S. O. W. kerk ’De Fontein’ Oudemirdum



Dovnload 34.32 Kb.
Datum24.08.2016
Grootte34.32 Kb.




S.O.W.-kerk ’De Fontein’

Oudemirdum



Geachte Gast,
Heb er erg in waar u binnengaat.

Dit is een huis van rust en stilte,

dit is een huis van God.
Ga hier niet vandaan, zonder even

tot rust te zijn gekomen en te bidden

voor uzelf en voor uw dierbaren
( Gelezen in een kerk in het buitenland )
Inleiding
De SOW-gemeente Oudemirdum, Nijemirdum en Sondel, heet u van harte welkom. in de kerk van Oudemirdum. Toen in 2002 de Nederlandse Hervormde Gemeente en de Gereformeerde Kerk een federatie aangingen moesten de drie kerken van de nieuwe gemeente een andere naam kiezen. In Oudemirdum werd gekozen voor “De Fontein”. Al in oude tijden was er een bron, door de plaatselijke bevolking ‘fontein’ genoemd, in wat nu het Fonteinbos heet. Ook de Fonteinwei ontleent haar naam aan deze bron.De keuze voor de naam ‘SOW-kerk De Fontein’ ligt dus wel voor de hand.

De Samen-Op-Weg Gemeente Oudemirdum, Nijemirdum en Sondel omvat genoemde drie dorpen, waarin twee predikanten werkzaam zijn. De gemeente telt ongeveer 1200 leden en is aangesloten bij de Protestantse Kerk in Nederland. In elk dorp staat een kerkgebouw waar elke zondag een dienst wordt gehouden.



Iets over de geschiedenis van de kerk.
De kerk is gebouwd op de fundering van een eerdere uit de twaalfde of der-tiende eeuw, die behoorde tot de Abdij van Corvey in Duitsland. Aan de voet van de toren ligt nu nog een deksel van een doodkist van rode Bremer zandsteen uit de dertiende eeuw. De vage inscriptie wijst op het graf van een kerkelijke hoogwaardigheids-bekleder. Een tweede sarcofaag, die in betere staat verkeerde, is overgebracht naar het Fries Museum te Leeuwarden. Het eerste kerkje was van tufsteen.. Deze steensoort werd geïmporteerd uit Duitsland en langs de grote rivieren naar deze streken vervoerd. Omdat tufsteen een kalkrijke steensoort is werd de kerk in 1790 afgebroken en het puin vermalen tot grondstof voor de bereiding van cement, maar meer nog als bemesting gebruikt op de zure en onvruchtbare Gaasterlandse gronden.

Hierna werd een eenvoudig zaalkerkje met kleine torenspits gebouwd, dat tot twee maal toe is uitgebreid. Eerst in 1890, toen het schip westwaarts verlengd werd, wat nog duidelijk te zien is aan de twee haakse bochten die het toegangspad maakt. Tot 1890 liep dit pad recht op de toegangsdeur aan. Een tweede uitbreiding vond plaats in 1926, toen aan de noordzijde een zijbeuk gebouwd werd. Bij deze laatste verbouwing is vooral het exterieur van de kerk geschonden. Dat valt het best waar te nemen als u staat op het kerkhof aan de oostzijde van de kerk. Een laatste grondige restauratie heeft in 1999/2000 plaats-gevonden waarbij het interieur volledig is veranderd.

De indeling voor 1999 was als volgt: In het schip stonden drie rijen banken gericht naar de preekstoel, die in het midden van de oostgevel was geplaatst.

Voor de preekstoel langs was het doophek geplaatst, dat in 1926 tot de halve hoogte was verlaagd. Naast het orgel was de galerij doorgetrokken tot in de zijbeuk.

De indeling van 2000 is als volgt: De vorm van het oude kerkgebouw is teruggebracht door het weer gedeeltelijk optrekken van de oude noordmuur. De galerij is verdwenen en heeft plaats gemaakt voor een kleine vergaderruimte waar ook tijdens de dienst op de jongste kinderen wordt gepast. De grootste verandering is wel de plaats van de preekstoel. Deze staat nu tegen de zuidmuur. De plaats van de preekstoel bracht ook een geheel nieuwe opstelling van de banken met zich mee. Vooral de ”tribune”, waar men graag zit, heeft de in 1926 bijgebouwde zijbeuk een functionele aanblik gegeven. De gemeente komt ’s zondags bijeen om het Woord en is nu ook letterlijk om dat Woord vergaderd, hetgeen een der voornaamste redenen voor deze opstelling is geweest.

Het aantal zitplaatsen dat gecreëerd kan worden is 350.

Architect bij deze restauratie was de heer Jelle de Jong, te Lemmer.

Het meubilair.
De eiken preekstoel is van omstreeks 1650 en versierd met kolommen en ornamenten, in Noord-Nederlandse renaissancestijl.

Het doophek is waarschijnlijk uit 1618, echter door het verminken van het hek tijdens de verbouwing van 1926, niet meer in originele staat. Groot was de vreugde toen bij de restauratie van 1999/2000 achter een der herenbanken een klein gedeelte van het oorspronkelijke doophek werd teruggevonden. Het was slechts 70 cm. breed, maar hiermee kon het gehele doophek in oorspronkelijke staat gereconstrueerd worden en dateert nu dus uit 2000.


Het doopvont met het zilveren doopschaaltje dateert uit 1751 en werd geschonken door grietman (burgemeester) Ulbo Aylva Rengers en zijn vrouw Nicasia van der Haer, bij de geboorte en doop van hun zoon Lamoraal Ulbo Rengers, die later ook weer grietman van Gaasterland werd.
De twee gesneden psalmbordjes dateren uit dezelfde tijd. Ze zijn indertijd in opdracht van de kerkvoogden door de plaatselijke timmerman gemaakt, omdat de voorzanger niet functioneerde. Omdat er geen orgel in de kerk aanwezig was werd de gemeentezang geleid en ondersteund door een voorzanger. Meestal was dit de schoolmees-ter van het dorp.
De herenbank (18e eeuw) is oorspronkelijk van de familie Van Welderen Rengers (zie bij doopvont) en uit piëteit bewaard en meegenomen naar de nieuwe inrichting. Hij is in eikenhouten structuur geschilderd en met opzet licht gehouden als contrast met het donkerrode orgel.
Het orgel is in het jaar 1900 gebouwd door de firma Bakker en Timmenga te Leeuwarden, die het in het jaar 2000 ook weer heeft gerestaureerd.

Het is een eenmanuaals werk met in totaal 9 stemmen t.w.:

Prestant 8’

Bourdon 16’ gehalveerd in bas- en diskant.

Holpijp 8’

Viola di Gamba 8’

Octaaf 4’

Fluit d’amour 4’

Mixtuur 2-3 sterk

Trompet 8’ gehalveerd in bas- en diskant

Tremlant

De omvang der manualen is van c-f. en het pedaal heeft een omvang van C-c


De banken zijn overgenomen van een kerk in Scheveningen, die gesloten moest worden.

De avondmaalstafel is een geschenk van de aannemer, de heer De Jong te Workum, die hem eigenhandig gemaakt heeft.


De vier tafelkleden (Antependia) in de kleuren van het kerkelijk jaar zijn gemaakt door een gemeentelid, mevrouw Yke Elgersma.

Deze kleuren geven de verschillende perioden aan waarin het kerkelijk jaar verdeeld is. Voor de grote feesten als kerst- en paasfeest is de kleur wit, voor het pinksterfeest rood en voor de perioden van verwachting en inkeer paars. Deze perioden zijn de adventsweken voor het kerstfeest en de 40-dagentijd voor Pasen. In de ‘feestloze’ tijd van het jaar is de kleur groen.


Ten slotte moet nog genoemd worden het bord met de namen van de predikanten die de (hervormde) gemeente gediend hebben van de reformatie af.
In de consistoriekamer hangt een merklap, met veel bijbelse voorstel-lingen, die gemaakt is door Mevr. A. Anepool – Weersma, in 1977. Tevens hangt er een foto van de kerk van onze partner-gemeente in Zurow bij Wismar in Mecklenburg-Vorpommern.

Glasgeschilderd raam

Vanaf de 17e eeuw was het gewoonte, dat door de provinciale autoriteiten bij nieuwbouw van kerken, gelden of geschenken in natura geschonken werden. Daar de kerk uit de opbrengst van de afbraak van de oude kerk gefinancierd kon worden, schonken de Edelmogende Rekenkamer van Friesland, de Edelmogende Heren Gedeputeerde Staten, de Raden ’s Hofs en de Staten van Friesland ieder een glasgeschilderd raam. De maker hiervan was Ype Staak, een bekend kunstschilder die samen met zijn broer Jurjen in Sneek een (glas)schildersatelier had en veel opdrachten ontving voor vensters in verschillende Friese kerken. Tijdens de Bataafse Republiek en de latere Franse overheersing van 1795 tot 1813, de tijd van ”Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap” moesten alle zichtbare tekenen van de vroegere regentencolleges verdwijnen en dus ook de ramen met hun wapenafbeeldingen. Gelukkig heeft de toenmalige predikant, Ds. Stephanus Bulthuis de vier ramen laten uitnemen en opbergen en zodoende gered. Na de Franse tijd konden ze weer worden geplaatst. Helaas zijn in 1879 tengevolge van een hevige storm, met hagel en onweer, drie van de vier ramen kapot geslagen. Slechts deze ene is ons overgebleven en werd uit voorzorg van de noordmuur naar de zuidmuur overgebracht, met een extra ruit als bescherming. In 2002 is dit venster geheel gerestaureerd met geld dat door vrouwenvereniging ‘Martha’ bijeen was gebracht.



De Klok

De luidklok in de toren draagt het opschrift: MI MAECTE IN DIE EER MARIEN BIDEN KUREIT HEER HEINRICHSTIJEN, STEVEN BUTENDIIC MINE DATWONDERT MEN SCREEF MLVII EN CCCC. Hij is dus tot eer van Maria gemaakt door Steven Buitendijk (een Utrechts klokkengieter) in het jaar 1458.

De klok wordt geluid voor de aanvang van elke dienst en ook tijdens de eredienst onder het gezamenlijk bidden van het Onze Vader.

Tevens geeft hij in het dorp nog steeds het levensritme aan, want hij wordt dagelijks geluid om acht uur ’s morgens en om twaalf en vier uur ’s middags. Bovendien wordt hij geluid om een sterfgeval te melden: voor een overleden man wordt drie kwartier geluid, voor een vrouw twee en voor een kind één kwartier. Deze tijden zijn om praktische redenen zo gekozen om het verschil man, vrouw of kind aan te duiden.



Nog iets over het orgel en zijn bouwers

Het orgel is, zoals reeds gezegd, gebouwd in 1900 door de orgel-bouwers Bakker en Timmenga te Leeuwarden

Hoewel niet zo bekend is deze stad toch meerdere orgelmakersfirma’s rijk geweest. Zo waren vanaf 1780 twee firma’s in Leeuwarden actief, nl. Van Dam-van Gruijzen en Van Dam-Hardorf.

In 1855 begonnen de Gebroeders Adema een bedrijf en in 1880 volgden Fokke Bakker en Arjen Timmenga dit voorbeeld. Het orgel is dus gebouwd door deze laatste en jongste firma.

Dat zij toen begonnen is niet zo verwonderlijk, want juist de jaren 1850 tot 1870 waren gouden jaren voor de landbouw. Veel kerkvoog-den waren boer en wisten goed met geld om te gaan. Denk maar aan de boerenleenbanken die toen ontstonden. Door deze voorspoed ontstonden er steeds groter overschotten op de rekeningen van de kerkvoogdij, met als zichtbaar resultaat de vele nieuwe kerken, torens, pastorieën en orgels die toen gebouwd werden!

Er is geen periode waarin de orgelkasten zo rijk geornamenteerd zijn als juist in de 19e eeuw en dan in het bijzonder rond 1870. In dit jaar startten Bakker en Timmenga hun bedrijf. Omdat Fokke Bakker Doopsgezind was, kwamen als vanzelf de bestellingen van orgels voor de Doopsgezinde kerken bij hem terecht. Maar toen omstreeks 1880 de grote landbouwcrisis kwam leek het gedaan met de firma. De bestellingen liepen sterk terug, maar de beide firmanten waren goede handelslui en boden de orgels tegen afbetaling aan, waar men soms wel 10 jaar over mocht doen. Er wordt wel beweerd dat Bakker en Timmenga rijk werden van hun financieringsmaatschappij, die een afbetalingsrente vroeg van 4 à 5 %. Ook het orgel van Oudemirdum is op deze wijze gekocht, maar was al na enkele jaren geheel afbetaald


De firma Bakker en Timminga had altijd voldoende werk. Toch maakten ze niet altijd alles zelf. Zo werden de orgelkasten, klavieren en soms ook de pijpen bij derden besteld

Nog iets over de kansel

De kansel uit omstreeks 1650 is vervaardigd in renaissancestijl, met zuiltjes en kapitelen. De maker is onbekend, maar hij heeft bij zijn werk een voorbeeldboek gebruikt, dat was uitgegeven door Hans Vredeman de Vries (1527 – 1606) te Leeuwarden. Deze Vredeman de Vries was een alom gerespecteerd architect, beeldhouwer en schilder. Hij werkte voornamelijk in Friesland, Groningen en Noord-Duitsland. De stijl, die hij gebruikte wordt Noord-Nederlandse renaissance genoemd. Door de uitgifte van zijn gravureboek (voorbeeldboek!), is deze stijl vanuit Friesland via Groningen naar Noord-Duitsland en Denemarken en vandaar zelfs tot in Zweden verbreid.

Vredeman de Vries gebruikte cirkels en voluten. Deze laatste zijn krulvormige zuilversieringen aan het kapiteel van Ionische zuilen. Hier aan de kansel ook goed te zien.

Daar Vredeman niet in hout, maar in steen werkte, waren zijn voorbeelden voorzien van de bevestigingsnagels om de verschillende onderdelen aan elkaar te bevestigen. De beeldhouwer van onze kansel heeft deze nagels in zijn voorbeeld niet goed begrepen en klakkeloos overgenomen. Zie de puntjes in de zuiltjes van de kansel. Ze doen daar geen enkele dienst voor de bevestiging, maar zijn nu meer als versiering aan te merken.



De voorstellingen op de merklap

Van de bijbelse voorstellingen op de merklap in de consistoriekamer zijn verschillende overgenomen van oude merk- of letterlappen, maar ook zijn sommige nieuw ontworpen in dezelfde, haast primitieve, stijl.

Midden boven ziet u een pelikaan die met zijn eigen bloed zijn drie dode jongen weer tot leven brengt, een zinnebeeldige voorstelling van Jezus’ kruisoffer. Links en rechts ziet u daarnaast een voorstelling van Jacobs droom en de voor Saul harp spelende David.

Dan, in het midden het Lam Gods met glorievaantje.

Ook de verspieders met de geweldige druiventros uit Numeri 13, de aren lezende Ruth en Daniël in de leeuwenkuil ontbreken niet.

De wereldbol met kruis, als zinnebeeld van Christus als heerser over de wereld, en de vis, het oude symbool van Christus, flankeren het P X -teken, het zgn. Christusmonogram. Ook de Alpha en Omega, het begin en het einde, zult u kunnen ontdekken.

Onderaan zijn de vijf wijze maagden met hun brandende lampen op weg naar het huis van de bruidegom. Links en rechts staat een olielampje zoals gebruikt werd in de eerste eeuwen van het Christendom.

Helemaal onderaan vindt u Abrams offer uit Genesis 22 en ter weerszijden daarvan de vogelen des hemels en de bloemen des velds uit Mattheus 6.

Links en rechts in de rand ziet u mooi gestileerde levensboompjes, waarvoor een Marker lap uit 1740 als voorbeeld heeft gediend.

Wij nodigen u graag uit voor het bijwonen van onze erediensten.

De aanvangstijden en voorgangers staan vermeld in het mededelingenkastje bij het hek van de kerk

Het deksel van een der sarcofagen uit Oudemirdum. Thans in het Fries Museum te Leeuwarden




De kerk zoals die er in 1721 moet hebben uitgezien








De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina