Samenvatting Vallen en opstaan



Dovnload 29.12 Kb.
Datum19.08.2016
Grootte29.12 Kb.




Samenvatting

Vallen en opstaan

Zelfhulp en terugval bij de AGOG (Anonieme Gokkers Omgeving Gokkers).

Het CVO – Centrum voor Verslavingsonderzoek heeft onlangs het tweede deelonderzoek afgerond naar zelfhulp en terugval bij gokverslaving bij de AGOG (de landelijke zelfhulporganisatie voor gokverslaafden en mensen uit de omgeving van een gokverslaafde). Het onderzoek is tot stand gekomen met subsidie van Zorgonderzoek Nederland (ZON). Het onderzoek bestaat uit drie delen. Een samenvatting van het tweede deelonderzoek treft u bijgaand aan.
In het eerste deel van het onderzoek is de werkwijze van de zelfhulp van de AGOG en de mate waarin de deelnemers aan de zelfhulpgroepen deze vorm van hulpverlening waarderen, onderzocht. In 1999 verscheen hierover het rapport Door het lot verbonden samengesteld door drs Miriam Fris.

In dit tweede deelonderzoek is de terugval bij gokverslaving nader onderzocht. Hoe vaak komt terugval voor bij de gokkers die deelnemen aan de AGOG-groepen; welke factoren zijn risicoverhogend dan wel risicoverlagend voor terugval en hoe wordt in de zelfhulpmethode geanticipeerd op en omgegaan met terugval? De antwoorden op deze vragen zijn weergegeven in rapport Vallen en opstaan. Zelfhulp en terugval bij de AGOG.


Om antwoord te kunnen geven op bovengenoemde vragen zijn verscheidene onderzoeksmethoden toegepast. Allereerst is een analyse gemaakt van documenten die de AGOG sinds 1992 heeft uitgegeven. Daarnaast is het onderzoek is gebaseerd op een vragenlijst die door 163 anonieme gokkers (AG-ers) en 81 mensen uit de omgeving van een gokker (OG-ers) is ingevuld. Bovendien zijn ruim twintig diepte-interviews gehouden met anonieme gokkers, mensen uit de omgeving van de gokkers, gespreksbegeleiders van de zelfhulpgroepen en sleutelfiguren van de AGOG. Tot slot is de onderzoeker in staat gesteld een twaalftal groepsbijeenkomsten van de AGOG bij te wonen.Dit waren zowel bijeenkomsten van de zelfhulpgroepen voor gokverslaafden (de AG-groepen van Anonieme Gokkers) als de zelfhulpgroepen voor mensen (ouders, partners, enz.) die een relatie hebben met een gokverslaafde (de OG-groepen van de Omgeving Gokkers).

Terugval


Terugval betekent voor de ene gokker een uitglijder, een misstap, een incident, zonder dat daarbij direct sprake is van controleverlies. Voor een andere gokker kan terugval een veel grotere impact hebben en een verval in het oude verslavingsgedrag inluiden. In dit onderzoek is uitgegaan van de meest algemene definitie van terugval namelijk als een terugkeer van verslavingsgedrag na een periode van abstinentie.
De frequentie waarmee de gokkers uit de AG-groepen een terugval hebben gehad, varieert sterk. Voor sommigen is het een eenmalige gebeurtenis geweest, voor anderen een welhaast regelmatig terugkerend patroon (de zogeheten jojo’s)

Prevalentie van terugval


De mate waarin terugval van een AG-er vóórkomt is een van de hoofdvragen van dit onderzoek.

Een eerste beschouwing leert dat 80 procent van de AG-ers in het verleden – voordat zij bij de AGOG kwamen – ooit een stoppoging heeft ondernomen. In die zin is het begrip terugval voor de meesten een bekend verschijnsel.

Een andere vraag is of de gokker sinds de komst bij de AGOG wel eens een terugval heeft gehad. Dat blijkt, volgens zowel de AG-ers als de OG-ers, bij ongeveer 35 procent van de gokkers het geval te zijn. In die zin kan gesteld worden dat terugval minder vaak voorkomt nadat men bij de AGOG is gekomen.

Bij bovenstaande cijfers dient vermeld te worden dat het een gemiddelde betreft. Zowel tussen de groepen onderling, als door de tijd heen, zijn er grote verschillen. Zo zijn er (volgens opgave van de gespreksbegeleiders) AG-groepen waar hooguit 10 à 20 procent wel eens is teruggevallen en zijn er groepen waar deze verhouding is opgelopen tot 70 à 80 procent. Ook zijn er (nieuwe) groepen waar het percentage terugval aanvankelijk laag ligt (20%) maar waarbij dit percentage na verloop van tijd oploopt (tot rond de 50%).



Functie van terugval voor de gokkers


Terugval heeft vaak een wezenlijke betekenis voor een gokverslaafde om werkelijk te kunnen stoppen met gokken. Terugval biedt de gokker vaak meer inzicht in de risicofactoren. De meeste gokkers zeggen dat ze van de terugval hebben geleerd.

Uit het onderzoek blijkt dat terugval voor sommigen een positief effect heeft gehad. Bij herhaalde terugval is deze positieve invloed echter minimaal.


Over een terugval wordt in de groepen wel gezegd dat de desbetreffende AG-er is ingeslapen en niet alert genoeg meer was om zich voor een terugval te behoeden. Dit kan ook voor een AG-groep in zijn algemeenheid gelden. Wanneer er geen personen met een terugval in de groep zijn en alles goed lijkt te gaan, dan neemt het risico van terugval toe. In die zin kan terugval een positieve functie hebben op zowel het persoonlijke als het collectieve vlak. Niet alleen de gokker die een terugval heeft, kan dus baat bij een terugval hebben, maar het kan ook gunstig zijn voor de overige groepsleden. Ook zij blijven er alert en wakker door.

Risicoverhogende en risicoverlagende factoren

Risicovolle momenten


In de interviews met gespreksbegeleiders, gokkers en met mensen uit hun omgeving zijn diverse risicovolle momenten genoemd die volgens hen de kans op terugval vergroten. Het eerste moment komt al na een maand of drie deelname aan de AG-groep. Ook na een half jaar en een jaar kunnen dergelijke risicovolle momenten optreden. Het moment van “één jaar gokvrij” is voor de meeste gokkers een mijlpaal in het deelnemen aan de AG-groepen. Aan het bereiken van deze mijlpaal wordt in de AGOG-groepen op verschillende manieren aandacht besteed: met bloemen, gebak of een kleine attentie. Juist het bereiken van deze mijlpaal kan voor de gokker een risicovolle periode inluiden. Dan verslapt de aandacht verslapt, ontstaat er een neiging om zichzelf te testen en dus weer eens een gokje te wagen. Voor veel AG-ers is de mijlpaal tevens het moment dat ze de AGOG verlaten. Ook dit roept bij sommigen spanningen op: ze staan er dan alleen voor en moeten bewijzen dat ze ook zonder de groep gokvrij kunnen blijven. De laatste jaren is daarom binnen de AGOG-groepen de tendens ontstaan om de mijlpaal van een jaar enigszins te relativeren. De mijlpaal van een jaar gokvrij kan best gevierd worden, maar het betekent beslist niet dat de AG-er zijn doel al bereikt heeft en genoegzaam achterover kan leunen. De meesten zullen nog jarenlang – zo niet hun hele leven – alert moeten blijven op het risico van terugval.
Gokgerelateerde problemen

Het onderzoek toont aan dat bepaalde gokgerelateerde problemen het risico op een terugval kunnen vergroten terwijl andere gokgerelateerde problemen dit risico lijken te verkleinen.

Gokgerelateerde problemen die het risico op terugval vergroten zijn: relatieproblemen, problemen op het werk of op school, problemen met andere mensen uit de omgeving. De terugval kan dan als een vorm van vluchtgedrag worden gezien. Omdat er nog (onoplosbare) problemen zijn, biedt het gokken vergetelheid.

Anderzijds kan bijvoorbeeld van financiële problemen een beschermende werking uitgaan, waardoor de gokker voor een terugval wordt behoed.

Een andere – in dit kader voor de hand liggende – risicofactor is het ontbreken van een zinvolle dagbesteding. Wanneer er geen alternatieven zijn voor het gokken (hobby, relatie, vrienden), zal het moeilijker zijn om gokvrij te blijven dan wanneer die er wel zijn.

Ook blijkt uit de analyse dat de respondenten met een fulltime baan vaker zijn teruggevallen dan de anderen. Blijkbaar verlaagt een ruime beschikbaarheid van liquide middelen – er vanuit gaande dat dit samenhangt met het hebben van een fulltime baan – de drempel om weer te gaan gokken.



Verbeteringen


Opvallend is dat verbeteringen in de bepaalde gokgerelateerde problemen het risico op terugval juist kunnen vergroten. Het gaat al een tijdje goed, de geldproblemen lijken zich op te lossen, de relatie met de partner verbetert, op het werk gaat het steeds beter. Op zulke momenten kan de aandacht van de gokker verslappen en is hij niet alert genoeg meer om gokvrij te blijven. Voordat hij het dan zelf in de gaten heeft, staat de AG-er dan weer achter de gokkast.

Een andere (sobere) leefwijze


Bij de Anonieme Alcoholisten wordt onderscheid gemaakt tussen sober en dry. Sober staat voor een manier van leven waarin drank geen plaats meer heeft, dry betekent dat er niet meer wordt gedronken maar de drang tot drinken aanwezig blijft.

Op een vergelijkbare manier kan ook bij gokkers dit onderscheid worden gemaakt. Er zijn gokkers die droog staan, in de zin dat ze niet meer gokken. En er zijn gokkers die sober zijn en dus geen behoefte meer hebben om te gokken. Je stopt eerst met spelen en later stop je met gokken.


Wanneer een gokker sober is, zal de kans op een terugval gering zijn. Wanneer hij alleen droog staat, zal de kans op terugval veel groter zijn. De gegevens van de respondenten bevestigen dit. De respondenten die aangeven nog steeds een drang tot gokken te hebben, zijn beduidend vaker teruggevallen.

Aard en ernst van de problematiek


De aard en de ernst van de gokgerelateerde problematiek vertonen een duidelijke samenhang met terugval.. Indien er sprake is van meervoudige problematiek – problemen op het psychologische vlak, het sociaal-relationele vlak en op het financiële vlak – neemt de kans op terugval aanzienlijk toe.
Het blijkt dat gokkeers die nog andere problemen hebben, zoals bijvoorbeeld een andere verslaving of slachtoffer van seksueel misbruik, eerst deze problemen moeten oplossen voordat zij met hun gokken kunnen stoppen.

Het onderzoek toont tevens aan dat gokkers die naast de zelfhulp van de AGOG nog andere hulp ontvangen, minder vaak terugvallen dan degenen die uitsluitend hulp van de AGOG krijgen.


Andere valkuilen

Gespreksbegeleiders bij de AGOG zijn ervaringsdeskundigen, mensen die het probleem uit eigen ervaring kennen. Gespreksbegeleiders van de AG-groepen kunnen zich echter zo zeer de rol van hulpverlener aanmeten dat hun eigen ervaringen met het overwinnen van de gokverslaving naar de achtergrond verdwijnen en juist zij – het succesvoorbeeld voor de andere groepsleden – een terugval krijgen.


Een andere valkuil is dat gespreksbegeleiders na verloop van tijd een automatisme kunnen ontwikkelen in het begeleiden van de groepsgesprekken. Dit betreft dan zowel in het uitdragen van de zelfhulpmethode als de benadering van individuele leden. Zij lopen dan het risico eenkennig te worden met betrekking tot de AGOG-methode om gokvrij te raken en eenkennig ten aanzien van de groepsleden (iedere gokker is hetzelfde), waardoor specifieke, persoonsgebonden problemen onderbelicht blijven.
De positie van iemand in de groep heeft kan eveneens van invloed zijn op het risico van terugval. Iemand die zich in de groep niet veilig voelt, durft wellicht niet te praten over zijn problemen die een terugval kunnen bevorderen. Bovendien kan het risico van drop-out worden vergroot, omdat de betreffende persoon na een terugval niet durft terug te komen in de groep.

Een AG-er kan ook teveel op de groep gaan leunen. Het komt voor dat sommige AG-ers zichzelf onder controle hebben zolang zij bij de AGOG blijven, maar terugvallen na het verlaten van de groep..



Vertellen


Vertellen dat je bent teruggevallen, is geen gemakkelijke opgave. Schaamte en (de angst voor) gezichtsverlies en veroordeling zijn kenmerkende emoties. De algemene gedachte bij de AGOG is dat het moed vergt om terugval te melden. Wanneer de terugval eenmaal in de groep is verteld, dan is er bij de ‘terugvaller’ vaak sprake van opluchting. Vaak blijkt de reactie van de overige groepsleden achteraf mee te vallen.
Het melden van terugval in de groep betekent voor de AG-er dat er twee overwinningen zijn behaald. Allereerst is de drempel genomen om terug te komen in de groep en de terugval mee te delen. Vervolgens is opnieuw de beslissing genomen om werkelijk te stoppen met gokken.

Reacties op terugval


Reacties van AG-ers, maar ook van OG-ers op terugval worden in eerste instantie vaak gekenmerkt door boosheid, verdriet, onbegrip, teleurstelling en de angst dat de ellende opnieuw begint. Meestal ontstaat pas enige tijd later ruimte voor begrip, ondersteuning en troost.

Opvallend is dat bij de AGOG terugval op zichzelf niet centraal staat, maar dat er veel aandacht besteed wordt aan de manier waarop met de terugval wordt omgegaan: het gedrag ná de terugval. Dit wordt vaak belangrijker geacht dan de terugval zelf. Het gaat hier meer om de openheid en de eerlijkheid over de terugval dan om de misstap of de periode dat iemand gokvrij is (geweest).

De frequentie van terugval is bepalend voor de reactie daarop. Men reageert anders op een eerste terugval van een AG-er, dan op de zoveelste. Met de jojo’s heeft men over het algemeen minder compassie. Men is in de groepen voor deze gokkers minder mild dan voor de AG-ers voor wie de terugval – vooralsnog – een incident was. De gedachte daarbij is dat jojo’s een negatieve uitwerking kunnen hebben op de hele groep. Dit gedrag is voor de overige groepsleden demotiverend en neemt bovendien relatief veel gesprekstijd in beslag.

Omgaan met terugval bij de AG


Grofweg zijn er bij de AGOG twee methoden om met terugval om te gaan. Er is de harde lijn van de confrontatie (teleurstelling, kwaadheid, schelden). Daarnaast bestaat de mildere aanpak die behalve door de confrontatie ook gekenmerkt wordt door begrip en medeleven. Deze methoden om de terugval te hanteren, kunnen in elkaar overlopen. Soms wordt eerst de harde lijn gehanteerd die dan gevolgd wordt door de mildere. In de AG-groep kunnen er eerst er reacties zijn van teleurstelling, boosheid, afwijzing en onbegrip die later plaats kunnen maken voor gevoelens van begrip, medeleven en ondersteuning.
Het is vaak lastig om een keuze te maken tussen de harde en de zachte lijn. Het risico van de harde lijn, is dat de (overige) AG-ers dichtklappen en niet meer open durven te zijn. Door het hanteren van een (te) harde lijn, kunnen leden zelfs wegblijven en/of terugvallen.
Een harde opstelling kan echter ook het risico op terugval verkleinen. De angst voor de reactie van de groep kan een reden zijn waardoor AG-ers het wel uit hun hoofd laten om nog te gaan gokken. De harde lijn bij een terugval zou er ook toe kunnen leiden dat het kwartje nu eindelijk eens op de goede plek valt en dat de gokker daadwerkelijk besluit te stoppen met gokken.
De mildere aanpak kent eveneens voor- en nadelen. Een voordeel van de mildere aanpak kan zijn dat de AG-ers niet afgeschrikt worden en zo minder redenen hebben om de groep te verlaten. Ze hoeven niet bang te zijn om hun misstap in de groep te melden waardoor ze daar eerlijk en open in kunnen zijn. Zo wordt ook ruimte gecreëerd om inzicht te verkrijgen in de factoren die de terugval veroorzaakten. Een nadeel van deze aanpak is mogelijk dat de AG-ers de indruk kunnen krijgen dat het niet zo erg is om weer eens een gokje te wagen. Dat een terugval best meevalt en dat je er van kunt leren…
De ervaringen die AG-ers hebben opgedaan met de verschillende manieren om met terugval om te gaan, hebben geleerd dat de harde lijn uiteindelijk het minst effectief is. Men is zich er echter ook van bewust dat iedere gokker anders is en dat er geen universele standaard bestaat om met terugval om te gaan.

Over het algemeen zijn de AG-ers het erover eens dat het geen zin heeft iemand openlijk voor het blok zetten bij het vermoeden van een terugval. De gokker moet er zelf mee komen. Gespreksbegeleiders worden getraind om bij een vermoeden van terugval, de betreffende gokker op indirecte wijze aan te sporen het te vertellen. Daarbij worden in het algemeen de jojo’s harder aangepakt dan AG-ers voor wie de terugval een duidelijk incident was.



Omgaan met terugval bij de OG


Het omgaan met terugval ligt voor de OG-er vaak moeilijker dan voor de AG-er. De AG-er is in het begin vaak blij en opgelucht dat hij na een terugval weer gokvrij is en dat de problemen boven tafel zijn gekomen.

De OG-er daarentegen heeft vaak net de consequenties van een gokverslaving leren kennen. Het verwerkingsproces komt net op gang, verdriet en wantrouwen overheersen.

De OG-er verkeert in een paradoxale situatie. Enerzijds probeert de OG-er het geschonden vertrouwen te herstellen en anderzijds groeit het inzicht in de trucs en manieren van gokkers om de omgeving te belazeren. De OG-er wordt geleerd vertrouwen te hebben en te geven en een (veilige) situatie te creëren waarin de AG-er niet meer hoeft te liegen, terwijl de OG-er nog voelt dat de gokker niet werkelijk te vertrouwen is. Bovendien heeft de OG-er vaak een controlerende functie (bankpasjes, beheer financiën) die deze paradox alleen maar versterkt.

De spil in deze paradox is vaak de (angst voor) terugval. Bij een terugval wordt van de OG-er een rationele benadering gevraagd, terwijl een emotionele reactie voor de hand ligt.

De OG-er – vaak een vrouw (echtgenote, vriendin, moeder) omdat het merendeel van de AG-ers jonge mannen zijn – komt over het algemeen door de OG-groep steeds sterker in haar schoenen te staan. Ze wordt zich steeds meer bewust van de vraag hoe lang de gokker haar leven nog blijft beheersen. Wanneer de OG-er sterk genoeg is, kan ze een punt in haar leven bereiken – bijvoorbeeld bij een terugval – dat ze definitief met de gokker durft te breken.

Resumé


Terugval kan beschouwd worden als een positieve en als een negatieve ervaring in het proces van stoppen met gokken. Positief in de zin dat zowel de gokker zelf als de AG-groep weer alert wordt. Negatief in de zin dat de terugval veel ontgoocheling en teleurstelling met zich meebrengt en mogelijk een verval in het oude verslavingsgedrag kan inluiden.

Ook de manier waarop met terugval wordt omgegaan kan op een positieve en negatieve manier vorm krijgen. De voorwaarde voor een positieve afloop van een terugval, is dat er – liefst zo snel mogelijk na de gebeurtenis – open en eerlijk over gesproken wordt in de AG-groep. Het toepassen van dwang of drang om een gokker in de groep over zijn terugval te laten vertellen, moet vermeden worden.Wel kan een gespreksbegeleider, bij een vermoeden van terugval, de AG-er op indirecte wijze aanmoedigen om dit te melden.

Terugval kan gezien worden als een onderdeel van het hele proces van gokvrij worden. Dit geldt niet wanneer terugval als een falen beschouwd wordt. Dit gegeven is vooral belangrijk voor de OG-ers. Terugval hoort vermoedelijk bij en hoeft niet te betekenen dat de gokker in zijn oude gedrag terugvalt.

Terugval is geen goed criterium om de effectiviteit of het succes van zelfhulp te bepalen.

Terugval zegt op zich niets over verbeteringen op andere levensgebieden van de gokker. Er kunnen zich er op deze andere gebieden verslechteringen optreden zonder dat sprake is van een terugval. Daarnaast kunnen er bij een terugval, (desondanks) op andere levensgebieden verbeteringen optreden.
Sterker gesteld: terugval zorgt ervoor dat, op individueel niveau, maar ook op groepsniveau, de deelnemers aan de AGOG-groepen alert blijven. AG-ers worden op deze manier geattendeerd op de valkuilen in hun pogingen gokvrij te blijven. Voor een deel van de AG-ers is hun (laatste) terugval de aanleiding geweest om definitief te stoppen met gokken en met de negatieve gevolgen van hun gokken te leren omgaan. Terugval is dan geen indicatie voor het falen van de ‘hulpverlening’, maar juist voor het potentiële succes ervan.

de Bruin, D., F. Leenders, M. Fris, T. van der Veeke, R. Braam, G. van de Wijngaart (2001). Vallen en opstaan. Zelfhulp en terugval bij de AGOG. Utrecht: Centrum voor Verslavingsonderzoek, Universiteit Utrecht.


ISBN: 90-71772-32-2
Trefw.: gokverslaving, zelfhulp, terugval, Anonieme Gokkers Omgeving Gokkers (AGOG).
© Centrum voor Verslavingsonderzoek, Universiteit Utrecht

Utrecht: November 2001







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina