's-Gravenhage, 22 maart 2006 De Minister van Binnenlandse Zaken



Dovnload 117.47 Kb.
Pagina3/4
Datum18.08.2016
Grootte117.47 Kb.
1   2   3   4

11. Taken


In de ontwerpverordening wordt consequent gesproken over taken van een EGTS, niet van bevoegdheden. Volgens de Commissie heeft dit als strekking dat een EGTS geen publiekrechtelijke bevoegdheden kan uitoefenen maar slechts uit­voerend optreedt namens haar leden.38

Er is hier een verschil tussen het formele en het feitelijke. Ook al heeft een EGTS formeel geen eigen bevoegdheden, de feitelijke situatie zal al snel anders zijn. De EGTS zal het aanspreekpunt zijn voor Europese subsidies. De formele besluit­vorming door het collectief van de leden van de EGTS zal feitelijk worden voor­bereid door de organisatie van de EGTS. Dat kan een eigen dynamiek scheppen. Dat relativeert het gemaakte onderscheid tussen bevoegdheden en taken.

De ontwerpverordening bepaalt dat de aan de EGTS toevertrouwde taken niet de uitoefening mogen betreffen van taken van openbaar gezag die bedoeld zijn om de algemene belangen van de staat of andere overheden te beschermen, zoals politietaken en regelgevende taken.39 Met de woorden “de uitoefening van taken van openbaar gezag … die bedoeld zijn om de algemene belangen van de staat of andere overheden te beschermen, zoals politietaken en regelgevende taken“ is kennelijk bedoeld wezenlijke bevoegdheden te omschrijven, die niet mogen worden uitgevoerd door EGTS’en.

De minister heeft in dit verband gevraagd of een EGTS bijvoorbeeld de taak kan krijgen vergunningen te verlenen.

De formulering “taken van openbaar gezag die bedoeld zijn om de algemene belangen van de staat of andere overheden te beschermen” is vaag en daardoor niet erg bruikbaar, maar deze formulering sluit niet uit dat een EGTS namens haar leden de verlening van vergunningen gaat uitvoeren. Het verdient aanbeveling te streven naar aanscherping van de formulering. Ook kan het nuttig zijn om de opsomming van voorbeelden (“zoals politietaken en regelgevende taken”) uit te breiden, bijvoorbeeld – desgewenst – met de verlening van vergunningen.

12. Structuur


Op de EGTS zijn van toepassing: de verordening, de oprichtingsovereenkomst en de statuten, alsmede het nationale recht van de lidstaat waarin de EGTS is gevestigd.40 De EGTS heeft rechtspersoonlijkheid en moet de ruimste handelings­bevoegdheid hebben volgens het nationale recht van de lidstaat van vestiging. Zij moet in het bijzonder roerende en onroerende goederen kunnen verkrijgen en in rechte kunnen optreden.41
a. De minister vraagt of deze bepaling betekent dat een EGTS die in Nederland is gevestigd, in Nederland een rechtspersoon naar publiek recht is.

De afdeling meent dat dat het geval is. De formulering “De EGTS bezit rechts­persoonlijkheid” in artikel 1, derde lid, van de ontwerpverordening betekent dat de EGTS haar rechtspersoonlijkheid rechtstreeks ontleent aan de verordening. Op grond hiervan is sprake van een krachtens publiekrecht ingestelde rechtspersoon in de zin van artikel 1:1 van de Algemene wet bestuursrecht, die beschikt over volledige rechtspersoonlijkheid. De privaatrechtelijke bevoegdheden van de EGTS zijn in artikel 1, derde lid, van de ontwerpverordening voldoende uitgeschreven. Aanpassing van het Burgerlijk Wetboek is naar het oordeel van de afdeling niet nodig, zo min als dat nodig is geweest in verband met de toekenning van rechtspersoonlijkheid van de Europese Gemeenschap, geregeld in artikel 282 van het EG-Verdrag.


b. Uit artikel 1bis volgt, zo stelt de minister, dat de rechtspositie van mede­werkers van een EGTS wordt beheerst door het recht van de staat waarin de EGTS is gevestigd. De minister vraagt hoe dit zich verhoudt tot het (Nederlands) internationaal privaatrecht, waaronder verdragen zoals het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (EVO).42

Het EVO bevat voornamelijk regelend recht; dat laat op zichzelf ruimte voor een Europese verordening die dwingende regels vastlegt.43 Voor arbeids­overeenkomsten bevat het verdrag wel een dwingende bepaling: een werknemer kan niet bij overeenkomst de bescherming verliezen van dwingende bepalingen van, onder meer, het recht van het land waarin zijn werkgever is gevestigd.44 Het EVO verzet zich dus niet tegen de ontwerpverordening. De ontwerpverordening is voorts op dit punt in overeenstemming met artikel 2 van de Wet conflictenrecht corporaties.

De afdeling meent dat het Nederlands internationaal privaatrecht geen problemen oplevert, mocht de ontwerpverordening tot stand komen.
13. Gevolgen voor Nederlandse wetgeving

De ontwerpverordening treedt in werking op de twintigste dag na bekendmaking in het Publicatieblad. De minister vraagt in zijn brief of de verordening niet zou moeten voorzien in een ruime termijn van inwerkingtreding van bijvoorbeeld twee jaar, nu de verordening vrijwel zeker zal noodzaken tot aanpassingen in de Nederlandse regelgeving.

Aanpassing in de Nederlandse wetgeving is noodzakelijk op twee punten:


  • waar de bevoegdheid van publiekrechtelijke instellingen in de zin van de Aanbestedingsrichtlijn om lid te worden van een EGTS nu is uitgesloten, moet dat verbod worden geschrapt;45

  • de toetsing door het Rijk van een besluit van een provincie, gemeente of publiekrechtelijke instelling om van een EGTS lid te worden (procedure, criteria) zal moeten worden geschrapt of afgestemd op de ontwerp­verordening.

Per geval zal moeten worden onderzocht of de bestaande regeling in overeen­stemming is met, of althans niet in strijd is met, de ontwerpverordening. Gezien het grote aantal publiekrechtelijke instellingen, de onzekerheid van het begrip “publiekrechtelijke instellingen” en de diversiteit in de structuur en toezichts­relaties van deze instellingen is deze aanpassingsoperatie niet gering. De afdeling meent dan ook dat inwerkingtreding na twintig dagen daarvoor te weinig tijd biedt.



1   2   3   4


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina