Samenvatting eindverslag inspraak nota Ouderenbeleid



Dovnload 80.75 Kb.
Datum23.07.2016
Grootte80.75 Kb.
Samenvatting eindverslag inspraak nota Ouderenbeleid.
In maart 2001 is de conceptnota Pluspunt over het ouderenbeleid voor inspraak vrijgegeven. De nota lag vanaf dat moment ter inzage in het gemeentelijk informatie centrum. Begin april is de nota verzonden aan organisaties en instellingen die betrokken zijn bij het gemeentelijke ouderenbeleid.
Er zijn diverse reacties van organisaties, instellingen en particulieren binnengekomen op de ouderennota Pluspunt. Deze reacties komen van:

  • Woningstichting De Marken

  • Vereniging Landelijk Diepenveen

  • Stichting Gilde Deventer

  • De Scheg

  • Thuiszorg Zuidwest Overijssel

  • Dhr. Jan F. van Leer

  • Stichting Ouderenwerk Deventer

  • Seniorenraad

  • Dhr. Stef L. Huis in ’t Veld

  • SBO- Samenwerkingsverband Bonden van Ouderen

Samenvatting van de wijzigingen die in de nota Pluspunt zullen worden opgenomen:




  1. De gegevens van Onderzoek en Statistiek zullen worden geactualiseerd. Zij geven echter geen aanleiding tot andere conclusies.

Over nieuwe gegevens voor armoede en gezondheid beschikt O&S in juli a.s.

  1. Een financieel overzicht beschikbare financiële middelen ouderenbeleid zal worden toegevoegd en de overige bedragen genoemd in het actieprogramma 2001 zullen worden voorzien van Euro- bedragen.

Begroting WCO 2001 Doelgroepenbeleid 255 Ouderenbeleid:

Flankerend ouderenbeleid f 126.758 € 57.520

Overig ouderenbeleid f 808.050 € 366.677

GSB zorgafhankelijken / ouderen 2000/2003 jaarlijks:

Ontwikkeltraject ouderen en hun omgeving f 60.000 € 27.227

Participatie/sociale activering (allochtone) ouderen f 80.000 € 36.302

Educatie/scholing (allochtone) ouderen f 74.000 € 33.580

Diverse projecten, ontwikkelkosten en communicatie f 75.000 € 34.034



  1. Een voorwoord van de wethouder ouderenbeleid zal worden toegevoegd.

  2. Diverse tekstwijzigingen:

- In de tekst zal worden verduidelijkt dat met “de buitengebieden” wordt bedoeld: de 4 dorpen en

het buitengebied. ( blz. 2 antwoord College)

- Stichting Gilde Deventer vermelden in actieprogramma 2001 ( blz 5 antwoord College)

- Wijzigingen voorgesteld door SOD worden overgenomen ( antwoorden College blz 9 t/m 11)



  1. Voorstel van de SOD om de SOD-huisbezoeken te zien als een vorm van panel-ronden in het kader van de wijkaanpak onder de 70+ ouderen wordt overgenomen.

  2. Voorstel van de SBO om een inventariserend onderzoek te houden naar lopende projecten inzake aanpak problematiek rond slechte psychosociale gezondheid van ouderen in Deventer ( wat is er en waar is nog behoefte aan) wordt overgenomen.

Eindverslag inspraak nota Ouderenbeleid

Inleiding

In maart 2001 is de conceptnota Pluspunt over het ouderenbeleid voor inspraak vrijgegeven. De nota lag vanaf dat moment ter inzage in het gemeentelijk informatie centrum. Begin april is de nota verzonden aan organisaties en instellingen die betrokken zijn bij het gemeentelijke ouderenbeleid.
Er zijn diverse reacties van organisaties, instellingen en particulieren binnengekomen op de ouderennota Pluspunt. Deze reacties komen van:


  • Woningstichting De Marken

  • Vereniging Landelijk Diepenveen

  • Stichting Gilde Deventer

  • De Scheg

  • Thuiszorg Zuidwest Overijssel

  • Dhr. Jan F. van Leer

  • Stichting Ouderenwerk Deventer

  • Seniorenraad

  • Dhr. Stef L. Huis in ’t Veld

  • SBO- Samenwerkingsverband Bonden van Ouderen

Hieronder volgen de reacties op de ouderennota Pluspunt en het antwoord van het college op deze reacties.




Woningstichting De Marken




Inleiding


Graag maken wij van de door u geboden mogelijkheid gebruik om te reageren op nota ‘Pluspunt, ouder worden in Deventer, de gemeentelijke visie’.

Vanuit onze achtergrond als huisvester willen wij onze reacties beperken tot het beleidsterrein ‘wonen en woonomgeving’ in het algemeen en de positie van de ouderen in wijk 6 (voormalig Diepenveen) in het bijzonder.


In algemene zin willen wij de opmerking plaatsen dat naar onze beleving binnen een op de toekomst gericht huisvestingsbeleid de nadruk niet zo zeer zal dienen te liggen op de huisvesting van specifieke doelgroepen, waaronder de ouderen, maar dat een groter deel van de woningvoorraad een zodanige pluriformiteit dient te krijgen dat woningen levensloop bestendiger worden. Met name in de productie van nieuwe woningen wordt hiermee te weinig rekening gehouden.

In uw nota gaat u uit van nieuwe doelstellingen voor een periode van ongeveer vijf jaar. Wat wij missen zijn visie en missie op de langere termijn, zeker als het gaat om genoemde volkshuisvestelijke aspecten.


Antwoord College:

In de nota wordt op blz. 19 verwezen naar een aparte onderzoeksrapportage Wonen -Deventer van Companen van augustus 2000. Uit dit onderzoek komen de belangrijkste woonwensen van de ouderen naar voren.

Een belangrijke conclusie uit het onderzoek is dat het huisvestingsbeleid niet bijgesteld hoeft te worden ten aanzien van de kwantiteit van de woningen, maar dat de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad aangepast moet worden aan de veranderende woonwensen van ouderen. Onze beleid is gericht op levensloop bestendig bouwen. Waar wij het kunnen beïnvloeden wordt alle nieuwbouw duurzaam, toegankelijk en aanpasbaar gebouwd. In gevallen van particulier opdrachtgeverschap en bij verbeterplannen willen wij dit duurzaam en levensloop bestendig bouwen zoveel mogelijk bevorderen door overleg en voorlichting.

Onze visie en missie op de langere termijn, daar waar het gaat om volkshuisvestelijke aspecten, komen in de nota volkshuisvesting “Wonen na 2000” aan de orde.

Een tweede algemene opmerking is dat in de nota wordt uitgegaan van de zwakke lichamelijke en psychosociale positie van de gemiddelde oudere inwoner van Deventer. Hierbij wordt geen rekening gehouden met het ‘nieuwe ‘ Deventer en de verschillen die er zijn (ontstaan) tussen buurten en wijken. Actualiseren van informatie (1998) ligt hier voor de hand. Een nieuwe conclusie zou kunnen zijn dat weliswaar wijk 4 (Zandweerd/ Keizerslanden) absoluut de meeste inwoners van 55 jaar en ouder telt maar dat wijk 6 (Diepenveen) daar in relatieve zin niet voor onder doet.
Antwoord College:

Relatief gezien neemt Diepenveen na wijk 4 (Zandweerd/ Keizerslanden) een belangrijke tweede plaats in wat betreft het aandeel van 55 -plussers.

In de nota is m.b.t. de zwakke psychosociale positie van de gemiddelde oudere echter wel rekening gehouden met het ‘nieuwe’ Deventer aangezien er in hoofdstuk 7 (onderbouwing aandachtspunten) op pag. 19 duidelijk gewezen wordt op de ouderen in de buitengebieden. Hier worden ook de kernen Schalkhaar en Diepenveen mee bedoeld. In de tekst zal dit worden verduidelijkt.
In de nota wordt de notitie “Resultaten onderzoeken Ouderenhuisvesting in Deventer” aangehaald. Een belangrijke conclusie daaruit zou zijn dat er in kwantitatieve zin geen bijstelling van beleid nodig zou zijn. Daarbij wordt echter voorbij gegaan aan een conclusie uit diezelfde nota dat met name in de kernen Diepenveen en Schalkhaar een tekort aan ouderenhuisvesting wordt geconstateerd. De problematiek in de dorpen (Lettele en Okkenbroek) kunnen wij onderschrijven met de aantekening dat in relatieve zin de vraag beperkt is. Gelet op de in uw nota gedane constatering dat ouderen het liefst in de eigen buurt blijven wonen en de ontstane achterstandsituatie in de huisvesting van ouderen in de dorpen (ruim 50% van huurders en woningzoekenden is 55+ of ouder) pleiten wij er voor in uw definitieve nota ‘Ouder worden in Deventer’ meer aandacht te besteden aan de positie van de huidige groep ouderen en de mogelijkheden voor de toekomstige ouderen in de nieuwe wijken en dorpen van Deventer. Actualiseren van de gegevensbronnen is daarbij van belang.
Antwoord College:

Dat er gemiddeld over de gemeente kwantitatief voldoende senioren woningen zijn, sluit niet uit dat er op bepaalde plaatsen knelpunten optreden. Uit het WBO onderzoek 1998 en uit het Companen onderzoek blijkt dat er in de kernen Diepenveen en Schalkhaar een tekort is van totaal ca. 100 seniorenwoningen. Bij het ontwikkelen van nieuwe locaties in Schalkhaar en Diepenveen wordt bij het opstellen van bouwprogramma’s getracht deze achterstand in te lopen, zodat ook in deze kernen de ouderen kunnen kiezen voor het blijven wonen in de eigen woonomgeving.Voor de specifieke behoefte in de kleine kernen Lettele en Okkenbroek wordt in het kader van de nota Wonen nog aanvullend onderzoek gedaan, zodat het (bescheiden) bouwprogramma voor Lettele en Okkenbroek ook aangepast kan worden aan de locale behoefte.


Geactualiseerde gegevens zijn door Onderzoek en Statistiek aangeleverd. Deze zullen in de nota worden verwerkt. Zij geven echter geen aanleiding tot andere conclusies.


Vereniging Landelijk Diepenveen

Inleiding

Naar aanleiding van het verschijnen van de Nota “Pluspunt, ouder worden in Deventer” wil de Taakgroep Ouderen van de Vereniging Landelijk Diepenveen gaarne haar opmerkingen en suggesties in het kader van de inspraak procedure bij U naar voren brengen.

Algemeen


Grote waardering heeft de Taakgroep voor de duidelijke wijze waarop de Nota is opgezet, de inzichtelijke behandeling en het heldere taalgebruik in deze materie. Hierdoor wordt reeds de eerste stap gezet naar de mogelijkheid tot inspraak van de meest betrokkenen bij deze Nota: de ouderen zelf.

Maatschappelijke participatie

a) Hoofdstuk 5 Ouderen in beeld stelt de vraag “wat willen ouderen in de toekomst”. Het antwoord is erg vaag omdat het moeilijk is in de toekomst te kijken. Toch lijkt het logisch hier aan te geven en verder in de Nota uit te werken dat er een “grijze golf” aan komt, dat terzelfder tijd op de geïnstitutionaliseerde zorgverlening steeds meer lijkt te worden bezuinigd en een steeds groter beroep gaat worden gedaan op mantelzorg en vrijwilligerswerk.


Antwoord College:

In hoofdstuk 2 (achtergrond van de nota) wordt erop gewezen dat het aantal ouderen toeneemt en een aantal van de ouderen steeds ouder wordt.

In hoofdstuk 7 (de onderbouwing van de aandachtspunten) wordt op pag. 22 gewezen op het feit dat het beroep op de mantelzorg steeds groter wordt en dat de gemeente er een voorstander van is om te komen tot een steunpunt mantelzorg om de positie van vrijwilligers te versterken.
b) Een belangrijk punt bij de onderbouwing van Uw visie in Hoofdstuk 7 betreft het vrijwilligerswerk. In de wijkaanpak kunnen “vutters” een belangrijke bijdrage leveren en wij onderschrijven dit van harte. Wat echter niet vergeten mag worden is dat m.n. in de buitengebieden de onderlinge zorgverlening niet alleen een uitbreiding van activiteiten betekent van fitte ouderen, maar ook juist een activering kan zijn voor de wat minder actieven onder de ouderen, die hier een uitdaging in kunnen vinden, mits goed daartoe gemotiveerd.
Antwoord College:

Het College onderschrijft dat het vrijwilligersbeleid ook heel goed is voor de activering van de ‘minder actieve ouderen’.



c) In de nota geeft U op blz. 8, resp. 16 /17 dat de SOD de mogelijkheden onderzoekt om op (binnen)stedelijk niveau tot (een/ enkele) ontmoetingsplaats(en) te komen, daarbij gebruik makend van bestaande accommodaties. Hoezeer wij de behoefte aan ontmoetingsplaatsen voor ouderen ook onderschrijven, merken wij toch op dat m.n. in de dorpen/ in het buitengebied deze behoefte reeds is uitgekristalliseerd in zich daarvoor aandienende accommodaties (verzorgingstehuis/ dorpshuis, e.d.). Bij het toewijzen van financiële middelen behoort de wijk –en in ons geval de dorpsgerichte aanpak juist in stand te worden gehouden.

Antwoord College:


De SOD heeft een onderzoek laten verrichten naar de behoefte en mogelijkheid van een op een centraal punt in de stad op te zetten nieuw sociaal seniorencafé De eerste uitkomst van het onderzoek is dat er gelet op de behoefte, het aanbeveling verdient om in bestaande accommodaties in wijken en buurten een aanbod te ontwikkelen dat inspeelt op de behoefte van oudere buurtbewoners. SOD en Raster zullen gezamenlijk in wijk 4 een eerste project starten.
d) Voorts gaat U in uw Nota in op de subsidiëring van activiteiten, waarbij wordt opgemerkt dat de inzichtelijkheid van de allocatie en de eenduidigheid ervan dient te worden verbeterd. Een goede doelstelling, die wij gaarne onderschrijven. Indien dit echter onder het actieprogramma in de toelichting bij het punt subsidiëring wordt toegespitst op de voormalige gemeente Diepenveen, rijst bij ons toch het bange vermoeden dat de activiteiten in de dorpen meer zullen inleveren en worden ‘gelijkgeschakeld’. Nadere verduidelijking hierin is derhalve gewenst.
Antwoord College:

Ons uitgangspunt bij eenduidigheid van subsidiebeleid is een gelijke regelgeving voor de gemeente Deventer, waarbij vraag en aanbod op elkaar moeten worden afgestemd.
e) De stadspas als middel tot verder participatie is een welkome uitbreiding van de mogelijkheden en ook wij ondersteunen dit idee. Het verdient de overweging om de verwarring op dit punt te verhelpen. Er zijn nu wel reeds drie andere types passen in Deventer in omloop en t.a.v. de hier aangeduide Stadspas zal goede voorlichting en informatie m.b.t. de mogelijkheden die in een dergelijke pas aanwezig zijn veel verwarring kunnen voorkomen.

Antwoord College:


Stadspassen die in Deventer in omloop zijn, zijn particulier initiatief. Uit informatie uit andere gemeenten blijkt dat het succes van een gemeentelijke stadspas vooral afhangt van de optimale deelname van bedrijven en organisaties. In de praktijk blijkt dit moeilijk te realiseren.Tevens blijken de kosten van de administratie rond een dergelijke stadspas onevenredig hoog te zijn. Vele gemeenten kiezen om bovenstaande redenen niet voor een gemeentelijke stadspas of hebben deze weer afgeschaft. Uitgaande van de ervaringen in andere gemeenten geven wij aan het ontwikkelen van een gemeentelijke stadspas geen prioriteit.

Politieke participatie

Ouderen als medevormgever van beleid wordt in Uw Nota uitvoerig aan de orde gesteld. Het spreekt voor zich dat deelnemen in de door U geschetste platformdiscussies, waarin naar de aard van het onderwerp gevarieerde deelname van betrokken ouderen wordt voorzien rechtstreeks van invloed kan zijn op de positie van ouderen. Het mag dan ook als vanzelfsprekend worden onderstreept dat vanuit de VLD/ Taakgroep Ouderen deze ontwikkeling kritisch, maar met grote belangstelling zal worden gevolgd. Graag ook zal vanuit het dorp Diepenveen deelname worden gezocht in de totstandkoming van een adviesraad ouderen, die zich m.n. zal gaan manifesteren in betrokkenheid bij beleidsontwikkeling en –evaluatie op het gebied van ouderenbeleid.
Antwoord College:

Op blz. 18 van de Nota wordt aangegeven dat de gemeente voor de functie van gesprekspartner bij de ontwikkeling van beleid denkt aan een platform waarin ouderenorganisaties zijn vertegenwoordigd.

Gelet op de verscheidenheid van de groep ouderen, hechten wij erg aan de representativiteit van een dergelijk platform, inclusief de inbreng vanuit Diepenveen.

Mobiliteit

f) Het Collectief Vraagafhankelijk Vervoersysteem (CVV) is moeilijk en met veel praktijkproblemen uit de startblokken gekomen. Het lijkt erop dat de kinderziektes slechts langzamerhand worden bedwongen. Nauwkeurig volgen en intensief volgen van de noodzakelijke klantgerichtheid behoort tot de verantwoordelijkheden bij het uitbesteden van zorgactiviteiten.
Antwoord College:

In de Nota wordt mobiliteit genoemd onder de noemer wonen en woonomgeving. Hierbij wordt benadrukt dat mobiliteit een voorwaarde is voor participatie. Ontwikkelingen m.b.t. de mobiliteit van ouderen en de hiervoor noodzakelijke klantgerichtheid zullen dan ook nauwkeurig gevolgd worden.

g) De busverbinding waarover in het dorp Diepenveen wordt beschikt teneinde in het stadscentrum te komen, is weliswaar een verantwoordelijkheid van derden (provincie en busmaatschappij), echter het ontslaat de gemeente niet van de verantwoordelijkheid om alle wijken van een goede en frequente verbinding met het centrum te voorzien. Een meer betrokken passage hieromtrent zou dit standpunt verduidelijken.

Antwoord College:



Het feit dat de gemeente de gesprekken met de provincie en de busvervoermaatschappij onderhoudt en hierbij de wensen van de ouderen betrekt geeft aan dat de gemeente zich niet onttrekt aan de verantwoordelijkheid m.b.t. het verzorgen van goede verbindingen met het centrum. Als gesprekspartner en subsidiegever zal zij nauw betrokken zijn en blijven bij de ontwikkelingen omtrent de mobiliteit van ouderen.
Zorg -en dienstverlening

h) Het ene loket. Vereenvoudiging van de zorgfunctie waarbij indicering en toewijzing steeds meer via een loket worden verschaft is reeds lang een mooi streven. Wij stellen met plezier vast dat ook in deze nota dit ook weer als doelstelling wordt aangemerkt. (Wel merken wij op dat de langere termijn normaal 5 tot 10 jaar geldt en dat dit de doelstelling niet sterk onderlijnt.) Uitbreiding van de indicatie mogelijkheden van het RIO (Scharfshuis) kan goed zijn, meer duidelijkheid waarom het hier gaat is welkom. Overigens wordt ook opgemerkt dat in het kader van de wijkaanpak de één- loketgedachte ook zou kunnen gelden op het punt van de informatieverschaffing, waarbij bijv. ambtenaren als vraagbank dienen en zorgen dat evt. derden de informatie waarom wordt gevraagd metterdaad verschaffen. Publieke Dienstverlening lijkt het kader waarin dit zou kunnen worden opgepakt.

Antwoord College:

Dit wordt onderschreven.

i) Adviesverlening door de kortgeleden opgenomen formatieplaats voor twee parttime ouderenadviseurs bij de SOD is een belangrijke uitbreiding van het zorgpakket dat deze Stichting voor zijn rekening kan nemen. Weliswaar wekt de tekst op blz. 18 hier de indruk als of er meer ouderenadviseurs aan het werk zijn dan de ene plaats die thans mogelijk is gemaakt, de aanwezigheid van deze faciliteit is belangrijke winst. M.n. in het landelijk gebied waar de steeds langer zelfstandig wonende/ levende oudere ook steeds meer deze op maat te snijden begeleidingssteun behoeft, zou een verder uitbreiding van deze dienst in een grotere behoefte voorzien.


Antwoord College:

De formatieplaats voor twee ouderenadviseurs is een uitbreiding van het zorgpakket waarbij in de toekomst moet blijken of deze voldoende voorziet in de behoefte aan ouderenadviseurs. Mocht de behoefte aan ouderenadviseurs dermate groot zijn dat er een uitbreiding van formatieplaatsen nodig is, is de gemeente altijd bereid tot overleg.

Stichting Gilde Deventer

Wij missen in de nota de vermelding van onze Stichting Gilde Deventer, waarvan ik hieronder in het kort nog even de doelstellingen wil weergeven:



  1. Een moderne organisatie te zijn, die op een verantwoorde wijze verworvenheden als vakmanschap, ervaring, inzichtelijk vermogen en overige positieve kwaliteiten van senioren wil behouden;

  2. Toepassingsmogelijkheden te vinden voor senioren die de wens hebben maatschappelijk actief te blijven en op aanvaardbaar niveau binnen de doelstellingen van de Stichting iets te bieden hebben, dit laatste ter beoordeling van de Stichting;

  3. De Deventer bevolking in de breedste zin van het woord het gehele dienstenpakket, alléén tegen eventueel te maken kosten, aan te bieden.

P.S. De Stichting Gilde Deventer verzorgd o.a., vanaf vorig najaar, oefenprogramma’s voor senioren

op de eigen computers en hiervoor bestaat een zeer grote belangstelling. Senioren die meer willen weten over het werken met computers krijgen hier een unieke kans. De deelnemers krijgen een speciaal programma aan geboden en worden in een aangepast tempo begeleid door ervaren instructeurs. Zo helpt ook ons Gilde de senioren o.a. naar de elektronische snelweg, waarbij voor deze mensen een nieuwe wereld open komt te liggen.
Antwoord College:

Een vermelding van de Stichting Gilde Deventer zal in de eindnota opgenomen worden in het actieprogramma 2001 onder deelname aan de digitale samenleving en onder vrijwilligerswerk bij partners.

De Scheg
Graag willen wij reageren op de Inspraaknota “Pluspunt’, ouder worden in Deventer, de gemeentelijke visie” zoals door uw College op 27 maart jl. vastgesteld en voor inspraak vrijgegeven.

In hoofdstuk 7, de gemeentelijke visie, onderbouwing aandachtspunten onderdeel maatschappelijke participatie -sport geeft u uw visie ten aanzien van de waarde van beweging voor ouderen.

Genoemd worden het Galmproject en het Meer Bewegen voor Ouderen (MBvO) dat u wilt stimuleren. Beide activiteiten komen terug in het Actieprogramma 2001 met als partners: het Sport Steunpunt (thans Sport Service Centrum) en SOD.
Ten aanzien van de voortzetting van het project GALM zijn inmiddels met SOD zowel organisatorisch als financieel afspraken gemaakt voor 2001 en 2002 (wijk 6)
Stimuleren Meer Bewegen voor Ouderen (MBvO) is evenwel een activiteit, die noch inhoudelijk noch financieel, deel heeft uitgemaakt van het sportbeleid. Sinds jaar en dag (en daarvoor zijn in een ver verleden ook afspraken gemaakt) is de uitvoering hiervan in handen van de Stichting Ouderenwerk Deventer.
In de sportnota 1998-2002 Deventer in Beweging wordt in hoofdstuk 5.6 Gezondheid en Sport een relatie gelegd met de landelijke campagne Nederland in Beweging (actoren o.a. Sport Steunpunt en SOD).

Het partnership Sport Steunpunt/ SOD wordt met name gerealiseerd in de vorm van samenwerking in het GALM-project, met name omdat daar ook een actiever rol voor de sportvereniging(en) is weggelegd (seniorensport 55+). Deze relatie is ook inzichtelijk gemaakt in het Werkplan 2001 van het Sport Service Centrum als onderdeel van de Uitvoeringsovereenkomst met de NV DOS/ De Scheg.


Gezien het specifieke karakter van het MBvO-aanbod alsmede de wijze waarop SOD hieraan vorm en inhoud geeft stellen wij voor de huidige situatie te handhaven. St. Ouderenwerk Deventer is over dit standpunt geraadpleegd en zij stemmen hiermee in.
Antwoord College:

Voorstel van de handhaving van de huidige situatie wordt door ons onderschreven..

Thuiszorg Zuidwest Overijssel
Naar aanleiding van uw brief d.d. 5 april jongstleden ontvangt u hierbij de reactie van Thuiszorg Zuidwest Overijssel op de notitie Pluspunt, de gemeentelijke visie.
Thuiszorg Zuidwest Overijssel kan goed aansluiten bij de wenselijke situatie en activiteiten zoals beschreven in Pluspunt. Wij zijn dan ook volop bereid met de gemeente Deventer nadere invulling hieraan te geven.

Voor een deel voorziet het huidige dienstenpakket al in de wenselijke activiteiten, zoals veiligheid in de vorm van personenalarmering, coördinatiepunt vrijwillige thuiszorg en het servicepakket. Graag willen we samen met de gemeente dit verder ontwikkelen en aanpassen aan de veranderende behoefte van de doelgroep ouderen. Een voorbeeld is de alarmopvolging.


Ook sluiten de wenselijke ontwikkelingen voor een deel aan bij de ontwikkelingen waar we als organisatie momenteel mee bezig zijn. Essentieel hierbij is het zoeken en aangaan van samenwerking met partners op het terrein van wonen, zorg en welzijn (het gezamenlijk ontwikkelen van arrangementen binnen zorgnetwerk Salland en tezamen met de woningcorporaties). De basis ligt er, de operationalisering moet nog volgen.
We pleiten er voor om zoveel mogelijk te investeren in de bestaande infrastructuur. Dat geldt zowel voor de dienstencentra als de zorgcentra. De verzorgingstehuizen kunnen hierin een belangrijke rol spelen, in de functie van informatie en advies ten behoeve van ouderen, in het bijzonder de allochtone ouderen. Het algemeen maatschappelijk werk, de sociale raadslieden en de gezondheidsvoorlichters hebben de kennis en kunde in huis.
Antwoord College:

In onze beleidsontwikkeling gaan wij hier ook zoveel mogelijk van uit.
Wij zijn het met u eens dat de ondersteuning en coördinatie van de mantelzorg en vrijwilligerszorg uit overwegingen van doelmatigheid en kwaliteit gelegd moet worden bij het coördinatiepunt vrijwillige thuiszorg.
Momenteel hebben we regelmatig contact met de ouderenbonden, vooral op het gebied van voorlichting. Regelmatig overleg met ouderen organisaties over onze kwaliteit van dienstverlening ervaren wij als zeer nuttig en zullen wij blijven doen. Een apart platform hoeft voor ons niet.
Antwoord College:

Een overlegplatform kan erg nuttig zijn voor andere organisaties die nauw betrokken zijn bij de zorg. Bovendien wordt er op blz. 21 van de nota aangegeven dat in de nieuwe cyclus voor de regiovisie de provincie zelf een aanvullende rol en de gemeente een actievere rol wil gaan spelen omtrent voorzieningen en dienstverlening. Hiervoor is een overlegplatform, aangestuurd door de gemeente, wenselijk.
Tenslotte geeft u in de nota aan dat ouderen kiezen voor zelfstandig wonen, gekoppeld aan zorg –en welzijnsvoorzieningen. Wij denken dat hier heel wat varianten op zijn te verzinnen. Grootschalige woonzorgcombinaties moeten hierbij vermeden worden. Wij denken dat het langzamerhand tijd wordt hierop beleid te maken. Ten aanzien van de huisvesting zien we in de markt allerhande ontwikkelingen waarvan wij ons afvragen of dit maatschappelijk verantwoord is. Een meerderheid van de ouderen heeft een inkomen beneden modaal. In de eerste tien jaar zal hierin niet zoveel veranderen. Er wordt veel gebouwd in de luxe sector voor veelal ouderen buiten de regio. Wat betekent dit voor de gezondheidsconsumptie over pak weg vijf à tien jaar en de verdeling van de middelen die hiervoor tezijnertijd beschikbaar zijn. Zo zij er nog wel meer vragen te bedenken.

Het lijkt ons goed niet meer lang te wachten met een huisvestingsbeleid van ouderen over een veel langer perspectief dan vijf jaar. Een denktank zou het begin kunnen zijn.


Antwoord College:

Uit de aanbevelingen van het onderzoek van Companen (blz. 33) komt naar voren dat het uitgangspunt voor zorg een netwerk van zorg –en woonvoorzieningen gekenmerkt door kleinschaligheid moet worden.

Onze visie en missie op de langere termijn, daar waar het gaat om volkshuisvestelijke aspecten, komen in de nota volkshuisvesting “Wonen na 2000” aan de orde. Daarnaast zijn aanzetten tot een nota gezondheidsbeleid in voorbereiding.




De heer Jan F. van Leer

De belangrijkste opmerkingen van de heer van Leer:


pag. 7: Voorzieningen dienen toegankelijk te zijn.

Een stadsgidsje waarin deze voorzieningen overzichtelijk worden vermeld, waaronder bvb. ook de aangepaste sanitaire voorzieningen, speciale parkeerplaatsen, ect. zou zeer wenselijk zijn.


Antwoord College:

Openbare voorzieningen dienen voor een ieder toegankelijk te zijn en als zodanig ook voorzien te zijn van o.a. aangepaste sanitaire voorzieningen. Een aparte stadsgids hiervoor lijkt ons overbodig.


pag. 8: De aandachtspunten in het rood staan niet afgedrukt. Bij het stimuleren van Meer Bewegen voor Ouderen wil ik graag pleiten voor meer uitrustbankjes voor wandelaars die maar beperkte afstand kunnen afleggen. In mijn wijk Colmschate is daar zeker verbetering in mogelijk. Ook in de buitengebieden zou deze voorziening voor fietsers prettig zijn.
Antwoord College:

Dergelijke wensen kunnen worden ingebracht in het kader van de panel-ronden van de wijkaanpak.
pag. 9: Bij de stelling dat er één coördinatiepunt zou dienen te zijn voor mantelzorg en vrijwillige

(thuis)zorg denk ik dat men niet zonder (vrijwillige?) wijkcoördinatoren op dit gebied kan werken.


Antwoord College:

Het een hoeft het ander niet uit te sluiten.
pag. 12: Het besluit om de ziekenhuishalte van bus 91 te laten vervallen en na protest geamendeerd

tot éénmaal per uur (i.p.v. het huidige niveau van 2 maal per uur) is in strijd met het in deze nota

gestelde. Zie ook pag. 20 CVV vervoer. De hoogste prioriteit dient goed openbaar vervoer te hebben, dit geeft de grootste vrijheid. Het onnodig verwijzen van klanten naar het CVV vervoer heeft vele nadelen zoals stijging subsidiekosten, verkeers –en parkeercongestie, onvrijheid, etc.

Antwoord College:

In onze vergadering van 29 mei jl. hebben wij het besluit genomen om bus 91 en bus 4 te combineren.

Per 10 juni 2001 zal deze buslijn 1 maal per uur langs het ziekenhuis en de verzorgingshuizen rijden.
pag. 16: Ik wil graag pleiten voor maatschappelijke participatie door ouderen als zinvolle tijdsbesteding

voor hen die daartoe in staat zijn. Goed vrijwilligerswerk door 55+ers dient waar nodig ondersteunt te

worden.
Antwoord College:

Onder de noemer maatschappelijke participatie is als aandachtspunt het vrijwilligerswerk genoemd. Bij de onderbouwing op blz. 16 wordt aangegeven dat de gemeente deelname aan de maatschappij wil stimuleren door o.a. het vrijwilligerswerk van ouderen te stimuleren.
Ten slotte mis ik een paragraaf met een zekere uitwerking hoe ouderen ondersteunt kunnen worden bij het zelfstandig blijven wonen (als zij dat wensen) door een alarmeringssysteem en aan huis gebrachte maaltijden wanneer zulks noodzakelijk is. Zijn daarvoor passende subsidieregelingen?
Antwoord College:

Op blz. 19 wordt aangegeven dat steeds meer ouderen op zoek zijn naar een combinatie van wonen met zorg –en welzijnsvoorzieningen, waardoor zij langer zelfstandig kunnen blijven wonen. Er wordt ook aangegeven dat de locatie van zelfstandige ouderenwoningen steeds belangrijker wordt. Op blz. 20 wordt aangegeven dat in de zorg en dienstverlening het rijksbeleid het zelfstandig blijven wonen van de ouderen ondersteunt. Op blz. 21 staat dat zelfstandig wonende ouderen een steeds groter beroep doen op de professionele thuiszorg en op verschillende vormen van dienstverlening als alarmering en maaltijdvoorziening. Er wordt aangegeven dat een deel van de verzorgingshuizen zich inrichten als verzorgingshuizen nieuwe stijl, waarbij ouderen een zelfstandige woning hebben en gebruik kunnen maken van allerlei voorzieningen die door het centrum worden aangeboden. Ook is het voor ouderen uit de buurt mogelijk om gebruik te maken van deze voorzieningen. Zo wordt er zorg op maat geboden.

Daarnaast subsidieert de gemeente Deventer diverse vrijwilligersorganisaties die zich bezighouden met de maaltijdenvoorziening en de Stichting Thuiszorg voor wat betreft de persoonsalarmering.




Stichting Ouderenwerk Deventer
Er is waardering voor de opzet en de leesbaarheid van de nota.

De SOD is erkentelijk voor de waardering die wordt uitgesproken over de wijze waarop de afgelopen jaren met name de Informatie en adviesfunctie is vormgegeven. De keuze voor informatie en advies als de kerntaak van de SOD is een goede keuze geweest, die erkenning krijgt en als het aan de SOD ligt de komende jaren verder zal worden geïntensiveerd. De spreekuren, de schriftelijke informatievoorziening, de huisbezoeken en het werk van de onafhankelijke ouderenadviseurs zijn stuk voor stuk belangrijke instrumenten bij het informeren en adviseren van senioren in de gemeente Deventer.


De SOD krijgt als hoofdtaken participatie en informatie en advies toegeschreven. In de affichering van de eigen werkzaamheden heeft de SOD gekozen voor Informatie en advies alsmede activiteiten. De SOD kan zich vinden in de gemeentelijke aanduiding, maar verkiest zelf het begrip activiteiten, daar dit voor de herkenbaarheid bij de diverse groepen beter werkt dan het begrip participatie.
Antwoord College:

Wanneer het begrip activiteiten meer herkenbaar is voor diverse groepen dan het begrip participatie zijn wij ook van mening dat het begrip activiteiten gebruikt moet worden bij de affichering van de werkzaamheden van de SOD.
De nota spreekt op meerdere plaatsen over het begrip ouderenadviseur echter zonder een goede definitie van deze functie. De werkzaamheden van de drie wijkconsulenten van de SOD en van degenen die professioneel huisbezoek doen in het kader van de armoedebestrijding onder senioren in de gemeente hebben wel raakvlakken met het werk van de 2 ouderenadviseurs, maar vallen beslist niet samen.

Antwoord College:



In het actieprogramma 2001 wordt aangegeven dat de ouderenadviseur een deskundige is die bevordert dat de oudere de regie over zijn leven houdt. Met persoonsgerichte informatie, advies en begeleiding wordt gestreefd naar vergroting van de zelfredzaamheid en het welbevinden van ouderen. Ouderenadviseurs wijzen ouderen de weg en bemiddelen tussen vraag en aanbod. Naast deze ouderenadviseurs zijn er ook adviseurs die ouderen thuis bezoeken en informatie en advies geven over financiële regelingen.
Terecht spreekt de gemeente Deventer uit dat haar zorgbeleid uitgaat van een vraaggerichte benadering. De wensen van oudere hulpvragers dienen centraal te staan bij de wijze waarop zorg- en dienstverlening zich organiseert en zich manifesteert. De omschakeling van aanbodsgerichte zorg naar een daadwerkelijk vraaggerichte benadering vanuit organisaties die niet gewend zijn om zich zo te organiseren dat de zorgvrager, die vraagt en betaalt, centraal staat, gaat niet zonder een versterking van de positie van een zorgvrager, niet zonder een financiering die recht doet aan het uitgangspunt van vraag gestuurd handelen, niet zonder uitvoerders die uitsluitend klantvriendelijk en klantgericht willen opereren, en ook niet zonder overheid, die in regelgeving, verordeningen en invloedssfeer de klemtoon legt op ‘vraag gestuurd werken’.

Het experiment zelfstandig wonen gegarandeerd, dat de SOD uitvoert, toont aan dat regelgeving en gevestigde belangen, een omschakeling naar daadwerkelijk vraag gestuurd werken nog in de weg staan.


Antwoord College:

In de herziening van de AWBZ stelt het rijk de vraag van de cliënt centraal en niet het aanbod aan voorzieningen. De AWBZ moet het, binnen haar financiële kaders, mogelijk maken zo lang mogelijk thuis zorg te ontvangen. De toewijzing van zorg wordt niet geregeld door instellingen die zorg aanbieden maar door onafhankelijke instellingen. Het zorgnetwerk Salland heeft als doel een flexibel, gevarieerd en onderling samenhangend aanbod te leveren. De zorginstellingen stemmen hun zorgaanbod op elkaar af om zo veel mogelijk zorg op maat te bieden.

De provincie heeft voor de opstelling van regiovisies een overlegplatform ingesteld waarin alle partijen die direct bij zorg betrokken zijn, zijn vertegenwoordigd. Gelet op het belang dat de gemeente hecht aan samenhang in voorzieningen en dienstverlening gaat de gemeente een actievere rol in de regiovisie nieuwe stijl spelen. In dit verband willen wij wijzen op het feit dat de autonomie inzake lokaal en regionaal beleid bij de gemeente(n) ligt.De gemeente Deventer heeft de afgelopen periode een actieve rol gespeeld in bestaande netwerken ( Stichting Zorgnetwerk/ ELS/ Raad van Advies Zorgkantoor) en zal deze actieve rol blijven voortzetten en versterken.
De ervaring van de SOD is dat veel ouderen (70+) niet actief deelnemen aan activiteiten in het kader van wijkaanpak. De huisbezoeken 70+ die de SOD in alle wijken aanbiedt krijgen staan meer in de belangstelling bij 70- plussers. De SOD- huisbezoeken dienen gezien te worden als een vorm van panel-ronden onder deze populatie.
Antwoord College:

Dit onderschrijven wij en als zodanig zullen de uitkomsten van de huisbezoeken ook worden meegenomen.
pag. 17 Ontmoeting op stedelijk niveau. De redactie van deze alinea behoeft enige nuancering. Er zal beslist enige behoefte zijn aan een dergelijke voorziening op stedelijk niveau. Maar daarbij wordt aangetekend dat het de vraag is of deze behoefte zich blijft manifesteren als er op wijk en buurtniveau voldoende adequate voorzieningen zijn. De SOD is van mening dat allereerst het voorzieningsniveau in de wijk op orde moet worden gebracht.

Antwoord College:


Wij zijn het hiermee eens.
pag. 17 Tijdige signalering kwetsbare ouderen. Aan de redactie van deze alinea dient te worden toegevoegd dat het huisbezoek 70+ dat de SOD elk jaar aanbiedt een uitstekend instrument is voor deze vroegtijdige signalering.
Antwoord College:

Voorstel wordt overgenomen
pag. 18 Toegankelijkheid, Informatie en advies.

2e alinea: De tekst van de laatste regels moet luiden: de SOD heeft per 2001 twee ouderenadviseurs aangesteld en treft voorbereidingen voor uitbreiding uren ondersteuning allochtone ouderen.


Antwoord College:

Voorstel wordt overgenomen
pag. 18 Laatste alinea: het levensvatbaar zijn van de wijkwinkels moet nog blijken. Voorlopig wordt volstaan met een proef in een wijk. Het is denkbaar dat ook zorg en dienstverlening via de wijkwinkel wordt geboden, dat is wat anders dan de zekerheid dat dat gaat gebeuren.
Antwoord College:

Op pag. 18 van de nota staat aangegeven: In het GSB-programma Publieke Dienstverlening onderzoeken wij de haalbaarheid van de wijkwinkels
pag. 19 Huisvesting:

algemene opmerking: de gemeente Deventer hanteert richtlijnen voor nieuwbouw en renovatie. Deze richtlijnen omschreven in termen van levensloopbestendig bouwen en eisen ten aanzien van bereikbaarheid en toegankelijkheid dienen expliciet in deze nota vermeld te worden.


Antwoord College:

Onze visie en missie op de langere termijn, daar waar het gaat om volkshuisvestelijke aspecten, komen in de nota volkshuisvesting “Wonen na 2000” aan de orde.


Oudere woningzoekenden die zich op de Deventer woningmarkt willen oriënteren alvorens een goede keuze te kunnen maken dienen de beschikking te krijgen over meer en betere informatie en ook, waar gewenst, hulp bij het realiseren van woonwensen.

Antwoord College:


De ouderenadviseurs kunnen hierbij een rol spelen.
pag. 20 Veiligheid. Garandeert de geschetste gang van zaken dat in het algemene beleid voldoende aandacht is voor de specifieke behoeften van ouderen? Het algemene beleid ten aanzien van waarborgen van vrije en begaanbare looproutes voor voetgangers en personen die zich voortbewegen met hulpmiddelen stemt zeker niet tot tevredenheid.
Antwoord College:

Met ons ouderenbeleid sluiten wij aan bij het gemeentelijk veiligheidsbeleid. In dat kader brengen wij de wensen van ouderen in.


pag. 20 Mobiliteit. De gemeente is een van de opdrachtgevers voor de regiotaxi Salland die ook in Deventer het CVV uitvoert. De tekst van deze alinea gaat geheel voorbij aan het grote uitvoeringsprobleem dat in Deventer kleeft aan deze op zichzelf goede voorziening: het is een voor de gemeente Deventer alles op alles zetten om hier een acceptabel niveau te (doen) realiseren.
Antwoord College:

Sinds januari 2001 is de kwaliteit van het CVV/ WVG vervoer aanzienlijk verbeterd. Wij zijn ons bewust van het feit dat de uitvoering nog niet optimaal is. Er wordt dan ook alles op alles gezet om de uitvoering nog verder te verbeteren.
pag. 22 Coördinatiepunt mantelzorg en vrijwillige Thuiszorg.
Het coördinatiepunt kan bij de Thuiszorg gevestigd zijn, dat betekent niet dat de Thuiszorg het coördinatiepunt is. Er zijn diverse (vrijwilligers)organisaties die zich begeven op het gebied van mantelzorg en vrijwillige hulpverlening. Het is toe te juichen dat er zo veel mogelijk wordt samengewerkt en daardoor verspilling wordt tegengegaan. Anderzijds leert de ervaring dat het beter is recht te doen aan de autonomie van gevestigde vrijwilligersorganisaties als het gaat om inzetten van vrijwilligers en het al dan niet in rekening brengen van kosten voor het inschakelen van een vrijwilliger. Uit oogpunt van keuzemogelijkheid is het aan te bevelen de hulpvrager iets te kiezen te geven.
Antwoord College:

In het kader van het actieprogramma is het de bedoeling een haalbaarheidsonderzoek te doen naar een op te richten Steunpunt Mantelzorg.

Actieprogramma 2001:


Deelname aan de digitale samenleving:

De SOD zal geen cursussen aanbieden, daar Stichting Gilde Deventer en Raster Welzijnsgroep, naast het ROC al aanbiedingen verzorgen. SOD wil zich beperken tot signalering en verwijzing.


Antwoord College:

De tekst zal worden aangepast

Vrijwilligerswerk:

Partner toevoegen: CVT ( Coördinatiepunt Vrijwillige Thuiszorg)
Antwoord College:

Voorstel wordt overgenomen
Subsidiëring van activiteiten:

Waarom spitst eenduidig en inzichtelijk subsidiebeleid zich toe op flankerend ouderenbeleid?


Antwoord College:

Het gaat hier om de beschikbare financiële middelen de begrotingspost flankerend ouderenbeleid
Armoedebestrijding: Ouderenadviseurs vervangen door... professionele huisbezoekers. Tussen april 2002 en 31 maart 2002 doet SOD alle 65-plussers een aanbod voor huisbezoek.
Antwoord College:

In het kader van de huisbezoeken financiële regelingen nemen wij uw suggestie over om hiervoor de term professionele huisbezoekers te gebruiken. De tekst zal worden aangepast..
Project ‘ Samen Leven’ toegespitst op ouderen

SOD dient hier als partner te worden toegevoegd. (Wijkaanpak en sociëteiten)



Antwoord College:

Voorstel wordt overgenomen

Ouderen als medevormgever en belangenbehartiger


Platform als gesprekspartner bij ontwikkeling van ouderenbeleid.

Er zijn geen afspraken gemaakt met SOD over middelen voor deze activiteit binnen de bestaande afspraken. Het gaat beslist om uitbreiding.



Antwoord College:

Over de nadere uitwerking volgt nog overleg

Zorg- en dienstverlening:

Project Zorgloket; Hier dient het Stedelijk Informatie Netwerk als partner te worden toegevoegd.
Antwoord College:

Het Stedelijk Informatie Netwerk zal hierbij betrokken worden.
Zorg- en Dienstverlening op maat.

De SOD zou hier ook partner kunnen zijn.



Antwoord College:

Tekst wordt ter verduidelijking aangepast

Seniorenraad




De Seniorenraad heeft de conceptnota “Plus Punt ouder worden in Deventer” besproken in haar vergadering van 23 april jl.


De belangrijkste opmerkingen:
Politieke participatie

De Seniorenraad mist in de passage over ouderen als medevormgever en belangenbehartiger bij de beleidsontwikkeling de betekenis, die een deskundige adviesraad moet hebben bij het formuleren van nieuw beleid, veranderingen in bestaand beleid, evaluatie van beleidsuitvoering en lange termijnontwikkelingen.


Antwoord College:

Wij zijn van mening dat dit als vanzelfsprekend is. Ten aanzien van de mogelijkheid van inschakeling van deskundige ondersteuning zullen wij nadere afspraken maken.
Ten aanzien van subsidiëring, mobiliteit en het ene loket en stadspas en professionele huisbezoekers verwijzen wij naar reeds eerder gegeven antwoorden
Stervensbegeleiding.

De aandacht hiervoor wordt gemist. Voorgesteld wordt om initiatieven voor een dergelijk project in voorbereiding steun toe te zeggen.


Antwoord College:

Wij staan positief tegenover initiatieven in dit kader. Wij wachten een voorstel af. Afhankelijk van de inhoud en opzet van het project zullen wij een besluit nemen of wij een dergelijk project ook financieel kunnen en willen ondersteunen.

De heer Stef L. Huis in ‘t Velde
Wat mij bijgebleven is van de discussie over ‘t te voeren ouderenbeleid, ‘t vorig jaar gehouden in ‘t stadhuis o.l.v. mw. de Jager-Stegeman, zijn:
1) de irrationele roep om een centraal café voor ouderen, zwak onderbouwd met argumenten en feiten. Het pleidooi in één van de discussiegroepen, dat de Stichting Ouderenwerk i.s.m. met bestaande voorzieningen (wijk & buurtorganisaties, culturele of culturele organisaties in de binnenstad) op basis van een echt goed opgezet behoefteonderzoek na te gaan “ hoe en waar er met welk programma”, centraal of decentraal een dergelijke wens al dan niet vorm gegeven moet worden, werd door een functionaris van het ouderenwerk in de samenvatting tijdens de afsluiting van de bijeenkomst, totaal en ten onrechte genegeerd. Waarschijnlijk was dit pleidooi, door velen gesteund, tegen het belang van het stichtingsbeleid.

Argumenten: gezien de zeer uiteenlopende behoeften in het uitgaan en het treffen/ ontmoeten van andere mensen, ook van ouderen zal het niet eenvoudig zijn deze te verenigen in één centraal cafe. Ik heb zelf de indruk dat een centraal gelegen actiecentrum, waar diverse activiteiten met wisselende kleine en grote groepen ouderen worden voorbereid en elders in de vorm de activiteit geëigende lokaliteit uitgevoerd ( buurthuis, wijkhuis, kerkgebouw, museum, schouwburg, muziekschool, creativiteitscentrum, filmhuis, sportcentrum, onderwijs of vormingsinstelling, sociëteit, verenigingslokaal en particuliere of bedrijfscafé’s/ restaurant enz.) ook een kleine kantine aanwezig is die door vrijwilligers wordt gerund.

In het onderzoek zou tevens geïnventariseerd moeten worden wat bestaande voorzieningen en verenigingen doen voor ouderen, er voor open staan, dit zouden willen bevorderen.
Antwoord College:

De Stichting Ouderenwerk Deventer heeft de mogelijkheden onderzocht voor ontmoeting op (binnen)stedelijk niveau, waarbij er nadrukkelijk gekeken zal worden naar ontmoeting binnen bestaande accommodatie(s).

De suggesties ten aanzien van de te ontwikkelen activiteiten in een dergelijk seniorencafé juichen wij van harte toe en wij vinden dat ouderen hierin ook zelf een verantwoordelijkheid kunnen nemen.
2) de zorg, ondanks het grote belang, wel zeer benadrukt werd. Geen aandacht werd, in verhouding tot de onder de noemer zorg vallende diensten en taken, besteed aan de geestelijke en culturele componenten in het leven van de oudere en ouder wordende mens. Het is het cement in het leven. Permanente educatie, als term en taakstelling hopelijk nog niet in de vergetelheid geraakt, houdt toch niet op bij het ingaan van VUT of pensioenleeftijd.
Antwoord College:

De zorg is een belangrijke pijler van het ouderenbeleid en krijgt daarom logischerwijs ook veel aandacht in de ouderennota. Het belang van permanente educatie wordt onderkend in de aandachtspunten Deelname aan de digitale samenleving en het Vrijwilligerswerk van ouderen.
B. Wat ik mis in uw nota is, op welke wijze de gemeentelijke overheid organisaties gaat ondersteunen die ouderen helpen bij het vinden van een zinvolle tijdsbesteding.
Antwoord College:

Het vinden van een zinvolle tijdbesteding voor ouderen wordt ondermeer onderkend in het aandachtspunt Vrijwilligerswerk. Hierbij ligt de nadruk op de werving van ouderen door vrijwilligersorganisaties en verenigingen; projecten voor en door ouderen, met name in de wijk. Pag. 16 nota: ‘Fitte vutters’ kunnen veel betekenen voor de samenleving, in een nieuwe actieve rol. Ook kan vrijwilligerswerk gedeeltelijk voorzien in de toenemende behoefte aan arbeid onder ouderen. Verder wordt er bij het aandachtspunt Vrijwilligerswerk ook de nadruk gelegd op cursussen bestuurlijke ondersteuning voor ouderen.

De vrijwilligerscentrale Deventer zal hierbij een meer prominente rol spelen i.v.m. toeleiding en deskundigheidsbevordering van o.a. ook ouderen naar vrijwilligerswerk.

Daarnaast faciliteren wij in dit kader diverse organisaties zoals SOD en Raster.

SBO- Samenwerkingsverband Bonden van Ouderen

Inleiding:

Het SBO maakt graag gebruik van de mogelijkheid op de nota Pluspunt in te spreken. Bij de SBO zijn aangesloten alle afdelingen van de ANBO, KBO en de PCOB in de gehele gemeente Deventer met ongeveer 2000 aangesloten leden. Het SBO is opgericht om de ouderenbrede belangenbehartiging ter hand te nemen.
Belangrijkste commentaar SBO:

SBO:


Ouderenbeleid is facetbeleid. Een coördinerend wethouder wordt voorgesteld.
Antwoord College:

Er is reeds sprake van een coördinerend wethouder, nl. de wethouder ouderenbeleid.
SBO:

Het SBO ziet als participatiemogelijkheid één platform, zoals dat op diverse plaatsen in de nota gepresenteerd wordt. Omdat niet éénduidig over dit platform gesproken wordt, stelt het SBO voor dat de status, werkwijze en taken in overleg met de partners bepaald wordt.


Antwoord College:

Dit voorstel wordt door ons onderschreven en verdere uitwerking van de plannen ter realisatie van een platform zal ook plaatsvinden in overleg met de partners.


SBO:

De geleverde basisgegevens zijn niet éénduidig en niet compleet.


Antwoord College:

De gegevens zullen voor zover mogelijk worden geactualiseerd en worden opgenomen in de tekst.


SBO:

SBO vindt dat met de inbreng van een aantal concrete zaken zoals bijvoorbeeld de ontwikkeling van dienstencentra onvoldoende is gedaan.


Antwoord College:

Wij zijn van mening dat er voldoende aandacht aan de inbreng van ouderen bij diverse concrete zaken wordt besteed. Ingebrachte wensen kunnen echter niet altijd worden gehonoreerd.
SBO:

Slechtere psychosociale gezondheid van de gemiddelde Deventer oudere in vergelijking met die van bewoners van de Stedendriehoek. SBO verwacht dat hiervoor de benodigde gelden en middelen worden vrij gemaakt om deze problematiek aan te pakken in b.v. actieprogramma 2002. Er wordt voorgesteld een inventariserend onderzoek te houden( wat gebeurd er al en waar nog witte vlekken ) en als start voor nieuwe projecten een symposium rond deze problematiek te organiseren.


Antwoord College:

Diverse projecten in het actieprogramma 2001 geven mede een impuls tot de aanpak van genoemde problematiek. Een en ander kan, in overleg, in het actieprogramma 2002 worden vervolgd en zo nodig nader worden aangescherpt.

De suggestie van het SBO voor het uitvoeren van een inventariserend onderzoek nemen wij over.


SBO:

Het komt het SBO voor dat er geen goed evenwicht bestaat in de verhouding tussen voorzieningen voor allochtonen en autochtonen.


Antwoord College:

Voorzieningen zijn voor zowel allochtone als autochtone ouderen toegankelijk. Wij willen echter extra aandacht schenken aan de allochtone ouderen in Deventer, omdat gelet op hun situatie, isolement van deze groep in de Deventer samenleving dreigt. Wij stimuleren zelfredzaamheid en deelname aan maatschappelijke activiteiten om dit te voorkomen. Ontmoetingsmogelijkheden worden ingebed in de bestaande structuur.


SBO:

Het aantal ouderenwoningen in de “buitengebieden” moet in overeenstemming worden gebracht met de vraag aldaar.


Antwoord College:

Wij onderschrijven dat het aantal ouderenwoningen in de buitengebieden van de gemeente zoveel mogelijk in overeenstemming moet zijn met de vraag aldaar. Echter in afspraken met de provincie Overijssel zijn afspraken gemaakt waarbij de achterliggende gedachte is dat een verdere verstening van het landelijk gebied moet worden voorkomen en dat er geen concurrentie zou mogen plaatsvinden naar omliggende grotere kernen en steden. Tot en met 2003 zijn tussen gemeente en provincie afspraken gemaakt over de getalsmatige invulling van nieuwbouw in de kernen. Deze worden gerespecteerd.

In het voorontwerp structuurplan en in de nota wonen zal aandacht voor de positie van de kernen en eventueel uitbreiding van ouderenhuisvesting worden besteed.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina