S. J. Schenk prof dr. F. J. van Sluijs



Dovnload 2.32 Mb.
Pagina1/15
Datum23.08.2016
Grootte2.32 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   15
samenstelling van de Raad



  • prof. dr. C.J.G. Wensing, voorzitter

  • A. Achterkamp

  • ir. A.M. Burger

  • mr. E.C. Greve

  • ir. M.J.B. Jansen

  • drs. S.B.M. Jongerius

  • J.Th. de Jongh

  • P.J.J.M. Loonen

  • ir. B.J. Odink

  • dr. ir. H. Paul

  • ir. G. de Peuter

  • prof. dr. A. Pijpers

  • drs. T. de Ruijter

  • S.J. Schenk

  • prof. dr. F.J. van Sluijs

  • H.W.A. Swinkels

  • drs. P.A. Thijsse

  • prof. dr. J.H.M. Verheijden

  • drs. P. van der Wal

Secretaris: dr. drs. I.D. de Wolf


Raad voor Dierenaangelegenheden


bezoekadres:

Laan van Nieuw Oost Indië 131-133

2593 BM Den Haag
postadres:

Postbus 90428

2509 LK Den Haag
telefoon 070 3785266

fax 070 3786336

email info@rda.nl
www.raadvoordierenaangelegenheden.nl


inhoudsopgave



Advies . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5
Onderbouwing van het advies . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9

1. Inleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9

2. Afbakening van het begrip ‘gevaarlijk’ . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10

3. Dieren die als potentieel gevaarlijk dienen te worden aangemerkt . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12

4. Schets van de huidige situatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13

5. Situatie in andere west-Europese landen en de Verenigde Staten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16

6. Aanbevelingen over de wijze waarop in de toekomst met de problematiek van potentieel . . . . . . . . . . . . 17

gevaarlijke dieren zou moeten worden omgegaan

7. Tot slot: Flora- en faunawet en CITES-bijlagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22
Bijlagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25

1. Positieflijsten van zoogdieren, vogels, reptielen, amfibieën, vissen en lijst van ongewervelden . . . . . . . . 25



  • Tabel 1: positieflijst van zoogdieren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25

  • Tabel 2: positieflijst van vogels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30

  • Tabel 3: positieflijst van reptielen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 50

  • Tabel 4: positieflijst van amfibieën . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 65

  • Tabel 5: positieflijst van vissen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 70

  • Tabel 6: lijst van ongewervelden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 81

2. Overzicht van betrokkenen bij de opstelling van dit advies . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 83

3. Overzicht van publicaties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 84

ADVIES



Op verzoek van het ministerie van Landbouw, Na-tuur en Voedselkwaliteit (LNV) heeft de Raad voor Dierenaangelegenheden geïnventariseerd welke die-ren als gevaarlijk moeten worden aangemerkt, wat de huidige situatie is met betrekking tot het houden van gevaarlijke dieren als gezelschapsdier en hoe één en ander in het buitenland is geregeld. Op basis daarvan komt de Raad met een aantal suggesties en aanbevelingen, waarvan de haalbaarheid en uitwer-king in het Forum Welzijn Gezelschapsdieren nadere aandacht dienen te krijgen.
De Raad heeft de onlangs door hem gepubliceerde positief- en negatieflijsten (RDA 2003/07 en RDA 2004/03) en de wens van de minister van LNV om te komen tot integrale, zo mogelijk verkorte positief-lijsten nadrukkelijk betrokken bij het opstellen van dit rapport.

Echter, de Raad is van mening dat het verkorten van de door hem opgestelde positieflijsten niet mogelijk is. Verkorting van de positieflijsten in de zin van be-perking van het aantal soorten op de positieflijst of het aanwijzen van volledige families, dan wel orden, in plaats van soorten en genera, zou naar de mening van de Raad leiden tot een ongenuanceerde, on-evenwichtige lijst, waarin geen of tenminste onvol-doende recht wordt gedaan aan het karakter van (artikel 33 van) de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, waarin de gezondheid en het welzijn van het gehouden dier centraal staan. Ook het loslaten van het kader van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en het hanteren van criteria zoals het gevaar van faunavervalsing en/of zoönosen om de door de Raad opgestelde positieflijsten te verkorten biedt geen uitkomst. Vrijwel alle soorten die zich kunnen handhaven in een gematigd klimaat dan wel in een (sub-)tropisch klimaat op grotere hoogte kunnen zich in principe in Nederland vestigen. Ook kunnen bijna alle dieren drager zijn van zoönosen. Door deze cri-teria te hanteren om aldus te komen tot een verkor-ting van de positieflijsten, zou er vrijwel geen enkele diersoort als gezelschapsdier gehouden kunnen wor-den. Ook bijzonder populaire gezelschapsdieren, zo-als hond, kat en parkiet, zouden op grond van deze criteria van de positieflijst verdwijnen. De Raad acht het maatschappelijk draagvlak voor een dergelijke inkorting van de positieflijst nihil. De Raad heeft zich derhalve beperkt tot het in de positieflijsten weerge-ven van diersoorten die als potentieel gevaarlijk moeten worden aangemerkt (zie bijlage 1).



Volledigheidshalve wijst de Raad er op dat door uit te gaan van deze positieflijsten, alle soorten die defi-nitief op de negatieflijsten zijn geplaatst buiten be-schouwing zijn gebleven. Ook bij de soorten die op de negatieflijsten zijn geplaatst, kan een aantal soor-ten aangemerkt worden als potentieel gevaarlijk. Echter, vanuit het gezondheids- en welzijnsperspec-tief van de soort zelf is deze soort naar mening van de Raad niet geschikt om als gezelschapsdier te worden gehouden.
Naar aanleiding van de discussie in de Tweede Ka-mer is in bijlage 1 van dit rapport tevens aangege-ven welke diersoorten in de bijlagen van het CITES-verdrag worden genoemd. De Raad wijst er nadruk-kelijk op dat het CITES-verdrag uitsluitend betrek-king heeft op de internationale handel en uitsluitend gericht is op soortbescherming.
Bij het bepalen of een diersoort als potentieel ge-vaarlijk moet worden aangemerkt heeft de Raad de volgende definitie gehanteerd: “Een gevaarlijk gezel-schapsdier is een gezelschapsdier dat vanwege agressiviteit, giftigheid of andere eigenschappen (ernstig) onheil kan toebrengen aan zijn houder, aan andere personen dan de houder, of aan andere dieren.” De Raad is van mening dat van (ernstig) onheil sprake is als de soort een ernstig, eventueel dodelijk trauma aan de houder of aan andere perso-nen dan de houder kan toebrengen. Trauma aan an-dere dieren is buiten beschouwing gelaten. Bij het aanmerken van diersoorten als potentieel gevaarlijk is met eventuele consumptie van de betreffende diersoort geen rekening gehouden. De Raad wijst er op dat het begrip ‘ernstig’ een subjectief karakter heeft.
De Raad wil benadrukken dat het vrijwel onmogelijk is om in algemene bewoordingen aan te geven of een dier als potentieel gevaarlijk aangemerkt dient te worden of niet. Veelal bepaalt de situatie of een dier gevaarlijk gedrag zal vertonen. Ook een soort die in het algemeen niet als ‘potentieel gevaarlijk’ zal wor-den aangemerkt kan onder bepaalde omstandighe-den toch gevaarlijk blijken. Voorts constateert de Raad dat de maatschappelijke discussie veelal be-trekking heeft op minder aaibare en bij het publiek minder bekende diersoorten, zoals slangen en schorpioenen. Door een onjuiste informatieverstrek-king, gebrek aan kennis en het lage aaibaarheids-gehalte wordt snel (en in veel gevallen ten onrechte) verondersteld dat dergelijke diersoorten gevaarlijk zijn. Echter, ook dieren met een hoog aaibaarheids-gehalte, zoals honden en paarden, zijn potentieel gevaarlijk.
De Raad constateert dat in Nederland tal van dier-soorten die als ‘potentieel gevaarlijk’ moeten worden aangemerkt als gezelschapsdier gehouden worden. Het houden van gevaarlijke dieren is in Nederland niet verboden mits de houder aan een aantal voor-waarden voldoet, namelijk aan de eisen zoals ver-meld in het Wetboek van Strafvordering (artikel 425) en aan een eventuele Algemene Plaatselijke Veror-dening, die het houden van bepaalde dieren niet toe-staat of aan regels bindt, dit voor de gemeente waar de houder woonachtig is.
In het buitenland varieert het beleid voor het houden van potentieel gevaarlijke dieren als gezelschapsdier per land. Duitsland kent een wet voor gevaarlijke honden, maar heeft verder geen uniform beleid inza-ke potentieel gevaarlijke gezelschapsdieren. In de Verenigde Staten varieert het beleid per staat. In sommige staten is een vergunning noodzakelijk om een potentieel gevaarlijk dier te mogen kopen dan wel te houden. In een aantal gevallen moet eerst ervaring worden opgedaan. In Engeland is er wel een speciale wet die het houden van gevaarlijke dieren als gezelschapsdier regelt. Dit is de zoge-naamde “Dangerous Wild Animal Act”. Om een dier-soort die in de Act genoemd wordt te mogen houden is een vergunning nodig. Ook in Frankrijk is de wijze waarop gevaarlijke dieren gehouden moeten worden wettelijk geregeld. Deze dieren, die in annexes ge-specificeerd worden, mogen pas gehouden worden als de houder hiervoor een vergunning of een “Certi-ficat de capacité” heeft.
Over het op nationaal niveau verbieden van het hou-den van potentieel gevaarlijke dieren als gezel-schapsdier zijn de meningen verdeeld. Sommige partijen pleiten voor een (beperkt) verbod op het houden van potentieel gevaarlijke diersoorten door particulieren. Andere partijen willen zo ver niet gaan. Wel zijn veel van deze partijen van mening dat het houden van potentieel gevaarlijke dieren vergun-ningplichtig dient te zijn, waarbij aan het verkrijgen van een dergelijke vergunning voorwaarden kunnen worden gesteld. De Raad constateert echter dat een vergunningsplicht strijdig is met het kabinetsbeleid en de suggestie van de minister van LNV om dit ad-vies hoofdzakelijk voor communicatieve doeleinden te gebruiken. Diverse partijen pleiten voorts voor het koppelen van een financiële prikkel aan het verant-woord houden van potentieel gevaarlijke dieren. De Raad heeft de haalbaarheid hiervan (nog) niet onderzocht.
De Raad doet in dit advies een aantal suggesties en aanbevelingen in geval het houden van potentieel gevaarlijke dieren als gezelschapsdier niet verboden wordt (zie hierna). Deze suggesties en aanbevelin-gen zijn weliswaar toegespitst op het houden van po-tentieel gevaarlijke diersoorten, maar kunnen vrijwel allemaal veralgemeniseerd worden tot het houden van (alle) diersoorten als gezelschapsdier. De Raad is dan ook van mening dat de haalbaarheid en uitwerking van deze suggesties en aanbevelingen in dat licht aandacht dienen te krijgen binnen het Fo-rum Welzijn Gezelschapsdieren dat onlangs door de minister van LNV is geïnstalleerd. Binnen het Forum dient tevens te worden gesproken over de verant-woordelijkheidsverdeling met betrekking tot het welzijn van gezelschapsdieren en wordt er naar ge-streefd dat, in lijn met het huidige kabinetsbeleid, de partijen met elkaar afspraken maken over het borgen van het welzijn van gezelschapsdieren. Wettelijke verankering wordt daarmee niet uitgesloten; wel wordt nadrukkelijk van alle partijen verwacht dat ook andere opties onderzocht worden. Het lijkt de Raad verstandig de resultaten van het Forum af te wach-ten en niet vooruit te lopen op de discussie die mo-menteel binnen het Forum plaats heeft. De eerste resultaten van het Forum worden voor het einde van 2005 verwacht. Afhankelijk van de resultaten van het Forum dient vervolgens te worden bezien of, en zo ja op welke wijze, de suggesties en aanbevelingen van de Raad nog verdere uitwerking en verankering behoeven en wie daarin welke verantwoordelijkheid heeft dan wel kan nemen.
De Raad komt tot de volgende suggesties en aanbevelingen:

1. Het stellen van eisen aan de houder van poten-tieel gevaarlijke dieren op het gebied van kennis en vaardigheden en deelname aan een nationale serumbank indien van toepassing;

2. Het stellen van eisen aan de handel(aar) (=die-renwinkels, importeurs, groothandel, tussenhan-del, tentoonstellingen, beurzen en hobbyist) in potentieel gevaarlijke dieren op het gebied van kennis, informatieverstrekking, de wijze van hou-den en verzorging en de onder punt 1 beschre-ven eisen;

3. Het opzetten van een adequate infrastructuur rondom potentieel gevaarlijke dieren, waaronder het instellen van een Nationaal Serum Depot (onder verantwoordelijkheid van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport);

4. Het instellen van een meldingsplicht bij de aan-schaf van potentieel gevaarlijke dieren en in ge-val van trauma en/of ziekten die samenhangen met het houden van potentieel gevaarlijke die-ren;

5. De bereikbaarheid en kwaliteit van informatie en het geven van voorlichting;



6. Een verbod op doelbewuste kruisingen tussen giftige diersoorten en vernietiging van nakome-lingen die voortkomen uit een dergelijke kruising.


ONDERBOUWING VAN HET ADVIES



1. INleiding
In het Zuid-Hollandse Brielle is ophef ontstaan omtrent de ontsnapping van een onbekend aantal levensgevaarlijke schorpioenen.

In juli wisten tussen de dertig en 35 jonge dieren uit een terrarium in een woonhuis te ontsnappen. Acht-tien werden er in de kamer teruggevonden. Onge-veer zeventien beesten zijn nog kwijt.

Burgemeester G. van Viegen zegt dat het risico vol-gens haar buitengewoon klein is, dat ze nog in leven zijn. Een deskundige vertelde haar dat de beesten een temperatuur van kouder dan 25 graden niet overleven. Bovendien hebben medewerkers van de Roteb op 18 september twee naburige woningen ge-reinigd en was 19 september de woning van de eige-naresse van de dieren aan de beurt.

Volgens A. Bom van Reptielenzoo Iguana in Vlissin-gen is de situatie echter wel bedreigend. Het gaat volgens hem mogelijk om zeventien Saharaschor-pioenen. ¨Na een beet van zo'n dier ben je binnen één minuut dood¨. Bovendien zijn de beesten vol-gens hem helemaal niet dood gegaan door de kou: ¨Ze gedijen prima tussen de minus 60 en plus 60 graden. In de woestijn worden ze ook blootgesteld aan extreme omstandigheden¨.

Volgens Iguana heeft verdelgen ook weinig zin. ¨Schorpioenen gaan op beschutte plekken zitten zo-als kieren. Ze hebben maar een klein luchtbelletje nodig om weken te overleven. Bovendien hebben ze voedsel zat, zoals pissebedden en spinnen. Ook kunnen ze als het moet een jaar zonder eten¨.

Iguana pleit er voor dat alle dieren worden opge-zocht, voordat ze zich voortplanten. Een vrouwtje dat eerder zwanger is geweest, kan zich namelijk ook zelf bevruchten. De burgemeester van Brielle gaat er desondanks van uit dat er afdoende maatregelen zijn genomen.

De Dierenbescherming ziet haar al jaren geuite vrees voor dit soort rampzalige gebeurtenissen an-dermaal werkelijkheid worden. Zij vragen de verant-woordelijke ministeries al jaren om hun verantwoor-delijkheid te nemen en het thuis houden van levens-gevaarlijke gifslangen, geleedpotigen en andere gevaarlijke dieren door particulieren te verbieden.” (www.dierennieuws.nl, 19-09-2003).
Met zekere regelmaat ontstaat grote maatschappe-lijke onrust door persberichten als deze1. Een tweede voorbeeld is de “ontsnapping” van een lanspuntslang in Enkhuizen in 1999 (hetgeen uitein-delijk verzonnen bleek). Dikwijls wordt in dergelijke gevallen het houden van gevaarlijke dieren als ge-zelschapsdier ter discussie gesteld.
Op verzoek van het ministerie van Landbouw, Na-tuur en Voedselkwaliteit (LNV) heeft de Raad voor Dierenaangelegenheden geïnventariseerd welke die-ren als gevaarlijk moeten worden aangemerkt, wat de huidige situatie is en hoe één en ander in het buitenland is geregeld. Op basis daarvan komt de Raad met een aantal aanbevelingen.
De Raad heeft de onlangs door hem gepubliceerde positief- en negatieflijsten (RDA 2003/07 en RDA 2004/03) en de wens van de minister van LNV om te komen tot integrale, zo mogelijk verkorte positief-lijsten nadrukkelijk betrokken bij het opstellen van dit rapport. Echter, de Raad acht het verkorten van de door hem opgestelde positieflijsten niet mogelijk. Verkorting van de positieflijsten in de zin van beper-king van het aantal soorten op de positieflijst of het aanwijzen van volledige families, dan wel orden, in plaats van soorten en genera, zou naar de mening van de Raad leiden tot een ongenuanceerde, on-evenwichtige lijst, waarin geen of tenminste onvol-doende recht wordt gedaan aan het karakter van (artikel 33 van) de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, waarin de gezondheid en het welzijn van het gehouden dier centraal staan. Toepassing van de criteria zoals deze door de minister van LNV zijn genoemd in zijn schrijven van 11 november 2004 aan de Tweede Kamer, waaronder het gevaar voor zoönosen en faunavervalsing, zullen weliswaar lei-den tot sterk verkorte positieflijsten, maar de Raad acht het maatschappelijk draagvlak hiervoor nihil. Consequente toepassing van deze criteria zou na-melijk betekenen dat ook zeer populaire gezel-schapsdieren, zoals de hond, kat en parkiet, van de positieflijst verdwijnen (zie ook hoofdstuk 2).
2. Afbakening van het begrip ‘ge-vaarlijk’
Van Dale (Handwoordenboek hedendaags Neder-lands, 1994) omschrijft het woord ‘gevaarlijk’ als “ge-vaar met zich meebrengend, hachelijk, onveilig, ris-kant, link; gevaar opleverend voor anderen”. ‘Ge-vaar’ wordt vervolgens gedefinieerd als “kans op on-heil, ongeluk, nadeel; hachelijke toestand van dege-ne die door onheil bedreigd wordt; risico”. Een ge-vaarlijk gezelschapsdier zou dan als volgt gedefini-eerd kunnen worden: “Een gevaarlijk gezelschaps-dier is een gezelschapsdier dat vanwege agressivi-teit, giftigheid of andere eigenschappen (ernstig) on-heil kan toebrengen aan zijn houder, aan andere personen dan de houder, of aan andere dieren.” De Raad is van mening dat van (ernstig) onheil sprake is als de soort een ernstig, eventueel dodelijk trauma aan de houder of aan andere personen dan de houder kan toebrengen. Trauma aan andere dieren is buiten beschouwing gelaten, omdat vrijwel elk dier (ernstig) onheil aan een ander dier kan toebrengen (een kat die met een muis speelt brengt mogelijk ernstig onheil toe aan de muis, maar is daarmee vanuit menselijk perspectief gezien nog niet gevaar-lijk). De Raad wijst erop dat het begrip 'ernstig' een subjectief karakter heeft.

De hierboven geformuleerde definitie impliceert reeds dat dieren op verschillende manieren gevaar-lijk kunnen zijn voor de samenleving, de fauna én/of de houder, namelijk:

1. Door het veroorzaken van fysieke schade (trau-ma): door het gebruik van hoorns, gewei of lede-maten, door het toebrengen van steek-, krab- of bijtwonden, door het inbrengen van gif en/of door het veroorzaken van psychisch leed zoals angst;

2. Door het overdragen van zoönosen: de over-dracht gaat soms gepaard met trauma (steek-, krab- of bijtwonden);

3. Door het veroorzaken van schade in geval van een ontsnapping: schade kan optreden in de vorm van trauma, maatschappelijke onrust/pa-niekschade en faunavervalsing (met als mogelij-ke gevolgen de verspreiding van parasieten en ziekteverwekkers, vraatschade en/of predatie-schade).
De Raad plaatst een aantal kanttekeningen bij het aanwijzen van dieren als zijnde ‘gevaarlijk’:

1. Veel dieren zijn niet per definitie gevaarlijk, maar potentieel gevaarlijk. Veelal bepaalt de situatie (bijvoorbeeld het hanteren door een ondeskundig persoon) of een dier daadwerkelijk gevaarlijk ge-drag zal vertonen. Daarom is het correcter te spreken van potentieel gevaarlijke dieren;

2. Een soort die in het algemeen niet als ‘potentieel gevaarlijk’ zal worden aangemerkt, kan onder be-paalde omstandigheden toch gevaarlijk blijken. Denk hierbij aan personen met een allergie (bijv. in geval van een bijen- of wespensteek), kleine kinderen (bijv. een beet van een hond kan dode-lijk zijn voor een baby, maar voor een volwasse-ne kan een vergelijkbare beet resulteren in ‘slechts’ een lelijke verwonding) en bepaalde be-roepsgroepen (bijv. dierenartsen, dierverzorgers etc.);

3. Het gevaar dat het houden van een soort als ge-zelschapsdier met zich mee kan brengen wordt in grote mate bepaald door de agressiviteit van de soort. Sommige soorten zijn van nature agressief terwijl andere soorten alleen trauma zullen veroorzaken onder heel specifieke om-standigheden (zie ook opmerking 1);




  • Het is vrijwel onmogelijk om in algemene be-woording aan te geven of een dier als (po-tentieel) gevaarlijk aangemerkt dient te wor-den of niet.

4. Veelal heeft de maatschappelijke discussie be-trekking op minder aaibare en bij het publiek min-der bekende dieren, zoals slangen en schorpioe-nen. Door een onjuiste informatieverstrekking, gebrek aan kennis en het lage aaibaarheids-gehalte wordt snel (en in veel gevallen ten on-rechte) verondersteld dat dergelijke diersoorten bijzonder gevaarlijk zijn. Echter, ook dieren met een hoog aaibaarheidsgehalte, zoals honden en paarden, kunnen potentieel gevaarlijk zijn;

5. Zoönosen zijn niet als criterium voor potentieel gevaarlijk meegenomen. Bijna alle dieren kun-nen drager zijn van zoönosen. Ook dieren die in het algemeen niet aangemerkt worden als poten-tieel gevaarlijk, zoals bijvoorbeeld honden en katten, kunnen drager zijn van zoönosen. De Raad waarschuwt er voor het gevaar van de overdracht van zoönosen van dier op mens niet te onderschatten;

6. Nieuwe ziekten kunnen de kop opsteken ten ge-volge van een toegenomen internationaal trans-port van dieren (en mensen), maar ook door nauwe contacten met dieren in de landen van herkomst;

7. Faunavervalsing is niet als criterium voor poten-tieel gevaarlijk meegenomen. Vrijwel alle soorten die zich kunnen handhaven in een gematigd kli-maat dan wel in een (sub-)tropisch klimaat op grotere hoogte kunnen zich in principe in Neder-land vestigen. Of een soort zich blijvend in Ne-derland kan vestigen hangt sterk af van de aan-wezigheid van een voor de diersoort geschikte voedselbron en de mogelijkheden tot voortplan-ting. Eenmaal verwilderd zou een diersoort die nu niet aangemerkt wordt als potentieel gevaar-lijk mogelijk wel potentieel gevaarlijk kunnen zijn;

8. Bij het aanmerken van diersoorten als potentieel gevaarlijk is met eventuele consumptie van de betreffende diersoort geen rekening gehouden.


3. Dieren die als potentieel gevaar-lijk dienen te worden aange-merkt
Voor het aanwijzen van diersoorten die als potentieel gevaarlijk dienen te worden aangemerkt is de Raad uitgegaan van de door hem opgestelde positieflijsten (zie ‘Negatief- en positieflijst voor zoogdieren en vogels ter invulling van artikel 33 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren’ (RDA 2003/07)2 en ‘Negatief- en positieflijst voor reptielen, amfibieën en vissen ter invulling van artikel 33 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren’ (RDA 2004/03)). Voor ongewervelden is (nog) geen posi-tieflijst beschikbaar. Desondanks heeft de Raad ge-meend een aantal soorten ongewervelden aan te moeten merken als potentieel gevaarlijk.
Op basis van de afbakening zoals weergegeven in hoofdstuk 2 heeft de Raad een aantal families, gene-ra en/of soorten aangemerkt als potentieel gevaarlijk (zie bijlage 1). Middels een voetnoot is aangegeven

of maatschappelijke onrust, al dan niet terecht, ver-wacht mag worden in geval van ontsnapping van de soort.


Volledigheidshalve wijst de Raad er op dat door uit te gaan van de positieflijsten zoals die door hem zijn opgesteld, alle soorten die definitief op de negatief-lijsten zijn geplaatst buiten beschouwing zijn geble-ven. Ook bij de soorten die op de negatieflijsten zijn geplaatst, kan een aantal soorten aangemerkt wor-den als potentieel gevaarlijk. Echter, vanuit het gezondheids- en welzijnsperspectief van de soort zelf is deze soort naar mening van de Raad in ieder geval niet geschikt om als gezelschapsdier te wor-den gehouden.


  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   15


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina