Samenvatting Hoofdstuk 1: Napoleontische oorlogen



Dovnload 38.89 Kb.
Datum25.07.2016
Grootte38.89 Kb.
Samenvatting Hoofdstuk 1: Napoleontische oorlogen

1. Natievorming/verhoudingen in Europa

Tessa Spek, Bjorna Niesing, Ozan Arikan, Zico Bot, Denise Braber, Donya Otaredien



Oorzaken Napoleontische oorlogen

In de 18e eeuw was Frankrijk erg machtig. Er ontstond onvrede over deze macht Bestorming van de Bastille (tegen de Koning en de Adel, het Ancien Regime. Niet tegen Frankrijk!)

Nieuwe grondwet: koning mocht blijven, maar moest zich houden aan de grondwet constitutionele monarchie. Koning was het hier niet mee eens en vluchtte. Een oorlog was onvermijdelijk. Revolutionair Frankrijk raakt in oorlog met Oostenrijk en daardoor ook met de Pruisen. Dit maakte een slechte indruk. Revolutionaire politici propageerden een kruistocht van de universele vrijheid Oorlog om de revolutie te verspreiden. Deze oorlog werd definitief verklaart op 20 april 1792.

Onthoofding Lodewijk XVI in januari 1793 laatste zetje naar algemene Europese oorlog

7 coalitieoorlogen Napoleon komt aan de macht (doordat Frankrijk arm en in chaos is). Hij wil gelijkheid en vrede door 1 groot rijk te stichten. Voor het stichten van 1 groot rijk is oorlog nodig.

Aanleiding van natievorming: De Franse Revolutie was de aanleiding voor het nationalisme (Franse soldaten werden nationalistisch omdat ze geloofden in de Franse idealen)

De revolutie in Frankrijk maakte een einde aan het zogenoemde ‘ancien régime’. De revolutionairen probeerden een nieuwe staat op te bouwen gebaseerd op gelijkheid voor de wet, volkssoevereiniteit, grondwetten en grondrechten. De revolutie ging gepaard met veel geweld en onderdrukking, maar bracht ook veel enthousiasme met zich mee. Er kwam een nieuw verschijnsel op in de politiek: nationalisme (d.w.z. trots op het vaderland, geloof in de eigen natie).

Na de revolutie streden de Fransen dus niet voor de belangen van de heersende elites, maar voor de verdediging van hun revolutie en hun vaderland. Leger en volk gingen samenvallen. Bij de slag van Valmy bleek voor het eerst welke krachten hierdoor vrijkwamen. Er was een nieuw tijdperk begonnen: het tijdperk van massalae nationale legers, die werden gedreven door nationaal elan en de wil om ten kosten van alles te overwinnen.

Niet alleen in Frankrijk ontstond het nationalisme, ook in andere landen die geen eigen staat hadden(?), was het nationalisme gericht op de stichting van een eigen staat. Bij volkeren die al een eigen staat hadden, kwam het nationalisme neer op verheerlijking van het eigen volk en de eigen staat.



Verloop van de oorlogen

Op 20 april 1972(?) verklaarde Frankrijk de keizer van Oostenrijk de oorlog. De oorlog verliep slecht voor de Fransen. Door de nederlaag, kregen de radicale politici in Frankrijk meer macht. Velen edelen en generaals werden vermoord of gevangen gezet.


Er onstond een revolutionair leger dat hun eerste overwinning behaalde in Valmy. Dat was een keerpunt voor Frankrijk.
Het Franse parlement beloofde broederlijke hulp aan volkeren die hun vrijheid willen herstellen. België werd in november bevrijdt door de Franse troepen. Nederland en Engeland vonden dat onaanvaardbaar . (in Nederland was er een sterke stroming vóór: de patriotten)
Frankrijk had ruim 20 jaar oorlog met Engeland, dat in wisselende coalities tegen Frankrijk vocht. Er waren in totaal zeven coalitieoorlogen. De eerste leidde tot een forse Franse machtsuitbreiding. Dankzij Napoleon wonhad Frankrijk de eerste coalitieoorlog gewonnen. Na de vrede met Oostenrijk richtte Napoleonhij zich op Engeland. Om de Engelse handel in het Midden-Oosten en India te treffen, stak Napoleon over de Middellandse zee en bezette Egypte.
Toen Napoleon keizer werd en Rusland zich uit de oorlog terug trok, herveroverden de Fransen alle verloren gebieden. Napoleon sloot daarna vrede met Oostenrijk (?) en Engeland, maar die vrede was tijdelijk. Hij wilde Europa tot één eenheid maken en Parijs als hoofdstad. Daarvoor was eerst een oorlog nodig. Napoleon verklaarde weer de oorlog aan Engeland, maar omdat de Britse vloot machtiger was, verloor Frankrijk de strijd. (Jaartallen of een tijdlijn zoals die op pagina 8 toevoegen?)

Napoleon wilde Engeland ruïneren met een handelsblokkade, maar dat mislukte (Continentaal stelsel?). Rusland hielp niet mee met de blokkade’s daarom viel Napoleon met 600 duizend man in 1812 Rusland binnen. Die strijd mislukte ook, omdat de Russen zich steeds terug trokken. Napoleon wist niet wat hij moest doen en wilde terugkeren naar Frankrijk. Tijdens de terugmars gingen heel veel soldaten dood door kou, uitputting en honger. Het Grote Leger was daardoor vernietigd. Er kwam weer moed in andere landen en zij brachten Napoleon in oktober 1813 een beslissende nederlaag toe in de Volkerenslag bij Leipzig. Napoleon verbannen naar Elba. Wener Congres (p15). Napoleon gaf zich niet gewonnen en pleegde een verrassingsaanval in België. Daar werd hij op 18 juni 1815 in de slag van Waterloo verslagen door de Britse, Nederlandse en Pruisische troepen. Na de nederlaag verbanden de geallieerden hem naar Sint Helena.



Gevolgen

Door de Franse revolutie en doordat Napoleon zoveel landen aanviel en er daardoor landen onrustig werden creëerde Frankrijk een groot aantal vijanden in Eeuropa. Het kwam er uiteindelijk zelfs op neer dat Frankrijk heel Europa tegen zich had. De landen van Europa vormden telkens coalities met elkaar om samen Frankrijk te verslaan. Uiteindelijk lukte dit en Napoleon werd verbannen naar het eiland Elba. Tijdens het door het congres van Wenen werd afgesproken een Europees machtsevenwicht te handhaven. Europa weer over de verschillende landen verdeeld op zo n manier dat er een balans was. Men noemde Europa toen: een concert van staten. Het doel was om Europa samen in orde te houden, zodat er geen oorlog meer zou uitbreken.

Toen bleek dat Napoleon terug was gekeerd sloten veel soldaten zich bij hem aan. De oorlogen begonnen opnieuw. Frankrijk voerde de oorlog om de rest van Eeuropa te bevrijdden van hun leiders en onderdrukking. In alle landen woekerde het nationalisme aan, mensen werden opgeroepen om voor hun land te vechten. Het uiteindelijk gevolg van de oorlogen voor Europa was dat het gehele economische stelsel was ontwricht.

De Zuidelijke Nederlanden als deel van het Franse Rijk in 1811. Zie ook pag 8 in je boek.

Kaartje Europa na 1815: zie bron 5 op pagina 23 in je boek



Over het geheel genomen goed gedaan. Gebruik bij dit onderwerp tijdlijnen en kaartjes, dat is duidelijker dan een heel verhaal. Wat ontbreekt nog in deze samenvatting:

Duitse Bond(Pruisen, Oostenrijk, 33 vorstendommetjes), Heilige alliantie (Vorsten op initiatief van tsaar Alexander 1 willen vrede handhaven op basis van christendom), Von Metternich (Oostenrijkse minister van buitenlandse zaken), liberalisme (stroming die zich hevig verzette tegen de terugkeer van de conservatieve vorsten).

OPDRACHT 5?



2 Het verloop, oorlogvoering en soldaten in de oorlog.

Laura Bbatenburg, Laura van Vliet, Christiaan Mooiman, Brenda Benard , Mike Goedknegt



Paragraaf 1.0 (blz.9):

Het oorlogvoeren begon allemaal met de franse revolutie en de daardoor toenemende haat van buitenlanders. Vooral Oostenrijk en Pruisen vonden het niet leuk dat in Frankrijk de adelijkeadellijke stand werd afgeschaft. Het Ffranse leger was erg slecht vlak na de revolutie hierdoor stonden de Pruisen in september (1792) voor de deur van Parijs. Toen werd het Pruisische leger tot staan gebracht door de nieuwe strijdkrachten van het Ffranse leger. De Ffranse soldaten waren gemotiveerde vrijwilligers in plaats van huurlingen, en zij streden voor de verdediging van de revolutie en hun land. Deze vrijwilligers wilden winnen, koste wat het kost. Hierdoor moesten de trokken de Pruisen zich terugtrekken en hiermee is een nieuw tijdperk begonnen: het tijdperk van massale nationale legers, die werden gedreven door nationaal elan en de wil om ten koste van alles te winnen.



Paragraaf 1

In juli 1789 was de bestorming op de Bbastille. Dit was het begin van de Franse revolutie. Een gekozen burgerparlement, dDe Nnationale Vergadering, trok de macht naar zich toe. De voorrechten van de adel en de geestelijkheid werd afgeschaft. Frankrijk werd een constitutionele monarchie. De koning was het er niet mee eens dat hij zich aan de grondwet moest houden en probeerde te vluchten. Voor de grens werd hij gearresteerd. In een reactie daarop spraken de Oostenrijkse en de Pruisische keizer af om de oude orde in Frankrijk te herstellen als de andere grote mogendheden meededen. Oorlog werd onvermijdelijk. Op 20 april 1792 verklaarde de keizer van Frankrijk de keizer van Oostenrijk de ooorlogrde. Automatisch kwam het ook in oorlog met Pruisen, dat een definitief verbond met Oostenrijk had. De oorlog verliep aanvankelijk slecht voor Frankrijk. Bij eEen inval in de Oostenrijkse Nederlanden (België) werd het Franse leger afgeslacht en in het najaar trok het Pruisisch leger op naar Parijs. In Parijs groeide de onrust en honderden edelen en geestelijken werden afgeslacht. Bij Valmy behaalde het revolutionaire leger een onverwachte overwinning (dankzij hun enorme motivatie) .

In november ‘bevrijden’ Franse troepen België. Engeland en Nederland voelden zich bedreigd en noemden de bezetting van België onaanvaardbaar. De onthoofding van Lodewijk de XVI in januari 1793 gaf het laatste zetje naar een algemene Europese oorlog.

Het zou ruim twintig jaar oorlog blijven. Tot 1815 was Frankrijk op één jaar na in oorlog met Engeland. Engeland vocht in afwisselende coalities tegen Frankrijk. Er waren 7 coalitieoorlogen in de jaren 1792-1815. De eerste leidde tot een forse machtsuitbreiding van Frankrijk. In Nederland, Zwitserland en Italië werden zusterrepublieken uitgeroepen. Frankrijk had hier de macht. België en de Duitse vorstendommen ten westen van de Rijn werden bij Frankrijk gevoegd. Als de grote mogendheden ( Engeland, Oostenrijk, Pruisen en Rusland) samen ten strijde tegen Frankrijk waren getrokken, was het waarschijnlijk nooit zover gekomen. Rusland bleef echter buiten de eerste coalitieoorlog. Pruisen trok zich in 1795 terug. Engeland vocht bijna alleen op zee, dus Oostenrijk stond er alleen voor op het land. In december 1979 moest Oostenrijk vrede sluiten met Frankrijk. Daarbij moest Oostenrijk België en zijn Italiaanse gebieden afstaan. Deze gebieden werden verassend snel veroverd door Napoleon. In 1796 kreeg Napoleon de leiding over een schamele troepenmacht in Italië. Hij veroverde binnen de kortste keren heel Italië. Na de vrede met Oostenrijk richtte Napoleon zich op Engeland. Hij stak de Middellandse zee over, Bezette Egypte en tok naar Syrië. Hij wilde door marcheren naar India, maar dat mislukte. Hij ging weer terug naar Egypte. Daar hoorde hij dat in Europa een nieuwe oorlog was uitgebroken. De Britten hadden de Middellandse zee geblokkeerd, dus liet hij zijn troepen achter in de woestijn en ging in zijn eentje terug naar Frankrijk. (zie ook tijdlijn op pagina 8)



Paragraaf 2

Napoleon bracht rust in Frankrijk (want het land was arm en in chaos) en wilde vrede en harmonie creëren maar hier was eerst nog een oorlog voor nodig. Napoleon verklaarde Engeland de oorlog en wilde de Britten over het kanaal uitschakelen. De Ffranse vloot werd vernietigd en de Britse superioriteit op zee veiliggesteld. Op het land overwonnen de Fransen:



  • Napoleon verpletterde een Russisch-Oostenrijks leger bij Aausterlitz, in Tsjechië. Hij kreeg daardoor een groot deel van Dduitsland in handen.

  • Pruissen verklaarde Napoleon hierdoor de oorlog. Napoleon versloeg Pruissen en verjoeg daarna de Russen en Oostenrijkers uit Polen

  • Napoleon was heer en meester op het continent, hij heerste over verschillende landen:

  • Nederland, België, m Kroatië en delen van Italie en Duitsland waren ingelijfd

  • Pruissen was van hem afhankelijk

  • In de rest van Duitsland was een federatie van vazalstaten (wat is dat?)

  • Polen was een franse vazalstaat

  • In Spanje zat een broer op de troon.

  • Rusland was bondgenoot geworden na een serie nederlagen

Frankrijk deed het dus erg goed en boekte de ene overwinning na de andere. Behalve tegen Engeland. Napoleon wilde een handelsblokkade opzetten (Continentaal stelsel 1806, zie begrippen) maar Rusland werkte niet mee dus viel Napoleon in 1812 het land binnen. In Moskou besloot Napoleon om terug te gaan en de russen achtervolgde hen. Honderdduizenden soldaten van Napoleon overleefden dit niet. Napoleon bouwde na deze nederlaag een nieuw leger op maar de vijanden hadden moed gekregen en er kwam een coalitecoalitie van alle gtrote mogendheden tot stand. In Oktober 1813 leed Napoleon de beslissende Nederlaag in de Volkerenslag bij Leipzig. Deze coalitie drongen Napoleon terug en in 1814 stonden ze in Parijs. Napoleon was verslagen. De orde in de landen werd hersteld en Napoleon werd verbannen naar het eiland Elba. Tijdens het Wener Congres (vredesregelingen tussen grote mogendheden) dook Napoleon ineens weer op. De koning vluchtte en hij nam plaats op de troon. Veel mannen sloten zich bij hem aan en om de geallieerden voor te zijn pleegde hij een aanval op België. Napoleon werdt daar verslagen bij de Slag bij Waterloo door Britse, Nederlandse en Pruisische troepen. Dit was zijn laatste veldslag. De geallieerden brachten de koning terug en verbanden Napoleon naar Sint Helena. Hierna begon er een tijd van restauratie.

Napoleon voerde oorlog met grote legers. In 1803 bracht hij een invasiemacht naar het Kanaal om de Britten aan te vallen. Met zijn leger veroverde hij talloze gebieden en op 25 juni 1812 viel hij met 600 duizend man Rusland binnen. Zijn leger heette Grande aArmée. Doordat Napoleon vrede schiep gingen veel soldaten met hem mee. Hij had een sterk leger. Er was een snelle opmars en Napoleon was op veel voorbereid en zijn leger kon veel aan.

De soldaten van Napoleon zagen hem als de grote leider. Hij bracht vrede en dus gingen ze met hem mee. De soldaten waren erg sterk want in het begin veroverden ze het ene gebied na het andere. Maar toen ze Rusland binnenvielen keerde het om. Veel soldaten stierven door uitputting, honger en kou. Dat laat zien dat de medische zorg en voedselvoorziening minimaal waren. De soldaten hadden het erg zwaar. Tijdens de terugkeer naar Frankrijk werden er veel soldaten gedood. Maar een klein deel kwam weer terug in Frankrijk.

Paragraaf 3

Het leger van Napoleon was het allergrootste leger aller tijden. De ‘Grande Armée’ bestond uit verschillende nationaliteiten.

Voor de Franse Revolutie waren de officiers van adel en het leger bestond uit beroepssoldaten en huurlingen. Na de revolutie werden alle officiers, die tijdens de revolutie onthoofd waren, vervangen door jonge officiers van burgerlijke afkomst.

Deze officiers waren capabele militairen. Met een grote geldingsdrang, die veel agressiever optraden dan de traditioneel voorzichtige adellijke officieren. Omdat de nieuwe officieren erop gebrand waren zicht te bewijzen, namen ze risico’s en kozen ze gemakkelijk voor de aanval.

Ook de soldaten waren gemotiveerder dan voorheen. De beroepssoldaten gingen verder, maar het leger werd aangevuld met vrijwilligers. Het leger was gebaseerd op nationalisme en idealisme.

Nadat Frankrijk bijna verloor van de eerst coalitie, voerde ze de levée en masse in, dienstplicht voor ongehuwde mannen tussen 18 en 25. Hierdoor was het leger snel groot en krachtig.

Het leger van Napoleon werd naarmate het imperium groeide steeds internationaler.

De soldaten waren trots dat ze hun vaderland dienden en geloofden dat ze in heel Europa vrijheid brachten en de tirannie bestreden. Soldaten waren vrije burgers die met respect werden behandeld. Napoleon betaalde ze goed en ze werden onderscheden en beloond voor hun overwinningen.

De kracht van het Franse leger lag in de kracht van de artillerie en hun snelheid. Napoleon legde de nadruk op de artillerie en vormde mobiele artillerie eenheden, die zelfstandig opereerden en met hevige kanonsbeschietingen de vijandelijke troepen vernietigden.

Een belangrijke vernieuwing in de Napoleontische tijd waren de enorme aantallen slachtoffers, in de korte maar hevige veldslagen.

De kanonnen van de artillerie richten enorme bloedbaden op, de cavalerie hakten met hun zwaarden op de infanterie van de vijand. Infanteristen schoten met hun musketten op de vijandelijke ruiters en regen hun vijanden aan hun bajonetten.

De meeste doden vielen in Spanje en Rusland. In Spanje kreeg Napoleon te maken met Spaanse Guerrillastrijders en in Rusland stierven veel soldaten door uitputting, honger en kou.

Opdracht 7

A als de regering zich er zo min mogelijk mee bemoeit.

B Door de Franse revolutie had de regering zijn macht verloren, zo kon de legermacht zich uitbreiden en werd het leger onoverwinnelijk. Tenminste dat dachten ze.

C De soldaten plunderden en daarom hoefde Napoleon ze niet zo veel te betalen. Het was dus goedkoper voor Napoleon.

D Argument voor: als je ergens in gelooft, is de kans van slagen vele malen groter dan wanneer je er van te voren al niet in geloofd.

Argument tegen: je kunt overmoedig raken en denken dat je de buit al binnen heb, de tegenslag kan dan hard aankomen .

Goede samenvatting. Wat ontbreekt:


  • artillerie (iedereen te voet, weinig bepakking, dat zorgt voor snelheid),

  • grote aantallen slachtoffers (door korte hevige veldslagen)

  • dat Oostenrijk en Pruisen het idee van dienstplicht overnamen en zo over grote reserves beschikten

- de minimale medische zorg waardoor ongelooflijk veel soldaten stierven.

3) Massaliteit van de oorlog (industrie); Economie van de oorlog

Kirsten, Annabel, Joey, Denise en Milou

Geleidelijk groeide ook in de rest van Europa de haat. Er ontstond actief en passief verzet doordat de bevolking steeds meer onder de bezetting en de voortdurende oorlogen te lijden had. In de 18e eeuw merkten de burgers en boeren weinig van oorlogen. Ze hoefden niet mee te vechten en hadden zelden last van plundering. Na de De Franse revolutie grepen oorlogen maakte daaraan een eind. De revolutie en de oorlogen grepen diep in het dagelijks leven in. De algemene dienstplicht maakte de oorlog tot een plicht voor miljoenen mannen. En ook burgers die geen wapens droegen waren verplicht ‘het vaderland te dienen’: zij moesten harder werken om de weggevallen arbeidskrachten in landbouw en industrie te vervangen en het leger te bevoorraden met wapens, kleding en voedsel. De lange duur en de grootschaligheid van de oorlogen en de gebruikte tactieken veroorzaakten in heel Europa economische schade en verarming. In alle oorlogvoerende en ingelijfde landen stegen de belastingen. Landen als Nederland moesten als dank voor hun ‘bevrijding’ enorme geldbedragen afstaan.

Bovendien werd ook daar de dienstplicht ingevoerd. De gebieden waar de legers doorheen trokken, leden zwaar onder plundering. De regeringen verboden plundering, maar vonden ook dat de legers voor een deel zichzelf moesten bevoorraden. Ze moesten ter plaatse levensbehoeften kopen. In de praktijk leidde dit ‘leven van het land’ tot uitbuiting en roof. De legers stuurden langs de marsroute speciale eenheden uit die steden, dorpen en boerderijen uitkamden en meenamen wat ze nodig hadden. Er reisden Bovendien reisden met het leger ondernemers mee – vaak marketentsters (?) – die eigen dieven en plunderaars hadden om hun voorraden aan te vullen. De legers hadden daardoor veel weg van een zwerm sprinkhanen die het gebied waar ze doorheen trokken kaal achterlieten.

Grote economische schade veroorzaakte het Continentaal Stelsel, de handelsblokkade die Napoleon vanaf 1806 Engeland op de knieën wilde dwingen. Deze economische oorlogvoering moest Engeland van zijn Europese afzetgebieden beroven. Maar het stelsel had een averechts effect. Onder meer via smokkelpartijen bleef er wel degelijk handel met Engeland plaatsvinden. Engeland kon zich bovendien door zich meer op Amerika en zijn koloniën in Afrika en Azië te richten. Het Britse koloniale rijk werd in deze jaren uitgebreid en versterkt doordat de Britten Franse en Nederlandse koloniën zoals Ceylon en de Kaapkolonie overnamen. Het gevolg van het Continentale Stelsel was dat juist de economie op het continent werd ontwricht en geruïneerd. De Nederlandse overzeese handel en de zeevisserij vielen stil en de verarmde Hollandse bevolking trok uit de steden weg naar het platteland.

OPDRACHT 3?

Kijk uit voor het overnemen van samenvattingen (dit geldt ook voor het groepje hierna). Je doet dit niet voor mij, het gaat er om na te denken over de leerstof. Wat moet de rest van de klas echt weten over dit onderwerp? Je kunt best stukjes tekst van samenvattingen overnemen als het maar wel een goed verhaal wordt op basis waarvan anderen kunnen leren. Denk ook aan afbeeldingen, die kunnen heel verhelderend zijn, gebruik ze als voorbeeld. En maak alinea’s en tussenkopjes.

4 Samenvatting Burgers en Propaganda

Esther, Pieter, Tessa, Ruben en Hamza

De revolutie en oorlogen grepen diep in in het leven van de burgers. De algemene dienstplicht maakte niet alleen veel jonge mannen soldaat, maar liet de mensen die geen wapens droegen ook harder werken om de leegte van de soldaten op te vullen. Ze moesten harder werken om de weggevallen arbeidskrachten te vervangen. (en belastingdruk)

Wie was voor de Fransen, wie was tegen (zie pag 19 eerste kolom)

Onder de term Napoleontische Oorlogen verstaat men een reeks oorlogen en conflicten van 1804 tot 1815. De oorlogen waren een uitloper van de Franse Revolutie, en overspanden een deel van de Eerste Franse Republiek en het hele bestaan van het Eerste Franse Keizerrijk.

Na de bestorming van de Bastille op 14 juli 1789 door een grote menigte woedende en ontevreden burgers was de Franse Revolutie een feit. Voor de revolutie kende Frankrijk een militair beroepsleger, tijdens en na de revolutie vluchtten veel van de officieren van adel en krijgen burgers een kans om voor volk en vaderland te vechten. Met de onthoofding van Lodewijk de Zestiende in januari 1793 was er totale oorlog in Europa.

Verdachte generaals werden in deze tijden onthoofd, edelen en geestelijken die van verraad werden verdacht afgeslacht.

Tien jaar na de revolutie had Frankrijk een redder nodig, dat werd Napoleon Bonaparte. Met de staatsgreep die hij pleegde en zijn kroning tot keizer in 1804 begon een tijd van veroveringen, veldslagen en nederlagen.

Engeland, Rusland, Duitsland, Pruisen, Oostenrijk, Nederland en België hebben onder zeven verschillende coalities geprobeerd Frankrijk te verslaan. De coalitie slaagde er niet in Frankrijk te verslaan dankzij de levée en masse, het massaal oproepen van soldaten via een algemene dienstplicht. Frankrijk was de eerste die burgersoldaten inzette, burgers die wilden vechten voor volk en vaderland.

Napoleon had een groot leger, van alle nationaliteiten. Het Franse leger, dat van Napoleon dus, bestond uit beroepssoldaten en hij vulde dit aan met vrijwilligers.

Dit grote leger kwam vooral tot stand door de diensplicht, maar de kern van zijn leger hield Napoleon vooral beroeps. Het was een leger vol tros en vrijheid. Na de Fransen kwamen ook Oostenrijk en de Pruisen over de brug voor de dienstplicht. Ze waren eerst bang dat het leger zich tegen hen zouden keren als er teveel burgers in zaten.

***Om de burgers te overtuigen van de successen die Napoleon boekte (of soms ook niet) werd propaganda ingezet. Deze propaganda was geen uitvinding van Frankrijk, Napoleon of de Franse revolutie, maar in de jaren van de coalitieoorlogen werd het wel op grotere schaal uitgeoefend dan eerst. Er verscheen een grote stroom aan pamfletten, cartoons, posters, schilderijen, beeldhouwwerken en muziek. (voorbeelden? De Marseillaise? )

Veel van de revolutionaire propaganda was gericht op de volksklassen, berucht was de krant van Jacques Hébert, die haat tegen de rijken opzweepte. (afbeelding?)

Wat ontbreekt?

- De revolutie en oorlogen grepen diep in in het leven van de burgers. De algemene dienstplicht maakte niet alleen veel jonge mannen soldaat, maar liet de mensen die geen wapens droegen ook harder werken om de leegte van de soldaten op te vullen. Ze moesten harder werken om de weggevallen arbeidskrachten te vervangen.

De gebieden waar de legers doorheen trokken, leden zwaar onder plunderingen. De regering verbood de plunderingen, maar vonden ook dat de soldaten gedeeltelijk voor eigen voorraden moesten zorgen. Ze moesten ter plaatse levensbehoeften ‘kopen’. Dit leidde veelal tot plunderingen, uitbuiting en roof.

Samenleving in dienst van de oorlog. Dus moet je die erbij betrekken.


Opdracht 6:

A Burger bevrijdt zich uit de ketens met allemaal wapens om zich heen. De bevoorrechte mannen zijn bang voor de ontketende burger. Ook is er op de achtergrond een leger te zien, dat natuurlijk symbool staat voor de oorlog.



B moet je nu antwoord op kunnen geven. Wat was er aan de hand in die periode, wie was er aan de macht …

C De burgerij kwam in opstand tegen de rijken, ze waren het zat om onderdrukt te worden en wilden zelf de macht. Er werden legers ingezet.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina