's-Gravenhage, 22 maart 2006 De Minister van Binnenlandse Zaken



Dovnload 117.47 Kb.
Pagina4/4
Datum18.08.2016
Grootte117.47 Kb.
1   2   3   4

14. Conclusie


De ontwerpverordening voorziet in een rechtsfiguur die tot stand kan worden gebracht door “publiekrechtelijke instellingen”. Voor zover het gaat om provincies en gemeenten is dat, bezien vanuit het Nederlandse recht, geen enkel probleem. Voor de zeer ruime categorie van andere publiekrechtelijke instellingen kan het dat soms wel zijn. Het voorstel brengt wellicht wijziging in de bevoegdheids-, toezichts- en verantwoordelijkheidsrelaties die in Nederland bestaan.

Het effect daarvan wordt enigszins gemitigeerd doordat een EGTS formeel slechts taken uitvoert en geen bevoegdheden heeft. Enigszins, omdat het loutere bestaan van een EGTS die activiteiten ontplooit, gevolgen kan hebben die met de formele verhoudingen nauwelijks verband houden.

De afdeling meent daarom dat Nederland, al dan niet in combinatie, de volgende stappen zou kunnen nemen:


  • ernaar streven om het begrip publiekrechtelijke instellingen in te perken (zie conclusie bij punt 9);

  • ervoor pleiten om in de ontwerpverordening het criterium "eerbiediging van het constitutionele bestel van de desbetreffende lidstaat" op te nemen als criterium voor toetsing van een besluit tot oprichting van, of toetreding tot, een EGTS aan het nationale recht (zie conclusie bij punt 10);

  • ernaar streven om de opsomming van taken die niet kunnen worden uit­geoefend door een EGTS uit te breiden (zie conclusie bij punt 11);

  • ervoor pleiten om de termijn van inwerkingtreding te verruimen (zie conclusie bij punt 13).

15. Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage II.


Tegen openbaarmaking van deze voorlichting bestaat bij de Raad van State geen bezwaar.

Bijlage I. Nederlandse publiekrechtelijke instellingen in de zin van de Aanbestedingsrichtlijn

De lidstaten hebben bij de totstandkoming van de Aanbestedingsrichtlijn een niet-limitatieve lijst opgesteld van publiekrechtelijke instellingen in de zin van die richt­lijn. Zij moeten de Commissie periodiek in kennis stellen van wijzigingen.46 De lijst, zoals opgenomen bij de richtlijn, vermeldt voor Nederland:


Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

    • Nederlands Instituut voor Brandweer en rampenbestrijding (NIBRA)

    • Nederlands Bureau Brandweer Examens (NBBE)

    • Landelijk Selectie- en Opleidingsinstituut Politie (LSOP)

    • 25 afzonderlijke politieregio’s

    • Stichting ICTU


Ministerie van Economische Zaken

    • Stichting Syntens

    • Van Swinden Laboratorium B.V.

    • Nederlands Meetinstituut B.V.

    • Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart (NIVR)

    • Stichting Toerisme Recreatie Nederland (TRN)

    • Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN)

    • Gelderse Ontwikkelingsmaatschappij (GOM)

    • Overijsselse Ontwikkelingsmaatschappij (OOM)

    • LIOF (Limburg Investment Development Company LIOF)

    • Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij (NOM)

    • Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij (BOM)

    • Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit


Ministerie van Financiën

    • De Nederlandsche Bank N.V.

    • Autoriteit Financiële Markten

    • Pensioen- & Verzekeringskamer


Ministerie van Justitie

    • Stichting Reclassering Nederland (SRN)

    • Stichting VEDIVO

    • Voogdij- en gezinsvoogdij-instellingen

    • Stichting Halt Nederland (SHN)

    • Particuliere Internaten

    • Particuliere Jeugdinrichtingen

    • Schadefonds Geweldsmisdrijven

    • Centraal orgaan Opvang Asielzoekers (COA)

    • Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO)

    • Landelijke organisaties slachtofferhulp

    • Bescherming Persoongegevens

    • Stichting Studiecentrum Rechtspleging (SSR)

    • Raden voor de Rechtsbijstand

    • Stichting Rechtsbijstand Asiel

    • Stichtingen Rechtsbijstand

    • Landelijk Bureau Racismebestrijding (LBR)

    • Clara Wichmaninstituut

    • Tolkencentra


Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

    • Bureau Beheer Landbouwgronden

    • Faunafonds

    • Staatsbosbeheer

    • Stichting Voorlichtingsbureau voor de Voeding

    • Universiteit Wageningen

    • Stichting DLO

    • (Hoofd)productschappen


Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen
A. Algemene omschrijvingen

    • de openbare of uit de openbare kas bekostigde bijzondere scholen voor basisonderwijs in de zin van de Wet op het primair onderwijs

    • de openbare of uit de openbare kas bekostigde scholen voor speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs, dan wel instellingen voor speciaal en voortgezet onderwijs in de zin van de Wet op de expertisecentra

    • de openbare of uit de openbare kas bekostigde bijzondere scholen of inrichtingen voor voortgezet onderwijs in de zin van de Wet op het Voortgezet Onderwijs

    • de openbare of uit de openbare kas bekostigde bijzondere instellingen in de zin van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs

    • de openbare of uit de openbare kas bekostigde bijzondere scholen in de zin van de Experimentenwet Onderwijs

    • de bekostigde universiteiten en hogescholen, de Open Universiteit, en de academische ziekenhuizen, bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, alsmede de instellingen voor internationaal onderwijs voorzover zij voor meer dan 50% van overheidswege worden bekostigd Wetenschappelijk Onderzoek

    • schoolbegeleidingsdiensten in de zin van de Wet op het primair onderwijs of de Wet op de expertisecentra

    • landelijke pedagogische centra in de zin van de Wet subsidiëring landelijke onderwijs­ondersteunende activiteiten

    • omroepverenigingen als bedoeld in de Mediawet

    • fondsen als bedoeld in de Wet op het Specifiek Cultuurbeleid

    • landelijke organen voor het beroepsonderwijs

    • stichtingen als bedoeld in de Wet Verzelfstandiging Rijksmuseale Diensten

    • overige musea, die voor meer dan 50% door OCenW worden bekostigd

    • overige organisaties en instellingen op het terrein van onderwijs, cultuur en wetenschappen die voor meer dan 50% door OcenW worden bekostigd

B. Nominatieve opsomming



    • Informatie Beheer Groep

    • Stichting Participatiefonds voor het onderwijs

    • Stichting Uitvoering Kinderopvangregelingen/Kintent

    • Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF

    • Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen

    • Nederlandse organisatie voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs (Nuffic)

    • Stichting Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut

    • Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek

    • Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek

    • College van Beroep voor het hoger Onderwijs

    • Vereniging van openbare bibliotheken NBLC

    • Koninklijke Bibliotheek

    • Stichting Muziek Centrum van de Omroep

    • Stichting Ether Reclame

    • Stichting Radio Nederland Wereldomroep

    • Nederlandse Programmastichting

    • Nederlandse Omroepstichting

    • Commissariaat voor de Media

    • Stichting Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Omroepproducties

    • Stichting Lezen

    • Dienst Omroepbijdragen

    • Centrum voor innovatie en opleidingen

    • Bedrijfsfonds voor de Pers

    • Centrum voor innovatie van opleidingen

    • Instituut voor Toetsontwikkeling (Cito)

    • Instituut voor Leerplanontwikkeling

    • Landelijk Dienstverlenend Centrum voor studie- en beroepskeuzevoorlichting

    • Max Goote Kenniscentrum voor Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie

    • Stichting Vervangingsfonds en Bedrijfsgezondheidszorg voor het Onderwijs

    • BVE-Raad

    • Colo, Vereniging kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven

    • Stichting kwaliteitscentrum examinering beroepsonderwijs

    • Vereniging Jongerenorganisatie Beroepsonderwijs

    • Combo, Stichting Combinatie Onderwijsorganisatie

    • Stichting Financiering Struktureel Vakbondsverlof Onderwijs

    • Stichting Samenwerkende Centrales in het COPWO

    • Stichting SoFoKles

    • Europees Platform

    • Stichting mobiliteitsfonds HBO

    • Nederlands Audiovisueel Archiefcentrum

    • Stichting minderheden Televisie Nederland

    • Stichting omroep allochtonen

    • Stichting Multiculturele Activiteiten Utrecht

    • School der Poëzie

    • Nederlands Perscentrum

    • Nederlands Letterkundig Museum en documentatiecentrum

    • Bibliotheek voor varenden

    • Christelijke bibliotheek voor blinden en slechtzienden

    • Federatie van Nederlandse Blindenbibliotheken

    • Nederlandse luister- en braillebibliotheek

    • Federatie Slechtzienden- en Blindenbelang

    • Bibliotheek Le Sage Ten Broek

    • Doe Maar Dicht Maar

    • ElHizjra

    • Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten

    • Fund for Central and East European Bookprojects

    • Jongeren Onderwijs Media


Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

    • Sociale Verzekeringsbank

    • Arbeidsvoorzieningsorganisatie

    • Stichting Silicose Oud-Mijnwerkers

    • Stichting Pensioen- & Verzekeringskamer

    • Sociaal Economische Raad (SER)

    • Raad voor Werk en Inkomen (RWI)

    • Centrale organisatie voor werk en inkomen

    • Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen


Ministerie van Verkeer en Waterstaat

    • RDW Voertuig informatie en toelating

    • Luchtverkeersbeveiligingsorganisatie (LVB)

    • Nederlandse Loodsencorporatie (NLC)

    • Regionale Loodsencorporatie (RLC)


Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu

    • Kadaster

    • Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting

    • Stichting Bureau Architectenregister


Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

    • Commissie Algemene Oorlogsongevallenregeling Indonesië (COAR)

    • College ter beoordeling van de Geneesmiddelen (CBG)

    • Commissies voor gebiedsaanwijzing

    • College sanering Ziekenhuisvoorzieningen

    • Zorgonderzoek Nederland (ZON)

    • Keuringsinstellingen Wet medische hulpmiddelen:

    • N.V. KEMA/Stichting TNO Certification

    • College Bouw Ziekenhuisvoorzieningen (CBZ)

    • College voor Zorgverzekeringen (CVZ)

    • Nationaal Comité 4 en 5 mei

    • Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR)

    • College Tarieven Gezondheidszorg (CTG)

    • Stichting Uitvoering Omslagregeling Wet op de Toegang Ziektekostenverzekering (SUO)

    • Stichting tot bevordering van de Volksgezondheid en Milieuhygiëne (SVM)

    • Stichting Facilitair Bureau Gemachtigden Bouw VWS

    • Stichting Sanguin Bloedvoorziening

    • College van Toezicht op de Zorgverzekeringen organen ex artikel 14, lid 2c, Wet BIG

    • Ziekenfondsen

    • Nederlandse Transplantatiestichting (NTS)

    • Regionale Indicatieorganen (RIO's)

Bijlage II bij het advies van de Raad van State betreffende no.W04.06.0055/I met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.





  • In de ontwerpverordening is strikt onderscheid gemaakt tussen bevoegd­heden en taken: aan een Europese groeperingen voor territoriale samen­werking (EGTS) kunnen formeel geen bevoegdheden worden toegekend, zij handelt slechts namens haar leden. In de toelichting van de Commissie is deze terminologie nog niet verwerkt. Streven naar aanpassing van de toelichting.

  • Als een lidstaat meent dat de in de ontwerpovereenkomst genoemde taken niet in overeenstemming zijn met de verordening of niet binnen de bevoegdheden vallen van die leden die op haar grondgebied zijn gevestigd, doet hij de leden een verklaring met de redenen daarvoor toekomen (artikel 2bis, eerste lid). Niet geregeld is wat het rechtsgevolg daarvan is. De Commissie verzoeken de tekst te verduidelijken.

  • De ontwerpverordening regelt niets over de beëindiging van een EGTS of van het lidmaatschap van een EGTS. De Commissie verzoeken de tekst aan te vullen.




1 COM(2006)94.

2 De artikelen 158 en 159 van het EG-Verdrag, zoals laatstelijk gewijzigd door het Verdrag van Nice, Pb. 2001, C 80/1.

3 In het oorspronkelijke voorstel werden de Europese groeperingen voor territoriale samenwerking aangeduid als Europese groepering voor grensoverschrijdende samenwerking, zie COM(2004)496.

4 Artikel 3, derde lid.

5 Madrid, 21 mei 1980, Trb.1980, 129.

6 Geen partij zijn de EU-lidstaten België, Cyprus, Estland, Griekenland, Malta en het Verenigd Koninkrijk.

7 Straatsburg, 9 november 1995, Trb.1996, 352.

8 Duitsland, Frankrijk, Letland, Litouwen, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Slovenië, Slowakije en Zweden.

9 Duitsland, Litouwen, Luxemburg, Nederland, Slovenië, Slowakije en Zweden.

10 Isselburg-Anholt, 23 mei 1991, Trb.102.

11 Brussel, 12 september 1986, Trb.160; Brussel, 22 september 1998, Trb.261.

12 Zie zaak 45/86, Commissie tegen Raad, Jur. 1987, bladzijde 1493.

13 Zie zaak C-300/89, Commissie tegen Raad (Titaandioxide), Jur. 1991, bladzijde I-2867.

14 Tot op heden is slechts één maatregel vastgesteld op grond van artikel 159, derde alinea, van het EG-Verdrag, te weten verordening 2012/2002 van de Raad van 11 november 2002 tot oprichting van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie, Pb. 2002, L 311/3. Deze verordening is op twee rechtsgrondslagen gebaseerd (de artikelen 159, derde alinea, en 308 van het EG-Verdrag) en sluit samenloop met de structuur­fondsen nadrukkelijk uit (zie artikel 6, tweede lid). Als gevolg hiervan heeft de vraag naar de interpretatie van artikel 159, derde alinea, van het EG-Verdrag niet gespeeld.

15Zie in deze zin ook het "Avis du service juridique du conseil de l'Union Européenne", 25 november 2004, 15253/04, paragrafen 15-16.

16 Zie zaak C-300/89, Commissie tegen Raad (Titaandioxide), Jur. 1991, p. I-2867.

17 Zie het "Avis du service juridique du conseil de l'Union Européenne", 25 november 2004, 15253/04, paragraaf 14.

18 Vergelijk artikel 308 van het EG-Verdrag. Zie ook R.H. van Ooik, De keuze der rechtsgrondslag voor besluiten van de Europese Unie, Deventer: Kluwer 1999, bladzijden 72-73.

19 Zie de gevoegde zaken C-154/04 en C-155/04, Alliance for Natural Health e.a., n.n.g.

20 Artikel 5, tweede alinea, van het EG-Verdrag.

21 Zie Protocol (nr.30) betreffende de toepassing van het subsidiariteits- en evenredigheidsbeginsel, Pb. 1997, C 340/1.

22Zie de overwegingen 2-7 van de considerans van de ontwerpverordening; de Information note n° 57, zonder datum.

23 Voorlichting van afdeling II van de Raad van State aan de Minister van Buitenlandse Zaken inzake Europese regelgevende agentschappen (no.W02.05.0429/II/A) van 21 februari 2006, punt 5.

24 Zie amendement 10 van het verslag van het Europees Parlement over de ontwerpverordening, A6 0206/2005.

25 Artikel 1, eerste lid.

26 Zie bijvoorbeeld ook COST (Cooperation Européenne dans le domaine de la recherche scientifique et technique), www.cost.esf.org.

27 Vergelijk artikel 164, aanhef en onder b, van het EG-Verdrag, waar derde landen en internationale organisaties uitdrukkelijk worden genoemd.

28 Vergelijk verordening 2012/2002 van de Raad van 11 november 2002 tot oprichting van het Solidariteits­fonds van de Europese Unie, Pb. 2002, L 311/3. Via artikel 308 van het EG-Verdrag kon deze verordening ook toegepast worden op sommige kandidaat-lidstaten.

29 Zie zaak C-300/89, Commissie tegen Raad (Titaandioxide), Jur.1991, bladzijde I-2867.

30 Artikel 2, eerste lid. Onder “publiekrechtelijke instelling” wordt in de Aanbestedingsrichtlijn verstaan iedere instelling:

  1. die is opgericht met het specifieke doel te voorzien in behoeften van algemeen belang die niet van industriële of commerciële aard zijn,

  2. die rechtspersoonlijkheid bezit, en

  3. waarvan ofwel de activiteiten in hoofdzaak door de staat, de territoriale lichamen of andere publiek­rechtelijke instellingen worden gefinancierd, ofwel het beheer onderworpen is aan toezicht door deze laatste, ofwel de leden van het bestuursorgaan, het leidinggevend of het toezichthoudend orgaan voor meer dan de helft door de staat, de territoriale lichamen of andere publiekrechtelijke instellingen zijn aangewezen.

31 Artikel 2bis, eerste lid.

32 Zelfstandige bestuursorganen zonder rechtspersoonlijkheid maken deel uit van de Staat. Dat betekent dat de Staat formeel medeoprichter is.

33 Vergelijk bijlage II van verordening 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op loontrekkenden en hun gezinnen, die zich binnen de Gemeenschap ver­plaatsen, Pb. 1971, L 149/2.

34 Artikel 2bis, eerste lid.

35 Artikel 124, eerste lid, van de Grondwet.

36 Artikel 1 Wgr voor gemeenschappelijke regelingen tussen gemeenten en de daarmee corresponderende bepalingen in de Wgr voor andere gemeenschappelijke regelingen.

37 Zie gevoegde zaken 51 tot 54/71, International Fruit Company, Jur.1971, bladzijde 1107.

38 Information note n 57, zonder datum; toelichting op de ontwerpverordening, onder “Follow-up van de wijzigingen van het Europees Parlement, vierde tekstblok.

39 Artikel 3, vijfde lid.

40 Artikel 1bis, eerste lid.

41 Artikel 1, derde lid.

42 Rome, 19 juni 1980, Trb.156.

43 Artikel 3 EVO.

44 Artikel 6 EVO.

45 Met een verordening strijdige nationale bepalingen dienen immers te worden aangepast; zie punt 10, het derde gedachtestreepje.

46 Artikel 1, negende lid, van richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten, PbEU 2004, L134.



1   2   3   4


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina