Samenstelling: Jart Voortman



Dovnload 141.04 Kb.
Pagina1/2
Datum26.08.2016
Grootte141.04 Kb.
  1   2







project over de bijbelse profeten voor Protestants-evangelische Godsdienst in het vierde jaar ASO/TSO

samenstelling: Jart Voortman
Profeten
Profeten hebben de taak om de mensen namens God te confronteren met wat er verkeerd is in de wereld. Als het goed is brengen ze mensen tot inkeer. De mensen moeten ontdekken dat ze hun geloof weer serieus moeten nemen en dat ze moeten omzien naar minder bedeelden.
Een van de problemen in onze tijd is armoede.

Alleen al in een land als India leven 250 miljoen mensen onder de armoedegrens. Vele kinderen gaan niet naar school, omdat gezinnen anders niet rond kunnen komen.

Alle grote steden in de derde wereld hebben hun sloppenwijken. Er is geen riolering en geen hygiëne. Vele kinderen sterven aan eenvoudig te voorkomen ziekten: diaree, infectieziekten, enz.

In Congo is het normaal dat mensen soms een dag niet eten – dat doen ze om geld uit te sparen. Maar eigenlijk is het gewoon honger.

In Latijns-Amerika verkopen boeren hun laatste stukje grond om een operatie in het ziekenhuis te betalen. Ze worden steeds meer afhankelijk van de plaatselijke geldschieter, totdat ze echt aan de grond zitten.

In België vinden we het normaal als mensen bedelen. Meestal lopen we voorbij. In de grote steden zijn er daklozen. Soms gaat het echt om tragische gevallen. Vluchtelingen en illegalen maken gebruik van de voedselbanken. Structurele oplossingen worden niet geboden.







Probeer het armoede-probleem in de wereld eens in kaart te brengen.

Wat zijn de armste landen in de wereld?

Welke landen daarvan zijn arm door slecht bestuur? Welke door oorlog?

Welke rol speelt de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds?

Welke landen gaan echt vooruit? Waarom?

Zijn er mensen die je kent, die je profetisch zou kunnen noemen, omdat ze opkomen voor de armen?



Amos


In de tijd van Amos begon een ongecontroleerd kapitalisme op te komen. Mensen dreven handel en zij die het al goed hadden, konden makkelijk nog rijker worden. Arme mensen stonden machteloos tegenover dat proces (8:5,6). De rijken hadden het vooral druk met hun feestjes (6:1-10).

Ze voelden zich door God uitverkoren (3:1; 6:1) en waren beslist niet ongelovig. Ze konden ontroerd zijn bij het zingen van bepaalde liederen, maar ze hadden niet door dat God daar niet zo veel van hoefde (5:21-24).

Als gewone boer (7:14) wordt Amos door God geroepen om deze misstanden aan de kaak te stellen.






Hieronder vind je het verhaal van Amos zoals dat door Karel Eykman verteld wordt in de kinderbijbel Woord voor Woord. Hij heeft op een knappe manier een aantal Bijbelgedeelten samengevoegd tot een lopend verhaal. Zet in de rechterkolom de Bijbelteksten die hij gebruikt heeft: 3:1-8; 4:1-3; 5:21-27; 7:10-17; 8:6



1Het ging ten slotte goed in Israel. Er waren niet alleen boeren die zorgden voor meer dan genoeg graan, vruchten en vlees. Er waren nu ook handelaars.

Dat was zo'n honderd jaar na koning Achab nog maar net begonnen. Ze kochten graan en vruchten van de boeren, brachten dat naar de havenstadjes en verkochten het daar aan de schepen. Van die schepen kochten ze weer linnen en kleden of mooie schalen en verkochten dat dan thuis aan anderen.

Zo werden ze rijker, ze bouwden voor zichzelf grotere huizen, ze kochten land van arme boeren en lieten die verder voor een klein loontje het werk doen.

En opeens was daar een man. Hij kwam ver uit het zuiden, zijn naam was Amos. Hij liep door de straten, hij kwam langs de grote huizen met de tuinen, hij zag hoe de mensen daar leefden, hij zag hoe de deftige dames daar een feestje viereden. En hij riep: "Smaakt het, dames? Stelletje opgedirkte prijskoeien! Dat hangt maar languit in bankstellen, dat zegt alleen maar "schenk nog eens in" en geef eens wat aan"; die schoentjes die je draagt zijn betaald van het geld van arme sloebers die nu nog in de schulden zitten. Die kleedjes waar je op loopt zijn gemaakt door mensen die zelf nauwelijks te eten hebben. Zo rollen jullie maar door als een dikke wagen en wie in de weg staat duwen jullie opzij. Denken jullie dat dat zo door kan gaan? Langzamerhand raken jullie zo vol, zo zwaarbeladen dat jullie vast raken als een grote glimmende pronkwagen die in de modder vastloopt."

Natuurlijk kwamen er mensen aan die kwaad op hem werden.

"Rustig alsjeblieft", zeiden ze. "Je ziet toch dat alles goed gaat? Kan je dan niet je mond houden?"

"Nee", zei Amos, "dat lukt me niet. God roept dat het verkeerd gaat met jullie. Als een leeuw brult, wie schrikt daar niet van? Als God schreeuwt, hoe kan ik dan mijn mond houden?"

De grote wijze priester Amazia kwam uit de tempel. Hij ging naar Amos toe en zei: "Luister eens. Ik geloof echt wel dat je meent wat je zegt. Maar jij



........................
........................
........................
........................
........................
........................
........................
........................
........................
........................
........................
........................
........................
........................




komt toch uit het zuiden nietwaar? Ga daar dan vertellen wat je zonodig zeggen wil. Wij hebben namelijk allang profeten in dienst. Hier staan ze. Ze kunnen heus wel preken zoals het hoort, zie je."

Maar Amos werd kwaad.

"Zó een ben ik niet", riep hij, "ik ben geen profeet van mijn vak. Ik word er niet voor betaald. Ik zie gewoon dat het verkeerd gaat als jullie zo doorgaan! Hoe kan ik dan mijn mond houden?"

"Ja, alles goed en wel", zei Amazia. "Maar morgen is er hier een grote ernstige plechtigheid voor God en daarbij kunnen we niet gestoord worden."

Amos werd kwaad.

"Zal ik jullie eens zeggen wat God van die mooie feestdagen van jullie vindt? Ik kan het niet meer aanzien, zegt Hij. Ik wordt er misselijk van. En die vrome muziek waar jullie zo graag ontroerd van zijn, vind Ik niet om áán te horen. Schei er mee uit! Dat zegt God. Hij bedankt daar allemaal voor, als jullie wel God willen eren maar tegelijk Zijn mensen in de steek laten. God heeft te maken met mensen die niét hebben wat ze nodig hebben. God heeft te maken met mensen die arm zijn, mensen die geen werk hebben of die zich kapot werken voor niets. God heeft te maken met mensen die gebukt lopen omdat ze bang zijn in de gaten te lopen. Dat zijn de mensen voor wie God er is en niet voor jullie. Als jullie zo doorgaan, gaat het verkeerd tussen jullie en God."


uit: K. Eykman, Woord voor woord

........................
........................
........................
........................
........................
........................
........................
........................
........................
........................


Wat waren dat voor mensen, profeten?

Er bestaat gereglementeerd geloof.

Daarmee bedoelen we dat omschreven is wat je moet geloven, met welke houding je moet bidden, wat de liturgie is van een kerkdienst, enz. De manier van geloven van de profeten zou je kunnen rekenen onder

ongereglementeerd geloof. Dat wil zeggen: bij profeten gebeurt er veel dat onverwacht is. Profeten zijn zo vol van hun boodschap, dat ze niet meer proberen hun publiek te behagen, het naar de zin te maken.

Profeten zijn confronterend en ze hebben niet een hoeveelheid regels, waardoor hun gedrag voorspelbaar is.


D

e eerste keer dat in de bijbel over profetie wordt gesproken is in Numeri 11. In het boek Numeri vinden we het thema, dat de positie van Mozes wordt bedreigd. Er zijn mededingers die de positie van Mozes voor zichzelf opeisen (Mirjam in Numeri 11 en Korach, Datan en Abiram in Numeri l6). Mozes daarentegen wordt beschreven als een nederig mens. Hij heeft het moeilijk en voelt zich soms overbelast (11:11). Als hij dat gevoel tegenover God uit krijgt hij het volgende antwoord (11:16,17):
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Dan ontvangen deze 70 mannen de Heilige Geest. Ze beginnen te profeteren.

* Wat moeten wij ons voorstellen bij dat profeteren?

Er ontstaat een conflict over dat profeteren. Maar Mozes zegt (11:29):


. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .


Behalve in de Pinksterbeweging vinden we het profetenambt niet meer terug in de christenheid. Maar in het O.T. was dat heel anders. Er wordt heel regelmatig gesproken over profeten.


I


n het boek Samuel heeft de profeet Samuel een machtige positie. Hij werd geraadpleegd voor advies, hij zegende de offers en hij stelde koningen aan. Het wonderlijke verhaal in 1 Samuel 9 en 10 is dat God aan Samuel openbaart wie de nieuwe koning van Israel moet worden. Saul komt naar hem toe om te vragen of hij misschien door de Geest weet waar zijn ezels zijn, waarnaar hij op zoek is. Samuel antwoordt (9:19,20):
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
De volgende morgen zalft Samuel Saul tot koning over Israel en komen al zijn voorspellingen uit (10). Daarna 10:10


. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
* Hoe moet je dat uitleggen?



Over Elia worden vele wonderlijke verhalen verteld. Hij kondigde een periode van droogte aan aan de koning Achab (1 Kon 17:1). Er volgt een verhaal over een oliekruik die niet leeg raakt en de opwekking uit de dood van een jongen van een weduwe. Na de gebeurtenissen op de Karmel doodt Elia de Baäl-profeten.(18) Daarna begint het te regenen, maar Elia moet vluchten voor Achab, die wraak wil nemen. Op de Berg Horeb wordt hij getroost (1 Kon 19); hij blijkt geestelijk niet alleen te staan en krijgt een opvolger in de persoon van Elisa. Na het complot van Achab tegen Nabot, wordt door Elia zijn einde aangezegd (1 Kon 21).

Na de hemelvaart van Elia volgde Elisa hem op. Ook over Elisa worden grote wonderen verteld. Hij reinigde besmet water (2 Kon 2:19 e.v.), Eveneens: olie die niet opraakt en een dode die wordt opgewekt (4). Ook de generaal van het leger van Aram wordt genezen (5). Elisa had grote invloed op de politiek. Hij wist dingen die je normaal niet kunt weten (6:12)


Als we verder lezen in het O.T. komen we vele, vele andere verhalen tegen over profeten. De profeet Natan kennen we vooral van de confrontatie van David met zijn misstap (2 Sam12), Maar er wordt ook verteld dat hij een complot onthulde (1 Kon 1:5 e.v.).
In 1 Kon 20 kiest een profeet eveneens voor het vertellen van een verhaal. Hij speelt dat hij terugkomt uit een veldslag, maar dat een gevangene bij hem is ontsnapt. Volgens de regels zou hij daarvoor de doodstraf krijgen. Als koning Achab dit vonnis over hem uitspreekt, haalt de profeet zijn verhulling weg en zegt hij: u hebt de vijand Benhadad in leven gelaten; dit kost u uw leven (20:42).
Maar soms is profetie ook verwarrend. Want in datzelfde verhaal heeft die naamloze profeet een bebloed gezicht nodig en zegt hij tegen zijn collegaprofeten: sla mij alstublieft!

De eerste profeet aan wie dat gevraagd wordt weigert dat. En dan krijgt hij te horen dat hij spoedig door een leeuw zal worden gedood – iets dat inderdaad gebeurt (35,36).

Een ander bizar verhaal is het verhaal van Micha de zoon van Jimla in 1 Kon 13. Hij doet de profetie dat het prestigieuze altaar van Betel in de toekomst gebruikt zal worden om de priesters die er dienst doen te roosteren. Koning Jerobeam is woedend en zegt: grijp die profeet! Maar op dat moment wordt zijn hand die over het altaar steekt verlamd en splijt het altaar. Als Micha dan voor zijn hand bidt dan wordt hij genezen. Koning Jerobeam nodigt hem uit om te eten, maar Micha weigert dat, omdat God heeft gezegd dat hij na de profetie niet moest gaan drinken en eten.

Maar nu komt het: een andere profeet liegt Micha voor dat God hem heeft gezegd dat hij wel mag eten en nodigt hem uit. Als Micha hierop ingaat dan spreekt deze profeet een vloek over hem uit.


Interessant is dat de profeten soms ook heel creatieve methodes gebruiken om hun boodschap kenbaar te maken.

In de reclame is het een kunst om op te vallen, indruk te maken. Als je een originele aanpak hebt dan heb je meer kans op succes.



* wat vind jij op het ogenblik een leuke reclame?

Vergelijkbare middelen worden gebruikt bij politieke acties. Als je een minister een petitie aanbiedt zal hij dat ’s avonds niet aan zijn vrouw vertellen, maar als je hem een kom soep aanbied en dan een pamflet overhandigt dat hij er een soepzooitje van maakt, misschien blijft het dan wel hangen.

Je moet dus een beetje mediageniek zijn.

Als je demonstreert voor de vrede, kun je een spandoek maken, leuk. Maar misschien moet je wat anders bedenken: van jezelf een geraamte maken, een masker opzetten, een pop maken, enz.


Je kunt zeggen dat de Bijbelse profeten ook creatief waren om hun boodschap aan de man te brengen. We hebben al gezien dat ze soms een verhaal vertellen, waarmee zij hun gesprekspartner in de fuik laten lopen.




Schrijf hieronder wat voor manieren de profeten gebruiken om hun boodschap over te brengen.

Is er iets dat ze doen, dat wij nu misplaatst zouden vinden? Geef dit aan met een kruisje

Jesaja 8:3 (vgl 7:3; 8:18) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .


. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .


Jesaja 20:3 (Vgl Micha 1:8) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .


Jeremia 19:1-11. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Jeremia 27:2-8,12. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Ezechiël 4:1-4 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Ezechiël 5:1 (vgl Jer 7:29) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Ezechiël 12:1-7 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Hosea 1 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Valse profeten bedienen zich van dezelfde middelen:
1 Kon 22:11 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Jeremia 28:10 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

In het Nieuwe Testament op wordt op een enkele plaats ook nog over profeten gesproken.

In het boek Handelingen wordt de profeet Agabus genoemd die een hongersnood voorspelde (Hand 11:28). Later bindt deze profeet Paulus demonstratief met een gordel vast en voorspelt hij dat Paulus gevangen genomen zal worden (Hand 21:10 e.v.).

Ook wordt gesproken over de dochters van Filippus die profetessen waren (Hand 21:9).

Belangrijk is de opmerking in Efeze 2:20 dat de kerk gebouwd is op het fundament van de apostelen en de profeten. Hier wordt dus ook nog gesproken over het profetenambt.

Daarnaast worden in 1 Cor 14 instructies gegeven over hoe men om moet gaan met profetie.

In de Oude Kerk komt het profetenambt nog sporadisch voor.

Het Onderwijs van de 12 apostelen stamt uit de eerste helft van de tweede eeuw en geeft instructies hoe men om moet gaan met rondreizende profeten.

Met betrekking tot de apostelen en profeten moet u als volgt handelen naar het gebod van het evangelie. Elke apostel die naar u toekomt moet u ontvangen als de Heer. Hij moet niet langer dan een dag blijven, zonodig nog een. Als hij echter drie dagen blijft is hij een leugenprofeet. Als de apostel vertrekt moet hij niets meer meenemen dan brood totdat hij weer komt overnachten. Als hij geld vraagt is hij een leugenprofeet. U moet geen enkele profeet die in de Geest spreekt op de proef stellen of beoordelen want elke zonden zal vergeven worden, maar die zonden zal niet vergeven worden. Niet ieder die in de Geest spreekt is een profeet. Dit is slechts het geval als hij de levenswijze van de heer volgt. Uit hun levenswijze kan men de valse en de ware profeet leren kennen...

Aan wie in de Geest zegt Geef me geld of iets dergelijks moet geen gehoor gegeven worden. Als hij echter vraagt te geven voor anderen, moet niemand hem veroordelen.

Didachè 11




* hoe zou het komen dat het profetenambt in de oude kerk in onbruik is geraakt?

godsdienstkritiek

Wij mensen willen het wel graag een

beetje overzichtelijk houden. Het is

goed om naar de kerk te gaan. Het is

belangrijk om te bidden. Je moet

niet afwijken van het ware geloof.

Uiteraard stem je op een christelijke

politieke partij.

Als je je aan deze richtlijnen houdt dan

zit je goed. Er zijn zeer veel christenen

die een dergelijk uitgangspunt hebben.


Een probleem is echter dat ze op die manier

weinig rekening met de profetische kritiek die

mogelijk is op dat gesloten geloof. Anders gezegd: het is een gevaar

dat wij de bijbelse kritiek op godsdienst verwaarlozen.

Eigenlijk komen we overal in de Bijbel kritiek op de godsdienst tegen.

De stamvaders van Israel worden in het boek Genesis beschreven als

mensen met soms grote misstappen. Mozes moest in de woestijn het

opnemen tegen een mopperend volk (bijv. Ex 6:1 e.v., Num 14:1-38).

De eerste drie van de tien geboden (Ex 20) hebben alles te maken met

godsdienstkritiek.

In de tijd van Samuel gebruikten de Israelieten de ark van God als een

garantie van Gods aanwezigheid bij hun strijd tegen de Filistijnen. Maar

dat pakte mooi anders uit, God laat zich niet gebruiken (1 Sam 4,5).

Godsdienstige rituelen zijn geen garantie. Psalm 50 hekelt de vrome met zijn offers: wat baat het dat je mijn geboden opzegt en mijn verbond in de mond neemt? (50:16).

Jezus zei tegen de farizeeën: de tollenaars en de hoeren steken u voorbij op weg naar het Koninkrijk van God; die doen tenminste wel wat God hen opdraagt (Mat 21:31). Paulus kan het avondmaal van de Korinthiërs niet erkennen, omdat ze er misbruik van maken (1 Kor 11:20) en Jakobus zei dat heel ons godsdienstige leven ‘vergeefse moeite’ kan zijn (Jak 1:26). In het boek Openbaring kan God een bepaalde gemeente wel uitspugen (3:16).
Het is in deze lijn dat de profeten zich tegen hun volk keren.


Jesaja 1:2-17:

2 Hoor toe, hemel, geef gehoor, aarde,

de HEER heeft gesproken:

Ik heb mijn kinderen opgevoed en grootgebracht,

maar ze zijn tegen mij in opstand gekomen.



3 Een rund herkent zijn meester,

een ezel kent zijn voederbak,

maar Israël mist elk inzicht,

m


ijn volk leeft in onwetendheid.
4 Wee dit ontrouwe volk, vol ongerechtigheid,

volk van zondaars, verdorven geslacht.

Zij hebben de HEER verlaten,

de Heilige van Israël versmaad,

hem de rug toegekeerd.

5 Ben je niet genoeg geslagen,

verzet je je nog altijd?

Heel je hoofd doet pijn, heel je hart is ziek.

6 Van voetzool tot kruin, niets is ongeschonden:

een en al wonden en builen en striemen,

niet verbonden, niet verzorgd, niet met olie verzacht.

7 Je land is verwoest, je steden zijn verbrand.

Vreemden stropen onder je ogen de akkers af,

vreemdelingen maken alles tot een woestenij.

8 Wat rest er nog van Sion?

Het is als een hut in een wijngaard,

een schuilkeet in een komkommerveld,

een stad in het nauw.



9 Had de HEER van de hemelse machten

ons niet een laatste rest gelaten,

het zou ons zijn vergaan als Sodom en Gomorra.
10 Hoor de woorden van de HEER, leiders van Sodom,

geef gehoor aan het onderricht van onze God, volk van Gomorra.



11 Wat moet ik met al jullie offers? zegt de HEER.

Ik heb genoeg van die schapen, die vetgemeste kalveren;

het bloed van stieren, rammen en bokken wil ik niet meer.

12 En wanneer jullie voor mij verschijnen –

wie heeft je gevraagd mijn voorhoven plat te lopen?



13 Houd op met die zinloze offergaven.

Ik heb een afschuw van jullie wierook;

jullie feesten, nieuwemaan en sabbat,

ik duld ze niet naast al dat wangedrag.



14 Van jullie nieuwemaan, van ál jullie feesten heb ik een afkeer,

ze hinderen mij, ik kan ze niet langer verdragen.



15 Wanneer jullie je handen opheffen, wend ik mijn ogen af,

ook als je aanhoudend bidt, luister ik niet.

Aan jullie handen kleeft bloed!

16 Was je, reinig je,

maak een eind aan je misdaden,

ik kan ze niet meer zien.

Vermijd alle kwaad



17 en leer goed te doen.

Zoek het recht, houd tirannen in toom,

bied wezen bescherming, sta weduwen bij.
Amos 5:21-25:

21 Ik heb een afkeer van jullie feesten, ik wijs ze af, jullie samenkomsten verdraag ik niet. 22 Ik schep geen behagen in de brand- en graanoffers die jullie mij brengen; de vetgemeste beesten van jullie vredeoffers keur ik geen blik waardig. 23 Bespaar mij het geluid van jullie liederen; de klank van jullie harpen wil ik niet horen. 24 Laat liever het recht stromen als water, en de gerechtigheid als een altijd voortvloeiende beek.
Micha 6:1-8

1 Hoor toch wat de HEER zegt!

Sta op, laat de bergen uw rechtsgeding horen,

laat de heuvels getuige zijn. 2 Luister, bergen, naar

het pleidooi van de HEER,

hoor toe, onwrikbare fundamenten van de aarde.

De HEER heeft een geschil met zijn volk,

hij klaagt Israël aan:

3 ‘Mijn volk, wat heb ik je misdaan?

Waarmee heb ik je gekweld? Antwoord mij!



4 Ik heb je weggeleid,

bevrijd uit de slavernij in Egypte.

Ik zond Mozes, Aäron en Mirjam

om jullie voor te gaan.



5 Ben je dan vergeten, mijn volk,

wat Balak besloot, de koning van Moab,

wat Bileam, de zoon van Beor, hem antwoordde?

Ben je vergeten wat er gebeurde tussen Sittim en Gilgal?

Ken je de gerechtigheid van de HEER niet meer?’

6 ‘Wat kan ik de HEER aanbieden,

waarmee hulde brengen aan de verheven God?

Moet ik hem tegemoet treden met brandoffers,

zou hij eenjarige stieren aanvaarden?



7 Kan ik hem gunstig stemmen met duizenden rammen,

met olie, stromend in tienduizend beken?

Moet ik mijn oudste kind geven voor wat ik heb misdaan,

de vrucht van mijn schoot voor mijn zondig leven?’



8 Er is jou, mens, gezegd wat goed is,

je weet wat de HEER van je wil:

niets anders dan recht te doen, trouw te betrachten

en nederig de weg te gaan van je God.




* streep aan wat in deze teksten specifiek de godsdienst onder de kritiek stelt.

de afval van de kerk

De laatste 300 jaar heeft zich in de West-Europese cultuur een grote verandering voorgedaan. Rond 1700 was er maar één geloof, het christelijke geloof.



Voltaire
Er ontstond echter in de achtiende eeuw in Frankrijk een onhoudbare situatie ontstaan. De kerk was stinkend rijk, maakte misbruik van zijn macht en koesterde ideeën die niet meer bij de tijd waren. Een reactie kon niet uitblijven. Voltaire werd beroemd om zijn bijtende kritiek op de katholieke kerk. Verschillende filosofen pleitten voor een scheiding tussen kerk en staat. Met de Franse Revolutie van 1795 begon een staatkundig experiment met een andere grondslag.

In de 19e eeuw was de kerk (ook de protestantse) blind voor de ontwikkelingen van de Industriële Revolutie. Men ging voorbij aan de zwakke positie van de vele arbeiders die in de fabrieken moesten werken. In Duitsland werd er honger geleden, maar het leger sloeg een opstand van wanhopige arbeiders neer. Vanuit de kerk was er geen duidelijk protest.


In het verzet tegen de machtsverhoudingen voelden velen zich geïnspireerd door Ludwich Feuerbach. Deze man had vooral intellectuele bezwaren tegen het christendom, maar de mensen zagen in zijn boeken een middel om de macht van de kerk, die signalen niet serieus nam, te breken.
Op de plaats van het geloof is het ongeloof getreden;

op de plaats van de Bijbel het verstand,

op de plaats van de godsdienst en de kerk de politiek;

op de plaats van de hemel de aarde;

op de plaats van het gebed de arbeid;

op de plaats van de hel de materiële nood

en op de plaats van de christen de mens
Feuerbach is de eerste echte atheïstische denker. Karl Marx nam in zijn politieke strijd veel van zijn gedachtegoed over.




De grondslag van de niet-religieuze kritiek is: de mens maakt de godsdienst, de godsdienst niet de mens. De religie is namelijk het zelfbewustzijn en het gevoel van eigenwaarde van de mens, die zichzelf of nog niet gevonden heeft of zichzelf al weer verloren heeft...

De religieuze ellende is enerzijds de expressie van de werkelijke ellende en anderzijds het protest tegen de werkelijke ellende. Godsdienst is de zucht van de benauwde creatuur, het gemoed van een harteloze wereld, zoals ze de geest van geestloze toestanden is. Ze is het opium van het volk.

De opheffing van de godsdienst als het denkbeeldige geluk van het volk is de bevordering van zijn werkelijke geluk. De oproep om de illusies over zijn toestand op te geven is de oproep een toestand op te geven, die zulke illusies nodig heeft. De kritiek van de religie is dus in de kern de kritiek op het tranendal, waarvan de godsdienst het aureool is. De kritiek heeft de denkbeeldige bloemen van de ketenen weggeplukt, niet om de mens de fantasieloze, de troosteloze ketenen te laten dragen, maar om hem de ketenen te laten afwerpen en de levende bloem te laten plukken. De kritiek op de godsdienst ontgoochelt de mens, opdat hij zal denken, zal handelen, zijn werkelijkheid zal vormen ... als een verstandig geworden mens....

Het is de opgave van de geschiedenis om nadat het ‘boven’ van de waarheid is verdwenen, de waarheid van het ‘beneden’ uiteen te zetten. Het is de taak van de filosofie, die in dienst van de geschiedenis staat, om na de ontmaskering van de heilige gedaante van de menselijke zelfvervreemding, de zelfvervreemding in haar onheilige vormen en

gestalten te ontmaskeren.

De kritiek van de hemel verandert daarmee in de kritiek van de aarde, de kritiek van de religie in de kritiek van het recht, de kritiek van de theologie in de kritiek der politiek.


* verklaar deze tekst



  1   2


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina