Rusland in revolutie van 1917 tot 1927. Enthousiasme en ontnuchtering



Dovnload 176.51 Kb.
Pagina1/3
Datum24.08.2016
Grootte176.51 Kb.
  1   2   3

Rusland.


Rusland in revolutie van 1917 tot 1927.
Enthousiasme en ontnuchtering.

Het begin van de eerste Wereldoorlog wordt door veel mensen in Europa geestdriftig begroet.

Men heeft het gevoel aan een rechtvaardige strijd te beginnen, die niet lang zal duren.

De oorlogroes heeft ook Rusland in zijn greep.

De diepe kloof tussen het tsaristische bewind en het overgrote deel van de bevolking wordt aanvankelijk door een golf van patriottisme gedicht.

Maar de stemming slaat om, wanneer het Russische leger in de eerste confrontaties met Duitsland in de pan wordt gehakt.


Het strijdplan van St Petersburg.

Het strijdplan voorziet in een aanval op Oostenrijk.

Door de snelle opmars van Duitsland in België en Frankrijk, besluit men echter eerste de Duitsers aan te pakken, om de druk op de bondgenoten in het Westen te verminderen.

België en Frankrijk worden inderdaad van de ondergang gered, maar de prijs is hoog.

In Pruisen en Tannenberg (eind Augustus 1914) en de Mazurische Meren (begin September), worden de Russen verpletterend verslagen.

Zeker 300.000 soldaten sneuvelen of worden krijgsgevangene gemaakt.

e bevelhebber van de troepen Alexander Samsonov pleegt zelfmoord.

Slechts in Galicië boekt men enig succes.

Hier worden de steden Lvov en Przemysl ingenomen.

Verrassend zijn de slechte resultaten in de eerste campagnes niet.

Het Russische leger is bijzonder slecht uitgerust.

Een kwart van de soldaten vertrekt zonder geweer naar het front.

Door een slechte infrastructuur (in vergelijking met Duitsland is het spoorweg en telefoonnet bijvoorbeeld nog slecht ontwikkeld) is Rusland niet in staat een slagvaardige oorlogsmachine op gang te krijgen.
De gezamenlijke Duitse-Oostenrijkse opmars.

In mei 1915 begint een gezamenlijke Duitse-Oostenrijkse opmars.

De Russen moeten zich terugtrekken uit Polen.

In Augustus 1915 marcheren de Duitsers Warschau binnen.

Ook rukken zij op langs de Baltische kust, waar ze tot in de buurt van Riga komen.

In juni van het daaropvolgende jaar slaat Rusland terug.

Generaal Alexej Broesilov lanceert een onverwacht offensief tegen de Oostenrijkers, die zich moeten terugtrekken.

Maar de Duitsers schieten hun bondgenoten te hulp en het offensief wordt tot een staan gebracht.

De operaties van Broesilov hebben weinig opgeleverd, tegen het einde van 1916 bevinden de troepen zich in en desolate toestand.

De bevoorrading met wapens, munitie en voedsel stagneert en het moreel is tot ver onder nulpunt gedaald.

Tot vechten is men nauwelijks meer in staat.



Chaos aan het thuisfront.

Aan het thuisfront neemt de chaos na de eerste oorlogsmaanden toe.

De Doema en de regering zijn verlamd en stuurloos door de interne tegenstellingen en een besluiteloze tsaar.
Raspoetin.

Onder invloed van Nicolaas vrouw Alexandra en de monnik Raspoetin wisselen ministers elkaar in een snel tempo af.

Tijdens de eerste twee oorlogsjaren heeft het land drie eerste ministers (Ivan Goremykin, Boris Sturmer en Alexander Trepov, allen conservatief en niet erg bekwaam), drie ministers van buitenlandse zaken, drie van defensie en zes van binnenlandse zaken.

In de hoop het moreel van de troepen en van de bevolking op te vijzelen, besluit Nicolaas II in het najaar van 1915 naar het front te gaan om het opperbevel op zich te nemen.

Verstandig is dat niet, omdat hij daarmee de verantwoordelijkheid voor de resultaten van de Russische veldtochten op zich neemt.

Bij zijn vertrek uit Petrograd (de naam van de hoofdstad is gewijzigd omdat St Petersburg te Duits klonk) geeft hij de teugels en de politieke verantwoordelijkheid niet in handen van het Parlement, maar aan zijn vrouw.

In feite regeert zij nu met haar vertrouweling Raspoetin het land.

Zo worden door haar toedoen de zittingen van de Doema enige tijd verdraagt, wanneer premier Goremykin wordt geconfronteerd met een progressieve meerderheid, die tevergeefs aandringt op de benoeming van nieuwe krachtdadige ministers.


De ontwrichting van de economie.

De oorlog zorgt voor een ontwrichting van de economie.

Er ontstaan nieuwe sociale spanningen, die worden gevoed door de nadrukkelijke aanwezigheid aan het hof van de alom verachte Raspoetin en natuurlijk door de nederlagen aan het front.

Stakingen in de industrie en opstanden op het platteland vergroten de chaos.

Eind 1916 besluiten enkele edelen, die de autocratie een warm hart toedragen, althans een van de ondermijnende factoren uit de weg te ruimen.

Ze nodigen Raspoetin uit voor een maaltijd en brengen hem om het leven.



Het socialisme.

In 1917 komt het in Rusland tot een revolutie.

Om de verloop van de gebeurtenissen in dat jaar duidelijk te maken, is het nodig enig licht te werpen op de ontwikkeling van het internationale socialisme.
Karl Marx.

Deze ideologie is in de negentiende eeuw tot een wasdom gekomen, onder invloed van de Duitse publicisten Karl Marx en Friedrich Engels.

Marx en zijn aanhangers construeren een theorie over de dialectische ontwikkeling van de maatschappij, oftewel een ontwikkeling die zich in tegenstellingen voltrekt.


De geschiedenis verloopt volgens deze theorie als een voortdurende strijd tussen de sociale klassen.
De Karl Marx theorie.

Tegenover een bezittende klasse staat steeds een niet bezittende, uitgebuite klasse.

Deze niet bezittende klasse slaagt er na verloop van tijd altijd in de bezittende klasse te overwinnen en wordt dan op haar beurt bezittende klasse, waar tegenover een nieuwe niet bezittende klasse komt te staan.

De overgang naar een volgende fase vindt doorgaans, maar niet noodzakelijkerwijs, plaats door een gewelddadige revolutie, die tientallen jaren kan duren.

In de kapitalistische fase van de geschiedenis, die volgens de marxisten met de Franse revolutie van 1789 is begonnen, strijdt het industriële proletariaat dat steeds omvangrijker en armer wordt, het de bourgeoisie door middel van een socialistische revolutie kan overnemen.

Na de overwinning van de proletariërs treed de dictatuur van het proletariaat in, de overgangsfase naar de klasseloze maatschappij, waarin de laatste resten van het kapitalisme worden opgeruimd.

Na deze overgangsfase begint het tijdperk van het socialisme, het einddoel van de geschiedenis.
Nu er geen klassen meer zijn en dus ook geen klassentegenstellingen, vindt er geen verdere ontwikkeling plaats.

Deze marxistische kijk op de ontwikkelingen van de maatschappij wordt de dialectische faseleer genoemd.


Het internationale socialisme.
De verschillende stromingen.

Naast de dialectische faseleer is een tweede element van het marxisme hier van belang.

Omdat de strijd tussen de klassen de motor is van de maatschappelijke ontwikkelingen, speelt volgens de marxisten het nationalisme in de geschiedenis een ondergeschikte rol.
Met andere woorden.

Proletariërs hebben geen vaderland.

Marx roept zijn volgelingen uit alle landen dan ook op zich te verenigen in een Internationale Arbeids Associatie.
De Internationale.

Deze eerste internationale, die actief is tussen 1864-1876 en waarbij zich ook socialisten aansluiten die geen marxisten zijn, is in hoofdzaak een club ruziënde intellectuelen, die vrij snel weer uiteenvalt.

Bij de tweede Internationale 1889-1914 sluiten zich arbeidspartijen aan die zich inmiddels in verschillende Europese landen hebben gevormd.

Binnen de tweede Internationale zijn verschillende stromingen te onderscheiden.

Twee daarvan zijn voor de verloop van de gebeurtenissen in Rusland van belang:


Het Bolsjewisme en het Mensjewisme.
De verschillende standpunten.

De verschillende standpunten kunnen we nu in de termen van de Marxistische faseleer als volgt omschrijven.

Gezien de geringe omvang van het proletariaat in Rusland, menen de mensjewieken dat het kapitalisme in hun land nog onvoldoende is ontwikkeld om al te denken aan de overgang naar de volgende fase.

Eerst dient de burgerlijke revolutie te zijn voltooid, oftewel de volledige verwijdering van het tsarisme ten gunste van een democratisch-parlementair bewind.

Een verdere ontwikkeling van het kapitalisme, met name een toenemende industrialisering, zal de voorwaarden creëren voor een socialistische revolutie.

Hun standpunt komt overeen met dat van de West-Europese socialistische partijen zoals de Nederlandse SDAP en de Belgische BWP.


De socialisten revolutionairen.

De bolsjewieken willen zo lang niet wachten.

Onder leiding van de uiterst energieke vastberaden Lenin willen zij de arbeidersklasse rechtstreeks naar het socialisme loodsen.

Een kleine, hecht georganiseerde partij van toegewijde revolutionairen (de voorhoede van het proletariaat) moet daarbij fungeren als stuwende en leidende kracht.

De marxistische bolsjewieken en mensjewieken vormen maar een kleinste deel van de socialisten-revolutionairen, de socialisten-revolutionairen vertegenwoordigen vooral de boeren.

Ze leggen sterk de nadruk op landhervormingen en een federale staat.

Ze vinden dat de arbeiders de boeren moeten volgen en niet omgekeerd.

Bekende leiders zijn onder meer Alexander Kerenski en Viktor Tsjernov.

De socialisten-revolutionairen schuwen de individuele terreur niet en ze hebben in het verleden familieleden en ministers van de tsaar vermoord.
De tweede Internationale.

In geval van oorlog, zo had men in de Tweede Internationale afgesproken, zouden de socialisten geen medewerking verlenen aan de oorlogsinspanningen van hun regeringen.

Maar na het begin van de oorlog blijkt de internationale solidariteit der socialisten al snel minder sterk te zijn dan het nationale patriottisme.

De arbeiders en hun intellectuele voormannen scharen zich vrijwel over vierkant achter hun eigen overheid.


De uitzondering van Rusland.
Rusland vormt een uitzondering.

De socialisten (bolsjewieken, mensjewieken, socialisten-revolutionairen) verafschuwen het autocratisch bewind te zeer om er zich solidair mee te kunnen verklaren.

De mensjewieken en de socialisten-revolutionairen pleiten voor een strikte neutraliteit.


In overeenstemming met de strategie van de Tweede Internationale eisen zij een algemene vrede, zonder overwinnaars of verliezers en zonder annexaties of herstelbetalingen.
Onder aanvoering van Lenin.

Een groep bolsjewieken onder aanvoering van Lenin (die zich in deze periode overigens in Zürich in ballingschap bevindt), gaat nog een stap verder.

Zij beschouwen het imperialisme, dat volgens hen de oorzaak is van de oorlog, als het hoogste (en dus laatste) stadium van het kapitalisme.

Het gewapende conflict tussen de grootmachten zien zij dan ook als een belangrijke stap op weg naar de socialistische wereldrevolutie.

De chaos en ellende die de oorlog alom veroorzaakt, heeft in hun ogen dan ook een duidelijk positief effect:

De grond wordt rijp gemaakt voor de gewenste omwentelingen.

Wat Lenin betreft, is er niets op tegen om het vuur van de wereldrevolutie in Rusland aan te steken, ondanks de bescheiden omvang van het proletariaat.

De fakkel zal daarna immers snel worden overgenomen door de proletarische kameraden in de hoog geïndustrialiseerde, tevens door oorlog ontwrichte, landen waarna het revolutionaire proces niet meer te stoppen zal zijn.


De Februari Revolutie.

Na de moord op Raspoetin in december 1916 gonst het in Petrograd van de geruchten over een op handen zijnde staatsgreep.

Maar er gebeurd niets en de stemming in de hoofdstad lijkt te kalmeren.

In januari komt een geallieerde commissie voor oorlogsoverleg naar Rusland.

Ze worden vorstelijk onthaald en concluderen dat de situatie stabiel is.
In Zürich zegt Lenin tijdens een lezing mismoedig,

Onze generatie zal de revolutie niet meer meemaken.

In februari legt zeer slecht winterweer het toch al gebrekkige vervoer naar de hoofdstad nagenoeg stil.

De chronische voedselschaarste wordt plotseling acuut.

De prijs van brood schiet omhoog.

In de fabrieken leggen de arbeiders het werk stil om een forse loonsverhoging af te dwingen.

Een aantal van hen wordt ontslagen, waarna nog meer arbeiders in staking gaan.
Het conflict escaleert.

Begin maart slaat de onrust van de arbeiderswijken op de rechteroever van de Nava, de rivier die de stad in tweeën deelt, over naar de linker oever.

Tevergeefs probeert de politie het centrum van de stad af te sluiten.

Radicale leiders komen uit hun schuilplaatsen te voorschijn en gaan zich met de spontaan uitgebroken woelingen bemoeien.

Demonstranten leggen beslag op vrachtwagens en werpen barricaden op.


Kozakken, bij vorige gelegenheden nog ingezet als gewillige en hard optredende ordebewakers, kijken nu passief toe.
De onzekerheid bij de politie en de soldaten neemt toe.

Enkele regimenten sluiten zich aan bij de massa of delen wapens en munitie uit.

In Kronstadt, een marinebasis nabij Petrograd, slaan matrozen aan het muiten.

Steeds meer soldaten negeren de bevelen van hun officieren.

Op 12 maart komen verschillende garderegimenten in opstand.

Ze weigeren op betogers te schieten en keren zich in plaats daarvan tegen hun medewerkers.

Nicolaas, die enkele dagen eerder aan een uitgebreid bezoek aan het front is begonnen, probeert van op afstand de situatie meester te blijven.

Wanneer hij het bericht krijgt dat de opstand uit de hand loopt, stuurt hij troepen naar Petrograd en geeft het bevel de Doema te verdagen.

Maar de treinen met de soldaten worden onderweg tegengehouden.

Het tsarenbewind staat op instorten.


De Periode van de dubbele macht.

Op 12 maart, de dag waarop de garderegimenten in opstand komen, houdt de regering op te functioneren en vormt de Doema een Voorlopige Comité, dat de orde in de hoofdstad moet herstellen.

Omdat de middelen hiertoe ontbreken, is dit een loze opdracht.

Op diezelfde datum spoeden linkse leiders zich naar het Taurische Paleis, waar de Doema zetelt.

In een aparte zaal vormen zij naar het voorbeeld van de revolutie van 1905 een Sovjet van arbeiders en soldaten afgevaardigden.

De afgevaardigden zullen via verkiezingen in fabrieken en regimenten worden gekozen.

Inderhaast wordt een Uitvoerend Comité samengesteld met de Georgiër Nikolai Tsjcheidze (de leider van de mensjewieken fractie in de Doema) als voorzitter.
De twee concurrenten.

Zo bevinden zich in het Taurische Paleis twee concurrerende groepen.

Het Voorlopige Comité van de Doema.

Het uitvoerende Comité van de Sovjet.

Beide zijn op dit moment evenzeer in opstand tegen de tsaar, maar toch is het wederzijds wantrouwen groot.

De leden van de Sovjet vrezen dat het Doema Comité zich alsnog achter de tsaar zal opstellen en het land zal dwingen de oorlog voort te zetten.

Van zijn kant vreest het Voorlopige Comité dat de Sovjet te sterk zal worden en de arbeiders en soldaten zal aanmoedigen alle discipline te laten varen.
Het bevel nummer 1.

Die laatste vrees blijkt al snel gerechtvaardigd.

Op 15 maart vervaardigt de Sovjet het bevel nummer 1 uit.

De soldaten mogen slechts dan de bevelen van de Doema Comité opvolgen, als die niet in strijd zijn met de bevelen van de Sovjet.



Op dezelfde dag vormt het Voorlopig Comité van de Doema een Voorlopige Regering, in een poging het initiatief naar zich toe te trekken en de opstand in de hoofdstad in goede banen te leiden.

De gematigde liberaal Prins Georg Lvov wordt premier, de Kadet Pavel Miljoekov minister van buitenlandse zaken en socialistrevolutionair Alexander Kerenski (de enige socialist op het ministerlijstje) komt op justitie.

De periode die nu een aanvang neemt, wordt ook wel de periode van de dubbele macht genoemd.
In het Taurische Paleis bevinden zich twee machtscentra:


  • De Sovjet.

  • En de Voorlopige Regering.

Minister van Justitie Kerenski maakt enige tijd van beide deel uit.

De Voorlopige Regering begint direct met de democratisering.
Zij staat de bekende vrijheden toe.

Vrijheid van Godsdienst, Vergadering en mening, gelijk voor de wet, democratische verkiezingen in de stad en district.

Ze schenkt ook het door de Duitsers bezette Polen de onafhankelijkheid.
Het einde van de Romanov’s.

Het uitvoerende Comité van de Sovjet wenst niet alleen abdicatie van Nicolaas, maar ook de afschaffing van de monarchie.

Met de eerste eis kunnen de concurrenten in het Taurische Paleis zich verenigen, maar de tweede eis gaat de meesten van hen te ver.

Miljoekov stelt een document op, dat de opvolging van Nicolaas door zijn 12 jarige zoon Alexej vastlegt.

Nicolaas broer groothertog Michael, moet regent worden.

Een delegatie reist naar Pskov, waar de tsaar in een poging de hoofdstad te bereiken, is blijven steken.


Nicolaas afstand van de troon.

Nicolaas ziet de feiten onder ogen en doet afstand van de troon.

In een document van Miljoekov laat hij een wijziging aan brengen.

Vanwege de bloederziekte van zijn zoon laat hij de troon rechtstreeks overgaan in handen van zijn broer Michael.


In zijn dagboek noteert Nicolaas.

Op deze dag getuigt alles rondom mij van lafheid, bedrog en verraad.

Enige dagen later voegt hij zich bij zijn familie in Tsarskoje Selo nabij Petrograd, waar de keizerlijke familie tijdelijk wordt geïnterneerd.

Nadat onder andere Kerenski, die weinig heil verwacht van de voortzetting van de monarchie, op groothertog Michael heeft ingepraat, weigert deze de troon te aanvaarden.


Het bewind van de Romanov’s, die sinds de Tijd Der Troebelen in het begin van de zeventiende eeuw de Russische troon in handen hebben, is ten einde.
Een Wankel evenwicht.

De positie van de voorlopige regering is niet sterk.

Naast de concurrenten in het Taurische Paleis is er ook nog de gehele keizerlijke bureaucratie, die weinig enthousiasme kan opbrengen voor het nieuwe bewind zonder tsaar.

Dat laatste geldt evenzeer voor de hoge adellijke officieren.

Om deze beide groepen niet nog meer van zich te vervreemden en de verplichtingen tegenover de bondgenoten Engeland en Frankrijk na te komen, besluit men de oorlog voort te zetten.

Het vraagstuk van de toekomstige staatsvorm besluit men over te laten aan het oordeel van een Grondwetgevende Vergadering, die via verkiezingen zal worden samengesteld.


Tal van zaken die dringend een oplossing behoeven, worden aldus op de lange baan geschoven.

Wat gebeurd er met de grond van de adel?

Wordt Rusland wel een republiek of keert de monarchie alsnog in een andere vorm terug?
De twee machtcentra's.

In de tweede helft van maart lijken de twee machtscentra in een evenwicht te zijn.

Maar het evenwicht is uiterst wankel.

In een snel tempo hebben zich in verschillende centra in het land arbeiders en soldatensovjets gevormd.

Deze sovjets vormen een soort alternatief machtscircuit, dat soms met de regering meewerkt en soms op eigen houtje doorvoert, maar dat in elk geval beter luistert naar de Sovjet in Petrograd dan naar de Voorlopige Regering.

De meerderheid in de sovjets wordt gevormd door mensjewieken en andere gematigde socialisten.

De stemming wordt echter radicaler, naarmate een krachtdadige beleid van de Voorlopige Regering langer uitblijft.

Arbeiders aller landen.

Een belangrijk twistpunt binnen de Sovjets (ook hier hebben de gematigden de overhand)is het al dan niet voortzetten van de oorlog.

Eind maart wordt in een manifest opgeroepen tot vrede:
"Arbeiders Aller Landen"!

Broederlijk strekken wij de hand naar u uit over bergen van lijken van onze broeders, over stromen van onschuldig bloed en tranen, over de rokende puinhopen van steden en dorpen, over verwoeste kunstschatten, en roepen u op tot herstel en versterking van de internationale eenheid.

Daarnaast gaan er stemmen op om de strijd voort ter zetten.


Het nu democratische Rusland moet immers de verworvenheden van de revolutie verdedigen tegen het keizerlijke Duitsland, zo wordt gesteld.

Het Uitvoerend Comité spreekt zich echter uit voor een algemene vrede, te bereiken door overleg, zonder annexaties of herstelbetalingen.
De april thesen van Lenin.

Een nieuwe situatie ontstaat, wanneer in april Lenin in Petrograd arriveert.

De Duitsers hebben hem doortocht verleend in een speciale trein vanuit Zwitserland via Zweden.

Zij hopen, niet tevergeefs, dat zijn agitatie de chaos in Rusland zal vergroten.

Direct na aankomst lanceert Lenin zijn April thesen, met als centrale leus:

"Alle macht aan de Sovjets!"

Elke vorm van samenwerking met de Voorlopige Regering is volgens Lenin uit den Boze.

Al het land moet worden toegewezen aan de boeren en de oorlogsinspanningen moeten onmiddellijk worden gestaakt.

Gewapende arbeiders moeten het beheer van de fabrieken overnemen.

De sociale democraten moeten opgaan in een communistische partij.

Het kapitalisme, aldus Lenin, moet in een klap worden weggevaagd.

De Bolsjewieken vormen in de Sovjet op dat moment nog maar een kleine minderheid.

Bovendien kunnen zij het niet eens worden over te volgen koers.

Aanvankelijk weigerde zij de April thesen als politiek programma te aanvaarden.

Lenin weet echter van geen wijken.

Tegenover de aarzelingen van zijn verdeelde partijgenoten plaatst hij zijn eigen simpele en onbuigzame visie, vervat in de genoemde thesen.


Tegen het einde van de maand heeft hij de meeste bolsjewieken omgepraat.

Alle macht aan de sovjets, luidt nu ook hun parool.

In de centrale sovjet in Petrograd wordt de positie van de bolsjewieken kort daarop plotseling sterker, dankzij een crisis bij de opponenten:

De gematigde socialisten en de Voorlopige Regering.



Mei 1917.

In mei begaat Miljoekov, minister van buitenlandse zaken in de Voorlopige Regering, een blunder.

Miljoekov is bang om de bondgenoten voor het hoofd te stoten.

Bovendien is hij een overtuigd nationalist, die de beheersing van de Bosporus en de Dardanellen als mogelijke (en zijns inziens rechtvaardig) oorlogsbuit niet zomaar wil opgeven.

Hij stuurt de geallieerden een nota, waarin hij toezegt dat Rusland zijn verplichtingen zal nakomen en tot het einde toe zal blijven vechten.

De reactie in Petrograd is fel.

Het uitvoerend Comité van de Sovjet eist opheldering.

Op straat worden anti regeringsbetogingen gehouden.

Een regiment opstandige soldaten omsingeld het Mariinski Paleis (het nieuwe onderkomen van de Voorlopige Regering) en krijgt spoedig steun van een enorme mensenmassa.
Een burgeroorlog lijkt nabij.

Maar de storm waait over.

Toch is het iedereen duidelijk dat de Voorlopige Regering niet meer over voldoende steun onder de bevolking beschikt om wat voor beleid dan ook te kunnen voeren.
De nieuwe regering.

Een nieuwe regering, waarin een belangrijke rol zal worden toegekend aan de socialisten, lijkt de enige oplossing.

Na een week verwoed onderhandelen, treden met instemming van het Uitvoerend Comité, zes socialisten toe tot het nieuwe kabinet.

Lvov blijft eerste minister, Kerenski verhuist naar defensie en Miljoekov verdwijnt van het toneel.

Tijdens de onderhandelingen is men overeengekomen dat de oorlog zal worden voortgezet, zij het met een belangrijke beperking: zodra een "democratische vrede" zonder annexaties en herstelbetalingen mogelijk is, zal de strijd worden gestaakt.

Verder heeft men afgesproken dat de voorbereidingen voor de verkiezingen van een Grondwetgevende Vergadering zullen worden bespoedigd.

Op de beslissingen die dat lichaam zal nemen, mag door de nieuwe coalitie niet vooruit worden gelopen.

De slagvaardigheid van de nieuwe Voorlopige Regering blijft daardoor beperkt.



  1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina