rusland. Van Kiev-Rusland tot Peter de Grote



Dovnload 87.16 Kb.
Datum17.08.2016
Grootte87.16 Kb.

Rusland.



De geschiedenis van Rusland.
Van Kiev-Rusland tot Peter de Grote.
6de – 8ste Eeuw:

  • Slavische stammen trekken naar woudzones van Rusland:

8ste- 9de Eeuw:

  • Noormannen drijven handel met Constantinopel via waterwegen naar Rusland.

  • Onderwerping van en vermenging met de Slavische stammen.

Circa 870:

  • Rjurik, heerser van Novgorod:

Circa 882:

Circa 855-85:

  • De ontwikkeling van het Cyrillisch alfabet.

  • Zendingswerk van Cyrillus en Methodius.

Circa 988:

  • Vladimir 1ste bekeerd zich tot het Christendom.

11de en 12de eeuw:

  • Bloeiperiode Kiev-Rusland.

1019-54:

  • Jaroslav de Wijze, oudste wetboek: Roeskaja Pravda

1037:

  • Bouw St Sophia, Kiev.

1113-25:

  • Vladimir 2de.

12de eeuw:

  • Kiev-Rusland valt uiteen in deelvorstendommen.

1147:

  • Eerste vermelding Moskou in kronieken.

Circa 1223:

  • Slag bij Kalka.

1237-38:

  • Batoe verovert Noordoost-Rusland.

1240:

  • Alexander Nevski verslaat Zweden bij de Neva.

13de -14de eeuw:

  • Bloeiperiode Novgorod. Stad staat doelwit Zweden en Noren.


14de eeuw:

  • Litouwen verovert Zuidwest en West-Rusland met Kiev.

  • Opkomst vorstendom Moscovië.


De Geografie van de Sovjet-Unie.
De Sovjet-Unie, het grootste land ter wereld, strekt zich uit van Oost Europa tot de Stille Oceaan en van de Noor­delijke Oostzee tot diep in Midden Azië.
Klimaat.

Verreweg het grootste deel van dit gebied heeft een landklimaat met lange, koude winters en korte, hete, niet al te droge zomers.

Alleen langs de Zwarte Zee en in sommige delen van Russische Centraal-Azië heerst een middellandse zeekli­maat, terwijl het gebied langs de Noordelijke IJszee een Poolklimaat heeft.
De landbouw.

Door een ongelukkige combinatie van klimaat en bodemge­steldheid is landbouw in veel streken van het land moei­lijk of zelfs onmogelijk.

Zo liggen in het noorden in veel streken van het land mosvlakten (toendra's) met in de onderlagen een eeuwig bevroren grond, de Permafrost.

Vruchtbare grond vinden we in het gebied van de zwarte aarde, maar hier valt vaak te weinig neerslag.

De combinatie van goede grond, warmte en vocht is in de Sovjet-Unie zeldzaam.
De rivieren.

De natuur heeft wel gezorgd voor een uiterst bruikbaar communicatiesysteem, in de vorm van brede rivieren met veel zij-armen.

Handel over grote afstanden was daardoor al in een vroeg stadium van de geschiedenis mogelijk.

De lichte schepen konden zonder veel problemen van het ene stroomgebied naar het andere worden gedragen.



Slaven en Noormannen.

De eerste herkenbare georganiseerde samenleving op het grondgebied van het huidige Rusland ontstaan in het westen van het Europese deel.

De vroegste bewoners van dit gebied zijn Oostslavische stammen die zich vermengen met Fins-Oegrische stammen in het noorden.

Tot ver in de negende eeuw hebben zij geen geschreven taal.

De stammen leven als Nomaden, gaan op jacht, doen aan primitieve landbouw en voeren regelmatig strijd met elkaar.
De Noormannen.

Een grote maatschappelijke samenhang ontstaat door toe­doen van de Noormannen, die sinds de achtste eeuw via de Russische waterwegen handel drijven met het Zuidelijke

Constantinopel of Byzantium (het huidige Istanboel), de hoofdstad van het Oost Romeinse rijk.

Langs de handelsroutes bouwen zij versterkte plaatsen, waaruit zich langzamerhand nederzet­tingen en steden als Novgorod, Pskov, en Kiev ontwikkelen.

Door hun betere wapens en organisatie slagen de Noorman­nen erin de Slavische stammen langs de handelsroutes te onderwerpen.
De vermenging.

De elite van de Noormannen vermengt zich snel met de Slaven.

Het is onduidelijk welk een stempel zij op de oorspronke­lijke Russische samenleving hebben gedrukt.

Zelfs de oorsprong van de naam Roes, waaraan Rusland zijn naam ontleent, is niet met zekerheid bekend.


Het Kievse Rijk.

De macht en het prestige van Kiev-Rusland groeien gesta­dig.

De vorsten van Kiev gaan zich sieren met de titel Groot­vorst.

Er zijn veel handelscontracten, maar ook oorlogen, met Constantinopel; Kiev-Rusland komt daardoor in aanraking met het Christendom.


De Zendelingen Cyrillus en Methodius.
Al in de negende eeuw hadden twee zendelingen, Cyrillus en Methodius, zendingswerk onder de heidenen verricht.

Om hun taak te vergemakkelijken ontwikkelden zij een Slavisch alfabet, het Cyrillische, dat een belangrijke bijdrage zou leveren aan de eenwording van de Slavische volken.



Het Oosterse Christendom.

Aan het einde van de tiende eeuw is Vladimir 1ste op zoek naar een godsdienst voor zichzelf en zijn volk.

Volgens de overlevering stuurt hij afgezanten uit om de islam, het westerse (Roomse)en het Oosterse (Byzantijnse) christendom te bestuderen.

Rond 988 kiest hij voor het Oosterse christendom.

De Russische kerk valt voortaan onder het gezag van de Patriarch van Constantinopel en ontleent ook zijn theolo­gie en riten aan deze kerk.

In cultureel opzicht keert Rusland door de oriëntatie op het Oosten, het Westen de rug toe.


De Bojaren.

Ondertussen raakt de samenleving duidelijk georganiseerd.

Trouwe volgelingen van de centrale machthebbers worden beloond met grondbezit, dat erfelijk wordt.

Hierdoor ontstaat een min of meer gevestigde sociale hiërarchie.

De erfelijke grondbezitters worden Bojaren genoemd.

De Bojaren laten hun grond bewerken door gehuurde werk­krachten of door slaven, die in de strijd met de naburige stammen waren verkregen.

Er moet een levendige slavenhandel zijn geweest.

Naast slaven zijn er ook veel boeren, die in ge­meenschapsverband hun eigen grond bewerken of verhuren aan een landsheer.

De grond die zij bewerken kan ook in het bezit zijn van een klooster, want het kloosterdom begint vanaf de elfde eeuw sterk uit te breiden.
De Iconen.

In de elfde en twaalfde eeuw is Kiev-Rusland op het hoogtepunt van zijn macht.

Het is een van de belangrijkste naties van de toenmalige wereld, met ongeveer zeven miljoen mensen en een bijzon­der rijke literatuur en architectuur.

De geschilderde iconen uit die tijd zijn wereldberoemd.


Het oude Russische wetboek.

Twee belangrijke grootvorsten uit deze periode zijn Jaroslav de Wijze (1019-54) en Vladimir 2de (1113-25).

De naam van Jaroslav is vooral verbonden aan het oudste Russische Wetboek, de Roesskaja Pravda, waarin hij oude en nieuwe rechtsregels laat optekenen.

Het wetboek verteld ons veel over de sociale verhoudingen in Kiev-Rusland.

Zo staat vermeld dat de boete voor doodslag van een slaaf ongeveer even hoog is als de boete voor de doodslag van een stuk vee.

Is het slachtoffer een vrij man, dan betaalt men vele malen meer.



Het verval van het Kievse rijk.

Met de dood van Vladimir 2de verdwijnt het centrale gezag, het rijk valt in talrijke vorstendom­men, die elkaar onophoudelijk bestrijden.

Het verval van Kiev doet veel mensen besluiten weg te trekken.

Een deel gaat westwaarts, richting Galicië, anderen kiezen voor het noordoosten en trekken naar de bovenloop van het stroomgebied van de Wolga en de Oka.

In de volgende eeuwen zal Moskou hier de rol overnemen, die ooit was gespeeld door Kiev.

Het gebied wordt de bakermat van het toekomstige Russische rijk.


Het Tataarse juk.

Terwijl het Kievse rijk door interne verdeeldheid wordt verscheurd, dreigt er van buitenaf een nog veel grotere gevaar.

In Mongolië, een gebied ten Noorden van China, sluiten zich tegen het einde van de twaalfde eeuw enkele ruiter­volken aaneen.

Daaruit ontstaat het Mongoolse rijk, dat weldra met een enorme expansie begint.

Een van de Mongoolse voormannen wordt tot Chan (Keizer) verheven en deze Dzjengis Chan rukt met zijn troepen in het begin van de dertiende eeuw op tot in de noordelijke Kaukasus.

Van daaruit trekt hij door Zuid-Rusland in de richting van de Krim, het schiereiland in de Zwarte zee.

De Nomadenvolken in deze streken richten zich tot een aantal vorsten van het Kievse Rusland om hulp.

De vorsten geven gehoor aan de oproep, maar lijden in 1223 aan de rivier de Kalka, ten noorden van de zee Azov, een vernietigende nederlaag.


De Mongolen trekken na hun overwinning aanvankelijk naar het oosten terug.

Maar tegen het einde van de jaren dertig hervatten zij hun veldtochten in westelijke richting, door de bewoners van Kiev-Rusland zijn ze inmiddels Tartaren genoemd.

De christelijke kerk wordt door de Islamitische verove­raars met rust gelaten.
De Tartaren “het Mongoolse rijk”.

De Mongolen onderwerpen het Kievse rijk dat tot ver in de vijftiende eeuw zal duren.

Een belangrijke stad blijft een Mongoolse bezetting bespaard “Novgorod”.

De kracht van de Tartaren ligt niet in hun wreedheid, strijdlust en militaire organisatie, maar ook in hun bestuurskunst.

Vanuit de stad Saraj, gelegen aan de benedenloop van de Volga in de buurt van het huidige Astachan, beheersen zij het westelijke deel van het Mongoolse rijk.

Dit deel krijgt grote zelfstandigheid en wordt tenslotte onafhankelijk van de oorspronkelijke Aziatische heersers en krijgt de naam "De Gouden Horde".


De Tartaren houden Rusland in de ijzeren greep, maar laten de interne zaken van de afzonder­lijke vorstenstammen over aan de grootvorsten.

Nieuwe Grootvorsten kunnen hun troon bestijgen met toestemming van de Chans.
De ontwikkelingen tijdens het Tataarse rijk.

De Tartaren beheersen niet heel het gebied van het vroe­gere Kiev-Rusland.

Het Zuidwesten en het Westen, met de stad Kiev, komen in handen van de Litouwers, die een rijk hadden gesticht in het stroomgebied van de rivier de Njemen.

In de veertiende eeuw brengen zij wat nu de Oekraïne en Wit rusland is, bijna geheel onder hun gezag.

Het lijkt een tijdlang mogelijk dat de nog heidense Litouwers zich zullen bekeren tot de Russisch-Orthodoxe kerk.

Maar in 1386 sterft het geslacht der Rooms-katholieke Poolse koningen uit, wat leidt tot de vorming van een Poolse Litouws rijk, met als dominant geloof het katholi­cisme.

Daarmee krijgt Rusland in het westen een omvangrijk buurland dat niet alleen grote gebieden van het voormali­ge Kievse rijk beheerst, maar dat bovendien mede door het andere geloof als een principiële vijand wordt gezien.

Ook in het stroomgebied van de bovenloop van de Volga en de Oka doen zich ondertussen ingrijpende wijzigingen voor.

De voorspoedige ontwikkeling van de stad Novgorod is een grote uitzondering.

Elders in dit gebied wordt de economie door de inval van de Tartaren ernstig verstoord.

De handel eens de belangrijkste steunpilaar van het Russische rijk, stelt weinig meer voor.

Het zijn vooral de boeren die de rekening betalen voor de economische malaise.


Naast enkele boeren die eigen akkers bewerken, zijn er velen die grond pachten van de bojaren.

In principe zijn ze nog vrij om te gaan en te staan waar ze willen, mits ze aan hun verplichtingen ten opzichte van hun landheren hebben voldaan.

Omdat zij daartoe vaak niet in staat zijn, raken steeds meer boeren gebonden aan de grond.

De vorsten laten de rechtspraak op de landerijen over aan de landheren, waardoor de positie van de boeren nog verder verslechterd.



De opkomst van Moskou.
1325:

  • Metropoliet verhuist naar Moscovië.

  • Het vorstendom is nu centrum van de Russische ortho­doxe.

1325-41:

  • Ivan 1ste Kalita.

  • Moskou int de belasting namens de Tarta­ren.

1359-89:

  • Dimitri Donskoj.

1367:

  • Bouw van het Kremlin.

1380:

  • Dimitri verslaat de Tartaren bij de Don.

1448:

  • Russische bisschoppen kiezen zelf metropoliet.

1454:


De opkomst van Moskou.

Opmerkelijk in deze sombere periode van de Russische geschiedenis is de opkomst van het vorstendom Moskou.

De ontwikkeling van het stadje, in de kronieken voor het eerst genoemd omtrent het midden van de twaalfde eeuw, verloopt aanvankelijk onopvallend.

Dat is waarschijnlijk de reden waarom het geruime tijd door zowel de Tartaren als de naaste concurrenten in het noordoosten met rust wordt gelaten.

In het gebied rond de toekomstige hoofdstad volstrekt zich een geleidelijk proces van unificatie.

Door de kolonisatie, aankopen, diplomatie en ook verove­ringen breidt het vorstendom zijn grondgebied langzaam uit.


Bouw van het Kremlin.

De stad, toch al gunstig gelegen aan de rivier de Moskva, verstrekt zijn strategische positie door de bouw van het Kremlin (1367), het sterkste bolwerk in het Rusland van die tijd.




Het oude Moskouse Kremlin waar­om­heen de stad ontstond werd in 1147 gebouwd.

Eerst van hout daarna in 1367 van steen.

De totale lengte van de muren van het Kremlin is meer dan 2 km en het Kremlin telt 20 torens.

De Moskouse vorsten.

De Moskouse vorsten hebben het geluk dat zij over het algemeen lang leven.

Daardoor wordt Moskou, ook wel Moskovië genoemd, maar weinig geteisterd door opvol­gingsconflicten.

Bovendien blijken zij handige politici te zijn.

Zij slagen er in het hoofd van de Russische kerk, de metropoliet, op hun hand te krijgen.
1325:

In 1325 vestigt deze zich in Moskou, waardoor het pres­tige van het vorstendom nu het centrum van de Russische orthodox enorm stijgt.

Maar de belangrijkste factor in de strijd om de macht is de behendigheid waarmee de vorsten van Moskou de Tartaar­se overheersing ten eigen bate weten aan te wenden.

Door slimme diplomatie en omkopingen vergroten zij hun invloed in Saraj.

Hun positie in de hoofdstad van het West Mongoolse rijk wordt verder versterkt doordat Moskouse legers de Tarta­ren helpen bij het onderdrukken van verzet in andere vorstendom­men.
Grootvorst Ivan 1ste “Kalita”.

Zijn bijnaam betekend geldbuidel die regeerde tussen 1325-1341,krijgt Moskou het recht om namens de Tartaren de belastingen onder de Slaven te innen.

De Mongolen vergroten zodoende zelf hun macht van het vorstendom, dat hun uiteindelijk met succes zal bestrijden.
Grootvorst Dimitri.

Door toenemende welvaart en de groeiende macht van Moskou kan een confrontatie met de overheersers niet uitblijven.

In 1380 neemt grootvorst Dimitri (1359-89) de wapens op.
De slag op het Snippenveld.

Op het Snippenveld aan de rivier de Don brengt hij de Tartaren een nederlaag toe.

Hij verwerft de bijnaam Donskoj en krijgt in de Russische geschiedenis een plaats naast Alexander Nevski.

Ook zijn nagedachtenis wordt door Stalin in 1941 geëerd.


De verzwakking van het Byzantijnse rijk.

Het aanzien van Moskou wordt tenslotte nog aanzienlijk versterkt door een belangrijke ontwikkeling in het bui­tenland, de verzwakking van het Byzantijnse rijk.

In het opbloeiende Moskou laat de Russische kerk steeds minder gelegen liggen aan de patriarch in Constantinopel.



De verhuizing van de Orthodox.

In 1488 kiest een synode van Russische bisschoppen zelf een metropoliet.

Zes jaar later veroveren de Turken Constantinopel, waar­door de hoofdstad van het orthodoxe christendom in isla­mi­tische handen komt.

Het centrum van de orthodox verhuist geleidelijk en bijna vanzelfsprekend naar Moskou, het derde Rome.

De Russische kerk is voortaan gebaat bij een sterke vorst, die nu immers de enige beschermer is geworden van het klasse geloof.

Toch is de macht van Moskou nog niet definitief gevestigd.

De Tartaren laten zich door de nederlaag aan de Don niet verdrijven.

Meer dan eens trekken zij plunderend door het vorstendom, dat bovendien aanvallen van Litouwen te verduren krijgt.


1462-1502:

  • Ivan 3de “de Grote”.

  • Moscovië groeit uit tot staat, Rusland.

  • Territoriale expansie, opkomst dienstadel.

1471:

  • Novgorov schatplichtig gemaakt.

1480:

1505-33:

  • Vasili 3de.

1533-84.

  • Ivan 4de “de verschrikkelijke”.

  • Macht bojaren beknot.

  • Ontstaan van de Kozakken gemeenschappen.

  • Oprichting Streltsy.

  • Verdere expansie.

1547:

  • Ivan 4de tot Tsaar gekroond.

1552:

  • Onderwerping door Tartaren aan Kazan.

1556:

  • Verovering Astrachan.

Circa 1560:

  • Aanvang van de mijnbouw, industrie in de Oeral.

1564-72:

  • Terreur opritsjnina.

1581-1639:

  • Russische verovering van Siberië.

1584-98:

  • Fjodor 1ste.

1598-1613:

  • Tijd der Troebelen.

1598-1605:

  • Boris Godonov.

1611-1612:

  • Polen in Moskou.


Ivan 3de “De Grote”.
De regeringstijd.

Ivan 3e de Grote regeert van 1462 tot 1505.

Onder zijn bewind groeit het vorstendom Moskou definitief uit tot een nationale staat: Rusland.

In 1480 maakt Ivan de Grote, zonder slag te leveren, een einde aan de tribuutbetalingen aan het inmiddels intern verdeeld geraakte Mongoolse rijk.

De periode van het Tartaarse juk behoorde tot het verle­den.
Daarnaast begint Ivan 3de op een behoedzame wijze met een territoriale expansie, die in de geschiedschrijving wel wordt omschreven als " het verzamelen van Russische land".

Door economische en militaire druk dwingt hij de vorsten van kleine omringende staatjes tot gehoorzaamheid.

In feite worden ze gedegradeerd tot bojaren.
De inname van de stad Novgorod.


Verder weet Iwan de Grote zijn wil op te leggen aan Novgorod.

De welvaart en de hang naar autonomie van de oude han­delsstad zijn de Moskouse grootvor­sten al lang een doorn in het oog.

Ivan de Grote is de eerste die zich sterk genoeg voelt om daadwerkelijk op te treden.
Na een korte veldtocht wordt de trotse Hanzestad, die nog tevergeefs de hulp inroept van het Poolse Litouwse rijk, in 1471 schatplichtig gemaakt.

In de jaren die daaropvolgend wordt de macht van Novgorod volledig gebroken.


De inname van de stad Pskov.

Eenzelfde lot treft later in 1510, onder Ivans zoon Vasili 3de ,Pskov een stad die eveneens lange tijd een vorm van autonomie had gekend.

Daarmee komt in de Russische geschiedenis een einde aan het bestaan van zelfstandige stedelijke gemeen­schappen.
De versterkte Autocratie.

De versterkte autocratie tendens komt onder Ivan 3de ook in uiterlijke vormen tot uiting.

Hij is de eerste Russische heerser die zich af en toe Tsaar (vermoedelijk afgeleid van Caesar) laat noemen.
De verfraaiing van het Kremlin.

Gestimuleerd door zijn vrouw Sofie, een prinses uit het laatste keizerlijk geslacht van Byzantium, laat Ivan 3de uit Italië bouwmeesters aanrukken om het Kremlin te verfraaien.

Binnen de muren van de oorspronkelijke vesting van de stad ontstaat een prachtig complex van paleizen en kerken waaraan ook latere heersers van Rusland nog een steentje bijdragen.
Ivan 4de “de verschrikkelijke”.

Ivan de Grote wordt in 1505 opgevolgd door Vasili 3de .

Tijdens een weinig spectaculair bewind consolideert hij het beleid van zijn vader.

Wanneer hij in 1533 overlijdt, is zijn zoon Ivan 4de pas drie jaar oud.

Dertien jaar later na een regentschap van zijn moeder, laat hij zich als eerste Russische heerser tot Tsaar kronen.

De tsarentitel doet daarmee definitief zijn intrede.

Omdat hij ernst maakt met de expansie van het rijk, wordt Ivan 4de, beter bekend als Ivan de verschrikkelijke, ook wel beschouwd als de grondlegger van het Russische imperium.

Ondanks de zelfverzekerdheid waarmee Ivan zich tot Tsaar laat kronen, is zijn positie niet onbedreigd.

In het binnenland weigeren de bojaren zich neer te leggen bij het verlies van hun macht en privileges.


Aan het buitenlandse front moet strijd worden geleverd tegen Polen-Litouwen en de Tartaren­rijkjes in de Krim, bij Kazan en bij Astrachan, alle drie restanten van het uiteengevallen Mongoolse rijk.
Ivans jeugd.

Ivans jeugd wordt overschaduwd door bloedige twisten tussen de bojaren aan het hof.

Als volwassene is hij een vat vol tegenstrijdigheden, nu eens een vroom en zachtmoedig, dan weer een uiterst wreed potentaat.

Aan zijn soms buitensporige wreedheid dankt hij zijn bijnaam.


De strijd tegen de Bojaren.

Ivan 4de boekt succes in zijn strijd tegen de Bojaren.

Hun grondbezit wordt volledig afhankelijk gesteld van geleverde diensten.

Zij worden onder meer verplicht een of meer (afhankelijk van de oppervlakte van hun land) volledig uitgeruste soldaten te leveren.

Het verzaken van plicht betekent verlies van land.

Het verschil tussen de Bojaren en de gewone dienstadel verdwijnt daarmee vrijwel geheel.

In een volledig aan de Tsaar ondergeschikte positie worden de landeigenaren ingeschakeld bij het besturen van het nog steeds in omvang toenemende Rusland en bij het op de been brengen en houden van een leger.

Zij mogen de boeren op hun land berechten en zij innen namens de staat de belasting.


De Opritsjnina.

Een belangrijk machtsmiddel tijdens het bewind van Ivan 4de is de zogeheten Opritsjnina, een bestuurslichaam met een gewapende arm, onder direct bevel van de Tsaar.

Hiermee legt hij met niets ontziende middelen zijn wil op aan die, zich beroepen op oude tradities, wetten of privileges, aan de uitbreiding van de autocratische macht paal en perk willen stellen.
De handel in Rusland onder Ivan 4de.

De handel in Rusland stelt nog weinig voor.

Zowel de staat als de landeigenaren zijn daarom voor hun inkomsten grotendeels afhankelijk van de arbeid van de boeren.

Deze worden dan ook nog verder beknot in hun bewegings­vrijheid, die door de vaak hoge schulden toch als gering was.

Uiteindelijk mogen zij (bij voldane schulden) nog slechts gedurende een korte periode na de oogst, wegtrekken om elders hun heil te zoeken.
De slavernij en het ontstaan van de Kozakken.

Steeds meer raken zij als lijfeigene van de landheren in slavernij.

Desondanks slagen er regelmatig boeren in te ontsnappen naar de wijde steppen van Zuiden Zuidwest-Rusland.

Daar vormen ze primitief-democratische leefgemeenschap­pen.

Men duidt hen aan met de verzamelnaam Kozakken.

Later maken de tsaren in oorlogen dikwijls gebruik van de uit deze Kozakken gerekruteerde troepen.

Ook worden Kozakken gebruikt als keuscorps bij de onder­drukking van opstanden.
De tijd der troebelen.
Boris Godoenov.

Het schrikbewind van Ivan 4de wordt na zijn dood (1584) gevolgd door een tijd van burgeroor­logen en krachtige aanvallen uit het buitenland, die zelfs het voortbestaan van het nog jonge tsarenrijk op het spel zetten.

Ivans opvolger Fjodor (diens oudere broer en de eigenlij­ke troonopvolger is door zijn vader in een aanval van woede doodgeslagen) is geestelijk en lichamelijk zwak.

De bojaren zien hun kans schoon en proberen hun macht terug te winnen.

Een van hen, de rijke Boris Godoenov, overschaduwd de tsaar volledig en zet de regering naar zijn hand.

In 1598 trekt Godoenov de macht geheel naar zich toe en hij laat zich tot tsaar kronen.

Hij overlijdt echter al in 1605 en slaagt er niet in een eigen dynastie te vestigen.
De Dimitries.

Verschillende pretendenten dingen nu naar de troon, onder wie een zekere Dimitrie, die beweert de reeds lang over­leden zoon van Ivan 4de te zijn.

Hij is de eerste van een aantal valse of pseudo Dimitries die in deze woelige jaren opduiken.

De troonpretendenten zien er geen heil in om in de strijd tegen hun rivalen een beroep te doen op de buitenlandse vijanden van Rusland.

Zo ontstaat er een driehoek conflict, waarin Poolse, Zweedse en Russische legers tegen elkaar optrekken.

In 1610 dringen de katholieken Polen door tot in Moskou en vestigen zich in het Kremlin.

De Russische staat en de Russische kerk zijn in groot gevaar.
De rebellie van de boeren.

Alsof het niet genoeg is, krijgt Rusland te maken met een grote rebellie van boeren.

Ook zij proberen in de chaos hun vrijheid terug te krij­gen.

Op veel plaatsen breken onlusten uit.



Vooral in het zuiden, waar boeren zich aansluiten bij de Kozakken en niet-Russische nomaden, heeft men enig suc­ces.

Maar door gebrek aan bekwame leiders bloedt de opstand tenslotte dood.


Michael Romanov.

De onder Ivan 3de en Ivan 4de tot groei gekomen Russische staat blijkt echter zo sterk, dat hij alle onlusten doorstaat.

De bedreiging van buitenaf leidt tot een pril religieus-Russisch nationalisme.

Onderlinge ruzies worden bijgelegd om de vijand te kunnen verjagen.

Dat lukt in 1612.
De Polen worden uit het Kremlin verdreven en trekken zich terug uit Moskou en omgeving.

Vooraanstaande figuren, voornamelijk afkomstig uit leden van de dienstadel (een bewijs van hun toegenomen macht ten opzichte van de bojaren)organiseren in 1613 een Zemski Sobor (Landelijke Vergadering).

Die kiest uit een niet al te vooraanstaande geslacht (de aanzienlijke families gunnen elkaar de macht niet) een nieuwe tsaar: Michael Romanov.
Met hem komt een dynastie op de troon, die tot de revolutie van 1917 de tsaren zal leveren.
1613:


  • Zemski Sobor kiest Michael Romanov tot Tsaar.

1613-1917:

  • De Romanov dynastie.

1612-45:

  • Michael Romanov.

1645-76:

  • Alexej Romanov.

1649:

  • Nieuw wetboek, Oelozjenie.

  • Bevestiging lijfeigenschap boeren.

1666:

  • Schisma, verzwakking van de kerk.

1667-1669:

  • opstand Stenka Razin.

1667:

  • Rusland en Polen verdelen Oekraïne.

1680:

  • Kiev weer in Rusland gevoegd.

1689:

  • Verdrag van Nertsjinsk, Amoer grensrivier met China


De eerste Romanovs.

De eerste twee Romanovs, Michael (1613-1645) en Alexej (1645-1676) zijn geen sterke persoonlijkheden.

Beide worden overschaduwd door een steeds wisselende groep hovelingen, die in feite het land bestuurt.

Toch weet de autocratie zich in deze periode te herstel­len en zelfs te versterken, zoals blijkt uit een nieuw wetboek, de Oelozjenie van 1649.

Het wetboek bepaald dat de kerk haar grondbezit niet verder mag uitbreiden.

Haar jurisdictie wordt bovendien beperkt.

De levenslange plicht van de adel om de tsaar te dienen wordt bevestigd, evenals het lijfeigen­schap van de boe­ren.

Weggelopen boeren worden teruggestuurd, ongeacht het feit hoe lang geleden zij vertrokken zijn.

Degene die weggelopen lijfeigene op zijn landgoed op­neemt, is strafbaar.
Tenslotte worden ook de rechten en de plichten van de stedelijke bevolking vastgelegd.

Een stedeling mag zijn huis of winkel niet meer verkopen aan iemand van een andere stand.

Verhuizen naar een andere stad is voortaan verboden.

Rusland is uitgegroeid tot een standenmaatschappij, waarin er streng onderscheid wordt gemaakt tussen ver­schillende sociale groeperingen.

Maar wetten uitvaardigen is een ding, die wetten conse­quent toepassen is iets anders, zeker in een grote staat met slechte verbindingen en een kleine, niet erg profes­sionele bureaucratie.


In de praktijk blijft de toestand tamelijk chaotisch, te­meer daar veel boeren zich niet zomaar neerleggen bij het definitieve verlies van hun vrijheid.

Tussen 1667 en 1669 komt het opnieuw tot een omvangrijke opstand, ditmaal onder aanvoe­ring van Stenka Razin.

Veel Kozakken sluiten zich aan bij de rebellen, die slechts met grote moeite kunnen worden verslagen.

De positie van de kerk.

De Oelozjenie van 1649 onderstreept de ondergeschiktheid van de kerk aan de staat.

De kerk dankt de nederige positie grotendeels aan haar­zelf.

Zij beschouwt de staat als bondgenoot in de strijd tegen ketters.

Om die bondgenoot sterker te maken ontwikkelt de geeste­lijkheid in de zestiende eeuw een ideologie, waarin Moskou wordt verheven tot het derde Rome en enige hoeder van het zuivere geloof.

Die ideologie maakt van de tsaar bovendien een heerser met een door God verleende autoriteit.

De staat toont zich door de vervolging van andersdenken­den inderdaad regelmatig een bondgenoot, maar ontpopt zich uiteindelijk als een oppermachtige meester die de kerk volledig overvleugeld.

In de jaren zestig van de zeventiende eeuw leidt een schisma tot een verdere verzakking van de kerk.

Een groepering met patriarch Nikon aan het hoofd wil het religieuze leven zuiveren van de Russische elementen, die door de eeuwen heen de van oorsprong Griekse riten en liturgie zijn binnengeslopen.
Ogenschijnlijk gaat het om triviale zaken.

Bekruist men zich met twee of drie vingers?

Loopt men bij een processie rond de kerk tegen de zon in of met de zon mee ?

Voor vele gelovigen zijn de Russische elementen echter heilige tradities geworden.

Wanneer een synode in 1666 kiest voor Nikons zuiveringen, verlaten zij massaal de kerk.

De staat moet met harde vervolgingen te hulp schieten om een volledige uittocht te voorko­men.


De oud-gelovigen.

De oud-gelovigen of Raskolniki (van Raskol:schisma) keren zich niet alleen tegen de kerk, maar trachten zich ook te onttrekken aan het wereldlijk gezag.

Duizenden vluchten naar de wouden in het noorden, waar ze allerlei sekten vormen.
De autocratie.

De autocratie wint verder aan kracht door nieuwe belas­tingen in te voeren en oude te verhogen.

Aanzienlijke sommen geld vloeien in de staatskas.

Veel daarvan gaat naar het leger, dat wordt uitgerust met in het buitenland gekochte vuurwa­pens.

Uit Zwitserland, Frankrijk, Duitsland en Schotland worden huurlingen als officieren

aangetrokken.

De contracten met het Westen nemen ook toe door de op­bloei van de buitenlandse handel.

De Engelsen en Hollanders weten hier belangrijke monopo­lies te verwerven.

Ook uit andere landen komen handelslui naar Rusland.

In de hoofdstad vestigen zij zich in de zogeheten Duitse wijk, speciaal bestemd voor vreemde­lingen.

Het wetboek van 1649 maakt echter aan veel handelsprivi­leges van de buitenlanders een einde.

Handel en industrie worden in hoge mate een staatsmono­polie.

Moskou heeft geld nodig voor zijn oorlogen.
Expansie.

In de eerste helft van de zeventiende eeuw worden Polen en de Zweden uit het land verdreven.

Het verzamelen van het Russische land is daarmee nog niet voltooid, omdat de bakermat van het Kievse rijk, de Oekraïne met de stad Kiev, nog steeds in Poolse handen is.
De bevolking van het gebied.

De bevolking van het gebied is ondanks de katholieke overheersing in meerderheid Russisch-orthodox gebleven.

Pogingen om het Orthodoxe geloof gewelddadig te onder­drukken, evenals hardvochtige optreden van de Poolse-Litouwse adel tegen de lokale boeren zetten veel kwaad bloed.
Kozakken.

Vooral de Kozakken, die zich net zoals in het zuiden en zuidoosten van het Moskouse Rusland hebben ontwikkeld tot een belangrijke kracht, gaan zich roeren.

Onder leiding van hun Hetman Bogdan Chmelnitski maken zij zich omstreeks het midden van de zeventiende eeuw los van Polen en stellen zich onder bescherming van de Tsaar.
Deze vat dit zo letterlijk op, dat hij het gehele gebied in 1654 inlijft.

Er volgt een nieuwe oorlog met Polen, die in 1667 uit­mondt in een deling van de Oekraïne:



  • Het oostelijk deel gaat naar Rusland, het westelijk deel naar Polen.

  • Pas in 1680 kan ook Kiev bij het Moskouse Rusland worden gevoegd.


De expansie.

In dezelfde tijd vinden pogingen tot expansie in Noorde­lijke richting plaats.

Het lukt echter niet de Baltische kust te bereiken.

Ook in het oosten komt aan de expansie voorlopig een einde, wanneer de Russen op het nog sterke Chinese rijk stuiten.

In 1689 sluiten de twee landen het Verdrag Van Nertsjinsk, waarbij de grens langs de rivier de Amoer wordt vastgelegd.
De stabilisering als expansie.

Zowel de interne stabilisering als de expansie dragen ertoe bij dat Rusland in de zeventiende eeuw een mogend­heid van Europees formaat wordt.

Aan de Europese hoven begint men terdege rekening te houden met de groeiende macht van het land.

Ook de handel neemt toe.

Rusland levert vooral hout en bont en betrekt uit het westen militair materiaal en luxe artikelen.

Steeds meer reizigers uit het Westen trekken naar Rus­land, soms om zich als technici of militairen te verhu­ren, soms als kooplieden of afgezanten van Europese vorsten.

Maar omdat men over het algemeen de Russische zeden nog als ruw en barbaars ervaart men verbaast zich met name over de wreedheid en het eindeloze drinkgelag zijn nog maar weinigen bereid het als een land te beschouwen dat ook wat beschaving betreft tot Europa kan worden gerekend.

Geschreven door L.M.Simonis. Pagina van






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina