Samenwerken aan goede zorg voor kinderen Verslag oprichtingsbijeenkomst Better Care Network Netherlands



Dovnload 52.3 Kb.
Datum23.07.2016
Grootte52.3 Kb.



Samenwerken aan goede zorg voor kinderen

Verslag oprichtingsbijeenkomst Better Care Network Netherlands




Kennis en ervaring uitwisselen over opvang van kinderen die (tijdelijk) niet thuis kunnen wonen. Dat is het doel van Better Care Network (BCN) Netherlands. Afgelopen 8 november vond in Den Haag de officiële oprichtingsbijeenkomst plaats van de Nederlandse afdeling van BCN. Tal van vertegenwoordigers van professionele organisaties en particuliere initiatieven voor kinder-opvang in ontwikkelingslanden, in Oost-Europa en in Nederland kwamen naar de Haagse Lobby van het Stadhuis om de bijeenkomst bij te wonen. Daar werd druk uitgewisseld in rondetafel-gesprekken, discussies en een-op-eengesprekken. Sander Dekker, wethouder Onderwijs, Jeugdzaken en Sport van de gemeente Den Haag lanceerde de kersverse website van het net-werk: www.bettercarenetwork.nl. <doorklikken naar tekst voordracht Dekker>Daarmee was de eerste landelijke afdeling van het internationale secretariaat van BCN een feit.






Nederlands netwerk sluist informatie door

Over het opzetten van BCN Netherlands
Het eigen logo vergeten en samen gaan voor een betere zorg voor alleenstaande kinderen. Zo omschrijft Bep van Sloten, directeur van International Foster Care Organisation (IFCO) en een van de sprekers van de dag, wat in haar ogen het doel van BCN Netherlands zou moeten zijn.

Het idee om BCN Netherlands op te zetten ontstond bij een samenwerking van Cordaid en Stichting Kinderpostzegels Nederland. Zij werkten samen aan het ondersteunen van kinderprojecten in India en ondervonden dat daar weinig aandacht is voor alternatieve zorg. De organisaties bekeken wie in India interesse had om dit te introduceren en zo ontstond de energie om dit breder te trekken en met de Nederlandse organisaties op dit gebied om de tafel te gaan zitten.







Aldus Ineke van Winden, directielid Stichting Kinderpostzegels Nederland en voor-zitter van de Interim Stuurgroep Better Care Network Netherlands. Zij verwelkomde de aanwezigen en gaf een inleiding over het ontstaan van het netwerk.


Flexibiliteit en een gemeenschappelijke visie


Er bleek veel animo te zijn voor zo’n uitwisselingsverband. Er zijn dan ook veel initiatieven van particulieren en professionele organisaties in Nederland. BCN Netherlands wil mensen die daarbij betrokken zijn met elkaar in gesprek brengen en zo stimuleren om samen initiatieven te ontplooien. Maar ook wil het hun kennis en ervaring bundelen en als sluis fungeren om deze te verspreiden. Zo kan er uitwisseling ontstaan tussen Nederlandse deelnemers, maar ook met deelnemers aan het internationale netwerk.




BCN Netherlands brengt mensen en organisaties die betrokken zijn bij alternatieve opvang voor kinderen met elkaar in contact


BCN Netherlands wil toegankelijk zijn voor iedereen die zijn missie onderschrijft en juist gebruik maken van de diversiteit die zo ontstaat. Kenmerkend voor het netwerk is flexibiliteit en het uitgaan van een gemeen-schappelijke visie. Die visie houdt kort in:

goede zorg bieden aan kinderen zodat zij in de beste omstandigheden kunnen opgroeien. De stem van het kind zelf moet daarbij bepalend zijn.

Journaliste Evelijne Bruning introduceerde de sprekers van de dag en moedigde op vaak ludieke wijze de aanwezigen aan om zo veel

mogelijk gebruik te maken van elkaars aanwezigheid.






Zo ontstond direct een levendige uitwisseling van ervaringen met alternatieve zorg. Deelnemers aan de dag werden uitgenodigd te luisteren naar de ervaringen van diverse deskundigen, maar vooral ook om vragen te stellen en met elkaar in gesprek te raken. Dat resulteerde in enthousiaste contacten en ideeën voor gezamenlijke activiteiten. Uit de verschillende spreekbeurten en discussies na afloop kwamen duidelijk een aantal thema’s <doorklikken naar thema’s> naar voren die vragen om verdere uitwerking binnen het netwerk.





Waarom family care zo belangrijk is


De enige ervaringsdeskundige bij de oprichtingsbijeenkomst, zo introduceert Bep van Sloten Stephan Ucembe. Stephan, zelf wees en opgegroeid in een weeshuis in Nairobi, Kenia, werd uitgenodigd om te vertellen over zijn ervaringen in de institutionele opvang. Een beter pleitbezorger voor alternative care kan BCN Netherlands zich niet wensen.
Stephan: ‘Het enige goede aan mijn jeugd in een weeshuis is dat ik kon opgroeien.’ Maar dat is dan ook alles wat hij het instituut waarin hij groot werd wil nageven. Op driejarige leeftijd verloor Stephan zijn moeder en belandde in een weeshuis, waar hij tot zijn achttiende woonde. Zijn vader stierf toen hij vijf was. Waar zijn broers zijn weet hij niet. Zijn zus woonde in hetzelfde weeshuis, maar met haar had hij nooit contact. Inmiddels is het bijna onmogelijk om elkaar nog een plek in het leven te geven, blijkt.
Stephan Ucembe: ‘In de institutionele zorg is er nooit sprake van één iemand van wie je op aan kunt, aan wie je je kunt hechten.’
Materieel had hij het niet slecht, maar in emotioneel opzicht is hij veel tekort gekomen. Stephan: ‘Je leeft in zo’n gesloten wereld, dat je allerlei vaardigheden niet leert. Bovendien leer je niet om te gaan met je gevoelens en je te verhouden tot andere mensen. Er is nooit één iemand geweest van wie je op aan kon, aan wie je je kon hechten. Daarom is het zo belangrijk om in een familie op te groeien.’
Als jongeren het weeshuis verlaten, kunnen ze zich in de buitenwereld vaak niet handhaven. Jongens raken aan de drugs en meisjes worden uitgebuit. Stephan: ‘Het begrip nazorg is een eye opener voor mij. Nazorg bestaat niet in Kenia, er wordt geen follow up gedaan om te kijken waar de jongeren terechtkomen en hoe het ze vergaat.’
Stephan is inmiddels 24 jaar oud en werkt als maatschappelijk werker voor Feed the Children in Nairobi. Hij is er trots op om in Nederland te zijn en iets te kunnen doen voor de andere wezen in zijn land. Stephan: ‘Ik wil lobbyen bij organisaties en bij de overheid voor andere steun dan alleen voedsel, zoals Feed the Children geeft aan families die alleenstaande kinderen willen opvangen. Financiële ondersteuning is belangrijk en vooral psycho-sociale training van de opvangouders, omdat zij toch vaak te maken krijgen met getraumatiseerde kinderen.’



Niet steeds het wiel opnieuw uitvinden
Rondetafelgesprek over BCN Netherlands

Een Nederlandse tak van BCN opzetten hoe doe je dat eigenlijk en van welke ervaringen van BCN international kunnen we daar bij leren? Deze en andere vragen stonden centraal in een rondetafelgesprek met Aaron Greenberg, coördinator van het Better Care Network in New York, Ineke van Winden van Kinderpostzegels en Julie Love, werkzaam bij Cordaid.



Schat aan informatie


Door good practices uit te wisselen, hoef je niet steeds het wiel opnieuw uit te vinden, stelt Aaron Greenberg. BCN international werd in 2003 opgezet om alle kennis over alternatieve zorg bij elkaar te brengen. Zodat gemeen-schappen en gezinnen ondersteund kunnen worden die kinderen opvangen die niet van henzelf zijn. En om te zorgen dat gegaran-deerd is dat kinderen niet worden misbruikt.





Door het uitwisselen en verspreiden van kennis via internet ontstaat een schat aan informatie waarmee mensen werkzaam in het veld hun voordeel kunnen doen, ter voorbereiding van hun werk en ter voorkoming van misstanden. Daarnaast is het belangrijk dat deelnemers aan het netwerk samen activiteiten ontplooien. Greenberg benadrukt vooral zoveel mogelijk te proberen om zo vanzelf tegen problemen aan te lopen en deze zo praktisch mogelijk op te lossen. Ook pleit hij ervoor om eerlijk te zijn over het succes van samenwerking tussen partijen. Belangrijk is om eerst te werken aan het verspreiden van de kennis over alternatieve zorg en daarmee vergroting van het bewustzijn hierover. Zo kan de invloed van het netwerk ook steeds groter worden en uiteindelijk in Europees verband zaken voor elkaar krijgen.




Iedereen die zich bezighoudt met alternatieve kinderopvang kan zijn voordeel doen met de kennis en ervaring die BCN via internet verspreidt

Tijdpad


BCN Netherlands zal op vergelijkbare wijze te werk gaan, zegt Ineke van Winden. Inspirerend vindt zij dat ze in korte tijd zoveel organisaties bereid vond om tijd en geld in het netwerk te steken. Vandaag gaan we oogsten, voegde ze daar aan toe. Mensen worden gevoed en geïnspireerd. Met de uit-komsten gaat de stuurgroep binnen korte tijd om de tafel zitten. Dan zal er snel een coördinator aangesteld worden en de planning is dat begin 2008 de eerste werkgroepen worden opgezet.

Deskundigen aan het woord


Levendige discussie ontstond ook naar aanleiding van de voordrachten van twee sprekers die BCN Netherlands had uitgenodigd om hun ervaringen te delen met de aanwezigen. De onderwerpen die daarbij aan bod kwamen zijn terug te lezen in de thema’s.
Kinderen in noodsituaties

Hoofd opsporing en Ondersteuning van het Nederlandse Rode Kruis, Marjolein Bosch, kwam vertellen over de hereniging van kinderen met hun ouders na noodsituaties, met name in Congo en Sri Lanka. Kinderen die in oorlogssituaties of rampen gescheiden raken van hun ouders zijn het meest kwetsbaar. Het Internationale Rode Kruis heeft een mandaat om kinderen op te sporen en met hun families te herenigen. Belangrijk daarbij is identificatie van het kind, goede documentatie van de gegevens, opsporing en het faciliteren van reisbegeleiding om ervoor te zorgen dat een kind terugkomt bij zijn ouders.



Bep van Sloten: ‘In Europa bestaan keurmerken voor bier en voor boter, maar de opvang van kinderen moest het zonder keurmerk doen.



Kwaliteitsstandaard zorg voor kinderen in Europa


Bep van Sloten is directeur van de International Foster Care Organisation (IFCO). IFCO is de enige internationale organisatie die zich exclusief bezighoudt met opvang van kinderen in pleegzorg en andere vormen van family based care. Zij hield een voordracht over Quality4Children Standards for Out-of-Home Child Care in Europe (Q4C). Dit is een Europese standaard voor de zorg voor kinderen, opgezet door uitwisseling en samen-werking tussen IFCO, SOS-Kinderdorf International en FICE (Fédération Internationale de Communautés Educatives). Belangrijk voor het werk van Q4C is de participatie van jongeren. Basis voor de standaard zijn dan ook good practices verzameld uit interviews met jongeren.



Een betere toekomst


Rondetafelgesprek over het belang van goede opvang

Weeskinderen in Naroibi, Kenia


Een persoon aan wie je je kunt binden, dat is het diepste verlangen van elk kind, stelt Stephan Ucembe. Door zijn eigen ervaringen in een weeshuis in Nairobi is Stephan Ucembe er diep van overtuigd dat een kind het beste in een familie kan opgroeien. Toen hij 18 was ging hij uit het huis weg en werd volledig in het diepe gegooid. Nooit had hij geleerd hoe hij zich tot mensen moest verhouden en ook praktische zaken als het omgaan met geld en met openbaar vervoer waren hem in de besloten wereld van het instituut nooit geleerd.




Feed the Children ondersteunt families die kinderen willen opvangen met voedsel. Maar veel belangrijker is het - in zijn ogen - om ondersteuning te geven in psycho-sociaal opzicht en op medisch en materieel gebied (onderwijs, schooluniformen et cetera). Ucembe is een groot pleitbezorger van family care en hoopt geleidelijk aan een opinieverandering te bereiken in Kenia. In Nederland wil hij donors ervan overtuigen dat kinderen beter (en goedkoper) in een familie kunnen opgroeien, terwijl het geld dat zij doneren vaak naar weeshuizen gaat. Daarmee wordt weer de opvang door instituten bevorderd, zodat de gemeenschap dat niet meer wil doen.





Het is van groot belang om ouders of opvangfamilies te (blijven) ondersteunen met geld en met psycho-sociale training


Straatkinderen in Mwanza, Tanzania

Onvoorwaardelijke liefde, dat is de betekenis van Upendo Daima, een organisatie die in Mwanza Tanzania een betere toekomst probeert te realiseren voor straatkinderen. Ook Wilma van Hienen-Nankman, voorzitter van Upendo Daima Nederland, benadrukt het belang van opgroeien in een familie. Upendo probeert kinderen die op straat leven te motiveren om naar een dagopvang te komen, waar zij een maaltijd krijgen en zich kunnen wassen. Maar waar zij vooral aandacht krijgen en vaardigheden leren. Uiteindelijke doel is de

kinderen met hun families te herenigen en als dat niet mogelijk is, bij familie onder te brengen. In het Back Home huis – een pilotproject van de organisatie, is veel aandacht voor het schoolprogramma en wordt geprobeerd de kinderen zo snel mogelijk terug naar school te krijgen en contact te leggen met de ouders. Als kinderen daadwerkelijk terug gaan naar hun familie blijft Upendo deze ook steunen. Als het thuis niet gaat, is er een dorpje buiten de stad waar kinderen kunnen wonen en naar school gaan.

Kinderen met een handicap in Andhra Pradesh, India


De Stichting Friends Indeed is onder meer bezig met een project om kinderen met een handicap in Andhra Pradesh (India) aan een betere toekomst te helpen. Anne Legeland, een van de oprichters van de stichting, vertelt hoe ambulante teams met een arts de dorpen gaan bezoeken waar deze kinderen wonen en proberen ze uit de hutten te krijgen waar ze vaak in verborgen worden. Door ze hulpmiddelen te bieden en te zorgen dat ze gebruik kunnen maken van onderwijs-voorzieningen. Als ze veertien zijn komen ze een halfjaar naar een speciaal daarvoor gebouwde campus waar ze een vak leren. Ook kunnen de kinderen gebruik maken van microkrediet om ervoor te zorgen dat zij een zelfstandig bestaan kunnen opbouwen. Daarnaast bouwt Friends Indeed een kinderdorp voor gehandicapte weeskinderen.

Uit te werken thema’s


In de vragenrondes na afloop van de voordrachten en in de discussie met alle deelnemers aan het eind van de bijeenkomst bleek een aantal onderwerpen duidelijk bij veel aanwezigen te leven.


Follow up en monitoring


Het gebrek aan follow up is een klacht van veel opgevangen kinderen in diverse landen, stelt Bep van Sloten. In veel gevallen is er helemaal niets als een kind uit de zorg komt. Dan is de overheid je ouder (corporate parents).
Marjolein Bosch geeft desgevraagd aan wat haar organisatie doet aan follow up na hereniging. Het Rode Kruis bereidt kinderen voor op hereniging met de ouders en doet daarna follow ups om te kijken hoe het gaat. Gekeken wordt of een kind in een goede omgeving opgroeit en of het toegang heeft tot onderwijs. Als er misstanden worden gesignaleerd die buiten het mandaat van het Rode Kruis vallen, dan wordt dit aan andere actoren overgedragen. Zo worden kinderen van wie wordt gesignaleerd dat ze misbruikt worden in de huishouding bijvoorbeeld elders

geplaatst door partnerorganisaties in het betreffende land.

Een deelnemer aan de dag benadrukt het belang van monitoring van opvangfamilies die daar financiële ondersteuning voor krijgen. Het risico bestaat immers dat ouders of verzorgers de zorg voor een kind alleen op zich nemen voor het geld en niet voor het welzijn van het kind.

Jongerenparticipatie


Bij de oprichtingsbijeenkomst is Stephan Ucembe eigenlijk de enige jongere die over zijn ervaringen komt vertellen. Veel organisaties voor kinderopvang hebben jongerenparticipatie hoog in het vaandel staan. Opgemerkt wordt dan ook dat jongeren zelf zeker ook een rol moeten krijgen binnen BCN Netherlands.

Fondsenwerving


De laagdrempeligheid van BCN Netherlands zorgt ervoor dat er vertegenwoordigers van zeer verschillende organisaties voor kinderopvang aanwezig zijn, groot en klein zit door elkaar. Onvermijdelijk komt dan ook de vraag aan de orde hoe zij samen kunnen w erken en wie er wat aan BCN Netherlands kan hebben. Vooral organisaties die te klein zijn om voor overheidssubsidie in aanmerking te komen, vragen zich af of BCN nut voor hen kan hebben. Even dreigt er een discussie te ontstaan over de verdeling van fondsen tussen grote en kleine organisaties. Verschillende stemmen gaan op om juist de krachten te bundelen en kennis uit te wisselen over fondsenwerving.
Maatwerk: de doorgeefkoe

Kleine en grote initiatieven kunnen veel van elkaar leren in het netwerk van BCN Netherlands. Een voorproefje daarvan krijgen we doordat Evelijne Bruning ons steeds uitnodigt om naast iemand anders te gaan zitten om kennis en ervaring uit te wisselen. Hoe dat straks zal gaan in werkgroepen werd ook al even ervaren door meerdere mensen met elkaar over een bepaald onderwerp te laten praten. Bijvoorbeeld over het fenomeen ‘doorgeefkoe’. Meerdere initiatieven blijken steun te geven in de vorm van (klein)vee. Zo steunt International Child Support in Azië families door ze een koe te geven. Zodra de koe een kalf heeft gekregen, kan zij weer worden doorgegeven aan een andere familie. Deze manier van hulp bieden werkt ook preventief. Armoedebestrijding in natura of in de vorm van microkrediet, kan voorkomen dat kinderen de straat op moeten gaan om in hun levensonderhoud te voorzien.



Luisteren naar kinderen


In een ‘groepsgesprek’ werd ook het belang benadrukt van het luisteren naar kinderen. Straatkinderen inkomensprogramma’s en opleidingsprogramma’s bieden is een ding, maar als je niet luistert naar wat zij zelf willen dan zijn ze ook zo weer weg is de ervaring.
Ondersteuning ouders

In verschillende gesprekken wordt naar voren gebracht hoe belangrijke het is om ouders en gezinnen te (blijven) steunen. Bep van Sloten noemt een tehuis in Roemenië waar zwaar gehandicapte kinderen wonen. IFCO regelde vervoer voor de ouders naar het tehuis. Sommigen namen hun kind weer zelf mee naar huis. Maar dan moet er ook geld en psycho-sociale opvang voor hen zijn. Jan-Pieter Kleijburg van Defence for Children noemt de hereniging van 2.500 kinderen met hun ouders na de aardbeving in Iran in 2003. Zij kregen een zogenaamd family reunification pakket mee met onder meer speelgoed en zeep. En Stephan Ucembe uit Kenia benadrukt nog eens dat families die alleenstaande kinderen opvangen financiële, maar vooral ook psycho-sociale hulp moeten krijgen.



NGO’s en commerciële activiteiten


Deze combinatie is een taboe stelt een deelnemer aan de bijeenkomst. Maar wat blijkt: NGO’s die commerciële activiteiten ontplooien om lopende kosten te dekken zijn zelfs een soort trend. Met wisselend succes helaas. Als een initiatief niet loopt, kan het zijn dat mensen die net een opleiding hebben gevolgd via een NGO weer op straat staan bijvoorbeeld. Kwaliteit en commercieel inzicht zijn dan ook van groot belang om dergelijke activiteiten te laten slagen. En ook gedegen marktonderzoek mag niet ontbreken. In sommige landen is het NGO’s bovendien verboden om commerciële activiteiten te ontplooien. Josta ten Broeke van de afdeling Nederland van Cordaid adviseert om te proberen ook lokaal fondsen te werven. Er zijn veel mensen in ontwikkelingslanden die iets voor hun land willen doen. Zo beklijven activiteiten beter en worden zij breder gedragen. Ook adviseert zij om lokaal te kijken naar organisaties die zich met residential care bezighouden om een vuist te maken naar politie en overheden.

De sluis staat open


Zo kwam er een einde aan een geslaagde en vruchtbare bijeenkomst, die ruimschoots stof gaf om op voort te borduren. Dat gebeurde dan ook meteen na afloop, waar men gretig verder praatte bij de borrel, namen en gegevens uitwisselde en plannen smeedde voor gezamenlijk te ondernemen activiteiten. Dat geeft hoop op een goed vervolg van deze dag. Waarvan te zijner tijd verslag op www.bettercarenetwork.nl. De sluis staat open.


noot:

zie voor de volledige tekst van de voordrachten van Sander Dekker, Marjolein Bosch en Bep van Sloten www.bettercarenetwork.nl.







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina