Samenwerkingsovereenkomst klip zet stap naar complete digitalisering Over enkele jaren kunnen aannemers de plannen van ondergrondse kabels en leidingen digitaal krijgen



Dovnload 11.07 Kb.
Datum19.08.2016
Grootte11.07 Kb.
Bouwbedrijf – september 2013

Samenwerkingsovereenkomst

KLIP zet stap naar complete digitalisering
Over enkele jaren kunnen aannemers de plannen van ondergrondse kabels en leidingen digitaal krijgen. Tot nu toe gebeurde de planaanvraag al digitaal maar kregen de aanvragers de plannen nog hoofdzakelijk per post toegestuurd. Het systeem zou op punt staan vanaf 2015 of 2016.
Iedereen die grondwerken uitvoert in Vlaanderen is verplicht om kaarten van de kabels en leidingen in de ondergrond te consulteren. Dat geldt niet alleen voor zware graafwerken, maar ook voor schijnbare kleinere ingrepen zoals het boren van een put voor een warmtepomp of zelfs voor een vrachtwagen die over grondoppervlak rijdt. De regelgeving hierop is zeer strikt geworden sinds de gasramp in Ghislengien.
KLIP

Om deze informatie ter beschikking te stellen, richtte de Vlaamse overheid het KLIP op, het informatieportaal voor kabels en leidingen. In de praktijk doet een aannemer een planaanvraag bij www.agiv.be, de website van het Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen (AGIV). Na korte tijd krijgt hij dan een e-mail met de lijst van de netbeheerders met een kabel of leiding op het terrein. Gemiddeld zijn er dat zes in Vlaanderen. Het kan 15 werkdagen duren voor de aannemer ook alle kaarten ontvangen heeft, en zolang hij ze niet allemaal heeft mag hij niet beginnen met de werken. Bovendien gaat het om plannen op papier die met een aantal nadelen kampen.


Ze hebben om te beginnen niet allemaal dezelfde schaal en bovendien verschillende referentiepunten, wat het aannemers niet eenvoudig maakt om een overzicht van alle leidingen te krijgen. Bovendien hanteren de kaarten niet allemaal dezelfde symbolen om informatie aan te geven. Kleuren worden niet gebruikt en de zones die verschillende kaarten bestrijken, kunnen sterk in grootte variëren.
Flexibel en eenduidig

De bouwsector, de overheid en de nutsbedrijven hebben nu een samenwerkingsovereenkomst gesloten om de digitale planlevering uit te werken. Aannemers zullen de kaarten sneller kunnen krijgen en deze gemakkelijker kunnen opslaan en bijhouden– iets wat ze best tien jaar lang moeten doen voor eventuele latere bewijsvoering. De manier waarop informatie is aangegeven, zal bovendien voor alle kaarten dezelfde zijn.


Per planaanvraag zal een aannemer € 10 moeten betalen. De plannen zullen bij de aannemer arriveren in de vorm van een digitaal bestand of een webadres (URL). Ze worden gepresenteerd in verschillende lagen. De onderste laag, die dient als achtergrondkaart, is het GRB (Grootschalig Referentiebestand), een databank/kaart met grootschalige gegevens zoals gebouwen, percelen, wegen, waterlopen enzovoort. Per nutsbedrijf is er dan een aparte laag. Om de kaarten te bestuderen zal een aannemer software nodig hebben in de vorm van een viewer. Verwacht wordt dat eenvoudige maar afdoende viewers kosteloos van het internet afgehaald kunnen worden.
PAV+

Studiebureaus en grotere bouwbedrijven integreren vaak analoge plannen van ondergrondse leidingen in hun digitale plannen. Op dit moment moeten ze dit manueel doen. Voor hen zou een PAV+ (planaanvraag plus) uitgewerkt worden met plannen in zgn. vectorformaat. Daarmee kunnen ze gegevens gemakkelijk integreren in hun digitale plannen.


De kostprijs van de ontwikkeling van het nieuwe digitale platform wordt geschat op € 2,8 miljoen. De overheid zorgt voor de prefinanciering, maar de kabel- en leidingbeheerders zullen een eenmalige aansluitingskost betalen als het platform operationeel wordt. Het runnen, onderhouden en updaten van het platform zal per jaar € 1,2 miljoen gaan kosten. Dit deel zal gecompenseerd moeten worden door de € 10 die per planaanvraag betaald zal moeten worden.
Het zijn de nutsbedrijven zelf die de plannen moeten digitaliseren. Bij de grote zal dat wellicht vlot gaan, maar er zijn in Vlaanderen ruwweg 200 distributienetbeheerders waarbij ook enkele piepkleine. Verwacht wordt dat die clusters voor de digitalisering zullen vormen.

Commentaar
Voorzichtig blijven

De digitalisering zal een grote stap vooruit zijn. Maar let op: ook de digitale kaarten hebben een beperkte geldigheidsduur en net zoals nu zullen ze louter indicatief zijn. Het is in principe nog steeds aan de aannemer die grondwerken uitvoert om met manuele peilingen na te gaan waar de kabels en leidingen werkelijk liggen. Maar hoe ver een aannemer moet gaan zoeken met die manuele peilingen is blijkbaar voor interpretatie vatbaar, merkt Geert Matthys van de Vlaamse Confederatie Bouw op.


Geert Matthys: "Als je juridische beslissingen hierover bestudeert dan ontdek je een zekere variatie. Ik ken een voorbeeld van een aannemer die een leiding raakte, en als verdediging aanvoerde dat er drie meter afstand was tussen de echte ligging van de getroffen leiding en de ligging op het plan. Toch kreeg hij ongelijk van de rechter. Maar in een ander geval bedroeg het verschil maar één meter, en kreeg het nutsbedrijf ongelijk. Waar is de logica?"
De kaarten moeten tijdens de werken op de werf aanwezig zijn. Het is de uitvoerder van de werken die daarvoor verantwoordelijk is, ook als die uitvoerder een onderaannemer is. Maar ook hierover bestaat geen volledige duidelijkheid. Aannemers huren werfmachines soms compleet met bestuurder van een firma. Deze laatste wordt niet als onderaannemer beschouwd. Het is nog niet uitgeklaard wie in dat geval de plannen moet aanvragen.
Geert Matthys: " In geval van grondwerken: altijd plannen opvragen bij AGIV, ook als het gaat om werken voor een privépersoon op diens privéterrein. En denk eraan: het opvragen van de plannen ontslaat een aannemer niet van alle andere verplichtingen die de wet hem oplegt."



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina