Samenvatting Filosofie van de Communicatie 2009-2010 Inhoudsopgave



Dovnload 179.56 Kb.
Datum22.08.2016
Grootte179.56 Kb.
Samenvatting Filosofie van de Communicatie

2009-2010


Inhoudsopgave


Aantekeningen college 1 2

Wat is filosifie? 3

Plato, Aristoteles en Socrates 3

Senses vs. Reason 4

Definitie filosofie 4

Wat is Filosofie van de Communicatie? 4



Aantekening college 2 5

Epistemologische condities; Rationalisme vs. Empiricisme 6

Rationalisme 6

René Descartes (1596-1650) 6

Een Nieuw Begin 7

Radical Doubt 7

De Methode 8

The methodological doubt 8

Criteria voor “undoubtable knowledge” 9

Cartesiaans Dualisme 9

Empiricisme 10

David Hume (1711-1776) 10

Empiricisme vs. Rationalisme 10

Hume’s visie 10

Criteria voor undoubtable knowledge 11

Implicaties Hume’s visie 11



Aantekeningen college 3 11

Language, Reality & Communication 11

Transcendentaal idealisme; Immanuel Kant (1724-1804) 12

Typen Kennis 12

Kant’s subjective turn 13

Verkrijgen van reliable knowledge 13

Relativisme (Richard Rorty, 1931-2007) 14

Aantekeningen college 4 14

Semantische condities van communicatie 14

Common Sense Realisme 15

Mentalisme 16

Contextualisme 16

Ludwig Wittgenstein (1889-1951) 17

Pragmatisch Relativisme (Richard Rorty) 18

Aantekeningen college 5 19

Semiotics 19

Van correspondence theory naar semiotiek 19

Wat is een teken? 19

Sign and Ground 20

Sign and Object 21

Sign and Interpretant 21

Semiotics and Abduction 21

Signs grow 22

De manipulatieve kracht van tekens 22

Digitale Communicatie 22

Internet 22

Approaches to the internet 22

The Body 23

Dreyfuss: “Digital communication is deprived communication” 23

Kritiek op Dreyfuss: het Horseless Carriage Syndrome” 24



Aantekeningen college 6 24

Ethiek en de ethische dillema’s binnen de communicatie 24

Waarom ethiek? 24

Conceptuele verschillen 25

Morele dilemma’s 25

Criteria voor moreel juiste acties of een goed leven 26

Utilitarisme 26

Aantekeningen college 7 27

Deontologie (Kant en zijn categorisch imperatief) 28

Goede wil 28

Imperatieven 28

Hypothetisch imperatief 28

Problemen deontologie 30

Evaluatie deontologie 30

Deugdethiek (Aristoteles +/- 350 v Chr.) 30

Eigenschappen deugdethiek 31

Deugden 31

Algemene en specifieke deugden 31

Definitie deugd 31

Deugd en omgeving 32

Evaluatie deugdethiek 32



Aantekeningen college 8 33

Ethisch relativisme 33

Kritiek 33

Verhoudingen relativisme - ethische stromingen 34




Aantekeningen college 1




Wat is filosifie?

Presocratische filosofie (600 v. Chr.)




      • Thales: “alles is water”

      • Neemt afstand van mythologie en gaat meer naar rede om werkelijkheid te verklaren.

      • Holistische benadering

      • Principle of all things (everything begins with water, everything consists of water, everything ands with water)

De vorm “alles is …” is vernieuwend voor de filosofie. Het tracht alles terug te brengen tot 1 principe.


Basis van moderne wetenschap

(vinden van structuren en principes)


Thales kan gezien worden als de eerste reductionist.

Wetenschap is reductionistisch (falsificatie)


Thales stelt dat afstand genomen moet worden om structuren te kunnen zien.

Hiervoor dienen fundamentele vragen worden gesteld.




Plato, Aristoteles en Socrates

Plato’s allegorie van de grot (De Republiek)


Gevangen in de grot zien alleen de schaduwen en de horen enkel de echo’s van de werkelijkheid.
 Wereld van de schaduwen vs. Wereld van objecten

Stel: gevangene wordt bevrijd “by force”

 gevangen krijgt veel aanpassingsproblemen

Gevangene zal proberen terug te keren maar zal uiteindelijk de grot verlaten.


 In de grot vs. Buiten de grot




  • Gevangene zal proberen de anderen te bevrijden (= revolutie)

  • een voor een zullen ze bevrijd worden (= educatie)



Senses vs. Reason

Plato: “Free yourself from senses and try to understand the world by reason”


het gaat hier om de tweestrijd tussen de “emperical world” en de “intangible world”
Criteria en principes zijn nodig om uit de “wereld van schaduwen” te stappen


Definitie filosofie



A radical inquiry of presuppositions; presuppositions of life as well as scientific suppositions
Filosofie heeft dus:

            • Algemeen karakter

            • Is vaak fundamenteel

            • Uitgewerkt in een systematische en methodologische wijze

VB. als B afhankelijk is van A, dan is A meer fundamenteel




Wat is Filosofie van de Communicatie?

De condities van filosofie van de communicatie zijn:





      • Epistemologisch

      • Ontologisch

      • Semantisch

      • Moraal / Ethiek


De epistemologie is de tak van de filosofie die kennis als haar onderwerp heeft: haar aard en omvang, haar bronnen en veronderstellingen, en de betrouwbaarheid van kennisclaims
Ontologie is de theorie van objecten en haar verbindingen. Ontologie levert criteria voor het onderscheiden van verschillende types objecten (concreet – abstract, existent – non existent, reëel en ideaal, onafhankelijk, afhankelijk) en haar verbindingen (relatie, afhankelijkheden en beweringen)

De semantiek of betekenisleer is een wetenschap die zich bezig houdt met de betekenis van symbolen, waarbij het in het bijzonder de bouwstenen van natuurlijke talen die voor de communicatie dienen ofwel woorden en zinnen betreft.
moraalwetenschap of ethiek is een tak van de filosofie die zich bezighoudt met de kritische bezinning over het juiste handelen. In algemene zin probeert ethiek de criteria vast te stellen om te kunnen beoordelen of een handeling als goed of fout kan worden gekwalificeerd, en om de motieven en consequenties van deze handeling te kunnen evalueren.

De volgende filosofische stromingen worden besproken:


Epistemologie



  • Empiricisme (David Hume)

  • Rationalisme (René Descartes)

Ontologie




  • Idealisme (Immanuel Kant)

  • Relativisme (Richard Rorty)

Semantiek




  • Common Sense Realisme

  • Mentalisme

  • Contextualisme

  • Semiotics

  • Digitale Communicatie

Ethiek



  • Utilitarisme

  • Deontologie

  • Deugdethiek


Aantekening college 2



Epistemologische condities; Rationalisme vs. Empiricisme

Hoofdvraag: Wat is betrouwbare informatie en hoe verkrijgen we die?

Rationalisme en Empiricisme zijn een reactie op voorgaande gebeurtenissen.

Het zijn beiden vooral stromingen die kerk-kritisch zijn.


Tijdsbepaling: 17e eeuw
Plaatsbepaling: Tijdens de middeleeuwen werd filosofie gedicteerd door het gedachtengoed van Aristoteles, de onfeilbare mening van de Kerkvaders en de alledaagse ervaringen van de mens.

Aan het einde van deze periode werd de macht van de kerk ondermijnt door ontwikkelingen op wetenschappelijke en maatschappelijk gebied. Hierbij moet je denken aan mannen als Galilei en Copernicus, het afstappen van de geocentrische gedachte en het in contact komen met andere culturen door de grote ontdekkingsreizen.

Ook op religieus vlak waren er grote veranderingen zoals de opkomst van Luther en het zat zijn van de bevolking van de misstanden in de Kerk.
Dit alles zorgde voor een sfeer van crisis waarbij alles aan twijfel onderhevig was en een goede voedingsbodem vormde voor het skepticisme.

Rationalisme

René Descartes (1596-1650)





  • Grondlegger van de moderne filosofie

  • Rationalisme

  • “Je hoeft je kamer niet uit om aan wetenschap te doen, je moet denken”

Descartes’ rationalisme was een tegenstroming van:


Aristoteles


  1. het onderscheid tussen hemel en aarde

“mathematics apply only on heaven because it moves in a certain predictale way”

  1. teleology

“Everything has a natural tendency to move in a certain way”
Scholastiek
“Iedere wetenschap heeft haar eigen methode”

In praktische zin betekent dit dat de 7 vrije kunsten uit de middeleeuwen ieder haar eigen methode had om uit te voeren.




Een Nieuw Begin

Descartes wordt dus gezien als de grondlegger van de moderne filosofie en door velen ook als de grondlegger van de moderne wetenschap. Hij werkte volgens de volgende criteria:


Moderne wetenschap als voorbeeld

Geen onderscheid tussen hemel en aarde

Alles wordt verklaard vanuit een mechanisch oogpunt

“there’s no natural movement but everything is mutual”

 natuurkundige krachten
Wiskunde als model

Axiomata als fundering

kennisvergaring door deductie op basis van axiomata

“Cogito ergo Sum”


Ratio als belangrijkste gids

“reducing multitude to unity”  “law-searching” met ratio als de belangrijkste rechter


“From wide reading to method”

Verkrijgen van “reliable knowledge”

Betrouwbare kennis kan gevonden worden in werken die gebasseerd zijn op “unquestionable grounds”
Hiermee heeft Descartes de basis gelegd van de huidige wetenschap die tot op de dag van vandaag nog volgens deze richtlijjnen werkt.

Radical Doubt

Radical Doubt is de methodologische twijfel die een ieder moet hebben ten aanzien van de “werkelijkheid”.

Iets is pas waar als het duidelijk en ontegenzeggelijk waar is van zichzelf.

Descartes werkte vanuit de volgende uitgangspunten:




  • We kunnen onze zintuigen niet vertrouwen

Anekdote van de droom; wanneer droom ik en wanner ben ik wakker?

  • Traditioneel geloof en waarden set moeten kritisch worden benaderd

  • De bron van fouten ligt in vooroordelen en haast



De Methode





  1. Using your mind well




  1. Intuition

From prejudice and hastiness to clarity and distinctiveness


  1. Deduction

All humans are mortal

Socrates is a human

Socrates is mortal
De kernmethode die Descartes hanteert is een tweeledige methode die bestaat uit:


  1. Analyse

  2. Synthese

Analyse is het zoeken naar fundamentele principes.

Synthese probeert met behulp van de gevonden fundamentele principes te reconstrueren.
Descartes ziet wetenschap als een boom met als wortels de metafysisica, als stam de fysica en als kroon de andere wetenschappen. Hieruit blijkt zijn deductionistische visie op de wereld.


The methodological doubt

De “methodological doubt” is voor Descartes de manier om tot betrouwbare informatie te komen. Op deze wijze en alleen op deze wijze kunnen fundamentele principes gevonden worden waarmee de rest van de “werkelijkheid” verklaart kunnen worden.

Kernpunt van de methode is dat “undoubtable knowledge” alleen kan worden vergaard door de totale onthouding van oordelen.
Volgens Descartes zijn er 3 “undoubtable certainties”, namelijk:


  1. Cogito ergo sum

  2. God bestaat

  3. De buitenwereld bestaat

Cogito ergo sum

“ik twijfel, dus ik denk, dus ik besta”
God bestaat

Ik heb in mijn geest een idee van perfectie

Het idee kan niet door mij zijn gemaakt omdat ik imperfect ben

Daardoor moet het idee gecreëerd zijn door iets anders; een perfect wezen


Ontologisch argument: een perfect wezen moet bestaan omdat het anders niet perfect is
De buitenwereld bestaat

Een perfect wezen, God, kan niet oneerlijk zijn en kan niet voortdurend onbetrouwbaar zijn omdat anders het perfecte wezen imperfect zou zijn.




Criteria voor “undoubtable knowledge”





  1. Helderheid en duidelijkheid

  2. Hoe beter iets rationeel beargumenteerd kan worden, hoe groter de kans dat het bestaat

  3. “Innate ideas”

Niet alles is afgeleid van empirische observaties. Sommige dingen zijn aanwezig in iemands geest, van nature aangeboren.


Cartesiaans Dualisme

Een synoniem voor het dualisme van Descartes is Substantie Dualisme. Descartes stelde dat er twee fundamenteel verschillende substanties bestaan: mentaal en materieel.

Hierbij zag hij het “Ik” als de denkende, mentale substantie en de materiële wereld als extensieve substantie.
Het “Ik” is volledig onafhankelijk van de materiële wereld waarbij je de materiele wereld niet nodig hebt om een denkende realiteit te bewerkstelligen, in de materiele wereld is ruimtelijkheid de constante factor.
Ondanks de onafhankelijkheid van het “Ik” zag Descartes het menselijk wezen wel als een verbond van geest en lichaam.

Empiricisme

David Hume (1711-1776)

David Hume was een Schotse filosoof die kritiek had op de rationalistische denkwijze. Kern van de kritiek was dat het rationalisme fenomenen verklaarde en zelfs totaal absurde ideeën als waar bestempelde door enkel via ratio te redeneren zonder daar fysiek bewijs voor te hebben.

Het empiricisme werkt dan ook volgens de methode van zintuiglijke waarneming.

Empiricisme vs. Rationalisme

Hoewel concurrende visies, hebben het empiricisme en rationalisme een ding gemeen:


“Zuivere wetenschap moet gebasseerd zijn op “undoubtable and infallible grounds”
Het grote verschil is dat het empiricisme niet de ratio als startpunt gebruikt maar de zintuiglijke waarneming.

Verder verwerpt het empiricisme het concept van “innate ideas” maar stelt dat de mens is geboren als een tabula rasa.



Hume’s visie

Hume heeft 2 basisconcepten, namelijk:




  1. Impressies

  2. Ideeën




    • Impressies zijn gebaseerd op directe zintuiglijke waarneming

    • Ideeën zijn een samenvoeging van impressies

Verder onderscheidt Hume impressies in simpel en complex en daaruitvolgend uiteraard ook de ideeën in simpel en complex.


Bij een simpele impressie kan men de ervaring niet verder opdelen, zodat men bijvoorbeeld een kleur, geur of smaak specifiek denkt.

Een complexe impressie kan bijvoorbeeld een appel zijn, waaraan een bepaalde kleur, geur en smaak eigen is. Impressies en ideeën lijken overeen te komen.


Verder is er nog het concept van het “false idea”. Hiervan is sprake als een idee wordt geconstrueerd van verkeerde simpele impressies (vb. de vierkante appel).

Criteria voor undoubtable knowledge





  • Uit welke simpele ideeën is een complex idee gevormd?

  • Kunnen deze simpele ideeën gereduceerd worden tot simpele impressies?

  • Zijn deze simpele impressies op de juiste manier aan elkaar verbonden?

Als aan deze drie criteria is voldaan kan men spreken van undoubtable knowledge.



Implicaties Hume’s visie

De visie van Hume heeft de volgende implicaties :


Probleem van inductie

Er bestaat een problematiek bij het vinden van fundamentele wetten.

Mensen kunnen nooit de hele wereld ervaren, niet nu en niet later.

Als voorbeeld nemen we de stelling dat alle zwanen wit zijn; misschien is er op dit moment ergens in de wereld wel een zwarte zwaan of zal die zwaan in de toekomst geboren worden. Hierdoor kan de uitspraak niet finaal zijn.


Probleem van causaliteit
Zonder rationele beredenering kan je niet bewijzen dat er een causaal verband is tussen voorval A en voorval B. vanuit het emipiricisme kan enkel gesteld worden dat B na A is voorgevallen.
Gewoontes
Van empiricisme naar skeptisisme


Aantekeningen college 3




Language, Reality & Communication

Vanaf dit punt nemen we afscheid van de epistemologie en gaan we verder in de ontologie. Waar de epistemologie ingaat op hoe we betrouwbare informatie kunnen verkrijgen gaat de ontologie in op hoe we verschillende objecten en haar verbindingen kunnen identificeren.

A common world; Het Idealisme van Kant tegen het Relativisme van Rorty.


Transcendentaal idealisme; Immanuel Kant (1724-1804)

De Duitse filosoof Kant probeert met zijn denkwijze de wetenschap en de filosofie te redden door middel van kritiek.

Uitgangspunt in deze is het vaststellen van de grenzen van menselijke kennis.
Kant probeert dit doel te bereiken door middel van ¾ hoofdvragen:


        1. What can we know? (epistemology, metaphysics)

        2. What ought we do? (ethics, politics)

        3. What may we hope? (religion)

        4. What is the human being? (anthropology)

Kant probeert het Rationalisme en Empiricisme samen te laten smelten en het Scepticisme van Hume te falsificeren.



Typen Kennis

Volgens Kant zijn er 4 verschillende soorten kennis, namelijk:




  1. A priori

  2. A posteriori

  3. Analytisch

  4. Synthetisch




    • A priori kennis is kennis die verkregen wordt vóór zintuiglijke waarneming (rationalisme)




    • A posteriori kennis is kennis die enkel verkregen kan worden door middel van zintuiglijke waarneming (empiricisme)




    • Analytische kennis verheldert objecten op een conceptueel niveau




    • Synthetische kennis voegt iets toe aan wat we al weten

Dit kan gezien worden als een huwelijk tussen a priori en a posteriori kennis

Verhoudingen verschillende types kennis




A priori

A posteriori

analytisch

+

-

synthetisch

+

+

LET OP: Synthetische a priori kennis heeft betrekking tot causaliteit.

In het geval van Hume is causaliteit het waarnemen van reeks afzonderlinge gebeurtenissen.

Causaliteit volgens Kant is het veronderstellen dat alles een oorzaak heeft. Kant staat hier dus lijnrecht tegenover Hume.



Kant’s subjective turn

Volgens Kant kan de wereld volgens de volgende wetmatigheden worden ingedeeld:




  • Inhoud en vorm

  • De mens structureert de werkelijkheid

  • Doctrine van de categorieën (gebruik van ratio én perceptie)

  • Transcendentaal idealisme

Transcendentaal kan worden gezien als de benodigde condities om iets te kunnen ervaren; het is een gedeelte van de geest.


Idealisme gaat uit van het idee dat iemand zijn eigen ideeën moet bestuderen in plaats van een bestaande wereld.

Verkrijgen van reliable knowledge

Volgens Kant kan reliable knowledge worden verkregen door het bekijken van de wereld als een individuele werkelijkheid.


Als de reliable knowledge alleen kan worden verkregen door de wereld te zien als een individuele werkelijkheid, hoe is het dan mogelijk om wetenschap te beoefenen? Bij wetenschap gaat het namelijk om algemene wetten die in deze visie niet als algemeen kunnen worden bestempeld omdat ze voortkomen uit een individuele werkelijkheid.

Kant biedt de volgende oplossing:




  1. Categorieën zijn innate

Alle mensen gebruiken dezelfde instrumenten om de wereld te structureren; als dezelfde instrumenten dezelfde uitkomsten geven kan dus gesproken worden van een algemene uitkomst.


  1. Er bestaat een onafhankelijke wereld (de noumenal world)

Alhoewel de mens uit moet gaan van de individuele werkelijkheid bestaat er een onafhankelijke wereld. Deze wereld zal voor grote gedeeltes voor ieder mens overeenkomen, dus ook in hun individuele werkelijkheid.

Kant kan gekenmerkt worden door de introductie van zijn Universele Categorieën waarmee hij een brug slaat tussen het rationalisme (innate ideas) en het empiricisme (zintuiglijke waarneming van de wereld).




Relativisme (Richard Rorty, 1931-2007)

Rorty verwerpt de correspondentietheorie van de waarheid (waarheid stemt overeen met werkelijkheid). We kunnen volgens Rorty een uitspraak niet rechtstreeks met de werkelijkheid vergelijken, alleen vergelijken met andere concurrerende uitspraken. Waarheid is niet een eigenschap van de werkelijkheid, maar van onze taal.


Rorty zoekt aldus geen neutrale waarheidscriteria die geldig zijn voor elk taalspel. Hij stapt van Truth naar truth, van een hogere waarheid naar een waarheid als instrument.
Hij zegt hierover: “descriptions do not represent objects but they are tools to achieve relative goals”
Verder is Rorty van mening dat filosofie en wetenschap een instrumentele functie moeten hebben. Praktisch gezien komt dit neer op het beschouwen van de werkelijkheid niet in termen van een onafhankelijke realiteit maar in termen van beschouwing van je medemens.
Als laatste hanteert Rorty het concept Wijsheid. Rorty ziet wijsheid als het vinden van een balans tussen persoonlijke dingen en de buitenwereld.

Enige dissonantie in deze dient opgelost te worden door het aanpassen van jouw vocabulair zodat er wel een juiste samenwerking gevonden kan worden.



Aantekeningen college 4



Semantische condities van communicatie

Bij de semantische condities van communicatie draait het om”


(hoe) kan de betekenis van woorden en zinnen zo algemeen zijn zodat zender en ontvanger de woorden en zinnen begrijpen?
Tijdens dit onderdeel zullen de volgende stromingen worden besproken:



  • Defining

  • Common sense realisme

  • Mentalisme

  • Contextualisme

Als framework voor de semantische condities gebruiken we de driehoek van de structuur van betekenis:



world


Defining
Defining heef alleen “language” nodig. Uitgangspunt van defining is dat een woord betekenis verkrijgt doordat het woord gedefinieerd wordt door andere woorden. Grote gevaar is het gevaar van circulariteit dwz. het gebruik van cirkelredenaties.

Common Sense Realisme


Betekenis wordt verkregen door de relatie “language” en “world” waarbij de nadruk op de wereld ligt.

Een woord krijgt betekenis door het object waar het aan refereert.

Daarnaast is betekenis conventioneel; betekenis wordt op basis van wederzijdse toestemming verleent.


Algemene problemen Common Sense Realisme


      • Niet alle woorden hebben een referentieel object (denk aan woorden als als, de, einde, zes)

      • Op zichzelf hebben woorden geen enkele betekenis

Specifieke problemen Common Sense Realisme


Probleem van identiteit

Vb. morningstar – eveningstar probleem. Twee verschillende woorden met verschillende betekenis maar omdat ze beiden naar hetzelfde object verwijzen moeten ze dus hetzelfde zijn


Synoniemen probleem

Verschillende woorden met dezelfde betekenis die verwijzen naar het zelfde object


Probleem van fictieve personen

Fictieve personen verwijzen niet naar een object in de werkelijkheid maar hebben toch betekenis


Probleem van negatieve existentiële uitdrukkingen

“sneeuwwitje bestaat niet”




Mentalisme

Bij het mentalisme wordt betekenis verkregen door de relatie “language”en “thinking”. Een woord krijgt betekenis door het woord te koppelen aan een bepaald beeld in ons hoofd, een idee.


Problemen Mentalisme


      • Algemeenheid (generality)

      • Normativiteit (normativity)

Algemeenheid: beelden in ons hoofd zijn altijd individueel.

Hoe kunnen we weten dat we het hebben over hetzelfde?

Er is geen algemeen criterium om te verwijzen naar iets in de werkelijkheid en dat te vergelijken met verschillende beelden.

Normativiteit: Betekenis is niet alleen descriptief (beschrijvend), maar ook prescriptief (voorschrijvend).

We kunnen niet weten of jouw beeld correct is of dat van mij.


Deze mentalistische problemen gelden ook voor Common Sense Realisme.
De traditionele oplossing die geboden wordt komt uit het Essentialisme. Deze stroming stelt dat de relatie tussen woord en object gemedieerd wordt door een bepaalde Essentie of Idee. Bijvoorbeeld het woord koffie en het object (verschillende soorten koffie) worden gekoppeld door een essentie (het idee van koffie).
Problemen bij deze visie zijn:


  • Bestaan essenties?

  • Hoe gaat het dan precies in z’n werk?

  • De verklaring is zwaarder geworden en gaat in tegen het zoeken naar fundamentele verklaringen.



Contextualisme

Het contextualisme legt een verband tussen alle drie concepten van de driehoek.

De contextualistische stroming gaat in tegen het Mentalisme en stelt dat er niet zoiets bestaat als een Essentie. Er bestaat geen onvariabele entiteit die het referentiepunt van een woord is.
Woorden zijn geen representatie van objecten en gaat hiermee tegen het Common Sense realisme en het Mentalisme in.
Verder stellen Contextualisten dat woorden geen theoretische functie hebben maar een praktische functie. Richard Rorty zegt hierover dat “words are tools”.
Uit het Contextualistische gedachtengoed is een aantal theorie ontstaan.

De belangrijkse zijn:




  • Instrumentalisme van Wittgenstein

  • Pragmatisch Relativisme van Rorty

  • Semiotics van Pierce



Ludwig Wittgenstein (1889-1951)

Wittgenstein heeft in zijn leven als filosoof een grote verandering

doorgemaakt. Men spreekt ook wel over wittgensteinWI en Wittgenstein II.

Wittgenstein I


De vroege Wittgenstein was een Common Sense Realist en het belangrijkste werk dat hij in deze periode geschreven heeft is de Tractatus. Kern van de Tractatus is alleen gesproken kan worden over dingen waar over gesproken kan worden. Dit betreft volgens Wittgenstein I alleen die dingen die echt in de wereld zijn. Ethiek bijvoorbeeld valt niet waar te nemen en dient ten gevolge verzwegen te blijven. Dit betekent echter niet dat Wittgenstein ethiek niet belangrijk vond.

Wittgenstein II


Wittgenstein II keert volledig tegen zichzelf en zijn Tractatus. In plaats van het Common Sense Realisme wordt Wittgenstein een contextualist.

Het belangrijkste boek dat hij in deze periode geschreven heeft is zijn “Philosophische Untersugingen”.

Kernpunten zijn:


  • Tegen generaliseerbaarheid (behalen van maatwerk)

  • Taal is een spel; accuracy of meaning

    • De betekenis van woorden is te vinden in de functie van de woorden in de wereld.

  • Taal als instrument

    • Het gebruik van taal is afhankelijk van het doel.

    • Woorden kunnen verschillende betekenissen hebben ondanks een gelijk uiterlijk; woorden zijn dus contextafhankelijk.

  • Van essentialisme naar (family) resemblance

Voor Wiitgenstein II is de betekenis dus afhankelijk van de context, anders gezegd: context maakt betekenis.




Pragmatisch Relativisme (Richard Rorty)

Het pragmatisch relativisme van Rorty is al kort behandeld tijdens deze samenvatting. Hier zullen we verder in gaan op de positie die het pragmatisch relativisme inneemt ten opzicht van het contextualisme.


Het contextualisme kan opgedeeld worden in twee pragmatische stromingen.

Pragmatiek is de tak van de semiotiek en de taalkunde die de relatie tussen tekens of taaluitingen en hun gebruikers bestudeert. Binnen het contextualisme kunnen we het onderscheid maken tussen het

  1. Pragmatisch relativisme

  2. Pragmatisch realisme

Het pragmatisch relativisme van Rorty kan gekenmerkt worden door de volgende dingen:




  • Anti correspondence theory

    • De waarheid stemt niet overeen met de werkelijkheid maar moet worden gezien als vrschillende taalspelen met verschillende spelregels (vocabulaires). De waarheid komt alleen overeen met de werkelijkheid als we binnen 1 taalspel blijven en daarbinnen uitspraken met elkaar gaan vergelijken.

  • Vocabularies

  • Progress

    • Het creëren van nieuwe vocabulaires om conflicten op te lossen

  • “the world well lost”

    • Er is geen onafhankelijk criterium om te bepalen of iets beter is dan het ander.

    • Alles is gebaseerd op conventies

Het pragmatisch realisme legt het zwaartepunt op




  • Taal en interactie

  • Woorden zijn samenvattingen van wetten en hypothesen

    • De nadruk ligt op “practics”

      • Force

      • Resistance

      • Organization

  • Er is een onafhankelijke wereld, deze wereld wordt gestructureerd door bepaalde wetten.

Het pragmatisch realisme keert zich tegen het relativisme door te stellen dat de wereld wel degelijk volgens bepaalde algemene wetten wordt gestructureerd waar het relativisme juist stelt dat er geen algemene wetten zijn maar dat verschillende taalspelen zorgen voor een constante behoefte aan een contingentiebenadering.


Aantekeningen college 5




Semiotics

De tak van de semiotiek komt voort uit het pragmatisch realisme en heeft Pierce als grote voorvechter.

De semiotiek bestudeert de vraag:
“what are signs and how do they enable us to exchange meaningful information?”

Van correspondence theory naar semiotiek

Tekens zijn dus het centrale begrip in de semiotiek. Om te beginnen zullen we een aantal eigenschappen van tekens op een rijtje zetten:


Eigenschappen tekens:


  • Instrumenteel karakter

    • Tekens functioneren op een bepaalde wijze, het moet functioneren als een teken

    • Je kan geen tekens interpreteren naar eigen welbevinden




  • Vorm en structuur van het teken

    • Tekens hebben een “formele” structuur nodig om te functioneren




  • Sign vehicle embodying the sign

    • Het teken stoppen kan werken via een stoplicht of een verkeersagent




  • Semiotiek is anti-essentialistisch en anti-relativistisch

    • “Fouten maken ís mogelijk”

Wat is een teken?

“A sign is something that represents an object and produces an Interpretant”




De tekens kunnen ingedeeld worden in Pierce’s categorieën van


  1. Firstness potentie

  2. Secondness 1 op 1 relatie met de werkelijkheid

  3. Thirdness op basis van algemene wetten en afspraken


Sign and Ground

Qualisign: signs that are what they are on the basis of a potential resemblance

p.e. red embodied in rose
Sinsign: signs that are what they are on the basis of their existence or something singular

p.e. a scream


Legisign: signs tahat are what they are on the basis of virtue of a general law, a rule or a habit

p.e. language or a red card in football


Tekens zijn niet complete puur. Neem als voorbeeld de uitspraak “au” of “ai” waarbij hetzelfde wordt bedoeld (uiting van pijn) maar het teken toch een andere vorm heeft.

Sign and Object

Object: represents an object on the basis of a potential resemblance but without physical relation.

p.e. a photo or a drawing
Index: represents an object on the basis of a physical relation

p.e. smoke as a sign of the object fire

windvaan as the sign of the object wind

Symbol: represents an object on the basis of a general rule

p.e. ja of nee knikken, wetenschappelijke literatuur

Sign and Interpretant

Rheme: produces a possible meaning (which is still vague)

p.e. peter is ikks waarbij ikks vanalles kan betekenen.
Dicisign: produces a singular clear meaning

p.e. peter is een idiot


Argument: Produces something general, a general conclusion.

Adequate communication is only possible by drawing conclusions out of as many signs possible.




Semiotics and Abduction

Het verkrijgen van informatie werkt bij de semiotiek in 3 stappen, namelijk:




  1. Deductie

  2. Inductie

  3. Abductie




  • Deductie is het trekken van een conclusie op basis van een theoretische deductie. (rationalisme)

Voorbeeld: alle mensen zijn sterfelijk, ik ben een mens, ik ben sterfelijk


  • Inductie is het trekken van een conclusie op basis van een observatie (empiricisme)




  • Abductie houdt in dat je probeert zoveel mogelijk observaties verzamelt en probeert uit te vinden of deze onderdeel zijn van een algemene wet of orde.

    • De conclusie is altijd een hypothese.

Abductie is dus in feite een combinatie van deductie en inductie.



Signs grow

Emotional interpretant  gevoel

Energetic interpretant  actie

Logical interpretant  gewoonte of wet



Adequate communicatie zoals taal

De manipulatieve kracht van tekens





  • Icons

  • Indices

  • Symbols




  • Signs and (sub)cultures



Digitale Communicatie

De grote vraag die men zich kan stellen is of voor communicatie fysieke aanwezigheid nodig is. In onze definitie van de filosofie van de communicatie spreken we van “bewust zijn van elkaars aanwezigheid.



Internet

Het internet heeft als medium niet een specifieke functie, dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld de telefoon of auto. Deze allround inzetbaarheid van het internet maakt het een ideaal middel voor communicatie.


Approaches to the internet

Positive:


Decrease distance between people around the world

More wealth

Solving problems of education

More flexible identities (live richer lifes)

Overcoming the limits of the body

Extropians (humans will be able to live their entire lives on the internet)


Negative
Decrease of communication in the social context

Increase of isolation

Erosion of strong ties

Decrease of feeling responsible


De negatieve benaderingen komen vooral uit het gezichtspunt van mensen die het toekomstbeeld van het internet spiegelen aan de pre-internet periode. Vaak wordt hierbij de sociale ontwikkelingen van het internet vergeten.

The Body

Tijdens digitale communicatie is er geen sprake van directe “awareness” van het menselijke lichaam; is dit een voor of nadeel?


Er bestaan binnen de filosofie verschillende opvattingen over het lichaam.

Deze zullen we hieronder op een rijtje zetten:


Plato: “het lichaam is het graf van de ziel”

Deze opvatting komt voort uit de allegorie van de grot; zintuiglijke waarneming verblind ons voor de werkelijkheid (kennis)


Descartes: “wij zijn niet ons lichaam”

Het lichaam is een complexe machine die bestuurd wordt door onze geest. Er is dus een onderscheid tussen lichaam en geest waarbij het ik in de geest resideert.


Nietzsche: “Het lichaam is intelligenter dan de geest”

De geest is een slaaf van het lichaam; alle essentiële processen vinden plaats in het lichaam, het enige dat de geest tracht te doen is het rationaliseren van deze processen.


Merleau–Ponty: “wij denken voornamelijk met ons lichaam”

Het lichaam heeft de primaire functie voor het ondernemen van actie.


Dreyfuss: “zonder een lichaam is echt leren onmogelijk zowel het herkennen van wat is relevant en betekenisvol.”

Dreyfuss: “Digital communication is deprived communication”

Dreyfuss is van mening dat digitale communicatie nooit v olwaardige communicatie kan zijn. Hij noemt hiervoor een aantal redenen:




  • De uitwisseling van subtiele verbale en non-verbale informatie is onmogelijk

  • Het is minder riskant (kwetsbaarheid is nodig om te leren)

  • Het maakt anoniem.

  • Het maakt echte interactie onmogelijk

  • Het stelt actie tot in de oneindigheid uit

  • Het maakt mensen minder verantwoordelijk

  • Het vernietigt alle betekenis n zal uiteindelijk resulteren in “arbitrairiness and despair”



Kritiek op Dreyfuss: het Horseless Carriage Syndrome”

De critici van Dreyfuss beroepen zich op de theorie van het horseless carriage syndrome. Kernpunt van deze theorie is dat het incorrect is om nieuwe media in termen van oude media te kenschetsen. Het is als het vergelijken van appels met peren.


McLuhan’s kritiek op Dreyfuss is dat het medium de boodschap is. Hij stelt dat een medium niet neutraal is maar dat het medium waarmee we onze ervaringen delen essentieel is voor hoe we ervaren.

Dit idee heeft veel overeenkomsten met het categorisch imperatief van Kant (CI = Doe X  actie geeft ervaring weer, actie bepaalt de ervaring van de actie)


Kritiek op Dreyfuss kan ook vanuit de Wittgensteinische hoek komen:

Het hebben van kritiek is het resultaat van verschillende taalspelen.




Aantekeningen college 6




Ethiek en de ethische dillema’s binnen de communicatie

Dit onderdeel gaat over morele condities van communicatie. De hoofdvraag in deze is welke rol morele waarden, normen, opvattingen en idealen spelen bij het uitoefenen van communicatie.



Waarom ethiek?





  • Opvattingen zijn onderhevig aan constante verandering

  • Pluralistische maatschappij

  • Vrijheid om te kiezen (=dwang voor keuzes)

  • Conflicterende morele opvattingen

  • Technologische ontwikkelingen (zoals pre-nataal onderzoek)

Ethiek gaat uit van moreel goede acties; dit is niet te vergelijken met bijvoorbeeld legitieme acties, medisch juiste acties of praktisch juiste acties.

Anders gezegd kunnen we ethiek kenschetsen als:
Ethiek is een discipline die onderzoekt wat moreel juist is
Let op! Ethiek geeft dus geen oordeel of iets moreel juist is.

Conceptuele verschillen

Descriptive ethics vs. Nomative ethics


Wat is de betekenis van goed of slecht vs. Dit is goed omdat X
Factual judgement vs. Normative judgement
Wat was, wat is, wat zal zijn vs. Wat zou het moeten zijn

NB. Factual judgements zijn niet meer objectief dan normatieve judgements.

Naturalistic fallacy; deducing norms from facts
Waarden en Normen
Waarden: ideeen of opvattingen die een groep of samenleving belangrijk vinden

Normen: concrete richtlijnen voor acties


Waarden zijn de basis voor normen

vb. waarde: alle leven is heilig  norm: gij zult niet doden


Morele dilemma’s





Good – Good vrijheid van meningsuiting of bescherming voor racisme

Good – Bad slachtoffer helpen of slachtoffer beroven

Bad – Bad bank beroven of een omaatje beroven

Criteria voor moreel juiste acties of een goed leven

Binnen de ethiek is een aantal stromingen ontstaan die allen zoeken naar bepaalde criteria om te bepalen of een handeling moreel juist is of om een goed leven na te streven.

Wij bespreken de volgende drie stromingen:
Utilitarisme (Bentham & Mill)

Deontologie (Kant)

Deugdethiek (Aristotles)

Utilitarisme

Het uitgangspunt van het utilitarisme is het bepalen van moreel juiste handelingen.

Een handeling is moreel juist als het voldoet aan het principe van het grootste geluk.
Dit principe houdt in dat de mens altijd moet streven om het grootste geluk voor de grootste groep te bewerkstelligen.

Het principe is tweevoudig; het gaat uit van “geluk” en van consequenties.

Morele juistheid wordt bij het utilitarisme dus bepaald op basis van de consequenties van de handeling (het doel heiligt de middelen).
Het utilitarisme is niet egoïstisch danwel altruïstisch, het gaat namelijk over het algemeen genot.

Act utilitarianism vs rule utilitarianism
Act utilitarianism
Bentham is de grondlegger van het Act-utilitarisme. In deze versie neemt men alleen de consequenties als criteria voor moreel juist handelen.

Deze visie kreeg veel kritiek omdat dit onacceptabele implicaties met zich meebracht. Bij deze “het doel heiligt de middelen” visie is er absolute macht bij de meerderheid en mag de minderheid opgeofferd worden.

Is 49% van de bevolking nog steeds een minderheid? Is een vraag die je kan stellen. Verder is het zo dat minderheden vogelvrij kunnen worden verklaard.
Rule utilitarianism
Mill zag deze problemen ook en evolueerde het act utilitarisme naar het rule utilitarisme. Kernpunt blijft nog steeds het principe van het grootste geluk maar beperkt het consequentiecriterium. Hij stelt namelijk voor om het grootste geluk voor de grootste groep te bereiken via vooraf geformuleerde regels waaraan handelingen moeten voldoen.

Het belangrijkste is het zogenaamde “principle of harm”. Dit principe stelt dat een handeling alleen juist kan zijn asl andere mensen geen leed wordt aangedaan, zelfs niet als het het geluk voor de grootst mogelijke groep maximaliseert.

Grote probleem in deze is dat uitzonderingen altijd mogelijk zijn.
Specifieke problemen consequentie criterium


  • Welke consequentie moeten we in acht nemen en welke niet?

    • “antwoord”: alleen die consequenties die we kunnen verwachten




  • Probleem van deliberatie en spontaniteit

    • “antwoord”: formuleer regels voor acceptabele spontaniteit


Specifieke problemen geluks criterium
Waarom gebruiken we alleen geluk als criterium en niet welvaart of gezondheid?
Mill heeft geprobeerd dit probleem op te lossen door te komen met zijn “preferences-utilitarianism”. Hierbij wordt in plaats van het harde criterium geluk een aantal voorkeuren gebruikt om te bepalen of iets een juiste hndeling is. Bij deze voorkeuren kan je denken aan culturele, intellectuele en geestelijke geneugten.
Probleem hierbij is echter dat het criterium erg vaag wordt en het moeilijk is om handelingen met elkaar te vergelijken omdat ze genomen zijn op basis van verschillende onderbouwingen. Daarnaast kan het ook voorkomen dat er bepaalde onacceptabel voorkeuren gebruikt gaan worden
Evaluatie utilitarisme


  • Sterke punten







  • Zwakke punten




    • Negeert de rechten van individuen en minderheden

    • Geluk of voorkeuren hoeven niet waardevol te zijn op zichzelf

    • Het doel heiligt de middelen


Aantekeningen college 7




Deontologie (Kant en zijn categorisch imperatief)

De deontologie is een ethische stroming die uitgaat van absolute gedragsregels, vaak, maar niet altijd, gesteld als normen. Er wordt ook wel gesproken over plichtethiek. Iets wat slecht is, is volgens een deontoloog altijd slecht, ook als de uitkomst goed zou zijn, want er bestaat geen "goed" als zodanig; het enige wat goed zou kunnen zijn is de intentie, de goede wil, en die goede wil impliceert de aanvaarding van bepaalde morele wetten. Zo keuren deontologen bijvoorbeeld martelen af, ook als daar levens mee gered kunnen worden.


Deontologie is anti-eudaimonistisch; verschillende dingen maken verschillende mensen gelukkig.

Daarnaast is het anti-consequentialistisch; de deontologie stelt dat we niet verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor de consequenties omdat we geen controle hebben op consequenties.



Goede wil

Kant stelt dat de morele juistheid van handeling ligt in de intentie van de handeling. Kant stelt het op de volgende manier:




  1. Het enige waar ik controle over heb is mijn intentie

  2. Ik kan alleen verantwoordelijk gehouden worden voor de goedheid of slechtheid van mijn intentie

Daarnaast is Kant van mening dat goedheid alleen kan voortkomen uit vrije keuze. Vrije keuze wordt door Kant gezien als een keuze die op basis van het categorisch imperatief genomen is (doe X) en niet op basis van de eventuele consequenties of persoonlijke behoeftes.



Imperatieven

Een imperatief is een praktisch voorschrift dat iemand vertelt wat goed of slecht is.


We kunnen 2 soorten imperatieven onderscheiden:


  • Hypothetisch imperatief

  • Categorisch imperatief



Hypothetisch imperatief

Het hypothetisch imperatief heeft de volgende vorm:


Als je X wilt bereiken, doe dan Y
Duidelijk is dat het hier om een consequentie gericht imperatief gaat; dit is het imperatief dat gebruikt wordt door het utilitarisme.
Categorisch Imperatief (CI)
Het categorisch imperatief heeft de vorm:
Doe X
Onder de categorische imperatief verstaat Kant de leidraad van het zedelijk bewustzijn, dat zich zowel van zijn eigen menselijke vrijheid bewust is als van de zedelijke vrijheid van alle andere mensen; daarnaast moet het volgen van deze leidraad los staan van elke voorstelling van een te bereiken praktisch doel (want dat is bij Kant immers de sfeer van de hypothetische imperatief); het is bij Kant immers een zuivere voorstelling en geen praktische.
Het categorisch imperatief bestaat uit 2 formuleringen, namelijk:


  1. Universaliteits-principe

  2. Menselijkheids-principe



Universaliteitsprincipe
Het universaliteitsprincipe luidt als volgt:
“act only in accordance with that maxim through which you can at the same time will that it becomes a universal law”
Anders gezegd: doe alleen dingen waarvan je vindt dat het een universele wet zou moeten zijn
Om volgens dit principe te kunnen handelen moeten de volgende dingen in ogenschouw worden genomen:


  1. Maxim: subjectief principe van handeling

  2. Objective law: de wet die je gebruikt om te bepalen of jouw maxim rechtvaardig is

  3. God’s eye view: Wat zou God, een compleet rationeel wezen, doen?

  4. Freedom: Vrijheid is het opvolgen van (je eigen) rationele wetten



Menselijkheidsprincipe
Het menselijkheidsprincipe luidt als volgt:
“Act in such a way that you treat humanity, whether in your own person or in the person of any other, always also as an end and never merely as a means to an end.”
Dit principe stelt de mensheid op als doel op zich en verklaart dus dat mensen nooit als middel ingezet mogen worden om een doel te behalen.

Kernpunten zijn het hebben van respect voor de rationaliteit, vrijheid en autonomie van de ander.



Problemen deontologie





  • Intenties en consequenties kunnen niet geheel van elkaar gescheiden worden.

  • Onacceptabele en contradictionaire wetten kunnen universele wetten worden.

  • Geen rekening houden met geluk en consequenties is onredelijk.

    • Risico op de zgn. “koude maatschappij”

    • Risico op onacceptabele situaties (maar ik bedoelde het goed..)



Evaluatie deontologie





  • strong:

    • morality presupposes freedom

    • therefore we should stimulate people to act autonomously

    • rights of the indivudual are protected

    • principles are holy


  • weak:

    • sometimes rigid

    • intention and result cannot be separated completely

    • unacceptable actions can sometimes be universalized

    • not taking happiness and consequences into consideration is ‘unreasonable’



Deugdethiek (Aristoteles +/- 350 v Chr.)

Met de deugdethiek gaan we van narrow ethics naar broad ethics


Narrow ethics heeft de volgende kenmerken:


  • Gaat over handelingen

  • Do’s and dont’s

  • Minimale regels waar iedereen zich aan moet houden

  • Grote nadruk op rede en rationele richtlijnen

Het utilitarisme en deontologie worden gezien als vormen van narrow ethics.


Broad ethics kan gekenschetst worden door de volgende kenmerken:


  • Heeft als onderwerp het leven als geheel en niet alleen handelingen

  • Probeert te formuleren wat goed is

  • Nadruk op persoonlijke ontwikkeling

  • Houdt rekening met rede en emotie

De deugdethiek is een vorm van broad ethics.



Eigenschappen deugdethiek





  • Teleologisch (deugdethiek is doelgeorienteerd)

  • Doel is het bereiken van een gelukkig persoonlijk leven

  • Geluk is bloeien, het hebben van een succesvol leven

  • Common sense: geluk is wat de meerderheid vind dat geluk is

In tegenstelling tot de vorige ethische stomingen heeft de deugdethiek een ander uitgangspunt. Deugdethiek onderzoekt niet wat een moreel juiste handeling is maar “wat is een goed leven?”.



Deugden

We kunnen 2 soorten deugden onderscheiden


Intellectuele deugden

Praktische vaardigheden, common sense, intuitie, wijsheid


Morele deugden

Gematigdheid, moed, wijsheid, rechtvaardigheid


De deugdethiek stelt dat iemand beide deugden nodig heeft om een goed leven te leiden.

Algemene en specifieke deugden

de deugdethiek gaat ervan uit dat iemand geboren is met bepaalde kwaliteiten. Als iemand een goed leven wilt leiden moet hij erachter komen wat zijn persoonlijke kwaliteiten zijn.

Dit kan alleen gebeuren door een proces van trial and error.

Definitie deugd

Virtue is an attitude concerned with choice, lying in finding a middle state, i.e. a middle relative to us, this being determined by a rational principle, and by that principle by which the man of practical wisdom would determine it.”


Een deugd is geen handeling maar een attitude, een attitude die ontwikkeld kan worden
A middle state kan vertaald worden als de gulden middenweg. De juiste keuze is die keuze waarmee je de gulden middenweg bewandeld.

Bijvoorbeeld : Moed is de gulden middenweg tussen lafheid en onverantwoordheid.


Voorbeelden en rolmodellen

Kijk hoe excellente mensen hun leven leidden en probeer ze na te doen. Op deze manier kan je ontdekken wat je eigen weg moet zijn (i.e. weten wat je persoonlijke kwaliteiten zijn)


Practical wisdom : reason and feeling

Practical wisdom behelst het maken van de juiste keuzes op de juiste manier op het juiste moment.



Deugd en omgeving

Aristoteles: het individu is een sociaal wezen

A good polis is only possible by virtue of good citizens

Good citizens are only possible by virtue of a good polis


Een individu niet een geisoleerd eiland maar is onderdeel van verschillende handelingen
McIntyre (After Virtue, 1984)

Handelingen hebben interne en externe goedheden en doelen

Deugden vertellen je wat je moet doen om te kunnen excelleren in bepaalde bezigheden.
Iemand leert door te doen. Een goed leven kan behaalt worden door steeds dingen beter en beter te doen
Een goed leven is een actief leven; actief leven houdt in dat je constant actief bezig bent om je persoonlijke kwaliteiten te ontdekken en te ontwikkelen.

Evaluatie deugdethiek

Sterke punten




  • Belang van morele ontwikkeling

  • Moraal is sterk verbonden aan concrete handelingen; deugdethiek is geen speculatieve theorie.

  • Geest én gevoel zijn belangrijk

  • Het belang van rolmodellen en voorbeelden

Zwakke punten




  • Niet in staat directe oplossingen te bieden voor dilemma’s

  • Dat het goede iets is wat in de natuur zit is moeilijk te bewijzen

  • Deugden kunnen gebruikt worden voor zowel goede als slechte acties


Aantekeningen college 8




Ethisch relativisme

Ten aanzien van de geldigheid van morele waarden neemt het ethisch relativisme in hoofdzaak twee relativerende standpunten in:




  • Morele waarden zijn alleen toepasbaar binnen de context van individuele voorkeuren: ethisch subjectivisme.




  • Morele waarden zijn alleen geldig binnen cultureel bepaalde grenzen: cultureel relativisme

Het relativisme kan dus worden opgedeeld in:




  1. Ethisch subjectivisme

  2. Cultureel relativisme

Het ethisch subjectivisme gaat uit van de uitspraak “mijn gevoel zegt me…”; Moraal wordt gezien als een kwestie van smaak.


Het cultureel relativisme is eigenlijk het ethisch subjectivisme maar dan op een maatschappelijk niveau (iedere cultuur heeft zijn eigen moraal).

Hier wordt moraal gezien als gewoonte.



Kritiek





  • Is – ought fallacy (naturalistic fallacy; normen maken uit feiten)

  • Logisch tegenargument

  • Vooruitgang is wel degelijk mogelijk

  • Welke morele opvattingen hangen we aan binnen een cultuur?

  • Wederom: pragmatisch realisme

    • Cultuur is nooit klaar

    • Weerstand (brute kracht, respecteren van grenzen)

    • Organisatie


Verhoudingen relativisme - ethische stromingen








Ethisch subjectivisme

Cultureel relativisme

Utilitarisme

  1. Nee

  1. Ja

Deontologie

  1. Nee

  1. Nee

Deugdethiek

  1. Nee

  1. Ja en Nee


Redenen:


  1. Binnen het utilitarisme is geen ruimt voor persoonlijke morele opvattingen

  2. zoekt naar het grootste geluk voor de grootste groep (= samenleving)

  3. universaliteitsprincipe

  4. universaliteitsprincipe

  5. deugdethiek geld voor alle mensen

  6. voor de grieken: nee; goedheid zit namelijk in de natuur van de mens.

Anderen: ja, deugden zijn maatschappij-afhankelijk

Samenvatting Filosofie van de Communicatie







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina