Samenvatting Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland 37, oktober 2014 Dreigingsniveau



Dovnload 25.12 Kb.
Datum20.08.2016
Grootte25.12 Kb.
Samenvatting Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland 37, oktober 2014
Dreigingsniveau

Het dreigingsniveau is vastgesteld op ‘substantieel’. Er is een reële kans op een terroristische aanslag. De Nederlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten hebben echter geen concrete aanwijzingen dat een aanslag in Nederland gaat plaatsvinden.


In de afgelopen periode is duidelijker geworden welke dreiging er uitgaat van de binnenlandse jihadistische bewegingen in het Westen, en daarmee ook in Nederland. Individuele jihadisten in het Westen kunnen overgaan tot geweld in eigen land zonder ooit in Syrië of een ander jihadistisch conflictgebied te zijn geweest. Dit lijkt het geval te zijn geweest in Canada waar in oktober 2014 tot twee maal toe jihadisten, die in eigen land geradicaliseerd waren, aanslagen pleegden tegen militairen. Ook bij een terroristisch plot in Australië, dat in september 2014 werd verijdeld, was een sympathisant van ISIS betrokken die op het punt stond geweld te plegen. Het is voorstelbaar dat ook in Nederland sympathisanten van jihadistische groepen zich ontwikkelen tot (solitaire) aanslagplegers.
De huidige oplopende geweldsescalatie tussen het Westen en ISIS draagt bij aan deze voorstelbare dreiging. De recente militaire campagne van de Verenigde Staten en een aantal bondgenoten - waaronder Nederland - om ISIS te bestrijden kan een potentiële katalysator zijn voor jihadistische groepen, waaronder ISIS zelf, of individuen om aanslagplannen (versneld) uit of op te voeren. Het geweld en de oproepen daartoe van ISIS kan daarbij een aansporing zijn voor ernstig geradicaliseerde jihadisten om in het Westen vergelijkbare geweldsdaden te plegen. De jihadistische aanslagen tegen militairen in Canada in oktober 2014 zijn mogelijk in deze context te plaatsen.
De deelname van Nederland aan de militaire coalitie die in Irak tegen ISIS vecht, heeft Nederland nadrukkelijker in beeld gebracht bij jihadisten. De emoties van Nederlandse jihadisten in Syrië of van hun sympathisanten in Nederland over het Amerikaanse offensief en de Nederlandse deelname daaraan, kunnen zich tot een dreiging ontwikkelen tegen Nederland of Nederlandse belangen in het buitenland. Oproepen zoals die van ISIS-woordvoerder al Adnani en de oproep van JaN-leider al Julani om het Westen aan te vallen, kunnen een inspiratie vormen voor (niet-uitgereisde) jihadisten om tot geweld over te gaan. Dergelijke oproepen klinken sinds kort ook van Nederlanders in het strijdgebied.
Naast deze ‘binnenlandse’ dreiging, blijven ook de uitreizigers en terugkeerders van belang voor het huidige dreigingsbeeld. Nederlandse jihadisten reizen nog steeds af naar het Midden-Oosten om zich aan te sluiten bij jihadistisch-terroristische netwerken in Syrië en mogelijk Irak. Een aantal Nederlandse jihadisten verblijft daar inmiddels al geruime tijd. Westerse jihadisten die getraind zijn in Syrië of Irak - ook Nederlanders - kunnen mogelijk worden ingezet voor aanslagplannen in het Westen of tegen westerse belangen elders door kern al Qa’ida, ISIS, JaN of andere groepen. Ook kunnen teruggekeerde jihadisten min of meer eigenstandig besluiten een aanslag te plegen in eigen land of daarbuiten, zoals bij de aanslag door een Fransman in België (Joods Museum in Brussel) in mei 2014.
Hoewel de aandacht van media en politiek in de wereld momenteel sterk is gericht op ISIS (ook wel IS of ISIL genoemd), is de internationale terroristische dreiging breder en diffuser. Verschillende jihadistische terroristische groeperingen - kern al Qa’ida, filialen van al Qa’ida zoals Jabhat al Nusra (JaN) en AQAS (al Qa’ida op het Arabisch Schiereiland) en ook het van al Qa’ida afgescheiden ISIS - hebben al langer de intentie om het Westen, en daarmee mogelijk ook Nederland, te treffen met aanslagen. Deze terroristische groepen opereren door middel van transnationale netwerken waarin zowel jihadisten in het Westen als in het Midden-Oosten en Noord-Afrika actief zijn. Tot dergelijke netwerken behoren ook Nederlanders. De voortdurende onenigheid binnen de jihadistische beweging tussen kern al Qa’ida en ISIS kan hierbij een dreigingsverhogende factor betekenen. ISIS is momenteel dominant, zowel in propaganda als in het werven van fondsen en strijders. Kern al Qa’ida zou een (grote) aanslag kunnen gebruiken om het (oude) aanzien onder jihadisten te herstellen. Maar ook andere jihadistische (splinter) groepen in de Arabische wereld of daarbuiten zouden zich om vergelijkbare redenen door middel van een aanslag kunnen manifesteren.
Internationale context

De oprichting van het ‘kalifaat’ van ISIS versterkt de verdeeldheid binnen de wereldwijde jihadistische beweging. Gevestigde jihadistische groepen wijzen het kalifaat af maar raken intern wel verdeeld. Een deel van de strijders van deze groepen sympathiseert namelijk met ISIS. Tegelijk zijn jihadisten bezorgd over de verdeeldheid. Verzoening lijkt op dit moment echter ver weg.


In Syrië heeft ISIS de afgelopen maanden grote terreinwinst geboekt. Hierdoor is de positie van JaN op het Syrische strijdtoneel verslechterd. Sommige lokale groepen die voorheen aan JaN waren verbonden, zijn overgelopen naar ISIS en JaN heeft ook gebieden verloren aan ISIS. Dit leidt tot toenemende druk op JaN om zich meer te profileren. De facto controleert ISIS nu een groot aaneengesloten gebied in Irak en Syrië waar (volgens ISIS) de officiële landsgrenzen niet meer gelden en waar een begin wordt gemaakt met staatsinrichting. Hiermee krijgt het eind juni 2014 uitgeroepen ‘kalifaat’ ook steeds concreter vorm. In de door haar beheerste gebieden voert ISIS een hardhandige bekering door. Christelijke minderheden, niet-soennieten maar ook soennitische Koerden worden gedwongen zich aan ISIS te onderwerpen of te vertrekken. ISIS gebruikt daarbij extreem geweld tegen burgers (christenen of niet-soennitische moslims) en tegenstanders, hetgeen een grote vluchtelingenstroom heeft veroorzaakt. Zowel in Irak als in Syrië wordt ISIS nu aangevallen door een coalitie van landen onder leiding van de VS. Het is nog niet duidelijk welke effecten dit op de slagkracht van ISIS en het ‘kalifaat’ gaat hebben.
ISIS heeft in reactie op de luchtaanvallen van de VS in Irak Amerikaanse journalisten en Britten onthoofd. Door de onthoofdingen hebben de Verenigde Staten echter juist hun militaire campagne opgevoerd. De internationale strijd tegen ISIS zal deze groep weer motiveren om haar dreigementen tegen de VS en alle landen die betrokken zijn bij de strijd tegen ISIS, om te zetten in daden. De militaire interventie verhoogt dus niet alleen de dreiging tegen de VS, maar ook tegen het Westen in het algemeen. ISIS heeft de beschikking over westerlingen die zij voor terroristisch geweld tegen het Westen kan inzetten.
De ontwikkelingen in het Midden-Oosten gaan zo snel dat verschillende andere regionale conflicten, en veel daarmee samenhangend of opkomend jihadistisch geweld enigszins uit beeld dreigen te raken. Aan Irak en Syrië grenzende buurlanden zoals Turkije, Jordanië en Libanon ondervinden voortdurend spill-over effecten van de daar voortwoedende conflicten. Saoedi-Arabië vreest de groeiende invloed van jihadisten ten gevolge van de opmars van ISIS maar ook door de vele duizenden Saoediërs die zich aangetrokken voelen tot het gewelddadige gedachtegoed van ISIS, JaN of AQAS. Libië heeft zich na een lange periode van militiegeweld ontwikkeld tot vrijhaven voor jihadisten in Noord-Afrika. Diverse jihadistische groepen, waaronder al Qa’ida in de landen van de Islamitische Magreb (AQIM) opereren vanuit Libië en veroorzaken geweld en instabiliteit in Tunesië, Algerije, Egypte en Mali. In Jemen behoudt AQAS slagkracht ondanks een militair offensief van de Jemenitische regering. In de Hoorn van Afrika hebben de VS de leider van de terroristische organisatie al Shabaab gedood. Het lijkt echter niet waarschijnlijk dat daarmee een einde komt aan het vele geweld van de groep in Somalië en Kenia. Ook in Nigeria blijkt militair overheidsoptreden, zelfs met westerse assistentie, niet voldoende om de jihadistische groep Boko Haram terug te dringen. In Afghanistan winnen de Taliban steeds meer terrein. Onder druk van de successen van ISIS, zoekt kern al Qa’ida (opnieuw) nauwere samenwerking met de Taliban. Tegelijk probeert al Qa’ida met de oprichting van een nieuw filiaal - al Qa’ida in het Indiase Subcontinent (AQIS) - de invloed in Zuid-Azië uit te breiden.
Internationale dynamiek

In het najaar van 2014 tekent zich een versnelling af in de dynamiek tussen de conflicten in het Midden-Oosten en Noord-Afrika, de daar opererende jihadistische groepen en jihadistische bewegingen in het Westen. Jihadistische groepen profiteren van regionale conflicten in die regio’s en opereren met hernieuwd zelfvertrouwen. Overal in de wereld trekt de opkomst van ISIS sympathisanten aan. Jonge jihadisten hebben de jihadistische retoriek nog verder gemoderniseerd en weten maximaal gebruik te maken van sociale media. Het jihadistische wereldbeeld blijkt nog steeds levensvatbaar binnen Westerse democratieën. Aldus is een situatie ontstaan waarbij de conflicten in het Midden-Oosten en Noord-Afrika voortdurend bijdragen aan de proliferatie van jihadistische idealen en de revival van jihadistische bewegingen wereldwijd en vice versa. Westers overheidsoptreden tegen het jihadisme en de recente geweldescalatie tussen het Westen en jihadistische groepen in Syrië en Irak lijken deze dynamiek eerder te versnellen dan te temperen.


Internationale dreiging tegen Europa, Noord-Amerika, Australië

De dreiging vanuit jihadistische hoek tegen Europa, Noord-Amerika en Australië is de afgelopen periode enigszins toegenomen. Een ontwikkeling die bijdraagt aan de dreiging is de verdere internationalisering van het conflict in Irak en Syrië. Dit komt bijvoorbeeld door bewapening van Koerden in Noord-Irak door Europese landen en het internationale optreden tegen ISIS. Hier komt bij dat de samenstelling van de strijdende jihadisten een zekere internationalisering weerspiegelt. Volgens overeenkomende schattingen van denktanks en wetenschappelijke instituten zijn in het Syrisch conflictgebied tussen de 12.000 en 20.000 buitenlanders uit circa tachtig landen aanwezig. Onder hen bevinden zich circa 3.000 personen uit Europa, van wie er inmiddels ruim driehonderd naar Europa zouden zijn teruggekeerd.


Na de aanslag tegen het Joodse museum in Brussel van 24 mei 2014 is de dreiging in de afgelopen periode vooral door aanhoudingen tot uitdrukking gekomen. Behalve in Nederland werden bijvoorbeeld terrorismeverdachten gearresteerd in Oostenrijk, Frankrijk, Duitsland en Spanje. In algemene zin betroffen de aanhoudingen personen die in Syrië waren geweest, van plan waren om naar Syrië af te reizen of financiële steun zouden hebben verleend aan terroristische organisaties. In Noorwegen was er eind juli 2014 tijdelijk sprake van een ISIS-gerelateerde terroristische dreiging. In september hebben Australische autoriteiten twee separate terroristische plots voorkomen die beide aan ISIS of ISIS-aanhangers gerelateerd kunnen worden. Begin oktober werd een ISIS-gerelateerd plot in het Verenigd Koninkrijk door de politie opgerold.
Inmiddels zijn er voorbeelden van jihadistische aanslagen in het Westen die waarschijnlijk verband houden met de internationalisering van het conflict in Syrië en Irak. In Canada waren in oktober twee gevallen van aanslagen door vermoedelijke jihadisten op militairen, waarbij twee militairen omkwamen.
Dreiging tegen Nederland

De afgelopen maanden is de dreiging van aanslagen in Nederland voorstelbaarder geworden. Die dreiging is niet beperkt tot uitgereisde Syriëgangers, maar is wel nauw verweven met het conflict in Syrië en Irak en de internationalisering daarvan. Naar aanleiding van de luchtaanvallen en het omkomen van drie Nederlanders daarbij, hebben verschillende Nederlandse jihadisten in Syrië dreigementen geuit richting de Nederlandse overheid. Oproepen van deze jihadisten kunnen tevens de inspiratie vormen voor niet-uitgereisde jihadisten om een aanslag te plegen in Nederland. Hierbij speelt ook mee dat de in september 2014 gepresenteerde aanpak tegen het jihadisme (Actieplan Jihadisme) in individuele gevallen tot negatieve reacties kan leiden. Zo is het is voorstelbaar – gezien vergelijkbare incidenten in het buitenland - dat jihadisten die door de overheid zijn tegengehouden, hun frustratie omzetten in (gewelds)daden in Nederland.


De jihadgang naar Syrië blijft daarnaast eveneens een belangrijke factor in het dreigingsbeeld. Duidelijk is dat dit strijdgebied een aanhoudende aantrekkingskracht heeft op Nederlandse jihadisten. De gestage toename van uitreizigers die tijdens de vorige DTN-periode werd vastgesteld, heeft zich voortgezet zodat inmiddels in de afgelopen twee jaar rond de 160 personen zijn uitgereisd (cijfers per 1 november). Hiervan zijn er voor zover bekend achttien omgekomen, recent bij luchtaanvallen door de internationale coalitie, door onderling geweld tussen jihadisten en anderszins. Een dertigtal uitreizigers is inmiddels weer teruggekeerd. Rond de honderd Nederlanders zijn nog in het strijdgebied aanwezig, onder wie zo’n dertig vrouwen. Opvallend is dat de groei van het aantal terugkeerders in 2014 is gestagneerd. Dit wijst er wellicht op dat de uitreizigers die zich nog in het strijdgebied bevinden, zijn gemotiveerd om de strijd te blijven voeren dan wel zich voor langere tijd in een ‘islamitische staat’ te vestigen.
Nederlandse jihadisten in het gebied zijn op dit moment actief bij minimaal drie jihadistische strijdgroepen; de meerderheid valt onder Jabhat al Nusra (JaN) en ISIS, een minderheid bevindt zich bij Jund al-Aqsa (JaA). Hoewel de meeste Nederlanders zich nog steeds in Syrië bevinden, is mogelijk sprake van een toename van het aantal Nederlanders in Irak. Sommige Nederlanders die bij deze groepen betrokken zijn, kunnen – na scholing in wapengebruik en jihadistische ideologie –betrokken raken bij het voorbereiden van aanslagen in of tegen het Westen. Naarmate meer Nederlanders langer in het gebied verblijven, neemt de mogelijkheid toe dat Nederlanders strijdervaring opdoen en training krijgen, waardoor de potentiële dreiging die van deze groep uitgaat, toeneemt. De Westerse interventies tegen ISIS leiden tot een grotere focus op het Westen, en daarbij mogelijk ook op Nederland. Het is dan ook voorstelbaar dat in Syrië getrainde en geradicaliseerde Nederlanders met gevechtservaring op enig moment worden ingezet ten behoeve van de internationale agenda van jihadistische organisaties.
De arrestatie van een Marokkaanse staatsburger in Amsterdam op 15 oktober, die door ISIS-geïnspireerde terroristische intenties zou hebben tegen politiemensen, bevestigt het grensoverschrijdende karakter van de jihadistische dreiging.
Gewelddadige radicalisering en polarisatie

De recente opmars van ISIS in delen van Noord-Irak en Syrië, die gepaard gaat met zware repressie van etnische en religieuze minderheden in de regio, veroorzaakt een intensivering van sektarische en etnische spanningen in het Midden-Oosten en daarbuiten. In Nederland uitten spanningen zich onder meer in demonstraties voor en tegen ISIS. In oktober is gebleken dat de betrokkenheid van Koerdische minderheden bij de conflicten in Syrië en Irak leidt tot (soms heftige) reacties bij verschillende gemeenschappen van Koerden in Europa, en ook in Nederland.


Een ander voorbeeld van polarisatie kwam naar voren ten tijde van de gewelddadige escalatie tussen Israël en Hamas in augustus. De Israëlische militaire operatie ‘Protective Edge’ leidde wereldwijd tot een golf van protestdemonstraties en (soms gewelddadige) incidenten. In Nederland waren pro-Palestijnse demonstraties in Nederland vooral gericht tegen de hoge aantallen burgerslachtoffers in Gaza en niet tegen joden of het bestaansrecht van de staat Israël. Desondanks waren er tijdens deze demonstraties, ook in Nederland, antisemitische geluiden te horen.
De gebeurtenissen in de Haagse Schilderswijk in augustus 2014, waar jihadisten en extreemrechts tegenover elkaar kwamen te staan, laten zien dat de kans op gewelddadige confrontaties tussen deze ideologische groepen niet langer ondenkbaar is. Een confrontatie tussen deze twee groepen is in Nederland een nieuw verschijnsel. In Duitsland en Engeland waren er al wel eerder gewelddadige confrontaties tussen islamisten enerzijds en extreemrechtse actievoerders anderzijds. Het optreden van extreemrechts kan eveneens leiden tot een hernieuwde (mogelijk gewelddadige) confrontatie tussen extreemlinks en extreemrechts.
Na een jaar van relatief weinig buitenwettelijke acties door asielrechtenextremisten, werden er in de afgelopen DTN-periode opnieuw intimiderende ‘home visits’ uitgevoerd. In juli 2014 werden de huizen van de ‘managing director’ van beveiligingsbedrijf G4S en een topman van KLM beklad met leuzen. Ook in oktober waren er vergelijkbare acties. De acties tonen aan dat de kern van asielrechtenextremisten nog steeds bereid is om buitenwettelijke acties te ondernemen tegen het in hun ogen inhumane asielbeleid.
Weerbaarheid

Het escalerende geweld in het Midden-Oosten, de dreiging van jihadisme – reëel en gepercipieerd – en de enorme media-aandacht over ISIS hebben geleid tot angst bij delen van de Nederlandse samenleving. Ook zijn er signalen van verdeeldheid onder Nederlandse moslims over de strijd in Syrië en Irak.


Daar staat tegenover dat de Nederlandse bevolking in algemene zin weerbaar is tegen een extremistisch vertoog waarbij geweld in Nederland uit ideologische motieven wordt gerechtvaardigd. Er zijn immers nauwelijks geweldsincidenten waarbij ideologische motieven een rol spelen. De actieve aanhang van extremistische groepen blijft klein.
Een positieve ontwikkeling is dat het jihadistisch narratief in de afgelopen periode geregeld is weersproken of genegeerd in de Nederlandse moslimgemeenschappen. Diverse groepen en individuen hebben de geweldsexcessen van ISIS veroordeeld. Tijdens de recente Gaza-oorlog bleken Nederlandstalige jihadisten - ondanks on- en offline pogingen - nauwelijks aansluiting te vinden bij de ‘mainstream’ van Palestina-sympathisanten. Ook in Europa zijn er tekenen van weerstand vanuit moslimorganisaties en (groepen) moslims tegen het jihadistisch narratief.
Tegenmaatregelen

De jihadistische dreiging heeft inmiddels geleid tot een intensivering van nationale en internationale contra-terrorismemaatregelen en anti-jihadistisch beleid in het Westen. Ook in Nederland worden bestaande maatregelen aangevuld en versterkt om de hierboven omschreven reële dreiging tegen te gaan. Optreden van politie en justitie hebben geleid tot een aantal arrestaties en verijdelde pogingen tot uitreis. Een voorlopig effect van dit optreden lijkt de verstoring van de propaganda van de Nederlandse jihadistische beweging. Het is nog te vroeg om andere eventuele effecten van de binnenlandse en de buitenlandse inzet tegen ISIS waar te nemen en te beoordelen.


Een aandachtspunt is de mogelijke rol van door de overheid tegengehouden uitreizigers bij jihadistische plotten in het Westen. In Frankrijk en Australië werden jihadisten gearresteerd die een aanslag wilden plegen nadat hun uitreis was verstoord. Beide daders van aanslagen in Canada in oktober zouden eveneens eerder zijn tegengehouden door hun overheid. Veel Westerse overheden, ook de Nederlandse, kiezen er desondanks voor om aspirant jihadreizigers het vertrek naar Syrië of elders te beletten. Dit biedt immers de mogelijkheid om verdere radicalisering, het opdoen van geweldservaringen en aansluiting bij terroristische organisaties in het Midden-Oosten te voorkomen. Ook hebben westerse autoriteiten in eigen land meer mogelijkheden tot operationele controle.






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina