Sébastien Baudart 2e licentie geschiedenis Eindverhandeling Stripverhalen in de Belgische dagbladpers



Dovnload 3.95 Mb.
Pagina1/158
Datum22.07.2016
Grootte3.95 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   158


Sébastien Baudart

2e licentie geschiedenis

Eindverhandeling

Stripverhalen in de

Belgische dagbladpers

(1945 - 1950)

Inventaris en politiek-maatschappelijke analyse


Vrije Universiteit Brussel

Faculteit Letteren en Wijsbegeerte

Vakgroep geschiedenis

Academiejaar 2002-2003

Promotor : Prof. Dr. E. Witte

Inhoudstafel




Inhoudstafel 2

Deel 1 : Inleiding 10

Deel 2 : Strips en Pers 15

I. Het Stripverhaal 15

1. Het probleem van een definitie 15

1.1. Talen en Tijden 15

1.2. Definities 16

2. Historiek 18

2.1. Stripgeschiedenis in een notendop 18

2.1.1. Ontstaan 18

2.1.2. Evolutie 19

2.2. België 20

2.2.1. Inleiding 20



2.2.2. Historisch Overzicht 21

2.3. Nederland 22

2.4. Frankrijk 22

3. Strips en communicatie 23

4. Strips en Politiek 23

II. De Pers 28

1. Algemeen 28

1.1. Historiek 28

1.2. 1945-1950 29

1.3. Typologie 30

1.4. Oplagecijfers 30

1.5. Functies van de pers 30

2. Strips in de pers 31

2.1. Historiek 31

2.2. Functie 31

Deel 3 :
Politiek-maatschappelijke context,
1945-1950 32


I. België 32

1. De Tweede Wereldoorlog : strijd, collaboratie en verzet 32

2. Politiek België na de oorlog 33

2.1. De naoorlogse regeringen 33

2.2. De politieke partijen en krachtverhoudingen 34

3. De Koningskwestie 35

3.1. Voorgeschiedenis 35

3.2. De blokkering 36

3.3. De figuren 36

3.4. De situatie zit muurvast 37

3.5. De volksraadpleging 38

3.6. Terugkeer en troonsafstand 40

4. De Repressie 40

4.1. Officiële en volksrepressie 41

4.2. Tempering en politieke factoren 42

5. Vlaamse en Waalse Beweging 43

5.1. Algemeen 43

5.2. De IJzertoren 44

6. Sociaal-economisch 45

6.1. De naoorlog : heropbouw, prijzen en lonen 45

6.2. De sociale zekerheid, de normale prijzen, de "kolenslag" en de belastingen 46

6.3. Huisvesting 47

6.4. Economische teruggang en devaluatie van de Belgische frank 47

7. Dagelijks leven 48

8. België en de buitenlandse politiek 48

8.1. Internationale samenwerking 48

8.2. De Benelux 49

8.3. De Verenigde Naties & Bretton Woods 49

8.4. Het Marshallplan en de blokvorming 49

8.5. Pact van Brussel, Westerse Unie en Navo 50

8.6. De Raad van Europa en de EGKS 50

8.7. De Verenigde Staten, Congo en het uranium 50

8.8. België en de Sovjetunie 51

8.9. De invloed van het buitenland op België 51

8.10. De KPB en de Koude Oorlog 52

II. Nederland 53

III. De Wereld 54

1. De Tweede Wereldoorlog 54

2. De Koude Oorlog 55

2.1. De conferenties en de verslechtering van de relaties 55

2.2. Blokken tekenen zich af 55

2.3. Trumandoctrine, Marshallplan en verdere Russische blokvorming 56

2.4. Duitsland en Berlijn 56

2.5. De atoombom 57

2.6. Anticommunisme en McCarthysme 57

2.7. Joegoslavië, China en Korea 58

2.8. Dekolonisatie 59

Deel 4 :
Stripverhalen in de Belgische dagbladpers 1945-1950,
Het onderzoek
59



59


I. Inleiding 59

1. Selectie van het onderzoeksmateriaal 60

1.1. 23 kranten 60

1.2. De oplages 61

1.3. Het onderzoek zelf 62

1.4. Definities 62

1.5. De verdere tekst 63

1.6. Waarschuwingen 64

2. Typologie van de gepubliceerde strips 64

2.1. Publicatiefrequentie en verhaalsoorten 64

2.2. De tekst 65

2.3. Stijlen en genres 66

3. De Agentschappen, een korte voorstelling 66

3.1. Opera Mundi 67

3.2. De Marten Toonder-Studio's en Anton De Zwaan 67

3.3. Stripfilm 69

3.4. Andere 69

3.5. De Artec-Studio's en Standaard Boekhandel 69

II. De kranten 70

1. Het Laatste Nieuws 70

1.1. Historiek en Situering 70

1.2. Strips uit Nederland, de VS en Scandinavië 70

1.2.1. Rikske en De Schepter 70

1.2.2. Hans G. Kresse en Eric de Noorman 71

1.2.3. Steve Canyon en Walt Disney 72

1.2.4. Marten Toonder en zijn Panda 73

1.2.5. Optimist, Adamson en Het hoekje voor de jeugd 74



1.3. Besluit 74

2. Gazet van Antwerpen 76

2.1. Historiek en Situering 76

2.2. Walt Disney, Mik, Marten Toonder en Maz 76

2.2.1. De overijverige medewerkers 76

2.2.2. Kappie, de betweterige kapitein 77

2.2.3. Dick Bos, Nederlandse pulp 78



2.3. Besluit 79

3. Le Matin 80

3.1. Historiek en Situering 80

3.2.Strips voor Franstalig Vlaanderen 80

3.2.1. Gagstroken bij de vleet 80

3.2.2. De Marsianen vallen aan 81

3.2.3. Radio Patrol : de politie, uw vriend 82



3.3. Besluit 83

4. Volksgazet 83

4.1. Historiek en situering 83

4.2. Mickey Mouse en Soldaat Fa Sido 84

4.2.1. Verhalen uit de jaren 1930 84

4.2.2. Het IJzeren Masker, Mickey Mouse als redder van de democratie 86

4.2.3. Fa Sido, de domste soldaat van het Belgisch leger 88



4.3. Besluit 89

5. Het Belang van Limburg 90

5.1. Historiek en situering 90

5.2. "Limburgsche vervolgverhalen" 90

5.2.1. Nantje en Jetje 90

5.2.2. De Stradivarius en de Jood 93

5.2.3. Agentschappen 94



5.3. Besluit 94

6. Le Soir 94

6.1. Historiek en Situering 94

6.2. De strips van Le Soir 95

6.2.1. De eerste strips 95

6.2.2. Cappi 95

6.2.3. Steve Canyon en de oorlog 96

6.2.4. Disney-verstrippingen 97

6.2.5. Eric, l'homme du Nord, Le petit roi, Rasmus en Roy Rogers 97

6.2.6. Pour les enfants 98

6.3. Besluit 98

7. De Nieuwe Standaard / Het Nieuwsblad 100

7.1. Historiek en situering 100

7.2. De doorbraak van Vandersteen 101

7.2.1. Rikki, Wiske, Suske en de Snoeks 101

7.2.2. Willy Vandersteen 102

7.2.3. Suske en Wiske bij De Nieuwe Standaard 102

7.2.4. Politiek in Suske en Wiske 103

7.3. De Verhalen 103

7.3.1. Rikki en Wiske, op spionnenjacht in Chocowakije 103

7.3.2. Op het eiland Amoras : strijd, vergevingsgezindheid, de beschaving en andere verwijzingen 106

7.3.3. De Sprietatoom : uitvindingen en vrede 109

7.3.4. De vliegende aap 110

7.3.5. De Zwarte Madam : Gutt, terrorisme, repressie en verkiezingen 116

7.3.6. Vandersteen en politiek in De Nieuwe Standaard 135

7.4. Besluit 135

8. De Nieuwe Gids / 't Vrije Volksblad 136

8.1. Historiek en situering 136

8.2. De Krantenoorlog 137

8.2.1. Het verlies van Vandersteen 137

8.2.2. Marc Sleen, Hergé en Donald Duck 138

8.3. De avonturen van Detectief Van Zwam 139

8.3.1. Nero als krantenstrip 139

8.3.2. Marc Sleen 139

8.3.3. De aanwezigheid van Nero in de krant 140



8.4. De Matsuoka-trilogie : het gele gevaar 141

8.5. De Koningskwestie 143

8.5.1. De Hoed van Geeraard de Duivel … of van Spaak ? 143

8.5.2. De duivelse socialisten 145

8.5.3. Indië als metafoor voor België 146

8.5.4. De volksraadpleging 147

8.6. De erfenis van Nero, Moea-Papoea en co : de Koude Oorlog 148

8.6.1. De erfenis van Nero 148

8.6.2. Russen en Amerikanen 150

8.6.3. Moea-Papoea : spionage en atoombommen 150

8.6.4. Russen, propaganda en IJzeren Gordijnen 151

8.6.5. Atoomplannen en atoombommen 152

8.6.6. België en het gezond verstand 153

8.6.7. De Koude Oorlog in andere verhalen 154



8.7. Politieke elementen 154

8.7.1. De zorgen van alledag : de belastingen, de tram, de dokters … 154

8.7.2. Politici en verkiezingen 155

8.7.3. Politie, gevangenissen en corruptie 156

8.7.4. Collaboratie, repressie, oorlog en vaderland 156

8.7.5. De Benelux 157

8.7.6. Blanken, inlanders en de beschaving 157

8.7.7. Taaltoestanden 158

8.7.8. De mens 158

8.8. Sleen en politiek 159

8.9. De Scepter van Ottokar 160

8.9.1. Hergé 160

8.9.2. De Scepter 161

8.9.3. Een verhaal dat actueel blijft 162



8.10. Besluit 164

9. De Standaard / Het Nieuwsblad 165

9.1. Historiek en situering 165

9.2. Het stripbeleid van de Standaardgroep 166

9.2.1. Eerst Het Nieuwsblad … 166

9.2.2. … dan De Standaard 167

9.2.3. De gedeelde Vandersteen 167

9.2.4. Vandersteen exclusief 167

9.2.5. Extra's in Het Nieuwsblad 168



9.3. Politieke verhalen … 168

9.3.1. De Koning Drinkt 169

9.3.2. "De Bokkerijder" … of is het "De Collaborateur" 171

9.3.3. De Mottenvanger, of de oorlogstheorie 174

9.3.4. Lambiorix, of de koning is weg 179

9.3.5. De Stalen Bloempot 182

9.3.6. De Witte Uil 185

9.4. … en politieke elementen 186

9.4.1. Benelux, Marshallplan, VN 186

9.4.2. Belastingen 187

9.4.3. De Koningskwestie 187

9.4.4. De IJzertoren, taaltoestanden en andere Vlaamse elementen 188

9.4.5. Niet heel Vlaanderen zat in de collaboratie 189

9.4.6. Officiële en andere prijzen 189

9.4.7. Politici, verkiezingen en wetten 190

9.4.8. Politieagenten, ambtenaren en stakende arbeiders 191

9.4.9. Geld 192

9.4.10. Godsdienst en katholieke geest 192

9.4.11. Oorlog 193

9.4.12. Beschaving 193

9.4.13. De staat van de wegen, compassiebons, het bewijs van burgertrouw en andere alledaagsheden … 194

9.4.14. Rusland en Amerika 195

9.4.15. … en de rest 195



9.5. Vandersteen en de politiek 195

9.6. Besluit 197

10. La Wallonie 197

10.1. Historiek en situering 197

10.2. Nos feuilletons illustrés 198

10.2.1. Mandrake & Annie 198

10.2.2. De Belgische toer op 198

10.2.3. Terug naar de agentschappen 199



10.3. Les Aventures de Folichon dans la Résistance 201

10.3.1. De bloedige avonturen van een verzetsstrijder 201

10.3.2. Fritz, Karl, Wilhelm en Co 202

10.3.3. Hoe maak ik een Duitser onschadelijk ? 204

10.3.4. Superheld Folichon en de geallieerden 205

10.3.5. Folichon, La Wallonie en het verzet 205



10.4. Besluit 206

11. De Nieuwe Gazet 208

11.1. Historiek en Situering 208

11.2. Van "kinderverhalen naar "Geïllustreerde verhalen" 208

11.2.1. "Ons kinderverhaal" 208

11.2.2. Over dodende wolken, goudzoekers en kapoentjes 209

11.3. Besluit 210

12. Le Drapeau Rouge 211

12.1. Historiek en situering 211

12.2. Een beloftevolle start die op niets uitdraait 212

12.2.1. Les Trafiquants de Tchoung-King 212

12.2.2. Sporadische strippublicaties 214

12.3. "La vie héroïque du colonel Fabien" 214

12.3.1. De Feiten 215

12.3.2. Het Verhaal 216

12.3.3. Hagiografische propaganda 218



12.4. Besluit 219

13. De Ro(o)de Vaan 220

13.1. Historiek en situering 220

13.2. Een merkwaardige strippolitiek 220

13.3. Boon en Roggeman maken een strip 221

13.3.1. Louis Paul Boon en Maurice Roggeman 221

13.3.2. Boon en het communisme 222

13.3.3. Boon en Roggeman op De Roode Vaan 223

13.3.4. Proleetje en Fantast 223

13.3.5. Proleetje en Fantast in het land van Koning Trust 225

13.3.6. Proleetje en Fantast Globetrotters 229

13.4. Besluit 233

14. La Dernière Heure 235

14.1. Historiek en situering 235

14.2. Over Egypte, spionnen en detectives 235

14.2.1. Le Secret du Mastaba 235

14.2.2. Monsieur Moustache, L'agent secret X 9 en Buffalo Bill 236

14.2.3. Monsieur Cro 236

14.2.4. Pour les jeunes 237

14.3. L'agent secret X-9 238

14.3.1. Een Amerikaans geheim agent 238

14.3.2. Misdaad en geweld 238

14.3.3. Oorlog en desertie 240

14.3.4. Nazi's en atoomgeheimen 240

14.3.5. Buitenlandse spionnen … 241

14.3.6. … en buitenaardse wezens 243

14.3.7. De vijfde colonne en de buitenlandse dreiging 245



14.4. Besluit 246

15. Het Nieuws van den Dag / 't Vrije Volksblad 247

15.1. Historiek en situering 247

15.2. Nederland 247

15.3. 't Vrije Volksblad 249

15.3.1. De overname 249

15.3.2. Het fenomeen Marc Sleen 249

15.4. Luc Droek en Raf Van Dijck in stripland 250

15.4.1. De interim 250

15.4.2. De avonturen van Kwik en Filidoor : Anna Bouzilowna 251

15.4.3. Ruzië, België en de zevende kolonne 253

15.4.4. Klawieter, de strijd om het uranium : spionnen, uranium en grappen 256

15.4.5. De opvolging : Tijl Uilenspiegel en Aram van de Eilanden 258



15.5. Vlaamse helden 261

15.5.1. De terugkeer van Tijl Uilenspiegel 261

15.5.2. Pittler en zijn Zonnebrillen 268

15.5.3. De voorbereiding van de storm 279

15.5.4. Bob De Moor ontsluierd 284

15.5.5. Speek, de IJzertoren en de Slag der Valse Gebitten 288

15.5.6. De redders van Vlaanderen 338

15.6. Besluit 365

16. La Libre Belgique 368

16.1. Historiek en situering 368

16.2. Stripreeksen volgen elkaar op 371

16.2.1. De eerste strips 371

16.2.2. Jimpy, de kleine tovenaar 381

16.2.3. Panda, Goliath, MacNib en Arsène Lupin 398

16.2.4. La Libre Junior 400

16.3. Mac Nib 405

16.3.1. Avonturen van een Engelse detective 405

16.3.2. Fritzmarck en co 415

16.4. Besluit 424

17. Vooruit 424

17.1. Historiek en situering 424

17.2. Strips uit Nederland, België, Frankrijk en Engeland 426

17.2.1. Voor vrouw en kind 426

17.2.2. Strips in de krant 437

17.3. Bim in de Koude Oorlog 446

17.3.1. Hypnose onder nul 450

17.3.2. Bim's Wereldreis 474

17.3.3. De verborgen vallei 502



17.4. Besluit 503

18. La Lanterne 504

18.1. Historiek en situering 504

18.2. Van valse start tot stripkrant 510

18.2.1. Er zeer vroeg bij 510

18.2.2. Le petit Bob zorgt voor de interim 515

18.2.3. La Lanterne herpakt zich 517

18.2.4. Zes à zeven reeksen per dag 531

18.2.5. Veel is niet genoeg 547

18.2.6. Ohé les jeunes 555

18.3. Besluit 560

19. Het Volk 561

19.1. Historiek en situering 561

19.2. De strips van Het Volk 564

19.3. Thomas Pips 565

19.3.1. Buth, Flanders en Pips 565

19.3.2. De Flanders-verhalen : vliegende schotels en Mysteras 566

19.3.3. Terwijl Pips naar de ronde is … 567

19.3.4. De inbreng van Lod. Lavki 567

19.3.5. Het wondere wapen van Thomas Pips 569

19.3.6. De nieuwe ontdekking van Thomas Pips 572

19.4. Bazielken 573

19.4.1. Rik Clément 573

19.4.2. Een jongen uit Semmerzake 573

19.4.3. Bazielken in Amerika 574

19.4.4. Bazielken redt de frank 576

19.4.5. Bazielken en het levenselixir 579

19.4.6. Bazielken, de held van Mato Grosso 579

19.4.7. La patrie, de prince-régent, Amerikaanse dollars en andere verwijzingen 585



19.5. Tom Poes 586

19.5.1. Marten Toonder 587

19.5.2. Tom Poes en de maatschappij 588

19.5.3. De wereld van Tom Poes 588

19.5.4. Tom Poes en de talisman, de "uitschuiver" 590

19.5.5. Politici, Gorganisten en communisten 592



19.6. De komst van Marc Sleen 594

19.7. Ons Kindervolkje 594

19.8. Besluit 595

20. Le Peuple 595

20.1. Historiek en situering 595

20.2. Strips uit België, Nederland en de VS 596

20.2.1. Donald Duck 596

20.2.2. Tenas & Rali laten Pierre Azur opstijgen 596

20.2.3. Annie, nog altijd op de dool 597

20.2.4. Tom Pouce et Monsieur Bommel 598

20.2.5. Les Jeunes : Histoire illustrée des travailleurs 598



20.3. Besluit 599

21. La Métropole, La Flandre Libérale
& L'écho de la Bourse 599


21.1. Historiek en Situering 599

21.2. Striploze kranten 599

III. Algemene beschouwingen 600

1. De publicatie van de strips 600

1.1. Plaats en omvang van de strips in de krant 600

1.2. Vertaling, lettering en remontages 600

1.3. Stoppen van reeksen 602

1.4. Exclusiviteit 602

1.5. Aantal stroken per aflevering 603

1.6. Oorspronkelijke publicatie van de verhalen 603

1.7. Fouten bij de publicatie 604

2. "Vandaag begint ons nieuw tekenverhaal" : aankondigingen 604

2.1. Terminologie 605

2.2. Aantal 606

2.3. Plaatsing, formaat, tekstlengte en uitzicht 606

2.4. De auteur 607

2.5. Inhoud van de teksten 607

2.6. Exclusiviteit 609

2.7. De doelgroep 609

2.8. Politiek 610

2.9. Andere elementen die af te leiden zijn 610

2.10. Het opstellen van deze teksten 610

3. Albumuitgaven 611

3.1. Het publiceren van albums 611

3.2. Advertenties 611

4. "Laat U niet beetnemen" : de campagne voor de normale prijzen 612

5. Het stripbeleid van de Belgische kranten 612

5.1. Het stripbeleid aan de hand van cijfers 612

5.1.1. Het totaal aantal stripstroken per krant 612

5.1.2. De landen van oorsprong en de posities van de agentschappen 614

5.1.3. Stijlen 614

5.1.4. De tekst 614

5.1.5. Publicatiefrequentie 615



5.2. Een korte vergelijking met de jaren dertig 615

5.3. Belgisch en origineel materiaal 616

5.3.1. Algemeen 616

5.3.2. Vandersteen en zijn "opvolgers" 617

5.3.3. De relatie tussen de kranten en de stripauteurs 617

5.3.4. Gebrek aan samenwerking en verzuiling 618

5.4. Het starten van de strippublicaties 619

5.5. De jeugdpagina's 619

6. Genres, stijlen en uitzicht van de strips 619

7. Politieke elementen 620

7.1. Typologie 621

7.2. Politiek en vertelstijl 621

7.3. Binnen- en buitenlands materiaal 622

7.4. De Tweede Wereldoorlog : de strijd, het verzet en de Duitsers 622

7.4.1. De Duitsers 622

7.4.2. Het verzet 622

7.4.3. De geallieerden 622

7.4.4. Verwijzingen naar de oorlog 623

7.4.5. De Duitsers na de oorlog 623

7.4.6. Oorlog in het algemeen 623

7.4.7. Beschaving ? 623

7.4.8. Joden ? 624

7.5. De Koude Oorlog 625

7.5.1. Beeldvorming van Russen en van de Sovjetunie 625

7.5.2. Beeldvorming van de Verenigde Staten 627

7.5.3. De Koude Oorlog volgens de VS 627

7.5.4. De Koude Oorlog volgens Europeanen 627

7.5.5. Spionnen en Russische bendes 628

7.5.6. Amerikaans voedsel en Anti-Amerikanisme 628

7.5.7. De Verenigde Staten als bondgenoot van België 628

7.5.8. Communisme en anticommunisme 628

7.5.9. De tijd van (gevaarlijke) uitvindingen en van de atoombom 629

7.5.10. Houding ten opzichte van de atoombom en andere gevaarlijke uitvindingen 629

7.5.11. De rol van uranium en de plaats van België in de wereld 630

7.5.12. Het Gele Gevaar 630

7.6. Democratie 630

7.7. Maatschappelijke kwesties en misdaadpreventie in de VS 631

7.8. De politie 631

7.9. Instellingen 631

7.10. Dekolonisatie 631

7.11. De Koningskwestie 631

7.12. De politieke tegenstanders van de katholieken 632

7.13. Politieke en militaire leiders 633

7.14. De repressie 633

7.15. Taaltoestanden 635

7.16. Godsdienst en Vlaanderen 635

7.17. Belgisch patriottisme 635

7.18. Wetten en politieke maatregelen 635

7.19. Alledaagse thema's 636

7.20. Reacties op politieke standpunten 636

7.21. Het probleem van de concentratie in de Vlaamse katholieke pers 636

7.22. Politieke inhoud en land van oorsprong 636

7.23. Waarom komen er in bepaalde verhalen wel politieke elementen voor en in andere niet ? 637

Deel 5 : Besluit 639

Deel 6 : Bibliografie 642

Deel 7 : Inventaris 654

I. Werkwijze 654

II. Inventaris 654

1. Het Belang van Limburg 654

2. La Dernière Heure 655

3. Le Drapeau Rouge 658

4. Gazet van Antwerpen 659

5. Het Laatste Nieuws 661

6. La Lanterne 666

7. La Libre Belgique 668

8. Le Matin 672

9. De Nieuwe Gazet 673

10. De Nieuwe Gids 674

11. De Nieuwe Standaard 676

12. Het Nieuws van den Dag 677

13. Le Peuple 679

14. De Ro(o)de Vaan 681

15. Le Soir 682

16. De Standaard 688

17. Het Volk 690

18. Volksgazet 693

19. Vooruit 694

20. La Wallonie 697


Deel 1 : Inleiding
Stripverhalen in de Belgische dagbladpers 1945-1950, inventaris en politiek-maatschappelijke analyse. Een lange titel, voor een redelijk breed thema. In deze verhandeling worden namelijk een reeks aspecten in verband met strips in de Belgische dagbladpers behandeld, en dit voor de directe naoorlogse periode.
Het thema "strips" voor deze verhandeling stond redelijk snel vast. Het is namelijk een onderwerp dat mij al jaren interesseert en zelfs intrigeert, en waarover al bij al weinig uitgebreid onderzoek gedaan wordt, maar hierover verder meer.

Het onderzoeksthema moest natuurlijk meer gepreciseerd worden, en na enig wikken en wegen heb ik uiteindelijk geopteerd voor de dagbladpers. De kranten zijn om verschillende redenen interessant : ze richten zich tot een zeer breed publiek (de krantenlezers) en dus hebben de strips die erin gepubliceerd worden een zeer groot (potentieel) bereik. Iedereen die één of meerdere kranten koopt, krijgt de strips onder ogen, en heeft dus de mogelijkheid ze te lezen. Of dat ook daadwerkelijk gebeurt, is natuurlijk een andere zaak. Ook belangrijk is dat er zich onder dat potentieel publiek een zeer grote groep volwassenen bevindt.

Een tweede reden waarom krantenstrips zo interessant zijn, is dat ze door hun omgeving (de krant en haar nieuwsfeiten) gemakkelijk een maatschappelijke inhoud krijgen. En tenslotte is het onderwerp, op enkele uitzonderingen na, nog zeer weinig bestudeerd. In Vlaanderen is er grote aandacht voor de krantenstrips van Willy Vandersteen en Marc Sleen en in mindere mate van Bob De Moor en Buth, maar daar blijft het ook meestal bij. En daar deze allemaal in de katholieke pers publiceerden, is er in de literatuur weinig of niets terug te vinden over de liberale, socialistische en communistische pers. Hetzelfde voor de Franstalige pers : Franstalige onderzoekers richten zich bijna uitsluitend op de stripweekbladen. Het opvullen van deze lacune is dan ook één van de bedoelingen van deze studie : nagaan wat er in de dagbladpers qua strips gepubliceerd werd en tonen dat er veel meer (ook qua Belgische producties) te vinden is dan Sleen en Vandersteen.
En hieruit blijkt onmiddellijk de relevantie van het onderwerp op striphistorisch vlak. Krantenstrips spelen een belangrijke rol in de stripgeschiedenis, maar worden te weinig onder de aandacht gebracht.

Naast de striphistorische relevantie, is er natuurlijk ook de maatschappelijke relevantie. In het voorwoord van de bundel "Strips, een evocatie van de Middeleeuwen", beschrijft Rafaël De Keyzer strips als "een rijke bron voor mentaliteitsgeschiedenis". Net als andere fictiewerken zoals de film of de literatuur worden strips gemaakt door bepaalde mensen voor een bepaald publiek en worden er dus via dit medium, bewust of onbewust, mentaliteiten, opvattingen, normen, waarden, … doorgegeven.1 Strips zijn ook producten van hun tijd. Op die manier worden ook allerlei tijdsgebonden elementen doorgegeven.2 Door de inhoud van strips kan men dus veel leren over de maatschappij en de periode waarin ze geproduceerd werden.


De keuze van deze periode viel al snel op de onmiddellijke naoorlog, meer bepaald op de jaren 1945-1950. Dit om verschillende redenen, die zich weer zowel op striphistorisch als op maatschappelijk vlak bevinden. Laten we beginnen met het striphistorische aspect. Die enkele naoorlogse jaren zijn zeer interessant omdat ze voor een nieuwe dynamiek op stripvlak zorgden, na de "breuk" van de Tweede Wereldoorlog. In de geschiedenis is het zeer moeilijk én gevaarlijk om te spreken van breuken, maar hier is deze breuk wel degelijk aanwezig. Door de oorlog, en vooral tegen het einde ervan, viel het publiceren van strips in de pers volledig stil. De pers zelf draaide onder andere door de papierschaarste op een heel laag pitje, en daarin was geen plaats voor de ontspanning die strips in de pers horen te zijn. Langzaam aan moest alles terug opgebouwd worden. Ten vroegste op het einde van 1944 probeerde een enkeling onder de kranten de publicatie van strips te hervatten. Ook Rik Clément, in de betrokken periode werkzaam bij Het Volk als tekenaar en journalist, spreekt van een duidelijke breuk : "Het was een zeer interessante periode, omdat alles van nul af aan weer moest begonnen worden."3

Deze nieuwe beginsituatie maakt het onderwerp niet alleen interessant, maar ook gemakkelijker om aan te pakken. Het is namelijk mogelijk om die nieuwe evolutie vanaf het prille begin te volgen.

En op maatschappelijk vlak valt de keuze van deze periode natuurlijk gemakkelijk te verdedigen. De onmiddellijke naoorlog was op maatschappelijk vlak een zeer rijke periode, waarin België en de wereld met allerlei problemen en nieuwe ontwikkelingen geconfronteerd werden. De repressie, de Koningskwestie, de economische heropbouw, het herschikken van de politieke krachtverhoudingen, de doorbraak van de communisten, het begin van de Koude Oorlog en de ontdekking van de atoombom zijn daar maar enkele voorbeelden van.
Dezelfde tweedeling is ook van toepassing op het onderzoek zelf, dat eigenlijk uit twee grote onderdelen bestaat, die in elkaar overvloeien. Allereerst het stripverhaal op zich, met andere woorden : wat is het stripbeleid van de bestudeerde kranten ? Welke strips worden in deze kranten gepubliceerd ? Wat wordt er als een strip beschouwd ? Hoe worden ze benoemd ? Hoe zien die strips eruit ? Zijn de gepubliceerde strips ballon- of ondertekststrips ? Van waar zijn deze strips afkomstig ? Worden er veel Belgische verhalen gepubliceerd of zoekt men zijn toevlucht bij Amerikaanse agentschapstrips ? Hoeveel strips publiceerde zo'n krant dagelijks ? Zijn er verschillen merkbaar naargelang het doelpubliek en de strekking van de krant ? Hoe gaat zo'n krant om met strips ? Wat is de bedoeling van het publiceren van strips ? Wat is het doelpubliek ? Hoe worden de strips aan de lezers "verkocht" ? Worden de strips gebruikt als verkoopsargument ? En hoe zit het met de relaties tussen krantenredacties en tekenaars of agentschappen ? En meer algemeen : wat was het belang van het medium "strip" in de betrokken periode ? Op al deze en andere vragen zal geprobeerd worden een antwoord te formuleren.

Een tweede onderzoeksdeel richt zich dan op de politiek-maatschappelijke inhoud van die strips. Met andere woorden : hebben de strips in de krant naast een ontspanningsfunctie ook een "opiniëringsfunctie". Proberen de kranten via de strips politieke standpunten over te brengen op hun lezers ? Hoe gebeurt dat dan ? Welke onderwerpen komen aan bod ? Welke kranten maken hiervan gebruik ? Welke auteurs verwerken politieke onderwerpen in hun verhalen ? In welke mate zijn de gepubliceerde strips producten van hun tijd.

En zijn er, vanuit het eerste of het tweede deel, verbanden te leggen tussen bepaalde kenmerken van de strips en bepaalde kenmerken van de kranten. Met andere woorden : bestaat er een verband tussen de doelgroep, strekking, oplage van een krant en het soort strips dat gepubliceerd wordt ?

Ook lag het bij dit onderzoek in mijn bedoeling de stripproductie van de periode 1945-1950 vanuit de tijd zelf te beschrijven. Veel te vaak wordt namelijk vertrokken van de huidige situatie, en wordt bij het beschrijven van het stripverleden de grootste nadruk gelegd op "grote auteurs" of auteurs die nu nog bekend zijn. Andere auteurs en stripreeksen krijgen weinig of geen aandacht.4 Ik heb dan ook geprobeerd de aandacht zo evenwichtig mogelijk te verdelen, al is dat door de ongelijk verdeelde literatuur niet altijd mogelijk. Er zijn echter twee uitzonderingen : strips die in de krant zeer veel aandacht kregen, werden "bevoordeeld", net als Belgische producties. Dat laatste ligt voor de hand, omdat het meestal om originele producties gaat, die vaak in opdracht van de krant geschreven en getekend werden. De wisselwerking tussen de krant en de auteur is daar dan ook het grootst.

Bij de bespreking van de politieke inhoud was de omvang van deze natuurlijk bepalend voor de eraan te schenken aandacht.
Natuurlijk geen onderzoek zonder bronnen. De bronnen zijn hier vooral de kranten zelf, en dit op verschillende manieren. Allereerst de gepubliceerde strips : op die manier kan achterhaald worden wat er gepubliceerd werd en hoe. Ook voor het politieke aspect zijn de verhalen natuurlijk de hoofdbron. Een tweede "bron" uit de krant bestaat uit de aankondigingen. Deze korte (en soms minder korte) teksten kondigden het begin van een nieuw verhaal aan. Hoewel hiermee moet opgelet worden omdat ze met promotiedoeleinden opgesteld zijn, kunnen ze toch veel bijleren over hoe de krant met haar strips en haar lezers omging.5

Voor het overige werd er gesteund op literatuur : gepubliceerde interviews, (auto)biografieën, biografische nota's, monografieën over tekenaars en kranten, naslagwerken over strips, eindverhandelingen, artikels uit striptijdschriften6, enz.

Ook werden enkele getuigen gecontacteerd : stripauteurs Rik Clément en Anne-Marie Prijs, en journalist Pierre Stéphany bezorgden mij een antwoord, waarvoor dank.

Er werd bij dit onderzoek geen gebruik gemaakt van archieven. Natuurlijk zou dit zeer interessant zijn en het onderzoek vollediger maken, maar tijdsgebrek liet opzoekingen in die zin spijtig genoeg niet toe. Het is meer dan waarschijnlijk ook een werk van zeer lange adem om krantenarchieven na te pluizen op zoek naar stripgerelateerde informatie. Als die al bewaard gebleven is … Enkele archiefcentra en stripspecialisten werden gecontacteerd, maar niemand kon mij enige aanwijzingen in die zin geven. Natuurlijk zijn er ook de "privé-archieven" van stripauteurs, maar daar stelt de toegankelijkheid zware problemen.


Wat de literatuur betreft : over het thema krantenstrips is zeer weinig literatuur te vinden. In Frankrijk heeft een ploeg onder leiding van Alain Beyrand7 een poging gedaan om een catalogus samen te stellen van Franse krantenstrips uit de Franse pers, maar veel meer dan een opeenvolging van voorbeeldstroken8 is dit boekje niet. Ook werden enkele verhandelingen gevonden, die echter niet veel bijgebracht hebben aan dit onderzoek. In "Evolution et thématique de la bande dessinée dans 5 journaux quotidiens belges (La Meuse, Le Soir, La Libre Belgique, La Dernière Heure, Le Peuple) de 1945 à 1979"9 geeft Michel Colot een overzicht van de evolutie van de strips in deze vijf Franstalige kranten. Hij maakt daarbij gebruikt van steekproeven : om de vijf jaar heeft hij één week van deze kranten qua stripinhoud geïnventariseerd en weergegeven in tabellen. Veel meer dan die tabellen is er in die verhandeling dan ook niet te zien. En de verhandeling over Le Soir van Florence Larbalestrier bestaat niet uit veel meer dan lijsten met data en strooknummers.10

Algemeen gezien is er redelijk veel literatuur over strips voorhanden, maar de onderwerpen daarvan zijn niet gelijk verdeeld. Heel wat werken vertellen voor de zoveelste keer de stripgeschiedenis in een notendop en brengen eigenlijk niets nieuws aan. En heel wat werken gaan altijd over dezelfde bekende auteurs. Dat is natuurlijk zeer praktisch als men informatie zoekt over bijvoorbeeld Hergé of Willy Vandersteen, maar als men meer wilt weten over minder bekende auteurs, ligt de zaak heel wat moeilijker.

Ook een probleem is het feit dat de stripliteratuur ontstaan is als een product van een groep "liefhebbers" en journalisten, en dat deze mensen zeer vaak te werk gaan zonder enige vorm van bronvermelding. Wat ze schrijven is dan ook niet na te trekken, en vaak blijft het bij het herkauwen van eerder gepubliceerde informatie.

De laatste jaren is er wel een beweging op gang gekomen van werken die steunen op origineel onderzoek en auteurs die hun bronnen vermelden. Voorbeelden zijn de Hergé-biografieën van Pierre Assouline11 en Benoît Peeters12, de korte biografie over Jacques van Melkebeke door Benoît Mouchart13 en de gepubliceerde doctoraatsthesis van Thierry Crépin, "La moralisation de la presse enfantine 1934-1954" 14. Ook zeer positief is de toename van het aantal interviewbundels, die dan als bron kunnen gebruikt worden. En tenslotte moet nog het tijdschrift Brabant Strip Magazine vermeld worden, waarvan een aantal medewerkers de laatste jaren enkele zeer goede artikels afgeleverd hebben, onder andere over Willy Vandersteen15 en Belgische tekenaars in de collaboratiepers16.

Het gebrek aan goede literatuur is zeer lastig, vooral voor het aspect van de achtergrondinformatie. Tim Janssens, auteur van een studie over "De Bommelstrip van Marten Toonder"17, merkte het al op in verband met zijn specifiek onderwerp : over de contracten tussen Toonder en zijn studio en kranten en weekbladen tijdens de naoorlogse periode, is er zeer weinig geweten of geschreven : "Zelf vonden we het merkwaardig dat we nergens een studie hebben gevonden, waarin de relatie tussen de krant, de aanwezigheid van stripverhalen erin en de krantenlezers onderzocht wordt. Nochtans lijkt het ons niet uit de lucht gegrepen om te zeggen, dat stripverhalen een middel kunnen zijn om lezers aan een krant te binden."18

De schaarse literatuur over krantenstrips heeft ook als gevolg dat dit onderzoek eigenlijk vooral op zichzelf staat. Vergelijkingsmateriaal uit andere periodes of landen heb ik niet kunnen terugvinden.


Hoe het onderzoek precies aangepakt werd, hoe de selectie van de kranten gebeurde, wat er onder een "politiek verhaal" verstaan wordt, en hoe tewerk gegaan werd voor de analyse van de politiek geladen verhalen wordt uiteengezet in de inleiding van het derde deel.
En hiermee zijn we beland aan de structuur van deze verhandeling. Het eerste deel heeft als titel "Strips en Pers" en behandelt kort deze twee media. Na een definiëring van wat een "stripverhaal" precies inhoudt, wordt een kort historisch overzicht van het medium gegeven, waarna er ingegaan wordt op de interactie tussen strips en politiek. Het pers-gedeelte bestaat uit een korte historiek, een overzicht van de Belgische perssituatie na de Tweede Wereldoorlog en een afsluitend deeltje over strips in de pers.

Het tweede deel bestaat uit een beknopte contextschets. Op basis van de literatuur worden de ontwikkelingen in België en de wereld kort weergegeven. Wel moet gezegd worden dat dit overzicht geschreven is naar de inhoud van de politieke verhalen toe. Elementen die in de bestudeerde strips aan bod komen, krijgen meer aandacht dan ontwikkelingen die in de verhalen niet aan bod komen.

Het derde deel bestaat dan uit het onderzoek zelf. Eerst wordt in een inleidend hoofdstuk de werkwijze uit de doeken gedaan, waarna een overzicht, krant per krant, volgt. Na een korte situering van de krant wordt er ingegaan op de gepubliceerde strips, en op de eventuele politieke inhoud van de verhalen. Maar zoals al gezegd, meer hierover in de inleiding van het derde deel. Als slot van dat derde deel is ook een vergelijkend hoofdstuk opgenomen, waarin enkele onderwerpen (waaronder de aankondigingen) algemeen behandeld worden en waarin ik geprobeerd heb de ontwikkelingen in de verschillende kranten met elkaar te vergelijken, met elkaar in verband te brengen, om zo een algemeen beeld te krijgen van de "strips in de Belgische dagbladpers".

Als afsluiters van deze studie zijn nog een bibliografie met alle gebruikte bronnen en werken, en als bijlage een inventaris van alle teruggevonden strips opgenomen. Bij de vermelding van de kranten in de bibliografie zijn ook de afkortingen terug te vinden die voor verwijzingen in voetnoot gebruikt worden.

Tot slot nog even vermelden dat deze versie van mijn verhandeling een tekstversie is zonder illustraties. Mijn excuses voor verwijzingen in de tekst naar deze illustraties.
En natuurlijk mag hier het traditionele dankwoordje niet ontbreken. Worden bedankt voor hun hulp en/of hun antwoorden op brieven en e-mails : Anne-Marie Prijs, Rik Clément, Pierre Stéphany, Pascal Lefèvre, Philippe Mouvet, Thierry Martens, Henri Christiaen, Philippe Goddin, Patrick Vranken, Alain Van Passen, Serge Algoet, Erik Kresse, Jef Nuwanda, Nicole Heynen, Jean-Claude de la Royère, Kathleen Baudart, Kurt Verheyden, Tessa Bouquiaux, Anneleen Spans, Philip Thielemans, Bart Mutton, het vriendelijke personeel van de KBR, mijn ouders en alle andere mensen die ik hier vergeet te vermelden. En natuurlijk mijn promotor Prof. E. Witte voor de begeleiding.
Deel 2 : Strips en Pers



  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   158


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina