Samenwerkingsverband Intergemeentelijke Sociale Recherche Voorne-Putten Rozenburg, Goeree-Overflakkee, Barendrecht-Albrandswaard-Ridderkerk



Dovnload 52.16 Kb.
Datum14.08.2016
Grootte52.16 Kb.





Samenwerkingsverband Intergemeentelijke Sociale Recherche Voorne-Putten Rozenburg, Goeree-Overflakkee, Barendrecht-Albrandswaard-Ridderkerk (ISR VPR-GO-BAR)
Plan van Aanpak

datum

14 oktober 2003

versie

2

Auteur(s)

I.Bodderij / M.W. Vallinga





 Sociale Zaken en Werkgelegenheid

bezoekadres Raadhuislaan 106, 3201 EL Spijkenisse postadres Postbus 25, 3200 AA Spijkenisse

telefoon (0181) 69 69 69 fax (0181) 69 63 95 internet www.spijkenisse.nl

Inhoudsopgave


1. Inleiding 3

2. Totstandkomingsprocedure 4

3. Organisatie 5

4. Beleids- en besluitvorming 7

5. Personeel 8

6. Automatisering 9

7. Financiën 10

8. Communicatie 12



1. Inleiding
Dit plan van aanpak voorziet in kaderstellende uitspraken ten aanzien van de vorm­geving van een intergemeentelijke sociale recherche voor het gebied Voorne-Putten-Rozenburg (VPR), Goeree-Overflakkee(GO) en Barendrecht / Albrandswaard / Ridderkerk (BAR).
Binnen dit kader worden het komende jaar de diverse organisatorische en fysieke maatregelen gerealiseerd. Gekozen is voor een modulaire opbouw waarbij alle elementen in steekwoorden aan bod komen.
Ter verantwoording
Het plan is tot standgekomen in het beleidsoverleg ISR, bestaande uit ambtelijke vertegenwoordigers van de gemeenten Brielle, Hellevoetsluis, Ridderkerk, Oostflakkee en Spijkenisse. Verslagen en conceptteksten zijn daarbij via e-mail eveneens voor­gelegd aan de betrokken beleidsmedewerkers van de overige gemeenten en aan alle sociaal rechercheurs.

2. Totstandkomingsprocedure


Nadat in juni 2003 de intentieverklaring door de betrokken gemeentebesturen is onder­­­tekend, is op 22 augustus 2003 een startbijeenkomst georganiseerd waaraan alle betrokken medewerkers hebben deelgenomen. Op deze bijeenkomst zijn de eerste contouren neergelegd van een Intergemeentelijke Sociale Recherche (ISR).

In september / oktober 2003 zijn uitgangspunten geformuleerd op basis waarvan dit plan van aanpak tot stand is gekomen.


Oktober / November 2003

Het plan van aanpak wordt via de aanwezige ambtelijke overleggen voorgelegd aan de 3 wethoudersoverleggen zoals deze bestaan op Voorne-Putten-Rozenburg (VPR), Goeree-Overflakkee (GO) en bij Barendrecht, Albrandswaard, Ridderkerk (BAR).

Bij eventuele discussiepunten wordt een overleg van 3 wethouders (een uit elk van de 3 regio’s) gerealiseerd.

Oktober 2003

Het gerede plan wordt toegezonden aan alle college’s ter accordering. Hierbij wordt aan de college’s verzocht de betreffende vakwethouder te mandateren de samenwerkingsovereenkomst te ondertekenen.



November 2003

Na deze besluitvormingsronde wordt een gezamenlijke bijeenkomst belegd waar de ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst plaatsvindt.


Op deze bijeenkomst wordt tevens de stuurgroep samengesteld.

Het plan van aanpak wordt toegezonden aan het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.


voor Maart 2004

De sociaal rechercheurs starten met de samenwerking op basis van het plan van aanpak.

De verder benodigde maatregelen op personeel, financiëel, automatiserings- en organisatorisch gebied worden voorbereid.
Voor Juli 2004

De werkplekken worden gerealiseerd. Bevoegdheden worden overgedragen aan de gemeente Spijkenisse. De gezamenlijke uitvoering start (1 juli 2004).

Het overgangsregime van rechtspositie en arbeidsvoorwaarden is gereed.

De automatisering wordt geïmplementeerd.


Voor oktober 2004

Het detailprocesschema van Spijkenisse wordt geactualiseerd en ingericht op de regionale toepassing.


Voor 1 januari 2005

Intergemeentelijke sociale recherche volledig gereed. Afstemming op binnengemeentelijke processen wordt verfijnd.

3. Organisatie
3.1 Samenwerking

De gemeente Spijkenisse treedt als centrumgemeente op voor de regiogemeenten in het samenwerkingsverband ISR. De betrokken bevoegdheden van de deelnemende gemeenten worden hiertoe overgedragen aan de centrumgemeente Spijkenisse. Als leidraad voor de over te dragen bevoegdheden wordt de stelling “taak volgt mens” genomen.


3.2 Uitvoering

De uitvoering van de activiteiten vindt plaats onder leiding van een centraal aan­spreekpunt, de coördinator van de sociaal rechercheurs. Als basis voor de vast te stellen werkzaam­heden van de rechercheurs in het samenwerkingsverband worden de huidige werkzaamheden genomen welke middels een groeimodel uitgebreid/aangepast kunnen worden (minimale variant).


De formele wijzigingen in de aanstellingen van de sociaal rechercheurs worden binnen 1 jaar gerealiseerd en omgezet naar de centrumgemeente van het samenwerkings­verband. Het feitelijk functioneren van de sociaal rechercheurs bij de centrum-gemeente start op 1 juli 2004.

In de praktijk houdt dit in dat de samenwerking van de sociaal rechercheurs per 1 januari 2004 plaatsvindt op basis van het plan van aanpak en bestaat uit het samen uitwerken van de concrete werkprocessen. De werkzaamheden van de sociaal rechercheurs veranderen in eerste instantie niet. Veranderingen in de werkzaamheden en werkwijze vinden plaats gedurende het jaar 2004.



3.3 Gezagsstructuur

De sociale recherche wordt ondergebracht in de bestaande structuur van de gemeente Spijkenisse binnen de hoofdafdeling Sociale Zaken en Werkgelegenheid.


B&W

DIRECTIE SECTOR WELZIJN


Directeur

sector Welzijn

adjunctdirecteur, tevens hoofd Sociale Zaken en Werkgele­genheid

hoofd uitvoering






1x coördinerend sociaal rechercheur

5x sociaal rechercheur

1/2 x administratieve ondersteuning


4. Beleids- en besluitvorming
4.1 Bestuurlijk

Op bestuurlijk niveau vindt informatie-uitwisseling plaats via de aanwezige kanalen / wethoudersoverleggen per subregio (VPR / GO / BAR). Daarnaast wordt een stuurgroep van wethouders (VPR / BAR / GO) samengesteld, welke voor de nodige aansturing zal zorgen.


Een keer per jaar wordt een besluitvormende bijeenkomst belegd voor alle bestuur­ders van de gemeenten. Op deze bijeenkomst wordt verantwoording afgelegd over het afgelopen jaar en de plannen voorgelegd voor het volgende.
4.2 Ambtelijk

Het huidige overleg van de Beleidsgroep ISR dient als voorbereiding voor de beleids­vorming. Voorstellen worden via e-mail verspreid over alle gemeenten, waarna een definitief stuk/standpunt/advies wordt geformuleerd. De contacten naar buiten toe kunnen (mogelijke afspraken met het OM e.d.) eveneens worden behandeld in het beleidsoverleg.

Ter ondersteuning van de in te richten stuurgroep wordt een hoofdenoverleg ingesteld.
4.3 Rapportages

De gemeente Spijkenisse kent de instrumenten managementsrapportages en bestuurs­rapportages. Deze zullen eveneens gebruikt worden als instrument om voortgangs­rapportages van en over de sociale recherche te presenteren.

Het ligt daarbij in de rede om deze te gebruiken als input voor een regionaal overleg over de voortgang.
5. Personeel
5.1 Algemeen

Als basis voor de vast te stellen werkzaamheden van de rechercheurs in het samen­werkingsverband worden de huidige werkzaamheden genomen welke middels een groeimodel uitgebreid / aangepast kunnen worden.


Het streefbeeld van de sociale recherche is de volgende vorm: 1 coördinator, 5 sociaal rechercheurs en een 1/2 fte administratieve ondersteuning.

De coordinator functioneert als ‘meewerkend voorman’. De 1/2 fte administratieve kracht zorgt voor de ondersteuning bij de werkzaamheden van de sociaal rechercheurs.


De formele wijzigingen in de aanstellingen van de sociaal rechercheurs worden binnen 1 jaar gerealiseerd. Het feitelijk functioneren van de sociaal rechercheurs bij de centrum­gemeente start nadat de overgangsmaatregelen zijn genomen, i.c. bij de formele start van het samenwerkingsverband op 1 juli 2004.
In de praktijk houdt dit in dat de samenwerking van de sociaal rechercheurs per 1 januari 2004 plaatsvindt op basis van het plan van aanpak. Dit zal o.a. bestaan uit het samen vergaderen. De werkzaamheden van de sociaal rechercheurs veranderen in eerste instantie niet. Veranderingen in de werkzaamheden en werkwijze vinden plaats gedurende het jaar 2004.
De functie van meewerkend voorman is tijdelijk en wordt bekostigd op basis van de tijdelijke subsidieregeling.
5.2 Arbeidsvoorwaarden

Een werkgroep vanuit de betrokken personeelsafdelingen beschrijft in het eerste kwartaal van 2004 de verschillen/overeenkomsten in rechtspositie en arbeidsvoorwaarden van de huidige sociaal rechercheurs. Zo nodig wordt een sociaal plan vormgegeven waarin de overgang van het personeel naar Spijkenisse wordt gerealiseerd.


5.3 Vervoer

Een apart punt vormt het vervoer. Zowel voor het werk-werk vervoer (van centrum­gemeente naar uitvoeringsplek), als bij de uitvoering van de opsporings­activiteiten is snel en adequaat vervoer noodzakelijk. Gezien de (ligging van de) regio is hiervoor alleen de auto geschikt. Nader onderzocht wordt welke constructie het meest adequaat is (1e kwartaal 2004).

6. Automatisering
6.1 Keuze pakket

In het voorjaar van 2004 zal een vergelijking plaatsvinden tussen de 2 grote pakketten FRIS en LIAAN. Op basis hiervan zal een keuze worden gemaakt. Aangezien tot nu toe de sociaal rechercheurs van de gemeenten Hellevoetsluis, Spijkenisse en het samenwerkingsverband Goeree-Overflakkee met het softwarepakket FRIS werken heeft dit pakket een zekere voorsprong.


Er zal naar toegewerkt worden eenzelfde softwarepakket toe te passen voor het gehele samenwerkingsverband. Naast het centrale punt zal de mogelijkheid aanwezig moeten zijn om op locatie te werken.

Tevens zal een uitwisseling met de informatie uit de aanwezige uitkeringspakketten plaats moeten kunnen vinden. In de ontwerp-fase wordt uitgegaan van een simultane bediening vanuit 25 werkplekken. Hiermee wordt voldoende capaciteit gerealiseerd. Deze maakt het mogelijk ook gebruikers van individuele gemeenten zo nodig tegelijkertijd toegang te verlenen tot het systeem.


6.2 Applicatiebeheer

Het applicatiebeheer zal binnen de staande organisatie worden uitgevoerd door de gemeente Spijkenisse.


6.3 Netwerkcapaciteit centrale gemeente

In het voorjaar van 2004 zal op basis van de vereisten van het te kiezen pakket een netwerkanalyse plaats gaan vinden. Vooralsnog wordt rekening gehouden met enige kosten van aanpassing van het netwerk.


7. Financiën
7.1 Verantwoording

Bij de uitwerking van de begroting in dit plan van aanpak is bewust ervoor gekozen de kosten maximaal in te ramen. Dit is gedaan, niet om zo duur mogelijk uit te komen, maar om voldoende speelruimte te realiseren voor mogelijke tegenvallers.

De personele kosten zijn gebaseerd op het maximum van de functionele schaal.

Voor alle secundaire kosten van huisvesting, energie e.v. is uitgegaan van het in Spijkenisse daarvoor gebruikelijke opslagpercentage.

Gezien het specifieke karakter zijn de vervoerskosten en de automatiseringskosten afzonderlijk geformuleerd.


7.2 Kosten

Ten behoeve van de jaarlijkse verantwoording en kostenbepaling (t.a.v. rekening en begroting), op basis van het (te ontwikkelen) rekenmodel maakt de gemeente Spijkenisse een afrekening / begroting.


Een kort overzicht van de begroting ziet er als volgt uit, gebaseerd op de geleverde informatie van alle gemeenten.





2003

2004

2005

2006

2007

tot. kosten

€ 20.000,-

€ 760.988,02

€702.003,02

€ 692.206,02

€692.206,02

subsidie

€20.000,-

€ 200.000,-

€90.000,-

€ 90.000,-

€0,-

tekort

€ 0,-

€ 560.988,02

€612.003,02

€ 602.206,02

€692.206,02

bruidsschat




€ 626.386,91

€626.386,91

€ 626.386,91

€ 623.86,91



















+/- saldo




- €65.398,89

- €14.383,89

-€24.180,89

€65.819,11


















De totale kosten vertegenwoordigen de primaire structurele kosten voor het samen­werkings­verband ISR (i.o.). Deze kosten minus de subsidie geven zicht op het tekort van het samenwerkingsverband ISR (i.o.). Dit tekort wordt aangevuld door wat in de tabel de ‘bruidsschat’ wordt genoemd, het bedrag wat de gemeenten nu besteden aan sociale recherche. Het saldo dat overblijft zijn de te verdelen kosten die op basis van het aantal uitkeringen over de 13 gemeenten moeten worden verdeeld.


Door de rijkssubsidie is een budgettaire neutrale operatie mogelijk, zoals in boven­staand overzicht is te zien. De “winst” in de eerste jaren dient hierbij gebruikt te worden om onvoorziene tegenvallers te financieren en/of om eventuele kosten­stijgingen in 2006 e.v. te compenseren. Meer en uitgebreide financiele informatie is in de bijgevoegde begroting opgenomen.
7.3 Verdeelsleutel

De te ontwikkelen verdeelsleutel voor de kosten in het samenwerkingsverband wordt gebaseerd op het aantal uitkeringen. De verdeelsleutel wordt berekend op basis van een bijdrage per gemeente berekend aan de hand van de cliëntenaantallen Abw (+Ioaw, Ioaz, WIK). Op termijn leidt dit tot een geleidelijke andere verdeling van de lasten. In de periode t/m 2006 is volledige dekking van de kosten voorzien door middel van subsidie +/+ huidige ramingen binnen de gemeenten.

Aangezien de cliëntenaantallen per gemeente jaarlijks schommelen is het noodzakelijk een goed prognosemodel te hanteren. Aangezien hierbij ook de effecten van de nieuwe Wet werk en bijstand meegenomen moeten worden, zal dit model pas in 2004 gerealiseerd kunnen worden.
7.4 Subsidiëring

In het kader van het oprichten van het samenwerkingsverband ISR heeft het ministerie € 20.000,- toegekend ten behoeve van het uitwerken van dit plan van aanpak inclusief een begroting.

Voor het opstarten van een samenwerkingsverband stelt het ministerie € 170.000,- beschikbaar, waarbij een extra subsidie van € 45.000,- verkregen wordt omdat het samenwerkingsverband binnen 1 arrondissement valt (tekst Tijdelijke Stimuleringsregeling Intensivering en Controle Abw, 2003). Voor de uitvoering van het plan is een totale subsidie mogelijk van € 400.000,-. Dit bedrag omvat de som van de bovenstaande bedragen, met daarbij opgeteld € 55.000,- subsidie, structureel over de jaren 2004-2005-2006, ten behoeve van de bruto salariskosten voor opsporing.
8. Communicatie

8.1 Stroomschema

Uitgangspunt is de aanwezige driehoeksconstructie (VPR - GO - BAR), met speciale aandacht voor de sociaal rechercheurs en de ondernemingsraad.

In principe wordt ieder concept voorbesproken in de beleidsgroep. Het conceptstuk wordt vervolgens aan alle gemeenten gezonden (medewerkers en sociaal rechercheurs). De beleidsgroep verwerkt elk commentaar.
De gerede stukken worden via de stuurgroep aan de wethoudersoverleggen voorgelegd en vervolgens ter vaststelling aangeboden aan de colleges.
8.2 Procedure

Route van de stukken



Beleidsgroep - sociaal rechercheurs/beleidsmedewerkers/hoofden 13 gemeenten - stuurgroep - 3 wethoudersoverleggen - colleges - raad - or.
zie ook totstandkomingsproces in hoofdstuk 2.







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina